In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.
_
Alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.
_
De Barmhartige, de Genadevolle.
_
Meester van de Dag des Oordeels.
_
U alleen aanbidden wij en U alleen smeken wij om hulp.
_
Leid ons op het rechte pad,
_
Het pad dergenen, aan wie Gij gunsten hebt geschonken - niet dat van
hen, op wie toorn is nedergedaald, noch dat der dwalenden.
_
Alif Laam Miem.
_
Dit is een volmaakt Boek, daaraan is geen twijfel, een richtsnoer voor
de godvrezenden.
_
Die in het onzienlijke geloven en het gebed houden en die weldoen met
hetgeen Wij hun hebben geschonken.
_
En die geloven in hetgeen u is geopenbaard en in hetgeen vóór u is
geopenbaard, en een standvastig vertrouwen hebben in dat wat komen zal.
_
Zij zijn het, die de leiding van hun Heer volgen en dezen zullen slagen.
_
Zeker, zij die (de Waarheid) verwerpen, het is hun om het even, of gij
hen waarschuwt, of dat gij hen niet waarschuwt - zij zullen niet geloven.
_
Allah heeft hun hart en oren verzegeld en over hun ogen is een sluier;
hun wacht een zware straf.
_
En er zijn mensen, die zeggen: "Wij geloven in Allah en in de laatste
Dag, hoewel zij geen gelovigen zijn."
_
Zij trachten Allah en de gelovigen te bedriegen, zij misleiden echter
niemand dan zichzelf en zij beseffen het niet.
_
Er is een ziekte in hun hart en Allah heeft die ziekte verergerd; er
wacht hun een pijnlijke straf, omdat zij plachten te liegen.
_
Wanneer hun wordt gezegd: "Richt geen onheil op aarde aan" dan zeggen
zij: "Wij zijn slechts vredestichters".
_
Pas op! Voorzeker zij zijn het die onheil stichten, doch zij beseffen
het niet.
_
En wanneer hun wordt gezegd: "Gelooft, zoals andere mensen geloven",
zeggen zij: "Zullen wij geloven, zoals de dwazen hebben geloofd?" Ziet
toe! Zij zijn het die dwaas zijn, doch zij weten het niet.
_
En wanneer zij de gelovigen ontmoeten, zeggen zij: "Wij geloven", doch
wanneer zij naar hun leiders gaan, zeggen zij: "Wij zijn waarlijk met u,
wij spotten slechts (met hen)."
_
Allah zal hun spotternij bestraffen en Hij zal hen blindelings in hun
overtreding verder laten afdwalen.
_
Zij zijn het die dwaling hebben aanvaard in ruil voor de rechte weg,
maar hun handelwijze heeft hun geen gewin gebracht, noch konden zij
worden geleid.
_
Hun toestand is als de toestand van iemand die een vuur ontstak en toen
het zijn omgeving verlichtte, nam Allah hun licht weg en liet hen in
diepe duisternis, zodat zij niet meer zien.
_
Doof, stom en blind, derhalve keren zij niet terug;
_
Of, (dat zij) bij zware regen uit de hemel waarmede dichte duisternis,
donder en bliksem komt, uit doodsangst hun vingers in de oren steken
vanwege de donderslagen. Allah omringt de ongelovigen.
_
Bijna beneemt het bliksemlicht hun het gezichtsvermogen; telkens als het
hen beschijnt, wandelen zij daarin, maar wordt het weder donker, dan
staan zij stil. En, zo Allah het wilde, zou Hij hun het gehoor en het
gezicht kunnen ontnemen, waarlijk, Allah heeft macht over alle dingen.
_
O gij mensen, aanbidt uw Heer, die u en degenen, die vóór u waren,
schiep - opdat gij behouden zult worden.
_
Die u de aarde tot een legerstede maakte en de hemel tot een gewelf en
Die water van de wolken deed nederkomen en daardoor vruchten
voortbracht, als voedsel voor u. Plaatst derhalve geen gelijken nevens
Allah, tegen beter weten in.
_
En, indien gij in twijfel zijt omtrent hetgeen Wij aan Onze dienaar
hebben geopenbaard, probeert dan een dergelijk hoofdstuk voort te
brengen en roept uw helpers buiten Allah, als gij waarachtig zijt.
_
Doch, indien gij het niet kunt doen - en gij zult het nimmer kunnen doen
- wacht u dan voor het Vuur, dat voor de ongelovigen is bereid, welks
brandstof mensen en stenen zign.
_
En verkondig aan degenen, die geloven en goede werken doen de blijde
tijding, dat er tuinen (het paradijs) voor hen zijn, waardoorheen
rivieren vloeien. Telkens, wanneer hun van de vruchten hieruit wordt
geschonken, zullen zij zeggen: "Ziehier, hetgeen ons reeds voorheen werd
gegeven"; en hun werd het soortgelijke gegeven. En zij zullen er reine
metgezellen hebben en zij zullen er vertoeven.
_
Waarlijk, Allah acht het niet beneden zich, een mug of iets nog kleiners
als gelijkenis te stellen. Zij die geloven weten, dat dit de Waarheid
van hun Heer is, terwijl degenen, die niet geloven, zeggen:"Wat bedoelt
Allah met zulk een voorbeeld?" Velen laat Hij daardoor dwalen en velen
leidt Hij daardoor terecht - en niemand laat Hij daarmede dwalen, dan de
ongehoorzamen,
_
Die het verbond met Allah breken na de bekrachtiging er van en datgene,
wat Allah gebood te verenigen, scheiden en die onheil op aarde stichten,
dezen zijn de verliezers.
_
Hoe kunt gij Allah verwerpen, terwijl gij levenloos waart en Hij u leven
schonk? Hij zal u doen sterven en daarna zal Hij u doen herleven en dan
zult gij tot Hem worden teruggebracht.
_
Hij is het, Die alles, wat op aarde is, voor u schiep: daarna wendde Hij
Zich tot de hemel en vervolmaakte deze tot zeven hemelen, want Hij heeft
kennis van alle dingen.
_
En toen uw Heer tot de engelen zeide: "Ik wil een stedehouder op aarde
plaatsen," zeiden zij: "Wilt Gij er iemand plaatsen die er onheil zal
stichten en bloed zal vergieten, terwijl wij U verheerlijken met de lof
die U toekomt en Uw Heiligheid prijzen," antwoordde Hij: "Ik weet wat
gij niet weet."
_
En Hij leerde Adam al de namen. Dan plaatste Hij (de voorwerpen dezer)
namen voor de engelen en zeide: "Noemt Mij hun namen, indien gij in uw
recht staat."
_
Zij zeiden: "Heilig zijt Gij. Wij bezitten geen kennis, buiten hetgeen
Gij ons hebt geleerd; waarlijk, Gij zijt de Alwetende, de Alwijze.
_
Hij zeide: "O, Adam, zeg hun de namen van deze dingen", en toen hij de
namen had genoemd, zeide Hij: "Zeide Ik u niet: Waarlijk Ik ken de
geheimen der hemelen en der aarde en Ik weet, wat gij onthult en wat gij
verbergt?"
_
En toen Wij tot de engelen zeiden: "Onderwerpt u aan Adam", onderwierpen
zich allen, behalve Iblies. Hij weigerde, hij was hoogmoedig. Hij
behoorde tot de ongelovigen.
_
En Wij zeiden: "O Adam, verblijf gij met uw gade in de tuin en eet
overvloedig, waar gij ook wilt, doch nader deze boom niet, anders zult
gij tot de zondaren behoren."
_
Doch door middel van de boom verleidde Satan hen beiden en dreef hen uit
de staat waarin zij zich bevonden. En Wij zeiden: "Gaat heen - gij zijt
elkander vijandig. Er zal op aarde een tijdelijke woonplaats en
levensonderhoud voor u zijn."
_
Toen leerde Adam enkele woorden van zijn Heer. Zo schonk Hij hem
vergiffenis; gewis Hij is Berouwaanvaardend, Genadevol.
_
Wij zeiden: "Gaat allen weg van hier. En, indien er leiding van Mij tot
u komt, zullen zij, die Mijn leiding volgen, vrees noch droefheid kennen.
_
Doch zij, die niet geloven en Onze tekenen verloochenen, zullen de
bewoners van het Vuur zijn; zij zullen daarin verblijven.
_
"O kinderen Israëls! Gedenkt Mijn gunsten, welke Ik u bewees en weest
getrouw aan Mijn verbond. Ik zal Mijn verbond met u houden en Mij alleen
zult gij vrezen.
_
En gelooft in hetgeen Ik heb geopenbaard, vervullende datgene, wat gij
reeds bezit en weest niet de eersten, die het verwerpen; verruilt
evenmin mijn tekenen voor geringe prijs en zoekt bescherming in Mij alleen.
_
En verwart de waarheid niet met de onwaarheid, noch verbergt de waarheid
tegen beter weten in.
_
En houdt het gebed en betaalt de Zakaat en bidt met hen, die bidden.
_
Beveelt gij de mensen het goede te doen en vergeet daarbij u zelf,
hoewel gij het Boek leest? Wilt gij dan niet begrijpen?
_
Zoekt hulp door geduld en gebed; dit is inderdaad moeilijk, behalve voor
de ootmoedigen,
_
Die er zeker van zijn, dat zij hun Heer zullen ontmoeten en dat zij tot
Hem zullen wederkeren.
_
O kinderen Israëls! Gedenkt Mijn gunsten, die Ik u bewees, dat Ik u
boven de volkeren verhief.
_
En vreest de Dag, dat de ene ziel de andere niet zal kunnen helpen,
waarop voor haar noch voorspraak zal worden aanvaard, noch een losprijs
zal worden aangenomen, noch zij zullen worden geholpen.
_
En toen Wij u redden van Pharao's volk, dat u met bittere marteling
kwelde, Uw zonen dodend en uw vrouwen sparend; hierin was voor u een
zware beproeving van uw Heer.
_
En toen Wij de zee voor u spleten en u redden en Pharao's volk lieten
verdrinken, terwijl gij toezaagt.
_
En toen Wij met Mozes een tijd afspraken van veertig nachten; toen naamt
gij in zijn afwezigheid het kalf, (om het te aanbidden) en gij werdt
overtreders.
_
Daarna vergaven Wij u, opdat gij dankbaar zoudt zijn.
_
En toen gaven Wij Mozes het Boek en het oordeel des onderscheids, opdat
gij recht geleid zoudt worden.
_
En toen Mozes tot zijn volk zeide: "O mijn volk, gij hebt uzelf onrecht
aangedaan door het kalf te aanvaarden: derhalve keert terug tot Uw
Schepper en doodt uw eigen ik, dat is het beste voor u in het oog van uw
Schepper". Daarna wendde Hij zich genadig tot u. Voorzeker, Hij is
Berouwaanvaardend, Genadevol.
_
En toen gij zeidet: "O Mozes, wij zullen u geenszins geloven, totdat wij
Allah van aangezicht tot aangezicht zien", toen trof u een donderslag,
terwijl gij toezaagt.
_
Toen deden Wij u verrijzen na uw dood, opdat gij dankbaar zoudt zijn.
_
En Wij deden de wolken een schaduw over u zign en zonden u manna en
kwartels, (zeggende): "Eet van de goede dingen, waarmede Wij u hebben
voorzien." Zij schaadden Ons niet, maar zij plachten hun eigen ziel te
schaden.
_
En toen Wij zeiden: "Gaat in deze stad en eet er overvloedig, waar gij
ook wilt; treedt de poort onderdanig binnen en vraagt om vergiffenis.
Wij zullen u uw fouten vergeven en Wij zullen meer geven aan degenen,
die goed doen."
_
Maar de onrechtvaardigen vervingen het woord door een ander, dat niet
tegen hen gesproken was. Daarom zonden Wij over de onrechtvaardigen een
grote straf vanuit de hemel, omdat zij plachten te overtreden.
_
En toen Mozes om water voor zijn volk bad zeiden Wij: "Sla op de rots
met uw staf" en er ontsprongen twaalf bronnen aan, waardoor elke stam
zijn drinkplaats kende. Eet en drinkt van wat Allah heeft voortgebracht
en wandelt niet op aarde, onheil stichtende.
_
En toen gij zeidet: "O Mozes, wij verdragen niet langer één soort
voedsel, bid daarom voor ons tot uw Heer, dat Hij van hetgeen op aarde
groeit - groenten en komkommers en tarwe en linzen en uien - voor ons
voortbrenge," zeide Hij: "Zoudt gij hetgeen minderwaardig is in ruil
willen nemen voor hetgeen beter is? Gaat naar een stad, daar zult gij
vinden, waarom gij vraagt." En zij kwamen in vernedering en arrmoede en
brachten Allah's toorn over zich; dit kwam, omdat zij de tekenen van
Allah verwierpen en de profeten onrechtvaardig doodden, want zij waren
ongehoorzaam en telkens weer in overtreding.
_
Voorzeker, de gelovigen, de Joden, de Christenen en de Sabianen - wie
onder hen ook in Allah en de laatste Dag geloven en goede daden
verrichten, zullen hun beloning bij hun Heer ontvangen en er zal geen
vrees over hen komen, noch zullen zij treuren.
_
En toen Wij een verbond met u aangingen en de berg hoog boven u
verhieven, zeiden Wij: "Houdt vast, wat Wij u hebben gegeven en bedenkt
wat het bevat, zodat gij behoed zult worden."
_
Maar gij wenddet u af en, had Allah u Zijn genade en barmhartigheid niet
betoond, dan zoudt gij zeker zijn ondergegaan.
_
Gij hebt degenen onder u gekend, die inzake de Sabbath overtraden. Alzo
zeiden Wij tot hen: "Weest verachte apen."
_
Zo maakten Wij hen tot een voorbeeld voor hen die in die tijd leefden en
voor degenen, die na hen kwamen en tot een les voor de godvrezenden.
_
En toen Mozes tot zijn volk zeide: "Waarlijk, Allah gebiedt u, een koe
te slachten", zeiden zij: "Drijft gij de spot met ons?" Hij zeide: "Ik
zoek toevlucht bij Allah, om niet tot de onwetenden te behoren."
_
Zij zeiden: "Bid voor ons tot uw Heer, opdat Hij het ons duidelijk make,
wat voor een koe dit moet zijn." Hij antwoordde: "Hij zegt, dat het een
koe moet zijn, noch oud, noch jong, volwassen, tussen beide in - doet
nu, wat u geboden is."
_
Zij zeiden: "Bid voor ons tot uw Heer, dat Hij het ons duidelijk make,
welke kleur zij heeft" Hij antwoordde: "Hij zegt, dat het een gele koe
is met een diepe kleur, aangenaam voor hen, die haar zien."
_
Zij zeiden: "Bid voor ons tot uw Heer, dat Hij ons mededele, hoe zij is,
want al zulke koeien zien er voor ons gelijk uit; en als Allah het wil,
zullen wij juist worden geleid."
_
Hij antwoordde: "Hij zegt, dat het een koe is, die nog nooit afgericht
is geweest, om de aarde te beploegen, of de akkers te bevloeien, een
koe, gaaf en vlekkeloos." Zij zeiden: "Nu hebt gij het precies gezegd."
Toen slachtten zij haar, doch liever hadden zij het niet gedaan.
_
En toen gij trachttet een mens te doden en onder elkander er over
twisttet, was Allah de onthuller van wat gij verborgen hieldt.
_
Toen zeiden Wij: "Treft hem (de moordenaar) voor een gedeelte van het
vergrijp tegen hem (de gedode)". Aldus geeft Allah leven aan de doden en
toont u Zijn tekenen, opdat gij zult begrijpen.
_
Daarna verhardde zich uw hart. Zij zijn als stenen, of nog harder, want
er zijn stenen, waaruit stromen ontspringen en er zijn er zeker, die
splijten en er vloeit water uit. En sommige zijn er die uit vrees voor
Allah neervallen. En Allah is niet achteloos, ten opzichte van wat gij doet.
_
Verwacht gij, dat zij u zullen geloven, terwijl een aantal hunner het
woord van Allah heeft vernomen en het verdraait, nadat zij het hebben
begrepen, tegen beter weten in.
_
Wanneer zij de gelovigen ontmoeten zeggen zij: "Wij geloven" en wanneer
zij onder elkander zijn zeggen zij: "Verhaalt gij hun, wat Allah u heeft
geopenbaard, zodat zij daardoor met u kunnen redetwisten voor uw Heer."
Wilt gij dan niet begrijpen?
_
Begrijpen zij dan niet, dat Allah weet, wat zij verbergen en wat zij
openbaar maken?
_
En sommigen hunner zijn ongeletterd; zij weten niets van het Boek, maar
hebben hun valse denkbeelden: zij vermoeden slechts.
_
Wee daarom degenen, die een boek met hun eigen handen schrijven en dan
zeggen: "Dit is van Allah", opdat zij er een onwaardige prijs voor
kunnen nemen. Wee hun dan, voor hetgeen hun handen schrijven en wee hun
voor hetgeen zij verdienen.
_
En zij zeggen: "Het Vuur zal ons slechts voor een klein aantal dagen
deren". Vraag hun: "Hebt gij dan een woord van Allah verkregen? Dan zal
Allah Zijn belofte nooit breken. Of zegt gij iets over Allah, dat gij
niet weet?
_
Voorzeker, die kwaad doet en door zijn zonden is omringd - zij zijn de
bewoners van het Vuur; daarin zullen zij verblijven.
_
Maar zij, die geloven en goede werken doen, - zij zijn de bewoners van
de Hemel, daarin zullen zij verblijven.
_
En toen Wij een verbond sloten met de kinderen Israëls, zeiden Wij, dat
gij niemand zult aanbidden, dan Allah alleen en dat gij goed zult zijn
voor uw ouders, uw verwanten, de wezen en de armen; spreekt goed tegen
de mensen en houdt het gebed en geeft de Zakaat. Doch gij wenddet u af,
- behalve weinigen onder u, en gij zijt afkerig.
_
En toen Wij een verbond met u sloten: "Gij zult uw bloed niet vergieten
noch uw volk uit hun huizen verdrijven", toen hebt Gij dit bekrachtigd
en gij waart er getuige van.
_
Toch zijt gij het volk, dat uw eigen broeders doodt en een gedeelte van
uw volk uit hun huizen verdrijft, elkaar tegen hen helpende in zonde en
overtreding. En, indien zij als gevangenen tot u terugkomen, koopt gij
hen vrij, terwijl juist hun verdrijving voor u verboden was. Gelooft gij
dan slechts in een gedeelte van het Boek en verwerpt gij een ander
gedeelte? Er is geen beloning voor degenen uwer, die zulks doen, behalve
schande in dit leven; en op de Dag van Opstanding zullen zij de
strengste kastijding moeten ondergaan, want Allah is niet onachtzaam
betreffende hetgeen gij doet.
_
Dezen zijn het, die het Hiernamaals voor het tegenwoordig leven hebben
verkocht. Derhalve zal hun straf niet worden verzacht, noch zullen zij
worden geholpen.
_
Voorwaar, Wij gaven Mozes het Boek en deden boodschappers de een na de
ander zijn voetsporen volgen. En Wij gaven aan Jezus, zoon van Maria,
duidelijke tekenen en versterkten hem met de geest der heiligheid.
Telkens als een boodschapper tot u kwam, met hetgeen uw ziel niet
behaagde, hebt gij u laatdunkend gedragen, sommigen hunner hebt gij
verloochend en anderen gedood.
_
En zij zeiden: "Ons hart is verhuld." Neen, Allah heeft hen vanwege hun
ongeloof vervloekt. Weinig is derhalve hetgeen zij geloven.
_
En toen een Boek van Allah tot hen kwam, vervullend datgene, dat bij hen
was, hoewel zij voordien om overwinning over de ongelovigen plachten te
bidden, toen dat tot hen kwam, herkenden zij dat niet en verwierpen het.
Gods vloek rust derhalve op de ongelovigen.
_
Kwaad is datgene, waarvoor zij hun ziel hebben verkocht; daar zij
verwerpen, hetgeen Allah heeft geopenbaard, er afkerig van zijnde, dat
Allah Zijn genade doet dalen over diegenen Zijner dienaren, die Hij wil.
Daardoor brachten zij toorn op toorn over zich en er is een vernederende
kastijding voor de ongelovigen.
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Gelooft in hetgeen Allah heeft
geopenbaard," zeggen zij: "Wij geloven slechts in hetgeen ons is
geopenbaard," maar zij verwerpen hetgeen daarna is geopenbaard, hoewel
het de Waarheid is, vervullende wat zij reeds bezaten. Zeg hun "Waarom
hebt gij dan de vroegere profeten van Allah gedood, als gij inderdaad
gelovigen waart?"
_
En Mozes kwam voorzeker tot u met duidelijke tekenen, maar gij hebt in
zijn afwezigheid het (gouden) kalf genomen (om het te aanbidden) en gij
waart onrechtvaardig.
_
En toen Wij een verbond met U sloten en de berg (Sinaï) hoog boven u
verhieven, zeggende: "Houdt stevig vast, hetgeen Wij u gegeven hebben en
luistert," zeiden zij: "Wij horen, maar wij gehoorzamen niet"; hun hart
was vervuld van het kalf, wegens hun ongeloof. Zeg: "Slecht is hetgeen
uw geloof u oplegt, zo gij al enig geloof bezit".
_
Zeg: "Indien het tehuis van het Hiernamaals, bij Allah alleen voor u is,
met uitsluiting van andere mensen, wenst dan eer de dood, als gij te
goeder trouw zijt".
_
Maar zij zullen deze nooit wensen, wegens het werk hunner handen. En
Allah kent de boosdoeners goed.
_
Voorzeker, gij zult hen (Joden) het meest van alle mensen verlangend
naar het leven vinden, zelfs meer dan de afgodendienaren. Ieder van hen
wenst, dat hem een leven van duizend jaren geschonken moge worden, doch
al ware hem zulk een lang leven vergund, dan zou het hem tegen de straf
toch niet beschermen. Allah ziet hetgeen zij doen.
_
Zeg: "Al wie een vijand van Gabriël is" - want waarlijk, hij openbaarde
het op Allah's bevel aan uw hart, vervullende datgene, wat voordien
kwam, een leidraad zijnde en een blijde mare voor de gelovlgen. -
_
"Al wie een vijand is van Allah en Zijn engelen en Zijn boodschappers en
Gabriël en Michaël, waarlijk, Allah is een vijand van zulke ongelovigen."
_
En Wij hebben u voorzeker duidelijke tekenen gegeven en niemand, dan de
overtreders, verwerpt ze.
_
Hoe kwam dat? Telkens wanneer zij een verbond aangingen, schond een
gedeelte hunner het. Neen, de meesten hunner geloven niet.
_
En nu er een boodschapper van Allah tot hen is gekomen, vervullend wat
zij reeds bezaten, heeft een gedeelte der mensen van het Boek, Allah's
Boek achter zich geworpen, alsof zij het niet kenden.
_
En zij volgen dezelfde weg, die de duivels volgden tegen de regering van
Salomo - en Salomo was niet ongelovig, maar ongelovig waren de duivels
en zij leerden de mensen leugen en bedrog. En (zij handelen naar)
hetgeen aan de twee engelen, Haroet en Maroet te Babylon was
geopenbaard. Maar deze beiden leerden niemand, voordat zij hadden
gezegd: "Wij zijn slechts een beproeving; weest daarom niet ongelovig".
Zo leren zij (de mensen) van hen datgene waarmede zij een geschil maken
tussen een man en zijn vrouw, maar zij schaden er niemand mede, tenzij
door Allah's bevel; maar dezen leren wat hen schaadt en geen goed doet,
hoewel zij weten, dat hij, die in deze zaken handelt geen voordeel heeft
in het Hiernamaals; slecht is hetgene waarvoor zij hun ziel hebben
verkocht; hadden zij het slechts ingezien!
_
Indien zij hadden geloofd en rechtvaardig gehandeld, zou een schonere
beloning van Allah gewis hun deel zijn geweest, hadden zij het slechts
geweten.
_
O, gij die gelooft, zegt niet: "Raainaa", maar zegt: "Onzornaa" en
luistert. Er is voor de ongelovigen een pijnlijke straf.
_
Zij die niet geloven onder de mensen van het Boek, en de
afgodendienaren, gunnen niet, dat iets goeds tot u nedergezonden wordt
van uw Heer; maar Allah kiest voor Zijn barmhartigheid, wie Hij wil en
Allah is de Heer van grote genade.
_
Welk teken Wij ook opheffen of doen vergeten, daarvoor brengen Wij
betere of daaraan gelijke. Weet gij niet, dat Allah macht heeft over
alle dingen?
_
Weet gij niet, dat het koninkrijk der hemelen en der aarde aan Allah
behoort? En buiten Allah is er geen beschermer of helper Xoor u.
_
Zoudt gij de boodschapper die tot u z werd gezonden, willen ondervragen,
zoals - Mozes voorheen werd ondervraagd? Maar wie ongeloof in ruil neemt
voor geloof, is voorzeker van het rechte pad afgedwaald.
_
Velen van de mensen van het Boek, wensen, nadat gij gelovig geworden
zijt, u uit afgunst weder tot ongelovigen te maken, nadat de Waarheid
hun is duidelijk geworden. Maar vergeeft en weest toegefelijk totdat
Allah Zijn gebod uitbrengt. Voorzeker, Allah heeft macht over alle dingen.
_
En onderhoudt het gebed en betaalt de Za'kaat; het goede dat gij vooruit
zendt voor uzelf, gij zult het bij Allah vinden. Voorzeker, Allah ziet
al hetgeen gij doet.
_
En zij zeggen: "Niemand, behalve de Joden en de Christenen, zal ooit de
Eemel binnengaan." Dat zijn hun ijdele wensen. Zeg: "Toont uw bewijs,
aJs gij waarachtig zijt".
_
Neen, wie zich volledig aan Allah onderwerpt en goede daden verricht,
zal zijn beloning bij zijn Heer hebben. Vrees noch droefheid zal over
hem komen.
_
De Joden zeggen: "De Christenen hebben geen ware grondslag en de
Christenen zeggen: "De Joden hebben geen ware grondslag", terwijl zij
beiden hetzelfde Boek lezen. Hetzelfde zeggen degenen, die geen kennis
hebben. Maar Allah zal op de Dag der Opstanding uitspraak doen in hun
geschil.
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij, die verbiedt, dat de naam van Allah
wordt verheerlijkt in Allah's bedehuizen en deze tracht te vernietigen?
Zij behoorden (de bedehuizen) slechts in vreze binnen te gaan. Er is
schande over hen in deze wereld en er zal een grote straf voor hen zijn
in het Hiernamaals.
_
En aan Allah behoort het Oosten en het Westen; waarheen gij u ook wendt,
daar zal het Aangezicht van Allah zijn. Zeker, Allah is Alomvattend,
Alwetend.
_
En zij zeggen: "Allah heeft Zich een zoon verwekt. Heilig is Hij. Neen,
alles, wat in de hemelen en op aarde is, behoort Hem toe en alles
gehoorzaamt Hem.
_
Wondere Schepper van de hemelen en aarde. Wanneer Hij iets besluit, zegt
Hij slechts: "Wees" en het wordt".
_
En de onwetenden zeggen: "Waarom spreekt Allah niet tot ons, of, komt er
geen teken tot ons?" Zo spraken ook degenen, die vóór hen waren. Hun
harten zijn aan elkander gelijk. Wij hebben de tekenen voorzeker
duidelijk gemaakt, voor een volk, dat standvastig gelooft.
_
Voorzeker Wij hebben u als drager van blijde tijdingen en waarschuwer
gezonden met de Waarheid. En gij zult niet verantwoordelijk worden
gesteld voor de bewoners der hel.
_
En de Joden en de Christenen zullen u nooit welgezind zijn, tenzij gij
hun godsdienst belijdt. Zeg: "Voorzeker, Allah's leiding is de
Merkelijke leiding". En, indien gij hun wensen volgt, nadat de kennis
tot u is gekomen, zult gij aan Allah Vriend noch Helper hebben.
_
Zij, wie Wij het Boek hebben gegeven, volgen het na, zoals het behoort
te worden nagevolgd; dezen zijn het, die er in geloven. En die er niet
in geloven, zullen de verliezers zijn.
_
O, gij kinderen Israëls, gedenkt Mijn gunsten die Ik u bewees, dat Ik u
boven die volkeren verhief.
_
En vreest de Dag, waarop geen ziel een andere ziel van nut kan zijn,
waarop geen losprijs van haar zal worden aanvaard, geen voorspraak haar
zal baten, noch zullen zij worden geholpen.
_
En toen Abrahams Heer hem met zekere opdrachten beproefde en Abraham
deze vervulde, zeide Hij: "Ik zal u tot leider der mensen maken".
Abraham vroeg: "En ook aran onder mijn nakomelingen?" Hij zeide: "Mijn
verbond betreft de overtreders niet".
_
En toen Wij het Huis tot een plaats van verzameling voor de mensheid en
een toevluchtsoord maakten, zeggende: "Neemt de plaats van Abraham als
een plaats voor gebed". En Wij geboden Abraham en Ismaël, zeggende:
"Reinigt Mijn Huis voor degenen, die de ommegang verrichten en voor
degenen, die er toegewijd in verblijven en voor degenen, die zich neder
buigen en zich ter aarde werpen.
_
En toen Abraham bad: "Mijn Heer, maak deze plaats toch tot een oord van
vrede en geef vruchten aan haar bewoners, die aan Allah en de laatste
dag geloven", zeide Hij: "Ik zal voor een korte tijd ook aan hem, die
niet gelooft weldaden schenken, daarna zal Ik hem in het Vuur drijven:
het is een slechte verblijfplaats".
_
En toen Abraham en Ismaël de muren van het Huis optrokken, biddende:
"Heer, aanvaard dit van ons, want Gij zijt de Alhorende, de Alwetende,
_
Heer, maak ons beiden aan U onderdanig en maak van ons nageslacht een
volk, dat U onderdanig zij. En toon ons onze wijzen van aanbidding en
wend U met barmhartigheid tot ons, zeker, Gij zijt Berouwaanvaardend en
Genadevol.
_
Heer, doe onder hen een boodschapper opstaan, die hun Uw tekenen zal
verkondigen en hun het Boek en de Wijsheid zal verklaren en hen zal
louteren. Voorzeker, Gij zijt de Almachtige, de Alwijze.
_
En wie zal zich van het geloof van Abraham afwenden, behalve hij, die
dwaas tegen zichzelf handelt? Voorzeker, Wij hebben hem in deze wereld
uitverkoren en in de volgende zal hij gewis onder de rechtvaardigen zijn.
_
Toen zijn Heer tot hem zeide: "Onderwerp U", zeide hij: "Ik heb mij aan
de Heer der Werelden onderworpen".
_
En hetzelfde legde Abraham aan zijn zonen op en Jacob deed desgelijks,
zeggende: "O mijn zonen, Allah heeft waarlijk dit geloof voor u
verkozen, sterft daarom niet, tenzij gij Moslims zijt."
_
Of waart gij aanwezig, toen de dood tot Jacob kwam en hij tot zijn zonen
zeide: "Wat zult gij na mij aanbidden?" Zij antwoordden: "Wij zullen uw
God aanbidden, de God uwer vaderen, Abraham, Ismaël en Izaäk, de enige
God, aan Hem zijn wij onderworpen".
_
Dit is een volk, dat is heengegaan: voor hen is, hetgeen zij verdienden
en voor u is, hetgeen gij verdient en gij zult niet worden ondervraagd
over hetgeen zij plachten te doen.
_
En zij zeggen: "Weest Joden of Christenen, dan zult gij worden geleid".
Zeg (hun): "Neen, maar (volg) de godsdienst van Abraham, de oprechte:
hij behoorde niet tot de afgodendienaren".
_
Zegt: "Wij geloven in Allah en in hetgeen ons is geopenbaard en in
hetgeen tot Abraham, Ismaël, Izaäk, Jacob en de stammen werd
nedergezonden en in hetgeen aan Mozes en Jezus werd gegeven en in
hetgeen aan alle andere profeten werd gegeven door hun Heer. Wij maken
geen onderscheid tussen hen en aan Hem onderwerpen wij ons.
_
En indien zij geloven, zoals gij hebt geloofd, dan zijn zij juist
geleid, maar indien zij zich afwenden, dan zijn zij in verzet; Allah zal
u zeker voldoende zijn tegen hen, want Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
Maakt Allah's kleur tot de uwe en wie is beter in kleur, dan Allah? Hem
alleen aanbidden wij.
_
Zeg: "Twist gij met ons omtrent Allah, terwijl Hij uw Heer en onze Heer
is? En voor ons zijn onze werken en voor u uw werken. En Hem alleen zijn
wij oprecht toegewijd.
_
Zegt gij, dat Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen Joden of
Christenen waren? Zeg: "Weet gij het beter of Allah?" En wie is
onrechtvaardiger, dan hij, die een getuigenis verbergt, die hij van
Allah heeft? En Allah is niet onbekend met hetgeen gij doet.
_
Dit is een volk, dat is heengegaan: voor hen is, hetgeen zij verdienden
en voor u is, hetgeen gij verdient; en gij zult niet worden ondervraagd
over hetgeen zij deden.
_
De dwazen onder het volk zullen zeggen: "Wat heeft hen van hun Qiblah,
die zij volgden, afgekeerd?" Zeg: "Aan Allah behoort het Oosten en het
Westen. Hij leidt, wie Hij wil naar het rechte pad".
_
En zo hebben Wij u tot een verheven volk gemaakt, opdat gij getuige zult
zijn tegenover de mensen en de Gezant zij een getuige tegenover u. Wij
bepaalden de Qiblah, die gij volgdet slechts, opdat Wij hem, die de
gezant van Allah volgt, onderscheiden van degene die hem de rug
toekeert. En dit is inderdaad zeer moeilijk, behalve voor hen, die Allah
heeft geleid. En Allah zal u uw geloof niet doen verliezen; voorzeker,
Allah is Liefderijk en Genadevol jegens de mensen.
_
Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom
zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt. Wend
daarom uw aanaangezicht naar de Heilige Moskee en waar gij ook moogt
zijn, wendt uw aangezicht daarheen. En voorzeker, zij wie het Boek is
gegeven, weten, dat dit de Waarheid is van hun Heer; Allah is niet
achteloos ten aanzien van wat zij doen.
_
Zelfs al bracht gij elk teken aan degenen aan wie het Boek is gegeven,
zouden zij nooit uw Qiblah volgen, noch kunt gij hun Qiblah volgen, noch
zijn er onder hen, die de Qiblah van anderen volgen. En indien gij aan
hun wens zoudt voldoen, nadat kennis tot u is gekomen, zoudt gij zeker
tot de onrechtvaardigen behoren.
_
Degenen aan wie Wij het Boek hebben gegeven erkennen dit, zoals zij hun
zonen erkennen, maar voorzeker, sommigen hunner verbergen de Waarheid
tegen beter weten in.
_
De Waarheid is van uw Heer, schaar u daarom niet onder hen die twijfelen.
_
Iedereen heeft een richting, waarheen hij zich wendt, wedijvert daarom
met elkander in goede werken. Waar gij ook zijt, Allah zal u allen
tezamen brengen. Voorzeker, Allah heeft macht over alle dingen.
_
Vanwaar gij ook komt, wend uw aangezicht naar de Heilige Moskee, want
dat is inderdaad de Waarheid van uw Heer. En Allah is niet achteloos ten
aanzien van hetgeen gij doet.
_
Vanwaar gij ook komt, wend uw aangezicht naar de Heilige Moskee; waar
gij ook zijt, wendt uw aangezicht daarheen, opdat de mensen, met
uitzondering van de onrechtvaardigen geen bezwaar tegen u mogen
aanvoeren - vreest hen dus niet, maar vreest Mij - en opdat Ik Mijn
gunst aan u moge voltooien en opdat gij juist geleid moogt worden.
_
Omdat Wij uit uw midden een boodschapper hebben gezonden, die u Onze
tekenen verkondigt, u zuivert, u het Boek en de Wijsheid onderwijst en u
leert, hetgeen gij niet wist.
_
Gedenkt Mij daarom en Ik zal u gedenken en weest Mij dankbaar en weest
Mij niet ondankbaar.
_
O, gij die gelooft, zoekt hulp met geduld en gebed; voorzeker, Allah is
met de geduldigen.
_
En zegt niet van degenen, die voor Allah's zaak zijn gedood, dat zij
dood zijn - neen, zij leven, maar gij bemerkt het niet.
_
En Wij zullen u een weinig beproeven door vrees, honger, verlies van
bezittingen, levens en vruchten; maar verkondig blijde tijdingen aan de
geduldigen,
_
Zij die, wanneer een rampspoed hen achterhaalt, zeggen: "Voorzeker, wij
zijn van Allah en tot Hem zullen wij wederkeren".
_
Dezen zijn het, op wie de zegeningen en de barmhartigheid van hun Heer
rusten en dezen zijn het, die de rechte weg volgen.
_
Voorzeker, Safaa en Marwah zijn onder de tekenen van Allah. Er rust
derhalve op hem, die de Hadj (pelgrimstocht) doet, of (of soms) de Omrah
verricht, geen blaam, indien hij om beiden (heen) loopt. En wie
vrijwillig goed doet, voorzeker, Allah is Waarderend, Alwetend.
_
Voorzeker, degenen, die hetgeen Wij aan tekenen en leiding hebben
nedergezonden, verbergen, nadat Wij zein het Boek aan de mensen
duidelijk hebben gemaakt, zijn het, die Allah vervloekt en zij die het
recht hebben te vervloeken, vervloeken hen ook.
_
Maar zij, die berouw hebben en zich beteren en (de Waarheid)
verkondigen, dezen zijn het, tot wie Ik Mij met vergiffenis wend - Ik
ben Berouwaanvaardend, Genadevol.
_
Voorzeker, die verwerpen en als ongelovigen sterven, over hen zal de
vloek komen van Allah en van de engelen en van alle mensen.
_
Daarin zullen zij blijven. Hun straf zal niet worden verlicht, noch zal
hun uitstel worden verleend.
_
En uw God is één God, er is geen God buiten Hem, de Barmhartige, de
Genadevolle.
_
Voorwaar, in de schepping der hemelen en der aarde en in de wisseling
van nacht en dag en in de schepen die de zee bevaren, met datgene wat de
mensen tot voordeel strekt; en in het water dat Allah van de hemel
nederzendt, waarmede Hij de aarde doet herleven na haar dood en daarop
alle soorten dieren verspreidt, en in de verandering der winden, en in
de wolken die tussen de hemel en de aarde in dienst zijn gesteld, zijn
inderdaad tekenen voor een volk, dat begrijpt.
_
Onder de mensen zijn er, die voorwerpen van aanbidding buiten Allah
nemen en ze liefhebben, zoals zij Allah behoren lief te hebben. Maar zij
die geloven zijn sterker in hun liefde voor Allah. En als zij die
overtreden (nu) de tijd kunnen zien wanneer zij de straf zullen zien,
(dan zouden zij beseffen) dat alle macht aan Allah toebehoort en dat
Allah streng is in het straffen.
_
Wanneer de leiders hun volgelingen zullen verzaken en de straf zullen
bemerken en al hun banden zullen worden verbroken,
_
Zullen de volgelingen zeggen: "Indien wij slechts terug konden keren,
zouden wij hen verzaken, zoals zij ons hebben verzaakt". Zo zal Allah
aan hen hun werken tonen tot wroeging en zij zullen het Vuur niet kunnen
ontkomen.
_
O gij mensen, eet van hetgeen geoorloofd en goed is op aarde en treedt
niet in de voetstappen van Satan; voorzeker, hij is voor u een openlijke
vijand.
_
Hij gebiedt u alleen, wat kwaad en wat onrein is en dat gij over Allah
zegt, wat gij niet weet.
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Volgt hetgeen Allah heeft
geopenbaard", zeggen zij: "Neen, wij zullen datgene volgen, wat wij onze
vaderen zagen volgen". Zelfs al hadden hun vaderen in het geheel geen
verstand en volgden zij ook de rechte weg niet?
_
De ongelovigen gelijken op hem, die schreeuwt naar hetgeen niets hoort,
het blijft een roep en een schreeuw. Zij zijn doof, stom en blind, zij
begrijpen dus niet.
_
O gij die gelooft, eet van de goede dingen, waarmede Wij u hebben
voorzien en dankt Allah, indien gij Hem alleen aanbidt.
_
Hij heeft u slechts het gestorvene, het bloed, het varkensvlees en
datgene, waarover een andere naam, dan die van Allah is uitgeroepen,
verboden. Maar hij, die gedwongen is en dit niet wenst en geen
overtreder is, op hem rust geen zonde. Want Allah is Vergevensgezind,
Genadevol.
_
Voorzeker, zij, die datgene verbergen, wat Allah heeft geopenbaard,
namelijk het Boek en het voor een geringe prijs verruilen, vullen hun
buik met niets, dan Vuur. Allah zal op de Dag der Opstanding niet tot
hen spreken, noch zal Hij hen rein achten. Er wacht hun een pijnlijke straf.
_
Zij zijn het, die dwaling in ruil voor leiding hebben aanvaard en straf
voor vergiffenis. Hoe groot is hun overmoed tegenover het Vuur!
_
Dit komt, omdat Allah het Boek met de Waarheid heeft nedergezonden en
voorzeker, zij, die tegen het Boek ingaan, zijn in verregaand verzet.
_
Het is geen deugd, dat gij uw gezicht naar het Oosten of naar het Westen
wendt, maar waarlijke deugd is in hem, die in Allah, de Laatste Dag, de
engelen, het Boek en de profeten gelooft en die van zijn vermogen geeft
uit liefde voor Hem aan de verwanten, de wezen, de armen, de reiziger,
de bedelaars en voor het vrijkopen van slaven en die het gebed
onderhoudt en de Zakaat betaalt; verder in degenen, die hun belofte
nakomen, wanneer zij een belofte doen en de geduldigen in armoede, in
kwellingen en in oorlogstijd; dezen zijn het, die bewezen hebben,
waarachtig te zijn en dezen zijn vromen.
_
O gij die gelooft, vergelding inzake doodslag is u voorgeschreven: de
vrije man tegen de vrije man, de slaaf tegen de slaaf en de vrouw tegen
de vrouw. Maar, indien iemand kwijtschelding is verleend door zijn
broeder, dan moet de eis billijk zijn, en betaling moet hem worden
gedaan met goedheid. Dit is verzachting en barmhartigheid van uw Heer.
Wie daarna overtreedt, hem wacht een pijnlijke straf.
_
En in vergelding is leven voor u, o mensen van begrip, zodat gij
behouden zult worden.
_
Het is u voorgeschreven, dat wanneer de dood tot één uwer komt, en hij
een vermogen nalaat, hij een testament opmake voor ouders en naaste
familieleden, billijkerwijze. Dit is een verplichting voor de godvruchtigen.
_
En hij, die het vervalst nadat hij het heeft gehoord, de schuld er van
zal gewis op hem rusten, die dat verandert. Waarlijk, Allah is Alhorend,
Alwetend.
_
Maar hij die vreest, dat degene, die het testament maakte, partijdig
werd, of een fout heeft begaan, en die een schikking treft (tussen de
belanghebbenden), die zal daarmede geen zonde begaan. Voorzeker, Allah
is Vergevensgezind, Genadevol.
_
O, gij gelovigen, het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen die
vóór u waren was voorgeschreven, opdat gij vroom zult zijn.
_
Voor een zeker aantal dagen (zult gij vasten) maar wie onder u ziek is,
of op reis, vaste een aantal andere dagen - er is een losprijs voor
degenen, die niet kunnen vasten - het voeden van een arme. Maar hij, die
vrijwillig goed doet, het zal beter voor hem zijn. Het vasten is goed
voor u, indien gij het beseft.
_
De maand Ramadaan is die, waarin de Koran als een richtsnoer voor de
mensen werd nedergezonden en als duidelijke bewijzen van leiding en
onderscheid. Wie onder u daarom deze maand beleeft, laat hem daarin
vasten. Maar wie onder u ziek of op reis is, een aantal andere dagen.
Allah wenst gemak voor u en geen ongemak, en opdat gij het aantal zult
voltooien en opdat gij Allah's grootheid zult prijzen, omdat Hij u
terecht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.
_
En wanneer Mijn dienaren u over Mij vragen, zeg dan: "Ik ben nabij. Ik
verhoor het gebed van de smekeling, wanneer hij Mij aanroept." Daarom
moeten zij naar Mij luisteren en in Mij geloven, opdat zij geleid zullen
worden.
_
Het is u veroorloofd, om op de nacht van het vasten tot uw vrouwen in te
gaan. Zij zijn een gewaad voor u en gij zijt haar een gewaad. Allah
weet, dat gij onrechtvaardig hebt gehandeld tegenover uzelf en heeft
Zich met barmhartigheid tot u gewend en u verlichting geschonken. Daarom
moogt gij nu tot haar ingaan en betrachten, hetgeen Allah u heeft
verordend; en eet en drinkt, totdat bij de dageraad de witte draad zich
onderscheidt van de zwarte draad. Voltooit dan het vasten tot het vallen
van de avond. En verbreng uw tijd niet met uw vrouwen wanneer u in de
Moskeeën ??? houdt. Dit zijn de beperkingen van Allah - dus nadert deze
niet. Zo zet Allah zijn geboden uiteen voor de mensen, opdat zij vroom
zullen zijn.
_
En verteert uw rijkdommen niet onder elkander door valse middelen en
brengt ze niet naar de rechters, opdat gij een deel der rijkdommen der
mensen in zonde kunt verteren, tegen beter weten in.
_
Zij vragen u betreffende de nieuwe manen. Zeg: "Zij zijn
tijdsaanwijzingen voor de mensen en voor de bedevaart." Het is geen
deugd, dat gij de huizen binnengaat aan de achterzijde: maar
deugdzaamheid is in hem, die Allah vreest. Dus gaat de huizen door de
deuren binnen en vreest, Allah, opdat gij zult slagen.
_
En strijdt voor de zaak van Allah tegen degenen, die tegen u strijden,
maar overschrijdt de grens niet. Voorzeker, Allah heeft de overtreders
niet lief.
_
En doodt hen, waar gij hen ook ontmoet en drijft hen uit, vanwaar zij u
hebben uitgedreven; want vervolging is erger dan doden. En bevecht hen
niet nabij de heilige Moskee, voordat zij u daarin bevechten. Maar
indien zij u bevechten, bevecht hen dan - zo is de vergelding voor de
ongelovigen.
_
Maar als zij ophouden, dan is Allah zeker Vergevensgezind, Genadevol.
_
En bestrijdt hen, totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst
alleen voor Allah wordt. Maar indien zij (met strijden) ophouden, dan is
er geen vijandelijkheid meer toegestaan, behalve tegen de onrechtvaardigen.
_
De heilige maand voor de heilige maand! Er is (een wet van) vergelding
voor alle heilige dingen. Wie daarom agressief tegen u handelt, vergeldt
hem naarmate hij tegen u heeft gedaan. En vreest Allah en weet, dat
Allah met de godvruchtzgen is.
_
En besteedt uw bezit voor de zaak van Allah en stort u niet met uw eigen
handen in het verderf doch doet goed: voorzeker, Allah heeft hen lief,
die goed doen.
_
En voleindigt de Hadj (pilgrimstocht) en Omrah, ter wille van Allah,
maar als gij verhinderd zijt, brengt dan het offer, dat gemakkelijk
verkrijgbaar is en scheert uw hoofd niet, voordat het offer zijn
bestemming heeft bereikt. En wie onder u ziek is of een kwaal in het
hoofd heeft, moet een losprijs geven, óf door te vasten, óf door
aalmoezen te geven, óf door een offer te brengen. En wanneer gij veilig
zijt, moet hij die gebruik maakt van Omrah, tegelijk met de Hadj een
offer brengen, dat gemakkelijk verkrijgbaar is. Maar degenen, die geen
(offer) kunnen vinden, moeten drie dagen gedurende de bedevaart vasten
en zeven dagen, wanneer (men) terugkeert; dit is tien dagen in het
geheel. Dit is voor hem, wiens familie niet dicht bij de Heilige Moskee
woont. En vreest Allah en weet, dat Allah streng is in het straffen.
_
De maanden der bedevaart zijn bekend, dus, wie besluit ter bedevaart te
gaan in deze maanden, bedenke, dat er geen onreine taal, noch enige
overtreding, noch enige twist gedurende de bedevaart mag zijn. En wat
gij ook aan goeds doet, Allah weet het. En rust u uit met het nodige,
maar de beste uitrusting is godsvrucht. En vreest Mij alleen, o mensen
van begrip.
_
Het is voor u geen zonde, wanneer gij de overvloed van uw Heer zoekt.
Maar, wanneer gij van (de berg ) Arafaat weggaat, gedenkt dan Allah te
het Sacrale Monument en gedenkt Hem, omdat Hij u heeft geleid, terwijl
gij voordien tot de dwalenden behoordet.
_
Gaat dan voort, vanwaar het volk voortgaat en zoekt vergiffenis van
Allah; Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
En wanneer gij uw wijdingen hebt verricht, gedenkt dan Allah, zoals gij
uw vaderen gedenkt en zelfs meer dan dat. En er zijn mensen, die zeggen:
"Onze Heer, schenk ons (veel) in deze wereld", maar voor hen is er geen
aandeel in het Hiernamaals.
_
Sommigen hunner zeggen: "Onze Heer, schenk ons het goede in deze wereld,
alsook in de komende wereld en bescherm ons voor de marteling van het Vuur."
_
Voor dezen zal er een aandeel zijn wegens hetgeen zij hebben verdiend.
En Allah is vlug in het verrekenen.
_
En gedenkt Allah gedurende het vastgestelde aantal dagen, maar wie na
twee dagen zich haast (om te vertrekken) het zal voor hem geen zonde
zijn en wie achterblijft, ook voor hem zal het geen zonde zijn. Dit
geldt voor hem, die God vreest. Vreest Allah en weet, dat gij voor Hem
zult worden verzameld.
_
En onder de mensen is iemand, wiens spreken over dit leven u zou behagen
en hij stelt Allah tot getuige voor wat in zijn hart is en toch is hij
de meest twistzieke.
_
Wanneer hij gezag heeft, gaat hij in het land rond, om er wanorde te
stichten en de oogst en het nageslacht (van de mens) te vernietigen,
maar Allah houdt niet van wanorde.
_
En wanneer er tegen hem wordt gezegd: "Vrees Allah", dan spoort de trots
hem aan tot verdere zonde. Daarom is de hel goed genoeg voor hem en
voorzeker, deze is een kwade rustplaats.
_
En onder de mensen is iemand, die zich weggeeft, Allah's welbehagen
zoekende; Allah is goedertieren jegens Zijn dienaren.
_
O gij die gelooft, komt in volledige overgave en volgt de voetstappen
van Satan niet; hij is voorzeker uw verklaarde vijand.
_
Maar indien gij uitglijdt nadat de duidelijke tekenen tot u zijn
gekomen, weet dan, dat Allah Almachtig, Alwijs is.
_
Zij wachten op niets anders, dan dat Allah en de engelen in de schaduw
der wolken tot hen komen en dat de zaak beslist wordt. En tot Allah
worden alle dingen teruggebracht.
_
Vraag de kinderen Israëls, hoeveel duidelijke tekenen Wij hun hebben
gegeven. Maar hij die de gunst van Allah verandert, nadat zij tot hem is
gekomen, (wete) dat Allah streng is in het straffen.
_
Het leven dezer wereld is voor de ongelovigen schoonschijnend gemaakt en
zij bespotten de gelovigen. Maar de godvrezenden zullen boven hen
verheven zijn op de dag der opstanding: Allah schenkt Zijn gaven
overvloedig aan wie Hij wil.
_
De mensheid was één gemeenschap. Daarna verwekte Allah profeten als
brengers van goede tijdingen en als waarschuwers en zond met hen het
Boek neder, dat de waarheid bevatte, om onder de mensen te richten over
datgene waarin zij verschilden. En niemand verschilde er over, dan
degenen aan wie het (Boek) was gegeven, nadat duidelijke tekenen tot hen
waren gekomen, - uit afgunst jegens elkander. Dan heeft Allah door Zijn
gebod de gelovigen geleid betreffende de waarheid, waarover zij hot
oneens waren; en Allah leidt naar het rechte pad, wie Hij wil.
_
Denkt gij dat gij de Hemel zult binnengaan, terwijl cle toestand
dergenen, die vóór u gingen, nog niet over u is gekomen? Armoede en
tegenslagen kwamen over hen en zij werden hevig geschokt, totdat de
boodschapper en de gelovigen met hem zeiden: "Wanneer komt Allah's
hulp?" Ja, voorzeker, de hulp van Allah is nabij.
_
Zij vragen u, wat zij moeten besteden. Zeg hun: "Welke rijkdom gij ook
weggeeft, het moet zijn voor ouders, naaste verwanten, wezen,
behoeftigen en reizigers. En welke weldaad gij ook doet - Allah weet het
goed.
_
Vechten is u geboden ofschoon gij er afkerig van zijt; maar het kan
zijn, dat gij tegenzin hebt in iets terwijl het goed voor u is en het
kan zijn, dat u iets behaagt terwijl het slecht voor u is. Allah weet
het en gij weet het niet.
_
Zij vragen u omtrent het vechten in de heilige maand. Zeg: "Het vechten
hierin is een grote overtreding, maar de mensen van de weg van Allah af
te houden en Hem ondankbaar te zijn en (de toegang tot) de Heilige
Moskee (te verhinderen) en haar mensen er van te verdrijven, is bij
Allah een grotere zonde; en vervolging is erger dan doden." En zij
zullen niet ophouden, u te bevechten, totdat zij u van uw geloof hebben
afgebracht, als zij kunnen. Maar wie onder u zich van zijn geloof
afkeert en sterft als een ongelovige - diens werken zullen tevergeefs
zijn in deze wereld en in de toekomende. Dezulken zijn de bewoners van
het Vuur en zij zullen daarin verblijven.
_
Zij, die geloven en zij die voor de zaak van Allah hun land verlaten en
er voor ijveren, zijn het, die Allah's barmhartigheid verwachten en
Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Zij vragen u omtrent wijn en kansspel. Zeg hun: "In beide is groot
nadeel en ook enig voordeel voor de mensen, maar het nadeel is groter
dan het voordeel." En zij vragen u, wat zij moeten weggeven. Zeg hun:
"Hetgeen gij kunt missen." Zo maakt Allah u Zijn geboden duidelijk,
opdat gij over deze en de volgende wereld zult nadenken.
_
En zij vragen u omtrent de wezen. Zeg hun: "De bevordering van hun
welzijn is een goede daad. En als gij met hen omgaat zijn zij uw
broeders. En Allah weet de kwaadstichters van de vredestichters te
onderscheiden. En indien Allah het had gewild, zou Hij het u moeilijk
hebben gemaakt. Voorzeker, Allah is Almachtig, Alwijs.
_
En huwt geen afgodendienaressen voordat zij geloven; waarlijk een
gelovige slavin is beter, dan een afgodendienares, ofschoon zij u moge
behagen. En huwt haar (gelovige vrouwen) niet aan afgodendienaren uit,
voordat zij geloven; waarlijk een gelovige slaaf is beter, dan een
afgodendienaar, ofschoon hij u moge behagen. Zij noden tot het Vuur,
maar Allah noodt u tot de Hemel en tot vergiffenis door Zijn gebod. En
Hij maakt Zijn tekenen aan de mensen duidelijk, opdat zij lering zullen
trekken.
_
En zij vragen u omtrent de menstruatie. Zeg (hun): "Het is iets
schadelijks, blijft dus gedurende de menstruatie van de vrouwen weg en
gaat niet tot haar in, voordat zij hersteld zijn. Maar wanneer zij zich
hebben gereinigd, gaat tot haar in, zoals Allah het u heeft bevolen.
Allah bemint hen, die zich tot Hem wenden en zich rein houden.
_
Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u
behaagt en doet goed voor uzelf en vreest Allah en weet, dat gij Hem
zult ontmoeten en geef goede tijdingen aan de gelovigen.
_
En verschuilt u niet achter Allah met uw eden om u te onthouden van het
goeddoen en het rechtvaardig handelen en het stichten van vrede tussen
de mensen. Allah is Alhorend, Alwetend.
_
Allah zal u niet ter verantwoording roepen voor uw ijdele eden, maar Hij
zal u ter verantwoording roepen voor hetgeen uw hart heeft verdiend.
Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam.
_
Voor hen, die onthouding zweren jegens hun vrouwen is de wachtperiode
vier maanden; als zij echter ervan terugkomen, voorzeker, dan is Allah
Vergevensgezind, Genadevol.
_
En indien zij besluiten tot echtscheiding voorzeker Allah is Alhorend,
Alwetend.
_
De gescheiden vrouwen moeten drie menstruatieperioden wachten; en het is
haar niet geoorloofd, hetgeen Allah in haar baarmoeder heeft geschapen,
te verbergen, indien zij in Allah en de laatste dag geloven; en haar
echtgenoten hebben het recht, haar (intussen) terug te nemen, indien zij
verzoening wensen. En vóór haar geldt hetzelfde als tegen haar, hetgeen
billijk is, de mannen hebben voorrang boven haar, Allah is Machtig, Alwijs.
_
Is de echtscheiding twee keer geschied, behoud haar dan op behoorlijke
wijze of zend haar met vriendelijkheid weg. En het is u niet geoorloofd,
iets te nemen van hetgeen gij haar hebt gegeven, tenzij beiden vrezen,
Allah's bepalingen niet in acht te kunnen nemen. Indien gij
(familieleden) vreest, dat zij Allah's bepalingen niet in acht kunnen
nemen, dan zal er voor geen van hen beiden zonde zijn in hetgeen zij
teruggeeft om daardoor vrij te worden. Dit zijn de door Allah
voorgeschreven beperkingen, overschrijdt ze daarom niet; wie de door
Allah voorgeschreven grenzen overschrijden, zijn overtreders.
_
Indien hij van haar (ten derden male) scheidt, is zij voor hem niet meer
geoorloofd, voordat ze een andere echtgenoot heeft gehuwd en indien deze
van haar scheidt, zal het voor hen geen zonde zijn, tot elkander terug
te keren, indien zij er van overtuigd zijn, dat zij de door Allah
voorgeschreven beperkingen in acht zullen nemen. Dit zijn Allah's
bepalingen, welke Hij aan de mensen, die kennis hebben duidelijk maakt.
_
En wanneer gij van uw vrouwen scheidt en zij het einde van de haar
voorgeschreven periode bereiken, behoudt haar dan op een behoorlijke
manier, of zendt haar op een betamelijke manier weg, maar behoudt haar
niet tot haar nadeel, waardoor gij de perken te buiten gaat. Wie zulks
doet, doet gewis zijn eigen ziel onrecht. En drijft niet de spot met
Allah's geboden en gedenkt Allah's gunst aan u en (gedenkt) het Boek en
de wijsheid, die Hij u heeft nedergezonden, waarmede Hij u vermaant. En
vreest Allah en weet, dat Allah de Kenner is van alle dingen.
_
En wanneer gij van vrouwen scheidt en zij het einde van haar
wachtperiode hebben bereikt, verhindert haar niet, haar (aanstaande) man
te huwen, als zij met elkander op de gebruikelijke wijze tot
overeenstemming zijn gekomen. Dit is een vermaning voor hem, die onder u
in Allah en de laatste dag gelooft. Het is beter en reiner voor u; Allah
weet en gij niet.
_
Moeders (gescheiden vrouwen) zullen haar kinderen twee volle jaren
zogen, dit is voor hen, die de zoogtijd wensen te voltooien. En op de
vader rust de zorg voor voedsel en kleding voor haar volgens gebruik.
Geen ziel wordt belast boven haar vermogen. De moeder zal geen leed
worden aangedaan wegens haar kind, noch zal de vader leed worden
aangedaan wegens zijn kind en hetzelfde geldt voor de erfgenaam. Als
beiden besluiten, het kind te spenen door wederzijdse overeenkomst en
overleg, rust er geen schuld op hen. En als gij verkiest, een min voor
uw kinderen te nemen, zal er geen blaam op u rusten, mits gij hetgeen
gij overeenkomt naar billijkheid betaalt. En vreest Allan en weet, dat
Allah ziet, wat gij doet.
_
En diegenen uwer, die sterven en vrouwen achterlaten, (hun vrouwen)
moeten vier maanden en tien dagen wachten. Wanneer zij het einde der
wachtperiode hebben bereikt, zal er op u geen zonde rusten voor hetgeen
zij voor zichzelf op behoorlijke wijze doen; Allah weet, wat gij doet.
_
En er zal geen schuld op u rusten, indien gii niet rechtstreeks spreekt
over een huwelijksaanzoek aan die vrouwen, of indien gij dit in uw
gedachten verborgen houdt. Allah weet, dat gij het haar zult zeggen.
Maar belooft haar niets in het geheim tenzij gij op de goede wijze
spreekt. En besluit niet tot de huwelijksband, voordat de voorgeschreven
wachttijd ten einde is. En weet, dat Allah weet, wat in uw gedachten is
en vreest derhalve voor Hem en weet, dat Allah Vergevensgezind,
Verdraagzaam is.
_
Het zal voor u geen zonde zijn, indien gij van uw vrouw scheidt, voordat
gij haar hebt benaderd of voor haar een bruidsschat hebt vastgesteld.
Maar maakt een voorziening voor haar, de rijke naar zijn middelen en de
arme naar zijn middelen, een gebruikelijke voorziening - dit is een
verplichting voor de deugdzamen.
_
En indien gij van haar scheidt, voor gij haar hebt benaderd maar haar
een bruidsschat hebt toegekend, (geeft) dan de helft van hetgeen gij
hebt vastgesteld, tenzij zij het u kwijtschelden, of degene, die de
huwelijksband in handen heeft het u zou kwijtschelden. En, indien gij
kwijtscheldt is dit dichter bij de godsvrucht. En vergeet niet, elkander
goed te doen. Voorzeker, Allah ziet, wat gij doet.
_
Waakt over uw gebeden en het tussengebed en stelt u ootmoedig voor Allah.
_
Als gij in gevaar verkeert, bidt dan lopende of rijdende, maar wanneer
gij veilig zijt, gedenkt dan Allah, zoals Hij u heeft geleerd, wat gij
niet wist.
_
En degenen uwer, die wanneer zij sterven vrouwen achterlaten, moeten
voor hun vrouwen een testament maken voor hun levensonderhoud gedurende
één jaar, zonder dat zij worden uitgezet. Doch indien zij weggaan zal er
geen schuld op u rusten, wegens datgene, wat zij omtrent zichzelf op
behoorlijke wijze doen. En Allah is Almachtig, Alwijs.
_
En er moet voor de gescheiden vrouwen een billijke voorziening zijn, dit
is een verplichting voor de godvruchtigen.
_
Zo zet Allah Zijn geboden uiteen, opdat gij zult begrijpen.
_
Weet gij niet van degenen, die uit angst voor de dood hun huizen
verlieten - het waren er duizenden. Allah zeide tot hen: "Sterft" en dan
schonk Hij hun leven. Voorzeker, Allah is genadig jegens de mensen, maar
de meeste mensen zijn ondankbaar.
_
Strijdt voor de zaak van Allah en weet, dat Allah Alhorend, Alwetend is.
_
Wie aan Allah het goede deel afstaat, Hij zal het voor hem vele malen
vermenigvuldigen en Allah vermindert en vermeerdert en tot Hem zult gij
worden teruggebracht.
_
Weet gij niet van de leiders der kinderen Israëls na Mozes, toen zij tot
één hunner profeten zeiden: "Stel ons een koning aan, opdat wij ter
wille van Allah kunnen strijden." Hij zeide: "Is het niet
waarschijnlijk, dat gij niet zult willen vechten, wanneer het u wordt
voorgeschreven?" Zij zeiden: "Welke reden hebben wij om ons van het
vechten voor Allah's zaak te willen onthouden, wanneer wij van onze
huizen en onze kinderen zijn verdreven?" Maar, toen het vechten hun werd
bevolen, wendden zij zich af, met uitzondering van een klein aantal
hunner; Allah kent de overtreders goed.
_
En hun profeet zeide tot hen: "Waarlijk, Allah heeft Taloet (Saul) als
koning over u aangesteld." Zij zeiden: "Hoe kan hij over ons regeren,
terwijl wij meer recht op heerschappij hebben dan hij en hem geen
overvloed van rijkdommen is gegeven?" Hij zeide: "Voorzeker, Allah heeft
hem boven u gekozen en heeft hem overvloedig toegerust met kennis en
kracht." En Allah geeft Zijn heerschappij aan wie Hij wil en Allah is
Milddadig, Alwetend.
_
En hun profeet zeide tot hen: "Het teken van zijn heerschappij is, dat u
een hart zal worden gegeven, waarin de kalmte van uw Heer zal zijn, het
beste van de nalatenschap der volgelingen van Mozes en der volgelingen
van Aäron, (een hart) door de engelen gebracht. Voorzeker, hierin is
voor u een teken, als gij gelovigen zijt."
_
En toen Taloet met de strijdkrachten uitrukte, zeide hij: "Voorzeker,
Allah zal u door een stroom beproeven: dus hij die er van drinkt, is
niet met mij, behalve wanneer hij maar een handvol neemt, en hij die er
niets van neemt, is zeker met mij." Maar behoudens enigen hunner dronken
zij er van. En toen zij de rivier overstaken, hij en de gelovigen met
hem - zeiden zij: "Wij hebben vandaag geen macht over Djaloet (Goliath)
en zijn strijdkrachten." Maar zij, die er zeker van waren, dat zij Allah
zouden ontmoeten, zeiden: "Hoevele kleine groepen hebben niet onder
Allah's bevel over een grote groep gezegevierd." En Allah is met de
geduldigen.
_
En toen zij uitgingen om Djaloet en zijn strijdkrachten te ontmoeten,
zeiden zij: "Onze Heer, stort geduld over ons uit en maak onze
voetstappen vast en help ons tegen het ongelovige volk!"
_
Zo versloegen zij hen door het gebod van Allah en David doodde Djaloet
en Allah gaf hem heerschappij en wijsheid en onderwees hem, hetgeen Hij
wilde. Had Allah sommige mensen niet door anderen laten terugdrijven,
dan zou de aarde verdorven zijn. Maar Allah is genadig jegens de werelden.
_
Dit zijn de tekenen van Allah. Wij dragen ze u voor naar waarheid.
Voorzeker, gij zijt één der boodschappers.
_
Van deze boodschappers hebbell wij sommigen boven anderen verheven; tot
sommigen hunner sprak Allah en sommigen hunner verhief Hij in rang. En
Wij gaven Jezus, zoon van Maria duidelijke tekenen en versterkten hem
met de geest der heiligheid. En indien Allah wilde, zouden zij, die na
hem kwamen, elkander niet hebben bestreden, nadat de duidelijke tekenen
tot hen waren gekomen, maar zij twistten, daar sommigen hunner geloofden
en anderen verwierpen. En indien Allah wilde, zouden zij elkander niet
hebben bestreden, maar Allah doet, wat Hij wil.
_
O, gij die gelooft, geeft van hetgeen Wij u hebben geschonken, voordat
de dag komt, waarop noch handel, noch vriendschap, noch voorspraak zal
zijn; en de ongelovigen zijn de onrechtvaardigen.
_
Allah! Er is geen God dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande. Sluimer,
noch slaap overmant Hem. Al wat in de hemelen en wat op aarde is,
behoort Hem. Wie kan bij Hem bemiddelen zonder Zijn verlof? Hij kent
hetgeen voor hen is en wat achter hen is en zij kunnen niets van Zijn
kennis omvatten, dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over
hemelen en aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet; Hij is de
Verhevene, de Grote.
_
Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van
dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in
Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is.
Allah is Alhorend, Alwetend.
_
Allah is de Vriend dergenen, die geloven; Hij brengt hen uit de
duisternis tot het licht. Maar de vrienden der ongelovigen zijn de
duivelen, zij brengen hen uit het licht in de duisternis; dezen zijn de
bewoners van het vuur, daarin zullen zij wonen.
_
Hebt gij niet vernomen van hem, die met Abraham over zijn Heer
redetwistte, omdat Allah hem het koninkrijk had gegeven? Toen Abraham
zeide: "Mijn Heer is Hij, die het leven geeft en doet sterven", zeide
hij: "Ik geef leven en doe sterven." Abraham zeide: "Nu, Allah doet de
zon van het Oosten opgaan, doet gij haar van het Westen opgaan." Daarop
verstomde de ongelovige in verbazing. En Allah leidt het onrechtvaardige
volk niet.
_
Of, gelijk degene, die langs een stad komende, welke was ingestort,
uitriep: "Hoe zal Allah haar doen herleven na haar vernietiging?" Toen
deed Allah hem sterven voor honderd jaren; daarna wekte Hij hem op en
zeide: "Hoelang zijt gij hier reeds?" Hij antwoordde: "Ik ben een dag,
of een gedeelte van een dag gebleven." Hij zeide: "Neen, gij zijt
honderd jaren gebleven. Kijk nu naar uw voedsel en uw drank; zij zijn
niet bedorven. En kijk naar uw ezel; (dit is) opdat Wij u tot een teken
voor de mensen maken. En kijk naar de beenderen, hoe Wij ze in elkaar
zetten en ze daarna met vlees bekleden." En toen hem dit duidelijk werd
zeide hij: "Ik weet, dat Allah macht heeft over alle dingen."
_
En toen Abraham zeide: "Mijn Heer, toon mij, hoe Gij de doden tot leven
opwekt." Hij zeide: "Gelooft gij dan niet?" Hij zeide: "Ja, maar opdat
mijn hart rustig zij." Hij antwoordde: "Neem vier vogels en maak ze aan
u gehecht. Zet dan ieder hunner op een heuvel; roep hen dan; ze zullen
haastig tot u komen. En weet, dat Allah Almachtig, Alwijs is.
_
De gelijkenis van degenen, die hun rijkdommen voor de zaak van Allah
besteden, is als de gelijkenis van een graankorrel, die zeven aren
voortbrengt, in elke aar honderd korrels. Allah vermeerdert voor wie Hij
wil; Allah is Alomvattend, Alwetend.
_
Zij, die hun rijkdommen ter wille van Allah besteden, en het besteden
niet doen volgen door (anderen) te verwijten of te krenken, voor hen is
er beloning bij hun Heer en zij zullen geen vrees hebben, noch zullen
zij treuren.
_
Een vriendelijk woord en vergiffenis schenken is beter, dan
liefdadigheid, gevolgd door krenking. En Allah is Zichzelf genoeg,
Verdraagzaam.
_
O, gij die gelooft, maakt uw aalmoezen niet waardeloos door verwijt of
krenking, zoals hij, die zijn rijkdommen weggeeft, om op te vallen bij
de mensen en hij gelooft niet in Allah en de laatste dag. Hij is als een
gladde rots, die met aarde is bedekt, waarop een stortregen valt, welke
haar kaal achterlaat. Zij hebben geen macht over wat zij verdienen. En
Allah leidt het ongelovige volk niet.
_
En de gelijkenis van degenen, die hun rijkdommen weggeven, Allah's
welbehagen zoekende en hun ziel versterkende, is als een tuin op
hooggelegen grond, die bij regen tweevoudig vruchten voortbrengt. En als
er geen regen op valt, dan is dauw voldoende. Allah ziet, wat gij doet.
_
Zou iemand uwer wensen dat er voor hem een tuin was met palmbomen en
wijnstokken waardoor beken vloeien en waarin voor hem allerlei vruchten
groeien, terwijl hij oud is en een zwak nakomelingschap heeft, en dat
hem (de tuin) een vurige wervelwind treft en hem verschroeit? Zo zet
Allah u Zijn woorden uiteen, op dat gij tot nadenken zult komen.
_
O, gij die gelooft, geeft van de goede dingen weg, die gij hebt verdiend
en van hetgeen Wij voor u uit de aarde voortbrengen en zoekt niet
hetgeen slecht is, om er van weg te geven, wanneer gij het zelf niet
zoudt nemen, tenzij oogluikend; en weet, dat Allah Zichzelf-genoeg,
Geprezen is.
_
Satan dreigt u met armoede en gelast u hetgeen slecht is, terwijl Allah
uit Zichzelf u vergiffenis en overvloed belooft; en Allah is
Overvloedig-gevend, Alwetend.
_
Hij schenkt wijsheid aan wie Hij wil en wie wijsheid is geschonken is
inderdaad overvloedig begiftigd en niemand trekt er lering uit, behalve
zij, die begrip hebben.
_
En alles wat gij geeft en elke gelofte, die gij aflegt, voorzeker Allah
weet het; er is geen hulp voor de onrechtvaardigen.
_
Als gij openlijk aalmoezen geeft is het goed, maar als gij dit in stilte
doet en aan de armen geeft is het beter voor u en Hij zal de fouten van
u wegnemen. En Allah weet, wat gij doet.
_
Hen te leiden is niet uw plicht, maar Allah leidt wie Hij wil. En welke
rijkdommen gij ook weggeeft, het komt u ten goede en gij geeft alleen om
Allah's welbehagen te zoeken. En welke rijkdommen gij ook besteedt, het
zal u ten volle worden terugbetaald en u zal geen onrecht worden aangedaan.
_
(Aalmoezen zijn) voor de armen, die gebonden zijn (door hun dienst) aan
Allah, en in het land niet kunnen rondtrekken. De onwetende beschouwt
hen als rijken wegens hun hescheidenheid. Gij zult hen aan hun tekenen
herkennen, daar zij niet op een opdringerige wijze bij de mensen vragen.
En welke rijkdommen gij ook besteedt, voorzeker, Allah weet het goed.
_
Zij, die hun rijkdommen nacht en dag, heimelijk of openlijk weggeven,
ontvangen hun beloning van hun Heer; zij zullen niet vrezen, noch zullen
zij treuren.
_
Degenen, die woekerwinst maken, verrijzen zoals iemand, die door Satan
met krankzinnigheid is geslagen. Dat komt, omdat zij zeggen: "Handel is
gelijk aan rente", terwijl Allah de heeft wettig en de rente onwettig
heeft verklaard. Die daarom een vermaning van zijn Heer krijgt en er mee
ophoudt, hem zal toebehoren, hetgeen hij vroeger heeft ontvangen en zijn
zaak is bij Allah. En zij, die terugvallen, zij zijn de mensen van het
Vuur, daarin zullen zij vertoeven.
_
Allah schaft de rente af en doet de weldadigheid toenemen. En Allah
heeft niet lief alle ondankbaren en zondaren.
_
Voorzeker, zij die geloven en goede daden doen en het gebed houden en de
Zakaat betalen, hun beloning is bij hun Heer en voor hen is geen vrees,
noch zullen zij treuren.
_
O, gij die gelooft, vreest Allah en doet afstand van de rest van de
rente, als gij gelovigen zijt.
_
Maar indien gij dit niet doet, bereidt u dan ten oorlog met Allah en
Zijn boodschapper; indien gij berouw hebt is voor u het oorspronkelijke
kapitaal: zo zult gij geen onrecht doen, noch zal u onrecht worden
aangedaan.
_
En indien iemand in verlegenheid is, laat er dan uitstel zijn tot het
hem past. En wanneer gij kwijtscheldt is het beter voor u; wist gij het
slechts.
_
En vreest de dag, waarop gij tot Allah zult worden teruggebracht; dan
zal aan elke ziel ten volle worden betaald hetgeen zij heeft verdiend;
en onrecht zal hen niet worden aangedaan.
_
O, gij die gelooft, wanneer gij van elkander leent voor een vastgestelde
periode, schrijft het dan op. Laat een schrijver het naar waarheid in uw
bijzijn optekenen en geen schrijver moet weigeren, te schrijven, zoals
Allah hem heeft onderwezen; laat hem daarom schrijven en laat de
schuldenaar dicteren en hij moet Allah, zijn Heer vrezen en niets
daaraan afdoen. Maar, indien de schuldenaar weinig verstand heeft, of
zwak is, of zelf niet kan dicteren, laat dan zijn zaakwaarnemer eerlijk
dicteren. En roept van onder uw mannen twee getuigen en als er geen twee
mannen zijn, dan één man en twee vrouwen van degenen, die u als getuigen
aanstaan, zodat, wanneer één der twee vrouwen zich zou vergissen, de ene
de andere indachtig moge maken. En de getuigen mogen niet weigeren,
wanneer zij worden gedaagd. En wordt het schrijven niet moe, of het
weinig of veel zij, betreffende de vervaltijd. Dit is in Allah's ogen
eerder rechtvaardig, het maakt het getuigenis zekerder en weerhoudt u
van twijfel. Maar wanneer het
_
En indien gij op reis zijt en geen schrijver vindt, laat er dan een
onderpand voor worden gegeven. En indien één uwer de ander iets
toevertrouwt, laat dan degene aan wie het toevertrouwd is, het
toevertrouwde teruggeven en laat hem Allah zijn Heer vrezen. Verbergt
geen getuigenis; en wie dat wel doet diens hart is zeker zondig en Allah
weet goed, wat gij doet.
_
Aan Allah behoort wat in de hemelen en wat op de aarde is; en indien gij
openbaart hetgeen in uw innerlijk is of het verborgen houdt, Allah zal u
er rekenschap voor vragen; dan zal Hij vergeven wie Hij wil en straffen,
wie Hij wil. Allah heeft macht over alle dingen.
_
Deze boodschapper gelooft in hetgeen hem van zijn Heer is geopenbaard en
ook de gelovigen, allen geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en
Zijn boodschappers, zeggende: "Wij maken geen verschil tussen Zijn
boodschappers"; en zij zeggen: "Wij hebben gehoord en gehoorzaamd, Heer,
wij vragen U vergiffenis en tot U is (onze) terugkeer."
_
Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is wat zij
verdient en tegen haar is ook wat zij verdient. "Onze Heer, straf ons
niet als wij vergeten of een fout hebben begaan, Heer, en belast ons
niet, zoals Gij degenen, die vóór ons waren hebt belast; onze Heer
belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te
dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis en wees ons
barmhartig; Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige
volk."
_
Alif Laam Miem.
_
Allah! Er is geen God, dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande.
_
Hij heeft u het Boek met de waarheid nedergezonden, vervullende, hetgeen
er aan voorafgaat en Hij zond voordien de Torah en het Evangelie als
leiding voor het volk en Hij heeft het Verschil geopenbaard.
_
Voorzeker, zij, die de tekenen van Allah verwerpen, zullen een strenge
straf ontvangen; Allah is machtig, de Heer der Vergelding.
_
Voorzeker, er is niets op aarde of in de hemelen voor Allah verborgern.
_
Hij is het, Die u in de baarmoeder vormt zoals Hij wil; er is geen God
dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.
_
Hij is het, Die u het Boek heeft nedergezonden; er zijn verzen in, die
onoverdrachtelijk zijn, zij vormen de grondslag van het Boek, en er zijn
andere (verzen), die zinnebeeldig zijn. Maar degenen in wier hart
dwaling is, volgen die, welke zinnebeeldig (bedoeld) zijn en zoeken
tweedracht en de verkeerde uitleg. En niemand kent de juiste uitleg dan
Allah en degenen, die vast gegrondvest zijn in kennis, die zeggen: "Wij
geloven er in; het geheel is van onze Heer"; en niemand trekt er lering
uit, dan zij, die begrip hebben.
_
"Onze Heer, laat ons hart niet afdwalen nadat Gij ons hebt geleid en
schenk ons Uw barmhartigheid; waarlijk, Gij zijt de Milddadige.
_
Onze Heer, Gij zijt het, Die de mensen zal verzamelen op de Dag, waaraan
geen twijfel is; voorzeker, Allah breekt de belofte niet."
_
Voorzeker zullen de bezittingen en kinderen der ongelovigen hun tegen
Allah in het geheel niet baten: dezen zullen brandstof voor het Vuur zijn,
_
Op de wijze van Pharao's volk en degenen, die vóór hen waren. Zij
verloochenden Onze tekenen, dus strafte Allah hen voor hun zonden; Allah
is streng in het straffen.
_
Zeg tot de ongelovigen: "Gij zult worden terneergeslagen en in de hel
worden verzameld, dit is een kwade rustplaats.
_
Voorzeker was er voor u een teken in de twee legers die elkander
ontmoetten, het ene leger vechtend voor de zaak van Allah en het andere
ongelovig, dezen zagen de anderen voor hun eigen ogen dubbel zo talrijk
als zijzelf. En Allah versterkt met Zijn hulp, wie Hij wil. Daarin is
zeker een les voor hen, die ogen hebben.
_
Voor de mensen is de liefde tot begeerten schoonschijnend gemaakt,
vrouwen, kinderen, stapels goud en zilver, raspaarden, vee en akkers.
Dat is de voorziening van het leven dezer wereld, maar Allah is het, bij
Wie het juiste einddoel ligt.
_
Zeg: "Zal ik u over iets beters inlichten dan over dit alles?" Voor
degenen, die God vrezen, zijn er tuinen bij hun Heer, waar doorheen
rivieren stromen; daar zullen zij vertoeven en voor hen zijn reine
metgezellen, alsmede Allah's welbehagen. En Allah ziet Zijn dienaren.
_
Hen die zeggen: "Onze Heer, voorzeker hebben wij geloofd, vergeef ons
daarom onze zonden en red ons van de straf van het Vuur."
_
En de geduldigen, de waarachtigen, de gehoorzamen en zij die wel doen en
zij die vergiffenis vragen in de morgenstond.
_
Allah getuigt, dat er geen God is dan Hij en de engelen en degenen, die
kennis bezitten, getuigen dit eveneens, handhavende de rechtvaardigheid:
er is geen God dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.
_
Gewis, de ware godsdienst voor Allah is de Islam. En degenen, aan wie
het Boek was gegeven, verschilden eerst onderling uit afgunst, nadat
kennis tot hen was gekomen. En wie de tekenen van Allah verwerpt, (wete)
dat Allah vlug is in het verrekenen.
_
En zeg wanneer zij met u redetwisten: "Ik, en degenen die mij volgen
hebben zich aan Allah onderworpen." En zeg tot degenen aan wie het Boek
is gegeven en tot de onwetenden: "Hebt gij u onderworpen?" Als zij zich
onderwerpen, dan zijn zij op de rechte weg, maar indien zij zich
afwenden, dan is uw plicht slechts de duidelijke verkondiging ervan; en
Allah ziet zijn dienaren.
_
Voorzeker, degenen, die de tekenen van Allah verwerpen en de profeten
ten onrechte doden en ook trachten de mensen te doden welke tot
rechtvaardigheid aanmanen, verkondig hun een pijnlijke straf.
_
Dezen zijn het wier daden in deze wereld en voor het Hiernamaals
verloren zijn gegaan; er zal geen hulp zijn voor hen.
_
Kent gij niet degenen, aan wie een gedeelte van het Boek werd gegeven?
Zij worden tot het Boek van Allah geroepen, opdat het onder hen rechter
zij; dan wendt zich een gedeelte hunner af terwijl zij afkerig zijn.
_
Dat komt, doordat zij zeggen: "Het Vuur zal ons slechts voor een luttel
aantal dagen deren." En wat zij plachten te verzinnen, heeft hen in hun
godsdienst bedrogen.
_
Hoe zal het dan zijn, wanneer Wij hen verzamelen op de Dag, waarover
geen twijfel bestaat en waarop elke ziel voor hetgeen zij verdient ten
volle zal worden betaald en hun geen onrecht zal worden aangedaan.
_
Zeg: "O, Allah, Heer van het Koninkrijk, Gij geeft heerschappij aan wie
Gij wilt en neemt terug van wie Gij wilt. Gij verheft, wie Gij wilt en
vernedert, wie Gij wilt. Slechts in Uw hand is het goede. En Gij hebt
macht over alle dingen.
_
Gij doet de nacht in de dag overgaan en de dag in de nacht. En Gij
brengt het levende uit het dode voort en Gij brengt het dode uit het
levende voort. En Gij geeft onbeperkt aan wie Gij wilt."
_
Laat de gelovigen geen ongelovigen als vrienden verkiezen boven de
gelovigen - en wie dat doet heeft geen deel aan Allah, tenzij gij u
zorgvuldig voor hen hoedt. En Allah waarschuwt u voor Hemzelf en tot
Allah zullen allen wederkeren.
_
Zeg: "Of gij dat wat in uw hart is verbergt of onthult, Allah weet het
en Hij weet wat in de hemelen en op aarde is. Allah heeft de macht over
alle dingen.
_
(Gedenkt) de Dag, waarop iedere ziel zich geplaatst zal vinden tegenover
het goede dat zij heeft verricht en het kwade dat zij heeft gedaan, dan
zal zij wensen dat er een grote afstand ware tussen haar en het kwade.
En Allah waarschuwt u voor Hemzelf. En Allah is liefderijk jegens Zijn
dienaren.
_
Zeg: "Indien gij Allah liefhebt, volgt mij, Allah zal u liefhebben en uw
zonden vergeven. Allah is Vergevensgezind, Genadig."
_
Zeg: "Gehoorzaamt Allah en de boodschapper", maar als zij zich afwenden,
dan heeft Allah de ongelovigen niet lief.
_
Allah verkoos Adam en Noach en de nakomelingen van Abraham en de
nakomelingen van Imraan boven de volkeren.
_
Afstammelingen, de een van de ander. En Allah is Alhorend, Alwetend.
_
Toen de vrouw van Imraan zeide: "Ik draag aan U op wat in mijn
baarmoeder is, dat het vrij zal zijn (om U te dienen), aanvaard het van
mij, Gij zijt gewis Alhorend, Alwetend."
_
Maar, toen zij er van verlost was, zeide zij: "Mijn Heer, ik ben verlost
van een meisje." - Allah wist het beste wat zij voortbracht. "En de man
is niet gelijk aan de vrouw. En ik heb haar Maria genoemd en ik stel
haar en haar nageslacht onder Uw bescherming tegen Satan, de verworpene."
_
Daarom nam haar Heer haar (Maria) met welbehagen aan en deed haar goed
opgroeien en vertrouwde haar aan Zacharia toe. Telkens, wanneer Zacharia
bij haar in de kamer ging, vond hij voedsel bij haar. Hij zeide: "O,
Maria, waar hebt gij dit vandaan?" Zij antwoordde: "Het komt van Allah."
Voorzeker, Allah geeft volop aan wie Hij wil.
_
Toen bad Zacharia tot zijn Heer: "Mijn Heer geef mij een rein
nageslacht; voorzeker, Gij verhoort het gebed."
_
En de engelen riepen tot hem, terwijl hij in de kamer stond te bidden:
"Allah geeft u de blijde tijding over Johannes, die Allah's woord zal
vervullen - en hij zal edel, kuis en een profeet onder de rechtvaardigen
zijn.
_
Hij zeide: "Heer, hoe zal er een zoon voor mij zijn, waar ouderdom al
over mij gekomen en mijn vrouw onvruchtbaar is?" Hij antwoordde: "Zo
doet Allah, wat Hij wil."
_
Hij zeide: "Heer, geef mij een teken." Hij antwoordde: "Uw teken zal
zijn, dat gij drie dagen slechts door gebaar tot de mensen zult spreken.
Gedenk uw Heer vaak en verheerlijk Hem 's avonds en 's morgens."
_
Toen zeiden de engelen: "O, Maria, Allah heeft u uitverkoren en u
gereinigd en u boven de vrouwen aller vollkeren uitverkoren."
_
"O, Maria, wees uw Heer gehoorzaam en werp u neder en aanbid met
degenen, die aanbidden."
_
Dit is een van de tijdingen van het ongeziene, die wij u openbaren. En
gij waart niet bij hen toen zij lootten (om te zien), wie hunner de
voogd van Maria zou zijn, noch waart gij bij hen, toen zij met elkander
redetwistten.
_
Toen de engelen zeiden: "O, Maria, waarlijk, Allah geeft u blijde
tijding door Zijn woord: Zijn naam zal zijn: de Messias, Jezus, zoon van
Maria, geëerd in deze wereld en in de volgende en hij zal tot hen
behoren die in Gods nabijheid zijn.
_
En hij zal tot het volk spreken in de wieg en op middelbare leeftijd en
hij zal één der rechtvaardigen zijn."
_
Zij zeide: "Heer, hoe zal ik een zoon hebben, daar geen man mij heeft
benaderd?" Hij zeide: "Zo schept Allah, wat Hij wil. Wanneer Hij iets
beslist, zegt Hij daartoe slechts: "Wees" en het wordt.
_
"En Hij zal hem het Boek (de goddelijke Wet) en de Wijsheid en de Torah
en het Evangelie onderwijzen."
_
En hij zal een boodschapper voor de kinderen Israëls zijn. "Ik kom tot u
met een teken van uw Heer; ik zal u uit klei de vorm van een vogel
maken, dan adem ik daarin en hij zal een vogel worden, door Allah's
gebod. En ik genees de blinden en de melaatsen en doe de doden herleven
en ik deel u mede, wat gij zult eten en wat gij in uw huizen zult
opslaan. Voorzeker, daarin is voor u een teken, indien gij gelovigen zijt."
_
Ik kom tot u met een teken van uw Heer bevestigende wat vóór mij was,
namelijk, de Torah en om u iets, van wat u was verboden toe te staan;
vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
_
Voorzeker, Allah is mijn Heer en uw Heer; aanbidt Hem daarom, dit is het
rechte pad."
_
Toen Jezus hun (der Israëlieten) ongeloof bemerkte, zeide hij: "Wie
zullen mijn helpers zijn terwille van Allah?" De discipelen antwoordden:
"Wij zijn de helpers van Allah. Wij geloven in Allah. En getuigt gij dat
wij Moslims zijn."
_
"Onze Heer, wij geloven in hetgeen Gij hebt geopenbaard en volgen deze
boodschapper. Schrijf ons onder hen die getuigen."
_
En zij maakten plannen (tegen Jezus). Allah maakte ook plannen (tegen
hen), maar Allah voorziet het beste.
_
Toen Allah zeide: "O, Jezus, ik zal u doen sterven en u tot Mij;
opheffen en u zuiveren van de ongelovigen en zal uw volgelingen tot de
laatste dag over hen doen zegevieren die u niet geloven; dan zal uw
terugkeer tot Mij zijn en Ik zal onder u rechtspreken over datgeen
waarin gij verschildet.
_
Doch de ongelovigen zal Ik in deze wereld en in de volgende streng
straffen en zij zullen geen helpers hebben."
_
De gelovigen die goede werken verrichten zal Ik volle beloning
toekennen. Maar Allah heeft de onrechtvaardigen niet lief.
_
Dat is hetgeen Wij u van de tekenen en de wijze vermaning meedelen.
_
Voorzeker, het geval van Jezus is bij Allah hetzelfde als dat van Adam.
Hij (Allah) schiep hem uit stof en zeide: "Wees" en hij werd.
_
De waarheid is van uw Heer, behoort daarom niet tot degenen, die twijfelen.
_
Zou men nu met u over hem (Jezus) redetwisten, nadat de kennis tot u
gekomen is, zeg dan: "Kom, laat ons onze kinderen en uw kinderen en onze
vrouwen en uw vrouwen en ons volk en uw volk roepen; laat ons daarna
vurig bidden en de vloek van Allah roepen over degenen, die liegen."
_
Dit is voorzeker de ware uitleg, en er is geen God dan Allah en
waarlijk, Hij is de Almachtige, de Alwijze.
_
Doch indien zij zich afwenden, Allah kent de onheilstichters toch goed.
_
Zeg: "O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met
elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij
niets met Hem vereenzelvigen en dat sommigen onzer geen anderen tot
goden nemen, buiten Allah." Maar, als zij zich afwenden, zegt dan:
"Getuigt, dat wij Moslims zijn."
_
O, mensen van het Boek, waarom redetwist gij over Abraham, wanneer de
Torah en het Evangelie eerst na hem werden geopenbaard? Wilt gij dan
niet begrijpen?
_
Ziet, gij twist over hetgeen, waarvan gij kennis hebt. Waarom twist gij
dan (eveneens) over hetgeen, waarvan gij geen kennis hebt? Allah weet en
gij weet niet.
_
Abraham was noch een Jood, noch een Christen, maar hij was een oprecht
Moslim. En hij behoorde niet tot de afgodendienaren.
_
Voorzeker, zij die Abraham het dichtst nabijkomen, zijn degenen, die hem
volgen; en deze profeet en de gelovigen; en Allah is de Vriend der
gelovigen.
_
Een deel der mensen van het Boek zou u gaarne willen doen dwalen, maar
zij doen niemand dwalen dan zichzelf; en zij beseffen het niet.
_
O, mensen van het Boek, waarom verwerpt gij de tekenen van Allah terwijl
gij er getuige van zijt?
_
O, mensen van het Boek, waarom verwart gij de waarheid met de leugen en
verbergt de waarheid tegen beter weten in?
_
En een gedeelte der mensen van het Boek zegt: "Gelooft in hetgeen de
gelovigen (Moslirns) is geopenbaard, in de vroege ochtendstond en
verwerpt het aan het einde van de dag; misschien keren zij wel terug."
_
"En gelooft niet, behalve in hem, die uw godsdienst belijdt. - Zeg:
"Voorzeker, de ware leiding is Allah's leiding - dat iemand zal worden
gegeven, als aan u werd gegeven, anders zullen zij met u redetwisten bij
uw Heer." Zeg: "Genade is in Allah's hand. Hij schenkt deze aan wie Hij
wil". En Allah is Milddadig, Alwetend.
_
Hij geeft Zijn genade aan wie Hij wil. Allah is de Heer van grote genade.
_
Onder de mensen van het Boek is hij, die, als gij hem een schat
toevertrouwt, u deze zal teruggeven, en er zijn er onder, die, als gij
hun een dinar toevertrouwt, deze niet aan u zullen teruggeven, tenzij
gij er voortdurend om vraagt. Dat komt, omdat zij (de Joden) zeggen:
"Wij zijn niet aansprakelijk voor de zaak van de ongeletterden."
Daarmede uiten zij tegen beter weten in een leugen tegen Allah.
_
Neen, maar wie zijn belofte vervult en vreest - voorwaar, Allah heeft de
godvrezenden lief.
_
Die een geringe prijs (het wereldse) in ruil nemen voor hun verbond met
Allah en voor hun eed, voor dezen is er geen voordeel in het Hiernamaals
en Allah zal niet tot hen spreken, noch hen aanzien op de Dag des
Oordeels, noch zal Hij hen als rein beschouwen en er zal een smartelijke
straf voor hen zijn.
_
En voorzeker, onder hen zijn er, die hun tong verdraaien, terwijl zij
het Boek voordragen, opdat gij het van het Boek moogt achten, hoewel het
niet van het Boek is. En zij zeggen: "Dit is van Allah," ofschoon het
niet van Allah is en zij uiten een leugen tegen Allah, tegen beter weten in.
_
Het betaamt een mens niet, als Allah hem het Boek en de macht en het
profeetschap geeft, dat hij dan tot de mensen zou zeggen: "Weest mijn
dienaren buiten Allah''; maar (veeleer): "Weest aanbidders van de Heer,
daar gij het Boek onderwijst en zelf bestudeert."
_
Noch zal hij u gebieden de engelen en de profeten als goden te
aanvaarden. Zou hij u ongeloof bevelen, nadat gij Moslims werd?
_
En toen Allah met de profeten een verbond sloot, zeide Hij: "Voorwaar,
Ik heb u het Boek en de Wijsheid geschonken en daarna zal een
boodschapper tot u komen, vervullend hetgeen bij u is, in hem zult gij
geloven en hem zult gij helpen." En Hij zeide: "Hebt gij bekrachtigd en
daarmede Mijn verbond aanvaard?" Zij antwoordden: "Wij bekrachtigen
het." Hij zeide: "Getuigt dan en Ik ben met u onder de getuigen."
_
Maar die zich hierna terugtrekken, (zij) zijn voorzeker de overtreders.
_
Zoeken zij een godsdienst anders, dan die van Allah, terwijl al hetgeen
in de hemelen en op aarde is zich willens of onwillens aan Hem moet
onderwerpen? En tot Hem zullen zij worden teruggebracht.
_
Zeg: "Wij geloven in Allah en in hetgeen ons werd geopenbaard en hetgeen
werd geopenbaard aan Abraham, Ismaël, Izaäk, Jacob, en de stammen en
hetgeen aan Mozes en Jezus en de profeten door hun Heer werd gegeven.
Wij maken geen onderscheid tussen wie dan ook van hen. Aan Hem alleen
onderwerpen wij ons.
_
En wie een andere godsdienst zoekt dan de Islam, het zal van hem niet
worden aanvaard en hij zal in het Hiernamaals onder de verliezers zijn.
_
Hoe zal Allah een volk leiden, dat heeft verworpen, na te hebben
geloofd, en de getuigenis te hebben afgelegd dat de boodschapper
waarachtig was en nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen?
Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
_
De vergelding van dezulken is slechts, dat de vloek van Allah, de
engelen en de mensen, op hen rust.
_
Zij zullen daaronder blijven. Hun straf zal niet worden verlicht, noch
zal hun uitstel worden verleend.
_
Behalve degenen die daarna berouw hebben en zich verbeteren. Allah is
voorzeker Vergevensgezind, Genadevol.
_
Voorzeker, degenen die terugvallen na te hebben geloofd en dan in
ongeloof toenemen: hun berouw zal niet worden aanvaard, dezen zijn de
dwalenden.
_
Degenen die ongelovig zijn en als ongelovigen sterven, van geen hunner
zal een aarde vol goud worden aanvaard als hij zich daarmede zou willen
vrijkopen. Dezen zijn het wie een smartelijke straf wacht en er zullen
voor hen geen helpers zijn.
_
Gij zult stellig geen goedheid bereiken, tenzij gij mededeelt van
hetgeen u lief is en wat gij ook besteedt. Allah weet dit eveneens.
_
Alle voedsel was de kinderen Israëls geoorloofd, uitgezonderd hetgeen
Israël zichzelf verbood voordat de Torah was nedergezonden. Zeg: "Komt
met de Torah en leest haar als gij waarachtig zijt."
_
Degenen die hierna een leugen verzinnen tegen Allah, zijn de
onrechtvaardigen.
_
Zeg: "Allah heeft de waarheid gesproken; volgt daarom de godsdienst van
Abraham, de oprechte, hij behoorde niet tot de afgodendienaren.
_
Voorzeker, het eerste huis dat voor de mensheid bestemd werd, is dat te
Bekka (Mekka) vol van zegeningen en als richtsnoer voor alle werelden.
_
Daarin zijn duidelijke tekenen: het is de plaats van Abraham en wie het
binnengaat is in vrede. En de bedevaart naar het Huis is door Allah aan
de mensen opgelegd die er een weg naartoe kunnen vinden. En wie niet
gelooft, Allah is voorzeker Onafhankelijk van alle werelden.
_
Zeg: "O, mensen van het Boek, waarom verwerpt gij de tekenen van Allah,
terwijl Allah ziet hetgeen gij doet?"
_
Zeg: "O, mensen van het Boek waarom houdt gij de mensen af van het
(rechte) pad van Allah en wenst gij het krom te maken, terwijl gij er
getuige van zijt? Allah is niet onachtzaam over hetgeen gij doet.
_
O gij die gelooft, als gij sommigen hunner wie het Boek is gegeven
gehoorzaamt, zullen zij u weer tot ongelovigen maken, nadat gij hebt
geloofd.
_
Hoe kunt gij verwerpen, terwijl u de tekenen van Allah worden
voorgedragen en Zijn boodschapper onder u aan wezig is? En hij, die zich
aan Allah vasthoudt, is inderdaad naar het rechte pad geleid.
_
O gij die gelooft, vreest Allah zoals het behoort en sterft niet, tenzij
gij Moslim zijt.
_
En houdt u allen tezamen vast aan het koord van Allah en weest niet
verdeeld en gedenkt de gunst van Allah, die Hij u bewees toen gij
vijanden waart en Hij uw harten verenigde, zo werdt gij door Zijn gunst
broeders en gij waart aan de rand van een vuurput en Hij redde u er van.
Zo legt Allah u Zijn geboden uit opdat gij zult worden geleid.
_
En laat er een groep onder u zijn die tot goedheid aanspoort en tot
rechtvaardigheid maant en het kwade verbiedt; dezen zijn het die zullen
slagen.
_
En weest niet als degenen, die verdeeld waren en van mening verschilden
nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren, gekomen. Voor hen zal er een
zware straf zijn.
_
Op den dag, waarop sommige gezichten verlicht en andere gezichten
verduisterd zullen zign. Wat hen betreft, wier gezicht verduisterd zal
zijn: "Hebt gij verworpen, nadat gij hadt geloofd? Ondergaat dan de
straf, omdat gij placht te verwerpen".
_
Maar degenen wier gezicht verlicht zal zijn, dezen zullen Allah's
barmhartigheid smaken; daarin zullen zij verblijven.
_
Dit zijn de tekenen van Allah welke wij u naar waarheid voordragen;
Allah wenst de werelden geen kwaad toe.
_
En aan Allah behoort al hetgeen in de hemelen en al hetgeen op aarde is
en tot Allah worden alle dingen teruggebracht.
_
Gij (Moslims) zijt het beste volk dat voor de mensheid (ter lering) is
verwekt; gij gebiedt wat goed is, verbiedt wat kwaad is en gelooft in
Allah. En, indien de mensen van het Boek hadden geloofd, zou het zeker
beter voor hen zijn geweest. Sommigen hunner zijn gelovigen, maar de
meesten hunner zijn overtreders.
_
Zij kunnen u niet schaden, alleen enige moeilijkheid bezorgen en als zij
tegen u vechten zullen zij u spoedig hun rug tonen. Dan zullen zij niet
worden geholpen.
_
Waar zij zich ook bevinden, worden zij door vernedering getroffen,
tenzij zij een verbond met Allah of een verbond met andere volkeren
hebben. Zij keerden terug met Allah's toorn en werden door armoede
getroffen. Dat kwam, doordat zij de tekenen van Allah verwierpen en de
profeten onrechtvaardig doodden. Dat kwam, doordat zij ongehoorzaam
waren en (zijn gebod) overtraden.
_
Zij zijn niet allen gelijk. Onder de mensen van het Boek is een oprechte
groep, die het Woord van Allah in de uren van de nacht opzegt en zich
met het gelaat ter aarde werpt.
_
Zij geloven in Allah en de laatste Dag en gebieden het goede en
verbieden het kwade en wedijveren met elkander in goede werken. Dezen
behoren tot de rechtvaardigen.
_
En het goede dat zij doen, zal niet worden ontkend en Allah kent de
Godvrezenden.
_
Voorzeker, degenen die verwerpen hun bezittingen noch kinderen zullen
hun iets kunnen baten tegen Allah en dezen worden de bewoners van het
Vuur. Zij zullen daarin verblijven.
_
De gelijkenis van hetgeen zij voor het tegenwoordige leven besteden is
als de wind, gepaard aan een hevige koude, die de oogst treft van een
volk, dat zichzelf onrecht heeft aangedaan en deze vernietigt. En Allah
had hun geen onrecht aangedaan, maar zij doen zichzelf onrecht aan.
_
O gij die gelooft, neemt buiten uw volk geen ander tot intieme vrienden;
zij zullen niet in gebreke blijven u te benadelen. Zij houden van
leedvermaak. Nijd laten zij blijken en wat hun innerlijk verbergt is nog
erger. Wij hebben u onze geboden duidelijk gemaakt, indien gij ze wilt
begrijpen.
_
Ziet, gij hebt hen lief, maar zij hebben u niet lief. En gij gelooft in
het gehele Boek; wanneer zij u ontmoeten zeggen zij: "Wij geloven." maar
wanneer zij alleen zijn, bijten zij op hun vingertoppen van razernij
over u. Zeg: "Sterft in uw razernij." Waarlijk, Allah weet goed wat in
de harter is.
_
Als u iets goeds overkomt verdriet het hen en als u iets kwaads overkomt
verheugen zij zich er over. Maar, indien gij geduldig blijft en God
vreest, zullen hun plannen u in het geheel niet schaden; voorzeker,
Allah weet hetgeen zij doen.
_
Toen gij in de vroege morgen van uw huisgezin wegtrokt om de gelovigen
hun plaatsen voor het gevecht aan te wijzen, - Allah is Alhorend,
Alwetend. -
_
Toen wilden twee uwer groepen lafheid tonen, hoewel Allah hun Vriend
was. En in Allah behoren de gelovigen te vertrouwen.
_
En Allah had u reeds bij Badr geholpen, terwijl gij machteloos waart.
Vreest daarom Allah, opdat gij dankbaar zult zijn.
_
Toen gij tot de gelovigen zeidet: "Zal het niet genoeg voor u zijn, dat
uw Heer u met drie duizend nedergezonden engelen zal helpen?
_
Ja, indien gij geduldig en rechtvaardit zijt en zij (de ongelovigen) u
dadelijk in wilde vaart aanvallen, zal uw Heer u met vijf duizend
nedergezonden engelen bijstaan."
_
En Allah heeft het alleen als blijde boodschap voor u gemaakt om uw hart
daardoor gerust te stellen en hulp komt slechts van Allah, de
Almachtige, de Alwijze.
_
Opdat Hij een deel der ongelovigen kon afsnijden en hen vernederen,
zodat zij onverrichter zake zouden teruggaan.
_
Gij hebt met de zaak niets uitstaande: Hij (Allah) moge Zich in
barmhartigheid tot hen wenden of hen straffen, voorzeker zij zijn de
boosdoeners.
_
En aan Allah behoort al hetgeen in de hemelen en al hetgeen op aarde is.
Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil en Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
O gij die gelooft, neemt geen rente, daar (deze) aanleiding geeft tot
eindeloze vermeerdering (van bezit) en vreest Allah, opdat gij moogt slagen.
_
En vreest het Vuur dat voor de ongelovigen is bereid.
_
En gehoorzaamt Allah en de boodschapper, zodat u barmhartigheid moge
worden betoond.
_
Wedijvert met elkaar in het vragen om vergiffenis van uw Heer en om het
paradijs, welks uitgestrektheid de hemelen en de aarde is, bereid voor
de godvrezenden,
_
Zij, die in voorspoed en in tegenspoed wel doen en zij, die toorn
onderdrukken en mensen vergeven; Allah heeft hen die goed doen, lief.
_
En zij, die wanneer zij een slechte daad begaan of zichzelf onrecht
aandoen Allah gedenken en om vergiffenis vragen voor hun zonden - wie
kan deze zonden vergeven buiten Allah? - en niet volharden in hun
(slechte) daden tegen beter weten in,
_
Dezen zijn het, wier loon vergiffenis is van hun Heer; in tuinen waar
doorheen rivieren stromen zullen zij vertoeven; hoe goed is het loon van
degenen die werken.
_
Voorzeker, vóór u zijn verschillende volkeren voorbijgegaan, reist
daarom over de aarde en ziet, hoe het einde was van degenen, die loochenden.
_
Dit is een duidelijke verklaring voor de mensen, een leiding en
vermaning voor de godvrezenden.
_
Verslapt noch treurt; gij zult zeker overwinnaar worden, als gij gelovig
blijft.
_
Als gij (Moslims) letsel krijgt (in de strijd); dat volk (de
tegenstander) is reeds een dergelijk letsel overkomen. Zulke dagen laten
Wij onder de mensen wisselen, opdat Allah degenen, die geloven
onderscheide en uit uw midden getuigen (martelaren) neme en Allah heeft
de onrechtvaardigen niet lief.
_
Opdat Allah de gelovigen moge louteren en de ongelovigen vernietigen.
_
Denkt gij, dat gij het paradijs moogt binnengaan, terwijl Allah degenen
uwer die strijden en standvastig zijn nog niet heeft onderscheiden?
_
En gij placht deze dood te wensen voordat gij hem ontmoettet, nu hebt
gij hem gezien en gij staart er naar.
_
En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers
vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij
sterft of gedood wordt? Hij, die zich omkeert zal aan Allah in het
geheel geen schade berokkenen. En Allah zal de dankbaren gewis belonen.
_
Geen ziel kan sterven zonder Allah's toestemming, daar de tijd is
vastgesteld. En wie de beloning van de tegenwoordige wereld wenst,
zullen Wij er van geven; en wie de beloning van het Hiernamaals wenst,
hem zullen Wij daar van geven en Wij zullen de dankbaren gewis belonen.
_
Er zijn vele profeten geweest aan wier zijden talrijke aanbidders van de
Heer streden. Zij verslapten door niets wat hen op de weg van Allah
overkwam, noch verzwakten zij, noch vernederden zij zich. En Allah heeft
de geduldigen lief.
_
En hun woord was slechts: "Onze Heer, vergeef ons onze zonden en de
buitensporigheden in ons gedrag en maak ons standvastig en help ons
tegen het ongelovige volk."
_
Daarom gaf Allah hun de beloning van deze wereld, alsmede een goede
beloning in de volgende en Allah heeft degenen die goeddoen, lief.
_
O gij die gelooft, als gij de ongelovigen gehoorzaamt, zullen zij u doen
omkeren (op het goede pad); dan zult gij als verliezers terugkomen.
_
Neen, Allah is uw Beschermer en Hij is de Beste der helpers.
_
Wij zullen de harten der ongelovigen met ontzag vervullen omdat zij aan
Allah deelgenoten toeschrijven waarvoor Hij geen gezag heeft
nedergezonden. Hun verblijfplaats is het Vuur en slecht is de woning der
overtreders.
_
En Allah heeft Zijn belofte aan u gehouden, toen gij hen met Zijn verlof
dooddet totdat gij onstandvastig werdt en het over het gebod onder
elkander oneens werdt en gij niet gehoorzaamdet, nadat Hij u hetgeen u
behaagde had laten zien. Onder u waren er die deze tegenwoordige wereld
begeerden en er waren onder u die het Hiernamaals begeerden. Toen wendde
Hij u van hen af, opdat Hij u mocht beproeven; maar Hij heeft het u
vergeven. Allah is Genadevol jegens de gelovigen.
_
Toen gij wegvluchttet en naar niemand omzaagt, terwijl de boodschapper u
van verre nariep, gaf Hij u smart op smart, opdat gij niet zoudt treuren
over hetgeen was verloren, noch over hetgeen met u gebeurde. En Allah is
goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
Toen zond Hij na de smart een vredige sluimer over u neder, die een deel
uwer overviel en het andere deel was bezorgd over zichzelf, terwijl zij
ten onrechte, over Allah de gedachte der onwetendheid koesterden. Zij
zeiden: "Hebben wij iets met de zaak uit te staan?" Zeg: "De zaak is
geheel in Allah's handen." Zij verbergen in hun gedachten hetgeen zij
niet aan u onthullen; zij zeggen: "Als de zaak in onze handen was
geweest zouden wij hier niet hebben moeten vechten." Zeg: "Indien gij in
uw huizen waart gebleven, zouden zij wie het strijden was bevolen, zeker
naar de plaats waar zij zouden sterven, zijn gegaan, opdat Allah mocht
beproeven wat in uw innerlijk was en louteren wat in uw hart was. Allah
weet, wat in het innerlijk is.
_
Voorzeker, diegenen onder u die op de dag waarop de twee scharen
elkander ontmoetten, omkeerden, werden door Satan wegens hun daden aan
het wankelen gebracht. Maar Allah heeft het hen vergeven. Voorwaar,
Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam.
_
O gij die gelooft, weest niet als de ongelovigen die over hun broeders,
wanneer zij door het land reizen of ten strijde trekken, zeggen: "Waren
zij bij ons gebleven, zij zouden niet zijn gestorven of gedood; opdat
Allah dit tot een oorzaak van wroeging in hun (der ongelovigen) hart
moge maken. Allah geeft leven en veroorzaakt de dood; Allah ziet, wat
gij doet.
_
En als gij voor de zaak van Allah wordt gedood of sterft, zal Allah's
vergiffenis en barmhartigheid zeker beter zijn, dan hetgeen zij bijeengaren.
_
En indien gij sterft of gedood wordt, voorzeker, tot Allah zult gij
worden teruggebracht.
_
Door de barmhartigheid van Allah zijt gij (de Profeet) zachtmoedig
jegens hen (gelovigen); als gij ruw en hardvochtig waart geweest zouden
zij zich zeker uit uw omgeving hebben verwijderd. Vergeef hen daarom en
vraag voor hen vergiffenis en raadpleeg hen in belangrijke zaken en
wanneer gij vastbesloten zijt, leg dan uw vertrouwen in Allah.
Voorzeker, Allah heeft degenen lief die vertrouwen in Hem hebben.
_
Als Allah u helpt, zal niemand u overweldigen, maar als Hij u verlaat,
wie is er dan die u buiten Hem kan helpen? In Allah zullen de gelovigen
hun vertrouwen leggen.
_
En het betaamt een profeet niet oneerlijk te handelen; wie oneerlijk
handelt zal op de Dag der Opstanding zijn oneerlijke handelingen met
zich meebrengen. Dan zal iedere ziel ten volle worden vergolden naar
hetgeen zij verdiende, - toch zal hun geen onrecht worden aangedaan.
_
Is hij die het behagen van Allah zoekt en hij die de toorn van Allah tot
zich trekt en wiens verblijfplaats de hel is, gelijk? Deze (laatste) is
een slechte bestemming.
_
Zij hebben bij Allah graden en Allah ziet wat zij doen.
_
Voorwaar, Allah heeft de gelovigen een gunst bewezen, daar Hij een
boodschapper uit hun midden opwekte, die hun Zijn tekenen verkondigt,
hen loutert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, hoewel zij
voordien duidelijk dwaalden.
_
Wanneer u rampspoed overkomt - en gij hadt het dubbele er van aangedaan
(aan uw vijanden) - zegt gij: "Vanwaar komt dit?" Zeg: "Het komt door
uzelf." Voorwaar, Allah heeft macht over alle dingen.
_
En hetgeen u op de dag waarop de twee partijen elkander ontmoetten, is
overkomen, geschiedde met Allah's verlof en dit was om de gelovigen te
onderscheiden,
_
En opdat Hij de huichelaars mocht doen onderkennen. En er werd tot hen
gezegd: "Komt en vecht voor Allah's zaak en verdedigt u." Zij zeiden:
"Als wij wisten dat het vechten was, zouden wij u zeker hebben gevolgd."
Zij stonden op die dag dichter bij het ongeloof dan bij het geloof. Zij
zeggen met hun mond wat niet in hun hart is. Doch Allah weet goed wat
zij verbergen.
_
Degenen, die omtrent hun broeders zeiden terwijl zij zelf achterbleven:
"Als zij ons hadden gehoorzaamd, zouden zij niet zijn gedood." Zeg:
"Wendt dan de dood van uzelf af, als gij waarheid spreekt."
_
En denkt niet over degenen, die terwille van Allah zijn gedood, als
doden. Neen, zij zijn levend en bij hun Heer worden hun gaven geschonken.
_
Jubelend, over hetgeen Allah hun van Zijn overvloed heeft gegeven, zich
verblijdend over degenen die achterbleven, en hen nog niet hebben
ingehaald, dat er geen vrees over hen zal komen, noch dat zij zullen
treuren.
_
Zij verheugen zich over Allah's gunst en Zijn overvloed en dat Allah de
beloning der gelovigen niet verloren doet gaan.
_
Degenen, die de roep van Allah en de boodschapper beantwoordden, nadat
zij gewond waren - diegenen hunner, die goeddoen en rechtvaardig
handelen, zullen een grote beloning ontvangen.
_
En toen de mensen tot hen zeiden: "De volkeren hebben zich tegen u
verzameld, vreest hen daarom," vermeerderde dit hun geloof en zij
antwoordden: "Allah is ons genoeg en Hij is een uitstekende Beschermer."
_
Daarom keerden zij met de gunst en genade van Allah terug, geen kwaad
had hen aangeraakt en zij volgden Allah's welbehagen; en Allah is de
Heer van grote overvloed.
_
Satan alleen maakt zijn vrienden bang: vreest dezen niet maar vreest
Mij, als gij gelovigen zijt.
_
En laat degenen, die vlug tot ongeloof vervallen, u niet verdrieten;
voorzeker, zij kunnen Allah niets aandoen. Allah wil hen aan het
toekomstig leven geen deel doen hebben, er zal voor hen een strenge
straf zijn.
_
Waarlijk, degenen die het ongeloof hebben aanvaard in ruil voor het
geloof, kunnen Allah niets aandoen; hen wacht een pijnlijke straf.
_
En laat de ongelovigen niet denken dat het uitstel, dat Wij hun geven,
goed voor hen is; Wij geven hun slechts uitstel, zodat zij in zonde
toenemen; er zal voor hen een vernederende straf zijn.
_
Allah is niet zo dat Hij de gelovigen in de toestand laat waarin zij
verkeren, totdat Hij de kwaden van de goeden scheidt, noch is Allah zo,
dat Hij u het ongeziene bekend maakt. Maar Allah kiest tot Zijn
boodschappers, wie Hij wil. Gelooft daarom in Allah en Zijn
boodschappers. Als gij gelooft en rechtvaardig zijt, zal er een grote
beloning voor u zijn.
_
En laat degenen, die gierig zijn, ten opzichte van wat Allah hun van
Zijn overvloed heeft gegeven, niet denken, dat het goed voor hen is,
neen, het is slecht voor hen. Hetgene, waarmee zij gierig zijn zal op de
Dag der Opstanding als een halsband om hun nek worden gelegd. En aan
Allah behoort het erfdeel der hemelen en der aarde en Allah is goed op
de hoogte van hetgeen gij doet.
_
En voorzeker, Allah heeft de uiting gehoord van degenen, die zeiden:
"Allah is arm en wij zijn rijk." Wij zullen hetgeen zij hebben gezegd en
hun pogingen om de profeten onrechtvaardig te doden, optekenen en Wij
zullen zeggen: "Ondergaat de straf van het branden."
_
Dit is hetgeen gij hebt verdiend: Allah is in het geheel niet
onrechtvaardig jegens zijn dienaren.
_
En degenen, die zeggen: "Allah heeft ons opgedragen in geen boodschapper
te geloven, voordat deze ons een offer brengt dat door het vuur wordt
verteerd", zeg hun: "Er zijn reeds vóór mij boodschappers tot u gekomen
met duidelijke tekenen en met hetgeen, waarover gij spreekt. Waarom
trachttet gij hen dan te doden, als gij eerlijk zijt?"
_
En wanneer men u (de profeet) verloochent, (weet dan) dat er eveneens
boodschappers vóór u verloochend werden die met duidelijke tekenen en
geschriften en het stralende Boek kwamen.
_
Elke ziel zal de dood ondergaan. En voorzeker zal u op de Dag der
Opstanding uw beloning ten volle worden uitbetaald. Wie daarom van het
Vuur wordt verwijderd en de Hemel binnengelaten, heeft inderdaad zijn
doel bereikt. Het leven dezer wereld is niets dan een middel tot bedrog.
_
Gij zult zeker worden beproefd in uw bezittingen en in uzelf en gij zult
gewis vele pijnlijke dingen horen van degenen, aan wie het Boek was
gegeven vóór u en van degenen, die afgoderij bedrijven. Maar als gij
geduldig blijft en rechtvaardig handelt, dat is waarlijk een zaak van
vastberadenheid.
_
En toen Allah een verbond sloot met degenen, die het Boek gegeven was,
zeide Hij: "Gij zult dit aan de mensen bekend maken en het niet
verbergen." Maar zij verwaarloosden dat voor luttel gewin. Kwaad was
hetgeen zij in ruil namen.
_
Degenen die juichen over hetgeen zij hebben gedaan en gaarne worden
geroemd voor hetgene zij niet deden, denkt niet, dat zij veilig zijn
voor straf. Er wacht hen een pijnlijke kastijding.
_
En aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en Allah
heeft macht over alle dingen.
_
Er zijn voorzeker in de schepping der hemelen en der aarde en in de
wisseling van dag en nacht tekenen voor mensen van begrip.
_
Zij die staande, zittende en op hun zijden liggende Ailah gedenken, en
nadenken over de schepping der hemelen en der aarde, zeggende: "Onze
Heer, Gij hebt dit niet tevergeefs geschapen; neen, heilig zijt Gij; red
ons daarom van de straf van het Vuur.
_
Onze Heer, wie Gij het Vuur doet ingaan, hem hebt Gij voorzeker
vernederd. En de onrechtvaardigen zullen geen helper vinden.
_
Onze Heer, wij hebben een prediker gehoord, die opriep tot het geloof:
'Gelooft in de Heer' en wij hebben geloofd. Onze Heer, vergeef ons
daarom onze zonden en bedek onze zwakheden en doe ons sterven met de
rechtvaardigen.
_
Onze Heer, schenk ons hetgeen Gij ons door Uw boodschappers hebt beloofd
en verneder ons niet op de Dag der Opstanding. Voorzeker, Gij breekt de
belofte niet."
_
En hun Heer verhoorde hen, zeggende: "Ik zal het werk van iedere werker
onder u, hetzij man of vrouw, niet verloren doen gaan. - Gij behoort tot
elkander. - En Ik zal van hen, die hun land verlieten en van hun huizen
zijn verjaagd en voor Mijn zaak zign vervolgd en die hebben gevochten en
zijn gedood, de fouten zeker bedekken en zal hen tuinen doen binnengaan,
waar doorheen rivieren stromen: een beloning van Allah en bij Allah is
de beste beloning."
_
Laat de bewegingen der ongelovigen in het land u niet bedriegen.
_
Het is een gering voordeel voor hen; daarna zal de hel hun tehuis zijn
en slecht is deze rustplaats.
_
Maar zij, die hun Heer vrezen, zullen tuinen hebben, waar doorheen
rivieren stromen, daarin zullen zij vertoeven als onthaal van Allah. En
hetgeen bij Allah is, is voor de rechtvaardigen beter.
_
En voorzeker, onder de mensen van het Boek zijn er, die in Allah en in
hetgeen u is geopenbaard en in hetgeen tot hen was neergedaald, geloven,
zich voor Allah verootmoedigend. Zij ruilen de tekenen van Allah niet in
voor een geringe prijs. Dezen zijn het, die hun beloning bij hun Heer
zullen ontvangen. Voorzeker, Allah is vlug in het verrekenen.
_
O, gij die gelooft, blijft geduldig en spoort anderen aan volhardend te
zijn en blijft op uw hoede en vreest Allah, opdat gij zult slagen.
_
O, gij mensen, vreest uw Heer, Die u van één enkele ziel schiep en
daaruit haar gezellin schiep en uit hen beiden mannen en vrouwen
verspreidde en vreest Allah in Wiens naam gij een beroep op elkander
doet en (weest plichtsgetrouw) betreffende de familiebanden. Voorwaar,
Allah is Bewaker over u.
_
En geeft de wezen hun eigendom en verruilt het slechte (van u) niet voor
het goede (van hen) noch verbruikt hun eigendom met het uwe. Voorzeker,
dat is een grote zonde.
_
En als gij vreest dat gij niet rechtschapen zult zijn bij het behandelen
der wezen, huwt dan vrouwen die u behagen, twee of drie, of vier en als
gij vreest, dat gij niet rechtvaardig zult handelen, dan één of wat uw
rechter handen bezitten. Dat is voor u de beste weg, om
onrechtvaardigheid te voorkomen.
_
En geeft de vrouwen gewillig haar huwelijksgift. Maar als zij naar haar
eigen behagen u er een gedeelte van kwijtschelden, geniet het dan met
genoegen en heilzaam gevolg.
_
En geeft eigendom, dat Allah als middel van bestaan heeft gegeven niet
aan de dwazen (in eigen beheer), maar voedt hen er mee en kleedt hen en
spreekt vriendelijke woorden tot hen.
_
En ondervraagt de wezen, wanneer zij de huwbare leeftijd bereikt hebben:
als gij in hen rijpheid van verstand vindt stelt hun dan hun eigendom
ter hand; en verteert het niet in buitensporigheid en haast, omdat zij
opgroeien. En laat hij, die rijk is zich onthouden en laat hij die arm
is naar billijkheid er gebruik van maken. En wanneer gij hun eigendommen
overhandigt, neemt er dan getuigen bij. Allah is toereikend om
rekenschap te vragen.
_
Er is voor mannen een aandeel van hetgeen hun ouders en bloedverwanten
nalaten en er is voor vrouwen een aandeel van hetgeen hun ouders en
bloedverwanten nalaten, of het weinig of veel zij: een vastgesteld gedeelte.
_
Wanneer verwanten en wezen en de armen bij de verdeling (der erfenis)
aanwezig zijn, geeft hun er iets van en spreekt vriendelijke woorden tot
hen.
_
En laat hen Allah vrezen, die, indien zij hun eigen zwakke nageslacht
mochten achterlaten, bezorgd zouden zijn. Laat hen Allah daarom vrezen
en laat hen het juiste woord spreken.
_
Voorzeker, zij, die het eigendom van wezen onrechtvaardig verteren,
verteren slechts vuur in hun buik en zij zullen in een laaiend Vuur branden.
_
Allah gebiedt u aangaande uw kinderen: voor het mannelijke kind evenveel
als het deel van twee vrouwelijke kinderen, maar als er alleen meisjes
zijn, meer dan twee, dan is er voor haar tweederde van de nalatenschap
en als er slechts één is, voor haar is de helft. En voor elk zijner
ouders is er een zesde deel der erfenis, als hij een kind heeft, maar
als hij geen kind heeft en zijn ouders van hem erven, dan is er voor
zijn moeder een derde deel en als hij broeders en zusters heeft, dan is
er voor zijn moeder een zesde deel na de betaling van enig legaat, dat
hij heeft nagelaten of van (niet vereffende) schuld. Uw ouders en uw
kinderen, gij weet niet, wie van hen u het meest tot heil is. Dit is
vastgesteld door Allah. Voorzeker, Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En gij zult de helft hebben van hetgeen uw vrouwen nalaten, indien zij
geen kind hebben, maar indien zij een kind hebben, is er voor u een
vierde van hetgeen zij nalaten na de betaling van enig legaat, dat zij
hebben nagelaten of van schuld. En zij zullen een vierde hebben van
hetgeen gij nalaat, als gij geen kind hebt, maar als gij een kind hebt,
zo is er voor hen een achtste deel van hetgeen gij nalaat, na de
betaling van enig legaat of van onverrekende schuld. En indien er een
man of een vrouw is, van wie wordt geërfd en deze is ouderloos en
kinderloos en heeft een broeder of een zuster, dan is er voor elk hunner
een zesde deel. Maar als er meer dan dezen zijn, dan zijn zij
deelgenoten in een derde na de betaling van enig legaat, dat is
nagelaten of van schuld, zonder benadeling. Dit is gebod van Allah en
Allah is Alwetend, Verdraagzaam.
_
Dit zijn de door Allah vastgestelde bepalingen en wie Allah en Zijn
boodschapper gehoorzaamt, Hij zal hem tuinen doen binnengaan, waar
doorheen rivieren stromen, daar zullen zij in verblijven en dat is een
grote zegepraal.
_
En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt en Zijn grenzen
overschrijdt zal Hij het Vuur doen binnengaan; hij zal daarin verblijven
en dit zal voor hem een vernederende straf zijn.
_
En voor degenen uwer vrouwen, die zich aan ontucht schuldig maken, roept
vier uwer als getuigen tegen haar en als zij getuigen, sluit haar dan in
de huizen op, totdat de dood haar achterhaalt, of totdat Allah haar een
weg opent.
_
En als twee temiffen van u zich hieraan schuldig maken, straft hen
beiden. En als zij berouw hebben en zich verbeteren, laat hen dan met
rust, voorzeker, Allah is Berouwaanvaardend, Genadevol.
_
Waarlijk, berouw bestaat bij Allah alleen van degenen, die in
onwetendheid kwaad doen en dan daarna berouw hebben. Dezen zijn het, tot
wie Allah Zich met barmhartigheid wendt; en Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Er is geen (aanvaarding van) berouw voor degene, die kwaad doet, totdat
de dood hem in het gezicht staart en hij zegt: 'Ik heb berouw;' noch
voor degenen die als ongelovigen sterven. Dezen zijn het, voor wie Wij
een pijnlijke straf hebben bereid.
_
O, gij die gelooft, het is u niet geoorloofd, vrouwen te erven tegen
haar wil, noch moogt gij haar tegenhouden opdat gij een gedeelte van wat
gij haar hebt gegeven, moogt terugnemen, tenzij zij schuldig zijn aan
een schandelijk kwaad; en blijft met haar vriendelijk omgaan en als gij
afkeer van haar hebt, kan het zijn, dat gij afkeer hebt van iets, waarin
Allah veel goeds kan hebben gelegd.
_
En indien gij een vrouw in plaats van een andere wenst te nemen en gij
hebt één harer een schat gegeven, neemt er niets van terug. Wilt gij het
door laster en een klaarblijkelijk zondige manier nemen?
_
En hoe kunt gij het nemen, wanneer de een uwer tot de andere is ingegaan
en zij een sterk verbond met u hebben gesloten?
_
En huwt niet de vrouwen, die uw vaders huwden, met uitzondering van wat
reeds gebeurd is. Het is een slecht en afschuwelijk iets en een
verkeerde weg.
_
Verboden zijn u uw moeders en uw dochters en uw zusters en uw vaders
zusters en uw moeders zusters en uw broeders dochters en uw zusters
dochters en uw minnen en uw zoogzusters en de moeders uwer vrouwen en uw
stiefdochters, die uw beschermelingen zijn door uw vrouwen tot wie gij
zijt ingegaan, maar als gij niet tot haar zijt ingegaan zal er geen
zonde op u rusten en de vrouwen uwer eigen zonen (zign ook verboden)
alsmede twee zusters tezamen te hebben, met uitzondering van wat reeds
voorbij is; gewis, Allah is Vergevensgezind, Genadevol;
_
En getrouwde vrouwen, met uitzondering van haar, die gij bezit. Dit is
een gebod van Allah voor u. Degenen, die daar buiten vallen, zijn u
toegestaan; dat gij zoekt door middel van wat gij bezit haar behoorlijk
te huwen en geen overspel te plegen. En geeft haar een huwelijksgift,
tegenover de voordelen, die gij van haar hebt, dit is verplicht; er zal
na het vaststellen daarvan geen zonde op u rusten in alles wat gij
onderling overeenkomt. Voorzeker, Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En wie uwer het niet kan bekostigen vrije gelovige vrouwen te huwen, hij
huwe hetgeen gij bezit, namelijk gelovige slavinnen. En Allah kent uw
geloof het beste. Gij zijt van elkander; huwt haar daarom met de
toestemming van haar meesters en geeft haar een huwelijksgift op de
gebruikelijke wijze, kuis zijnde, geen ontucht plegende, noch er
heimelijke minnaars op nahoudende. En indien zij, nadat zij gehuwd zijn
zich schuldig maken aan ontrouw - geldt voor haar de helft van de straf,
die voor de vrije vrouwen is voorgeschreven. Dit is voor degene uwer die
vreest te zondigen. Maar het is beter voor u dat gij u weerhoudt en
Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Allah wenst u te onderrichten en te leiden naar de paden van degenen die
vóór u waren en u Zijn barmhartigheid te betonen. Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En Allah wenst Zich in barmhartigheid tot u te wenden, maar zij, die hun
lagere begeerte volgen, wensen dat gij ver zult afdwalen.
_
Allah wil uw last verlichten, want de mens is zwak geschapen.
_
O, gij die gelooft, gebruikt elkanders eigendom niet met leugen en
bedrog maar handelt bij onderlinge overeenkomst. En pleeg geen
zelfmoord. Voorzeker, Allah is u Genadevol.
_
En wie dit ook doet bij wijze van overtreding en onrechtvaardigieid, hem
zullen Wij in het Vuur werpen; en dat is voor Allah eenvoudig.
_
Als gij de grootste dingen die u verboden zijn vermijdt, zullen Wij uw
zwakheden voor u bedekken en u tot een plaats van grote eer toelaten.
_
En begeert niet datgene, waarmede Allah sommigen uwer boven anderen deed
uitblinken. Mannen zullen een aandeel hebben in hetgeen zij hebben
verdiend en vrouwen zullen een aandeel hebben in hetgeen zij hebben
verdiend. En vraagt om Allah's overvloed. Waarlijk, Allah kent alle dingen.
_
En voor een ieder hebben Wij erfgenamen bepaald ten aanzien van hetgeen
de ouders en de bloedverwanten nalaten; en van degenen met wie uw eden
een overeenkomst hebben bekrachtigd, geeft ieder hunner daarom zijn
deel. Waarlijk, Allah is Bewaker over alle dingen.
_
Mannen zijn voogden over de vrouwen omdat Allah de enen boven de anderen
heeft doen uitmunten en omdat zij van hun rijkdommen besteden. Deugdzame
vrouwen zijn dus zij, die gehoorzaam zijn en heimelijk bewaren, hetgeen
Allah onder haar hoede heeft gesteld. En degenen, van wie gij
ongehoorzaamheid vreest, wijst haar terecht en laat haar in haar bedden
alleen en tuchtigt haar. Als zij u dan daarna gehoorzamen, zoekt geen
weg tegen haar. Waarlijk, Allah is Verheven, Groot.
_
En als gij een breuk tussen hen vreest, stelt dan een scheidsrechter van
zijn familie en van haar familie aan. Indien zij verzoening wensen zal
Allah deze tussen hen tot stand brengen. Voorzeker, Allah is Alwetend,
Alkennend.
_
En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst
vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de
nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur die een bloedverwant is en
aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn.
Voorzeker, Allah heeft de pochers en de opscheppers niet lief.
_
Evenmin die gierig zijn en de mensen aansporen ook gierig te zijn en die
hetgeen Allah hun van Zijn overvloed heeft gegeven, verbergen. Wij
hebben voor de ongelovigen een vernederende straf bereid,
_
En voor degenen, die hun rijkdommen besteden om door de mensen te worden
gezien en niet in Allah noch in de laatste Dag geloven. En wie Satan als
metgezel heeft, heeft een kwade metgezel.
_
Wat kan hun overkomen, indien zij in Allah en de laatste Dag zouden
geloven en hadden weggegeven van hetgeen Allah hen heeft geschonken?
Allah kent hen zeer goed.
_
Waarlijk, Allah doet in het geheel geen onrecht aan. Als het een goede
daad is vermenigvuldigt Hij deze en geeft van Zijn kant een grote beloning.
_
En wat geschiedt, wanneer Wij een getuige van elk volk zullen roepen en
u als getuige tegen deze zullen brengen?
_
Op die Dag zullen zij, die verwierpen en de boodschapper niet
gehoorzaamden, wensen, dat de aarde met hen gelijk zou worden gemaakt en
zij zullen geen woord voor Allah kunnen verbergen.
_
O, gij die gelooft, komt niet tot het gebed als gij bedwelmd zijt;
totdat gij weet wat gij zegt, noch, wanneer gii onrein zijt tot gij u
hebt gebaad, tenzij gij onderweg zijt. En indien gij ziek zijt, of op
reis, of een uwer van de afzondering komt, of gij hebt vrouwen
aangeraakt en gij vindt geen water, neemt dan uw toevlucht tot zuivere
aarde en veegt er uw gezicht en handen mee af. Waarlijk, Allah is
Inschikkelijk, Vergevensgezind.
_
Kent gij niet degenen, die deel hebben aan het Boek? Zij geven de
voorkeur aan dwaling en wensen, dat ook gij van de (rechte) weg moogt
afdwalen.
_
Allah kent uw vijanden goed. Allah is voldoende als Vriend en Allah is
toereikend als Helper.
_
Er zijn onder de Joden, die woorden uit hun verband rukken. En zij
zeggen: " Wij horen en gehoorzamen niet" en "luistert gij, zonder te
horen" en "Raainaa", terwijl zij woorden verdraaien en het geloof zoeken
te schenden. En indien zij gezegd hadden: "Wij horen en wij gehoorzamen"
en "hoort toe" en ,,Kijk ons aan" het dit beter en oprechter voor hen
zijn geweest. Maar Allah heeft hen wegens hun ongeloof vervloekt, zij
geloven dus slechts weinig.
_
O, mensen van het Boek, gelooft in hetgeen Wij hebben nedergezonden,
vervullende hetgeen bij u is voordat Wij uw leiders vernietigen en
neerwerpen of hen vervloeken, zoals Wij het volk van de Sabbath
vervloekten. Allah's gebod zal volbracht worden.
_
Waarlijk, Allah vergeeft niet dat men iets met Hem vereenzelvigt, maar
Hij zal al hetgeen daarbuiten staat vergeven, wie Hij wil. En wie iets
met Allah vereenzelvigt, heeft inderdaad een zeer grote zonde begaan.
_
Hebt gij over hen niet vernomen die zichzelf rein achten? Neen, Allah is
het, Die reinigt, wie Hij wil. Hen zal niet het minste onrecht worden
aangedaan.
_
Zie, hoe zij een leugen tegen Allah smeden. En dat is, voorzeker, een
klaarblijkelijke zonde.
_
Hebt gij degenen niet waargenomen aan wie een gedeelte van het Boek was
gegeven? Zij geloven in afgoden en duivelen en zeggen van de
ongelovigen: "Dezen zijn beter geleid op het pad dan de gelovigen."
_
Dezen zijn degenen die Allah heeft vervloekt en die Allah vervloekt voor
hen zult gij geen helper vinden.
_
Hadden zij een aandeel in het koninkrijk dan zouden zij de mensen zelfs
het geringste onthouden.
_
Of benijden zij de mensen om hetgeen Allah hun vanuit Zijn overvloed
heeft gegeven? Waarlijk, Wij gaven aan de kinderen van Abraham het Boek
en de Wijsheid en Wij gaven hun ook een groot koninkrijk.
_
En sommigen hunner geloofden er in en sommigen hunner weerhielden
anderen er van te (geloven). De hel, met het laaiende vuur is toereikend
(voor hen).
_
Gewis, degenen die Onze tekenen verwerpen zullen Wij weldra het Vuur
doen binnengaan. Wij zullen hen telkens, wanneer hun huiden zijn
verbrand, andere huiden er voor in de plaats geven; opdat zij de straf
ten volle zullen ondergaan. Waarlijk, Allah is Almachtig, Alwijs.
_
En degenen, die geloven en goede daden verrichten, zullen Wij tuinen
doen binnengaan waar doorheen rivieren stromen om er eeuwig te
vertoeven, daarin zullen zij reine metgezellen hebben en Wij zullen hen
door schaduw omringen.
_
Voorwaar, Allah gebiedt u het u toevertrouwde over te geven aan hen die
er recht op hebben en dat, wanneer gij tussen mensen richt, gij
rechtvaardig handelt. En waarlijk, voortreffelijk is datgene, waartoe
Allah u maant. Voorzeker, Allah is de Alhorende, de Alziende.
_
O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper en degenen,
die onder u gezag hebben. En indien gij over iets twist, verwijst het
naar Allah en Zijn boodschapper, als gij gelooft in Allah en de laatste
Dag. Dit is beter en uiteindelijk het beste.
_
Kent gij niet degenen, die beweren dat zij geloven in hetgeen u is
geopenbaard en hetgeen vóór u is geopenbaard? Zij wensen recht te zoeken
bij de opstandigen ofschoon het hun was geboden, dezen te verwerpen. En
Satan wenst hen ver van het rechte pad te doen afdwalen.
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Komt tot hetgeen Allah heeft
nedergezonden en tot Zijn boodschapper", ziet gij dan de huichelaars
zich vol afkeer van u afwenden?
_
Hoe kan het dan dat, wanneer een rampspoed over hen komt door hetgeen
zij verdienden, zij zwerend tot u komen: "Bij Allah, wij beoogden niets
dan het goede (te doen) en verzoening?"
_
Allah weet wat in het hart van dezen is. Wend u daarom van hen af en
vermaan hen en spreek tot hen een doeltreffend woord ten bate van henzelf.
_
Wij zenden geen boodschapper of hij moet worden gehoorzaamd volgens
Allah's gebod. Als zij tot u waren gekomen, toen zij hun ziel onrecht
hadden aangedaan en Allah om vergiffenis hadden gevraagd en de
boodschapper ook om vergiffenis voor hen had gevraagd, zouden zij Allah
voorzeker Berouwaanvaardend, Genadevol hebben bevonden.
_
Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u
(profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen
aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al
onderwerpen.
_
En indien Wij hun hadden geboden: "Wijdt u ten dode" of: "verlaat uw
huizen" zouden zij het met uitzondering van weinigen hunner niet hebben
gedaan en indien zij hetgeen hun gemaand was te doen, hadden gedaan, zou
het voor hen zeker goed zijn geweest en het, beste ter versterking (van
hun geloof).
_
En Wij zouden hun gewis een grote beloning van Ons hebben gegeven.
_
En Wij zouden hen zeker op het rechte pad hebben geleid.
_
En wie aldus Allah en deze boodschapper gehoorzaamt, zal zijn onder
degenen wie Allah Zijn zegeningen heeft geschonken, namelijk, de
profeten, de waarachtigen, de getuigen (martelaars) en de goeden en
dezen zijn uitstekende metgezellen.
_
Dit is de genade van Allah en Allah is toereikend als de Alwetende.
_
O, gij die gelooft, neemt uw voorzorgsmaatregelen, rukt dan op in
afzonderlijke groepen of allen tezamen.
_
En onder u is hij, die achter blijft en als u een rampspoed overkomt,
zegt hij: "Waarlijk, Allah is mij genadig geweest omdat ik niet bij hen
tegenwoordig was."
_
Maar als een genade van Allah tot u komt, zegt hij - alsof er geen
vriendschap tussen u en hem bestond - "Ware ik bij hen geweest, dan zou
ik inderdaad een groot voordeel hebben bereikt."
_
Laten derhalve zij, die hun tegenwoordig leven voor het leven in het
Hiernamaals willen offeren, voor de zaak van Allah strijden. En wie voor
de zaak van Allah strijdt, hetzij hij gedood wordt of overwint, weldra
zullen Wij hem een grote beloning geven.
_
En waarom strijdt gij niet voor de zaak van Allah en voor de zwakken --
mannen, vrouwen en kinderen - die zeggen: "Onze Heer, neem ons uit deze
stad waarvan de bewoners onderdrukkers zijn en schenk ons een vriend en
een helper uwerzijds.
_
Zij die geloven, strijden voor de zaak van Allah, maar de ongelovigen
strijden voor de zaak van de boze. Strijdt daarom tegen de vrienden van
Satan; voorzeker, Satan's plan is zwak.
_
Ziet gij niet degenen, tot wie gezegd werd: "Weerhoudt uw handen, houdt
het gebed en betaalt de Zakaat? " En wanneer het strijden hun is
voorgeschreven, ziet, een deel hunner vreest de mensen zoals men Allah
behoort te vrezen, of zelfs nog erger en zij zeggen: "Onze Heer, waarom
hebt Gij ons het strijden voorgeschreven? Waarom hebt Gij ons niet voor
een korte tijd uitstel verleend?" Zeg: "Het voordeel van deze wereld is
gering en het Hiernamaals zal beter zijn voor hem die Allah vreest. En u
zal niet het minste onrecht worden aangedaan.
_
Waar gij ook zijt, de dood zal u achterhalen, zelfs al waart gij in
sterk gebouwde torens. En als hen iets goeds overkomt zeggen zij: "Dit
komt van Allah" en als hen iets kwaads overkomt zeggen zij: "Dit komt
van u" (van de profeet). Zeg: "Alles komt van Allah". Wat scheelt deze
mensen, dat zij het woord niet willen begrijpen?
_
Welk goed ook tot u komt, dat komt van Allah en welk kwaad u overkomt,
komt door uzelf. En wij hebben u als boodschapper tot de mensheid
gezonden; Allah is als Getuige toereikend.
_
Wie de boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt inderdaad Allah en wie zich
afkeert - tot hen hebben wij u niet als bewaker gezonden.
_
En zij zeggen: "Gehoorzaamheid", maar wanneer zij van u weggaan, smeedt
een deel hunner plannen in de nacht tegen hetgeen gij hebt gezegd. Allah
tekent op, al hetgeen zij beramen gedurende de nacht. Wend u dus van hen
af en stelt uw vertrouwen in Allah alleen. Allah is toereikend als Voogd.
_
Denken zij dan niet na over de Koran? Was deze van iemand anders dan van
Allah dan hadden zij zeker menige tegenstrijdigheid daarin ontdekt.
_
En als er enig nieuws tot hen komt, hetzij over vrede of over vrees,
verspreiden zij het en indien zij het naar de boodschapper hadden
verwezen en naar hun gezaghebbers dan zouden degenen, die het konden
verwerken, het zeker hebben begrepen. En ware Allah's genade en Zijn
barmhartigheid niet over u, dan zoudt gij zeker met uitzondering van
enkelen, Satan hebben gevolgd.
_
Strijd daarom voor de zaak van Allah - slechts gij wordt
verantwoordelijk gesteld - en spoor de gelovigen aan. Het kan zijn, dat
Allah de macht der ongelovigen zal beteugelen en Allah is sterker in
macht en streng in het opleggen van straf.
_
Wie het goede bijvalt, zal er aandeel aan hebben en wie het kwade
bijvalt zal er een gelijk aandeel aan hebben; En Aliah houdt toezicht
over alles.
_
En wanneer gij met een groet wordt begroet, groet dan terug met een
betere groet, of geeft deze althans terug. Voorzeker, Allah houdt
rekening met alle dingen.
_
Allah! Er is geen God, dan Hij. Hij zal u zeker bijeenroepen op de Dag
der Opstanding, waaromtrent geen twijfel is. En wie is waarachtiger in
Zijn woord, dan Allah?
_
Waarom zijt gij betreffende de huichelaars (in) twee partijen
(verdeeld)? Allah heeft hen neergeslagen wegens hetgeen zij verdienden.
Wenst gij hen te leiden, die Allah te gronde deed gaan? En voor hen, die
Allah doet dwalen, zult gij geen uitweg vinden.
_
Zij wensen dat gij verwerpt, evenals zij hebben verworpen, zodat gij aan
hen gelijk zult worden. Neemt derhalve geen vrienden uit hun midden
totdat zij voor de zaak van Allah werken. En indien zij tot vijandschap
vervallen, grijpt hen dan en doodt hen waar gij hen ook vindt; en neemt
vriend noch helper uit hun midden.
_
Behalve degenen die tot een volk behoren waarmee gij een verbond
gesloten hebt, of zij die tot u komen terwijl hun hart zich verzet u te
bestrijden of hun eigen volk aan te vallen. En indien Allah wilde, zou
Hij hun macht tegen u hebben gegeven; dan zouden zij zeker tegen u
hebben gevochten. Dus, als zij zich van u op een afstand houden en u
niet bestrijden en u vrede aanbieden - heeft Allah u niet toegestaan
iets tegen hen te ondernemen.
_
Gij zult anderen vinden die veilig bij u willen zijn en bij hun eigen
volk; telkens wanneer zij tot vijandigheid worden opgeroepen, doen zij
blindelings mee. Als zij zich derhalve niet op een afstand van u houden,
noch u vrede aanbieden, noch hun handen terughouden, grijpt hen dan aan
en doodt hen waar gij hen ook vindt. Tegen dezen hebben Wij u duidelijk
gezag gegeven.
_
Het betaamt een gelovige niet, een andere gelovige te doden, tenzij dit
bij vergissing gebeurt. En wie een gelovige bij vergissing doodt moet
een gelovige slaaf bevrijden en bloedgeld betalen ter overhandiging aan
de erfgenamen, tenzij deze het uit liefdadigheid kwijtschelden. Maar
indien hij (de gedode) tot een u vijandig gezind volk behoort en een
gelovige is, dan moet (de overtreder) een gelovige slaaf bevrijden en
als hij van een volk is waarmede gij een verbond hebt, dan moet een
bloedgeld aan zijn familie worden betaald en een gelovige slaaf worden
bevrijd. Maar wie er geen vindt, moet twee maanden achtereenvolgens
vasten - een boete van Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En wie een gelovige opzettelijk doodt, zijn vergelding zal de hel zijn;
daarin zal hij vertoeven. Allah's toorn is op hem; Hij heeft hem
vervloekt en zal hem een grote straf bereiden.
_
O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah's zaak oprukt, onderzoekt dan
en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: "Gij zijt
geen gelovige". Zoekt gij de goederen van dit leven? Bij Allah zijn
goede dingen in overvloed. Zo waart gij voordien maar Allah bewees u
Zijn gunst; stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in. Voorzeker,
Allah weet, wat gij doet.
_
Diegenen der gelovigen die niets doen, met uitzondering der onbekwamen,
zijn niet gelijk aan degenen die met hun rijkdommen en hun persoon
terwille van Allah strijden. Allah heeft degenen, die met hun rijkdommen
en hun persoon strijden doen uitmunten boven de rustenden en aan ieder
heeft Allah het goede beloofd. Allah zal de strijders boven de
stilzittenden doen uitblinken door een grote beloning,
_
nl. in graden, ook van vergiffenis en barmhartigheid. En Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Voorwaar de engelen zullen tot hen die ze doen sterven, terwijl dezen
hun eigen ziel onrecht aandoen, zeggen: "In welke toestand waart gij?"
Zij zullen antwoorden: "Wij waren in het land machteloos." Zij (de
engelen) zullen echter zeggen: "Was Allah's aarde u niet groot genoeg om
daarop te verhuizen?" Zij zijn het, wier tehuis de hel zal zijn en dat
is een kwade bestemming.
_
Met uitzondering van de zwakken onder de mannen en vrouwen en kinderen,
die geen middelen tot en beschikking hebben, noch een weg kunnen vinden.
_
Dezen zijn het, wie Allah moge vergeven, want Allah is de
Inschikkelijke, de Vergevensgezinde.
_
Wie terwille van Allah vlucht, zal op aarde toevluchtsoorden en
overvloed vinden. En wie van zijn huis weggaat, zijn land verlatend
terwille van Allah en Zijn boodschapper en de dood achterhaalt hem -
zijn beloning bij Allah staat vast; Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
En wanneer gij door het land reist, zal het voor u geen zonde zijn het
gebed te bekorten, als gij vreest dat degenen, die niet geloven u last
zullen veroorzaken. Voorwaar, de ongelovigen zijn een openlijke vijand
voor u.
_
En wanneer gij in hun midden zijt en het gebed voor hen leidt, laat een
deel hunner bij u staan en hun wapenen meenemen. En wanneer zij hun
prostratie hebben verricht, laat hen achter u gaan en laat die andere
groep, die nog niet gebeden heeft naar voren komen en met u bidden en
laat hen hun afweermiddelen en wapenen medenemen. De ongelovigen wensen,
dat gij onachtzaam wordt op uw wapenen en uw bagage, zodat zij u
plotseling overvallen. En als gij uw wapenen opzij legt indien de regen
u stoort, of indien gij ziek zijt, zal dat voor u geen zonde zijn. Maar
gij dient uw afweermiddelen steeds mede te nemen. Voorzeker, Allah heeft
voor de ongelovigen een vernederende straf bereid.
_
Wanneer gij het gebed hebt beëindigd, gedenkt dan Allah, staande,
zittende en op uw zijde liggende. En, wanneer gij veilig zijt, houdt het
gebed, voorwaar, het gebed is de gelovigen op vastgestelde uren opgelegd.
_
En toont geen zwakheid in de vervolging van dit (vijandige) volk. Als
gij lijdt, lijden zij ook zoals gij lijdt. Maar gij verwacht van Allah,
wat zij niet verwachten. En Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Wij hebben u waarlijk het Boek (de Koran), dat. de waarheid bevat,
nedergezonden, opdat gij tussen de mensen zoudt richten door hetgeen
Allah u heeft onderwezen. En wees geen pleiter voor de oneerlijken.
_
En vraagt vergiffenis van Allah. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind,
Genadevol.
_
Pleit niet voor degenen, die hun ziel onrecht aandoen. Voorzeker, Allah
heeft degene, die volkomen oneerlijk en een groot zondaar is, niet lief.
_
Zij trachten zich voor de mensen te verbergen, maar zij kunnen zich niet
voor Allah verbergen en Hij is bij hen wanneer zij de nacht doorbrengen
met een bespreking, die Hem niet behaagt. Allah weet, wat zij doen.
_
Ziet, gij zijt degenen die in het tegenwoordige leven voor hen pleiten.
Maar wie zal bij Allah voor hen pleiten op de dag der opstanding, of wie
zal een voogd over hen zijn?
_
Wie kwaad doet of zijn ziel onrecht aandoet en daarna Allah om
vergiffenis vraagt, zal Allah Vergevensgezind, Genadevol vinden.
_
En wie een zonde begaat, begaat deze slechts jegens zijn eigen ziel. En
Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Wie een fout of een zonde begaat en deze dan aan een onschuldige
toeschrijft, draagt voorzeker de (schuld van) lastering en
klaarblijkelijke zonde.
_
Ware Allah's genade en barmhartigheid niet over u, dan zou een gedeelte
hunner hebben besloten u te vernietigen, maar zij vernietigen niemand
dan zichzelf en zij kunnen u in het geheel niet schaden. En Allah heeft
u het Boek en de Wijsheid nedergezonden en heeft u in hetgeen gij niet
wist, onderwezen en Allah's genade aan u is groot.
_
Er steekt in de beraadslagingen (der huichelaars) niets goeds; in
tegenstelling tot diegenen die tot liefdadigheid of goedheid, of het
stichten van vrede onder de mensen aansporen. En wie dit doet wijl hij
Allah's welbehagen zoekt, hem zullen Wij een grote beloning schenken.
_
En hij, die zich tegen de boodschapper verzet nadat diens leiding hem
duidelijk is geworden en die een andere weg dan die der gelovigen volgt,
Wij zullen hem laten volgen wat hij wil en Wij zullen hem in de hel
werpen. Dat is een kwade bestemming.
_
Allah vergeeft niet dat iets met Hem vereenzelvigd wordt en Hij zal,
buiten dat, vergeven wie Hij wil. En wie iets met Allah vereenzelvigt,
is inderdaad ver afgedwaald.
_
Zij roepen buiten Hem niets aan dan godinnen dingen en zij roepen
niemand aan dan Satan, de opstandige.
_
Allah heeft hem vervloekt. En hij (Satan) zeide: "Ik zal voorzeker een
bepaald deel van uw dienaren nemen."
_
"En ik zal hen zeker doen dwalen en ijdele begeerten in hen opwekken en
ik zal hen voorzeker ophitsen en zij zullen de oren van het vee
afsnijden en ik zal hen voorzeker aansporen en zij zullen Allah's
schepping bederven." Derhalve hij, die buiten Allah Satan tot vriend
neemt, zal zeker zichtbaar verlies leiden.
_
Hij doet hun beloften en wekt begeerten en Satan belooft hun niets dan
bedrog.
_
Dezen zijn het, wier tehuis de hel is en zij zullen voor het Vuur geen
wijkplaats vinden.
_
Degenen, die geloven en goede werken verrichten, zullen Wij in tuinen
toelaten, waar doorheen rivieren stromen en zij zullen daar voor eeuwig
vertoeven. De belofte van Allah is werkelijkheid en wie is waarachtiger
in woord, dan Allah?
_
Niet naar uw wensen (de ongelovigen), noch naar de wensen van de mensen
van het Boek. Wie kwaad doet zal er voor worden gestraft en hij zal
buiten Allah vriend, noch helper vinden.
_
Maar, wie goede werken verricht, hetzij man of vrouw, en gelovig is, zal
de Hemel binnengaan en hem zal niet het geringste onrecht worden aangedaan.
_
En wie is beter in geloof dan hij, die zich aan Allah onderwerpt en die
het goede doet en de godsdienst volgt van Abraham de oprechte? Allah nam
Abraham tot vriend.
_
En aan Allah behoort alles, wat in de hemelen en alles wat op aarde is
en Allah omvat alle dingen.
_
En zij (de gelovigen) vragen uw uitspraak over de vrouwen; Zeg: "Allah
geeft u Zijn uitspraak over haar; alsmede hetgeen u in het Boek (de
Koran) is verkondigd over de weesmeisjes, aan wie gij het haar
toegekende niet geeft en die gij wenst te huwen en over de zwakken onder
de kinderen en dat gij de wezen rechtvaardig moet behandelen. En welke
weldaad gij ook verricht, voorzeker, Allah weet het goed.
_
Als een vrouw mishandeling of onverschilligheid van haar man vreest, zal
het geen blaam voor hen zijn als zij een verzoening met elkander tot
stand brengen - verzoening is het beste. De mensen zijn tot gierigheid
geneigd. En als gij goed doet en rechtvaardig zijt, waarlijk dan is
Allah op de hoogts van wat gij doet.
_
Gij kunt geen volkomen gelijkheid tussen vrouwen handhaven, hoe gaarne
gij het ook zoudt wensen. Maar neigt niet geheel tot één, zodat gij de
andere in onzekerheid laat. En als gij u betert en vroom zijt, dan is
Allah voorzeker Vergevensgezind, Genadevol.
_
En als zij scheiden, dan zal Allah hen beiden door Zijn overvloed
onafhankelijk maken; Allah is Milddadig, Alwijs.
_
Aan Allah behoort, wat in de hemelen en wat op aarde is. En wij hebben
zeker degenen aan wie vóór u het Boek werd gegeven en ook u geboden:
Allah te vrezen. Maar als gij verwerpt - voorzeker wat in de hemelen en
op de aarde is behoort aan Allah en Allah is Onafhankelijk, Lofwaardig.
_
En aan Allah behoort alles, wat in de hemelen en alles, wat op aarde is
en Allah is voldoende als Voogd.
_
Indien Hij wil, zal Hij u, o volk, wegnemen en anderen in uw plaats
brengen en Allah heeft de volle macht, dit te doen.
_
Wie de beloning dezer wereld verlangt - bij Allah is de beloning dezer
wereld en van de volgende en Allah is Alhorend, Alziend.
_
O, gij die gelooft, weest voorstanders der rechtvaardigheid, getuigen
voor Allah, zelfs al was het tegen uzelf, of ouders en verwanten. Hetzij
rijk of arm, Allah is beter dan beiden. Volgt niet de begeerten, opdat
gij niet onrechtvaardig zult zijn. En als gij de waarheid omzeilt of er
u van afwendt, Allah is goed op de hoogte van wat gij doet.
_
O gij die gelooft, gelooft in Allah en Zijn boodschapper en in het Boek
dat Hij Zijn boodschapper heeft geopenbaard, en in het Boek, dat Hij
voordien openbaarde. En wie Allah en Zijn engelen en Zijn Boeken en Zijn
boodschappers en de laatste Dag verwerpt, is waarlijk ver afgedwaald.
_
Voorzeker, degenen die geloven, daarna verwerpen, dan wederom geloven
dan wederom verwerpen en daarna in ongeloof toenemen, hen zal Allah niet
vergeven, noch zal Hij hen op de rechte weg leiden.
_
Verkondig de huichelaars, dat hen een pijnlijke straf wacht.
_
Zij, die ongelovigen tot vrienden nemen liever dan gelovigen, - zoeken
zij eer bij hen hoewel alle eer aan Allah behoort?
_
En Hij heeft u reeds in het Boek ( Koran) geopenbaard, dat wanneer gij
hoort dat Allah's tekenen worden verloochend en bespot, gij niet
(eerder) met hen samen zult zijn, dan dat zij zieh met een ander
onderwerp bezig houden, anders zoudt gij hun gelijk zijn. Voorzeker,
Allah zal de huichelaars en de ongelovigen allen tezamen in de hel
bijeenbrengen.
_
Degenen, die afwachten tot u een overwinning van Allah ten deel valt,
zeggen: "Waren wij niet met u?" En als de ongelovigen er aandeel in
krijgen, zeggen zij (tot hen): "Hebben wij niet de overhand over u
gekregen en u beschermd tegen de gelovigen?" Allah zal op de Dag des
Oordeels tussen u richten en Allah zal de ongelovigen op generlei wijze
over de gelovigen doen zegevieren.
_
De huichelaars trachten Allah te bedriegen, maar Hij zal hen voor hun
bedrog straffen. En wanneer zij zich oprichten om te bidden, staan zij
loom, en tonen zich aan de mensen en gedenken Allah slechts weinig,
_
Weifelend tussen dat en dit. Zij behoren noch tot dezen, noch tot genen.
En voor hem, die Allah doet dwalen, zult gij geen uitweg vinden.
_
O, gij die gelooft, neemt geen ongelovigen tot vrienden boven de
gelovigen. Wilt gij Allah een duidelijk bewijs tegen uzelf geven?
_
De huichelaars zullen zeker in de diepste diepte van het Vuur zijn en
gij zult voor hen geen helper vinden.
_
Behalve degenen, die berouw hebben en zich verbeteren en aan Allah
vasthouden en hun gehoorzaamheid zuiver houden voor Allah. Dezen behoren
tot de gelovigen. En Allah zal de gelovigen weldra een grote beloning geven.
_
Waarom zou Allah u straffen, als gij dankbaar zijt en gelooft? Allah is
Waarderend, Alwetend.
_
Allah houdt niet van het uiten van beledigende taal in het openbaar,
behalve door iemand, die onrecht wordt aangedaan; en Allah is Alhorend,
Alwetend.
_
Of gij een goede daad openlijk verricht of deze verbergt, of een kwaad
vergeeft, Allah is voorzeker de Inschikkelijke, de Almachtige.
_
Waarlijk, degenen die Allah en Zijn boodschappers verwerpen en
onderscheid wensen te maken tussen Allah en Zijn boodschappers,
zeggende: "Wij geloven in sommige en niet in andere," zij willen een
tussenweg volgen.
_
Dezen zijn inderdaad de ongelovigen en Wij hebben voor de ongelovigen
een vernederende straf bereid.
_
En degenen, die in Allah en al Zijn boodschappers geloven en geen
onderscheid tussen wie dan ook, maken, dezen zijn het, wie Hij spoedig
hun beloning zal geven; Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
De mensen van het Boek vragen u een Boek uit de hemel op hen te doen
nederdalen. Zij vroegen Mozes meer dan dit, zij zeiden: "Toon ons Allah
openlijk." Toen trof hen de bliksem wegens hun overtreding. Daarna,
hoewel duidelijke tekenen tot hen gekomen waren, namen zij toch het
(gouden) kalf (ter aanbidding) aan, doch Wij vergaven hun dat. En Wij
bekleedden Mozes met duidelijk gezag.
_
Wij verhieven de berg hoog boven hen tijdens het verbond met hen en Wij
zeiden: "Gaat de poort ootmoedig binnen" en: "Overtreedt niet inzake de
Sabbath". En Wij sloten met hen een vast verbond.
_
Om hun schending van hun verbond en de verwerping van Allah's tekenen en
het ten onrechte doden van de profeten en omdat ze zeggen: "Onze harten
zijn gesluierd" - neen, Allah heeft deze wegens hun ongeloof verzegeld,
derhalve geloven zij slechts weinig;
_
Om hun ongeloof en het uiten van een kwaadaardige laster tegen Maria;
_
En om hun zeggen: "Wij hebben de Messias, Jezus, zoon van Maria, de
boodschapper van Allah gedood", - maar zij doodden hem niet, noch
kruisigden zij hem (ten dode), - doch het werd hun verward, en zij, die
hierover van mening verschilden zijn zeker in twijfel, zij hebben er
geen kennis van doch volgen slechts een vermoeden en zij doodden hem
gewis niet,
_
Integendeel, Allah verhief hem tot Zich en Allah is Almachtig, Alwijs.
_
Er is niemand onder de mensen van het Boek die er niet in zal geloven
vóór zijn dood. En op de Dag der Opstanding zal hij (Jezus) getuige
tegen hen zijn, -
_
En wegens de onrechtvaardigheid van de Joden en hun weerhouden van
Allah's weg, verboden Wij hen de reine dingen die ben (voordien) waren
toegestaan.
_
En om het nemen van rente, ofschoon het hun was verboden en het
onrechtvaardig opslokken van 's mensen rijkdommen, hebben Wij voor
degenen onder hen die niet geloven een pijnlijke straf bereid.
_
Maar degenen hunner, die een grondige kennis bezitten en de gelovigen,
geloven in hetgeen u is geopenbaard en hetgeen vóór u werd
nedergezonden; en degenen, die het gebed houden en degenen, die de
Zakaat betalen en degenen, die in Allah en de laatste Dag geloven, dezen
zullen Wij zeker een grote beloning geven.
_
Waarlijk, Wij hebben u de openbaring gezonden, zoals Wij Noach en de
profeten na hem openbaring zonden en Wij gaven een openbaring aan
Abraham en Ismaël en Izaäk en Jacob en de stammen; en aan Jezus, Job,
Jonas, Aäron en Salomo en Wij gaven David een psalmen.
_
Wij zonden boodschappers, welke Wij reeds hebben genoemd en
boodschappers welke Wij u niet hebben genoemd en Allah sprak openlijk
tot Mozes.
_
Boodschappers, brengende blijde tijding en waarschuwende, dat de mensen
geen tegenwerping tegen Allah zullen maken nadat de boodschappers (waren
gekomen). En Allah is Almachtig, Alwijs.
_
Maar Allah getuigt dat, hetgeen Hij u heeft nedergezonden, Hij dit heeft
nedergezonden met Zijn kennis en de engelen getuigen eveneens en Allah
is als getuige toereikend.
_
Zij, die verwerpen en (anderen) van Allah's weg afhouden, zijn zeker ver
afgedwaald.
_
Waarlijk degenen, die niet geloven en die onrechtvaardig handelen, Allah
zal hen niet vergeven, noch zal Hij hun een andere weg wijzen,
_
Dan de weg der hel, waarin zij voor een lange tijd zullen vertoeven. Dat
is voor Allah gemakkelijk.
_
O mensdom, de boodschapper is inderdaad met waarheid van uw Heer
gekomen, gelooft daarom; het zal beter voor u zijn. Maar als gij niet
gelooft, voorwaar, aan Allah behoort wat in de hemelen en op aarde is en
Allah is Alwetend, Alwijs.
_
O, mensen van het Boek, overdrijft in uw godsdienst niet en zegt van
Allah niets dan de waarheid. Voorwaar, de Messias, Jezus, zoon van Maria
was slechts een boodschapper van Allah en Zijn woord tot Maria gegeven
als barmhartigheid van Hem. Gelooft dus in Allah en Zijn boodschappers
en zegt niet: "Drie (in één)." Houdt op, dat is beter voor u. Voorwaar,
Allah is de enige God. Het is verre van Zijn heiligheid, dat Hij een
zoon zou hebben. Aan Hem behoort wat in de hemelen en op aarde is en
Allah is als Bewaarder afdoende.
_
Voorzeker, de Messias zal het nooit versmaden, een dienaar van Allah te
zijn, noch zullen de nabijzijnde engelen dit doen en wie het versmaadt
Hem te aanbidden, en hoogmoedig is, Hij zal hen toch allen tot Zich roepen.
_
Maar degenen die geloven en goede werken verrichten, zal Hij hun
beloning ten volle geven en meer dan dat uit Zijn overvloed, maar
degenen die versmaadden en hoogmoedig waren, zal Hij met een pijnlijke
straf straffen; zij zullen buiten Allah vriend, noch helper voor zich
vinden.
_
O, gij mensen, een duidelijk bewijs is inderdaad van uw Heer tot u
gekomen en Wij hebben een helder licht tot u nedergezonden.
_
Daarom, zij die in Allah geloven en aan Hem vasthouden zal Hij zeker tot
Zijn barmhartigheid en genade toelaten en hen op het rechte pad tot Zich
voeren.
_
Zij vragen om een uitspraak. Zeg: "Allah geeft Zijn uitspraak
betreffende "Kalalah": Indien een man sterft en geen kind achterlaat en
hij heeft een zuster, dan moet zij de helft van hetgeen hij nalaat
ontvangen en hij zal van haar erven (alles) indien zij geen kind heeft.
Maar als er twee zusters zijn, dan moeten zij twee derde van hetgeen hij
nalaat ontvangen. En als er meer zijn - zowel mannen als vrouwen - dan
zal de man evenveel als het aandeel van twee vrouwen ontvangen. Allah
legt u dit uit, opdat gij niet zult afdwalen; Allah heeft kennis van
alle dingen.
_
O, gij die gelooft, komt uw verdragen na. Viervoetige dieren buiten die
welke u zijn aangegeven, zijn u geoorloofd; het wild is niet geoorloofd
te achten terwijl gij ter bedevaart zijt. Voorwaar, Allah gebiedt wat
Hij wil.
_
O, gij die gelooft, ontheiligt de tekenen van Allah niet, noch de
heilige maand, noch de offerdieren, noch dieren met offertekens, noch
degenen, die zich naar het heilige Huis begeven om genade van hun Heer
en Zijn welbehagen te zoeken. Maar wanneer gij u van uw pelgrimskleed
ontdoet, moogt gij jagen. En laat de vijandschap van een volk, omdat zij
u de toegang tot de heilige Moskee verhinderen, u niet tot geweld
aansporen. En helpt elkander in deugdzaamheid en vroomheid maar helpt
elkander niet in zonde en overtreding. En vreest Allah. Waarlijk, Allah
is streng in het straffen.
_
Verboden is u het gestorvene, het bloed en het varkensvlees en al
waarover een andere naam dan die van Allah is aangeroepen; hetgeen is
geworgd en is doodgeslagen en hetgeen is doodgevallen of hetgeen door de
horens van dieren is gedood en hetgeen door een wild beest is
aangevreten, behalve wat gij hebt geslacht. Verder hetgeen voor afgoden
is geslacht en wat gij loot door pijlen, dit is een overtreding. Heden
zullen de ongelovigen aan uw godsdienst wanhopen. Vreest dus niet hen,
maar Mij. Nu heb Ik uw godsdienst voor u vervolmaakt, Mijn gunst aan u
voltooid en de Islam voor u als godsdienst gekozen. Maar wie door honger
wordt gedwongen zonder dat hij tot de zonde is geneigd, voorzeker, Allah
is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Zij vragen u, wat hun geoorloofd is. Zeg: Alle goede dingen zijn u
geoorloofd en hetgeen gij dieren en roofvogels hebt geleerd terwille van
de jacht, zoals Allah u heeft onderwezen. Eet dus van hetgeen zij voor u
vangen en spreekt er Allah's Naam over uit. En vreest Allah. Voorzeker,
Allah is vlug in het verrekenen.
_
Alle goede dingen zijn u deze dag geoorloofd. Het voedsel der mensen van
het Boek is u geoorloofd en uw voedsel is hun toegestaan. En geoorloofd
zijn voor u kuise, gelovige vrouwen en kuise vrouwen uit het midden
dergenen, wie het Boek was gegeven vóór u, wanneer gij haar haar
huwelijksgift geeft, een geldig huwelijk aangaande en geen ontucht
plegende, noch heimelijk minnaressen nemende. En wie het geloof
verwerpt, diens werk is waarlijk tevergeefs en hij zal in het
Hiernamaals onder de verliezers zijn.
_
O, gij die gelooft, wanneer gij u opricht tot het gebed, wast uw gezicht
en uw handen tot aan de ellebogen en wrijft uw (natte) handen over uw
hoofden en (wast) uw voeten tot aan de enkels. En als gij onrein zijt,
reinigt u. En als gij ziek of op reis zijt en een uwer komt van de
afzondering, of gij hebt vrouwen aangeraakt en gij vindt geen water,
zoekt dan uw toevlucht tot zuivere aarde en veegt daarmede uw gezicht en
handen af. Allah wenst u niet in moeilijkheden te brengen, maar Hij
wenst u te reinigen en Zijn gunst aan u te vervolmaken, opdat gij
dankbaar zult zijn.
_
En gedenkt Allah's gunst aan u en het verbond dat Hij met u sloot, toen
gij zeidet: "Wij horen en wij gehoorzamen." En vreest Allah. Voorzeker,
Allah weet goed, wat in uw innerlijk is.
_
O, gij die gelooft, weest oprecht voor Allah en getuigt met
rechtvaardigheid. En laat de vijandschap van een volk u niet aansporen,
om onrechtvaardig te handelen. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij de
vroomheid en vreest Allah, voorzeker, Allah is op de hoogte van hetgeen
gij doet.
_
Allah heeft degenen, die geloven en goede daden verrichten beloofd, dat
zij vergiffenis en een grote beloning zullen verkrijgen.
_
En degenen, die niet geloven en Onze tekenen verwerpen, zullen de
bewoners der hel zijn.
_
O, gij die gelooft, gedenkt Allah's gunst aan u toen een volk zijn
handen tegen u wilde uitsteken, maar Hij weerhield hun handen en vreest
Allah. Op Allah moeten de gelovigen zich verlaten.
_
Waarlijk Allah sloot een verbond met de kinderen Israëls en Wij
verwekten twaalf leiders uit hun midden. En Allah zeide: "Voorzeker, Ik
ben met u. Indien gij het gebed houdt en de Zakaat betaalt en in Mijn
boodschappers gelooft en hen bijstaat en aan Allah's (dienst) een goede
lening verstrekt, zal Ik uw zonden van u verwijderen en u in tuinen
toelaten, waar doorheen rivieren stromen. Maar wie onder u daarna dit
verwerpt, is inderdaad van het rechte pad afgedwaald."
_
En wegens hun breken van het verbond hebben Wij hen vervloekt en hun
hart verhard. Zij rukken de woorden uit hun verband en hebben een deel
van hetgeen hun was vermaand, vergeten. En gij zult hen altijd oneerlijk
bevinden op enkelen na, derhalve vergeef hen en wend u van hen af.
Voorzeker, Allah heeft degenen, die goeddoen, lief.
_
En met degenen die zeggen: "Wij zijn Christenen, sloten Wij (eveneens)
een verbond, maar zij vergaten een deel van hetgeen hen was
voorgehouden. Daarom deden Wij vijandschap en haat onder hen ontstaan,
tot de Dag der Opstanding. Allah zal hen weldra laten weten, wat zij deden.
_
O, mensen van het Boek, Onze boodschapper is tot u gekomen, die veel van
hetgeen voor u verborgen bleef van het Boek heeft ontsluierd en veel
overgeslagen. Er is van Allah inderdaad een licht en een duidelijk Boek
tot u gekomen.
_
En Allah leidt daarmede degenen die Zijn welbehagen zoeken op de paden
van vrede en leidt hen uit de duisternis tot het licht door Zijn gebod
en leidt hen naar het rechte pad.
_
Voorzeker, zij lasteren God die zeggen: "De Messias, zoon van Maria, is
zeker Allah." Zeg: "Wie heeft dan macht tegen Allah, als Hij de Messias,
zoon van Maria en zijn moeder en allen die op aarde zijn, teniet wil
doen?" Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en al
wat daartussen is. Hij schept wat Hij wil en Allah heeft macht over alle
dingen.
_
De Joden en de Christenen zeggen: "Wij zijn Allah's kinderen en Zijn
geliefden." Zeg: "Waarom straft Hij u dan voor uw zonden? Neen, gij zijt
mensen onder degenen die Hij schiep. Hij vergeeft, wie Hij wil en Hij
straft, wie Hij wil. En aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en
der aarde en wat daartussen is en tot Hem is de terugkeer.
_
O, gij mensen van het Boek, Onze boodschapper is tot u gekomen na een
onderbreking in de reeks van boodschappers, die u klaarheid brengt,
opdat gij niet zult zeggen: "Er is geen brenger van een blijde tijding
en geen waarschuwer tot ons gekomen." Waarlijk er is een brenger van een
blijde boodschap en een waarschuwer tot u gekomen. Allah heeft macht
over alle dingen.
_
En toen Mozes tot zijn volk zeide: "O, mijn volk, herinner u Allah's
gunst aan u, toen Hij profeten onder u aanstelde en u koningen aanwees
en Hij u gaf, wat Hij aan niemand onder de volkeren heeft gegeven."
_
"O, mijn volk, gaat het heilige land binnen dat Allah voor u heeft
bestemd en keert het niet de rug toe, anders zult gij verliezers worden."
_
Zij zeiden: "O, Mozes, daarin is een trots en machtig volk en wij zullen
er niet binnengaan voordat zij er uit weggaan. En indien zij er uit
weggaan, zullen wij het binnentrekken."
_
Daarop zeiden twee mannen van degenen die hun Heer vreesden en wie Allah
Zijn gunst had bewezen: "Gaat de poort (van de stad) binnen, hen
tegemoet - wanneer gij er eenmaal binnen zijt, dan zult gij zeker
overwinnaar worden. En stelt uw vertrouwen in Allah, als gij gelovigen
zijt."
_
Zij zeiden: "O, Mozes, wij zullen er stellig niet binnengaan zolang zij
er in zijn. Gaat gij en uw Heer en strijdt - wij blijven hier zitten."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, ik heb macht over niemand dan over mijzelf en
mijn broeder, maak daarom een onderscheid tussen ons en het opstandige
volk."
_
Allah zeide: "Voorzeker, dat (land) is voor hen voor veertig jaren
verboden; dwalende zullen zij door het land trekken. Bekommer u daarom
niet over het ongehoorzame volk."
_
En vertel naar waarheid het verhaal van de twee zonen van Adam, toen zij
een offer brachten en het van één hunner werd aangenomen en van de ander
niet. De laatstgenoemde zeide: "Ik zal u zeker doden." - De eerste
zeide: "Allah neemt alleen iets van de rechtvaardigen aan." -
_
"Als gij uw hand naar mij uitstrekt om mij te doden, zal ik mijn hand
niet naar u uitstrekken, om u te doden. Ik vrees Allah, de Heer der
Werelden.
_
Ik wens, dat gij zowel met de zonde tegen mij, als met uw zonde
terugkeert, zodat gij tot de bewoners van het Vuur zult behoren, dat is
de beloning der misdadigers."
_
Maar zijn kwade neiging dreef hem er toe zijn broeder te doden, dus
doodde hij hem en werd een der verliezers.
_
Toen zond Allah een raaf, die in de grond krabde, om hem te beduiden,
hoe het lijk van zijn broeder te verbergen. Hij zeide: "Ware ik maar de
raaf gelijk, zodat ik het lijk van mijn broeder kon verbergen." En toen
kreeg hij berouw.
_
Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens
doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde
in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor
hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het
leven heeft geschonken. En voorzeker Onze boodschappers kwamen met
duidelijke tekenen tot hen en toch - werden daarna -velen hunner op
aarde tot over treders.
_
De vergelding dergenen die oorlog tegen Allah en Zijn boodschappers
voeren en er naar streven wanorde in het land te scheppen, is slechts
dat zij gedood of gekruisigd worden, of dat hun handen en hun voeten de
ene rechts en de andere links, worden afgesneden, of dat zij het land
worden uitgezet. Dat zal voor hen een schande in deze wereld zijn en in
het Hiernamaals zullen zij een grote straf ontvangen.
_
Dit, met uitzondering van hen die berouw tonen, voordat gij hen in uw
macht hebt. Weet derhalve, dat Allah Vergevensgezind, Genadevol is.
_
O gij die gelooft, vreest Allah en zoekt de weg tot toenadering tot Hem
en strijdt voor Zijn zaak, opdat gij moogt slagen.
_
Voorzeker, al hadden de ongelovigen al hetgeen op aarde is en nog eens
zoveel, om zich daarmede van de straf op de Dag der Opstanding vrij te
kopen, dan zou het van hen toch niet worden aanvaard; er wacht hen een
pijnlijke straf.
_
Zij zullen uit het vuur willen komen, maar zij zullen er niet kunnen
uitgaan en dit zal voor hen een blijvende straf zijn.
_
En snijdt de dief en de dievegge de hand af, als straf voor wat zij
misdeden, een voorbeeldige straf van Allah. Allah is Almachtig, Alwijs.
_
Maar degene, die na zijn overtreding berouw heeft en zich betert - Allah
zal Zich gewis in barmhartigheid tot hem wenden; voorwaar, Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Weet gij niet, dat het koninkrijk der hemelen en der aarde aan Allah
toebehoort? Hij straft, wie Hij wil en Hij vergeeft, wie Hij wil en
Allah heeft macht over alle dingen.
_
O gij boodschapper, laat degenen, die gemakkelijk in het ongeloof
vervallen u niet verdrieten, n.l. zij die met hun mond zeggen: "Wij
geloven," maar in hun hart hebben zij niet geloofd. En onder de Joden
zijn er die naar een leugen zouden willen luisteren, dezen luisteren
terwille van een ander volk dat niet tot u is gekomen. Zij verdraaien
woorden, nadat zij op hun juiste plaatsen waren gezet en zeggen: "Als u
dit wordt gegeven, neemt het dan aan, maar als het u niet wordt gegeven,
past dan op." En wie Allah wenst te beproeven, gij zult hem tegen Allah
stellig niets baten. Dit zijn degenen, wier hart het Allah niet heeft
behaagd te louteren; er zal voor hen schande in deze wereld en een grote
straf in het Hiernamaals zijn.
_
Zij zijn luisteraars naar leugens en verbruikers van verboden dingen.
Indien zij tot u om recht komen, spreek recht tussen hen of wend u van
hen af. En indien gij u van hen afwendt kunnen zij u in het geheel niet
schaden. En indien gij rechtspreekt, richt tussen hen met
rechtvaardigheid. Voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.
_
Hoe zullen zij u tot rechter maken wanneer zij de Torah bij zich hebben
waarin Allah's oordeel is? Toch wenden zij zich af. En zij zijn geen
gelovigen.
_
Waarlijk, Wij zonden de Torah neder, waarin leiding en licht was,
waarmede de profeten die gehoorzaam waren recht spraken voor de Joden en
de Rabbijnen en de wetgeleerden, omdat hun de bewaking van Allah's Boek
was opgelegd en zij waren daarvan getuigen. Vreest daarom de mensen
niet, doch vreest Mij en ruilt Mijn tekenen niet in tegen het wereldse.
En wie niet rechtspreken volgens hetgeen Allah heeft nedergezonden, zij
zijn ongelovigen.
_
En Wij schreven hen daarin voor: Een leven voor een leven, oog om oog,
neus om neus, oor om oor, tand om tand en (rechtvaardige) vergelding
voor wonden. En hij, die van het recht hierop afziet, dit zal een
verzoening voor zijn zonden zijn en wie niet rechtspreken bij hetgeen
Allah heeft nedergezonden, zijn onrechtvaardigen.
_
En Wij deden Jezus, zoon van Maria in hun voetsporen treden,
vervullende, hetgeen vóór hem in de Torah was (geopenbaard), en Wij
gaven hem het Evangelie, dat licht en leiding bevatte, bevestigende
hetgeen daarvóór in de Torah was en een leiding en een vermaning voor de
godvrezenden.
_
En laat de mensen van het Evangelie richten naar hetgeen Allah daarin
heeft geopenbaard en wie niet richten naar hetgeen Allah heeft
geopenbaard, zijn de overtreders.
_
En Wij hebben u het Boek (de Koran) met de waarheid geopenbaard
vervullende hetgeen daarvóór in het Boek (de Bijbel) was (verkondigd) en
als bewaker daarover. Richt daarom tussen hen naar hetgeen Allah heeft
geopenbaard en volg hun boze neigingen niet tegen de waarheid die tot u
is gekomen. Voor iedereen bepaalden Wij een wet en een weg. En indien
Allah had gewild zou Hij u allen tot één volk hebben gemaakt, maar Hij
wenst u te beproeven met hetgeen Hij u heeft gegeven. Wedijvert dus met
elkander in goede werken. Tot Allah zult gij allen terugkeren, dan zal
Hij u datgene mededelen, waarover gij van mening verschilt.
_
En spreek recht tussen hen naar hetgeen Allah u heeft geopenbaard en
volg hun boze neigingen niet en wees op uw hoede dat zij u niet afleiden
van hetgeen Allah u heeft geopenbaard. Maar indien zij zich afwenden,
weet dan, dat Allah hen voor sommige hunner zonden wenst te treffen. En
een groot aantal mensen is inderdaad ongehoorzaam.
_
Wensen zij het oordeel van onwetendheid? En wie is een betere rechter
dan Allah voor een volk dat zekerheid van geloof bezit?
_
O, gij die gelooft, neemt de Joden en de Christenen niet tot vrienden.
Zij zijn elkanders vrienden. En wie uwer hen tot vrienden neemt, is
inderdaad één hunner. Voorwaar, Allah leidt het overtredende volk niet.
_
En gij zult degenen in wier hart een ziekte is, zich tot hen zien
haasten, zeggende: "Wij vrezen, dat ons rampspoed zal overkomen." Het is
echter waarschijnlijk dat Allah een overwinning of iets anders tot stand
zal brengen. Dan zullen zij berouw hebben over hetgeen zij in hun
innerlijk verborgen.
_
En de gelovigen zullen zeggen: "Zijn dit degenen die met hun ernstige
eden bij Allah zwoeren dat zij waarlijk met u waren?" Hun werken zijn
verloren gegaan en zij zijn verliezers geworden.
_
O, gij die gelooft, wie onder u zich van zijn godsdienst afkeert, laat
hem weten, dat Allah weldra een ander volk zal voortbrengen dat Hij zal
liefhebben en die Hem zullen liefhebben vriendelijk en nederig zijnde
jegens de gelovigen en hard en streng jegens de ongelovigen. Zij zullen
voor Allah's zaak strijden en het verwijt van een berisper niet vrezen.
Dit is Allah's genade; Hij schenkt deze aan wie Hij wil en Allah is
Milddadig, Alwetend.
_
Uw vrienden zijn slechts Allah en Zijn boodschapper en de gelovigen die
het gebed houden en de Zakaat betalen en aanbidden.
_
En hij, die Allah en de boodschapper en de gelovigen tot vrienden neemt
(wete) dat de partij van Allah gewis zal zegevieren.
_
O, gij die gelooft, neemt niet degenen tot vrienden die een spotternij
en een spel maken van uw godsdienst, uit de kring dergenen wie het Boek
was gegeven vóór u, noch van de ongelovigen. En vreest Allah als gij
gelovigen zijt.
_
En zij die, wanneer gij tot het gebed roept het tot spotternij en spel
maken. Dit komt doordat zij een volk zijn dat niet begrijpt.
_
Zeg: "O, mensen van het Boek, gij haat ons slechts, omdat wij in Allah
geloven en in hetgeen ons is nedergezonden en in hetgeen voordien was
nedergezonden of doordat de meesten van u ongehoorzaam zijn."
_
Zeg: "Zal ik u vertellen over degenen wier straf bij Allah erger is dan
dit? Dezen zijn het, die Allah heeft vervloekt en over wie Hij Zijn
toorn heeft uitgestort en van wie Hij apen, zwijnen en duivelsdienaren
heeft gemaakt. Dezen zijn inderdaad in een slechte toestand en ver van
het rechte pad afgedwaald."
_
Wanneer zij tot u komen, zeggen zij: "Wij geloven," terwijl zij met
ongeloof binnenkomen en er mee heengaan en Allah weet het beste, wat zij
verbergen.
_
En gij ziet velen hunner zich haasten om zonde te bedrijven en
overtreding en van verboden dingen te gebruiken. Het is inderdaad
slecht, wat zij doen.
_
Waarom weerhouden hun priesters en schriftgeleerden hen niet van zondige
woorden en het eten van verboden dingen? Het is inderdaad slecht wat zij
doen.
_
En de Joden zeggen: "De hand van Allah is gebonden." Hun handen zijn
gebonden en zij zijn vervloekt voor hetgeen zij zeggen. Neen, Zijn
handen zijn wijd open, Hij geeft, zoals Hij wil. En hetgeen u van uw
Heer is nedergezonden zal velen hunner in opstandigheid en ongeloof doen
toenemen. En Wij hebben vijandschap en haat onder hen gezaaid tot aan de
Dag der Opstanding. Telkens wanneer zij het oorlogsvuur ontsteken, dooft
Allah het en zij pogen wanorde te scheppen op aarde en Allah heeft de
onruststokers niet lief.
_
Als de mensen van het Boek hadden geloofd en rechtvaardig gehandeld,
zouden Wij gewis hun zonden hebben vergeven en hen in tuinen van
zaligheid hebben toegelaten.
_
En als zij de Torah en het Evangelie en hetgeen hun van hun Heer is
nedergezonden, in acht hadden genomen, zouden zij zeker van wat boven
hen is en van hetgeen onder hun voeten is, hebben gegeten. Onder hen is
een groep die matig is, maar de handelwijze van velen hunner is slecht.
_
O boodschapper, verkondig hetgeen u van uw Heer is geopenbaard en indien
gij dat niet doet, dan hebt gij Zijn boodschap niet overgebracht. Allah
zal u tegen de mensen beschermen. Voorzeker, Allah leidt het ongelovige
volk niet.
_
Zeg: "O, mensen van het Boek, gij steunt op niets voordat gij de Torah
en het Evangelie en hetgeen u van uw Heer is nedergezonden, onderhoudt.
En waarlijk, hetgeen u van uw Heer is nedergezonden zal velen hunner in
opstandigheid en ongeloof doen toenemen; treurt derhalve niet over het
ongelovige volk.
_
Voorzeker, de gelovigen en de Joden en de Sabianen en de Christenen die
in Allah en de laatste Dag geloven en goede daden verrichten - over hen
zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.
_
Wij hebben waarlijk een verbond met de kinderen Israëls gesloten en Wij
zonden boodschappers tot hen. Maar telkens, wanneer een boodschapper tot
hen kwam met hetgeen hun hart niet wenste, behandelden zij sommigen als
leugenaars en trachtten zij sommigen te doden.
_
En zij dachten, dat er geen beproeving zou zijn, derhalve werden zig
blind en doof. Doch Allah wendde Zich in barmhartigheid tot hen; toch
werden velen weer blind en doof en Allah is waakzaam over hetgeen zij doen.
_
Zij lasteren God, die zeggen: "Waarlijk Allah, Hij is de Messias, de
zoon van Maria," terwijl de Messias zelf zeide: "O, kinderen Israëls,
aanbidt Allah, Die mijn Heer en uw Heer is." Gewis, voor hem die iets
met Allah vereenzelvigt, heeft Allah de Hemel verboden en het Vuur zal
zijn verblijfplaats zijn. Er is voor de onrechtvaardigen geen helper.
_
Waarlijk zij lasteren God, die zeggen: "Allah is Eén der Drie." Er is
geen God dan de enige God. En indien zij niet ophouden met hetgeen zij
beweren, zal de ongelovigen een smartelijke straf overkomen.
_
Willen zij zich dan niet tot Allah wenden en om Zijn vergiffenis vragen
terwijl Allah Vergevensgezind, Genadevol is?
_
De Messias, de zoon van Maria was slechts een boodschapper; voorzeker,
alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. En zijn moeder was een
waarheidslievende vrouw. Zij plachten beiden voedsel tot zich te nemen.
Zie, hoe Wij de tekenen voor hen (de mensen) verduidelijken, en zie, hoe
zij zich afwenden.
_
Zeg: "Aanbidt gij naast Allah datgene wat geen macht heeft u goed of
kwaad te doen? En het is Allah, Die Alhorend, Alwetend is.
_
Zeg: "O, mensen van het Boek, overdrijft uw godsdienst niet ten
onrechte, noch volgt de neigingen van een volk dat voordien afdwaalde en
velen deed dwalen en van het rechte pad afweek.
_
Degenen onder de kinderen Israëls, die niet geloofden, werden door de
mond van David en door Jezus de zoon van Maria, vervloekt. Dit
geschiedde, omdat zij niet gehoorzaamden en plachten te overtreden.
_
Zij plachten elkander de ongerechtigheid niet te verbieden, welke Zij
begingen. Slecht is inderdaad hetgeen zij deden.
_
Gij zult velen hunner de ongelovigen tot vrienden zien nemen. Waarlijk
slecht is hetgeen zij voor zichzelf deden zodat Allah toornig op hen is
geworden en zij zullen in de straf verblijven.
_
En indien zij in Allah en deze profeet en hetgeen hem werd geopenbaard
hadden geloofd, zouden zij hen niet tot vrienden hebben genomen, doch
velen hunner zijn ongehoorzaam.
_
Waarlijk, gij zult de Joden en de afgodendienaren het meest vijandig
jegens de gelovigen vinden. En gij zult degenen die zeggen: "Wij zijn
Christenen" het vriendschappelijkst vinden jegens de gelovigen. Dit is,
wijl er onder hen geleerden en monniken zijn en wijl zij niet trots zijn.
_
En indien zij hetgeen deze boodschapper is geopenbaard, horen, ziet gij
hun ogen vol tranen vanwege de waarheid welke zij hebben herkend. Zij
zeggen: "Onze Heer, wij geloven. Reken ons daarom onder de getuigen."
_
"En waarom zouden wij niet in Allah en in de waarheid die tot ons is
gekomen geloven en begeren dat onze Heer ons onder de rechtvaardige
mensen zou rekenen?"
_
Derhalve beloonde Allah hen voor hetgeen zij zeiden met tuinen,
waardoorheen rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven en dit is de
beloning voor hen die goeddoen.
_
Maar de ongelovigen die Onze tekenen verloochenen zullen de bewoners der
hel zijn.
_
O, gij die gelooft, maakt de goede dingen die Allah voor u wettig heeft
gemaakt, niet onwettig en overtreedt niet. Waarlijk, Allah heeft de
overtreders niet lief.
_
En eet wat goed en geoorloofd is waarvan Allah u heeft voorzien. En
vreest Allah in Wie gij gelooft.
_
Allah zal u niet ter verantwoording roepen voor uw ijdele eden, maar Hij
zal u ter verantwoording roepen voor de eden welke gij in ernst aflegt.
De boetedoening er voor is: tien armen te spijzigen met het gemiddelde
voedsel waarmede gij uw huisgezinnen voedt, of hen te kleden, of het
vrijmaken van een slaaf. Maar wie dat niet kan doen zal drie dagen
vasten. Dit is de boete voor uw eden, wanneer gij zweert. Maar houdt uw
eden. Zo legt Allah u Zijn tekenen uit, opdat gij dankbaar moogt zijn.
_
O gij die gelooft, wijn en het hazardspel en afgoden en toverpijlen zijn
niet anders dan gruwelen, door Satan gewrocht. Vermijdt ze dus, opdat
gij voorspoedig moogt zijn.
_
Voorzeker, door middel van wijn en hazardspel, wenst Satan onder u
vijandschap en afgunst te zaaien en u af te houden van het gedenken van
Allah en van het gebed. Zult gij dan worden weerhouden?
_
En gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt de boodschapper en weest op uw
hoede. Maar indien gij u afwendt, weet dan, dat op Onze boodschapper
slechts het duidelijk verkondigen rust.
_
Op de gelovigen die goede werken verrichten zal geen zonde rusten voor
hetgeen zij eten mits zij Allah vrezen en geloven en goede werken doen
en nogmaals vrezen en geloven en zelfs nogmaals vrezen en goeddoen. En
Allah heeft degenen die goeddoen lief.
_
O, gij gelovigen, voorzeker, Allah zal u beproeven door het wild,
hetwelk uw handen of lansen kunnen vangen, opdat Allah degenen zal
onderscheiden die Hem in het verborgene vrezen. Derhalve zal voor hen,
die na deze (waarschuwing) overtreden, een pijnlijke straf zijn.
_
O, gij die gelooft, doodt geen wild, terwijl gij ter bedevaart zijt. En
wie onder u het opzettelijk doodt diens vergoeding is een huisdier
gelijk aan hetgeen hij heeft gedood - twee rechtvaardige mannen onder u
zullen dat beoordelen; - hetwelk als offer naar de Kaba moet worden
gebracht; of hij moet als boetedoening (een aantal) arme mensen voeden,
of een gelijk aantal dagen vasten, opdat hij het gevolg van zijn daad
zal ondergaan. Allah heeft vergeven wat voorbij is, maar wie er in
terugvalt, hem zal Allah straffen. Allah is Machtig, de Meester der
vergelding.
_
De vangst uit zee en het eten ervan is wettig voor u als voorziening
voor u zelf en de reizigers, doch zolang gij ter bedevaart zijt is het
wild van het land u verboden. En vreest Allah, tot Wie gij zult worden
verzameld.
_
Allah heeft de Kaaba, het onschendbare Huis tot behoud van de mensheid
gemaakt, alsook de heilige maand en het offer, en de kamelen met de
halsbanden. Dit is, opdat gij zult begrijpen, dat Allah weet, wat in de
hemelen en wat op aarde is en dat Allah kennis heeft van alle dingen.
_
Weet, dat Allah streng is in het straffen en dat Allah (ook)
Vergevensgezind, Genadevol is.
_
Op de boodschapper rust slechts (de plicht van) het overbrengen (der
boodschap). En Allah weet, wat gij openbaart en wat gij verbergt.
_
Zeg: "De bozen en de goeden zijn niet gelijk, ofschoon de overvloed der
bozen u in verwondering brengt. Vreest daarom Allah, o mensen van
begrip, opdat gij moogt slagen.
_
O, gij die gelooft, vraagt niet naar dingen die u, als zij u zullen
worden geopenbaard, zullen mishagen; indien gij er naar vraagt terwijl
de Koran wordt nedergezonden, zullen zij u worden onthuld. Allah heeft
ze achterwege gelaten. En Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam.
_
Vóór u stelde een volk vragen omtrent zo iets - naderhand werden zij er
ongelovigen door.
_
Allah heeft geen Bahira, Saiba, Wasila of Haam verordend, maar de
ongelovigen verzinnen een leugen tegen Allah en de meesten hunner
begrijpen dit niet.
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Komt tot hetgeen Allah heeft
geopenbaard en tot de boodschapper," zeggen zij: "Voor ons is datgene
waarin wij onze vaderen zagen geloven, voldoende." Zelfs indien hun
vaderen niets wisten en geen leiding hadden?
_
O, gij die gelooft, past op uzelf. Hij die dwaalt kan u niet schaden
wanneer gij juist geleid zijt. Tot Allah zult gij allen terugkeren, dan
zal Hij u tonen wat gij gedaan hebt.
_
O, gij die gelooft, wanneer de dood één uwer nadert, ten tijde dat gij
een testament maakt, zal er een getuigenis zijn van twee uwer
rechtvaardige mannen; of van twee anderen die niet van uit uw midden
zijn indien gij door het land reist en de rampspoed des doods u
overvalt. Indien gij twijfelt, houdt hen na het gebed en laat hen zweren
bij Allah, zeggende: "Wij nemen hier geen waarde voor in ruil, hoewel
hij een bloedverwant is, wij verbergen Allah's getuigenis niet, wij
zouden in dat geval tot de zondaars behoren."
_
Maar indien ontdekt wordt, dat de twee schuldig zijn aan zonde dan
moeten twee anderen hun plaats innemen uit het midden van degenen, tegen
wie de twee eersten hebben getuigd; en de laatste twee moeten bij Allah
zweren en zeggen: "Waarlijk, ons getuigenis is oprechter dan de
getuigenis van hen (de eersten) en wij zijn geen overtreders, want dan
zouden wij inderdaad tot de onrechtvaardigen behoren."
_
Dit zal hen eerder getuigenis doen afleggen naar de feiten, of hen doen
vrezen, dat andere eden na hun eden zullen worden afgelegd. En vreest
Allah en luistert. En Allah leidt het ongehoorzame volk niet.
_
Gedenkt de dag, waarop Allah de boodschappers zal verzamelen en zeggen:
"Hoe werd gij aangenomen?" Zij zullen zeggen: "Wij hebben geen kennis,
Gij alleen zijt de Oerkenner van het verborgene."
_
Wanneer Allah zal zeggen: "O Jezus, zoon van Maria, gedenk Mijn gunst
aan u en uw moeder, toen Ik u met de geest van heiligheid versterkte,
dat gij als kind en op middelbare leeftijd tot het volk spraakt en toen
Ik u het Boek en de wijsheid en de Torah en het Evangelie onderwees en
toen gij door Mijn gebod uit klei de vorm van een vogel maakte, dan er
in blies en het een vogel werd door Mijn gebod; en toen gij de blinden
en de melaatsen door Mijn gebod hebt genezen en de doden opgewekt; en
toen Ik de kinderen Israëls er van weerhield, (u te doden), toen gij met
duidelijke tekenen tot hen kwaamt en degenen onder hen die verwierpen,
zeiden: "Dit is niets, dan klaarblijkelijke tovenarij."
_
"En toen Ik de discipelen bezielde om in Mij en Mijn boodschapper te
geloven, zeiden zij: "Wij geloven en getuigt Gij, dat wij ons hebben
onderworpen."
_
Toen de discipelen zeiden: "O, Jezus, zoon van Maria, is uw Heer bij
machte, ons een (met voedsel) gedekte tafel van de hemel neder te
zenden?", antwoordde hij: "Vreest Allah, als gij gelovigen zijt."
_
Zij zeiden: "Wij verlangen zeer, er van te mogen eten zodat ons hart
gerustgesteld moge worden en wij mogen weten dat gij de waarheid tot ons
hebt gesproken en wij daarvan getuigen mogen zijn."
_
Jezus, de zoon van Maria, zeide: "O Allah, onze Heer, zend ons een (met
voedsel) gedekte tafel van de hemel neder, opdat het voor de eersten en
de laatsten onzer een feest moge zijn en een teken van U en tot
onderhoud van ons, want Gij zijt de Beste der onderhouders."
_
Allah zeide: "Waarlijk, Ik zal haar (de tafel) tot u nederzenden, maar
wie uwer nadien ondankbaar wordt, zal Ik zó straffen als Ik geen ander
onder de volkeren gestraft heb."
_
En wanneer Allah zal zeggen: "O Jezus, zoon van Maria, hebt gij tot de
mensen gezegd: 'Beschouwt mij en mijn moeder als twee Goden naast
Allah,'? zal hij antwoorden: "Heilig zijt Gij! Ik zou nooit kunnen
zeggen, waarop ik geen recht had. Indien ik het had gezegd zoudt Gij het
zeker hebben geweten. Gij weet, wat in mijn innerlijk is en ik weet
niet, wat in U is. Gij zijt de Kenner van het onzienlijke.
_
Ik zeide niets tot hen, dan hetgeen Gij mij hebt geboden: "Aanbidt
Allah, mijn Heer en uw Heer." En ik was getuige van hen, zolang ik in
hun midden verbleef, maar nadat Gij mij deedt sterven, waart Gij de
Bewaker over hen en Gij zijt Getuige van alle dingen.
_
Indien Gij hen straft, zijn zij Uw dienaren en indien Gij hen vergeeft,
zijt Gij zeker de Almachtige, de Alwijze.
_
Allah zal zeggen: "Dit is een dag waarop waarachtigheid de waarachtigen
zal baten. Voor hen zijn tuinen, waar doorheen rivieren stromen; zij
zullen daarin voor eeuwig vertoeven." Allah heeft behagen in hen en zij
hebben behagen in Hem, dit is de grote zegepraal.
_
Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en wat
daartussen is en Hij heeft macht over alle dingen.
_
Alle lof komt Allah toe, Die de hemelen en de aarde schiep en de
duisternis en het licht deed ontstaan; toch stellen de ongelovigen
gelijken naast hun Heer.
_
Hij is het, Die u uit klei schiep en daarna een termijn bepaalde. De
vastgestelde termijn is bij Hem. Toch twijfelt gij.
_
En Hij is Allah in de hemelen en op aarde. Hij kent uw innerlijk en uw
uiterlijk en Hij weet, wat gij verdient.
_
En er komt van de tekenen van hun Heer geen teken tot hen of zij wenden
zich er van af.
_
Zij hebben de waarheid verloochend toen deze tot hen kwam, maar de
tijdingen waarover zij spotten zullen hen weldra bereiken.
_
Zien zij niet, hoeveel geslachten Wij vóór hen hebben vernietigd? Wij
hadden hun zulke macht op de aarde gegeven als Wij u niet hebben
geschonken en Wij zonden wolken over hen die regelmatig regen deden
neerstromen en Wij deden rivieren onder hen vloeien; daarna vernietigden
Wij hen vanwege hun zonden en deden een ander geslacht na hen ontstaan.
_
En al hadden Wij u een boek op perkament nedergezonden en al hadden zij
het met hun handen betast, zouden de ongelovigen toch hebben gezegd:
"Dit is niets dan klaarblijkelijke tovenarij."
_
Zij zeggen: "Waarom is er geen engel tot hem (de Profeet)
nedergezonden?" En indien Wij een engel zenden dan wordt de zaak
afgedaan en er wordt hun geen uitstel gegeven.
_
En als Wij een engel hadden aangesteld, zouden Wij hem als mens hebben
doen voorkomen en zo zouden Wij hetgeen zij verwarren, voor hen nog
verwarder hebben gemaakt.
_
En voorzeker de boodschappers vóór u werden ook bespot, zo trof diegenen
die bespotten, de straf voor hetgeen zij bespotten.
_
Zeg: "Gaat op aarde rond en ziet, wat het einde was der loochenaars."
_
Zeg: "Aan wie behoort hetgeen in de hemelen en op aarde is?" Zeg: "Aan
Allah." Hij heeft het op Zich genomen, barmhartigheid te tonen.
Voorzeker Hij zal u op de Dag der Opstanding verzamelen, daaraan is geen
twijfel. Zij, die hun zielen hebben tekort gedaan, geloven niet.
_
Aan Hem behoort wat in nacht en dag bestaat. En Hij is de Alhorende,
Alwetende.
_
Zeg: "Zal ik een andere Beschermer nemen, dan Allah, de Schepper der
hemelen en der aarde, Die voedt en niet wordt gevoed?" Zeg: "Het is mij
bevolen, de eerste te zijn die zich onderwerpt." En behoort niet tot de
afgodendienaren.
_
Zeg: "Ik vrees, als ik mijn Heer niet gehoorzaam, de straf van de grote
Dag."
_
Van wie deze straf op die Dag is afgewend, Allah heeft hem inderdaad
barmhartigheid betoond. En dat is een klaarblijkelijke overwinning.
_
En als Allah u door schade treft, is er niemand die dit kan afwenden dan
Hij; en als Hij u met weldaad omringt - Hij heeft macht over alle dingen.
_
Hij is de Oppermachtige over Zijn dienaren en Hij is de Alwijze, en van
alles op de hoogte.
_
Zeg: "Wie is het gewichtigst als getuige?" Zeg: "Allah is getuige tussen
u en mij. En deze Koran is mij geopenbaard, opdat ik u en wie hij
bereikt, moge waarschuwen. Getuigt gij werkelijk dat er andere goden
buiten Allah zijn?" Zeg: "Ik getuig niet." Zeg: "Hij is de ene God en ik
heb niets uitstaande met datgene wat gij met Hem vereenzelvigt."
_
Degenen, wie Wij het Boek gaven, erkennen hem (de Profeet), zoals zij
hun kinderen erkennen. Maar zij, die hun ziel hebben tekort gedaan,
willen niet geloven.
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen tegen Allah uitdenkt
of Zijn tekenen verloochent? Voorzeker, de onrechtvaardigen zullen niet
slagen.
_
(Gedenk) de Dag, waarop Wij hen allen zullen verzamelen, dan zullen Wij
zeggen tot degenen, die afgoderij pleegden: "Waar zijn uw mededingers,
die gij beweerdet (te bezitten)?"
_
Dan zal hun antwoord niet anders zijn dan dat zij zeggen: "Bij Allah,
onze Heer; wij waren geen afgodendienaren."
_
Zie, hoe zij tegen zichzelven liegen en hoe hetgeen zij plachten te
verzinnen voor hen verloren is gegaan.
_
Er zijn sommigen hunner, die naar u luisteren, maar Wij hebben sluiers
om hun hart gelegd en hun oren verstopt, zodat zij niet begrijpen. En al
zagen zij elk teken, zouden zij er toch niet in geloven; wanneer zij tot
u komen redetwisten zij met u, en de ongelovigen zeggen: "Dit zijn niets
dan fabelen der ouden."
_
En zij verbieden (anderen) en blijven er zelt verre van. En zij deren
niemand dan zichzelven, zij bemerken het echter niet.
_
En als gij het slechts zoudt kunnen zien, wanneer zij voor het Vuur
zullen worden gebracht! Zij zullen dan zeggen: "O, mochten wij slechts
worden teruggezonden, dan zouden wij de tekenen van onze Heer niet meer
verloochenen en wij zouden tot de gelovigen behoren."
_
Neen, hetgeen zij voorheen plachten te verbergen is hun duidelijk
geworden. En als zij zouden worden teruggezonden zoudden zij gewis tot
hetgeen hen was verboden terugkeren; Voorzeker zij zijn leugenaars.
_
En zij zeggen: "Er is niets dan ons leven van deze wereld en wij kunnen
niet worden opgewekt."
_
En wanneer gij het slechts zoudt kunnen zien, wanneer zij voor hun Heer
zullen worden gebracht, zal Hij zeggen: "Is dit niet de waarheid?" Zij
zullen antwoorden: "Ja zeker, bij onze Heer." Hij zal zeggen: "Ondergaat
dan de straf, omdat gij placht te verwerpen."
_
Voorzeker, zij, die de ontmoeting met Allah verloochenen, benadelen
zich, totdat het uur onverwachts over hen komt, en zij zullen zeggen:
"O, wij hebben wroeging, vanwege onze tekortkoming hierin." En zij
zullen hun lasten op hun ruggen dragen. Ziet toe, wat zij dragen is
zeker slecht.
_
Het wereldse leven is niets dan een spel en een ijdel vermaak. Doch voor
degenen die God vrezen, is het tehuis van het Hiernamaals beter. Wilt
gij dan niet begrijpen?
_
Wij weten zeer goed dat hetgeen zij zeggen u verdriet doet, doch zij
verloochenen u (profeet) niet, maar het zijn de tekenen van Allah die de
boosdoeners verwerpen.
_
Gewis, de boodschappers vóór u werden ook verloochend en gekweld,
niettemin bleven zij geduldig in datgene, waarvoor zij waren
verloochend; totdat onze hulp tot hen kwam. Er is niemand die de woorden
van Allah kan veranderen. En er zijn reeds tijdingen omtrent die
boodschappers tot u gekomen.
_
En als hun afkeer u onverdraaglijk is, breng hun dan een teken, indien
gij een opening in de aarde of een ladder naar de hemelen kunt vinden.
En indian Allah wilde zou Hij hen zeker onder één leiding hebben
verzameld. Behoor dus niet tot de onwetenden.
_
Alleen degenen die luisteren, kunnen aannemen. De doden zal Allah
opwekken en dan zullen zij tot Hem worden teruggebracht.
_
En zij zeggen: "Waarom is er over hem geen teken van zijn Heer
nedergezonden?" Zeg: "Voorzeker, Allah heeft de macht om een teken neder
te zenden." Maar de meesten hunner beseffen het niet.
_
En er is geen beest dat op de aarde kruipt, noch een vogel die op zijn
vleugels vliegt, of zij vormen gemeenschappen, zoals gij. Wij hebben
niets uit het Boek weggelaten. Dan zullen zij tot hun Heer tezamen
worden gebracht.
_
Zij, die Onze tekenen verloochenen, zijn doof en stom, in de duisternis.
Allah laat wie Hij wil dwalen en Hij plaatst op het rechte pad wie Hij wil.
_
Zeg: "Wat denkt gij? Als de straf van Allah, of het uur over u komt,
zult gij dan iemand anders aanroepen, dan Allah, als gij waarachtig zijt?"
_
"Neen, Hem alleen zult gij aanroepen; dan zal Hij datgene verwijderen
waarvoor gij Hem aanroept als Hij dat wil en gij zult uw afgoderij vergeten.
_
Wij zonden inderdaad tot de volkeren die vóór u waren, (een profeet)
toen troffen Wij hen (die volkeren) met armoede en tegenspoed opdat zij
zich mochten verootmoedigen.
_
Waarom verootmoedigden zij zich niet toen Onze straf over hen kwam? Maar
hun hart was verhard en Satan deed hun schoon schijnen al hetgeen zij
verrichtten.
_
Toen zij dan hetgeen waarvoor zij waren gewaarschuwd vergaten, openden
Wij hun de poorten van alle dingen (der wereld) totdat zij verheugd
werden over hetgeen hun was gegeven, dan grepen Wij hen onverwachts aan
en zie, zij werden wanhopig.
_
Zo werd de levensader van de mensen, die slecht handelden, afgesneden.
Alle lof komt Allah toe, de Heer der Werelden.
_
Zeg: "Wat denkt gij? Als Allah uw gehoor en gezicht zou wegnemen en uw
hart zou verzegelen, wie is dan God buiten Allah die het u kon
teruggeven? Zie, hoe Wij de tekenen verklaren, toch wenden Zij zich af.
_
Zeg: "Wat denkt gij? Als de straf van Allah onverwachts of openlijk tot
u komt, zal iemand anders dan het onrechtvaardige volk vernietigd worden?"
_
Wij zenden de boodschappers alleen als dragers van blijde tijding en als
waarschuwers. Over degenen, die geloven en zich verbeteren, zal geen
vrees komen noch zullen zij treuren.
_
En degenen, die Onze tekenen verloochenen, hen zal straf raken, omdat
zij niet gehoorzaam waren.
_
Zeg: "Ik zeg niet tot u, dat ik de schatten van Allah bezit, noch dat ik
het onzienlijke ken, noch zeg ik tot u: 'Ik ben een engel'; ik volg
slechts hetgeen mij wordt geopenbaard." Zeg: "Kunnen de blinde en de
ziende gelijk zijn? Wilt gij dan niet nadenken?"
_
Waarschuw daarmede degenen die vrezen, dat zij tot hun Heer worden
verzameld, dat zij buiten Hem vriend noch bemiddelaar hebben, opdat zij
(God) mogen vrezen.
_
En verdrijf niet degenen die hun Heer morgen en avond aanroepen, Zijn
aangezicht zoekend. Gij zijt volstrekt niet verantwoordelijk voor hen,
noch zijn zij enigermate verantwoordelijk voor u. Zoudt gij hen
verdrijven, dan zult gij tot de onrechtvaardigen behoren.
_
En op deze wijze hebben Wij sommigen hunner door anderen beproefd, zodat
zij kunnen zeggen: "Zijn dezen het, die Allah onder ons heeft
begunstigd?" Kent Allah degenen die dankbaar zijn niet het beste?
_
Wanneer degenen die in Onze tekenen geloven, tot u komen, zeg dan:
"Vrede zij u." Uw Heer heeft barmhartigheid op zich genomen; dus wie
uwer in onwetendheid kwaad doet en daarna berouw heeft en zich
verbetert, (voor hem) is Hij Vergevensgezind, Genadevol.
_
En zo zetten Wij de tekenen uiteen opdat de weg der schuldigen openbaar
worde.
_
Zeg: "Het is mij verboden degenen, die gij naast Allah aanroept, te
aanbidden. Zeg: "Ik wil uw boze neigingen niet volgen. In dat geval zal
ik tot de dwalenden behoren en niet tot hen die het rechte pad volgen."
_
Zeg: "Ik ben op de rechte weg van mijn Heer en gij verloochent die. Maar
wat gij verhaast is niet in mijn macht. De beslissing berust slechts bij
Allah. Hij zet de waarheid uiteen en Hij is de beste der seheidsrechters."
_
Zeg: "Als hetgeen gij verhaast in mijn macht was, zou de zaak voorzeker
tussen u en mij reeds zijn beslist. En Allah kent de onrechtvaardigen
met beste.
_
En bij Hem zijn de sleutels van het onzienlijke; niemand kent dit,
behalve Hij. En Hij weet wat op het land en wat in de zee is. En er valt
geen blad zonder dat Hij het weet, noch is er een korrel in de
duisternis der aarde, noch iets dat groen of droog is, zonder dat het in
een duidelijk Boek is vermeld.
_
Hij is het, Die uw ziel in de nacht neemt en weet hetgeen gij overdag
doet; daarna wekt Hij u weder op, opdat de vastgestelde termijn moge
worden voltooid. Dan is uw terugkeer tot Hem. Daarna zal Hij u inlichten
over hetgeen gij deedt.
_
Hij is oppermachtig over Zijn dienaren en Hij zendt bewakers over u,
totdat, wanneer de dood tot een uwer komt, Onze boodschappers zijn ziel
wegnemen; zij falen daarin niet.
_
Dan worden zij tot Allah, hun ware Heer teruggebracht. Voorzeker, de
beslissing ligt in Zijn handen; en Hij verrekent het snelst."
_
Zeg: "Wie verlost u van de rampen van het land en van de zee wanneer gij
Hem in nederigheid en in het geheim aanroept? (zeggende): 'Indien Hij
ons hiervan redt zullen wij zeker tot de dankbaren behoren."
_
Zeg: "Allah verlost u van deze en van elke andere nood en toch schrijft
gij deelgenoten (medegoden) aan Hem toe."
_
Zeg: "Hij heeft macht om u van boven of van onder u straf toe te zenden,
u in groepen te verdelen en elkander geweld aan te laten doen." Zie, hoe
Wij de tekenen uiteenzetten opdat zij mogen begrijpen.
_
En uw volk heeft het verworpen, ofschoon het de waarheid is. Zeg: "Ik
ben geen voogd over u."
_
Er is voor elke profetie een vastgestelde tijd en gij zult het weldra te
weten komen.
_
Wanneer gij degenen ziet, die Onze tekenen bespotten, wendt u dan van
hen af, totdat zij een ander gesprek beginnen. En als Satan het u doet
vergeten zit dan niet, nadat het in uw herinnering opkomt, met het
onrechtvaardige volk bijeen.
_
En degenen die God vrezen, zijn in het geheel niet verantwoordelijk voor
hen, behalve voor de vermaning, opdat zij behoed zullen worden.
_
Laat degenen die hun geloof tot een spel en tijdverdrijf hebben gemaakt
en wie het wereldse leven heeft bedrogen, met rust. En waarschuw
hiermee, opdat een ziel niet moge worden overgeleverd voor hetgeen zij
heeft gedaan. Zij zal naast Allah geen helper of bemiddelaar hebben. En
indien zij (zelfs) alles als losprijs zou aanbieden, zal deze van haar
niet worden aanvaard. Dezen zijn het, die zijn overgeleverd voor hetgeen
zij verdienden. Zij zullen een drank van kokend water en een smartelijke
straf ontvangen, omdat zij verwerpen.
_
Zeg: "Zullen wij naast Allah datgene aanroepen wat ons noch bevoordelen
noch schaden kan, dan worden wij, nadat Allah ons heeft geleid, van het
rechte pad verwijderd, zoals iemand die de bozen hebben neergeveld op de
aarde in een toestand van verbijstering en die metgezellen heeft die hem
tot de weg roepen, zeggende: 'Kom tot ons'?" Zeg: "De leiding van Allah
is voorzeker de enige leiding en het is ons bevolen ons aan de Heer der
Werelden te onderwerpen."
_
En: "Onderhoudt het gebed en vreest Hem, tot Wie gij zult worden verzameld."
_
En Hij is het, Die de hemelen en de aarde in werkelijkheid schiep. En de
dag, waarop Hij zegt: "Wees", wordt het. Zijn woord is werkelijkheid; en
aan Hem behoort het koninkrijk op de Dag waarop de bazuin zal worden
geblazen. De Kenner v an het onzichtbare en het zichtbare. Hij is de
Alwijze, de Al- kennende.
_
Toen Abraham tot zijn vader Azar zeide: "Neemt gij afgoden tot Goden? Ik
zie u en uw volk in duidelijke dwaling."
_
Zo toonden Wij Abraham het koninkrijk der hemelen en der aarde, opdat
hij tot de vastgelovenden zou behoren.
_
En toen de nacht over hem kwam, zag hij een ster. Hij zeide: "Dit is
mijn Heer." Maar toen zij onderging, zeide hij: "Ik heb de dingen, die
ondergaan niet lief."
_
En toen hij de maan zag glanzen, zeide hij: "Dit is mijn Heer." Maar
toen zij onderging zeide hij: "Had mijn Heer mij niet geleid dan zou ik
zeker tot het dwalende volk behoren."
_
En toen hij de zon zag stralen zeide hij: "Dit is mijn Heer. Dit is de
grootste" Maar toen zij onderging, zeide hij: "O, mijn volk, ik heb
niets uitstaande met uw afgoden."
_
"Ik heb mijn aangezicht oprecht gewend tot Hem, Die de hemelen en de
aarde schiep en ik behoor niet tot de afgodendienaren."
_
En zijn volk redetwistte met hem. Hij zeide: "Redetwist gij met mij
omtrent Allah, terwijl Hij mij recht heeft geleid? En ik vrees hetgeen
gij met Hem vereenzelvigt niet, tenzij mijn Heer iets wenst. Mijn Heer
omvat alle dingen in Zijn kennis. Wilt gij er dan geen lering uit trekken?"
_
"En hoe kan ik uw afgoden vrezen, terwijl gij zelf uw afgoderij niet
vreest waarvoor Allah u geen gezag heeft nedergezonden? Wie van de twee
partijen is dan veiliger, als gij dat weet?"
_
Zij die geloven en hun geloof niet met onrechtvaardigheid vermengen -
dezen zijn het, die vrede zullen hebben want zij zijn recht geleid.
_
En dit is onze bewijsgrond die Wij Abraham tegen zijn volk gaven. Wij
verheffen graadsgewijze, wie Wij willen. Voorzeker, Uw Heer is Alwijs,
Alwetend.
_
En Wij gaven hem Izaäk en Jacob; Wij leidden elk hunner en voordien
leidden Wij Noach en van zijn afstammelingen: David, Salomo, Job, Jozef,
Mozes en Aäron. Zo belonen Wij de goeden.
_
En Zacharia, Johannes, Jezus en Elias. Elk hunner behoorde tot de
deugdzamen.
_
En Ismaël, Elisa, Jonas en Lot; elk hunner verhieven Wij boven de volkeren.
_
En van hun vaderen en hun kinderen en hun broederen verkozen Wij enigen
en leidden hen op het rechte pad.
_
Dit is de leiding van Allah, Hij leidt daarmede van Zijn dienaren, wie
Hij wil. En, indien zij iets naast Hem hadden aanbeden, zou voorzeker al
hetgeen zij plachten te doen, verloren zijn gegaan.
_
Dezen zijn het, wie Wij het Boek en de heerschappij en het profetenambt
gaven. Maar nu dezen er ondankbaar voor zijn, hebben Wij deze aan een
volk toevertrouwd dat er niet ondankbaar voor zal zijn.
_
Dezen zijn het, die Allah juist heeft geleid; volgt daarom hun leiding.
Zeg: "Ik vraag u er geen beloning voor. Dit is niets dan een vermaning
aan alle volkeren."
_
En zij schatten de juiste waarde van Allah niet wanneer zij zeggen:
"Allah heeft aan niemand iets geopenbaard." Zeg: "Wie openbaarde het
Boek dat Mozes bracht als licht en leiding voor de mensen - dat gij op
papieren schrijft, en bekend maakt, terwijl gij toch veel verbergt en
(waardoor) aan u is onderwezen, hetgeen gij noch uw vaderen wisten?" -
Zeg: "Allah". Laat hen dan met rust om zich met hun ledig spel te vermaken.
_
En dit Boek vol zegeningen, hebben Wij geopenbaard, vervullende, hetgeen
er aan voorafging, opdat gij de moeder der steden (Mekka) en wat er
omheen is zoudt waarschuwen. En degenen die in het Hiernamaals geloven,
geloven er in en zij waken over hun gebed.
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah uitdenkt of
zegt: "Het is mij geopenbaard," terwijl hem niets is geopenbaard en die
zegt: "Ik zal iets nederzenden dat gelijk is aan hetgeen Allah heeft
nedergezonden?" O, kondet gij het waarnemen, wanneer de onrechtvaardigen
in doodsstrijd zijn en de engelen hun handen uitstrekken, (zeggende):
"Geeft uw zielen op. Deze dag zal u de straf der schande worden
toegekend, voor hetgeen gij ten onrechte tegen Allah zeidet en omdat gij
u hoogmoedig van Zijn tekenen afwenddet.
_
Nu zijt gij één voor één tot Ons gekomen zoals Wij u eerst schiepen en
gij hebt, hetgeen Wij u schonken achter u gelaten en Wij zien de
bemiddelaren, waarvan gij beweerdet dat zij deelgenoten waren in uw
zaken, niet bij u. Voorzeker is nu (de band) tussen u afgesneden en
hetgeen gij placht te beweren is verloren gegaan.
_
Voorwaar, het is Allah die de graankorrel en de dadelpit doet
uitspruiten. Hij brengt de levenden uit de doden voort en is de
Voortbrenger van doden uit de levenden. Dat is Allah, waarheen wordt gij
dan afgewend?
_
Hij doet de dag aanbreken en Hij heeft de nacht voor rust ingesteld en
de zon en de maan voor het uitrekenen (der jaargetijden). Dat is de
ordening van de Almachtige, de Alwetende.
_
Hij is het, Die de sterren voor u heeft gemaakt, opdat gij daardoor de
juiste richting in de duisternissen van het land en van de zee moogt
volgen. Wij hebben de tekenen uitgelegd aan een volk, dat kennis bezit.
_
En Hij is het, Die u van uit één ziel heeft voortgebracht en er is een
verblijfplaats en een bewaarplaats voor u. Wij hebben de tekenen
verklaard aan een volk dat begrijpt.
_
En Hij is het, Die water uit de wolken nederzendt en daardoor elke soort
van groei voortbrengt. En evenzo brengen Wij daarmee groen, waarvan Wij
korenaren voortbrengen. En er komen uit de scheden van de dadelpalm
laaghangende trossen. En Wij (brengen er) wijngaarden en de olijf en de
granaatappel (mee voort) van gelijke en ongelijke soort. Kijkt naar het
fruit ervan, wanneer het vrucht zet en naar het rijpen daarvan. Hierin
zijn voorzeker tekenen voor een volk dat (wil) geloven.
_
En zij houden de djinn voor deelgenoten van Allah ofschoon Hij dezen
schiep; en zij dichten Hem, zonder kennis, zonen en dochters toe. Heilig
is Hij en verheven boven hetgeen zij Hem toeschrijven.
_
Wondere Schepper der hemelen en der aarde. Hoe kan Hij een zoon hebben,
wanneer Hij geen gemalin heeft? Hij heeft alles geschapen; en Hij is de
Kenner van alle dingen.
_
Zo is Allah, uw Heer. Er is geen God naast Hem, (Hij is) de Schepper
aller dingen, aanbidt Hem Want Hij is de Voogd over alles.
_
Ogen kunnen Hem niet bereiken; maar Hij bereikt de ogen. Want Hij is de
Ontastbare, de Alwetende.
_
"Er zijn inderdaad bewijzen van uw Heer tot u gekomen, wie dus ziet het
is voor hemzelf en wie blind wordt het is tegen hemzelf. En ik ben geen
bewaker over u."
_
En zo zetten Wij de tekenen uiteen, zodat zij zeggen: "Gij hebt het
geleerd (van iemand)", en opdat Wij het aan een volk dat kennis heeft,
mogen duidelijk maken.
_
Volg, hetgeen u van uw Heer is geopenbaard: er is geen God naast Hem; en
wend u van de afgodendienaren af.
_
En als Allah had gewild, zouden zij geen goden hebben opgericht. Wij
hebben u (de Profeet) geen bewaker over hen gemaakt, noch zijt gij voogd
over hen.
_
En scheldt degenen, die zij naast Allah aanroepen niet uit, anders
zullen zij uit nijd in hun onwetendheid Allah uitschelden. Zo hebben Wij
voor elk volk hun daden schoon doen schijnen. Dan zullen zij tot hun
Heer terugkeren en Hij zal hen inlichten over hetgeen zij plachten te doen.
_
En zij zweren hun sterkste eden bij Allah, dat, indien er een teken tot
hen zou komen, zij er gewis in zouden geloven. Zeg: "Voorzeker, de
tekenen zijn bij Allah." En wat weet gij: Wanneer de tekenen komen,
zullen zij stellig niet geloven.
_
En Wij zullen hun hart en ogen in verwarring brengen, omdat zij er voor
de eerste keer niet in geloofden en Wij zullen hen in hun overtreding
blindelings laten dwalen.
_
En zelfs al zonden Wij engelen tot hen neder en al spraken de doden tot
hen en Wij verzamelden voor hen alle dingen van aangezicht tot
aangezicht, zij zouden er niet in geloven, tenzij Allah dit wilde. Maar
de meesten hunner gedragen zich onwetend.
_
Op dezelfde wijze hebben Wij een vijand voor elke profeet gemaakt, bozen
van onder de mensen en de djinn. Zij fluisteren elkander vergulde
woorden in om te bedriegen - en als uw Heer had gewild, zouden zij het
niet hebben gedaan; laat hen daarom met rust met hetgeen zij verzinnen.
_
En opdat de harten dergenen die niet in het Hiernamaals geloven er zich
toe neigen en zij er tevreden mee mogen zijn en dat zij mogen verdienen
hetgeen zij willen verdienen.
_
Zal ik als rechter iemand anders zoeken dan Allah, terwijl Hij het is,
Die u het Boek heeft nedergezonden dat uitvoerig is verklaard? En
degenen, wie Wij het Boek gaven weten dat het van uw Heer is
nedergezonden met de waarheid; behoort daarom niet tot degenen die
twijfelen.
_
En het woord van uw Heer is in waarheid en rechtvaardigheid vervuld.
Niemand kan Zijn woorden veranderen; Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
En als gij het merendeel dergenen die op aarde zijn, volgt, zullen zij u
van Allah's weg doen afdwalen. Zij volgen slechts vermoedens en zij doen
niets dan gissen.
_
Voorzeker, uw Heer weet het beste wie van Zijn weg afdwaalt en Hij kent
degenen, die recht geleid zijn.
_
Eet daarom van hetgeen waarover de naam van Allah is uitgesproken als
gij in Zijn tekenen gelooft.
_
En welke reden hebt gij, dat gij niet van datgene zoudt eten, waarover
de naam van Allah is uitgesproken, terwijl Hij u reeds heeft uitgelegd
wat Hij u heeft verboden, - met uitzondering van datgene waartoe gij
gedwongen zijt. En voorzeker, velen misleiden door hun boze neigingen
zonder kennis. Waarlijk, uw Heer kent de overtreders het beste.
_
En schuwt openlijke, alsmede geheime zonden. Gewis, degenen die zonden
begaan, zal voor hetgeen zij doen, worden vergolden.
_
En eet niet van hetgeen, waarover de naam van Allah niet is
uitgesproken, want dat is zeker ongehoorzaamheid. En de bozen sporen hun
vrienden aan opdat zij met u mogen redetwisten. Als gij hen gehoorzaamt
zult gij inderdaad afgodendienaren zijn.
_
Is hij, die dood was en wie Wij het leven gaven en voor wie Wij een
licht maakten waardoor hij onder de mensen wandelt, gelijk aan hem,
wiens toestand zodanig is dat hij in de duisternissen verblijft waaruit
hij niet kan wegkomen? Zo werd voor de ongelovigen schoonschijnend
gemaakt hetgeen zij deden.
_
En zo hebben Wij in elke stad de groten tot haar schuldigen gemaakt
zodat zij er in samenspannen en zij smeden slechts tegen hun eigen ziel,
maar zij bemerken het niet.
_
En wanneer er tot hen een teken komt, zeggen zij: "Wij zullen niet
geloven voordat ons hetzelfde is gegeven als hetgeen Allah's
boodschappers is gegeven." Allah weet het beste waar Zijn boodschapte
plaatsen. Vernedering bij Allah en een strenge straf zal de overtreders
voorzeker treffen, wegens hetgeen zij beramen.
_
Wie Allah ook wenst te leiden, Hij verruimt zijn hart voor de Islam en
wie Hij wenst te laten dwalen, zijn hart maakt Hij eng en gesloten alsof
hij een hoogte aan het beklimmen was. Zo legt Allah degenen die niet
geloven, onreinheid op.
_
En dit is het rechtleidende pad van uw Heer. Wij hebben de tekenen
inderdaad verduidelijkt voor een volk dat er lering uit wil trekken.
_
Voor hen is het Huis van Vrede (het Paradijs) bij hun Heer en Hij is hun
Vriend, wegens hetgeen zij doen.
_
De Dag, waarop Hij hen allen tezamen zal verzamelen, (zal Hij zeggen):
"O, gezelschap van djinn, gij hebt een grote hoeveelheid mensen tot u
getrokken." En hun vrienden onder de mensen zullen zeggen: "Onze Heer,
wij hebben van elkander geprofiteerd, maar nu hebben wij de termijn
welke Gij voor ons hebt vastgesteld bereikt." Hij zal zeggen: "Het Vuur
is uw tehuis waarin gij zult vertoeven, behalve wat Allah moge behagen."
Voorzeker, uw Heer is Alwijs, Alwetend.
_
En op dezelfde wijze maken Wij sommigen der onrechtvaardigen tot
vrienden voor de anderen, voor hetgeen zij verdienen.
_
O, gezelschap van djinn en mensen. Kwamen er niet uit uw midden
boodschappers tot u die u Mijn tekenen verhaalden en die u voor de
ontmoeting van deze Dag waarschuwden? Zij zullen zeggen: "Wij getuigen
tegen onszelven." Het wereldse leven bedroog hen. En zij zullen tegen
zichzelf getuigen, dat zij ongelovigen waren.
_
Dit komt, omdat uw Heer de steden niet onrechtvaardig wilde vernietigen,
terwijl de mensen er van onbewust waren.
_
En er zijn voor allen graden overeenkomstig hetgeen zij doen en uw Heer
is niet onopmerkzaam jegens hetgeen zij doen.
_
En uw Heer is Onafhankelijk, Barmhartig. En als Hij het wil, kan Hij u
wegnemen en u doen opvolgen wie Hij wil, zoals Hij u uit het nageslacht
van andere mensen deed ontstaan.
_
Hetgeen u is beloofd, zal voorzeker geschieden en gij kunt het niet
voorkomen.
_
Zeg: "O mijn volk, handel naar uw vermogen, ik handel ook. Gij zult
weldra weten voor wie de uiteindelijke beloning van het tehuis zal
zijn." Waarlijk de onrechtvaardigen slagen nooit.
_
En zij hebben Allah een deel van de oogsten en van het vee aangewezen,
dat Hij heeft voortgebracht en zij zeggen: "Dit is voor Allah en dit is
voor onze goden," zoals zij het zich denken. Maar hetgeen voor hun
afgoden is, bereikt Allah niet, terwijl hetgeen voor Allah is, hun
afgoden wel bereikt. Slecht is hetgeen zij oordelen.
_
Op dezelfde manier hebben voor velen der afgodendienaren hun afgoden het
doden hunner kinderen schoonschijnend gemaakt, opdat zij hen mogen
vernietigen en verwarring in hun godsdienst doen ontstaan. En als Allah
het wilde, zouden zij dit niet hebben gedaan, laat hen daarom met rust
met hetgeen zij verzinnen.
_
Zij zeggen: "Dit en dat vee en die en die oogsten zijn verboden, niemand
zal er van eten, dan wie het ons belieft" - alzo beweren zij - en er is
vee, welks ruggen verboden zijn en er is vee, waarover zij de naam van
Allah niet uitspreken en zij bedenken een leugen over Hem. Hij zal hen
weldra vergelden, hetgeen zij verzinnen.
_
En zij zeggen: "Hetgeen in de baarmoeders van dit en dat vee is, is
uitsluitend voor onze mannen en is onze vrouwen verboden, maar als het
dood geboren wordt hebben zij allen er deel aan." Hij zal hen naar hun
bewering belonen. Voorzeker, Hij is Alwijs, Alwetend.
_
Zij, die hun kinderen door gebrek aan kennis uit domheid doden en
hetgeen, waarvan Allah hen heeft voorzien, onwettig maken, een leugen
over Allah smedende, zijn inderdaad afgedwaald - noch kunnen zij recht
geleid worden.
_
Hij is het, Die tuinen doet ontstaan, wel of niet gestut en de dadelpalm
en de korenvelden, waarvan de vruchten van verschillende soorten zijn en
de olijf en de granaatappel van gelijke en ongelijke soort. Eet de
vruchten ervan wanneer zij vruchten dragen, maar betaalt op de dag van
de oogst, wat Hem verschuldigd is en verkwist het niet. Voorzeker, Allah
heeft de verkwisters niet lief.
_
En Hij schiep onder het vee lastvee en slachtvee. Eet van hetgeen Allah
u heeft voorzien en volgt de voetstappen van Satan niet. Voorzeker, hij
is een openlijke vijand voor u.
_
Acht, in paren: Twee van de schapen en twee van de geiten. Zeg: "Zijn
het de twee mannelijke dieren, die Hij heeft verboden, of de twee
vrouwelijke dieren, ofwel, hetgeen de baarmoeders der twee vrouwelijke
dieren bevatten? Onderricht mij met zekerheid, indien gij waarachtig zijt."
_
En twee der kamelen en twee der runderen. Zeg: "Zijn het de twee
mannelijke dieren die Hij heeft verboden of de twee vrouwelijke dieren
ofwel, hetgeen de baarmoeders der twee vrouwelijke dieren bevatten?
Waart gij aanwezig toen Allah u dit oplegde? Wie is dan onrechtvaardiger
dan hij die een leugen over Allah bedenkt om de mensen zonder kennis te
doen dwalen?" Voorzeker, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
_
Zeg: "Ik vind in hetgeen mij is geopenbaard niets, dat een eter is
verboden te eten, met uitzondering van het gestorvene of vloeiend bloed
of varkensvlees, want dit alles is onrein - of, wat in overtreding is,
waarover een andere naam dan Allah's is aangeroepen. Maar wie door
noodzaak wordt gedreven en niet begerig is noch de grens overschrijdt:
uw Heer is dan voorzeker Vergevensgezind, Genadevol.
_
Wij verboden de Joden alle dieren die klauwen hebben en Wij verboden hun
het vet van runderen, schapen en geiten, anders dan wat hun ruggen of
hun ingewanden dragen of hetgeen met een been is gemengd. Dit is de
vergelding, welke Wij hun voor hun opstandigheid gaven. En Wij zijn
voorzeker Waarachtig.
_
En indien zij u verloochenen zeg: "Uw Heer is de Heer der alomvattende
Barmhartigheid doch Zijn straf zal van het schuldige volk niet worden
afgewend."
_
Zij die afgoderij bedrijven, zullen zeggen: "Als Allah het had gewild
hadden wij noch onze vaderen afgoderij bedreven, noch hadden wij iets
onwettig verklaard." Op dezelfde wijze loochenden ook zij die vóór hen
waren, totdat zij Onze straf ondergingen. Zeg: "Hebt gij enige kennis?
Toont het ons dan. Gij volgt niets dan vermoedens en gij doet niets dan
liegen."
_
Zeg: "Van Allah is het afdoende bewijs. Als Hij had gewild zou Hij u
zeker allen hebben geleid."
_
Zeg: "Brengt uw getuigen die getuigenis willen afleggen, dat Allah dit
heeft verboden.'' Als zij getuigen, getuig niet met hen, noch volg de
boze neigingen van degenen die Onze tekenen verloochenen en van degenen,
die niet in het Hiernamaals geloven en die medegoden aan hun Heer
toeschrijven.
_
Zeg: "Komt, ik zal u verkondigen, wat uw Heer heeft verboden;" n.l. dat
gij iets met Hem vereenzelvigt en dat gij uw ouders niet goed behandelt
en dat gij uw kinderen uit armoede doodt. - Wij zijn het, Die voor u en
voor hen zorgen - en dat gij onbetamelijke daden hetzij openlijk of in
het geheim begaat en dat gij een ziel ten onrechte doodt die Allah
heilig heeft verklaard. Dit is, hetgeen Hij u heeft bevolen, opdat gij
moogt begrijpen.
_
Beheert het eigendom van de wees, voordat hij volwassen is, niet anders
dan op de beste wijze. En geeft de volle maat en het volle gewicht met
rechtvaardigheid. Wij belasten geen ziel boven haar vermogen. En leeft,
wanneer gij spreekt, rechtvaardigheid na, zelfs wanneer het een
bloedverwant betreft en vervult het verbond van Allah. Dit is, hetgeen
Hij u vermaant, opdat gij er lering uit moogt trekken.
_
En dit is het rechte pad dat tot Mij leidt. Volgt het daarom en volgt
geen andere wegen opdat zij u niet van Mijn weg afleiden. Hiertoe
vermaant Hij u, opdat gij vroom moogt zijn.
_
En Wij gaven Mozes het Boek, als voltooiing van de gunst aan hem die
goed wilde doen en een uitleg van alle dingen en een leidraad en een
barmhartigheid, opdat zij in de ontmoeting van hun Heer mochten geloven.
_
En dit is een Boek dat Wij hebben nedergezonden, vol van zegeningen.
Volgt het daarom en hoedt u, opdat u barmhartigheid mag worden betoond.
_
Opdat gij niet zoudt zeggen: "Het Boek was alleen geopenbaard voor twee
volkeren die vóór ons leefden, en wij waren inderdaad met de inhoud er
van onbekend."
_
Of ingeval gij zoudt zeggen: "Voorzeker, als ons het Boek was
nedergezonden, zouden wij beter zijn geleid dan zij." Er is nu een
duidelijk bewijs, leiding en barmhartigheid van uw Heer tot u gekomen.
Wie is onrechtvaardiger dan hij die de tekenen van Allah verwerpt en er
zich van afkeert? Wij zullen degenen, die zich van Onze tekenen afwenden
met een vreselijke straf vergelden omdat zij zich hebben afgewend.
_
Verwachten zij niets anders dan dat engelen tot hen zouden komen, of dat
hun Heer zou verschijnen of dat enige der tekenen van uw Heer zouden
plaatshebben? Op de dag, wanneer enige der tekenen van uw Heer zullen
verschijnen, zal het geloven geen ziel baten die voorheen niet geloofde
noch iets goeds door haar geloof verdiende. Zeg: "Wacht, Wij wachten ook."
_
Degenen, die scheiding in hun godsdienst maken en zich in secten
verdelen - gij hebt met hen niets uitstaande. Hun zaak rust in Allah's
handen dan zal Hij hen bekend maken met hetgeen zij deden.
_
Wie een goede daad verricht zal tienmaal zoveel ontvangen, maar wie een
slechte daad verricht zal alleen een daaraan gelijke vergelding
ontvangen; hun zal geen onrecht worden aangedaan.
_
Zeg: "Wat mij betreft, mijn Heer heeft mij op het rechte pad geleid -
een goed geloof, de godsdienst van Abraham, de oprechte. En hij behoorde
niet tot de afgodendienaren."
_
Zeg: "Mijn gebed en mijn offer, mijn leven en mijn dood zijn gewijd aan
Allah, de Heer der Werelden."
_
"Hij heeft geen gelijken. Zo is mij bevolen en ik ben de eerste der
Moslims."
_
Zeg: "Zal ik een andere Heer begeren buiten Allah, terwijl Hij de Heer
aller dingen is?" En geen ziel handelt dan voor zichzelf alleen, noch
draagt een lastdrager de last van anderen. Dan zal uw terugkeer tot uw
Heer zijn en Hij zal u verklaren, waarover gij twisttet.
_
En Hij is het, die u op aarde tot opvolgers maakte en Hij heeft sommigen
uwer in rang boven anderen verheven, opdat Hij u door hetgeen Hij u
heeft gegeven, moge beproeven. Voorzeker, uw Heer is vlug in het
straffen en voorzeker, Hij is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Alif Laam Miem Saad.
_
(Dit is) een (volmaakt) Boek, dat aan u is geopenbaard - laat er daarom
in uw hart geen twijfel zijn om er mede te waarschuwen; - dit is een
aanmaning voor de gelovigen.
_
Volgt hetgeen u van uw Heer is nedergezonden en volgt geen andere
vrienden, dan Hem. Hoe gering is de lering, die gij trekt.
_
Hoeveel steden hebben Wij vernietigd! Onze straf overviel hen gedurende
de nacht of tijdens de middagslaap.
_
Toen Onze Straf over hen kwam, was hun roep niet anders dan dat zij
zeiden: "Wij waren inderdaad onrechtvaardigen."
_
En Wij zullen degenen, tot wie de boodschappers waren gezonden zeker ter
verantwoording roepen; en Wij zullen de boodschappers ook ondervragen.
_
Dan zullen Wij hen zeker met kennis doen weten; want Wij zijn nooit afwezig.
_
En het wegen (der menselijke daden) zal op die Dag eerlijk zijn.
Degenen, wier schalen zwaar zijn zullen slagen.
_
En zij, wier schalen licht zullen zijn, deden hun zielen tekort, omdat
zij ten opzichte van Onze tekenen onrechtvaardig waren.
_
En Wij hebben u op aarde gevestigd en u daarop van middelen van bestaan
voorzien. Hoe weinig dankbaar zijt gij!
_
Wij schiepen u, daarna vormden Wij u; toen zeiden Wij tot de engelen:
"Onderwerpt u aan Adam" en zij onderwierpen zich, behalve Iblies; hij
behoorde niet tot degenen die zich onderwierpen.
_
(Allah) zeide: "Wat belette u, u te onderwerpen, toen Ik u (dat)
gebood?" Hij antwoordde: "Ik ben beter dan hij. Gij hebt mij uit vuur en
hem uit klei geschapen.
_
(Allah) zeide: "Verwijder u van hier - het is niet aan u, hier
hoogmoedig te zijn. Ga heen, gij behoort stellig tot degenen, die
vernederd zullen worden."
_
Hij zeide: "Geef mij uitstel tot aan de Dag waarop zij zullen worden
opgewekt."
_
(Allah) zeide: "U is uitstel verleend."
_
Hij antwoordde: "Welnu, daar gij mij liet dwalen zal ik hen voorzeker in
de weg gaan zitten op Uw rechte pad."
_
"Dan zal ik mij gewis vóór hen en achter hen en van hun rechter en van
hun linker zijde tonen en Gij zult de meesten hunner niet dankbaar vinden."
_
(Allah) zeide: "Ga heen, veracht en verworpen. Wie hunner u ook zal
volgen, Ik zal voorzeker de hel met u allen vullen."
_
"O, Adam, vertoef met uw vrouw in de tuin en eet, wat gij wilt, maar
nadert deze boom niet, anders zult gij tot de onrechtvaardigen behoren."
_
Maar Satan fluisterde hun (boze ingevingen) in opdat hij hun naaktheid
zou openbaren die voor hen verborgen was, en zeide: "Uw Heer heeft u
deze boom alleen verboden, opdat gij geen engelen of eeuwig- levenden
zoudt worden."
_
En hij zwoer tot hen: "Ik ben voor u zeker een oprechte raadgever."
_
Zo deed hij hen door bedrog vallen. En toen zij van de boom proefden
werd hun naaktheid hun duidelijk en zij begonnen zich te bedekken met
bladeren uit de tuin. En hun Heer riep hen en zeide: "Verbood Ik u die
boom niet en zeide Ik niet tot u: 'Voorwaar, Satan is een openlijke
vijand voor u'?"
_
Zij antwoordden: "Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en als
Gij ons niet vergeeft en ons niet genadig zijt, zullen wij zeker tot de
benadeelden behoren.
_
Hij zeide: "Gaat heen, sommigen uwer zullen de vijanden van anderen
zijn. En er is voor u een verblijfplaats op aarde en een voorziening
voor een bepaalde tijd."
_
Hij zeide: "Gij zult daarop leven en sterven en gij zult daarvandaan
worden opgewekt."
_
O kinderen van Adam! Wij hebben u inderdaad kleding nedergezonden om uw
naaktheid te bedekken, ook om sierlijk te zijn, doch het kleed van
godsvrucht is het beste. Dit is een teken van Allah, opdat zij er lering
uit mogen trekken.
_
O kinderen van Adam, laat Satan u niet verleiden, zoals hij uw ouders
uit het paradijs verdreef en hen van hun kleding beroofde, opdat hij hun
hun naaktheid mocht tonen. Waarlijk, hij ziet u, hij en zijn stam,
vanwaar gij hen niet ziet. Voorzeker, Wij hebben de duivelen vrienden
gemaakt voor hen, die niet geloven.
_
En wanneer zij een slechte daad begaan, zeggen zij: "Wij zagen dit onze
vaderen doen en Allah heeft het ons bevolen." Zeg: "Allah legt nooit
slechte daden op. Zegt gij van Allah, hetgeen gij niet weet?"
_
Zeg: "Mijn Heer heeft rechtvaardigheid bevolen. En dat gij uw aandacht
behoorlijk richt, ter gelegenheid van aanbidding en Hem aanroept in
zuivere gehoorzaamheid aan Hem. Zoals Hij u deed ontstaan, zo zult gij
wederkeren.
_
Sommigen heeft Hij geleid en bij anderen werd dwaling hun deel. Zij
hebben buiten Allah de bozen tot vrienden genomen en zij denken dat zij
recht geleid zijn.
_
O, kinderen van Adam, let op uw uiterlijk ter gelegenheid van aanbidding
en eet en drinkt, maar verkwist niet. Hij heeft de verkwisters zeker
niet lief.
_
Zeg: "Wie heeft de tooi van Allah, die Hij voor Zijn dienaren heeft
voortgebracht en zuiver voedsel, verboden?" Zeg: "Zij zijn ook voor de
gelovigen in het tegenwoordige leven en voor hen alleen op de Dag der
Opstanding." Zo verklaren Wij de tekenen aan een volk dat begrip heeft.
_
Zeg: "Mijn Heer heeft slechte daden, hetzij openlijk of in het geheim
verboden en zonde en ongerechtvaardigde opstand; en dat gij datgene met
Allah vereenzelvigt, waarvoor Hij u geen gezag heeft nedergezonden en
dat gij van Allah dingen zegt, die gij niet weet.
_
En er is voor elk volk een termijn en wanneer hun tijd is gekomen kunnen
zij geen uur uitstel krijgen, noch kunnen zij vooruitlopen.
_
O, kinderen van Adam, als boodschappers vanuit uw midden tot u komen,
die Mijn tekenen aan u voordragen, dan, wie Allah zal vrezen en goede
daden verrichten, over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.
_
Maar zij, die Onze tekenen verloochenen en er zich hoogmoedig van
afkeren - dezen zullen de bewoners van het Vuur zijn, zij zullen daarin
vertoeven.
_
Wie is dan onrechtvaardiger dan hij, die een leugen over Allah uit, of
Zijn tekenen verloochent? Dezen zijn het, die hun lot zullen ondergaan
zoals het verordend is, als Onze boodschappers hen zullen bezoeken om
hun zielen weg te nemen; zij zullen hen vragen: "Waar is hetgeen gij
naast Allah aanriept?" Zij zullen antwoorden: "Het is verloren geraakt
voor ons," en zij zullen tegen zichzelven getuigen, dat zij ongelovig waren.
_
Hij zal zeggen: "Gaat onder de volkeren van djinn en mensen die vóór u
heengingen, het Vuur binnen." Steeds wanneer een volk er binnengaat zal
het zijn zustervolk vervloeken, totdat, wanneer zij er allen
opeenvolgend in zijn aangekomen, de laatsten over de eersten hunner
zullen zeggen: "Onze Heer, dezen deden ons dwalen, geef hun daarom een
dubbele straf van het Vuur." Hij (Allah) zal zeggen: "Er is voor
iedereen het dubbele, maar gij weet het niet.''
_
En de eersten hunner zullen tot de laatsten zeggen: "Gij zijt niet boven
ons verheven, smaakt daarom de straf voor al hetgeen gij deedt."
_
Voorzeker, voor hen die Onze tekenen verloochenen en er zich hoogmoedig
van afwenden, zullen de poorten van de Hemel niet worden geopend, noch
zullen zij in het paradijs komen; eer zou een kameel door het oog van
een naald gaan. En zo vergelden Wij de daden der schuldigen.
_
Zij zullen de hel tot bed en bedekkingen hebben. En zo vergelden Wij de
onrechtvaardigen.
_
Maar, die geloven en goede werken verrichten - Wij belasten geen ziel
boven haar vermogen - dezen zullen de bewoners van het paradijs zijn,
zij zullen daarin vertoeven.
_
Welke wrok er ook in hun hart moge zijn, wij zullen deze van hen
verwijderen. Er zullen rivieren voor hen vloeien. En zij zullen zeggen:
"Alle lof komt Allah toe, Die ons hiertoe heeft geleid. En als Allah ons
niet had terechtgewezen, hadden wij geen leiding kunnen vinden. De
boodschappers van onze Heer brachten inderdaad de waarheid." En er zal
hen worden toegeroepen: "Dit is het paradijs, dat u als erfdeel is
gegeven, voor hetgeen gij deedt."
_
De bewoners van het paradijs zullen naar de bewoners van de hel roepen:
"Wij hebben bevonden waar te zijn, wat onze Heer ons beloofde. Hebt gij
ook bevonden, waar te zijn wat uw Heer u beloofde?" Zij zullen zeggen:
"Ja." Dan zal er een woordvoerder onder hen verkondigen: "De vloek van
Allah rust op de onrechtvaardigen,
_
Die anderen van het pad van Allah weerhielden, het oneffen wensende, en
die het Hiernamaals verwierpen."
_
En er zal een scheiding tussen beiden zijn; en er zullen op de verheven
plaatsen mannen zijn die allen aan hun merktekenen herkennen. En zij
zullen tot de bewoners van het paradijs roepen: "Vrede zij over u.''
Dezen zullen het paradijs nog niet zijn binnengegaan, maar zij hopen het.
_
En wanneer hun ogen naar de bewoners van het Vuur zijn gericht, zullen
zij zeggen: "Onze Heer, plaats ons niet onder het onrechtvaardige volk."
_
En de bewoners van de verheven plaatsen zullen tot de mensen die zij aan
hun merktekenen herkennen roepen: "Uw aantal, noch datgene waarover gij
hoogmoedig waart, heeft u kunnen helpen."
_
Zijn dezen het aangaande welke gij hebt gezworen dat Allah hun geen
barmhartigheid zou schenken? "Gaat het paradijs binnen, er zal geen
vrees over u komen, noch zult gij treuren,"
_
En de bewoners van het Vuur zullen tot de bewoners van het paradijs
roepen: "Giet wat water over ons uit of iets, waarmnee Allah u heeft
voorzien." Zij zullen antwoorden: "Allah heeft voorzeker dit voor de
ongelovigen verboden."
_
Degenen, die hun godsdienst tot tijdverdrijf en tot vermaak namen en wie
het leven van de wereld had bedrogen, Wij zullen hen deze Dag vergeten,
zoals zij de ontmoeting op deze dag vergaten en zoals zij Onze tekenen
verwierpen.
_
En Wij hebben hun voorzeker een Boek gebracht, dat Wij met kennis hebben
uiteengezet, als leiding en barmhartigheid voor een volk dat gelooft.
_
Wachten zij slechts op (een andere) verklaring daarvan? De Dag, waarop
deze komen zal, zullen degenen die het voorheen vergaten, zeggen: "De
boodschappers van onze Heer brachten inderdaad de waarheid, zullen wij
dan enige bemiddelaars hebben, die voor ons zullen bemiddelen? Of konden
wij worden teruggezonden (naar de aarde), opdat wij anders mochten doen,
dan hetgeen wij deden?" Zij deden hun ziel inderdaad tekort en hetgeen
zij verzonnen is voor hen verloren gegaan.
_
Voorzeker, uw Heer is Allah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen
schiep; daarna zette Hij Zich op deTroon neder. Hij doet de nacht de dag
bedekken, die hem snel opvolgt. De zon en de maan en de sterren zijn
door Zijn gebod in dienst gesteld. Voorwaar, van Hem is de schepping en
het gebod. Gezegend is Allah, de Heer der Werelden.
_
Roept uw Heer in nederigheid en in het verborgene aan. Hij heeft de
overtreders zeker niet lief.
_
En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend en roept Hem met
vrees en hoop aan. Voorzeker, de Barmhartigheid van Allah is de goeden
nabij.
_
En Hij is het, Die de winden als blijde tijdingen voor Zijn
barmhartigheid uitzendt; totdat, wanneer zij zware wolken dragen, Wij ze
naar een dor land drijven, daarna zenden Wij er water uit neder, dan
brengen Wij alle soorten vruchten voort; zo wekken Wij de doden op,
opdat gij er lering uit moogt trekken.
_
En het goede land - de plantengroei komt er in overvloed van voort door
het gebod van zijn Heer - en hetgeen slecht is levert alleen schaarste
op. Zo wisselen Wij de tekenen af voor een volk dat dankbaar is.
_
Wij zonden Noach tot zijn volk en hij zeide: "O, mijn volk, aanbidt
Allah, gij hebt geen god naast Hem. Ik vrees voor u de straf van de
grote Dag."
_
De leiders van zijn volk antwoordden: "Wij zien dat gij in openlijke
dwaling verkeert."
_
Hij zeide: "O, mijn volk, er is in mij geen dwaling, doch ik ben een
boodschapper van de Heer der Werelden."
_
"Ik breng u de boodschappen van mijn Heer over en geef u oprechte raad
en ik weet van Allah wat gij niet weet."
_
"Verwondert gij u, dat er een aanmaning van uw Heer tot u is gekomen
door een man uit uw midden opdat hij u moge waarschuwen en opdat gij
rechtvaardig moogt worden en opdat u barmhartigheid moge worden betoond?"
_
Maar zij verloochenden hem; Wij redden hem en degenen die met hem in de
ark waren en Wij verdronken degenen, die Onze tekenen verwierpen. Zij
waren inderdaad een verblind volk.
_
En tot (het volk van) Aad (zonden Wij) hun broeder Hoed. Hij zeide: "O
mijn volk, aanbidt Allah, gij hebt geen andere god naast Hem. Wilt gij
dan niet (God) vrezen?"
_
De ongelovige leiders van zijn volk zeiden: "Wij zien u als een dwaze en
wij denken, dat gij tot de leugenaars behoort."
_
Hij antwoordde: "O, mijn volk, er is in mij geen dwaasheid, maar ik ben
een boodschapper van de Heer der Werelden."
_
"Ik breng u de woorden van mijn Heer en ik ben voor u een eerlijke
raadgever."
_
"Verwondert gij u, dat er een waarschuwing van uw Heer tot u is gekomen
door een man uit uw midden, opdat hij u moge waarschuwen? " Hij maakte u
na het volk van Noach tot erfgenamen en deed u overvloedig in kracht
toenemen. Gedenkt daarom de gunsten van Allah, opdat gij moogt slagen."
_
Zij zeiden: "Zijt gij tot ons gekomen opdat wij Allah alleen moeten
aanbidden en de goden die onze vaderen aanbaden zullen verlaten? Breng
ons dan hetgeen waarmede gii ons bedreigt, als gij oprecht zigt."
_
Eij antwoordde: "Straf en toorn van uw Heer hebben u reeds getroffen.
Redetwist gij met mij over namen, die gij hebt genoemd - gij en uw
vaderen - waarvoor Allah geen gezag heeft nedergezonden? Wacht dan, ik
ben met u onder de wachtenden."
_
En Wij redden hem en degenen, die met hem waren door Onze barmhartigheid
en Wij sneden de levenswortel af van degenen die Onze tekenen
verloochenden. En dezen waren geen gelovigen.
_
Naar de Samoed (kwam) hun broeder Salih. Hij zeide: "O mijn volk,
aanbidt Allah; gij hebt geen andere god naast Hem. Voorwaar er is een
duidelijk bewijs van uw Heer tot u gekomen; deze kamelin is van Allah,
een teken voor u. Laat haar daarom met rust opdat zij zich van Allah's
aarde moge voeden en doet haar geen leed, anders zal een pijnlijke straf
u bereiken."
_
En herinnert u, toen Hij u na (het volk van) Aad tot opvolgers maakte en
u vestigde in het land; gij bouwdet paleizen in de vlakten en gij hieuwt
huizen uit de bergen. Gedenkt daarom de gunsten van Allah en wandelt
niet op aarde, onheil stichtend.
_
De leiders van zijn volk, die aanmatigend waren, zeiden tot de
gelovigen, die zij zwak achtten: "Weet gij zeker, dat Salih een door
zijn Heer gezondene is?" Zij antwoordden: "Wij geloven voorzeker in
hetgeen, waarmede hij gezonden is."
_
Degenen die aanmatigend waren zeiden: "Voorwaar, wij geloven niet in
hetgeen waarin gij gelooft."
_
Toen verlamden zij de kamelin en overtraden het gebod van hun Heer en
zeiden: "O, Salih, breng ons hetgeen, waarmede gij ons hebt bedreigd,
als gij tot de boodschappers behoort."
_
De aardbeving overviel hen en zij lagen uitgestrekt op de grond in hun
huizen.
_
Toen wendde Salih zich van hen af en zeide: "O, mijn volk, ik bracht u
de boodschap van mijn Heer en bood u oprechte raad aan, maar gij houdt
niet van oprechte raadgevers."
_
En Lot, toen hij tot zijn volk zeide: "Pleegt gij een gruweldaad zoals
niemand ter wereld ooit vóór u pleegde?"
_
"Gij nadert met wellust mannen, in plaats van vrouwen. Neen, gij zijt
een volk dat de perken te buiten gaat."
_
Het antwoord van zijn volk was slechts: "Verdrijft hen uit uw stad, want
zij zijn mannen die zich rein willen houden."
_
Wij redden hem en zijn familie, met uitzondering van zijn vrouw, zij
behoorde tot de achterblijvenden.
_
En Wij deden een regen van stenen over hen komen. Ziet nu wat het einde
was van de schuldigen.
_
En tot Midian hun broeder Shoaib. Hij zeide: "O, mijn volk, aanbidt
Allah, gij hebt geen god naast Hem. Er is inderdaad een duidelijk teken
van uw Heer tot u gekomen. Geeft daarom volle maat en ruim gewicht en
vermindert het aan de mensen verschuldigde niet en schept geen wanorde
op aarde nadat zij geordend is. Dit is beter voor u, als gij gelovigen
zijt."
_
"En wacht niet op de wegen om degenen die in Hem geloven te bedreigen en
van het pad van Allah af te houden en het oneffen te maken. En gedenkt,
hoe gij weinigen waart en Hij u vermenigvuldigde. En ziet wat het einde
was van de onruststokers."
_
"En als er een groep onder u is die gelooft in hetgeen waarmede ik ben
gezonden en een andere groep die dit niet gelooft, wacht dan geduldig
totdat Allah onder ons richt. Want Hij is de beste Rechter."
_
De leidende mannen van zijn volk die aanmatigend waren, antwoordden:
"Wij zullen u, o Shoaib, en de gelovigen met u zeker uit onze stad
verdrijven tenzij gij tot onze godsdienst terugkeert." Hij zeide: "Zelfs
al zijn wij er afkerig van?"
_
En indien wij tot uw godsdienst terugvallen, nadat Allah ons er van
heeft gered, dan hebben wij voorzeker een leugen aangaande Allah
verzonnen. En het past ons niet er naar te willen terugkeren, behalve,
wanneer Allah, onze Heer, dit zou willen. Onze Heer omvat alle dingen in
Zijn kennis. Wij hebben in Allah ons vertrouwen gelegd. Oordeel daarom,
onze Heer, tussen ons en ons volk in waarheid en Gij zijt de beste Rechter.
_
En de leidende mannen van zijn volk die niet geloofden, zeiden: "Als gij
Shoaib volgt, zult gij zeker verliezers zijn."
_
Daarom greep de aardbeving hen en zij lagen uitgestrekt op de grond in
hun huizen.
_
Degenen, die Shoaib verloochenden werden (zo vernietigd) alsof zij er
nooit in hadden gewoond. Degenen, die Shoaib van leugen beschuldigden -
zij waren de verliezers.
_
Daarna wendde hij zich van hen af en zeide: "O mijn volk, ik heb u
inderdaad de boodschap van mijn Heer overgebracht en ik gaf u oprechte
raad. Hoe moet ik dan om een ongelovig volk treuren?"
_
En Wij zonden nimmer een profeet naar een stad zonder dat Wij het volk
er van met tegenspoed en lijden troffen, opdat zij zouden verootmoedigen.
_
Daarna verwisselden Wij het boze met het goede, totdat zij groeiden en
zeiden: "Lijden en geluk wedervoeren onze vaderen ook." Dan grepen Wij
hen plotseling terwijl zij er niet aan dachten.
_
En indien de mensen van die steden hadden geloofd en rechtvaardig waren
geweest, zouden Wij zeker zegeningen van de hemel en van de aarde voor
hen hebben gezonden, maar zij verloochenden (onze profeet); daarom
grepen Wij hen vanwege hun daden.
_
Zijn de bewoners der steden veilig voor de komst van Onze straf over
hen, 's nachts, terwijl zij slapen?
_
Of zijn de bewoners dezer steden veilig voor Onze straf die over hen zou
kunnen komen, des daags terwijl zij zich vermaken?
_
Zijn zij dan veilig voor Allah's voornemen? En niemand waant zich veilig
voor Allah's voornemen, dan het volk dat te gronde gaat.
_
Doet het degenen, die de aarde beerven na haar (vroegere) bewoners niet
inzien, dat, indien Wij het willen, Wij hen om hun zonden treffen en hun
hart verzegelen, zodat zij niet meer horen?
_
Zo waren de steden wier verhaal Wij u hebben verteld. En voorzeker hun
boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen. Doch zij wilden
niet geloven omdat zij voorheen reeds loochenden. Zo zegelt Allah het
hart der ongelovigen.
_
Wij vonden in de meesten hunner geen (trouw aan het) verbond en Wij
bevonden dat de meesten hunner overtreders waren.
_
Toen zonden Wij na hen (de vorige boodschappers) Mozes met Onze tekenen
naar Pharao en zijn leiders, maar zij geloofden er niet in. Ziet hoe het
einde was van de onruststokers.
_
En Mozes zeide: "O, Pharao, ik ben waarlijk een boodschapper van de Heer
der Werelden."
_
"Ik mag slechts de waarheid over Allah spreken. Ik ben met een duidelijk
teken van uw Heer tot u gekomen; zend daarom de kinderen Israëls met mij
mee."
_
Hij antwoordde: "Als gij inderdaad met een teken zijt gekomen breng het
naar voren als gij tot de waarachtigen behoort."
_
Hij (Mozes) wierp zijn stok neder en ziet, het was duidelijk een slang.
_
En hij haalde zijn hand tevoorschijn en ziet, zij was wit (geworden)
voor de toeschouwers.
_
De leiders van het volk van Pharao zeiden: "Dit is gewis een vaardige
tovenaar."
_
"Hij wil u uit uw land zetten. Wat raadt gij nu aan?"
_
Zij zeiden: "Geef hem en zijn broeder tijd en zend (intussen) omroepers
de steden in,
_
Die elke vaardige tovenaar tot u zullen brengen."
_
En de tovenaars kwamen tot Pharao en zeiden: "Wij zullen natuurlijk als
wij de overhand krijgen een beloning ontvangen."
_
Hij (Pharao) antwoordde: "Ja en gij zult tot de gunstelingen behoren."
_
Zij zeiden: "O Mozes zult gij of zullen wij het eerst werpen?"
_
Hij antwoordde: "Werpt gij." En toen zij wierpen, betoverden zij de ogen
der mensen en deden hen vrezen en toonden hun grote toverkunst.
_
En Wij bezielden Mozes en zeiden: "Werp uw stok neder" en ziet, deze
slokte al hetgeen zij getoverd hadden op.
_
Zo werd de waarheid bevestigd en bleek wat zij deden ijdel te zijn.
_
Zo werden zij verslagen en vernederd.
_
En de tovenaars werden bewogen zich neder te werpen.
_
En zeiden: "Wij geloven in de Heer der Werelden."
_
"De Heer van Mozes en Aäron."
_
Pharao zeide: "Hebt gij vóór ik het u toestond in Hem geloofd? Dit is
voorzeker een complot dat gij in de stad hebt gesmeed, opdat gij haar
bewoners er uit moogt verdrijven maar gij zult het weldra te weten komen."
_
"Ik zal gewis uw handen en uw voeten aan tegengestelde zijden (rechts en
links) doen afsnijden. Dan zal ik u allen tezamen laten kruisigen."
_
Zij antwoordden: "Wij zullen voorzeker naar onze Heer terugkeren."
_
En gij neemt alleen wraak op ons omdat wij in de tekenen van onze Heer
hebben geloofd toen zij ons getoond werden. Onze Heer, stort
standvastigheid over ons uit en doe ons sterven terwijl wij Moslims zijn."
_
En de leiders van het volk van Pharao zeiden: "Wilt gij Mozes en zijn
volk in het land wanorde laten scheppen en u en uw goden laten
verzaken?" Hij antwoordde: "Wij zullen hun zonen doden en hun vrouwen
sparen. Zeker wij hebben macht over hen."
_
Mozes zeide tot zijn volk: "Zoekt de hulp van Allah en weest geduldig.
Voorzeker, de aarde behoort aan Allah. Hij geeft haar als erfdeel aan
wie Zijner dienaren Hij wil en de uiteindelijke overwinning is voor de
godvrezenden.
_
Zij antwoordden: "Wij werden vervolgd, voordat gij tot ons kwaamt en
nadat gij tot ons zijt gekomen." Hij (Mozes) zeide: "Waarschijnlijk gaat
uw Heer uw vijand vernietigen en u tot stedehouders in het land maken,
dan zal Hij zien hoe gij handelt."
_
En Wij straften het volk van Pharao door droogte en met schaarste van
vruchten, opdat zij er lering uit mochten trekken.
_
Wanneer er goeds tot hen kwam zeiden zij: "Dit komt ons toe." En als hen
kwaad overkwam, schreven zij de tegenspoed toe aan Mozes en zijn
metgezellen. Let op! Hun tegenspoed was eveneens van Allah. Maar de
meesten hunner weten het niet.
_
En zij zeiden (tot Mozes): "Welk teken gij ons ook moogt brengen om er
ons mede te betoveren, wij zullen stellig niet in u geloven."
_
Toen zonden Wij de storm en de sprinkhanen en de luizen en de kikvorsen
en bloed over hen - als duidelijke tekenen, doch zij gedroegen zich
hoogmoedig en waren een schuldig volk.
_
En toen de straf op hen viel, zeiden zij: "O, Mozes, bid voor ons tot uw
Heer, zoals Hij u heeft beloofd. Als gij de plaag van ons verwijdert,
zullen wij u zeker geloven en wij zullen de kinderen Israëls voorzeker
met u laten gaan.
_
Maar toen Wij de straf van hen verwijderden voor een bepaalde termijn,
die zij moesten voleindigen, ziet, toen braken zij (hun beloften.)
_
Wij straften hen derhalve en verdronken hen in zee, omdat zij Onze
tekenen verloochenden en er geen acht op sloegen.
_
En Wij deden de mensen die voor zwak werden gehouden de oostelijke en
westelijke gedeelten van het land, welke Wij zegenden, erven. En het
genadevolle woord van uw Heer werd voor de kinderen Israëls vervuld
omdat zij geduldig waren geweest; en Wij vernietigden al hetgeen Pharao
en zijn volk hadden gebouwd en al hetgeen zij hadden opgericht.
_
En Wij deden de kinderen Israëls door de zee trekken en zij kwamen tot
een volk dat aan zijn afgoden was gehecht. Zij zeiden: "O, Mozes, maak
ons een god zoals dit (volk) goden heeft." Hij antwoordde: "Gij zijt
zeker een onwetend volk."
_
"Wat dezen betreft, al hetgeen waarmede zij zich bezig houden, zal
worden vernietigd en al hetgeen zij doen zal vergeefs zijn."
_
Hij zeide (verder): "Zal ik u een andere god dan Allah zoeken, terwijl
Hij u boven de volkeren heeft verheven?"
_
Toen Wij u van Pharao's volk verlosten dat u aan een marteling
onderwierp en uw zonen doodde en uw vrouwen spaarde. En daarin lag voor
u een zware beproeving van uw Heer.
_
En Wij maakten met Mozes een overeenkomst van dertig nachten en vulden
ze met tien nachten aan. Aldus werd de periode, die door zijn Heer was
vastgesteld tot veertig nachten aangevuld. En Mozes zeide tot zijn
broeder Aäron: "Wees mijn plaatsvervanger onder mijn volk in mijn
afwezigheid en beheer wel en volg de weg der onruststokers niet."
_
En toen Mozes op Onze vastgestelde tijd kwam en zijn Heer tot hem sprak,
zeide hij: "Mijn Heer, toon U aan mij, opdat ik U moge aanschouwen." Hij
(Allah) antwoordde: "Gij zult Mij stellig niet kunnen aanschouwen, maar
kijk naar de berg en als deze op zijn plaats blijft, dan zult gij Mij
wel kunnen zien." En toen zijn Heer Zich op de berg openbaarde, brak
deze in stukken en Mozes viel bewusteloos neder. En toen hij tot
zichzelf kwam, zeide hij: "Heilig zijt Gij, ik wend mij tot U en ik ben
de eerste der gelovigen."
_
Allah zeide: "O, Mozes, Ik heb u door Mijn boodschappen en Mijn woord
boven de volkeren uitverkoren. Houd u daarom vast aan hetgeen Ik u heb
gegeven en behoor tot de dankbaren."
_
En Wij schreven op de tafelen allerhande raad en uitleg voor alles. Houd
u er aan en beveel uw volk, dit alles stipt op te volgen. Ik zal u
weldra de verblijfplaats der overtreders tonen.
_
Ik zal voorzeker degenen, die ten onrechte trots handelen op aarde
weldra van Mijn tekenen afkeren; en hoewel zij alle tekenen zien, zullen
zij er niet in geloven, en als zij het pad der rechtvaardigheid zien
zullen zij dit als weg niet aanvaarden, maar indien zij het pad der
dwaling zien, zullen zij deze als weg wel inslaan. Dat komt, omdat zij
Onze tekenen verloochenden en er onachtzaam op waren.
_
En zij, die Onze tekenen en de laatste Ontmoeting verloochenen - hun
werken zullen verloren gaan. Zullen zij worden beloond, anders dan voor
hetgeen zij deden?
_
En het volk van Mozes maakte van hun sieraden in zijn afwezigheid het
lichaam van een kalf - dat een loeiende toon voortbracht. Zagen zij
niet, dat het niet tot hen kon spreken, noch hen naar een goede weg
leiden? Zij namen het, (als hun god) en zij waren overtreders.
_
Toen zij wroeging gevoelden en zagen, dat zij inderdaad gedwaald hadden,
zeiden zij: "Als onze Heer ons geen barmhartigheid betoont en ons
vergeeft, zullen wij gewis tot de verliezers behoren.''
_
En toen Mozes verontwaardigd en bedroefd tot zijn volk terugkeerde,
zeide hij: "Hetgeen gij in mijn afwezigheid deedt, was slecht. Hebt gij
u gehaast vóór het gebod van uw Heer?" En hij legde de tafelen neder en
greep zijn broeders haar en sleepte hem naar zich toe. Hij (Aäron)
zeide: "Zoon van mijn moeder, het volk achtte mij inderdaad zwak en
wilde mij doden. Laat zich de vijanden daarom niet over mij verblijden
en plaats mij niet bij het onrechtvaardige volk."
_
Hij (Mozes) zeide: "Mijn Heer, vergeef mij en mijn broeder en laat ons
tot Uw barmhartigheid toe want Gij zijt de Allergenadigste.
_
Voorzeker, degenen die het kalf aanbaden zal de toorn van hun Heer en de
vernedering in het tegenwoordig leven treffen En zo bejegenen Wij
degenen, die een leugen verzinnen.
_
Doch diegenen die kwaad doen en daarna berouw tonen en geloven,
voorzeker uw Heer is dan Vergevensgezind, Genadevol.
_
Toen Mozes' toorn was gekalmeerd, nam hij de tafelen en er was leiding
en barmhartigheid in het geschrift voor degenen, die hun Heer vrezen.
_
En Mozes koos voor Onze ontmoeting zeventig mannen van zijn volk. Maar
toen de aardbeving hen achterhaalde, zeide hj: "Mijn Heer, als het U had
behaagd, kondet, Gij hen en mij voordien reeds hebben vernietigd. Wilt
Gij ons verdelgen voor hetgeen de dommen onder ons hebben gedaan? Dit is
niets dan een beproeving van U. Gij laat daardoor dwalen wie Gij wilt en
Gij leidt wie Gij wilt. Gij zijt onze Beschermer , vergeef one daarom en
toon ons barmhartigheid en Gij zijt de Beste Vergevensgezinde."
_
"En verorden het goede voor ons in deze wereld en in het Hiernamaals;
wij zijn tot U gekomen." Allah antwoordde: "Ik zal Mijn straf opleggen
aan wie Ik wil, maar Mijn barmhartigheid omvat alle dingen. Zo zal Ik
het verordenen voor degenen die Mij vrezen en de Zakaat betalen en voor
hen die in Onze tekenen geloven."
_
"Hun, die de boodschapper, de reine profeet volgen, die zij in de Torah
en het Evangelie beschreven vinden, legt hij het goede op en verbiedt
het kwade, veroortooft hun de goede dingen en verbiedt de slechte en
ontheft hen van de last en de kluisters die hen bonden. Zij, die in hem
geloven en hem eren en ondersteunen en het licht dat met hem is
nedergezonden volgen, zullen gewis slagen.
_
Zeg: "O mensdom, ik ben u allen tot een boodschapper van Allah, aan Wie
het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort. Er is geen God naast
Hem. Hij geeft het leven en doet sterven. Gelooft daarom in Allah en
Zijn boodschapper, de reine Profeet, die in Allah en Zijn woorden
gelooft en volgt hem opdat gij recht geleid moogt worden."
_
Er is een deel van het volk van Mozes dat tot waarheid aanspoort en
daarmede rechtvaardig handelt.
_
En Wij verdeelden hen in twaalf stammen, als afzonderlijke volkeren. En
Wij openbaarden aan Mozes, toen zijn volk om drinken vroeg: "Sla de rots
met uw staf" en er ontsprongen twaalf bronnen aan: elke stam kende zijn
drinkplaats. En Wij deden wolken hen overschaduwen en Wij zonden Manna
en kwartels voor hen neder. "Eet van de goede dingen, waarmede Wij u
hebben voorzien." En zij deden Ons geen onrecht aan, maar zij schaadden
zichzelf.
_
En toen er tot hen werd gezegd: "Woont in deze stad en eet ervan waar
gij ook wilt en zegt: 'God, verlicht onze last', en gaat de poort in
nederigheid binnen, Wij zullen u uw tekortkomingen vergeven. Wij zullen
meer geven aan hen die goed doen."
_
Maar de onrechtvaardigen onder hen vervingen het woord door een ander
dat niet tot hen was gesproken. Daarom zonden Wij een kastijding van de
hemel over hen neder omdat zij onrechtvaardig waren.
_
En vraag hun omtrent de stad, die aan de zee lag. Toen zij de Sabbath
ontheiligden verscheen vis op hun Sabbath aan de oppervlakte van het
water, maar de dag waarop zij geen Sabbath hielden kwam zij niet tot
hen. Zo beproefden Wij hen omdat zij overtreders waren.
_
Toen een gedeelte hunner zeide: "Waarom predikt gij tot een volk dat
Allah wil vernietigen of met een strenge kastijding gaat straffen?" Het
andere deel antwoordde: "Als een verontschuldiging tegenover uw Heer en
opdat zij rechtvaardig mogen worden."
_
En toen zij de vermaning vergaten redden Wij degenen die het kwade
verboden en grepen de onrechtvaardigen met een strenge straf aan, omdat
zij verkeerd handelden.
_
En toen zij overtraden, hetgeen hun was verboden, zeiden Wij tot hen:
"Weest verachte apen."
_
En toen verkondigde uw Heer dat Hij dezulken zou zenden, die hen (de
Joden) met een marteling zouden kwellen tot de dag der Opstanding.
Voorzeker, uw Heer is vlug in vergelding en Hij is Vergevensgezind,
Genadevol.
_
En Wij verdeelden hen in groepen over de aarde. Er zijn onder hen
rechtvaardigen en er zijn onrechtvaardigen. Wij beproefden hen door
voor- en tegenspoed, opdat zij zich mochten bekeren.
_
Na hen kwam er een boos geslacht dat het Boek erfde. Zij namen de
goederen van deze wereld en zeiden: "Het zal ons worden vergeven." Maar
als meer dergelijke goederen tot hen kwamen zouden zij deze ook hebben
genomen. Werd de belofte in het Boek, dat zij van Allah slechts de
waarheid zouden spreken, niet van hen afgenomen? En hebben zij hetgeen
er in staat, niet gelezen? En het tehuis van het Hiernamaals is beter
voor degenen, die (God) vrezen. Begrijpt gij dat niet?
_
En die zich aan het Boek vasthouden en in het gebed volhardend zijn -
voorzeker Wij doen de beloning der goeden niet verloren gaan.
_
Toen Wij de berg (Sinaï) boven hen deden schudden alsof hij een losse
bedekking was, dachten zij, dat deze op hen zou vallen; Wij zeiden:
"Houdt u aan hetgeen Wij u hebben gegeven vast en gedenkt wat er in
staat, opdat gij moogt worden behouden."
_
En toen uw Heer van Adams kinderen een nageslacht uit hun lendenen
voortbracht, en hen deed getuigen over henzelf: "Ben ik uw Heer niet?"
antwoordden zij: "Ja, wij getuigen" zodat gij op de Dag der Opstanding
niet zoudt zeggen: "Wij waren ons hiervan zeker niet bewust."
_
Of gij zolldt zeggen: "Het waren alleen onze vaderen die afgoderij
bedreven en wij waren een geslacht na hen. Wilt Gij ons dan vernietigen
om hetgeen de leugenaars deden?"
_
En zo verklaren Wij de tekenen opdat zij zich mogen bekeren.
_
En vertel hun het verhaal van de man die Wij Onze tekenen gaven, maar
hij wendde zich af, daarom volgde Satan hem en hij werd verleid.
_
En indien Wij wilden, konden Wij hem er door verheffen doch hij verkoos
de aarde en volgde zijn begeerten, hij is als een hond: als gij hem
achtervolgt laat deze zijn tong (uit de bek) hangen en indien gij hem
met rust laat steekt hij ook zijn tong uit. Dit is het geval van de
mensen, die Onze tekenen verloochenen. Vertel daarom deze gelijkenis
opdat zij mogen nadenken.
_
Slecht is de toestand van een volk dat Onze tekenen verloochent, het
handelt onjuist tegen zichzelf.
_
Wie Allah leidt is op het rechte pad. En wie Hij laat dwalen, zal tot de
verliezers behoren.
_
Voorwaar, Wij hebben menige djinn en mens geschapen wier einde de hel
zal zijn. Zij hebben harten maar begrijpen er niet mede en zij hebben
ogen maar zij zien er niet mede en zij hebben oren maar zij horen er
niet mede. Zij zijn als vee, neen zij dwalen nog meer (dan dit), zij
zijn de achtelozen.
_
Aan Allah behoren alle goede eigenschappen. Roept Hem daarbij aan. En
laat degenen, die ten opzichte van Zijn eigenschappen van de rechte weg
afwijken, met rust. Hun zal worden vergolden naar hetgeen zij hebben
bedreven.
_
En er is onder hen die Wij hebben geschapen een volk, dat de mensen met
waarheid leidt en rechtvaardig oordeelt.
_
En degenen, die Onze tekenen verwerpen zullen Wij geleidelijk
aangrijpen, op een wijze die zij niet verwachten.
_
Ik geef hun uitstel. Mijn plan is voorzeker machtig.
_
Hebben zij er niet over nagedacht dat er in hun metgezel (Mohammed) geen
krankzinnigheid is? Hij is slechts een duidelijk waarschuwer.
_
Hebben zij het koninkrijk der hemelen en der aarde en alle dingen die
Allah geschapen heeft, niet bekeken? En dat hun termijn waarschijnlijk
reeds naderbij is gekomen? In welk woord zullen zij dan daarna geloven?
_
En wie Allah laat dwalen, voor hem kan er geen gids zijn. Hij laat
dezulken in hun koppigheid blindelings zwerven.
_
Vragen zij u omtrent het uur, wanneer het zal plaatsvinden? Zeg: "De
kennis daarvan is slechts bij mijn Heer. Niemand dan Hij kan het op zijn
tijd openbaren. Het rust zwaar op de hemel en op de aarde. Het zal
slechts onverwacht tot u komen. Zij ondervragen u of gij er goed van op
de hoogte zijt. Zeg: "De kennis er van is slechts bij Allah, maar de
meeste mensen weten het niet."
_
Zeg: "Ik heb buiten hetgeen Allah wil, geen macht over goed of kwaad
voor mijzelf. En als ik het onzienlijke kende zou ik een overvloed van
goed hebben bemachtigd en het kwade zou mij niet hebben gedeerd. Ik ben
slechts een waarschuwer en een drager van goede tijding voor een volk
dat gelooft."
_
Hij is het, Die u uit een enkele ziel heeft geschapen en daaruit haar
gade maakte, opdat deze troost in haar mocht vinden. En nadat hij haar
bekend heeft, draagt zij een lichte last en gaat er mede rond. En
wanneer deze zwaar wordt, bidden zij beiden tot Allah hun Heer: "Als Gij
ons een goed kind geeft, zullen wij zeker tot de dankbaren behoren."
_
Maar als Hij hun een welgeschapen kind geeft, schrijven zij deelgenoten
aan Hem toe, betreffende hetgeen Hij hun beiden heeft gegeven. Maar
Allah is verheven boven hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
_
Vereenzelvigen zij met Allah degenen die niets scheppen terwijl deze
zelf geschapen zijn?
_
En zij kunnen anderen geen hulp verlenen noch kunnen zij zichzelf helpen.
_
En als gij hen tot leiding roept zullen zij u niet volgen. Het is gelijk
of gij hen roept of zwijgt.
_
Voorwaar, degenen die gij naast Allah aanroept zijn dienaren, zoals gij.
Roept hen dan aan en laat hen u verhoren als gij waarheid spreekt.
_
Hebben zij voeten waarmede zij lopen of hebben zij handen waarmede zij
vasthouden, of hebben zij ogen waarmede zij zien of hebben zij oren
waarmede zij horen? Zeg: "Roept de deelgenoten aan. Smeedt plannen tegen
mij (profeet) en geeft mij geen uitstel"
_
Waarlijk, mijn Beschermer is alleen Allah Die het Boek (de Koran) heeft
geopenbaard. En Hij is de Beschermer der goeden.
_
En zij, die gij naast Hem aanroept hebben geen macht om u te helpen noch
kunnen zij zichzelf helpen.
_
En als gij hen tot leiding uitnodigt horen zij u niet. En gij ziet hen
naar u kijken maar zij zien niet.
_
Neig u tot vergiffenis en spoor tot vriendelijkheid aan en wend u van de
onwetenden af.
_
En als een boze ingeving van Satan u (tot het kwade) aanspoort, zoek dan
uw toevlucht bij Allah; voorzeker, Hij is Alhorend, Alwetend.
_
Degenen die (God) vrezen, wanneer hen een boze neiging van Satan
overvalt, gedenken Allah en ziet, zij zijn ziende.
_
En hun broederen trachten hen te doen toenemen in dwaling, doch zij
falen niet.
_
En wanneer gij hun geen teken brengt, zeggen zij: "Waarom verzint gij
het niet? " Antwoord: "Ik volg alleen hetgeen mij van mijn Heer wordt
geopenbaard." Dit zijn de bewijzen van uw Heer en een leiding en een
barmhartigheid voor een volk, dat gelooft.
_
En wanneer de Koran wordt voorgedragen, luistert er naar en weest stil,
opdat u barmhartigheid moge geschieden.
_
En gedenk uw Heer, 's morgens en 's avonds in uw gedachte met
nederigheid en vrees en zonder luidruchtigheid van spraak en behoor niet
tot de onachtzamen.
_
Waarlijk, degenen die dicht bij uw Heer zijn wenden zich niet met trots
van Zijn aanbidding af doch zij verheerlijken Hem en werpen zich voor
Hem neder.
_
Zij vragen u omtrent de oorlogsbuit. Antwoord: "De oorlogsbuit behoort
aan Allah en de boodschapper. Vreest daarom Allah en regelt (uw
geschillen) onderling inschikkelijk en gehoorzaamt Allah en Zijn
boodschapper als gij gelovigen zijt."
_
Ware gelovigen zijn slechts degenen wier hart vol vrees klopt, wanneer
de naam van Allah wordt genoemd en wanneer Zijn tekenen hun worden
voorgelezen, doet dit hen in geloof toenemen en op hun Heer vertrouwen.
_
Die het gebed houden en van hetgeen, waarmede Wij hen hebben voorzien,
mededelen,
_
Dezen zijn de ware gelovigen. Voor hen zijn graden bij hun Heer,
vergiffenis en een waardige voorziening.
_
Toen uw Heer u in waarheid van uw huis deed weggaan, was een gedeelte
van de gelovigen er afkerig van.
_
Zij redetwistten met u over de waarheid nadat deze was bekend gemaakt
alsof zij zienderogen tot de dood werden gedreven.
_
En toen Allah u één der twee partijen beloofde dat zij de uwe zou zijn,
wenstet gij, dat de partij zonder wapenen de uwe zou worden, maar Allah
wilde door Zijn Woorden de waarheid bevestigen en de levenswortel der
ongelovigen afsnijden.
_
Opdat Hij de waarheid mocht bevestigen en de leugen teniet mocht doen,
ofschoon de schuldigen er afkerig van zijn.
_
Toen gij de hulp van uw Heer afsmeektet en Hij u antwoordde: "Ik zal u
met duizend engelen helpen die elkander opvolgen."
_
Allah gaf het slechts als verblijdend nieuws en opdat uw hart daardoor
mocht worden gerustgesteld. Want hulp komt alleen van Allah; voorzeker,
Allah is Almachtig, Alwijs.
_
Toen Hij slaap over u deed komen als beveiliging van Hem en water van de
wolken over u nederzond, opdat Hij u daardoor mocht reinigen en het vuil
van Satan van u mocht verwijderen en opdat Hij uw hart mocht sterken en
u mocht doen volhouden.
_
Toen uw Heer aan de engelen openbaarde: "Ik ben met u; versterkt de
gelovigen. Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen. Slaat daarom
hun hoofd af en slaat alle toppen van hun vingers af."
_
Dit is, omdat zij zich tegen Allah en Zijn boodschapper hebben verzet.
En wie tegen Allah en Zijn boodschapper strijdt, (wete) Allah is
voorzeker streng in vergelding.
_
Dat is (uw straf), ondergaat haar daarom en weet dat er voor de
ongelovigen de straf van het Vuur is.
_
O, gij die gelooft, wanneer gij degenen die niet geloven, op u af ziet
komen wendt hun dan niet uw rug toe.
_
En wie op die dag zijn rug toekeert, tenzij hij voor het gevecht
manoeuvreert of om plaats te nemen bij een andere groep, doet inderdaad
de toorn van Allah over zich komen en de hel zal zijn tehuis zijn en dat
is een slechte verblijfplaats.
_
Gij dooddet hen niet, doch Allah was het, Die hen doodde. En gij wierpt
niet toen gij wierpt, maar Allah was het die wierp, opdat Hij de
gelovigen een grote gunst van Zich mocht bewijzen. Voorzeker, Allah is
Alhorend, Alwetend.
_
Dit (geschiedde) en voorzeker is Allah degene, Die het plan van de
ongelovigen verijdelt.
_
Als gij een oordeel zoekt, dan is het oordeel reeds tot u gekomen. En
als gij ophoudt, zal het beter voor u zijn, maar als gij terugkeert,
zullen Wij ook terugkeren. En uw partij zal u in het geheel niet baten
hoe talrijk zij ook moge zijn en Allah is voorzeker met de gelovigen.
_
O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper en wendt u
niet van hem af, terwijl gij hoort.
_
En weest niet zoals degenen, die zeggen: "Wij horen," maar zij horen niet.
_
Voorzeker, erger dan de beesten zijn in de ogen van Allah de doven en de
stommen die niet willen begrijpen.
_
Als Allah enig goed in hen had ontdekt, zou Hij hen voorzeker hebben
doen horen. En als Hij hen zou hebben laten horen hadden zij zich in
afkerigheid afgewend.
_
O, gij die gelooft, geeft gehoor aan Allah en de boodschapper wanneer
Hij u roept, opdat Hij u leven moge geven en weet, dat Allah tussen een
man en zijn hart komt en dat Hij het is tot Wie gij zult worden vergaderd.
_
En behoedt u voor het onheil, dat niet alleen degenen, die onder u kwaad
doen zal treffen. En weet, dat Allah streng is in het straffen.
_
En gedenkt, toen gij weinigen waart en zwak werd geacht in het land en
toen gij vreesdet, dat de mensen u weg zouden voeren, hoe Hij u
beschermde en sterkte met Zijn hulp en u voorzag van goede dingen, opdat
gij dankbaar mocht zijn.
_
O, gij die gelooft, weest Allah en de boodschapper niet ontrouw en weest
niet ontrouw aan het u toevertrouwde tegen beter weten in.
_
En weet, dat uw bezittingen en uw kinderen slechts een beproeving zijn
en dat voorzeker bij Allah een grote beloning is.
_
O, gij die gelooft, als gij Allah vreest zal Hij u een onderscheiding
verlenen en uw tekortkomingen voor u bedekken en u vergeven; Allah is
Heer van grote Genade.
_
Toen smeedden de ongelovigen tegan u plannen, opdat zij u gevangen
mochten nemen of doden of verbannen. En zij maakten plannen en Allah
maakte plannen en Allah is het best in staat plannen te verijdelen.
_
En wanneer Onze verzen worden voorgelezen aan hen, zeggen zij: "Wij
hebben het gehoord. Als wij willen kunnen wij gewis iets dergelijks
uiten. Dit zijn niets dan fabelen der ouden."
_
En toen zij zeiden: "O Allah, als dit inderdaad de waarheid van U is,
doe dan stenen uit de hemel over ons regenen of geef ons een (andere)
smartelijke straf."
_
Maar Allah zal hen niet straffen zolang gij onder hen zijt noch zal
Allah hen straffen indien zij om vergiffenis vragen.
_
Waarom zal Allah hen niet straffen, wanneer zij de mensen beletten de
heilige moskee binnen te gaan en er geen bewakers van zijn? De bewakers
er van zijn alleen de godvruchtigen, maar de meesten hunner beseffen het
niet.
_
En hun gebed in het Huis (de Kaaba) is niet anders dan fluiten en
klappen in de handen. "Ondergaat daarom de straf omdat gij placht te
verwerpen."
_
Voorzeker, de ongelovigen besteden hun rijkdommen om anderen van de weg
van Allah af te leiden. Zij zullen doorgaan ze te verspillen maar daarna
zullen zij spijt hebben en worden overwonnen. En zij die verwerpen
zullen in de hel worden verzameld.
_
Zodat Allah de bozen van de goeden moge scheiden en de bozen bij
elkander moge drijven en hen allen tezamen moge ophopen en hen dan in de
hel moge werpen. Dit zijn de verliezers.
_
Zeg tot degenen die niet geloven, dat als zij ophouden (u te vervolgen),
hetgeen voorby is hen zal worden vergeven en indien zij er weer in
vervallen, voorwaar, dan is er akeeds het voorbeeld van vroegere volkeren.
_
En bestrijdt hen totdat er geen vervolging is en de godsdienst geheel
voor Allah wordt. Maar als zij ophouden dan ziet Allah voorzeker hetgeen
zij doen.
_
En als zij terugvallen weet dan, dat Allah uw Beschermer is, een
uitstekende Beschermer en een uitstekende Helper.
_
En weet, dat wat gij ook als buit neemt, er een vijfde van voor Allah,
de boodschapper, de verwanten, de wezen, de armen en de reiziger is, -
indien gij in Allah gelooft en in hetgeen Wij aan Onze dienaar op de dag
der onderscheiding nederzonden, de dag waarop de twee legers elkander
ontmoetten. En Allah heeft macht over alle dingen.
_
Toen gij op de nabijzijnde kant waart en zij zich op de andere zijde
bevonden en de karavaan beneden u was; en indien gij een onderlinge
afspraak hadt gemaakt, zoudt gij ten opzichte van die afspraak zeker
(van mening) hebben verschild. Maar (dit gebeurde) zodat Allah hetgeen
gedaan moest worden tot stand zou brengen, zodat hij die zou omkomen
door een duidelijk teken zou sterven en dat hij die zou leven door een
even duidelijk teken zou blijven leven. En voorzeker, Allah is Alhorend,
Alwetend.
_
Gedenk de tijd toen Allah hen (de vijanden) in uw ogen als weinigen
toonde; had Hij hen u als velen getoond, dan zoudt gij voorzeker hebben
geweifeld en met elkander over de zaak getwist; maar Allah bewaarde u;
voorzeker, Hij heeft volle kennis over hetgeen in het innerlijk is.
_
En toen Hij hen in de tijd van uw ontmoeting als weinigen in uw ogen
deed voorkomen en u als weinigen in hun ogen deed voorkomen, zodat Allah
hetgeen gedaan moest worden tot stand mocht brengen. En tot Allah worden
alle dingen teruggebracht.
_
O, gij die gelooft, blijft standvastig wanneer gij een leger (van
ongelovigen) ontmoet en gedenkt Allah vaak, opdat gij moogt slagen.
_
En gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper en redetwist niet met
elkander, anders zult gij laf worden en uw kracht zal vergaan. En weest
geduldig, voorzeker Allah is met de geduldigen.
_
En weest niet zoals degenen die pochend uit hun huizen kwamen om door de
mensen te worden gezien en om anderen van het pad van Allah af te
leiden; en Allah omvat al hetgeen zij doen.
_
Toen deed Satan hun hun daden schoon schijnen en zeide: "Niemand onder
de mensen zal deze dag de overhand over u hebben want ik ben uw
metgezel." Maar toen de twee legers elkander in het zicht kwamen, wendde
hij zich af en zeide: "Voorzeker, ik heb niets met u uitstaande,
waarlijk, ik zie wat gij niet ziet, ik vrees Allah en Allah is streng in
het straffen."
_
Toen de huichelaars en degenen in wier hart een ziekte is, zeiden: "Hun
(Moslims) geloof heeft dezen bedrogen." Maar wie zijn vertrouwen in
Allah legt: voorzeker Allah is Almachtig, Alwijs.
_
O, hadt gij het slechts kunnen zien, wanneer de engelen de ziel der
ongelovigen wegnemen, hun gezicht en hun rug treffende: "Ondergaat de
straf van het branden.
_
Dit komt door hetgeen uw handen hebben gewrocht; Allah is in het geheel
niet onrechtvaardig voor Zijn dienaren."
_
Zoals het volk van Pharao en degenen die vóór hen waren; zij verwierpen
de tekenen van Allah, daarom strafte Allah hen voor hun zonden.
Voorzeker, Allah is Machtig, Streng in het straffen.
_
Dit is omdat Allah nooit een gunst die Hij een volk heeft bewezen zal
veranderen totdat zij, wat in hun hart is, veranderen. En voorzeker
Allah is Alhorend, Alwetend.
_
Zoals het volk van Pharao en degenen, die vóór hen waren; zij
verloochenden de tekenen van hun Heer daarom vernietigden Wij hen voor
hun zonden. En Wij verdronken het volk van Pharao want zij waren allen
onrechtvaardig.
_
Voorzeker, in de ogen van Allah zijn zij, die (de waarheid) verwerpen
erger dan beesten want zij willen niet geloven:
_
Degenen met wie gij een verbond sluit, daarna schenden zij dit verbond
telkens weer en zij vrezen niet.
_
Als gij hen in de oorlog ontmoet, jaagt dan degenen die achter hen zign
vrees aan wegens hen, opdat zij er lering uit mogen trekken.
_
En als gij ontrouw van een volk vreest verstoot hen dan op gelijke
wijze. Voorzeker, Allah heeft de ongelovigen niet lief.
_
En laat de ongelovigen niet denken dat zij een voorsprong hebben.
Voorzeker, zij kunnen Ons niet ontkomen.
_
En maakt aan de grens alle mogelijke strijdkrachten en vastgehouden
paarden voor hen gereed, waarmede gij de vijand van Allah en uw vijand
en anderen buiten hen, die gij niet kent, doch die Allah kent, moogt
afschrikken. En wat gij ook voor de zaak van Allah besteedt, het zal u
ten volle worden terugbetaald en u zal geen onrecht worden aangedaan.
_
En als zij tot vrede neigen, neigt u er dan ook toe en legt uw
vertrouwen in Allah. Voorzeker Hij is Alhorend, Alwetend.
_
En als zij u willen bedriegen is Allah voorzeker (als Helper) toereikend
voor u. Hij is het, Die u heeft versterkt met Zijn hulp en met die der
gelovigen,
_
en Hij heeft hun harten verenigd. Indien gij al hetgeen op aarde is had
besteed, kondet gij hun harten niet hebben verzoend, maar Allah heeft
hen verenigd. Voorzeker, Hij is Almachtig, Alwijs.
_
O profeet, Allah is toereikend voor u en voor diegenen der gelovigen die
u volgen.
_
O profeet, spoor de gelovigen aan om te vechten. Als er twintig onder u
zijn die stand houden, zullen zij tweehonderd overwinnen en als er
honderd uwer zijn zullen zij duizend der ongelovigen verslaan, omdat zij
een volk zijn dat niet wil begrijpen.
_
Maar nu heeft Allah uw last verlicht, want Hij weet dat er zwakheid in u
is. Als er daarom honderd uwer zijn die standvastig zijn, zullen zij
tweehonderd overweldigen en als er duizend uwer zijn zullen zij door het
gebod van Allah twee duizend overwinnen. En Allah is met degenen die
standvastig zijn.
_
Een profeet kan geen gevangenen maken voordat hij tot geregeld vechten
in het land komt. Gij wenst de goederen van deze wereld terwijl Allah
het Hiernamaals voor u wenst. En Allah is Almachtig, Alwijs.
_
En indien er geen gebod van Allah was geweest zou u voorzeker een grote
rampspoed zijn overkomen voor hetgeen gij naamt.
_
Eet van de buit die gij ontvangt als wettig en goed en vreest Allah.
Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
O profeet, zeg tot de gevangenen die in uw handen zijn: "Als Allah enig
goed in uw hart vindt, zal Hij u beter geven dan hetgeen van u is
weggenomen en zal Hij u vergeven". Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Maar als zij voornemens zijn u ontrouw te worden, zijn zij reeds
voorheen Allah ontrouw geweest, daarom gaf Hij u macht over hen. Allah
is Alwetend, Alwijs.
_
Voorzeker, degenen die hebben geloofd en hun huizen verlieten en met hun
bezittingen en hun persoon voor de zaak van Allah hebben gestreden en
degenen die schuilplaats verstrekten en hielpen, zijn vrienden van
elkander. Maar degenen die geloven en die hun huizen niet verlieten, gij
zijt in het geheel niet verantwoordelijk voor hun bescherming tenzij zij
hun huizen verlaten. Maar als zij hulp inzake het geloof zoeken dan is
het uw plicht hen te helpen behalve tegen een volk, met hetwelk gij een
verbond hebt. Allah ziet, wat gij doet.
_
De ongelovigen zijn vrienden van elkander. Als gij niet ingrijpt zal er
onheil en grote wanorde in het land komen.
_
En degenen die geloven en hun huizen verlaten en die streden voor de
zaak van Allah en degenen die hun schuilplaats verstrekken en hen helpen
zijn de ware gelovigen. Er is voor hen vergiffenis en een waardige
voorziening.
_
En degenen die naderhand zullen geloven en hun huizen verlaten en
tezamen met u strijden, zullen tot u behoren; en bloedverwanten staan
nader tot elkander in het Boek van Allah. Voorzeker, Allah is de
Oerkenner van alle dingen.
_
Dit is de verklaring van ontheffing door Allah en zijn boodschapper
tegenover degenen der afgodendienaren met wie gij een verdrag hebt gesloten.
_
Gaat daarom in het land rond voor vier maanden en weet, dat gij Allah
niet kunt ontsnappen en dat Allah de ongelovigen zal vernederen.
_
En dit is een verklaring van Allah en Zijn boodschapper aan de mensen op
de dag van de grote bedevaart, dat Allah alsmede Zijn boodschapper niets
uitstaande hebben met de afgodendienaren. Als gij daarom berouw toont
zal het beter voor u zijn, maar indien gij u afwendt, weet dan, dat gij
Allah niet kunt ontsnappen. En geeft tijding van een pijnlijke straf aan
de ongelovigen.
_
Met uitzondering van diegenen der afgodendienaren met wie gij een
verbond hebt gesloten en die in niets hebben gefaald, noch iemand tegen
u hebben geholpen. Vervult daarom aan dezen het verbond tot hun bepaalde
termijn. Voorzeker, Allah heeft de godvruchtigen lief.
_
Wanneer de heilige maanden voorbij zijn, doodt dan de afgodendienaren
waar gij hen ook vindt en grijpt hen en belegert hen en loert op hen uit
elke hinderlaag. Maar als zij berouw hebben en het gebed houden en de
Zakaat betalen, laat hun weg dan vrij. Voorzeker, Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
En als één der afgodendienaren u om bescherming vraagt, schenk hem dan
bescherming dat hij het woord van Allah moge horen; voer hem dan naar de
plaats, waar hij veilig is. Dit is omdat zij een volk zijn dat niet weet.
_
Hoe kan er een verbond bestaan voor de afgodendienaren met Allah en Zijn
boodschapper, met uitzondering van hen, met wie gij in de heilige Moskee
een verbond hebt gesloten? Zolang zij daarom getrouw jegens u zijn,
weest getrouw jegens hen. Voorzeker, Allah heeft de godvruchtigen lief.
_
Hoe kan het zijn dat wanneer zij de overhand over u hebben, zij geen
band van verwantschap en verbond tegenover u in acht zullen nemen? Zij
behagen u met hun mond terwijl hun hart dit weigert en de meesten hunner
overtreden.
_
Zij verkopen de tekenen van Allah voor een geringe prijs en keren
(mensen) van Zijn weg af. Slecht is inderdaad hetgeen zij doen.
_
Zij nemen geen band van verwantschap of verbond betreffende een gelovige
in acht, en zij zijn overtreders.
_
Maar als zij berouw tonen en het gebed houden en de Zakaat betalen
worden zij uw broeders in het geloof. Wij leggen de tekenen uit aan een
volk dat wil begrijpen.
_
Maar indien zij na hun verbond hun eden breken en uw godsdienst smaden,
bestrijdt dan de leiders van het ongeloof - waarlijk, hun eden zijn
niets - opdat zij mogen ophouden.
_
Wilt gij een volk niet bestrijden dat zijn eden heeft gebroken en
plannen smeedde om de boodschapper te verdrijven en dat het eerste was
om tegen u te beginnen? Vreest gij hen? Neen, Allah is het meest
waardig, dat gij Hem zoudt vrezen als gij gelovigen zijt.
_
Bestrijdt hen, Allah zal hen door uw handen straffen en vernederen en u
tot een overwinning over hen helpen en het gemoed van een volk dat
gelooft, verlichten.
_
En Hij zal de nijd van hun hart wegnemen. Allah wendt Zich met
barmhartigheid tot wie Hij wil. Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Denkt gij, dat gij met rust zoudt worden gelaten terwijl Allah diegenen
uwer nog niet heeft onderscheiden die (voor Hem) strijden en niemand
buiten Allah en Zijn boodschapper en de gelovigen tot boezemvriend
nemen? -Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
De afgodendienaren kunnen de Moskeeën van Allah niet onderhouden,
terwijl zij van ongeloof tegen zichzelf getuigen. Zij zijn het wier
werken ijdel zullen zijn en zij zullen in het Vuur vertoeven.
_
Alleen hij kan de Moskeeën onderhouden die in Allah en de laatste Dag
gelooft en het gebed houdt en de Zakaat betaalt en niemand vreest
behalve Allah. Dezen zijn het die tot de geleiden behoren.
_
Acht gij het geven van dranken aan de bedevaartgangers en het bezoeken
van de heilige Moskee gelijk aan de werken van hem die in Allah en de
laatste Dag gelooft en voor de zaak van Allah strijdt? Zij zijn in de
ogen van Allah niet gelijk. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
_
Zij, die geloven en van hun woonplaatsen verhuizen en met hun bezit en
met hun persoon voor de zaak van Allah strijden, hebben in de ogen van
Allah de hoogste rang. Dezen zullen zegevieren.
_
Hun Heer geeft hun blijde tijdingen van Zijn barmhartigheid en van
welbehagen en van tuinen waarin een blijvende zaligheid voor hen zal zijn.
_
Zij zullen daarin voor eeuwig vertoeven. Voorwaar er is bij Allah een
grote beloning.
_
O gij, die gelooft, neemt uw vaders en uw broeders niet tot vrienden als
zij ongeloof boven geloof verkiezen. En wie onder u met hen bevriend is
behoort tot de overtreders.
_
Zeg: "Indien uw vaders en uw zonen en uw broeders en uw vrouwen en uw
verwanten en de rijkdommen die gij verkregen hebt en de handel waarvan
gij slapte vreest en de woningen waarvan gij houdt, u liever zijn, dan
Allah en Zijn boodschapper en het streven voor Zijn zaak, wacht dan, tot
Allah met Zijn oordeel komt; Allah leidt het ongehoorzame volk niet.
_
Voorzeker, Allah heeft u op menig slagveld geholpen en op de dag van
Honain, toen uw grote aantal u verheugde, maar dit baatte u niets en de
aarde werd ondanks haar uitgestrektheid voor u te eng; toen hebt gij u
vluchtende afgewend.
_
Daarna zond Allah Zijn vrede over de boodschapper en over de gelovigen
neder en Hij zond scharen, die gij niet zaagt en Hij strafte de
ongelovigen. En dit is de vergelding voor hen die niet geloven.
_
Daarna zal Allah Zich met Barmhartigheid wenden tot wie Hij wil en Allah
is Vergevensgezind, Genadevol.
_
O, gij die gelooft, de afgodendienaren zijn voorzeker onrein. Zij zullen
daarom na (verloop van) dit jaar de heilige Moskee niet naderen. En als
gij armoede vreest, zal Allah u als Hij wil, uit Zijn overvloed
verrijken. Voorzeker, Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Bestrijdt diegenen onder de mensen van het Boek, die in Allah noch in de
laatste Dag geloven, noch voor onwettig houden wat Allah en Zijn
boodschapper voor onwettig hebben verklaard, noch de ware godsdienst
belijden totdat zij de belasting met eigen hand betalen, terwijl zij
onderdanig zign.
_
En de Joden zeggen: "Ezra is de zoon van Allah" en de Christenen zeggen:
"De Messias is de zoon van Allah." Dit is, hetgeen zij met hun mond
zeggen. Zij spreken de woorden na van degenen die vóór hen ongelovig
waren; Allah's vloek zij over hen, hoe zijn zij afgekeerd!
_
Zij hebben naast Allah hun geleerde mannen en hun monniken tot Heren
genomen. En ook de Messias, de zoon van Maria, hoewel hun was bevolen
slechts de ene God te aanbidden. Er is geen God naast Hem. Hij is
verheven boven hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
_
Zij wensen het licht van Allah door hun mond te doven, maar Allah belet
dit. Hij zal Zijn licht vervolmaken, zelfs al mogen de ongelovigen er
een afkeer van hebben.
_
Hij is het, Die Zijn boodschapper met leiding en de ware godsdienst
heeft gezonden om deze te doen zegevieren boven alle godsdiensten,
ofschoon de afgodendienaren er afkerig van zijn.
_
O, gij die gelooft, velen der priesters en monniken verteren de
rijkdommen der mensen door valse middelen en leiden de mensen van de weg
van Allah af. En degenen, die goud en zilver ophopen en het niet voor de
zaak van Allah besteden, deel hun het nieuws van een pijnlijke straf mee.
_
Op de Dag, waarop het (geld) in het Vuur der hel verhit zal worden en
hun voorhoofd, hun zijden en hun rug er mede zullen worden gebrandmerkt,
(wordt hun gezegd:) "Dit is hetgeen gij voor uzelf hebt vergaard,
ondergaat daarom nu (de gevolgen van) hetgeen gij voor uzelf verzameld
hebt."
_
Het aantal der maanden is volgens Allah's verordening twaalf sinds de
tijd waarop Hij de hemelen en de aarde schiep. Vier hiervan zijn heilig.
Dit is het juiste geloof. Doet u zelf dus hierin geen onrecht aan. En
bestrijdt de afgodendienaren allen tezamen, zoals zij u bestrijden en
weet, dat Allah met de rechtvaardigen is.
_
Voorzeker, het uitstellen (van een heilige maand) is een toevoeging aan
het ongeloof. Degenen, die niet geloven worden daardoor op een
dwaalspoor gebracht. Het ene jaar staan zij het toe en het andere jaar
verbieden zij het, opdat zij betreffende het aantal dat Allah heilig
heeft gemaakt mogen overeenkomen, waardoor zij hetgeen Allah heeft
verboden wettig maken. Het boze hunner daden werd voor hen
schoonschijnend gemaakt. Allah leidt het ongelovige volk niet.
_
O, gij die gelooft, waarom buigt gij ter aarde wanneer er tot u wordt
gezegd: "Gaat op de weg van Allah voort?" Zijt gij met het tegenwoordige
leven tevreden boven het Hiernamaals? Maar het genoegen van het
tegenwoordige leven is vergeleken bij het Hiernamaals slechts nietig.
_
Als gij niet voortgaat te vechten zal Hij u met een pijnlijke straf
straffen en zal Hij een ander volk in uw plaats stellen en gij zult Hem
in het geheel niet deren. Allah heeft macht over alle dingen.
_
Als gij hem (de profeet) niet helpt, voorzeker Allah hielp hem, toen de
ongelovigen hem verdreven - toen hij één van de twee was - en zij beiden
in de grot waren en hij tot zijn metgezel zeide: "Treur niet, want Allah
is met ons." Toen zond Allah Zijn vrede op hem neder en versterkte hem
met scharen die gij niet zaagt en vernederde het woord van de
ongelovigen en Allah's woord is het allerhoogste. En Allah is Almachtig,
Alwijs.
_
Gaat voort licht of zwaar, streeft met uw bezit en uw persoon voor de
zaak van Allah. Dit is beter voor u als gij het slechts weet.
_
Als het een onmiddellijke winst en een korte reis was geweest, zouden
zij u zeker zijn gevolgd, maar de vermoeiende reis scheen hun te lang.
Toch willen zij bij Allah zweren: "Als wij er toe in staat waren
geweest, zouden wij zeker met u zijn gegaan." Zij doen hun ziel te
gronde gaan en Allah weet dat zij leugenaars zijn.
_
Allah vergeve het u! Waarom stondt gij het hun toe, voordat degenen die
de waarheid spraken u bekend waren geworden en totdat gij de leugenaars
had herkend?
_
Degenen, die in Allah en de laatste Dag geloven zullen u niet om
toestemming vragen om te worden vrijgesteld van het strijden met hun
bezit en hun persoon. Allah kent de rechtvaardigen goed.
_
Alleen degenen, die niet in Allah en de laatste Dag geloven en wier hart
vol twijfel is, zullen u vragen om te worden vrijgesteld daar zij
aarzelen in hun twijfel.
_
Indien zij hadden willen vertrekken, zouden zij er zeker enige
voorbereiding voor hebben gemaakt, maar Allah was afkerig van hun
vertrek. Hij hield hen daarom terug en er werd gezegd: "Zit met de
zittenden."
_
En als zij met u waren gegaan, zouden zij u niets dan last hebben
bezorgd en zij zouden zich heen en weer hebben gehaast, tweedracht
tussen u zaaiende. En er zijn er onder u die naar hen geluisterd zouden
hebben. En Allah kent de onrechtvaardigen goed.
_
Voorzeker, zij zochten voordien reeds tweedracht te scheppen en zij
smeedden complotten tegen u, totdat de waarheid kwam en het voornemen
van Allah de overhand kreeg, ofschoon zij er afkerig van waren.
_
En onder hen is hij die zegt: "Geef mij verlof en stel mij niet op de
proef." Voorzeker, zij zijn reeds op de proef gesteld. De hel zal de
ongelovigen zeker omvatten.
_
Indien u iets goeds overkomt, verdriet het hen, maar als u een rampspoed
overkomt, zeggen zij: "Wij hadden inderdaad onze voorzorgen genomen." En
zij wenden zich juichend af.
_
Zeg: "Niets kan ons overkomen, behalve hetgeen Allah voor ons heeft
verordend. Hij is onze Beschermer. En in Allah zullen de gelovigen hun
vertrouwen leggen."
_
Zeg: "Gij verwacht voor ons niets dan een der beide goede dingen
(overwinning, martelaarschap), terwijl wij betreffende u verwachten, dat
Allah u een straf zal opleggen van Hemzelf of door onze handen. Wacht
daarom, wij wachten ook met u."
_
Zeg: "Besteedt vrijwillig of onwillig, het zal van u niet worden
aangenomen. Gij zijt inderdaad een ongehoorzaam volk."
_
En niets verhindert, dat hun gaven worden aangenomen behalve dat zij in
Allah en de boodschapper niet geloven. En zij komen slechts in luiheid
tot het gebed en zij geven niet, dan onwillig.
_
Laat daarom hun rijkdommen noch hun kinderen uw verwondering opwekken.
Allah wenst hen er slechts mede te straffen en hun ziel zal heengaan,
terwijl zij ongelovigen Zijn.
_
En zij zweren bij Allah dat zij inderdaad tot de uwen behoren, terwijl
zij (in feite) niet tot de uwen behoren, toch zijn zij een volk dat vreest.
_
Als zij een schuilplaats of grotten of zelfs een gat konden vinden om er
binnen te gaan, zouden zij er zich zeker met grote spoed heenwenden.
_
Er zijn onder hen die u inzake aalmoezen belasteren. Als hun ervan wordt
gegeven zijn zij tevreden, maar als hun er niet van wordt gegeven, ziet,
worden zij boos.
_
Waren zij slechts tevreden geweest met hetgeen Allah en Zijn
boodschapper hun hadden gegeven en hadden zij gezegd: "Allah is ons
toereikend: Allah zal ons van Zijn overvloed geven evenals Zijn
boodschapper. Voorzeker, tot Allah zijn wij geneigd."
_
De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen en voor degenen
die daarbij werkzaam zijn en voor degenen wier hart verzoend is en voor
de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak van Allah en
voor de reiziger: dit is een gebod van Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En er zijn onder hen, die de profeet lastig vallen en zeggen: "Hij
luistert naar iedereen." Zeg: "Zijn luisteren is goed voor u, hij
gelooft in Allah en hij gelooft de gelovigen en hij is een
barmhartigheid voor de gelovigen onder u." En zij, die de boodschapper
van Allah lastig vallen, zullen een pijnlijke straf ontvangen.
_
Zij zweren bij Allah om u te behagen, maar Allah en Zijn boodschapper
zijn waardiger, dat zij hen zouden behagen, als zij gelovigen zijn.
_
Weten zij niet, dat hem die Allah en Zijn Boodschapper vijandig gezind
is het Vuur der hel wacht, waarin hij zal vertoeven? Dat is de grote
vernedering.
_
De huichelaars vrezen, dat een Soerah tegen hen zou worden geopenbaard
die hen zou onderrichten over hetgeen in hun hart is. Zeg (tot hen):
"Spot maar, voorzeker, Allah zal al hetgeen gij vreest aan het licht
brengen."
_
En indien gij hen ondervraagt, zullen zij beslist zeggen: "Wij spraken
slechts ijdellijk (onder elkander) en vermaakten ons." Zeg: "Was het
over Allah en Zijn tekenen en Zijn boodschapper dat gij spotte?"
_
"Biedt geen verontschuldiging aan. Gij hebt, na te hebben geloofd,
verworpen. Als Wij een deel uwer vergeven, zullen Wij een ander deel
uwer straffen, omdat zij schuldig waren."
_
De huichelaars, mannen en vrouwen zijn allen met elkander verbonden. Zij
sporen aan tot het kwade en verbieden het goede en houden hun handen
gesloten (om geen aalmoezen te geven). Zij vergaten Allah, daarom heeft
Hij hen vergeten. Voorzeker, de huichelaars zijn ongehoorzaam.
_
Allah belooft de huichelaars, mannen en vrouwen en de ongelovigen het
Vuur der hel, waarin zij zullen vertoeven. Het zal hun genoeg zijn.
Allah heeft hen vervloekt, en zij zullen een blijvende straf ontvangen.
_
Evenals die vóór u waren: zij hadden meer macht dan gij en waren rijker
in bezittingen en kinderen. Dezen genoten hun deel; gij zult dus uw deel
genieten, zoals zij die voor u waren hun deel genoten. En gij spreekt
ijdellijk, evenals zij ijdellijk spraken. Dezen zijn het wier werken in
deze wereld en in het Hiernamaals verloren zijn gegaan. En zij zijn de
verliezers.
_
Heeft hen het verhaal niet bereikt van degenen, die vóór hen waren? Het
volk van Noach en Aad en Samoed en het volk van Abraham en de bewoners
van Midian en van de steden die verwoest werden? Hun boodschappers
kwamen met duidelijke tekenen tot hen. Allah was het niet die hun
onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.
_
En de gelovigen, mannen en vrouwen, zijn vrienden van elkander. Zij
sporen aan tot het goede en verbieden het kwade en houden het gebed en
betalen de Zakaat en gehoorzamen Allah en Zijn boodschapper. Dezen zijn
het, wie Allah barmhartigheid zal betonen. Voorzeker, Allah is
Almachtig, Alwijs.
_
Allah heeft de gelovigen, mannen en vrouwen tuinen beloofd waar doorheen
rivieren stromen, heerlijke woonplaatsen in tuinen der eeuwigheid. En
het behagen van Allah is het grootste. Dit is de grootste zegepraal.
_
O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de huichelaars. En wees streng
jegens hen. Hun tehuis is de hel en deze is een boze bestemming.
_
Zij zweren bij Allah, dat zij niets zeiden, maar voorzeker zij spraken
het woord des ongeloofs en na de Islam te hebben aanvaard, verwierpen
zij deze en zij besloten tot hetgeen zij niet konden volbrengen. Zij
koesterden haat alleen omdat Allah en Zijn boodschapper hen uit Zijn
overvloed hadden verrijkt. Als zij berouw tonen zal het beter voor hen
zijn, maar indien zij zich afwenden zal Allah hen met een pijnlijke
straf in deze wereld en in het Hiernamaals straffen en zij zullen op
aarde vriend noch helper hebben.
_
En er zijn onder hen die met Allah een verbond sloten. Zij zeiden: "Als
Hij ons van Zijn overvloed geeft zullen wij beslist aalmoezen geven en
tot de deugdzamen behoren."
_
Maar toen Hij hun van Zijn overvloed gaf werden zij er vrekkig mede en
wendden zich om en waren afkerig.
_
Hij vergold het hun door huichelachtigheid in hun hart op te wekken tot
aan de Dag, waarop zij Hem zullen ontmoeten, omdat zij hun belofte aan
Allah braken en leugens uitten.
_
Weten zij niet dat Allah hun geheimen alsook hun heimelijk overleg kent
en dat Allah de Oerkenner is van het onzienlijke?
_
Zij, die de gelovigen belasteren welke vrijwillig aalmoezen geven en hen
die niets vinden (te geven) dan naar hun vermogen, bespotten: Allah zal
hun spotternij vergelden en er is voor hen een pijnlijke straf.
_
Of gij vergiffenis voor hen vraagt of dat gij geen vergiffenis voor hen
vraagt - zelfs al vraagt gij zeventig maal vergiffenis voor hen - Allah
zal hen toch niet vergeven. Dit is omdat zij in Allah en Zijn
boodschapper niet geloven. Allah leidt het trouweloze volk niet.
_
Zij die achter de boodschapper van Allah bleven verheugden zich over hun
thuiszitten en waren er afkerig van met hun eigendommen en hun persoon
voor de zaak van Allah te strijden. En zij zeiden: "Trekt niet uit in de
hitte." Zeg: "Het Vuur der hel is heter." Konden zij dit slechts begrijpen!
_
Laten zij weinig lachen en veel wenen als vergelding voor hetgeen zij deden.
_
En als Allah u tot een gedeelte hunner terugzendt en zij u om
toestemming vragen om uit te trekken (tot het gevecht), zeg dan: "Gij
zult met mij niet uittrekken en gij zult nooit een vijand met mij
bestrijden. Gij verkoost eerst thuis te blijven, zit daarom thans met
degenen, die achterblijven.
_
En bid voor geen enkele hunner die sterft, noch sta bij zijn graf, want
zij verwierpen Allah en Zijn boodschapper en stierven, terwijl zij
overtreders waren.
_
Laat hun eigendommen en hun kinderen uw verwondering niet opwekken:
Allah wenst hen daarmede in deze wereld te straffen; hun ziel zal hen
verlaten, terwijl zij ongelovigen zijn.
_
En wanneer een Soerah wordt geopenbaard: "Gelooft in Allah en strijdt
tezamen met Zijn boodschapper," vragen de rijken onder hen u om
toestemming en zeggen: "Laat ons achter, opdat vij bij de achterblijvers
zijn."
_
Zij stellen zich tevreden om met de achterblijvenden te zijn en hun hart
is verzegeld, derhalve begrijpen zij niet.
_
Maar de boodschapper en de gelovigen met hem, strijden met hun bezit en
hun persoon en zij zijn het, die het goede zullen ontvangen en zij
zullen slagen.
_
Allah heeft tuinen voor hen bereid waar doorheen rivieren stromen; zij
zullen daarin vertoeven. Dat is de opperste zegepraal.
_
Van de woestijn-Arabieren kwamen er, uitvluchten zoekend opdat hun
vrijstelling mocht worden verleend. En degenen, die logen jegens Allah
en Zijn boodschapper, bleven thuis. En degenen hunner, die niet geloven,
zal een pijnlijke straf treffen.
_
Er rust op de zwakken en op de zieken en op degenen die niets vinden om
weg te geven, geen schuld, indien zij oprecht zijn jegens Allah en Zijn
boodschapper. Er rust geen blaam op degenen die goed doen; Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Noch op degenen, die tot u kwamen en verzochten dat gij hun een rijdier
zoudt verschaffen, en gij antwoorddet: "Ik kan niets vinden waarop ik u
kan doen rijden." Zij gingen met hun ogen vol tranen terug uit spijt,
dat zij niets konden vinden om hiertoe zelf bij te dragen.
_
De aanleiding tot verwijt is alleen tegen degenen die u om verlof
vragen, terwijl zij rijk zijn. Zij verkozen om met de achterblijvenden
te zijn. En Allah heeft op hun hart een zegel gelegd, derhalve begrijpen
zij niet.
_
Zij zullen met uitvluchten tot u komen, wanneer gij tot hen wederkeert.
Zeg: "Maakt geen verontschuldigingen, wij zullen u niet geloven. Allah
heeft ons reeds omtrent uw gedrag ingelicht. En Allah en Zijn
boodschapper zullen u uw gedrag weldra tonen, dan zult gij tot Hem die
het onzienlijke en het zienlijke kent, worden teruggebracht en Hij zal u
over al hetgeen gij deedt, inlichten.
_
Zij zullen, wanneer gij tot hen weder keert, u bij Allah zweren, dat gij
hen met rust moogt laten. Laat hen daarom alleen. Voorzeker, zij zijn
onrein en hun huis is de hel, een vergelding voor wat zij deden.
_
Zij zullen u zweren, opdat gij welwillend zult zijn. Maar zelfs al zoudt
gij tevreden met hen zijn, zal Allah met het overtredende volk niet
tevreden zijn.
_
De woestijn-Arabieren zijn de hardnekkigsten in ongeloof en huichelarij
en het meest geneigd de geboden, die Allah tot Zijn boodschapper heeft
nedergezonden niet na te komen. Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Er zijn onder de woestijn-Arabieren, die hetgeen zij weggeven als boete
beschouwen en wachten dat er rampspoed over u komt. Op hen zal echter de
rampspoed rusten. En Allah is Alhorend, Alwetend.
_
En er zijn onder de woestijn-Arabieren, die in Allah en de laatste Dag
geloven en die hetgeen zij weggeven als middelen beschouwen tot Allah's
nabijheid en tot de zegeningen van de profeet. Ziet toe! Het is stellig
voor hen een middel tot Zijn nabijheid. Allah zal hen weldra tot Zijn
barmhartigheid toelaten. Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
En de vooruitstrevenden en de eersten der Migranten en Hulpgevers en
degenen, die hen in goedheid volgen, Allah heeft welbehagen in hen en
zij hebben welbehagen in Hem; en Hij heeft voor hen tuinen bereid, waar
doorheen rivieren stromen. Daarin zullen zij voor eeuwig vertoeven. Dat
is de grote zegepraal.
_
Van de u omringende woestijn-Arabieren zijn sommigen huichelaars evenals
van het volk van Madina, dezen volharden in huichelarij. Gij kent hen
niet; Wij kennen hen en Wij zullen hen hier dubbel straffen, daarna
zullen zij aan een grote straf worden overgeleverd.
_
En er zijn anderen, die hun fouten bekennen. Zij vermengden een goede
met een slechte daad. Het kan zijn, dat Allah Zich met barmhartigheid
tot hen zal wenden. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Neem aalmoezen van hun rijkdommen aan opdat gij hen daardoor moogt
reinigen en louteren. En bid voor hen; uw gebed is voor hen inderdaad
een bron van geruststelling. En Allah is Alhorend, Alwetend.
_
Weten zij niet, dat Allah berouw van Zijn dienaren aanneemt en aalmoezen
aanvaardt en dat Allah Berouw-aanvaardend, Genadevol is?
_
En zeg: "Werkt en Allah zal met Zijn boodschapper en de gelovigen uw
werk zien. Weldra zult gij tot de Kenner van het onzienlijke en het
zienlijke worden teruggebracht en dan zal Hij u inlichten over hetgeen
gij hebt bedreven.
_
En anderen wachten Allah's gebod af. Zal Hij hen bestraffen of Zich met
barmhartigheid tot hen wenden? Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En degenen die een moskee hebben gebouwd om te schaden, om het ongeloof
(te verbreiden) en om een splitsing onder de gelovigen te veroorzaken en
als een hinderlaag voor hem, die voorheen tegen Allah en Zijn
boodschapper oorlog voerde; zij zullen voorzeker zweren: "Wij bedoelden
slechts het goede," maar Allah getuigt, dat zij leugenaars zijn.
_
Sta er nooit in (voor het gebed). Een Moskee, die van het begin af op
godsvrucht was gesticht is zeker waardiger dat gij er in zijt. Er zijn
daarin mensen die gaarne gelouterd willen worden en Allah heeft degenen,
die zich louteren lief.
_
Is daarom hij, die zijn gebouw op godsvrucht en op Zijn behagen
stichtte, beter of hij, die zijn gebouw op een afbrokkelende, door water
aangetaste rand stichtte, dat met hem in het Vuur der hel zal storten?
En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
_
Het gebouw dat zij hebben opgericht, zal een bron van onrust in hun hart
blijven, tenzij hun hart in stukken wordt gescheurd. Allah is Alwetend,
Alwijs.
_
Voorzeker, Allah heeft van de gelovigen hun persoon en hun bezittingen
gekocht in ruil voor het paradijs - zij vechten voor de zaak van Allah
en zij doden en worden gedood - een onfeilbare belofte in de Torah en
het Evangelie en de Koran. En wie is getrouwer aan zijn belofte, dan
Allah? - Verheugt u dan in de verbintenis, die gij met Hem hebt gesloten
en dat is de grote zegepraal.
_
Die zich tot Allah bekeren, die aanbidden, die prijzen, die vasten, die
zich nederbuigen, die zich ter aarde werpen, die tot het goede aansporen
en het kwade verbieden, die de door Allah gestelde grenzen in acht
nemen; breng aan de gelovigen blijde tijding.
_
Het is de profeet en de gelovigen niet geoorloofd om vergiffenis te
vragen voor de afgodendienaren, zelfs al waren dezen verwanten, nadat
hun (de gelovigen) duidelijk is geworden, dat zij (afgodendienaren) het
volk der hel zullen zijn.
_
Het vragen om vergiffenis door Abraham voor zijn vader, geschiedde
alleen wegens een belofte die hij hem had afgelegd, maar toen het hem
duidelijk werd dat deze een vijand van Allah was, trok hij zich van hem
terug. Voorzeker, Abraham was uiterst zachtmoedig, verdraagzaam.
_
En Allah laat een volk niet dwalen nadat Hij het heeft geleid, voordat
Hij hun heeft duidelijk gemaakt, waartegen zij zich behoren te behoeden.
Voorzeker, Allah heeft kennis van alle dingen.
_
Gewis, Allah is het, aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde
behoort. Hij schenkt het leven en veroorzaakt de dood. En gij hebt geen
vriend of helper naast Allah.
_
Allah heeft zich voorzeker met barmhartigheid tot de profeet gewend en
tot de Migranten en de Hulpgevers, die deze (profeet) in het uur van
nood volgden, nadat het hart van een gedeelte hunner bijna was bezweken.
Toen vergaf Hij hen. Voorzeker, Hij is Liefderijk, Genadevol jegens hen.
_
En (Hij heeft Zich met barmhartigheid) tot de drie die waren
achtergelaten gewend, totdat de aarde met haar uitgestrektheid hun te
eng werd en hun eigen leven voor hen te moeilijk en zij geloofden dat er
tegen Allah geen schuilplaats is, behalve bij Hem. Toen wendde Hij Zich
met barmhartigheid tot hen, opdat zij zich mochten bekeren. Voorzeker,
Allah is Berouwaanvaardend, Genadevol.
_
O gij die gelooft, vreest Allah en weest met de waarachtigen.
_
Het betaamt het volk van Madinah en de hen omringende woestijn-Arabieren
niet, dat zij achter de boodschapper van Allah zouden blijven, of dat
zij hun eigen leven in plaats van het zijne zouden verkiezen. Dit is zo,
omdat dorst, noch vermoeienis, noch honger hen in de weg van Allah
teistert, noch betreden zij een spoor, dat de ongelovigen vertoornt,
noch berokkenen zij een vijand enige schade, of er wordt daarmede voor
hen een goede daad opgetekend. Voorzeker, Allah doet de beloning van
degenen, die goed doen niet verloren gaan.
_
En zij besteden geen som, groot of klein, noch doorkruisen zij een
landstreek, of dit is voor hen opgetekend, opdat Allah hun de beste
beloning moge geven voor hetgeen zij deden.
_
Het is de gelovigen niet opgelegd, allen tezamen op te trekken. Waarom
trekt dan niet van elke groep een deel hunner op, opdat zij in de
godsdienst goed onderlegd mogen worden en opdat zij hun volk, wanneer
zij tot hen terugkeren mogen waarschuwen, zodat zij gered mogen worden.
_
O, gij die gelooft, bestrijdt de ongelovigen die in uw nabijheid zijn en
laat hen hardheid in u vinden en weet, dat Allah met de godvruchtigen is.
_
En wanneer er een Soerah wordt nedergezonden, zijn er sommigen hunner
die zeggen: "Wie uwer heeft deze in geloof doen toenemen?" Maar de
gelovigen doet dit in geloof toenemen en zij verheugen zich daarover.
_
En voor degenen in wier hart een ziekte is, voegt het onreinheid bij
onreinheid en zij sterven terwijl zij ongelovig zijn.
_
Zien zij niet, dat zij elk jaar één- of tweemaal op de proef worden
gesteld? Toch tonen zij geen berouw noch trekken zij er lering uit.
_
En wanneer er een Soerah wordt nedergezonden kijken zij elkander aan
zeggende: "Ziet iemand ons?" Dan wenden zij zich af. Allah heeft hun
hart afgewend, omdat zij tot een volk behoren dat niet begrijpen wil.
_
Voorzeker, een boodschapper is uit uw midden tot u gekomen; het is hard
voor hem wat u pijn doet; hij is bezorgd voor uw welzijn, liefderijk en
barmhartig voor de gelovigen.
_
Maar indien zij zich afwenden zeg dan: "Allah is mij toereikend. Er is
geen God naast Hem. In Hem leg ik mijn vertrouwen want Hij is de Heer
van de grote heerschappij."
_
Alif, Laam, Raa. Dit zijn de verzen van het Boek vol van Wijsheid.
_
Is het vreemd voor de mensen, dat Wij een man uit hun midden
openbaarden: "Waarschuw het mensdom en geef blijde tijding aan degenen
die geloven, dat zij een ware rang bij hun Heer zullen hebben"? De
ongelovigen zeggen: "Voorzeker, deze is een openlijke tovenaar."
_
Voorwaar, Allah is uw Heer, Die de hemelen en de aarde in zes dagen
schiep, en Hij zette Zich op de troon, alles regelend. Er is geen
bemiddelaar, dan met Zijn goedkeuring. Dit is Allah, uw Heer, aanbidt
Hem daarom. Wilt gij dan geen lering trekken?
_
Tot Hem is uw aller terugkeer, dit is de ware belofte van uw Heer.
Voorzeker, Hij begint de schepping, daarna zet Hij haar voort, opdat Hij
degenen die geloven en goede werken doen met rechtvaardigheid moge
belonen. En de ongelovigen zullen een drank van kokend water en een
pijnlijke straf ontvangen, daar zij (de waarheid) verwierpen.
_
Hij is het, Die de zon tot een stralend licht maakte en de maan tot een
helder licht en er stadia voor verordende, zodat gij het getal der jaren
en het berekenen (van de tijd) mocht kennen. Allah heeft dit niet dan in
waarheid geschapen. Hij zet de tekenen uiteen voor een volk, dat wil weten.
_
Voorwaar, in de wisseling van dag en nacht en in al hetgeen Allah in de
hemelen en op aarde heeft geschapen zijn er tekenen voor een godvrezend
volk.
_
Voorzeker, die niet uitzien naar de ontmoeting met Ons en die met het
leven dezer wereld tevreden zijn en er voldoening in vinden en degenen,
die onoplettend op Onze tekenen zijn,
_
Dezen zijn het, wier verblijfplaats het Vuur is, voor hetgeen zij verdienen.
_
Maar degenen die geloven en goede werken doen, hun Heer zal hen wegens
hun geloof leiden. Rivieren zullen voor hen stromen in de tuinen der
zaligheid.
_
Hun aanroep daarin zal zijn: "Heilig zijt Gij, O Allah!" en hun groet
"Vrede". En het einde van hun aanroep zal zijn: "Alle lof komt Allah
toe, de Heer der Werelden."
_
En indien Allah het boze voor de mensen zou verhaasten, zoals Hij voor
hen het goede verhaast, zou hun tijd reeds gekomen zijn. Maar Wij laten
degenen die niet naar de ontmoeting met Ons uitzien, in opstand,
blindelings dwalen.
_
En wanneer de mens een moeilijkheid overkomt, bidt hij tot Ons, op zijn
zijde liggende, of zittende, of staande, maar wanneer Wij zijn last van
hem hebben verwijderd, gaat hij zijn gang, alsof hij Ons nooit vóór de
verwijdering van zijn moeilijkheid had aangeroepen. Zo werd in de ogen
der buitensporigen schoonschijnend gemaakt, wat zij deden.
_
En Wij vernietigden de geslachten die vóór u bestonden toen zij kwaad
verrichtten en er kwamen tot hen boodschappers met duidelijke tekenen,
maar zij wilden niet geloven. Zo vergelden Wij het schuldige volk.
_
En na hen hebben Wij u tot stedehouders op aarde gesteld, opdat Wij
zien, hoe gij zoudt handelen.
_
En wanneer hun Onze duidelijke tekenen worden voorgedragen, zeggen
degenen, die niet naar de ontmoeting met Ons uitzien: "Breng een andere
Koran dan deze, of verander hem." Zeg: "Het staat niet aan mij, hem te
veranderen uit mijzelf. Ik volg slechts hetgeen mij is geopenbaard.
Voorzeker, ik vrees, als ik mijn Heer niet gehoorzaam, de straf van de
grote Dag."
_
Zeg: "Als Allah het zo had gewild, zou ik u niet hebben voorgedragen (de
Koran), noch zou Hij u deze bekend hebben gemaakt. Voorzeker, ik heb
voordien een heel leven onder u doorgebracht. Wilt gij dan niet begrijpen?
_
Wie is dan onrechtvaardiger, hij, die een leugen over Allah spreekt, of
die Zijn tekenen verloochent? Voorzeker, de schuldigen zullen nooit slagen.
_
En zij bidden buiten Allah om tot datgene wat hen schaden noch baten kan
en zij zeggen: "Dezen zijn onze bemiddelaars bij Allah." Zeg: "Wilt gij
Allah over iets, dat Hij in de hemelen of op aarde nog niet zou kennen,
inlichten?" Heilig is Hij en hoog verheven boven al hetgeen zij met Hem
vereenzelvigen.
_
En het mensdom was slechts één gemeenschap, daarna verschilden zij en
ware het Woord van uw Heer niet uitgegaan, voorzeker zou er over hun
geschil beslist zijn.
_
En zij zeggen: "Waarom is er geen teken van zijn Heer tot hem (de
profeet) nedergezonden?" Zeg: "Het onzienlijke behoort alleen Allah toe.
Wacht, ik ben met u onder de wachtenden."
_
En wanneer Wij mensen barmhartigheid doen smaken nadat tegenspoed hen
overviel, zie! zij beginnen tegen Onze tekenen plannen te smeden. Zeg:
"Allah is vlugger in het maken van plannen." Voorzeker Onze
boodschappers schrijven al hetgeen gij verzint op.
_
Hij is het, Die u in staat stelt door het land en op zee te reizen,
totdat, wanneer gij op de schepen zijt en zij met een mooie bries varen
en (de opvarenden) er zich in verheugen, hen een geweldige wind
achterhaalt en de golven van alle zijden over hen komen en zij overtuigd
zijn dat zij verloren zijn; dan roepen zij Allah in oprechte aanbidding
aan: "Als Gij ons hiervan redt, zullen wij zeker tot de dankbaren behoren."
_
Maar wanneer Hij hen heeft gered, ziet, beginnen zij ten onrechte een
opstand in het land te ontketenen. O, gij mensen, voorzeker uw opstand
keert zich slechts tegen u zelf. Thans geniet gij het genoegen van het
tegenwoordige leven. Daarna zal uw terugkeer tot Ons zijn en Wij zullen
u inlichten over hetgeen gij deedt.
_
De gelijkenis van het tegenwoordige leven is slechts als water, dat Wij
uit de wolken nederzenden, daarna groeit hierdoor het gewas van de aarde
weelderig, waarvan mensen en vee eten, totdat, wanneer de aarde haar
sier ontvangt en er schoon uitziet en haar eigenaars denken, dat zij er
macht over bezitten, Ons gebod bij dag of bij nacht tot haar komt, dan
maken Wij haar tot een gemaaid veld, alsof er de vorige dag niets was
geweest. Zo leggen Wij de tekenen uit aan een volk, dat nadenkt.
_
En Allah roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het
rechte pad.
_
Er zal voor degenen die goede daden verrichten het goede zijn en nog
meer. Zwartheid noch schande zal hun gezicht bedekken. Dezen zullen de
bewoners van het paradijs zijn, zij zullen daarin vertoeven.
_
En degenen die boze daden verrichten, de vergelding van het kwaad zal
het gelijke daaraan zijn en de schaamte zal hen bedekken. Zij zullen
niemand hebben om hen tegen Allah te beschermen. (En het zal zijn) alsof
hun gezicht met de duisternis van de nacht bedekt ware. Dezen zullen de
bewoners van het Vuur zijn, zij zullen daarin vertoeven.
_
En de Dag waarop Wij hen allen zullen verzamelen, zullen Wij tot de
afgodendienaren zeggen: "Blijft ter plaatse, gij en uw deelgenoten."
Daarna zullen Wij hen ver van elkander scheiden en hun deelgenoten
zullen zeggen: "Voorzeker gij placht ons niet te aanbidden."
_
"Allah is nu toereikend als Getuige tussen u en ons. Wij waren zeker van
uw aanbidden onbewust."
_
Daarna zal iedere ziel ondervinden wat zij heeft gedaan. En zij zullen
tot Allah, hun ware Meester worden teruggebracht en al hetgeen zij
plachten te verzinnen zal verloren gaan.
_
Zeg: "Wie voorziet u van voedsel van de hemel en de aarde? Of wie is
het, die macht heeft over de oren en de ogen? En wie brengt de levenden
uit de doden en de doden uit de levenden voort? En wie bestuurt het al?"
Zij zullen zeggen: "Allah." Zeg: "Wilt gij dan niet Zijn bescherming
zoeken?"
_
Zo is Allah, uw ware Heer. Wat is er buiten de waarheid anders, dan
dwaling? Waarheen wordt gij dan afgewend?
_
Zo is het woord van uw Heer bewaarheid tegen degenen, die overtraden
omdat zij niet geloofden.
_
Zeg: "Is er één uwer afgoden die de schepping voortbrengt en deze daarna
voortzet?" Zeg: "Allah is het, Die de schepping voortbrengt, en deze
voortzet. Hoe zijt gij dan afgewend?"
_
Zeg: "Is er één uwer afgoden, die tot de waarheid leidt?" Zeg: "Allah is
het, Die tot de waarheid leidt. Is daarom Hij, Die tot de waarheid leidt
waardiger om te worden gevolgd, ofwel hij, die zelf de weg niet vindt,
tenzij hij wordt geleid? Wat is er met u? Hoe oordeelt gij?"
_
En de meesten hunner volgen niets dan vermoeden. Voorzeker vermoeden
baat niet tegen de waarheid. Waarlijk, AIlah weet goed wat zij doen.
_
En deze Koran kon door niemand buiten Allah worden voortgebracht.
Integendeel, hij is de vervulling van datgene wat er vóór was en is een
uiteenzetting van de Wet door de Heer der Werelden, daaraan is geen twijfel.
_
Of zeggen zij: "Hij (de profeet) heeft het verzonnen"? Zeg: "Brengt dan
een hieraan gelijke Soerah voort en roept buiten Allah wie gij kunt (om
hulp aan), als gij waarachtig zijt."
_
Neen, zij loochenen datgene waarvan zij de kennis niet konden omvatten,
noch is de uiteindelijke betekenis er van tot hen gekomen. Zo deden ook
degenen, die vóór hen waren. Maar ziet, wat het einde was van de
overtreders.
_
En er zijn sommigen onder hen die er in geloven en er zijn sommigen
onder hen die er niet in geloven en uw Heer kent de onruststokers goed.
_
En indien zij u van leugen besehuldigen, zeg dan: "Aan mij mijn werk en
aan u uw werk. Gij hebt niets uitstaande met hetgeen ik doe noch heb ik
iets uitstaande met hetgeen gij doet."
_
En er zijn sommigen onder hen die naar u luisteren. Maar kunt gij de
doven doen horen, zelfs al willen zij niet begrijpen?
_
En er zijn sommigen onder hen die naar u kijken. Maar kunt gij de
blinden leiden, zelfs al willen zij niet zien?
_
Voorzeker, Allah doet de mensen in het geheel geen onrecht aan, maar de
mensen doen hun eigen ziel onrecht aan.
_
En de Dag, waarop Hij hen zal verzamelen, zal het hun toeschijnen, alsof
zig slechts een uur van een dag (in de wereld) hadden vertoefd. Zij
zullen elkander herkennen. Verliezers zijn zeker degenen die de
ontmoeting met Allah loochenen en geen leiding willen volgen.
_
En als Wij u sommige der dingen, waarmede Wij hen hebben bedreigd,
tonen, of als Wij u doen sterven, dan is tot Ons hun terugkeer en Allah
is Getuige van al hetgeen zij doen.
_
Voor elk volk is er een boodschapper. Wanneer daarom hun boodschapper
komt, wordt er met rechtvaardigheid onder hen geoordeeld en hun wordt
geen onrecht aangedaan.
_
En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte worden vervuld, als gij de
waarheid spreekt?"
_
Zeg: "Ik heb voor mij zelf geen macht over schade of voordeel, behalve,
wat Allah wil. Er is voor elk volk een vastgestelde termijn; wanneer hun
termijn is verlopen kunnen zij hem geen uur uitstellen, noch kunnen zij
hem vervroegen.
_
Zeg: "Vertelt mij, als Zijn straf bij dag of nacht over u komt, hoe
zullen dan de schuldigen weg kunnen lopen?"
_
"Zult gij dan, wanneer het u overvalt er in geloven?" Nu? Terwijl gij
dit wilde verhaasten?"
_
Dan zal er tot degenen die kwaad deden worden gezegd: "Ondergaat de
blijvende straf. Er wordt u niets vergolden dan hetgeen gij verdiendet."
_
En zij vragen u: "Is dit de waarheid?" Zeg: "Ja, bij mijn Heer, het is
zeker waar en gij kunt het niet verijdelen."
_
En indien elke ziel die onrechtvaardig handelt al hetgeen op aarde is,
zou bezitten, zou zij er zich voorzeker mede trachten vrij te kopen. En
wanneer zij de straf zien zullen zij hun spijt tonen. Er zal met
rechtvaardigheid over hen worden gericht en hun zal geen onrecht worden
aangedaan.
_
Ziet toe! aan Allah behoort al hetgeen in de hemelen en op aarde is en
weet, dat Allah's belofte waar is. Maar de meesten hunner beseffen het niet.
_
Hij geeft leven en doet sterven en tot Hem zult gij worden teruggebracht.
_
O mensdom! Er is van uw Heer een vermaning tot u gekomen en genezing
voor wat in de harten is en een leiding en barmhartigheid jegens de
gelovigen.
_
Zeg: "Dit alles is door de genade van Allah en door Zijn barmhartigheid;
laat hen er zich daarom in verheugen. Dat is beter, dan hetgeen zij
vergaren."
_
Zeg: "Hebt gij overwogen, dat Allah u een voorziening heeft
nedergezonden en dat gij daarna een gedeelte er van onwettig en een
gedeelte er van wettig verklaardet?" Vraag (hen): "Heeft Allah u dat
toegestaan, of verzint gij leugens tegen Allah?"
_
Wat denken degenen die leugens tegen Allah verzinnen van de Dag der
Opstanding? Voorzeker, Allah is genadevol tegenover het mensdom, maar de
meesten hunner zijn niet dankbaar.
_
In welke toestand gij u bevindt, of gij de Koran voordraagt, of iets
anders doet; Wij zijn uw getuigen, terwijl gij u er in verdiept. Er is
voor uw Heer zelfs geen gewicht van een atoom op aarde of in de hemel
verborgen. En er is niets dat kleiner of groter is, of het staat in het
duidelijke Boek vermeld.
_
Ziet! voorzeker, de vrienden van Allah zullen geen vrees hebben, noch
zullen zij treuren.
_
Zig die geloven en zich aan rechtvaardigheid houden,
_
Er zijn voor hen blijde tijdingen in het tegenwoordige leven en het
Hiernamaals. De woorden van Allah kennen geen verandering - dat is
inderdaad de opperste zegepraal.
_
En laat hun woorden u niet verdrieten. Voorzeker, alle macht behoort
Allah. Hij is Alhorend, Alwetend.
_
Ziet! voorzeker, van Allah is al hetgeen in de hemelen en op aarde
bestaat. Wat volgen zij die buiten Allah afgoden aanroepen? Zij volgen
slechts een vermoeden en doen niets dan gissen.
_
Hij is het, Die de nacht voor u heeft gesteld, opdat gij er in moogt
rusten en de dag vol van licht. Voorzeker, daarin zijn tekenen voor een
volk, dat luistert.
_
Zij zeggen: "Allah heeft een zoon tot Zich genomen. Heilig is Hij, Hij
is Zichzelf genoeg. Aan Hem behoort wat in de hemelen en op aarde is.
Gij hebt hier geen gezag over. Zegt gij over Allah wat gij niet weet?
_
Zeg: "Degenen, die over Allah een leugen verzinnen, zullen niet slagen."
_
Zij zullen in deze wereld tijdelijk genieten, daarna zal hun terugkeer
tot Ons zijn, dan zullen Wij hen een strenge straf doen ondergaan, omdat
zij niet geloofden.
_
En verkondig hun het verhaal van Noach, toen hij tot zijn volk zeide:
"O, mijn volk, als mijn houding en mijn vermaning door de tekenen van
Allah u aanstoot geven - ik leg mijn vertrouwen in Allah - breng dan al
uw plannen en uw afgoden bijeen; laat dan uw handelwijze duidelijk
blijken, komt dan tegen mij op en geeft mij geen uitstel.
_
Maar als gij u terugtrekt vraag ik van u geen beloning. Mijn beloning is
bij Allah alleen en het is mij bevolen tot de Moslims te behoren.
_
Maar zij verloochenden hem; daarom redden Wij hem en degenen die met hem
in de ark waren. En dezen maakten Wij tot de stedehouders, terwijl Wij
degenen die Onze tekenen verloochenden lieten verdrinken. Zie! hoe het
einde was van degenen, die werden gewaarschuwd.
_
Toen zonden Wij na hem andere boodschappers naar hun volk en deze kwamen
tot hen met duidelijke bewijzen. Maar dezen wilden in datgene niet
geloven wat zij voorheen hadden verloochend. Zo verzegelen Wij het hart
der overtreders.
_
Dan zonden Wij na hen Mozes en Aäron met Onze tekenen naar Pharao en
zijn leiders, maar zij handelden aanmatigend. En zij waren een misdadig
volk.
_
En toen de waarheid van Ons tot hen kwam, zeiden zij: "Dit is gewis
duidelijke tovenarij."
_
Mozes zeide: "Zegt gij dit van de waarheid nadat zij tot u is gekomen?
Is dit tovenarij? Maar tovenaars slagen nooit."
_
Zij antwoordden: "Zijt gij tot ons gekomen, opdat wij ons mogen afwenden
van hetgeen wij onze vaderen zagen volgen zodat er voor u beiden
grootheid in het land zou zijn? Maar wij zullen in u niet geloven."
_
En Pharao zeide: "Brengt mij elke bedreven tovenaar."
_
En toen de tovenaars kwamen, zeide Mozes tot hen: "Werpt hetgeen gij
wildet werpen."
_
En toen zij wierpen zeide Mozes: "Wat gij hebt gebracht is slechts
bedrog. Voorzeker, Allah zal het ijdel maken. Voorwaar, Allah laat het
werk der kwaadstichters niet gedijen."
_
En Allah bevestigt de waarheid door Zijn woorden, zelfs al zijn de
sehuldigen afkerig.
_
En niemand geloofde Mozes, dan enige jongelingen van onder zijn volk,
uit vrees voor Pharao en zijn leiders, in geval hij hen zou vervolgen.
En waarlijk. Pharao was een tiran in het land en behoorde tot de
buitensporigen.
_
En Mozes zeide: "O mijn volk, indien gij in Allah hebt geloofd stelt dan
uw vertrouwen in Hem, als gij Moslims zijt."
_
En zij antwoordden: "Wij leggen ons vertrouwen in Allah: Onze Heer, maak
ons niet tot voorwerp van vervolging voor het onrechtvaardige volk.
_
En red ons door Uw barmhartigheid van de ongelovigen."
_
Wij openbaarden aan Mozes en zijn broeder: "Neemt gij beiden huizen voor
uw volk in Egypte en bouwt uw huizen tegenover elkaar en houdt het
gebed. En geeft de gelovigen blijde tijdingen."
_
En Mozes zeide: "Onze Heer, Gij hebt Pharao en zijn leiders versieringen
en rijkdommen in het tegenwoordige leven geschonken, zodat zij, Onze
Heer, van Uw pad afleiden. Onze Heer, vernietig hun bezittingen en
verhard hun hart, want zij zullen niet geloven voordat zij de pijnlijke
straf zien."
_
Allah zeide: "Uw gebed is aanvaard. Weest gij beiden daarom bestendig en
volgt niet het pad der onwetenden."
_
En Wij brachten de kinderen Israëls over de zee; Pharao en zijn scharen
vervolgden hen op een onrechtvaardige en aanvallende wijze, totdat hij
toen hij bijna verdronk, zeide: "Ik geloof dat er geen God is dan Hij,
in Wie de kinderen Israëls geloven en ik behoor tot de Moslims."
_
Nu? Terwijl gij voordien ongehoorzaam waart en tot de onruststokers
behoordet?
_
Heden zullen Wij uw lichaam redden, opdat gij een teken moogt zijn voor
degenen die na u komen. En waarlijk, het merendeel der mensen is
achteloos ten opzichte van Onze tekenen.
_
En Wij wezen de kinderen Israëls een uitstekend tehuis aan en Wij
voorzagen hen van goede dingen en zij verschilden niet van mening
voordat de kennis tot hen kwam. Voorzeker, uw Heer zal op de Dag der
Opstanding onder hen richten over hetgeen waarin zij verschilden.
_
En als gij over hetgeen Wij tot u hebben nedergezonden twijfelt, vraagt
dan degenen die het Boek vóór u hebben gelezen. Inderdaad, de waarheid
is van uw Heer tot u gekomen; behoor daarom niet tot de twijfelaars.
_
En behoor niet tot degenen, die de tekenen van Allah verloochenen,
anders zult gij tot de verliezers behoren.
_
Degenen tegen wie het woord van uw Heer van kracht is geworden, willen
niet geloven.
_
Zelfs al werd elk teken hun getoond, voordat zij de smartelijke straf
hebben gezien.
_
Waarom heeft, behalve het volk van Jonas geen stad geloofd, zodat hun
geloof hen zou hebben kunnen helpen? Toen zij geloofden, verwijderden
Wij de straf der schande in het tegenwoordige leven van hen en Wij
lieten hen voor een wijle genieten.
_
En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker
tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden?
_
Doch geen ziel kan geloven zonder verlof van Allah. En Hij werpt
onreinheid over degenen die hun verstand niet gebruiken.
_
Zeg: "Overweeg, wat in de hemelen en op aarde gebeurt." Maar tekenen,
noch waarschuwers baten een volk dat niet wil geloven.
_
Verwachten zij iets anders dan het gelijke (oordeel) van de dagen
dergenen, die vóór hen stierven? Zeg: "Wacht daarom, ik ben met u onder
de wachtenden."
_
Dan redden Wij Onze boodschappers en de gelovigen. Zo is het aan Ons, de
gelovigen te redden.
_
Zeg: "O gij mensen, als gij over mijn godsdienst in twijfel verkeert,
(weet) dan dat ik niet aanbid degenen die gij naast Allah aanbidt, maar
ik aanbid Allah Die u doet sterven en het is mij geboden tot de
gelovigen te behoren.
_
En wend uw aangezicht oprecht tot deze godsdienst en behoor niet tot de
afgodendienaren.
_
En roep naast Allah niet datgene aan, dat u bevoordelen noch schaden
kan. En indien gij dat toch doet, dan zult gij zeker tot de
onrechtvaardigen behoren.
_
En als Allah u door het kwade treft, is er niemand die dit kan
verwijderen dan Hij; en als Hij het goede voor u wenst, is er niemand
die Zijn genade kan beletten. Hij kent haar toe aan diegene van Zijn
dienaren, die Hem behaagt. En Hij is de Vergevensgezinde, de Genadevolle.
_
Zeg: "O, gij mensen, nu is de waarheid van uw Heer tot u gekomen. Wie
daarom die leiding volgt, volgt haar ten bate van zijn eigen ziel en wie
dwaalt, dwaalt slechts tot haar nadeel. En ik ben geen bewaker over u."
_
En volg hetgeen u is geopenbaard en wees standvastig, totdat Allah
oordeelt. En Hij is de beste Rechter.
_
Alif Laam Raa. Dit is een Boek, waarvan de verzen onherroepelijk zijn
gemaakt en bovendien zijn zij in bijzonderheden uitgelegd, door de
Alwijze, de Alwetende.
_
(Daarom) aanbidt slechts Allah. Voorzeker, ik (Mohammed) ben voor u een
waarschuwer en drager van blijde tijdingen van Hem.
_
En vraagt vergiffenis aan uw Heer en wendt u tot Hem, Hij zal u voor een
vastgestelde periode van het goede voorzien. En Hij schenkt Zijn genade
aan ieder die zich hiervoor verdienstelijk maakt. En als gij u afwendt
dan vrees ik, voorzeker, voor u de straf van de grote Dag.
_
Uw terugkeer is tot Allah en Hij heeft macht over alle dingen.
_
Let op, zij verbergen hun vijandschap voor Hem in hun innerlijk. Ja,
wanneer zij zich met hun kleding bedekken, weet Hij wat zij verbergen en
wat zij tonen. Voorzeker, Hij weet goed wat in het innerlijk is.
_
En er is geen schepsel dat op aarde kruipt, of zijn voorziening berust
bij Allah, Hij kent zijn tehuis en zijn verblijfplaats. Alles staat in
een duidelijk Boek.
_
En Hij is het, Die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep en Zijn
troon rustte op water, opdat Hij u moge beproeven wiens gedrag het beste
is. En indien gij (Profeet) zegt: "Voorzeker, gij zult na de dood worden
opgewekt," zullen de ongelovigen zeggen: "Dit is niets dan een zuiver
bedrog."
_
En als Wij hun straf tot een bepaalde tijd uitstellen, zeggen zij: "Wie
weerhoudt haar?" Ziet toe! de dag waarop zij over hen komt zal niemand
haar kunnen afwenden, en hetgeen zij plachten te bespotten zal op hen
nederkomen.
_
Wanneer Wij de mens Onze barmhartigheid doen smaken en deze daarna van
hem wegnemen, wordt hij voorwaar wanhopig en ondankbaar.
_
En als Wij, nadat tegenspoed hem heeft geraakt, voorspoed doen smaken,
zal hij voorzeker zeggen: "De rampspoed is van mij geweken." Ziet! hij
wordt jubelend en aanmatigend.
_
Maar degenen die geduldig zijn en goede werken verrichten, zullen
vergiffenis en een grote beloning ontvangen.
_
(Zij verbeelden zich dat) gij misschien een gedeelte van hetgeen is
geopenbaard, zult opgeven; uw hart wordt er door benauwd, omdat zij
zeggen: "Waarom is er tot hem geen schat nedergezonden of waarom is er
geen engel met hem gekomen?" Voorwaar, gij zijt slechts een waarschuwer
en Allah is Voogd over alle dingen.
_
Zeggen zij: "Hij heeft dit (de Koran) verzonnen?" Antwoord: "Breng dan
tien dergelijke verzonnen hoofdstukken voort en roept buiten Allah wie
gij kunt, als gij waarachtig zijt."
_
En indien zij uw (uitdaging) niet aannemen, weet dan, dat het met
Allah's kennis is geopenbaard en dat er geen God is behalve Hij. Zult
gij u dan onderwerpen?
_
Wie het tegenwoordige leven en de schoonheden er van wenst, Wij zullen
hen volgens hun werken in dit leven ten volle belonen en zij zullen
daarin niet tekort worden gedaan.
_
Dezen zijn degenen, die in het Hiernamaals niets dan het Vuur zullen
ontvangen en hetgeen zij in dit leven verrichtten zal teniet gaan en
hetgeen zij doen is vergeefs.
_
Is hij dan (aan hen gelijk), die een duidelijk bewijs van zijn Heer
bezit en wie een groot getuige van Hem volgt, en die voorafgegaan is
door het Boek van Mozes, als richtsnoer en tot barmhartigheid? Dezen
geloven in hem. En wie van de volkeren hem verwerpt, het Vuur zal zijn
bestemming zijn. Koester dus geen twijfel daaromtrent. Voorzeker dit is
de waarheid van uw Heer, maar de meeste mensen willen niet geloven.
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen tegen Allah smeedt?
Zulken zullen voor hun Heer worden gebracht en de getuigen zullen
zeggen: "Dezen zijn degenen die tegen hun Heer logen." Ziet toe! de
vloek van Allah rust op de onrechtvaardigen,
_
Die van het pad van Allah afleiden, het krom wensend. En zij geloven
niet in het Hiernamaals.
_
Dezen kunnen in de wereld de straf niet ontvluchten, noch hebben zij
enige vrienden naast Allah. De straf zal voor hen worden verdubbeld. Zij
deden geen moeite om te horen, of te zien.
_
Dezen zijn het, die hun ziel hebben te kort gedaan en hetgeen zij
verzinnen, zal falen.
_
Zij zijn ongetwijfeld degenen, die in het Hiernamaals de grootste
verliezers zullen zijn.
_
Voorwaar, die geloven en goede werken verrichten en die hun Heer
gehoorzamen, zijn de bewoners van de Hemel, waarin zij zullen vertoeven.
_
Het geval van de beide partijen is als de blinde en de dove, de ziende
en de horende. Staat het geval van beiden gelijk? Wilt gij dan geen
lering (hieruit) trekken?
_
Wij zonden Noach tot zijn volk zeggende: "Waarlijk, ik ben voor u een
duidelijke waarschuwer,
_
Dat gij niemand dan Allah zult aanbidden. Anders vrees ik voor u de
straf van een pijnlijke dag."
_
De leiders der ongelovigen onder zijn volk antwoordden: "Wij zien in u
slechts een man zoals wij en wij zien dat niemand u heeft gevolgd,
behalve de minsten en de eenvoudigen van geest onder ons. En wij zien u
niet uitmunten boven ons; neen, wij geloven dat gij een leugenaar zijt."
_
Hij (Noach) zeide: "O, mijn volk, zeg mij, als ik mij op een duidelijk
bewijs van mijn Heer beroep en Hij mij grote barmhartigheid heeft
geschonken, die voor u duister is gemaakt, moeten wij u dit opdringen,
terwijl gij er afkerig van zijt?"
_
"O, mijn volk, ik vraag u er geen geld voor. Mijn beloning is alleen bij
Allah. En ik wil de gelovigen niet verdrijven, zij zullen voorzeker hun
Heer ontmoeten. Maar ik beschouw u als een volk, dat onwetend handelt."
_
"O, mijn volk, wie zou mij tegen Allah helpen als ik hen zou verdrijven?
Wilt gij dan geen lering hieruit trekken?"
_
"En ik zeg u niet: 'Ik bezit de schatten van Allah', noch ken ik het
onzienlijke, noch zeg ik: 'Ik ben een engel'." "Noch zeg ik over
degenen, die gij minacht dat Allah hun geen goeds zal schenken. Allah
weet het best, wat in hun innerlijk is. Anders zou ik zeker tot de
onrechtvaardigen behoren."
_
Zij antwoordden: "O Noach, gij hebt inderdaad met ons getwist en veel
getwist, breng ons nu de straf waarmede gij ons hebt gedreigd, als gij
waarachtig zijt."
_
Hij zeide: "Alleen Allah zal deze over u brengen als Hij wil, en gij
kunt niets verijdelen."
_
"En als ik u raad geef zal mijn raad u niet baten als Allah u wenst te
vernietigen. Hij is uw Heer en tot Hem zult gij worden teruggebracht."
_
Zeggen zij: "Hij heeft het verzonnen?" Zeg: "Als ik het heb verzonnen,
zal mijn zonde op mij rusten doch ik heb niets uitstaande met hetgeen
gij begaat."
_
En er werd aan Noach geopenbaard: "Niemand onder uw volk zal geloven,
dan degenen die reeds hebben geloofd; treur daarom niet over hetgeen zij
doen.
_
En bouw de ark voor Onze ogen en volgens Onze voorschriften op. En roep
Mij omtrent de onrechtvaardigen niet aan. Zij zullen zeker worden
verdronken.''
_
En hij was de ark aan het bouwen en steeds wanneer de leiders van zijn
volk hem voorbijgingen, bespotten zij hem. Hij zeide: "Als gij ons
bespot, zullen wij u (later) bespotten zoals gij (ons) nu doet,
_
Dan zult gij weten wie het is, over wie een vernederende straf komt en
op wie een blijvende straf zal rusten.
_
Toen Ons gebod kwam en de bronnen der aarde spoten, zeiden Wij: "Scheept
twee paar van alles in, en uw familie - met uitzondering van degenen,
tegen wie het woord reeds is uitgegaan - en de gelovigen." En met hem
geloofden slechts weinigen.
_
En hij (Noach) zeide: "Scheept u in. In naam van Allah zij haar vaart en
haar ankeren. Mijn Heer is voorzeker Vergevensgezind, Genadevol."
_
En zij bewoog zich met hen op golven als bergen voort. En Noach riep tot
zijn zoon, die zich afzijdig hield: "O mijn zoon, scheep u met ons in en
wees niet met de ongelovigen."
_
Hij antwoordde: "Ik zal mijn toevlucht weldra op een berg zoeken, die
mij tegen het water zal beschermen." Hij antwoordde: "Er is deze dag
geen beschermer tegen het gebod van Allah, met uitzondering van degenen
wie Hij barmhartigheid toont." En een golf kwam tussen beiden, hij
behoorde tot de drenkelingen.
_
En er werd gezegd: " O, aarde, slok op uw water en o, hemel, houd op
(met regenen)." En het water werd tot zakken gebracht en het gebod was
vervuld. En de Ark kwam op (de berg) Al-Djoedie te rusten. En er werd
gezegd: "Vervloekt zij het onrechtvaardige volk."
_
En Noach riep zijn Heer aan en zeide: "Mijn Heer, mijn zoon is voorwaar
van mijn familie en Uw belofte is voorzeker waar en Gij zijt de Rechter
der rechters."
_
Hij (God) zeide: "O, Noach, hij behoort niet tot uw gezin omdat zijn
daden niet goed zijn; daarom vraag Mij niet over hetgeen waarvan gij
geen kennis bezit. Ik geef u raad om niet tot de onwetenden te behoren."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, ik zoek mijn toevlucht tot U om niet te vragen
waar ik geen kennis van heb. En indien Gij mij niet vergeeft noch mij
barmhartigheid betoont, zal ik onder de verliezers zijn."
_
En er werd gezegd: "O Noach, daal dan af (uit de ark) met Onze vrede en
met zegeningen over u en over de volkeren die met u zijn. En er zullen
andere volkeren zijn wie Wij een (aardse) voorziening zullen schenken,
daarna zal een pijnlijke straf van Ons hen raken."
_
Dit zijn de mededelingen van het onzienlijke die Wij u openbaren, welke
gij noch uw volk voorheen kende. Wees geduldig, waarlijk het einde is
voor de godvrezenden."
_
En tot de Aad zeide hun broeder Hoed: "O, mijn volk, aanbid Allah. Gij
hebt geen God naast Hem. Gij verzint slechts leugens."
_
"O, mijn volk, ik vraag van u geen beloning hiervoor; mijn beloning is
alleen bij Hem, Die mij schiep. Wilt gij dan niet begrijpen?"
_
"En o, mijn volk, vraag vergiffenis van uw Heer, wend u daarna tot Hem,
Hij zal wolken die regelmatig regen nedergieten over u zenden en kracht
bij uw kracht voegen. En wend u niet af als schuldigen."
_
Zij zeiden: "O Hoed, gij hebt ons geen enkel duidelijk bewijs gebracht
en wij zullen onze Goden niet in de steek laten, om hetgeen gij zegt
noch zullen wij u geloven."
_
"Wij kunnen alleen zeggen dat sommige onzer Goden u met kwaad hebben
bezocht." Hij antwoordde: "Voorzeker, ik roep Allah tot getuige en
getuigt gij ook, dat ik niets met uw afgoden uitstaande heb."
_
"Smeedt daarom allen buiten Hem plannen tegen mij en geeft mij geen
uitstel."
_
"Ik heb voorzeker mijn vertrouwen in Allah gesteld, Die mijn Heer en uw
Heer is. Er is geen schepsel, dat zich op aarde beweegt, of Hij houdt
het in Zijn macht. Voorzeker, mijn Heer is op het rechte pad."
_
"Indien gij u afwendt, dan heb ik u hetgeen waarmede ik tot u ben
gezonden medegedeeld, en mijn Heer zal een ander volk uw plaats doen
innemen. Gij kunt Hem in het geheel niet deren. Voorzeker, mijn Heer is
Bewaker over alle dingen."
_
En toen Ons gebod kwam, redden Wij Hoed en de gelovigen met hem, door
Onze barmhartigheid. En Wij bevrijdden hen van een zware foltering.
_
En dezen waren de Aad. Zij verloochenden de tekenen van hun Heer en
gehoorzaamden Zijn boodschappers niet en volgden het bevel van elke
opstandige vijand op.
_
En er werd een vloek op hen gelegd in deze wereld en op de dag der
Opstanding. Ziet! de Aad verwierpen hun Heer. Ziet! vervloekt zij de
Aad, het volk van Hoed.
_
En tot de Samoed zeide hun broeder Salih: "O, mijn volk, aanbid Allah;
gij hebt geen God naast Hem. Hij wekte u op vanuit de aarde en vestigde
u er. Vraagt vergiffenis aan Hem en bekeert u tot Hem. Voorwaar, mijn
Heer is nabij, Verhorende."
_
Zij zeiden: "O Salih, gij waart onze hoop. Verbiedt gij ons datgene te
aanbidden wat onze vaderen aanbaden? En wij zijn voorzeker in
verontrustende twijfel over hetgeen, waartoe gij ons roept."
_
Hij zeide: "O, mijn volk, zeg mij, als ik een duidelijk bewijs van mijn
Heer heb ontvangen en Hij mij barmhartigheid heeft geschonken, wie zal
mij dan naast Allah helpen als ik Hem niet gehoorzaam? Gij zult slechts
tot mijn ondergang bijdragen."
_
"En o, mijn volk, dit is de kamelin van Allah als teken voor u; laat
haar daarom met rust opdat zij zich (in vrijheid) op Allah's aarde moge
voeden en doe haar geen kwaad, anders zal de eerste de beste straf u
treffen."
_
Maar zij verlamden haar; toen zeide hij (Salih): "Vermaakt u voor drie
dagen in uw huizen. Dit is een belofte die niet geloochend kan worden."
_
En toen Ons gebod kwam, redden Wij Salih en met hem de gelovigen door
Onze barmhartigheid en Wij redden hen van de schande van die dag.
Voorzeker, uw Heer is Sterk, Almachtig.
_
De straf achterhaalde degenen die kwaad hadden gesticht en zij lagen
uitgestrekt in hun huizen,
_
Alsof zij er nooit in hadden gewoond. Ziet! de Samoed verwierpen hun
Heer; ziet! vervloekt zij de Samoed.
_
En voorzeker Onze boodschappers kwamen met blijde tijdingen tot Abraham.
Zij zeiden: "Vrede zij met u." Hij antwoordde: "Vrede zij met u" en
terstond bracht hij een gebraden kalf.
_
Maar toen hij zag dat hun handen er zich niet naar uitstrekten, vond bij
hen vreemd en vreesde hen. Zij zeiden: "Vrees niet, want wij zijn tot
het volk van Lot gezonden."
_
En zijn vrouw stond er bij en verwonderde zich, waarop Wij haar de
blijde tijding van de geboorte van Izaak gaven en na Izaak van Jacob.
_
Zij zeide: "O wonder! Zal ik een kind baren nu ik een oude vrouw ben en
deze mijn echtgenoot een oude man is? Dit is inderdaad iets
wonderbaarlijks."
_
Zij zeiden: "Verwondert gij u over Allah's gebod? De barmhartigheid van
Allah en Zijn zegeningen zijn over u, o bewoners van dit huis.
Voorzeker, Hij is Geprezen, Glorierijk."
_
En toen de vrees Abraham verliet en de blijde tijding tot hem kwam,
begon hij met ons over het volk van Lot te redetwisten.
_
Abraham was inderdaad verdraagzaam, zachtmoedig en wendde zich dikwijls
(tot God).
_
"O Abraham, wend u hiervan af. Het gebod van uw Heer is uitgegaan en een
onafwendbare straf komt over hen."
_
En toen Onze boodschappers tot Lot kwamen was hij verdrietig en voelde
zich bezwaard om hen en zeide: "Dit is een moeilijke dag."
_
Zijn volk kwam haastig naar hem toe. Ook voordien plachten zij kwaad te
doen. Hij (Lot) zeide: "O, mijn volk, dit zijn mijn dochters, zij zijn
te rein voor u. Vrees daarom Allah en onteer mij niet wegens mijn
gasten. Is er onder u geen weldenkend man?"
_
Zij antwoordden: "Gij weet wel, dat wij geen recht hebben op uw dochters
en gij weet ook, wat wij wensen."
_
Hij zeide: "Ach, had ik slechts de macht u weerstand te kunnen bieden of
tot een machtige steun toevlucht te nemen."
_
Zij (de boodschappers) zeiden: "O Lot, Wij zijn de boodschappers van uw
Heer, zij zullen u stellig niet bereiken. Vertrek met uw familie
gedurende de nacht, laat niemand uwer omkijken dan uw vrouw. Zeker zal
haar overkomen wat hun gaat overkomen. Voorwaar, de vastgestelde tijd is
de ochtendstond. Is de morgen niet nabij?"
_
Toen Ons gebod kwam, keerden Wij die stad ondersteboven en Wij deden er
brokken klei laag boven laag op regenen;
_
Die volgens de verordening van uw Heer waren gemerkt. En zulk een straf
is niet ver verwijderd van de onrechtvaardigen.
_
En tot Midian zeide hun broeder Shoaib: "O mijn volk, aanbid Allah. Gij
hebt geen andere God, dan Hem. En geef geen korte maat of licht gewicht.
Ik zie u in voorspoed en ik vrees voor u de straf van een alles
omvattende dag."
_
"En o, mijn volk, geef volle maat en juist gewicht met rechtvaardigheid
en bedrieg de mensen niet met hun goederen noch sticht onheil op aarde."
_
"Hetgeen Allah u heeft toebedeeld, is beter voor u als gij gelovigen
zijt. En ik ben geen bewaker over u."
_
Zij antwoordden: "O Shoaib, beveelt uw gebed, dat wij hetgeen onze
vaderen aanbaden, zouden verlaten of dat wij zouden ophouden met ons
eigendom te doen wat wij willen? Gij zijt inderdaad verstandig, recht
geleid."
_
Hij zeide: "O mijn volk, wat meent gij indien ik een duidelijk bewijs
van mijn Heer heb en Hij mij een goede voorziening heeft geschonken? En
ik wil niet, in tegenstelling tot u, mijzelf veroorloven, hetgeen ik u
verbied. Ik wil alleen, voor zover ik kan, een verbetering aanbrengen.
Alleen door Allah ben ik hiertoe in staat. In Hem vertrouw ik en tot Hem
wend ik mij."
_
"O, mijn volk, laat vijandigheid jegens mij u niet er toe leiden, dat
hetzelfde u overkome als hetgeen het volk van Noach of het volk van Hoed
of het volk van Salih overkwam; en het volk van Lot is niet ver van u."
_
"En zoek vergiffenis van uw Heer en bekeer u tot Hem. Voorwaar, mijn
Heer is Genadig, Liefdevol."
_
Zij antwoordden: "O, Shoaib, wij begrijpen niet veel van hetgeen gij
zegt en wij zien voorzeker, dat gij zwak zijt tegenover ons. Was het
niet, om uw gezin, wij zouden u zeker stenigen, want gij zijt niet in
aanzien bij ons."
_
Hij zeide: "O, mijn volk, is mijn gezin waardiger bij u dan Allah? En
gij hebt Hem als waardeloos verworpen. Voorzeker, mijn Heer omvat al
hetgeen gij doet."
_
"En o, mijn volk, handel op uw wijze, ik handel op de mijne. Gij zult
weldra te weten komen over wie een vernederende straf komt en wie een
leugenaar is. En wacht af, ik wacht gewis met u."
_
En toen Ons gebod kwam, redden Wij Shoaib en met hem de gelovigen door
Onze barmhartigheid en kastijding greep de onrechtvaardigen zodat zij
uitgestrekt in hun huizen lagen,
_
Alsof zij er nooit hadden gewoond. Ziet! het volk van Midian is
vervloekt, zoals Samoed was vervloekt.
_
Wij zonden Mozes voorzeker met Onze tekenen en duidelijk gezag,
_
Naar Pharao en zijn leiders, zij volgden het gebod van Pharao maar het
gebod van Pharao was in het geheel niet verstandig.
_
Hij zal op de Dag der Opstanding voor zijn volk uitgaan en hen naar het
Vuur leiden. En slecht is de plaats die wordt bereikt.
_
En er werd hun in dit leven en op de Dag der Opstanding een vloek
opgelegd. Slecht is de gave, die zal worden gegeven.
_
Dit zijn de tijdingen over de steden die Wij u verhalen. Sommige er van
bleven staan en andere werden weggevaagd.
_
En Wij deden hun geen onrecht maar zij deden zichzelf onrecht aan. En
hun goden, die zij naast Allah aanriepen, baatten hen in het geheel niet
toen het gebod van uw Heer kwam; zij voegden hun slechts verderf toe.
_
Zo is de greep van uw Heer, wanneer Hij de steden grijpt, terwijl zij
kwaad verrichten. Voorzeker, Zijn greep is smartelijk en hard.
_
Hierin is gewis een teken voor hem die de straf van het Hiernamaals
vreest. Dat is een dag waarop de mensheid zal worden verzameld en dat is
een dag waarvan men getuige zal zijn.
_
En Wij stellen het slechts voor een bepaalde tijd uit.
_
De dag, waarop het komt, zal geen ziel zonder Zijn toestemming spreken;
dan zullen sommigen hunner ongelukkig en anderen gelukkig zijn.
_
Degenen dan, die ongelukkig zullen zijn, zullen in het Vuur zijn waarin
zij zullen zuchten en steunen;
_
En er, zolang de Hemelen en de Aarde bestaan in vertoeven, met
uitzondering van hetgeen uw Heer moge behagen. Zeker, uw Heer brengt
teweeg wat Hij wil.
_
Maar degenen, die gelukkig zullen blijken te zijn, zullen in de Hemel
vertoeven, zolang de Hemelen en de Aarde bestaan, met uitzondering van
hetgeen uw Heer moge behagen, een gave, die niet zal worden afgesneden.
_
Wees dus niet in twijfel, omtrent hetgeen deze mensen aanbidden: zij
aanbidden slechts, zoals hun vaderen voorheen aanbaden en Wij zullen hun
voorzeker hetgeen hen toekomt ten volle en onverminderd geven.
_
En Wij gaven Mozes voorzeker het Boek, maar men werd er oneens over; en
ware het niet door een woord dat reeds van uw Heer was uitgegaan de zaak
zou voorzeker voor hen zijn beslist; en waarlijk zij zijn er in een
verontrustende twijfel over.
_
En uw Heer zal hen allen naar hun werken ten volle vergelden. Hij is wel
op de hoogte van hetgeen zij doen.
_
Blijf daarom standvastig zoals u is bevolen en ook degenen, die zich met
u hebben bekeerd en overtreedt de grenzen niet, want Hij ziet voorzeker,
wat gij doet.
_
En neig u niet tot de onrechtvaardigen, anders zal het Vuur ook u
aanraken en gij zult naast Allah geen vrienden hebben noch zult gij
worden geholpen.
_
Houd het gebed aan de twee uitersten van de dag en gedurende de eerste
uren van de nacht. Voorzeker, goede werken verdrijven kwade werken. Dit
is een aanmaning voor degenen die er lering uit trekken.
_
En wees standvastig, voorzeker, Allah doet het loon der rechtvaardigen
niet verloren gaan.
_
Waarom waren er onder de geslachten die vóór u waren dan geen
verstandige mensen, die het verderf op aarde konden verhinderen op
enkelen na, die Wij uit hun midden redden? Maar de onrechtvaardigen
volgden datgene waarin hun overvloed werd verleend en zij waren schuldig.
_
Uw Heer zal de steden niet onrechtvaardig vernietigen, terwijl de
bewoners er van oprecht zijn.
_
En indien uw Heer had gewild, zou Hij het mensdom voorzeker tot één volk
hebben gemaakt, maar zij zullen blijven verschillen.
_
Met uitzondering van degenen, die uw Heer barmhartigheid heeft betoond -
hiervoor heeft Hij hen geschapen - maar het woord van uw Heer: "Voorwaar
Ik zal de hel met djinn en mensen allen tezamen vullen," is vervuld.
_
En de tijdingen der boodschappers verhalen Wij u om daardoor uw hart te
versterken. Hierdoor is de waarheid en een vermaning en een les voor de
gelovigen tot u gekomen.
_
En zeg tot degenen die niet geloven: "Handelt naar uw vermogen, wij
handelen ook."
_
"En wacht af, wij wachten ook."
_
En aan Allah behoren de geheimen van de hemelen en de aarde en naar Hem
zal het geheel worden teruggebracht. Aanbid Hem daarom en leg uw
vertrouwen in Hem. En uw Heer is niet onachtzaam over hetgeen gij doet.
_
Alif Laam Raa. Dit zijn de verzen van het Boek, dat alles verklaart:
_
Wij hebben het geopenbaard - als de Arabische Koran- opdat gij moogt
begrijpen.
_
Wij verhalen u het schoonste verhaal door u deze Koran te openbaren,
ofschoon gij voorheen onwetend waart.
_
Toen Jozef tot zijn vader zeide: "O mijn vader, (in mijn droom) zag ik
elf sterren en de zon en de maan en ik zag ze zich voor mij nederwerpen."
_
Hij zeide: "O, mijn zoon, verhaal uw broedars uw droom niet, anders
zullen zij plannen tegen u smeden, want Satan is een openlijke vijand
der mensen."
_
"En zo zal uw Heer u verkiezen en u de verklaring der dingen onderwijzen
en Zijn gunst aan u en aan de familie van Jacob vervohnaken, zoals Hij
die voordien aan twee uwer voorvaderen, Abraham en Izaak had voltooid.
Voorwaar, uw Heer is Alwetend, Alwijs."
_
Voorzeker, er zijn voor de zoekers (naar waarheid) tekenen in (de
geschiedenis van) Jozef en zijn broeders.
_
Toen zij zeiden: "Voorwaar, Jozef en zijn broeder zijn onze vader liever
dan wij, ofschoon wij een sterke groep zijn. Voorzeker, onze vader
dwaalt openlijk."
_
"Doodt Jozef of verdrijft hem naar een (ver) land, zodat uw vaders gunst
uitsluitend voor u moge zijn, waarna gij een rechtvaardig volk zult worden."
_
Eén hunner zeide: "Doodt Jozef niet, maar als gij iets moet doen werpt
hem dan op de bodem van een diepe put; iemand uit een karavaan zal hem
opnemen."
_
Zij zeiden: "O, onze vader, waarom vertrouwt gij ons niet aangaande
Jozef, hoewel wij hem welgezind zijn?"
_
"Zend hem morgen met ons mede, opdat hij zich moge vermaken en spelen en
wij zullen voorzeker zijn bewakers zijn."
_
Hij zeide: "Het verdriet mij, dat gij hem zoudt medenemen en ik vrees,
dat de wolf hem zal verslinden terwijl gij niet op hem let."
_
Zij zeiden: "Indien de wolf hem zou verslinden terwijl wij een sterke
groep vormen, dan zijn wij inderdaad de verliezers."
_
Toen zij hem medenamen, kwamen zij overeen hem op de bodem van een diepe
put neer te laten en Wij zonden hem een openbaring: "Gij; zult hun van
deze zaak vertellen zonder dat zij het beseffen."
_
's Avonds kwamen zij wenend tot hun vader.
_
En zeiden: "O, onze vader, wij hielden een wedloop en lieten Jozef met
onze goederen achter en de wolf verslond hem; maar zelfs al spreken wij
de waarheid, zult gij ons niet geloven."
_
En zij brachten zijn hemd met bloed, dat niet van hem was. Hij (Jacob)
zeide: "Neen, gij hebt de zaak veel te licht opgevat. Daarom is geduld
passend. En het is Allah Wiens hulp dient te worden gezocht over hetgeen
gij beweert."
_
Er kwam een karavaan langs en deze zond een waterputter, die zijn emmer
nederliet. "O, goed nieuws," zeide hij. "Hier is een jongeling." En zij
verborgen hem als een stuk koopwaar en Allah wist goed, wat zij deden.
_
Zij verkochten hem voor een geringe prijs, een paar zilverstukken, want
zij waren onverschillig jegens hem.
_
En de Egyptenaar, die hem kocht, zeide tot zijn vrouw: "Maak zijn
verblijf behoorlijk. Het is waarschijnlijk dat hij ons van nut kan zijn,
of dat wij hem als zoon aannemen." En zo vestigden Wij Jozef in het
land, opdat Wij hem in het verklaren der dingen mochten onderwijzen.
Allah heeft macht over Zijn gebod, maar de meeste mensen weten het niet.
_
Toen hij volwassen was, schonken Wij hem oordeel en kennis; zo belonen
Wij de goeden.
_
En zij, in wier huis hij was, zocht hem (tegen zijn wil) te verleiden.
Zij grendelde de deuren en zeide: "Kom nu." Hij antwoordde: "Dat
verhoede Allah, hij is mijn heer. Hij heeft mijn verblijf waardig
gemaakt. Voorwaar, de boosdoeners slagen nooit."
_
En zij nam een besluit betreffende hem en hij nam een besluit
betreffende haar. Als hij geen duidelijk teken van zijn Heer had gezien,
(kon hij zo'n vastberadenheid niet hebben getoond). Zo kwam het dat Wij
het kwaad en de onbetamelijkheid van hem mochten afwenden. Voorzeker hij
was een Onzer uitverkoren dienaren.
_
En zij holden beiden naar de deur en zij scheurde zijn hemd van achteren
en zij ontmoetten haar echtgenoot aan de deur. Zij zeide: "Wat zal de
straf zijn voor iemand die kwade bedoelingen had met uw vrouw, anders
dan gevangenneming of een pijnlijke kastijding?"
_
Hij (Jozef) zeide: "Zij is het die mij tegen mijn wil zocht te
verleiden." En een familielid van haar getuigde: "Als zijn hemd van
voren is gescheurd, heeft zij de waarheid gesproken en behoort hij tot
de leugenaars,
_
Maar als zijn hemd van achteren is gescheurd, heeft zij gelogen en
behoort hij tot de waarachtigen."
_
Toen hij (haar man) zag dat zijn hemd van achteren was gescheurd, zeide
hij: "Dit is zeker een list van u, vrouwen. Uw list is inderdaad sterk."
_
"O, Jozef, wend u hiervan af en gij (vrouw), vraag vergiffenis voor uw
zonde. Gij behoort zeker tot de schuldigen."
_
En de vrouwen in de stad zeiden: "De vrouw van Aziez zoekt haar slaaf
tegen zijn wil te verleiden. Hij heeft haar met verliefdheid vervuld.
Wij zien haar inderdaad klaarblijkelijk dwalen."
_
En toen zij van hun plannen hoorde, nodigde zij haar uit en bereidde
haar een maaltijd en gaf ieder een mes en zeide dan (tot Jozef): "Ga
naar hen toe." En toen zij hem zagen achtten zij hem grotelijks en zij
sneden zich in de handen en zeiden: "Allah zij verheerlijkt. Dit is geen
mens, dit is een edele engel."
_
Zij zeide: "Dit is hij nu over wie gij mij beschuldigdet, ik zocht hem
werkelijk tegen zijn wil te verleiden, maar hij redde zich. En als hij
nu niet doet wat ik hem verzoek, zal hij zeker gevangen genomen en
vernederd worden."
_
Hij (Jozef) zeide: "O mijn Heer, ik zou de gevangenis verkiezen boven
hetgeen waartoe zij mij roepen; tenzij Gij haar list van mij afwendt zal
ik mij tot haar neigen en tot de onwetenden behoren."
_
Daarom verhoorde zijn Heer zijn gebed en wendde hun list van hem af.
Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
Dus kwam het hun (mannen) voor, nadat zij de tekenen van zijn onschuld
hadden gezien, dat zij hem voor een tijd gevangen moesten nemen.
_
En er gingen met hem twee jonge mannen de gevangenis binnen. Een hunner
zeide: "Ik zag mij wijn persen." En de andere zeide: "Ik zag mij in een
droom brood op mijn hoofd dragen waarvan de vogelen aten. Geef ons de
verklaring er van, voorzeker, wij zien dat gij tot de goeden behoort."
_
Hij antwoordde: "Het voedsel, dat u wordt gegeven, zal niet tot u komen,
voordat ik u de verklaring er van heb gegeven. Dit is naar aanleiding
van hetgeen mijn Heer mij heeft onderwezen. Ik heb van de godsdienst van
het volk dat niet in Allah en in het Hiernamaals gelooft, afstand gedaan.
_
"En ik volg de godsdienst van mijn vaderen, Abraham, Izaak en Jacob. Het
betaamt ons niet dat wij iets met Allah vereenzelvigen. Dit behoort tot
Allah's genade voor ons en de mensheid, maar de meeste mensen zijn niet
dankbaar."
_
"O, mijn twee medegevangenen, zijn verscheidene Heren beter of is Allah,
de Ene, de Opperste beter?"
_
"Gij aanbidt naast Allah niets, dan ijdele namen die gij hebt
uitgedacht, gij en uw vaderen; Allah heeft daar geen gezag voor
nedergezonden. De beslissing berust bij Allah alleen. Hij heeft bevolen
dat gij naast Hem niets zult aanbidden. Dit is de juiste godsdienst,
maar de meeste mensen beseffen het niet."
_
"O mijn twee medegevangenen, wat één uwer betreft, hij zal wijn voor
zijn Heer schenken en wat de ander betreft, hij zal worden gekruisigd,
zodat de vogels van zijn hoofd zullen eten. De zaak waarover gij hebt
gevraagd, is besloten."
_
En hij zeide tot degene van hen, van wie hij wist dat hij bevrijd zou
worden: "Vermeld mij bij uw heer." Maar Satan deed hem vergeten het aan
zijn heer te zeggen daarom bleef hij voor enige jaren in de gevangenis.
_
En de koring (van Egypte) zeide: "Ik zag zeven vette koeien, die door
zeven magere koeien werden verslonden en zeven groene korenaren en zeven
verwelkte aren. O gij leiders, legt mij de betekenis van mijn droom uit
als gij een droom kunt verklaren."
_
Zij antwoordden: "Het zijn verwarde dromen en wij kennen de verklaring
van zulke dromen niet."
_
En degene van de twee die bevrijd was, herinnerde zich na enige tijd
Jozef, en zeide toen: "Ik zal u de verklaring er van laten weten, zend
mij daarom."
_
"O, Jozef! gij man der waarheid, leg ons de betekenis uit van zeven
vette koeien die door zeven magere worden verslonden en van zeven groene
korenaren en andere verwelkte aren opdat ik tot het volk moge
terugkeren, zodat zij mogen weten."
_
Hij antwoordde: "Gij zult zeven jaren lang voortdurend zaaien en wat gij
maait in de aar laten, met uitzondering van een weinig, dat gij zult eten."
_
"Dan zullen er nadien zeven harde jaren komen, die al hetgeen gij van te
voren hebt opgeslagen zullen verteren, met uitzondering van een weinig
dat gij zult bewaren."
_
"Dan zal er nadien een jaar komen, waarin de mensen zullen worden
geholpen en waarin zij (vruchten) zullen persen."
_
En de koning zeide: "Brengt hem tot mij." Maar toen de boodschapper tot
hem (Jozef) kwam, zeide hij: "Ga terug naar uw heer en vraag hem hoe het
met de vrouwen is gesteld die zich in de handen sneden, voorzeker mijn
Heer kent haar sluwe plan goed."
_
Hij, (de koning) zeide tot de vrouwen: "Wat was het geval met u toen gij
Jozef tegen zijn wil zocht te verleiden?" Zij zeiden: "Allah zij
verheerlijkt. Wij hebben geen kwaad van hem geweten." De vrouw van de
Aziez zeide: "Nu is de waarheid aan het licht gekomen. Ik was het die
hem tegen zijn wil zocht te verleiden en hij behoort zeker tot de
waarachtigen."
_
"Dit is, opdat hij moge weten dat ik hem in zijn afwezigheid niet
ontrouw was en dat Allah het plan van de ontrouwe mensen niet laat slagen."
_
"En ik verklaar mijzelf niet vrij (van zwakheid) te zijn, want het
menselijke, ik' spoort tot het kwade aan, uitgezonderd dat waarover mijn
Heer barmhartigheid betoont. Voorzeker, mijn Heer is Vergevensgezind,
Genadevol."
_
En de koning zeide: "Brengt hem bij mij, ik wil hem voor mijzelf
houden." En toen hij tot hem (Jozef) had gesproken, zeide hij: "Gij zijt
van deze dag af een man van positie en vertrouwen bij ons."
_
Hij antwoordde: "Stel mij aan over de schatten van het land want ik ben
een deskundig bewaarder."
_
En zo vestigden Wij Jozef in het land. Hij vertoefde er in, waar hij ook
wilde. Wij schenken Onze barmhartigheid aan wie Ons behaagt en Wij laten
het loon Aer rechtvaardigen niet te gronde gaan.
_
En het loon van het Hiernamaals is zeker beter voor degenen die geloven
en God vrezen.
_
En Jozefs broeders kwamen en gingen bij hem binnen en hij herkende hen,
maar zij herkenden hem niet.
_
En toen hij hen van levensmiddelen had voorzien, zeide hij: "Brengt mij
uw broeder van vaderskant. Ziet gij niet, dat ik u met volle maat geef
en dat ik een goed gastheer ben?"
_
"Maar indien gij hem niet tot mij brengt dan zal er van mij geen maat
(koren) voor u zijn noch zult gij in mijn nabijheid komen."
_
Zij antwoordden: "Wij zullen trachten zijn vader hiertoe over te halen,
wij zullen het voorzeker kunnen doen."
_
En hij (Jozef) zeide tot zijn dienaren: "Stopt hun geld in de
zadeltassen, dat zij het mogen herkennen, wanneer zij tot hun familie
terugkeren, opdat zij terug mogen komen."
_
En toen zij tot hun vader terugkeerden, zeiden zij: "Onze vader, een
(verdere) maat is ons ontzegd, zend daarom onze broeder met ons mede,
opdat wij onze maat (koren) mogen verkrijgen en wij zullen zeker op hem
passen."
_
Hij (Jacob) antwoordde: "Zal ik u hem toevertrouwen, zoals ik u voorheen
zijn broeder toevertrouwde? Maar Allah is de beste Beschermer en Hij is
de Genadigste der genadigen.
_
En toen zij hun reisgoederen openden, vonden zij hun geld aan hen
teruggegeven. Zij riepen uit: "O, onze vader, wat kunnen wij meer
wensen? Hier is ons geld aan ons teruggegeven. Wij zullen (nogmaals)
koren voor onze familie halen en op onze broeder passen en wij zullen
als toegift de maat van een kameellast ontvangen. Dat is een maat die
gemakkelijk verkrijgbaar is."
_
Hij (Jacob) zeide: "Ik zal hem niet met u medezenden voordat gij mij een
ernstige belofte aflegt in de naam van Allah, dat gij hem zeker tot mij
zult brengen tenzij gij allen omsingeld zoudt worden." En toen zij de
belofte hadden afgelegd, zeide hij: "Allah waakt over hetgeen wij zeggen."
_
En hij zeide: "O mijn zonen, gaat niet door één poort binnen maar gaat
door verschillende poorten binnen; en ik kan u in niets tegen Allah
helpen. De beslissing berust alleen bij Allah. In Hem stel ik mijn
vertrouwen en laat allen die willen vertrouwen, alleen in Hem hun
vertrouwen stellen."
_
Maar toen zij (de stad) binnen gingen zoals hun vader hen had bevolen,
kon hen dit tegen Allah toch niets baten; het was slechts dat Jacob zijn
zin gedaan kreeg, want hij had voorzeker grote kennis, omdat Wij hem
hadden onderwezen, maar de meeste mensen weten het niet.
_
En toen zij Jozef bezochten, huisvestte deze zijn broeder bij zich. En
hij zeide: "Ik ben uw broeder, treur daarom niet over hetgeen zij hebben
gedaan."
_
En toen hij hen van hun provisie had voorzien, legde hij een drinkbeker
in zijn broeders zadeltas. Toen riep een omroeper: "O, karavaan, gij
zijt waarlijk dieven."
_
Zij vroegen, zich tot hem wendend: "Wat mist gij?"
_
Men antwoordde: "Wij missen des konings maatkop en wie hem brengt zal
een kameellast koren ontvangen en ik ben er borg voor."
_
Zij antwoordden: "Bij Allah, gij weet goed, dat wij niet kwamen om
slecht in het land te handelen en wij zijn geen dieven."
_
Zij (de Egyptenaren) zeiden: "Wat zal er dan de straf voor zijn als gij
leugenaars zijt?"
_
Zij antwoordden: "De straf er voor zal zijn: hij, in wiens zadeltas ze
wordt gevonden zal zelf de boete er voor zijn. Zo straffen wij de
boosdoeners."
_
Daarna begon hij met (het onderzoek van) hun tassen alvorens de tas van
zijn broeder (te onderzoeken); dan nam men hem (drinkbeker) uit zijn
broeders tas. Zo maakten Wij plannen voor Jozef. Hij kon zijn broeder
volgens de wet van de koning (van Egypte) niet houden, tenzij Allah het
zo had gewild. Wij bevorderen in graden (van kennis en eer) wie Wij
willen. Boven elke wetende staat de Alwetende.
_
Zij (zijn broeders) zeiden: "Als deze heeft gestolen, had zijn broeder
voorheen ook diefstal gepleegd." Maar Jozef hield het in zijn hart
geheim en onthulde het hun niet. Hij zeide: "Gij verkeert in een slechte
toestand. Allah weet het beste wat gij beweert."
_
Zij zeiden: "O Aziez, hij heeft een zeer oude vader, neem daarom één
onzer in zijn plaats, want wij zien dat gij tot degenen behoort die goed
doen."
_
Hij (Jozef) zeide: "Allah verhoede, dat wij iemand anders dan hem zouden
nemen bij wie wij ons eigendom vonden; want dan zouden wij zeker
onrechtvaardig zijn."
_
En toen zij wanhoopten trokken zij zich terug om in afzondering te
beraadslagen. De oudste zeide: "Weet gij niet, dat uw vader een
plechtige belofte in de naam van Allah van u heeft genomen en hoe gij
voorheen in uw plicht tegenover Jozef hebt gefaald? Ik zal het land
daarom niet verlaten voordat mijn vader het mij toestaat, of Allah voor
mij beslist en Hij is de beste Beoordelaar."
_
"Keert gij tot uw vader terug en zegt: 'Onze vader uw zoon heeft
gestolen en wij hebben alleen hetgeen wij wisten vermeld en wij konden
waarlijk over het ongeziene niet waken.'
_
'En vraag het volk der stad waarin wij waren en de karavaan waarmede wij
reisden en wij spreken voorzeker de waarheid.'"
_
Hij (hun vader) zeide: "Neen, uw ziel heeft een groot iets voor u gering
gemaakt. Daarom is geduld passend. Het is mogelijk, dat Allah hen allen
te zamen tot mij zal brengen; waarlijk Hij is de Alwetende, de Alwijze."
_
En hij wendde zich van hen af en zeide: "O ik heb verdriet over Jozef."
En zijn ogen werden gevuld met tranen van smart doch hij bedwong zich.
_
Zij zeiden: "Bij Allah, gij zult niet ophouden over Jozef te praten,
totdat gij zijt weggekwijnd of totdat gij te gronde gaat."
_
Hij antwoordde: "Ik klaag alleen over mijn zorg en verdriet tot Allah en
ik weet van Allah, wat gij niet weet."
_
"O mijn zonen, gaat en zoekt naar Jozef en zijn broeder en wanhoopt niet
aan de genade van Allah, want niemand wanhoopt aan Allah's
barmhartigheid dan het ongelovige volk."
_
En toen zij (opnieuw) voor hem (Jozef) kwamen, zeiden zij: "O, Aziez,
armoede heeft ons en onze familie getroffen en wij hebben een armzalige
geldsom meegebracht, geef ons daarvoor de volle maat en wees liefdadig.
Voorzeker, Allah beloont de liefdadigen."
_
Hij zeide: "Weet gij wat gij Jozef en zijn broeder aandeedt, toen gij
onwetend waart?"
_
Zij vroegen. "Zijt gij dan Jozef?" Hij zeide: "Ik ben Jozef en dit is
mijn broeder. Allah is ons inderdaad genadig geweest. Voorwaar, wie
godvrezend en geduldig is - Allah doet het loon der goeden nooit
verloren gaan."
_
Zij antwoordden: "Bij Allah, waarlijk Allah heeft u boven ons verkozen
en wij zijn inderdaad zondaren geweest."
_
Hij (Jozef) zeide: "Heden zij er geen verwijt tegen u: Moge Allah u
vergeven, Hij is de Genadigste der genadigen."
_
"Gaat met dit hemd van mij en legt het voor het aangezicht van mijn
vader neder; hij zal het begrijpen. En brengt mij uw gehele familie."
_
En toen de karavaan (uit Egypte) vertrok, zeide hun vader: "Ik bemerk
voorzeker de geur van Jozef, zelfs al ziet gij mij voor zwakzinnig aan."
_
Zij antwoordden: "Bij Allah, gij houdt zeker aan uw oude dwaling vast."
_
En toen de drager van de blijde tijding kwam, legde hij het (hemd) voor
hem (Jacob) neder zodat hij zekerheid verkreeg. Dan riep hij uit: "Zei
ik u niet: 'Ik weet van Allah wat gij niet weet'?"
_
Zij antwoordden: "O, onze vader, vraag voor ons vergiffenis voor onze
zonden: wij zijn inderdaad zondaren geweest."
_
Hij (Jacob) zeide: "Ik zal mijn Heer om vergiffenis voor u vragen.
Voorzeker, Hij ls de Vergevensgezinde, de Genadevolle."
_
En toen zij tot Jozef kwamen, huisvestte hij zijn ouders bij zich en
zeide: "Komt zoals het Allah behaagt Egypte in vrede binnen."
_
Hij hief zijn ouders op de troon en zij wierpen zich voor hem neder. En
hij zeide: "O mijn vader, dit is de vervulling van mijn vroegere droom.
Mijn Heer heeft deze verwezenlijkt. En Hij schonk mij een gunst toen Hij
mij uit de gevangenis verloste en u uit de woestijn bracht, nadat Satan
tweedracht tussen mij en mijn broeders had gezaaid. Voorzeker, mijn Heer
is goedertieren voor wie Hij wil. Waarlijk, Hij is de Alwetende, de
Alwijze."
_
"O, mijn Heer, Gij hebt mij macht gegeven en de verklaring van dromen
onderwezen. O, Schepper der hemelen en der aarde, Gij zijt mijn
Beschermer in deze wereld en in het Hiernamaals. Doe mij sterven als
Moslim en verenig mij met de rechtvaardigen."
_
Dit behoort tot de tijdingen van het verborgene die Wij u (o Profeet )
openbaren. Gij waart niet bij hen, toen zij zich (tegen u) verenigden en
plannen smeedden.
_
En de meeste mensen willen niet geloven zelfs al wenst gij het vurig.
_
Gij vraagt er hun geen beloning voor. Het is niets dan een vermaning aan
alle werelden.
_
En hoeveel tekenen zijn er niet in de hemelen en op aarde waaraan zij,
zich afwendend, voorbijgaan!
_
En de meesten hunner geloven niet in Allah, zonder medegoden aan Hem toe
te schrijven.
_
Voelen zij zich dan nu veilig voor het komen van een overweldigende
straf over hen van Allah of voor het onverwacht komen van het Uur over
hen, terwijl zij het niet bemerken?
_
Zeg: "Dit is mijn weg: ik roep tot Allah in zeker weten, ik en mijn
volgelingen. Heilig is Allah en ik behoor niet tot de afgodendienaren."
_
En Wij zonden vóór u slechts mensen uit de inwoners der steden, die Wij
inspireerden. Hebben zij dan niet op aarde gereisd en gezien wat het
einde was dergenen die vóór hen waren? En het tehuis van het Hiernamaals
is voorzeker beter voor degenen, die vrezen. Wilt gij dan niet begrijpen?
_
Totdat, wanneer de boodschappers wanhoopten en zij dachten dat zij voor
leugenaars verden gehouden, Onze hulp tot hen kwam en dan werd gered,
wie Ons behaagde. En Onze kastijding wordt van een zondig volk niet
afgewend.
_
Er is in hun verhaal gewis een les voor mensen van begrip. Het is niet
iets, dat is verzonnen, doch een vervulling van hetgeen er vóór is en
een uiteenzetting van alle dingen en een leiding en een barmhartigheid
voor een volk, dat gelooft.
_
Alif Laam Miem Raa. Dit zijn de verzen van het Boek. En hetgeen u door
uw Heer is geopenbaard is waar, maar de meeste mensen geloven niet.
_
Allah is Hij, Die de hemelen heeft doen verrijzen zonder pilaren die gij
kunt zien. Daarna zette Hij Zich op de troon. En Hij heeft de zon en de
maan in dienst gesteld; elk volgt zijn baan tot een vastgestelde
termijn. Hij regelt het al. Hij legt de tekenen duidelijk uit, opdat gij
zeker zult zijn van de ontmoeting met uw Heer.
_
En Hij is het, Die de aarde uitspreidde, er bergen op verhief en
rivieren op vormde. En Hij maakte er elke vruchtensoort in twee
geslachten op. Hij doet de nacht de dag bedekken. Voorwaar, daarin zijn
tekenen voor een volk, dat nadenkt.
_
En er zijn op aarde aan elkaar grenzende streken en tuinen van
wijnstokken, en korenvelden en dadelpalmen, met één wortel of met
verschillende wortels, zij worden met hetzelfde water besproeid en toch
doen Wij sommigen er van in fruit boven anderen uitmunten. Daarin zijn
tekenen voor een volk, dat begrijpt.
_
En indien gij u verwondert, dan is hun zeggen verwonderlijker: "Wanneer
wij stof zijn geworden, zullen wij dan opnieuw worden geschapen?" Deze
zijn het, die hun Heer hebben verworpen, daarom zullen zij ketenen om
hun hals hebben en de bewoners van het Vuur zijn; daarin zullen zij
vertoeven.
_
En zij vragen eerder het kwade van u dan het goede; hoewel er voor hen
voorbeeldige straffen zijn voorgekomen. Voorwaar, uw Heer is vol van
vergiffenis voor het mensdom, ondanks hun onrechtvaardigheid en
voorwaar, uw Heer is streng in het vergelden.
_
En de ongelovigen zeggen: "Waarom is hem (de profeet) geen teken van
zijn Heer nedergezonden?" Gij zijt waarlijk een waarschuwer en er is
voor elk volk een leidsman.
_
Allah weet wat elke vrouw baart en wat de baarmoeders niet voldragen en
wat zij doen groeien. En bij Hem heeft alles een eigen maat.
_
Hij is de Kenner van het onzienlijke en het zienlijke, de Grote, de
Verhevene.
_
Voor Hem is hij gelijk die onder u het woord verbergt en hij die het
openlijk uit; alsook hij, die zich 's nachts verbergt en hij, die
overdag (openlijk) voortgaat.
_
Er zijn voor hem (de Boodschapper) bewakers (engelen) vóór en achter
hem; zij bewaken hem door het gebod van Allah. Voorzeker, Allah
verandert de toestand van een volk niet voordat zij hetgeen in hun hart
is veranderen. En wanneer Allah een volk wenst te straffen, is er geen
afwenden mogelijk, noch hebben zij een helper naast Hem.
_
Hij is het, Die u de bliksem toont vrees en hoop veroorzakende en Hij
doet zware wolken ontstaan.
_
En de donder verkondigt Zijn glorie met de lof die Hem toekomt, en de
engelen doen het uit ontzag voor Hem en Hij zendt de bliksem en treft er
mede, wie Hij wil; nog steeds redetwisten zij over Allah. terwijl Hij
streng is in het straffen.
_
Tot Hem is het ware gebed. En degenen, die zij buiten Hem aanroepen,
verhoren hen in het geheel niet, doch zij zijn als iemand die zijn
handen uitstrekt naar het water, opdat het zijn mond zal bereiken, maar
het kan hem nooit bereiken. En het aanroepen der ongelovigen gaat
slechts verloren.
_
En wie in de hemelen en op aarde is, onderwerpt zich willens of
onwillens aan Allah en hun schaduwen doen 's morgens en 's avonds hetzelfde.
_
Zeg: "Wie is de Heer der hemelen en der aarde?" Zeg: "Allah." Zeg: "Hebt
gij naast Hem dan helpers genomen, die voor zich over goed noch kwaad
macht hebben?" Zeg: "Kunnen de blinde en de ziende gelijk zijn?" Of kan
de duisternis gelijk zijn aan het licht? Of schrijven zij aan Allah
medegoden toe die iets, op Zijn schepping lijkende hebben geschapen,
zodat beide scheppingen hun gelijk voorkomen? Zeg: "Allah is de Schepper
aller dingen en Hij is de Ene, de Opperste."
_
Hij zendt water van de hemel neder, zodat stromen overeenkomstig hun
afmeting vloeien en de vloed zwellend schuim draagt. En van hetgeen zij
(de mensen) in het vuur verhitten om sieraden en gereedschappen te
vervaardigen komt een soortgelijk schuim. Zo licht Allah de waarheid en
de valsheid toe. Wat nu het schuim betreft, het gaat als uitschot weg,
maar wat betreft hetgeen de mensen tot nut strekt, dit blijft op aarde.
Zo geeft Allah de gelijkenissen.
_
Er zal voor degenen die aan hun Heer gehoor geven het goede zijn, en
degenen, die Hem geen gehoor geven - deze zouden, indien zij al hetgeen
op aarde is en het gelijke er aan toegevoegd, bezaten, het gaarne als
losprijs aanbieden. Dezen zijn het die een boze afrekening zullen
ontvangen en hun tehuis is de hel. En dit is een slechte rustplaats.
_
Is dan hij die weet, dat hetgeen u van uw Heer is geopenbaard de
waarheid is, gelijk aan hem die blind is? Alleen degenen die met begrip
zijn begiftigd trekken er lering uit,
_
Degenen, die Allah's verbond vervullen en dit niet breken.
_
En degenen, die verbinden, wat Allah bevolen heeft verbonden te worden
en die hun Heer vrezen en de kwade afrekening duchten.
_
En degenen, die volharden in het zoeken naar de gunst van hun Heer en
het gebed houden en van hetgeen waarvan Wij hen hebben voorzien,
heimelijk en openlijk weggeven en die het kwade met het goede afwenden,
dezen zijn het die de beloning en het goede tehuis zullen ontvangen.
_
Tuinen der eeuwigheid. Zij en degenen van hun vaderen en hun echtgenoten
en hun kinderen rechtvaardig zijn zullen deze binnengaan. En engelen
zullen van iedere poort tot hen komen, (zeggende):
_
"Vrede zij over u, omdat gij geduldig waart; ziet, hoe uitstekend is het
uiteindelijke tehuis."
_
En degenen, die het verbond van Allah breken nadat zij het hadden
bevestigd en hetgeen Allah heeft bevolen verenigd te zijn, afsnijden en
op aarde wanorde stichten, hen treft de vloek en zij zullen een slecht
tehuis hebben.
_
Allah vergroot en vermindert de voorziening voor wie Hem behaagt. En zij
(de mensen) verheugen zich in het tegenwoordige leven, terwijl het
tegenwoordige leven slechts een (kortstondig) vermaak is vergeleken met
het volgende.
_
En degenen die niet geloven, zeggen: "Waarom is hem (de profeet) geen
teken van zijn Heer nedergezonden?" Zeg: "Allah laat diegene dwalen die
Hij wil en leidt tot Zichzelf degene die zich bekeert."
_
Degenen die geloven, en wier hart rust vindt in de gedachtenis aan
Allah. Ziet toe! in het gedenken van Allah kunnen de harten rust vinden.
_
Degenen die geloven en goede werken doen - voor hen is geluk en een
uitstekende plaats van terugkeer.
_
Zo hebben Wij u tot een volk gezonden - aan hetwelk andere volkeren zijn
voorafgegaan - opdat gij hun hetgeen Wij u hebben geopenbaard, moogt
verkondigen doch zij verwerpen de Barmhartige. Zeg: "Hij is mijn Heer;
er is geen God naast Hem. In Hem leg ik mijn vertrouwen en tot Hem is
mijn terugkeer."
_
En als er een Koran was, waarmede de bergen konden worden verzet, de
aarde kon worden gespleten, of de doden tot spreken konden worden
gebracht, (zouden zij er nog niet in geloven). "Neen, de zaak berust
geheel bij Allah!" Zijn de gelovigen het niet te weten gekomen dat,
indien Allah het wilde, Hij het gehele mensdom zou hebben geleid? En de
ongelovigen zullen onophoudelijk door rampen getroffen worden wegens hun
daden, of het zult bij hun huizen neerkomen, totdat de belofte van Allah
tot stand komt. Voorzeker, Allah faalt niet in Zijn belofte.
_
Voorzeker boodschappers werden vóór u ook bespot, maar Ik schonk uitstel
aan de ongelovigen. Dan greep Ik hen en hoe (vreselijk) was Mijn straf.
_
Zal Hij, Die over elke ziel waakt ten aanzien van hetgeen zij verdient
(hen dan laten gaan)? Toch kennen zij medegoden aan Allah toe. Zeg:
"Noemt hen." Zoudt gij Hem willen inlichten over hetgeen Hem op aarde
onbekend was? Of is het slechts een ledig gezegde? Neen, maar het plan
der ongelovigen is voor hen schoonschijnend gemaakt en zij worden van de
juiste weg teruggehouden. En hij, die Allah laat dwalen zal geen helper
vinden.
_
Er is voor hen een straf in het tegenwoordige leven; doch de straf van
het Hiernamaals is gewis zwaarder en zij zullen tegen Allah geen
verdediger hebben.
_
Het beeld van de Hemel die de godvrezenden is beloofd, is, dat er
stromen in vloeien, en dat zijn fruit en schaduw eeuwigdurend zijn. Dit
is het loon van de rechtvaardig en maar het loon van de ongelovigen is
het Vuur.
_
En degenen, wie Wij het Boek hebben gegeven, verheugen zich in hetgeen u
is geopenbaard. En er zijn sommige der partijen die er een gedeelte van
ontkennen. Zeg: "Het is mij bevolen, Allah te aanbidden en niets met Hem
te vereenzelvigen. Tot Hem roep ik en tot Hem is mijn terugkeer."
_
En zo hebben Wij het als een duidelijk oordeel geopenbaard. En als gij,
nadat kennis tot u is gekomen hun boze wensen volgt, zult gij aan Allah
vriend, noch beschermer hebben.
_
En Wij zonden inderdaad boodschappers vóór u en Wij gaven hun vrouwen en
kinderen. En het is een boodschapper niet mogelijk een teken te brengen
dan door het gebod van Allah. Voor elke periode is er een (Goddelijk)
besluit.
_
Allah doet te niet wat Hij wil en bevestigt wat Hij wil en bij Hem is de
oorsprong van het Boek.
_
Of Wij u sommige der dingen doen zien waarmede Wij hen hebben bedreigd,
of u doen sterven - op u rust (alleen) de verkondiging (der boodschap)
en op Ons de verrekening.
_
Zien zij niet dat Wij tot hun land komen, het van de buitenste zijden
(grenzen) verminderend Allah besluit en niemand kan Zijn besluit
omverwerpen. En Hij is vlug in het vergelden.
_
En degenen, die vóór hen waren, verzonnen plannen, maar (het slagen van)
alle plannen berust bij Allah. Hij weet wat elke ziel verdient en de
ongelovigen zullen weldra weten voor wie de uiteindelijke woonplaats is.
_
De ongelovigen zeggen: "Gij zijt geen gezant." Zeg: "Allah, alsmede hij
die kennis van het Boek bezit zijn toereikend als getuigen tussen u en mij."
_
Alif Laam Raa. Dit is een Boek dat Wij u hebben geopenbaard, opdat gij
de mensen door het gebod van hun Heer uit de duisternis tot het licht
moogt brengen op het pad van de Almachtige, de Geprezene;
_
Van Allah, aan Wie wat er ook in de hemelen en op aarde is, toebehoort.
Maar wee de ongelovigen wegens een strenge straf.
_
Die het tegenwoordige leven boven het Hiernamaals verkiezen en (anderen)
van het pad van Allah afhouden het krom wensend - dezen zijn het die ver
afgedwaald zijn.
_
Wij zonden geen boodschapper dan met de taal van zijn volk, zodat hij
(het) hun duidelijk moge maken. Dan laat Allah dwalen wie Hij wil en
leidt wie Hij wil. Hij is de Almachtige, de Alwijze.
_
En Wij zonden Mozes met Onze tekenen, zeggende: "Breng uw volk uit de
duisternis tot het licht en herinner hen aan de dagen van Allah." Daarin
zijn voorzeker tekenen voor ieder die geduldig en dankbaar is.
_
En toen Mozes tot zijn volk zeide: "Gedenk Allah's gunst aan u toen Hij
u van Pharao's volk redde, dat u met een smartelijke foltering kwelde,
uw zonen doodde en uw vrouwen spaarde; daarin was een grote beproeving
van uw Heer."
_
En toen uw Heer verklaarde: "Als gij dankbaar zijt zal ik u rneer geven,
maar als gij ondankbaar zijt is Mijn straf inderdaad streng."
_
En Mozes zeide: "Als gij ondankbaar zijt, gij en al degenen die op aarde
zijn, voorwaar, Allah is Zichzelf - genoeg, Geprezen."
_
Zijn de tijdingen niet tot u gekomen van degenen die vóór u waren, het
volk van Noach en van Aad en Samoed en degenen (die) na hen (kwamen)?
Niemand behalve Allah kent ze. Hun boodschappers kwamen met duidelijke
tekenen tot hen, maar zij deden hen zwijgen en zeiden: "Wij geloven niet
in hetgeen, waarmede gij zijt gezonden en wij zijn zeker in twijfel over
hetgeen, waartoe gij ons roept."
_
Hun boodschappers antwoordden: "Bestaat er twijfel over Allah, Schepper
der hemelen en der aarde? Hij roept u, opdat Hij uw zonden moge vergeven
en u uitstel moge verlenen voor een vastgestelde periode." Zij zeiden:
"Gij zijt slechts mensen als wij; gij wenst ons afkerig te maken van
hetgeen onze vaderen aanbaden. Brengt ons daarom een duidelijk bewijs."
_
Hun boodschappers zeiden tot hen: "Wij zijn inderdaad stervelingen zoals
gij, maar Allah bewijst gunsten aan wie van Zijn dienaren Hij wil. Het
is niet aan ons u een bewijs te brengen, dan door het gebod van Allah.
En in Allah behoren de gelovigen te vertrouwen."
_
"En waarom zouden wij niet in Allah vertrouwen wanneer Hij ons onze
wegen heeft getoond? En wij zullen voorzeker al het kwaad dat gij ons
doet met geduld dragen. Laat daarom allen die willen vertrouwen, in
Allah hun vertrouwen stellen."
_
En de ongelovigen zeiden tot hun boodschappers: "Wij zullen u voorzeker
uit het land verdrijven, tenzij gij tot onze godsdienst wederkeert."
Toen zond hun Heer hun de openbaring: "Wij zullen de onrechtvaardigen
zeker vernietigen."
_
"En Wij zullen u zeker na hen in het land vestigen. Dit is voor hem die
vreest vóór Mij te staan en die Mijn waarschuwing vreest."
_
Zij vroegen om een oordeel en (dientengevolge) ging elke hoogmoedige
vijand te gronde.
_
Voor hem is de hel en hij zal worden gedwongen kokend water te drinken.
_
Hij zal het met kleine teugen drinken en zal het ternauwernood kunnen
slikken. En de dood zal van elke kant tot hem komen en toch zal hij niet
sterven. En daarnaast zal er een zware kastijding zijn.
_
De toestand dergenen die in hun Heer niet geloven, is, dat hun werken
als as zijn waarop de wind hevig waait op een stormachtige dag. Zij
zullen over hetgeen zij verdienen geen macht bezitten. Dit is inderdaad
de volstrekte ondergang.
_
Ziet gij niet dat Allah de hemelen en de aarde in waarheid schiep? Als
Hij het wil kan Hij u verdelgen en een nieuwe schepping voortbrengen.
_
Dit is inderdaad niet moeilijk voor Allah.
_
Zij zullen allen voor Allah verschijnen, dan zullen de zwakken tot de
hoogmoedigen zeggen: "Wij waren voorzeker uw volgelingen; kunt gij ons
dan tegen Allah's straf niet helpen?" Zij zullen zeggen: "Als Allah ons
had geleid, hadden wij u zeker geleid. Het is voor ons gelijk of wij
ongeduld tonen of wel geduldig blijven, want er is voor ons geen toevlucht."
_
Wanneer de zaak is beslist zal Satan zeggen: "Allah deed u een ware
belofte, ik echter beloofde u en faalde, maar ik had geen macht over u
dan dat ik u riep en gij mij gehoorzaamdet. Verwijt mij daarom niet,
maar beschuldigt uzelf. Ik kan u niet bijstaan noch kunt gij mij
bijstaan. Ik verwerp dat gij mij voordien met Allah hebt vereenzelvigd.
Er zal voor de onrechtvaardigen gewis een smartelijke straf zijn."
_
En de gelovigen die goede werken doen, zullen in tuinen worden
toegelaten waardoor rivieren stromen, daarin zullen zij vertoeven door
het gebod van hun Heer. Hun groet daarin zal "Vrede" zijn.
_
Ziet gij niet hoe Allah de gelijkenis van een goed woord geeft? Het is
als een goede boom, waarvan de wortel hecht is en zijn takken reiken tot
in de hemel.
_
Deze brengt door het gebod van zijn Heer zijn vrucht voort in ieder
jaargetijde. En Allah geeft de gelijkenissen voor de mensen, opdat zij
lering mogen trekken.
_
En een slecht woord is als een slechte boom die ontworteld ter aarde
ligt en geen vaste grond meer heeft.
_
Allah versterkt degenen, die geloven in het tegenwoordige leven en in
het Hiernamaals met het bevestigende woord en Allah laat de
onrechtvaardigen dwalen. En Allah doet, wat Hij wil.
_
Ziet gij niet degenen, die Allah's gunst in ondankbaarheid veranderden
en hun volk in het huis van verderf brachten?
_
Dat is de hel. Daarin zullen zij branden en dit is een boze rustplaats.
_
En zij hebben medegoden aan Allah toegekend om (de mensen) van Zijn weg
af te leiden. Zeg: "Vermaakt u een poosje, daarna is uw terugkeer
voorzeker naar het Vuur."
_
Zeg tot mijn gelovige dienaren dat zij het gebed behoren te onderhouden
en van hetgeen Wij hun hebben gegeven heimelijk en openlijk besteden,
voordat er een dag komt, waarop er handel noch vriendschap zal zijn.
_
Allah is Hij, Die de hemelen en de aarde schiep en water uit die wolken
doet nederkomen en er vruchten voor uw onderhoud mee voortbrengt en Hij
heeft de schepen in uw dienst gesteld, opdat zij door Zijn gebod over de
zee mogen varen en Hij heeft de rivieren eveneens in uw dienst gesteld.
_
En Hij heeft ook de zon en de maan, die beiden hun werk voortdurend
verrichten alsmede de nacht en de dag in uw dienst gesteld.
_
En Hij gaf u al hetgeen gij van Hem vraagt en als gij de gunsten van
Allah telt, zult gij ze stellig niet kunnen opsommen. Voorwaar, de mens
is zeer onrechtvaardig, zeer ondankbaar.
_
En toen Abraham zeide: "Mijn Heer maak deze stad (oord van) vrede en
weerhoud mij en mijn kinderen van het aanbidden van afgoden."
_
Mijn Heer, zij hebben inderdaad vele van de mensen op een dwaalspoor
gebracht. Wie mij daarom ook volgt hij is stellig van mij en wat betreft
hem die mij niet gehoorzaamt - Gij zijt voorzeker Vergevensgezind,
Genadevol."
_
"Onze Heer, ik heb sommige van mijn kinderen in een onvruchtbaar dal
dicht bij Uw heilig huis (de Kabah) gevestigd, onze Heer, opdat zij het
gebed mogen houden. Stem het hart der mensen gunstig voor hen en voorzie
hen van vruchten opdat zij dankbaar mogen zijn."
_
"Onze Heer, Gij weet voorzeker hetgeen wij verbergen en hetgeen wij
bekend maken. Er is niets op aarde of in de hemel voor Allah verborgen."
_
"Alle lof behoort aan Allah, Die mij in weerwil van ouderdom Ismaël en
Izaak heeft gegeven Waarlijk mijn Heer is de Verhoorder van het gebed."
_
"Mijn Heer maak mij en mijn kinderen onderhouders van het gebed. Onze
Heer, aanvaard mijn gebed."
_
"Onze Heer, vergeef mij en mijn ouders en de gelovigen op de Dag waarop
de afrekening zal plaatsvinden."
_
Denk niet dat Allah achteloos is omtrent hetgeen de onrechtvaardigen
doen. Hij geeft hun slechts uitstel tot de Dag waarop zij zullen staren,
_
Met opgeheven hoofd zich voorthaastend, terwijl zij hun blik niet kunnen
afwenden en hun hart ledig is.
_
En waarschuw de mensen voor de Dag waarop kastijding over hen zal komen;
dan zullen de onrechtvaardigen zeggen: "Onze Heer, schenk ons uitstel
voor een korte periode. Wij zullen Uw roep beantwoorden en de
boodschappers volgen." "Hebt gij voorheen niet gezworen, dat er voor u
geen ondergang was?"
_
En gij vertoeft thans in de woonplaatsen van degenen die zichzelf
onrecht aandeden en het was u duidelijk geworden hoe Wij met hen
handelden terwijl Wij de voorbeelden voor u hadden gegeven."
_
En zij hadden hun plannen reeds gesmeed maar hun plannen zijn bij Allah,
al waren hun plannen zó dat er bergen door zouden worden verzet.
_
Denk derhalve niet dat Allah zal falen Zijn belofte aan Zijn
boodschappers te houden: Allah is voorzeker Almachtig, Heer der Vergelding.
_
De dag (zal komen) waarop de aarde en de hemel door een andere aarde en
hemel zullen worden vervangen; en zij (de mensen) allen voor Allah, de
Ene, de Opperste zullen verschijnen.
_
En op die Dag zult gij de schuldigen in kettingen geklonken zien.
_
Hun kleren zullen van pek zijn en het Vuur zal hun gezicht omhullen.
_
Opdat Allah elke ziel moge vergelden voor hetgeen zij heeft gedaan.
Voorzeker, Allah is snel in het vergelden.
_
Dit is een aankondiging voor de mensen opdat zij er door mogen worden
gewaarschuwd en opdat zij mogen weten dat Hij de Enige God is en opdat
degenen die begrip hebben er lering uit mogen trekken.
_
Alif Laam Raa. Dit zijn de verzen van het Boek, de duidelijke Koran.
_
De ongelovigen zullen dikwijls wensen, dat zij Moslims waren.
_
Laat hen eten en zich vermaken en laat hun ijdele hoop hen achteloos
maken; zij zullen het weldra te weten komen.
_
En Wij hebben nooit een stad verwoest of het besluit er toe was bekend
gemaakt.
_
Geen volk kan zijn vastgestelde tijd vooruitlopen noch kunnen zij
daarbij achterblijven.
_
En dezen zeggen: "O, gij, tot wie de vermaning is nedergezonden, gij
zijt voorzeker bezeten."
_
"Waarom brengt gij ons geen engelen indien gij tot de waarachtigen behoort?"
_
Wij zenden alleen engelen neder met de werkelijkheid en dan wordt hun
(de ongelovigen) geen uitstel geschonken.
_
Voorwaar, Wij hebben deze vermaning (de Koran) nedergezonden en
voorzeker Wij zullen er de Waker over zijn.
_
En vóór u zonden Wij reeds (boodschappers) onder de oude stammen.
_
Maar er kwam nooit een boodschapper tot hen of zij bespotten hem.
_
Zo doen Wij dat in het hart der schuldigen binnendringen.
_
Zij geloven er niet in, hoewel er het voorbeeld der vroegere volkeren is
geweest.
_
En indien Wij een deur van de hemel voor hen zouden openen waar zij door
zouden klimmen,
_
Dan zouden zij zeker zeggen: "Onze ogen zijn slechts beneveld; neen wij
zijn veeleer een betoverd volk."
_
En Wij hebben aan de hemel voorzeker banen (van sterren) gemaakt en hem
voor aanschouwers versierd.
_
En Wij hebben hem tegen elke vervloekte Satan beschermd.
_
Maar indien iemand steelsgewijze luistert, vervolgt hem een heldere vlam.
_
En Wij hebben de aarde uitgespreid, er hechte bergen op geplaatst en Wij
doen er allerlei noodzakelijke dingen in de juiste maat op groeien.
_
Waarvan Wij voor u en degenen die gij niet onderhoudt bestaansmiddelen
verstrekken.
_
Er is niets of de schatten er van zijn bij Ons en Wij zenden deze
slechts in bepaalde mate neder.
_
En Wij zenden bestuivende winden, daarna zenden Wij water uit de wolken
neder en geven het u dan te drinken en gij zijt niet degenen die het
vergaart.
_
En voorwaar, Wij zijn het, die leven geven en doen sterven en Wij zijn
de Erfgenaam.
_
En Wij kennen degenen die onder u vooruitgaan en Wij kennen degenen die
achterblijven.
_
Voorzeker uw Heer zal hen allen verzamelen. Voorwaar, Hij is Alwijs,
Alwetend.
_
Waarlijk Wij schiepen de mens uit droge, klinkende klei, uit zwarte
modder in vorm gewrocht.
_
En Wij hadden voorheen de djinn uit vlammend vuur geschapen.
_
Toen uw Heer tot de engelen zeide: "Ik ga de mens uit droge, klinkende
klei scheppen, uit leem gewrocht."
_
"Wanneer Ik hem daaruit heb gevormd en hem Mijn geest heb ingeblazen,
valt dan in onderdanigheid voor hem neder."
_
De engelen onderwierpen zich allen tezamen.
_
Maar Iblies weigerde tot degenen te behoren die zich onderwierpen.
_
Hij zeide: "O Iblies, wat hapert u dat gij niet onder degenen zijt die
zich onderwerpen?"
_
Hij antwoordde: "Ik ga mij niet onderwerpen aan de mens, die Gij uit
droge, klinkende klei hebt geschapen, uit leem gemaakt."
_
God zeide: "Ga dan heen, gij zijt voorzeker verworpen."
_
"Mijn vloek zal tot de Dag des Oordeels op u rusten."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, schenk mij dan uitstel tot de Dag waarop zij
zullen worden opgewekt."
_
God zeide: "U wordt uitstel verleend."
_
"Tot de Dag van de bekende tijd."
_
Hij antwoordde: "Mijn Heer, daar Gij mij verloren hebt geacht, zal ik
voor hen (de dingen) op aarde schoonschijnend maken en hen allen doen
dwalen."
_
"Met uitzondering van Uw oprechte dienaren onder hen."
_
God zeide: "Dit is een pad, rechtstreeks tot Mij."
_
"Gij zult over Mijn dienaren zeker geen macht hebben, met uitzondering
van de dwalenden die u volgen."
_
"En de hel is zeker de beloofde plaats voor hen allen."
_
"Zij heeft zeven poorten en elke poort heeft een gedeelte hunner
toegewezen gekregen."
_
Voorwaar, de rechtschapenen zullen te midden van tuinen met bronnen zijn.
_
"Gaat er met vlede en veiligheid binnen."
_
En Wij zullen alle wrok uit hun hart uitroeien, op tronen zullen zij als
broeders tegenover elkander zitten.
_
Vermoeidheid zal hen daar niet raken noch zullen zij er van worden
verdreven.
_
Zeg tot Mijn dienaren dat Ik voorzeker Vergevensgezind, Genadevol ben.
_
En dat Mijn straf de pijnlijke straf is.
_
En vertel hun van Abrahams gasten.
_
Toen zij bij hem binnentraden zeiden zij "Vrede", hij antwoordde:
"Voorwaar, wij vrezen u."
_
Zij zeiden: "Vreest niet, wij geven u blijde tijding over een zoon, die
met kennis zal zijn begiftigd."
_
Hij zeide: "Geeft gij mij blijde tijding hoewel de ouderdom mij heeft
achterhaald? Wat is het dan, waarover gij mij blijde tijding geeft?"
_
Zij zeiden: "Wij hebben u inderdaad in waarheid blijde tijding gegeven,
behoor dus niet tot hen die wanhopen."
_
Hij zeide: "Wie kunnen aan de genade van hun Heer wanhopen, dan de
dwalenden?"
_
Hij zeide: "Wat is uw taak, o gij boodschappers?"
_
Zij zeiden: "Wij zijn naar een schuldig volk gezonden."
_
Doch wat de familie van Lot betreft, hen zullen Wij allen redden."
_
"Behalve zijn vrouw. Wij hebben besloten, dat zij tot degenen zal
behoren die achterblijven."
_
Toen de boodschappers tot de familie van Lot kwamen,
_
Zeide hij: "Voorwaar, gij zijt een groep vreemdelingen."
_
Zij zeiden: "Neen, wij zijn met hetgeen waarover zij (de ongelovigen)
twijfelden tot u gekomen."
_
"En wij zijn met de waarheid tot u gekomen en wij spreken zeker de waarheid.
_
Ga daarom gedurende de nacht met uw familie weg en volg achter hen. En
laat niemand uwer omkijken en gaat waarheen u is bevolen."
_
En Wij deelden hem dit gebod mede dat hun levenswortel tegen de morgen
zou worden afgesneden.
_
En de mensen der stad kwamen verheugd.
_
Hij zeide: "Dit zijn mijn gasten maakt mij daarom niet te schande."
_
"En vreest Allah en onteert mij niet."
_
Zij zeiden; "Hebben wij u niet verboden de mensen (te ontvangen)?"
_
Hij zeide: "Dit zijn mijn dochters als gij iets wilt doen."
_
Bij uw leven, dezen zwerven in hun bedwelming blindelings rond.
_
Dus overviel de straf hen bij zonsopgang.
_
En Wij keerden de stad ondersteboven en Wij deden brokken klei over hen
regenen.
_
Hierin zijn voorzeker tekenen voor hen die onderzoeken.
_
En zij ligt aan een bestaande weg.
_
Hierin is voorzeker een teken voor hen die (willen) geloven.
_
En de mensen van het Woud waren eveneens onrechtvaardig.
_
Wij straften hen daarom. En zij liggen beiden aan een open hoofdweg.
_
En ook het volk van de Hidjr verloochende de boodschappers.
_
En Wij gaven hun Onze tekenen, maar zij keerden er zich van af.
_
En zij hieuwen tot veiligheid huizen in de bergen uit.
_
Toch greep de straf hen in de morgen.
_
En al hetgeen zij hadden vervaardigd baatte hen niet.
_
En Wij hebben de hemelen en de aarde en al hetgeen er tussen is in
waarheid geschapen en het Uur zal zeker komen. Wend u daarom op passende
wijze (van hen) af.
_
Voorwaar, uw Heer is de Schepper, de Alwetende.
_
En Wij hebben u inderdaad de zeven dikwijls herhaalde verzen en de grote
Koran gegeven.
_
Richt uw ogen niet naar hetgeen Wij sommige groepen hunner (aan goeds)
hebben geschonken noch treur over hen en wees zachtmoedig jegens de
gelovigen.
_
En zeg: "Ik ben inderdaad een duidelijk waarschuwer."
_
Want wij hebben besloten (de straf) tegen de samenzweerders te zenden.
_
Die de Koran verloochenen.
_
Bij uw Heer, Wij zullen hen voorzeker allen ondervragen
_
Over hetgeen zij deden.
_
Verkondig daarom openlijk hetgeen u is bevolen en wend u van de
afgodendienaren af.
_
Wij zijn u zeker toereikend tegen degenen die bespotten,
_
Die andere goden met Allah vereenzelvigen; maar zij zullen het weldra te
weten komen.
_
En Wij weten inderdaad dat uw boezem benauwd wordt vanwege hetgeen zij
zeggen.
_
Maar verheerlijk uw Heer met de lof die Hem toekomt en behoor tot
degenen die zich ter aarde werpen.
_
En aanbid uw Heer totdat de dood u bereikt.
_
Het gebod van Allah is komende, verhaast het daarom niet. Heilig is Hij
en verheven boven al hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
_
Hij zendt door Zijn gebod engelen met een Openbaring neder tot wie van
Zijn dienaren Hij wil (zeggende): "Waarschuwt, dat er buiten Mij geen
God is, vreest daarom Mij alleen."
_
Hij heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen. Verheven is Hij
boven al hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
_
En Hij heeft de mens uit een levenskiem geschapen, maar ziet deze is een
openlijke redetwister.
_
En het vee heeft Hij geschapen, waarvan gij warmte en nut hebt terwijl
gij er ook van als voedsel gebruikt.
_
En er is schoonheid in voor u wanneer gij het 's avonds naar huis drijft
en wanneer gij het 's morgens laat weiden.
_
En zij dragen uw lasten naar een land, dat gij niet zonder grote
moeilijkheid (voor uzelf) zoudt kunnen bereiken. Voorzeker, uw Heer is
Liefderijk, Genadevol.
_
En paarden en muildieren en ezels (heeft Hij) geschapen opdat gij er op
moogt rijden en tot sieraad (voor u). En Hij zal ook wat gij nog niet
kent, scheppen.
_
En bij Allah berust het, de rechte weg (te tonen) en er zijn wegen die
afwijken. En als Hij wilde, zou Hij u allen hebben geleid.
_
Hij is het, Die water voor u uit de wolken zendt, gij hebt er drank van
en het doet bomen groeien, waarmede gij uw vee voedert.
_
En Hij doet daarmede koren voor u groeien, de olijf, de dadelpalm, de
druiven en allerlei andere vruchten. Daarin is voorzeker een teken voor
een volk dat nadenkt.
_
Hij heeft door Zijn gebod de nacht, de dag, de zon, de maan en de
sterren in uw dienst gesteld. Voorzeker daarin zijn tekenen voor een
volk dat overweegt.
_
En in de dingen, die Hij in verscheidene kleuren op aarde voor u heeft
geschapen is voorzeker een teken voor een volk dat er lering uit wil
trekken.
_
En Hij is het, Die de zee tot uw beschikking heeft gesteld opdat gij er
vers vlees van moogt eten en er sieraden uit moogt nemen die gij draagt.
En gij ziet er de schepen over varen opdat gij van Zijn overvloed moogt
zoeken en dankbaar moogt zijn.
_
En Hij heeft hechte bergen op de aarde geplaatst opdat gij niet geschokt
zult worden en rivieren en paden opdat gij de juiste weg moogt inslaan.
_
En merktekenen en door de sterren vinden zij (de mensen) de juiste richting.
_
Is dan Hij, Die schept gelijk aan iemand die niet schept? Wilt gij dan
er geen lering uit trekken?
_
En indien gij de gunsten Van Allah wilt opsommen, kunt gij dat stellig
niet doen. Voorzeker, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
En Allah weet wat gij verbergt en wat gij openbaart.
_
Maar degenen, die zij naast Allah aanroepen, scheppon niets, want zij
zijn zelf geschapen,
_
Dood en niet levend, en zij weten niet wanneer zij zullen worden opgewekt.
_
Uw God is Eén God. En zij die in het Hiernamaals niet geloven hun hart
is vervreemd (van waarheid) en zij zijn hoogmoedig.
_
Allah weet ongetwijfeld wat zij verbergen en wat zij openbaren. Hij
heeft de hovaardigen voorzeker niet lief.
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Wat heeft uw Heer geopenbaard?",
zeggen zij: "Het zijn slechts fabelen der ouden."
_
Dat zij op de Dag der Opstanding hun last ten volle mogen dragen en een
gedeelte der last van degenen die zij zonder kennis doen dwalen. Ziet!
slecht is hetgeen zij dragen.
_
Degenen, die vóór hen waren, smeedden ook plannen, maar Allah
vernietigde hun gebouw tot in de grondvesten zodat het dak van boven op
hen viel; en de straf kwam over hen vanwraar zij het niet vermoedden.
_
Dan zal Hij hen op de Dag der Opstanding vernederen en Hij zal zeggen:
"Waar zijn Mijn medegoden, ter wille van wie gij placht te strijden?"
Degenen, die met kennis zign begiftigd zullen antwoorden: "Schande en
kwelling zullen deze Dag voorzeker over de ongelovigen zijn."
_
"Degenen, die de engelen doen sterven terwijl zij hun ziel onrecht
aandoen zullen onderdanigheid aanbieden (en zeggen): "Wij deden geen
kwaad." Neen, Allah weet, wat gij deedt.
_
Gaat daarom de poorten der hel binnen en vertoeft er in. Het tehuis der
hovaardigen is slecht.
_
En wordt er tot degenen, die rechtvaardig handelden gezegd: "Wat heeft
uw Heer geopenbaard?", dan zullen zij zeggen: "Het beste." Er is voor
degenen, die goed doen, goeds in deze wereld doch het tehuis van het
Hiernamaals is nog beter. Het tehuis der godvrezenden is inderdaad
uitstekend.
_
Tuinen der eeuwigheid zullen zij binnengaan, waardoor rivieren vloeien.
Zij zullen er in ontvangen wat zij wensen. Zo beloont Allah de
rechtvaardigen.
_
Tot degenen, die de engelen doen sterven terwijl zij rein zijn, wordt
gezegd: "Vrede zij u. Gaat de hemel binnen voor hetgeen gij deedt."
_
Zij (de ongelovigen) wachten op niets anders dan dat de engelen over hen
komen of dat het gebod van uw Heer zal worden uitgevoerd. Degenen, die
vóór hen waren deden dat evenzo. Allah deed hun geen onrecht aan, maar
zij deden zichzelf onrecht aan.
_
Het boze dat zij deden trof hen en wat zij bespotten overviel hen.
_
De afgodendienaren zeggen: "Als Allah het zo had gewild zouden wij niets
buiten Hem hebben aanbeden, wij noch onze vaderen; noch zouden wij iets
buiten Zijn wil hebben verboden." Degenen, die vóór hen waren handelden
evenzo. Maar zijn de boodschappers voor iets anders verantwoordelijk dan
voor de duidelijke verkondiging?
_
En voorzeker Wij wekten onder elk volk een boodschapper op, "Aanbidt
Allah en vermijdt de boze." Toen waren er sommigen onder hen die Allah
leidde en er waren sommigen die bleven dwalen. Reist daarom op aarde
rond en ziet wat het einde was der loochenaars.
_
Als gij (profeet) begerig zijt dat zij geleid zullen worden, weet dan
dat Allah voorzeker degenen niet leidt, die (zich zelve) doen dwalen.
Voor dezulken zijn er geen helpers.
_
En zij zweren bij Allah hun sterkste eden, dat Allah de doden niet zal
doen herrijzen. Waarlijk het is een ware belofte maar de meeste mensen
weten het niet.
_
Opdat Hij het hun duidelijk moge maken waarover zij verschilden en dat
de ongelovigen mogen weten dat zij leugenaars waren.
_
Wanneer Wij iets willen, dan zeggen Wij slechts: "Wees", en het wordt.
_
En degenen, die (hun) huizen ter wille van Allah hebben verlaten, nadat
hun onrecht was aangedaan, Wij zullen hun voorzeker een goed tehuis in
de wereld geven; waarlijk de beloning van het Hiernamaals is groter;
wisten zij het slechts!
_
(Voor) hen, die geduldig zijn en hun vertrouwen in hun Heer stellen.
_
En Wij zonden vóór u, slechts mannen aan wie Wij een openbaring gaven -
vraagt daarom aan degenen, die de vermaning bezitten als gij het niet
weet - met duidelijke tekenen en geschriften.
_
En Wij hebben de vermaning tot u gezonden, opdat gij aan het mensdom
moogt uitleggen hetgeen tot hen werd nedergezonden, zodat zij mogen
nadenken.
_
Voelen degenen die boze plannen verzinnen, zich er dan veilig tegen dat
Allah hen in de grond zal doen verzinken, of dat de straf over hen zal
komen vanwaar zij het niet bemerken?
_
Of dat Hij hen in hun handel en wandel zal treffen, zonder dat zij het
kunnen verijdelen?
_
Of dat Hij hen geleidelijk ten onder zal brengen? Uw Heer is inderdaad
Medelijdend, Genadevol.
_
Hebben zij niet gezien dat de schaduwen van al hetgeen Allah heeft
geschapen zich van rechts en links bewegen en zich voor Allah
nederwerpen terwijl zij nederig zijn.
_
En wat ook in de Hemelen is en welk schepsel ook op aarde bestaat
onderwerpt zich aan Allah alsmede de engelen, en zij (allen) tonen geen
hoogmoed.
_
Zij vrezen hun Heer boven hen en doen wat hun bevolen wordt.
_
Allah heeft gezegd: "Neemt geen twee goden. Er is slechts Eén God.
Vreest daarom Mij alleen."
_
En aan Hem behoort hetgeen in de hemelen en op aarde is en Hem is
voortdurende gehoorzaamheid verschuldigd. Wilt gij dan iets buiten Allah
vrezen?
_
Welke zegeningen gij ook ontvangt, zij komen van Allah. En wanneer een
kwelling over u komt, is het tot Hem dat gij om hulp roept.
_
Wanneer Hij dan uw kwelling van u verwijdert, ziet, dan vereenzelvigt
een deel uwer andere (Goden) met hun Heer.
_
Zodat zij ondankbaar zijn voor hetgeen Wij hun hebben geschonken. Geniet
dan en weldra zult gij te weten komen.
_
En zij bestemmen een gedeelte van wat Wij hun hebben geschonken voor
datgene, waarvan zij geen kennis hebben. Bij Allah, gij zult zeker
ondervraagd worden over al hetgeen gij hebt verzonnen.
_
En zij schrijven dochters aan Allah toe - Heilig is Hij - en zichzelf
wat zij wensen (zonen).
_
En wanneer aan één hunner (de geboorte) van een meisje wordt gemeld,
verduistert zijn gezicht en hij is vol toorn.
_
Hij verbergt zich voor het volk vanwege het slechte nieuws dat hem is
aangekondigd; zal hij haar in weerwil van schande behouden of haar in
het stof begraven? Voorwaar, slecht is hetgeen zij besluiten.
_
Het kenteken van degenen die niet in het Hiernamaals geloven is slecht,
terwijl Allah's kenteken het beste is, Hij is de Almachtige, de Alwijze.
_
En indien Allah de mensen voor hun onrechtvaardigheid zou straffen, zou
Hij geen levend schepsel op aarde achterlaten, maar Hij geeft hun
uitstel tot een vastgestelde termijn, en wanneer hun tijd is gekomen
kunnen zij deze niet voor een enkel uur uitstellen of vervroegen.
_
En zij schrijven aan Allah toe waar zij niet van houden (dochters); hun
tong spreekt leugen, nl. dat hun het beste gewordt. Ongetwijfeld komt
het vuur hun toe waaraan zij zullen worden overgeleverd.
_
Bij Allah, Wij zonden (boodschappers) tot de volkeren die vóór u waren;
maar Satan deed hun werken voor hen schoon schijnen. Daarom is hij nu
(in deze wereld) hun vriend en (in het Hiernamaals) zullen zij een
smartelijke straf ontvangen.
_
En Wij hebben alleen dit Boek tot u nedergezonden, opdat gij hun hetgeen
waarover zij verschillen moogt uitleggen en tevens als leiding en
barmhartigheid voor de mensen die geloven.
_
En Allah heeft water uit de hemel nedergezonden en er de aarde na haar
dood mee opgewekt. Daarin is voorzeker een teken voor een volk, dat wil
luisteren,
_
Ook het vee bevat voorzeker een les voor u. Wij geven u van hetgeen in
hun buik is, van tussen het uitwerpsel en het bloed, n.l. melk, zuiver
en aangenaam voor degenen die drinken,
_
En van de vrucht der dadelpalmen en druiven maakt gij een bedwelmende
drank en een goed voedsel. Voorwaar, daarin is een teken voor een volk
dat zijn verstand gebruikt.
_
En uw Heer heeft de bij bezield, (zeggende): "Maakt huizen in de heuvels
en in de bomen en in hetgeen men bouwt."
_
"Eet dan van alle soorten vruchten en volgt onderdanig de wegen van uw
Heer." Er komt uit hun buik een vloeistof (honing) van verschillende
tinten voort waarin genezing is voor de mens. Voorzeker, daarin is een
teken voor een volk dat nadenkt.
_
En Allah schept u, dan doet Hij u sterven, en er zijn sommigen onder u
die een hoge ouderdom bereiken, waardoor zij na kennis te hebben
vergaard, niets meer weten. Voorzeker, Allah is Alwetend, Almachtig.
_
En Allah heeft sommigen uwer boven anderen in levensonderhoud
bevoorrecht. Maar degenen die Hij bevoordeelde geven hun bezit niet aan
hun ondergeschikten, zodat deze er gelijk in zullen worden. Willen zij
de gunst van Allah dan verloochenen?
_
En Allah heeft uit uw midden echtgenoten voor u gemaakt en heeft u van
uw echtgenoten kinderen en kleinkinderen geschonken en u van goede
dingen voorzien. Willen zij dan in valse dingen geloven en de gunst van
Allah verloochenen?
_
En zij aanbidden naast Allah dingen (afgoden) die over hun
levensonderhoud van de hemelen of van de aarde in het geheel niet
beschikken, noch enige macht bezitten.
_
Sehrijf daarom geen gelijken aan Allah toe. Voorzeker Allah weet
(alles), en gij weet niets.
_
Allah geeft de gelijkenis van een slaaf, die nergens macht over heeft;
en van iemand die Wij van een ruim levensonderhnud hebben voorzien, die
er heimelijk en openlijk van besteedt. Zijn zij gelijk? Alle lof komt
Allah toe! Maar de meesten hunner weten het niet.
_
En Allah geeft een gelijkenis van twee mannen: een hunner is stom, heeft
nergens macht over en is een last voor zijn meester; waar hij hem ook
heenzendt, hij brengt (hem) niets goeds mee. Kan deze gelijk zijn aan
hem die rechtvaardigheid gelast en die zelf op het rechte pad is?
_
En aan Allah behoort het Onzichtbare van de hemelen en van de aarde. En
het geval van het Uur is als een oogwenk, neen, het is nog sneller.
Voorzeker, Allah heeft macht over alle dingen.
_
En Allah bracht u terwijl gij niets wist, uit de baarmoeder van uw
moeder voort en gaf u oren, ogen en hart, opdat gij dankbaar moogt zijn.
_
Zien zij niet, dat de vogelen in het gewelf van de hemel in
onderdanigheid worden gehouden? Niemand houdt ze tegen dan Allah.
Voorwaar, daarin zijn tekenen voor een volk dat wil geloven.
_
En Allah heeft van uw huizen een rustplaats voor u gemaakt, ook heeft
Hij van de huiden van het vee woonplaatsen voor u gemaakt die gij licht
vindt, op de tijd waarop gij reist en op de tijd waarop gij halt maakt;
en van hun wol, hun vachten en hun haar maakt gij meubelen en
gebruiksartikelen, voor een (bepaalde) tijd.
_
En Allah heeft van hetgeen Hij heeft geschapen dingen voor u gemaakt die
schaduw geven, en Hij heeft in de bergen schuilplaatsen voor u gemaakt;
Hij heeft klederen voor u gemaakt die u tegen hitte beschermen en
harnassen die u in uw oorlogen beschermen. Zo volmaakt Hij Zijn gunsten
aan u, opdat gij u moogt onderwerpen.
_
Maar indien zij zich afwenden zijt gij (de profeet) alleen voor de
duidelijke verkondiging verantwoordelijk.
_
Zij erkennen de gunst van Allah en toch verloochenen zij deze; de
meesten hunner zijn ongelovigen.
_
En de dag, waarop Wij uit elk volk een getuige zullen opwekken zal het
degenen die niet geloven, niet worden toegestaan (zich te
verontschuldigen), noch zal hun worden toegestaan naar Gods gunst te dingen.
_
En wanneer degenen die kwaad verrichten de straf in werkelijkheid zien,
zal deze voor hen niet worden verlicht noch zal hun uitstel worden verleend.
_
En wanneer de afgodendienaren hun afgoden zullen zien, zullen zij
zeggen: "Onze Heer, dezen zijn onze goden, die wij buiten u aanbaden."
Maar zij (afgoden) zullen tegenwerpen: "Gij zijt voorzeker leugenaars."
_
En op die dag zullen zij aan Allah onderwerping aanbieden en al hetgeen
zij verzinnen zal hun falen.
_
Degenen die verwerpen en anderen van de weg van Allah afhouden - Wij
zullen straf bij hun straf voegen omdat zij onheil stichtten.
_
En (gedenk) de dag waarop Wij onder elk volk een getuige tegen hen uit
hun midden zullen verwekken en u (profeet) als getuige tegen dezen
zullen brengen. Wij hebben u het Boek nedergezonden, alles verklarend,
als leiding, barmhartigheid en blijde tijding voor hen die zich onderwerpen.
_
Voorwaar, Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan
anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid,
kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt.
_
En vervult het verbond met Allah, wanneer gij een verbond sluit; en
breekt geen eden na hun bekrachtiging, terwijl gij Allah tot uw Borg
hebt gemaakt. Voorzeker, Allah weet wat gij doet.
_
En weest niet zoals zij die haar garen in stukken breekt nadat zij het
sterk heeft gemaakt. Gij maakt uw eden onderling tot een middel van
bedrog, uit vrees dat het ene volk machtiger dan het andere zou worden.
Voorzeker, Allah beproeft u daarmee en op de Dag der Opstanding zal Hij
het u duidelijk maken waarover gij verschildet.
_
En als Allah had gewild, zou Hij u voorzeker tot één volk hebben
gemaakt; maar Hij laat hem die wil, dwalen en leidt hem die dit wenst,
en gij zult zeker worden ondervraagd betreffende hetgeen gij doet.
_
En maakt uw eden niet tot een middel van bedrog onder elkander; anders
zal uw voet uitglijden nadat hij stevig heeft gestaan en gij zult het
kwade ondergaan omdat gij ook anderen van het pad van Allah hebt
afgehouden; en er zal voor U een strenge straf zijn.
_
En verkoopt het verbond van Allah niet voor een geringe prijs. Hetgeen
bij Allah is, is voorzeker beter voor u, wist gij het slechts.
_
Hetgeen gij hebt, zal voorbijgaan maar hetgeen bij Allah is, is
blijvend. En Wij zullen degenen die standvastig zijn, voorzeker hun
beloning geven naar het beste van wat zij doen.
_
Die juist handelt, hetzij man of vrouw en een gelovige is, hun zullen
Wij voorzeker een goed leven schenken; en gewis zullen Wij hen belonen
naar hun beste werken.
_
En wanneer gij de Koran voordraagt, zoekt dan uw toevlucht tot Allah
tegen Satan de verworpene.
_
Voorzeker hij heeft geen macht over degenen die geloven en die
vertrouwen in hun Heer stellen.
_
Zijn macht heerst alleen over degenen die met hem vriendschap aanknopen
en die anderen met God vereenzelvigen.
_
En wanneer Wij het ene teken in plaats van het andere brengen - en Allah
weet het beste wat Hij openbaart - zeggen zij: "Gij verzint slechts."
Neen de meesten hunner weten het niet.
_
Zeg: "De Geest van heiligheid heeft het van uw Heer met waarheid
nedergebracht, opdat Hij degenen die geloven, moge versterken en als
leiding en blijde tijding voor hen die zich onderwerpen."
_
En Wij weten inderdaad dat zij zeggen dat het slechts een man is, die
hem (de profeet) onderwijst. De taal van hem die zij bedoelen is vreemd,
terwijl dit de duidelijke Arabische taal is.
_
Degenen die in de tekenen van Allah niet geloven, Allah zal hen
voorzeker niet leiden en er zal voor hen een smartelijke straf zijn.
_
Voorzeker slechts zij verzinnen leugens die in de tekenen van Allah niet
geloven; zij zijn de leugenaars.
_
Wie Allah verwerpt, na te hebben geloofd - behalve hij die wordt
gedwongen terwijl zijn hart in het geloof vrede blijft vinden - en zijn
hart voor het ongeloof opent, op hem rust Allah's toorn; en er zal een
grote straf voor hem zijn.
_
Dit komt doordat zij het tegenwoordige leven boven het Hiernamaals
hebben verkozen, en omdat Allah het ongelovige volk niet leidt.
_
Dezen zijn het op wier hart, oren en ogen Allah een zegel heeft gelegd.
En dezen zijn de achtelozen.
_
Dit zullen ongetwijfeld in het Hiernamaals de verliezers zijn.
_
Dan is uw Heer voorzeker voor degenen die ontvluchten, nadat zij worden
vervolgd en ter wille van Allah hun best doen en geduld tonen,
Vergevensgezind, Genadevol.
_
De dag waarop elke ziel voor zichzelf komt pleiten, dan zal elke ziel
ten volle worden vergoed voor hetgeen zij deed en haar zal geen onrecht
worden aangedaan.
_
En Allah geeft de gelijkenis van een stad, die in rust en vrede was en
wier voorziening in overvloed van alle kanten tot haar kwam; maar zij
was ondankbaar voor de gunsten van Allah en daarom deed Allah honger en
vrees over haar komen voor hetgeen zij deed.
_
En er was inderdaad een boodschapper uit hun midden tot hen gekomen maar
zij verloochenden hem, en daarom achterhaalde hen de straf, terwijl zij
onrecht begingen.
_
Eet daarom van de wettige goede dingen waarvan Allah u heeft voorzien;
en weest dankbaar voor de gunst van Allah, indien gij Hem alleen aanbidt.
_
Hij heeft alleen het gestorvene, bloed, varkensvlees en hetgeen waarover
de naam van een ander dan Allah is aangeroepen voor u verboden. Maar
voor hem, die door noodzaak wordt gedreven (om te eten) terwijl hij niet
wil, noch de grens wil overschrijden, is Allah voorzeker
Vergevensgezind, Genadevol.
_
En zegt niet - vanwege de leugens die uw tong spreekt - "Dit is wettig
en dat is onwettig.", om een leugen tegen Allah te verzinnen. Degenen,
die een leugen tegen Allah verzinnen, slagen nooit.
_
Een kort vermaak, maar er zal een smartelijke straf voor hen zijn.
_
En Wij verboden voordien de Joden al hetgeen Wij u hebben vermeld. En
Wij deden hun geen onrecht aan doch zij handelden onrechtvaardig jegens
zichzelf.
_
Uw Heer is voorzeker - voor degenen die in onwetendheid kwaad doen, en
daarna berouw hebben en goed maken - Vergevensgezind, Genadevol.
_
Abraham was inderdaad een voorbeeld van deugd, oprecht, gehoorzaam aan
Allah en hij behoorde niet tot de afgodendienaren.
_
Dankbaar voor Zijn gunsten; Hij verkoos hem en leidde hem naar het
rechte pad.
_
En Wij schonken hem het goede in deze wereld en in het Hiernamaals zal
hij zeker tot de rechtvaardigen behoren.
_
Dan hebben Wij u (Mohammed) geopenbaard, "Volg de weg van Abraham, de
oprechte, die geen afgodendienaar was."
_
De Sabbat was alleen aan degenen opgelegd, die daaromtrent van mening
verschilden; en op de Dag der Opstanding zal uw Heer voorzeker onder hen
rechten omtrent hetgeen waarover zij verschillen.
_
Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en goede raad en redetwist met
hen op een gepaste wijze. Voorzeker uw Heer weet het beste wie van Zijn
weg is afgedwaald; en Hij kent degenen goed die juist geleid zijn.
_
En indien gij vergeldt, doe dit dan naar mate u onrecht werd aangedaan;
maar als gij geduld toont dan is dat voorzeker het beste voor degenen
die geduldig zign.
_
En wees geduldig, voorwaar uw geduld is alleen met de hulp van Allah
(mogelijk). En treur niet over hen (de ongelovigen), noch maak u
ongerust over hun plannen.
_
Voorwaar, Allah is met degenen, die (God) vrezen en goeddoen.
_
Heilig is Hij Die Zijn dienaar bij nacht voerde van de Heilige Moskee
naar de Verre Moskee welker omgeving Wij hebben gezegend, opdat Wij hem
enkele Onzer tekenen zouden tonen. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de
Alziende.
_
Wij gaven Mozes het Boek en maakten het tot een richtsnoer voor de
kinderen van Israël, zeggende: "Neemt niemand buiten Mij als Voogd."
_
"O, nageslacht dergenen die Wij met Noach (in de Ark) droegen! Hij was
inderdaad een dankbare dienaar."
_
En Wij maakten aan de kinderen van Israël in het Boek bekend: "Voorwaar,
tweemaal zult gij op de aarde verderf teweeg brengen en voorzeker zult
gij uitermate aanmatigend worden."
_
Toen dan ook de tijd voor de eerste van de twee bedreigingen kwam,
zonden Wij Onze dienaren, toegerust met grote macht tegen u uit, die de
huizen binnendrongen; dit was een belofte die in vervulling ging.
_
Nadien gaven Wij u macht over hen en Wij hielpen u met rijkdommen en
kinderen, en maakten u groter in getal.
_
(Zeggende) "Indien gij goed doet, doet gij goed voor uzelf; en indien
gij kwaad doet, is het tegen uzelf. En toen de tijd was gekomen voor de
tweede (bedreiging), zonden Wij (andere volkeren) om u met schande te
treffen zodat zij de Moskee zouden binnendringen zoals zij er de eerste
keer binnen gingen om alles wat zij veroverd hadden te verwoesten."
_
"Het kan zijn dat uw Heer u barmhartigheid zal tonen; doch indien gij
terugkeert, zullen Wij ook terugkeren en Wij hebben de hel tot een
kerker voor de ongelovigen gemaakt."
_
Voorzeker, deze Koran voert tot datgene wat juist is; en geeft aan
gelovigen die goede werken verrichten de blijde tijding, dat zij een
grote beloning zullen ontvangen.
_
En dat Wij voor degenen die niet geloven in het Hiernamaals een
smartelijke straf zullen bereiden.
_
De mens vraagt om het kwade gelijk hij om het goede vraagt; en de mens
is haastig.
_
En Wij hebben de nacht en de dag gemaakt tot twee tekenen, het teken van
de nacht hebben Wij donker en het teken van de dag hebben Wij licht
gemaakt, opdat gij overvloed moogt zoeken van uw Heer en opdat gij de
jaren kunt tellen en (de tijd kunt) berekenen. En Wij hebben alles
duidelijk verklaard.
_
En de werken van ieder mens hebben Wij om zijn hals gehangen; en op de
Dag der Verrijzenis zullen Wij voor hem een boek brengen en hij zal het
opengeslagen zien.
_
"Lees het boek. Uw eigen ziel is op deze dag als rekenaar tegen uzelf
voldoende."
_
Degene die de rechte weg volgt, volgt deze slechts voor zijn eigen heil
en hij die dwaalt, dwaalt alleen tegen zichzelf. En geen lastdrager zal
de last dragen van een ander. En Wij straffen nimmer voordat Wij een
boodschapper hebben gezonden.
_
En wanneer Wij Ons voornemen een stad te verwoesten, zenden Wij Ons
gebod tot haar machthebbers, maar zij overtreden dit, derhalve wordt de
verordening tegen haar van kracht, en verwoesten Wij haar geheel.
_
Hoevele geslachten hebben Wij niet verdelgd na Noach! Voldoende kent en
ziet uw Heer de zonden van Zijn dienaren.
_
Voor een ieder die het wereldse verkiest haasten Wij ons het te
verschaffen aan wie Wij willen en wat Wij willen, daarna kennen Wij hem
de hel toe waarin hij zal branden, vernederd en verworpen.
_
En een ieder die het Hiernamaals begeert en er naar streeft zoals er
naar gestreefd behoort te worden terwijl hij een gelovige is, deze is
het wiens streven zal worden beloond.
_
Aan iedereen - zowel aan dezen als genen - verstrekken Wij onze gaven.
De gaven van uw Heer zijn niet beperkt.
_
Zie, hoe Wij sommigen hunner hebben doen uitblinken boven anderen;
voorwaar, het Hiernamaals is groter in waardigheid en uitmuntendheid.
_
Stel geen andere god naast Allah, anders zult gij vernederd en verlaten
nederzitten.
_
Uw Heer heeft u bevolen, zeggende: "Aanbidt niemand anders dan Mij en
betoont vriendelijkheid jegens de ouders. Indien één hunner bij u een
hoge leeftijd bereikt of beiden doen dit, zeg dan nimmer tot hen "Foei"
noch stoot hen af, doch spreek tot hen een welgevallig woord.
_
En wees teder voor hen in erbarming. En zeg: "Mijn Heer, ontferm u over
hen daar zij mij opvoedden toen ik jong was."
_
Uw Heer weet het best, wat in uw gedachten is; indien gij goed zijt dan
voorwaar is Hij Vergevensgezind jegens degenen die zich bekeren.
_
Geef de verwanten, de armen en de reiziger het hun toekomende, maar
verkwist niet.
_
Voorwaar, de verkwisters zijn de broeders der duivelen en de duivel is
ondankbaar jegens zijn Heer.
_
En indien gij u van hen afwendt zoekende de barmhartigheid van uw Heer
waarop gij hoopt, spreek tot hen een vriendelijk woord.
_
En houd uw hand niet op uw zak, noch open haar al te wijd, anders zult
gij nederzitten in zelfverwijt en spijt.
_
Voorwaar, uw Heer vergroot en beperkt het levensonderhoud voor wie het
Hem behaagt. Voorzeker Hij kent en ziet Zijn dienaren goed.
_
En doodt uw kinderen niet uit vrees voor armoede. Wij zijn het die in
hun behoeften en in de uwe voorzien. Voorwaar, hen te doden is een grote
zonde.
_
En houdt u verre van overspel; want het is een afschuwelijke zaak en een
slechte weg.
_
En doodt niemand die Allah heilig heeft verklaard, tenzij het met recht
geschiedt. En wie onrechtvaardig is gedood, aan diens erfgenaam hebben
Wij zeker gezag verleend, doch laat hem bij het doden niet buitensporig
zijn, want hij wordt (door de wet) gesteund.
_
En raakt het eigendom van de wees niet aan dan op de beste wijze tot hij
zijn meerderjarigheid heeft bereikt. En vervult het verbond; want gij
zult omtrent het verbond worden ondervraagd.
_
En geeft volle maat wanneer gij meet en weegt met een zuivere
weegschaal; dat is goed en uiteindelijk het beste.
_
En volgt niet datgene waarvan gij geen kennis bezit. Voorwaar, het oor,
oog en het hart - al deze zullen worden ondervraagd.
_
En wandel niet hoogmoedig op aarde rond want gij kunt de aarde niet doen
splijten, noch kunt gij de bergen in hoogte evenaren.
_
Het kwade van dit alles is verwerpelijk in de ogen van uw Heer.
_
Dit is hetgeen uw Heer u van de wijsheid heeft geopenbaard. En stel
naast Allah geen andere god aan, anders zult gij in zelfverwijt
verworpen in de Hel terechtkomen.
_
Heeft dan uw Heer u bevoorrecht met zonen en Zelf dochters gekozen uit
het midden der engelen? Voorzeker gij spreekt een groot woord.
_
Wij hebben het in deze Koran herhaaldelijk uiteengezet, opdat zij er
lering uit zouden trekken, doch dit doet hen slechts in afkeer toenemen.
_
Zeg: "Waren er zoals gij zegt andere goden met Hem geweest, dan zouden
dezen ongetwijfeld een weg hebben gezocht naar de Heer van de Troon.
_
Heilig is Hij, hoog verheven, boven hetgeen zij zeggen.
_
De zeven hemelen en de aarde en degenen die daarin vertoeven prijzen
Zijn heerlijkheid. En daar is niets dat Hem niet met de lof die Hem
toekomt verheerlijkt; doch gij begrijpt hun verheerlijking niet.
Voorwaar, Hij is Verdraagzaam, Vergevensgezind.
_
En wanneer gij de Koran voorleest, plaatsen Wij tussen u en degenen die
niet in het Hiernamaals geloven een verborgen sluier;
_
En Wij leggen een bedekking over hun hart en doofheid in hun oren zodat
zij het niet kunnen begrijpen. En wanneer gij in de Koran uw Heer - de
Enige - noemt, wenden zij u in afkeer de rug toe.
_
Wij weten het best waar zij op letten terwijl zij naar u luisteren, en
wanneer zij in het geheim beraadslagen en wanneer de onrechtvaardigen
zeggen: "Gij volgt slechts een betoverd man."
_
Zie, wat voor gelijkenissen zij over u vertellen; zij zijn zelf
afgedwaald en kunnen de weg niet meer vinden.
_
En zij zeggen: "Zullen wij, wanneer wij tot beenderen en stof vergaan
zijn, werkelijk als een nieuwe schepping worden opgewekt?"
_
Zeg: "Weest steen of ijzer,"
_
"Of een andere schepping die naar uw gedachte het moeilijkst, is." Dan
zullen zij zeggen: "Zeg, wie zal ons dan doen herleven?" Zeg: "Hij Die u
de eerste maal heeft geschapen." Dan zullen zij het hoofd schudden tegen
u en vragen: "Wanneer zal dit geschieden?" Zeg, "Waarschijnlijk is het
nabij."
_
De Dag waarop Hij u zal roepen zult gij Hem met de lof die Hem toekomt
antwoorden en gij zult denken dat gij slechts een korte wijle hebt vertoefd.
_
En zeg tot Mijn dienaren dat zij spreken wat het beste is. Voorwaar,
Satan sticht onenigheid onder hen. Voorwaar, Satan is de mens een
verklaarde vijand.
_
Uw Heer kent u het best. Indien het Hem behaagt zal Hij u barmhartigheid
tonen of straffen, maar Wij hebben U niet als voogd over hen gezonden.
_
En uw Heer kent het best al hetgeen in de hemelen en op aarde is. En Wij
hebben sommige profeten boven de anderen doen uitmunten en aan David
hebben Wij Zaboer (de Psalmen) geschonken.
_
Zeg, "Roept degenen aan die gij u naast Hem inbeeldt; maar dezen hebben
geen macht om het kwaad van u te verwijderen, of het te veranderen."
_
Zij roepen zelf hun Heer aan, Zijn nabijheid zoekend, zelfs de meest
nabijzijnden, op Zijn barmhartigheid hopend en Zijn straf vrezend.
Voorwaar, de straf van uw Heer dient te worden gevrees??.
_
Er is geen stad of Wij zullen die voor de Dag der Opstanding verdelgen
of streng straffen. Dit staat in het Boek geschreven.
_
En niets weerhoudt Ons van het zenden van tekenen, behalve dat de
vroegere volkeren ze hebben verloochend. En Wij gaven aan de Samoed de
kamelin als een zichtbaar teken doch zij deden haar kwaad; Wij zenden
slechts tekenen om te waarschuwen.
_
En toen Wij tot u zeiden: "Voorzeker, uw Heer heeft het volk in Zijn
hand." Wij gaven het visioen dat Wij u toonden slechts als een
beproeving voor de mensen, evenals de gevloekte boom in de Koran. En Wij
waarschuwen hen, doch het doet hen slechts in grotere overtreding toenemen.
_
En toen Wij tot de engelen zeiden: "Betuigt eer aan Adam," betuigden zij
eer, behalve Iblies. Hij zeide: "Moet ik mij ter aarde werpen voor
iemand die Gij geschapen hebt uit klei?"
_
En hij zeide: "Hebt Gij hem boven mij geëerd? Indien Gij mij tot de Dag
der Opstanding uitstel verleent, zal ik voorzeker zijn nakomelingen mij
doen volgen, op enkelen na."
_
Hij zeide: "Ga heen! en wie onder hen u zal volgen, de hel zal voorwaar
een ruime vergelding voor u allen zijn."
_
"En bekoor met uw stem wie gij kunt en spoor uw ruiterij en uw voetvolk
tegen hen aan en wees hun deelgenoot in hun weelde en hun kinderen, en
doe hun beloften," - maar Satan geeft slechts bedriegelijk beloften -
_
Voorzeker over Mijn dienaren zult gij geen macht hebben. En voldoende is
uw Heer als Beschermer.
_
Uw Heer is Hij Die de schepen voor u over de zee stuwt, opdat gij Zijn
overvloed moogt zoeken. Voorwaar, Hij is Genadig jegens u.
_
En indien een ongeluk op zee u treft, verdwijnen u degenen die gij
aanroept, behalve Hij. Doch wanneer Hij u veilig aan land brengt wendt
gij u af. Want de mens is zeer ondankbaar.
_
Gevoelt gij u er dan veilig voor, dat Hij u zal verdelgen op het land of
dat Hij een hevige storm tegen u zal doen opkomen? Gij zult dan voor u
geen beschermer vinden.
_
Of weet gij dan zo zeker dat Hij u daarin niet voor de tweede maal zal
terugzenden en dan een stormwind tegen u doen opkomen en u verdrinken
wegens uw ongeloof, zodat gij daarin geen helper voor u tegen Ons zult
vinden?
_
En inderdaad hebben Wij de kinderen van Adam geëerd en hen gedragen over
land en zee, en hun van het goede gegeven en hen verheven boven velen
dergenen die Wij hebben geschapen.
_
(Gedenk) de Dag waarop Wij elk volk met zijn leider zullen oproepen. Zij
die hun boek in de rechter hand ontvangen, zullen hun boek lezen en hen
zal geen onrecht worden aangedaan.
_
Maar wie blind is geweest in deze wereld zal blind zijn in het
Hiernamaals; hij is ver afgedwaald van de rechte weg.
_
En voorzeker zij zouden u (de profeet) willen afleiden van hetgeen Wij u
hebben geopenbaard, opdat gij iets anders over Ons mocht verzinnen; dan
zouden zij u zeker tot vriend hebben genomen.
_
En indien Wij u niet hadden gesterkt zoudt gij aan hen een weinig gehoor
gegeven hebben.
_
Dan zouden Wij u een dubbele straf in dit leven en in het Hiernamaals
hebben doen ondergaan en gij zoudt voor u geen helper tegen Ons hebben
kunnen vinden.
_
Zij trachten u, door u vrees in te boezemen, uit het land te verdrijven;
dan zullen zij daarna (na uw vertrek) nog slechts korte tijd in rust
blijven.
_
(Dit was Onze) handelwijze met Onze boodschappers die Wij vóór u zonden;
en gij zult geen verandering vinden in Onze wijze van handelen.
_
Houd het gebed bij het verbleken van de zon tot aan het donker van de
nacht; en het reciteren bij de dageraad. Voorwaar, van het reciteren bij
de dageraad wordt getuigd.
_
Blijf gedurende een deel van de nacht vrijwillig wakker (voor het
gebed). Waarschijnlijk zal uw Heer u een verheven rang verschaffen.
_
En zeg: "O mijn Heer, laat mijn intrede een goede intrede en mijn
uitgang een goede uitgang zijn. En schenk,mij van U een gezag dat tot
hulp zou kunnen strekken."
_
En zeg: "Waarheid is gekomen en leugen is verdwenen. En de leugen is
inderdaad onderhevig om te verdwijnen.
_
En van de Koran openbaren Wij hetgeen een geneesmiddel en een genade is
voor de gelovigen; doch voor de onrechtvaardigen vergroot het slechts
het verlies.
_
En wanneer Wij de mens gunsten bewijzen wendt hij zich af en gaat
terzijde en wanneer kwaad hem achterhaalt wordt hij wanhopig.
_
Zeg: "Ieder handelt op zijn eigen wijze maar uw Heer weet het goed, wie
op het rechte pad het best zijn geleid."
_
En zij stellen u vragen betreffende de Geest. Zeg: "De Geest is op bevel
van mijn Heer: en er is u slechts een weinig kennis van gegeven."
_
En als Wij wilden, zouden Wij hetgeen Wij u hebben geopenbaard zeker weg
kunnen nemen, dan zoudt gij daarin tegen Ons geen helper vinden;
_
Doch (dit is) een barmhartigheid van uw Heer, voorwaar, Zijn genade
jegens u is groot.
_
Zeg: "Indien de mens en de djinn samenspannen, teneinde het gelijke van
deze Koran voort te brengen, zullen zij het gelijke daarvan niet kunnen
voortbrengen ook al zouden zij elkanders helpers zijn."
_
En voorzeker Wij hebben voor de mensen in deze Koran allerlei
gelijkenissen herhaaldelijk vermeld, doch de meeste mensen tonen slechts
ondankbaarheid.
_
En zij zeggen: "Wij zullen in u stellig niet geloven voordat gij voor
ons een bron doet ontspringen aan de aarde."
_
"Of tenzij gij een tuin hebt met dadelpalmen en wijnranken en in het
midden daarvan stromen doet vloeien."
_
"Of tenzij gij de hemel in stukken op ons doet nedervallen zoals gij
hebt beweerd of tenzij gij Allah en de engelen vóór ons brengt."
_
"Of tenzij gij een huis hebt van goud, of tenzij gij ten hemel stijgt,
maar wij zullen in uw hemelvaart niet geloven tenzij gij ons een boek
nederzendt dat wij kunnen lezen." Zeg: "Glorie zij mijn Heer: ik ben
slechts mens en boodschapper!"
_
En niets heeft de mensen belet te geloven toen de leiding tot hen kwam
dan het feit dat zij zeiden: "Heeft Allah een mens als boodschapper
gezonden?"
_
Zeg: "Hadden er op aarde engelen in vrede en rust rondgelopen dan zouden
Wij ongetwijfeld uit de hemel een engel als boodschapper tot hen hebben
gezonden."
_
Zeg: "Voldoende is Allah als getuige tussen u en mij; voorwaar Hij weet
en ziet alles betreffende Zijn dienaren."
_
En hij die Allah leidt, is goed geleid, doch voor hem die Hij laat
dwalen zult gij buiten Hem geen helper vinden. En Wij zullen hen
verzamelen op de Dag der Opstanding, op hun aangezicht, blind, stom en
doof voorover liggend. Hun verblijfplaats zal de hel zijn; telkenmale
als het Vuur afneemt, zullen Wij de vlam voor hen aanwakkeren.
_
Dat is hun vergelding, daar zij Onze woorden verwierpen en zeiden:
"Zullen wij indien wij beenderen en stof zijn geworden werkelijk worden
opgewekt in een nieuwe schepping?"
_
Zien zij niet in, dat Allah, Die de hemelen en de aarde schiep, bij
machte is hun evenbeeld te scheppen? Hij heeft voor hen een termijn
vastgesteld waaromtrent geen twijfel bestaat. Doch de onrechtvaardigen
tonen slechts ondankbaarheid.
_
Zeg: "Indien gij de schatten der barmhartigheid van mijn Heer bezat
zoudt gij ze zeker terughouden uit vrees dat ze uitgeput zouden worden.
Waarlijk, de mens is vrekkig."
_
En voorwaar, wij schonken Mozes negen duidelijke tekenen. Vraag dit aan
de kinderen van Israël. Toen hij tot hen kwam, zeide Pharao tot hem: "Ik
geloof, O Mozes, dat gij een betoverd mens zijt."
_
Hij zeide: "Voorzeker gij weet dat niemand anders dan de Heer der
Hemelen en der aarde deze tekenen heeft gezonden; en ik ben zeker dat
gij, o Pharao, te gronde gaat."
_
Derhalve besloot hij hem uit het land te verwijderen; doch Wij deden hem
en die met hem waren allen tezamen verdrinken.
_
En Wij zeiden na hem tot de kinderen van Israël: "Blijft gij in het land
en wanneer de laatste belofte komt zullen Wij u allen tezamen brengen."
_
En voorwaar, Wij hebben dit geopenbaard en met waarheid is hij (de
Koran) nedergedaald. En Wij hebben u slechts als een brenger van blijde
tijdingen en als waarschuwer gezonden.
_
En Wij hebben u de Koran verduidelijkt opdat gij hem geleidelijk aan de
mensheid mocht verkondigen en Wij hebben hem in gedeelten gezonden.
_
Zeg: "Hetzij gij er wel of niet in gelooft, degenen aan wie voordien
kennis was geschonken werpen zich met hun aangezicht ter aarde wanneer
deze hun wordt voorgelezen;
_
En zeggen: "Glorie zij onze Heer. De belofte van onze Heer moest worden
vervuld."
_
Wenend vallen zij op hun aangezicht neder en het vermeerdert hun
nederigheid.
_
Zeg: "Roept Allah aan of roept Rahmaan aan, bij welke naam gij Hem ook
noemt, Hij heeft de schoonste namen." En zeg uw gebed niet te luid en
evenmin te zacht, doch zoek een middenweg.
_
Zeg: "Alle lof komt Allah toe Die Zich geen zoon heeft genomen en Die
geen mededinger heeft in Zijn Koninkrijk noch heeft Hij enige helper
wegens zwakheid." En verkondig Zijn Grootheid.
_
Alle lof behoort aan Allah, Die het Boek aan Zijn dienaar heeft
geopenbaard, gaaf en volmaakt.
_
Volmaakt (in leiding), om te waarschuwen voor Zijn gestrenge kastijding
en de gelovigen die goede werken verrichten de blijde tijding te brengen
dat zij een uitstekende beloning zullen ontvangen,
_
Die zij zullen smaken in eeuwigheid.
_
En om diegenen te waarschuwen, die zeggen: "Allah heeft Zich een zoon
genomen."
_
Zij hebben er geen kennis van en hun vaderen evenmin. Erg is het woord,
dat uit hun mond komt. Zij zeggen slechts onwaarheid.
_
Misschien zult gij uit droefheid over hen sterven, omdat zij niet in
deze Boodschap geloven.
_
Voorwaar, Wij hebben al hetgeen op aarde is tot haar sieraad gemaakt om
te beproeven, wie van hen van goede werken is.
_
En zie! al hetgeen daarop is, zullen Wij tot dode stof veranderen.
_
Denkt gij dat de lieden van de Spelonk en van de Inscriptie geen wonder
onder Onze tekenen waren?
_
Toen de jongelingen hun toevlucht zochten in de Spelonk, zeiden zij:
"Onze Heer, verleen ons Uw genade en bereid ons een weg naar vrede en
voorspoed uit onze beproeving."
_
Derhalve zonderden Wij hen in de Spelonk af voor een aantal jaren.
_
Daarna wekten Wij hen op, om te beproeven welke der twee partijen wijzer
was, naar de tijd dat zij daar hadden vertoefd.
_
Wij zullen u hun geschiedenis in waarheid verhalen. Zij waren
jongelingen die in hun Heer geloofden en Wij gaven hun meer leiding.
_
En Wij versterkten hun hart toen zij opstonden en zeiden: "Onze Heer is
de Heer der hemelen en der aarde. Nimmer zullen wij een andere god
aanroepen naast Hem, anders zouden wij inderdaad een grote dwaasheid
begaan."
_
"Dit ons volk heeft goden genomen naast Hem. Waarom brengen zij voor hen
geen duidelijk bewijs? En wie is onrechtvaardiger, dan hij die een
leugen over Allah verzint?"
_
"Wanneer gij u van hen en van hetgeen zij nevens Allah aanbidden
verwijdert, neemt dan uw toevlucht tot de Spelonk en uw Heer zal Zijn
barmhartigheid jegens u vermeerderen en uw aangelegenheden gunstig doen
verlopen."
_
En wanneer de zon opgaat zult gij haar zich zien verwijderen rechts van
de Spelonk en wanneer zij ondergaat, ziet gij haar zich naar links
afwenden, daartussen in de holte van (de Spelonk) bevonden zij zich. Dit
zijn de tekenen van Allah. Hij die door Allah wordt geleid, wordt juist
geleid doch degene, die Hij laat dwalen, voor hem zult gij stellig geen
vriend en leidsman vinden.
_
Gij denkt dat zij wakker zijn, terwijl zij slapen en Wij zullen hen zich
naar links en rechts doen wenden, terwijl hun hond met zijn voorpoten
uitgestrekt op de drempel ligt. Indien gij een blik op hen werpt, zult
gij U zeker van hen afwenden en vluchten, met ontzag vervuld.
_
En Wij deden hen ontwaken, zodat zij elkander konden ondervragen. Een
van hen zeide: "Hoelang hebt gij hier vertoefd?" Anderen zeiden: "Wij
zijn een dag of een gedeelte van een dag gebleven." Nog anderen zeiden:
"Uw God weet het best, hoe lang gij hier gebleven zijt. (Het is beter)
één van ons met deze zilveren munt naar de stad te zenden en laat hij
zien, wat het beste voedsel is en hiervan levensmiddelen meebrengen en
laat hij zich vriendelijk gedragen en niemand omtrent ons inlichten."
_
"Want indien zij over jullie te weten komen, zullen zij jullie stenigen,
of trachten jullie te bekeren tot hun godsdienst en jullie zullen nimmer
kunnen slagen."
_
Dit hebben wij hun bekend gemaakt, opdat zij zouden weten, dat de
belofte van Allah waarheid is en dat er omtrent het Uur geen twijfel
bestaat. Alsdan redetwisten de mensen over hen, zeggende: "Richt een
gedenkteken voor hen op." Hun Heer weet wat het beste is. Degenen, die
de overhand behielden, zeiden: "Wij zullen voorzeker een bedehuis boven
hen (boven hun graf) oprichten."
_
Sommigen zullen zeggen: "Er waren er drie en de vierde was hun hond." En
sommigen zullen zeggen: "Er waren er vijf en de zesde was hun hond,"
gissende in het wilde weg en sommigen zullen zeggen: "Er waren er zeven,
de achtste was hun hond." Zeg: "Mijn Heer kent hun getal het beste.
Niemand kent hen, enkelen uitgezonderd." Redetwist dus niet over hen er
diep op ingaande en vraag evenmin van één hunner inlichtingen over hen.
_
En zeg niet over iets: "Ik zal het morgen doen,"
_
Zonder (er bij te zeggen): "Indien het Allah behaagt." En wanneer gij
het vergeet, gedenk dan uw Heer en zeg: "Ik hoop, dat mijn Heer mij nog
dichter dan thans naar de rechte weg zal leiden."
_
En zij bleven driehonderd jaar in hun Spelonk en voegden er negen aan toe.
_
Zeg: "Allah weet het best, hoelang zij daar vertoefden." Hem behoren de
geheimen der hemelen en der aarde, hoe Ziende is Hij en hoe Horende! Zij
hebben geen vriend buiten Hem en aan Zijn koninkrijk laat Hij niemand
deelnemen.
_
En verkondig hetgeen u door Uw Heer is geopenbaard in het Boek. Er is
niemand, die Zijn woorden kan veranderen en gij zult geen toevlucht
vinden buiten Hem.
_
Blijf bij degenen die hun Heer 's morgens en 's avonds aanroepen en die
Zijn welbehagen zoeken en laat uw ogen niet van hen afdwalen door het
zoeken van de praal dezer wereld en gehoorzaam niet aan hem, wiens hart
Wij achteloos hebben gemaakt voor de gedachte aan Ons, noch degene die
zijn begeerte volgt en wiens geval het ergste is.
_
Zeg: "Het is de waarheid van uw Heer: laat daarom geloven die geloven
wil en niet geloven, die niet wil." Voorwaar, wij hebben de boosdoeners
een Vuur bereid, welks omheining hen zal insluiten. Indien zij om hulp
roepen, zullen zij worden begoten met water als gesmolten lood, dat hun
gezicht zal verbranden. Hoe verschrikkelijk is de drank en hoe vreselijk
de rustbank.
_
Wat betreft degenen die geloven en goede werken doen, voorwaar, wij doen
de beloning der goeden niet verloren gaan.
_
Voor dezulken zijn de Tuinen der eeuwigheid, waardoor beken vloeien. Zij
zullen daarin worden getooid met armbanden van goud en zullen groene
gewaden van fijne zijde en zwaar brocaat dragen, terwijl zij op tronen
zullen liggen. Hoe goed is de beloning en hoe schoon is de rustplaats.
_
En geef hun de gelijkenis der twee mannen. Voor een hunner maakten Wij
twee wijngaarden, omgeven met dadelpalmen en daartussen legden Wij
korenvelden.
_
Elk der tuinen bracht vruchten voort en bleef niet in gebreke. En door
beide deden Wij rivieren stromen.
_
En hij had overvloed,en zeide tijdens een gesprek tot zijn gezel: "Ik
ben rijker dan gij, aan bezit en in getal."
_
En hij ging zijn tuin binnen, terwijl hij onrechtvaardig was tegenover
zichzelf. Hij zeide: "Ik denk niet, dat dit ooit zal vergaan."
_
"Noch denk ik dat het Uur zal komen. Indien ik tot mijn Heer word
teruggebracht, zal ik voorzeker een betere plaats vinden dan dit."
_
Zijn gezel redetwistte en zeide: "Gelooft gij niet in Hem, Die u schiep
uit stof, daarna uit een levenskiem en u dan vormde tot een volledig mens?"
_
"Wat mij betreft, het is Allah Die mijn Heer is, ik zal niemand met mijn
Heer vereenzelvigen."
_
"Waarom zeidet gij niet, toen gij de tuin binnentraadt: 'Het is zoals
het Allah behaagt, er is geen God dan Allah?' indien gij mij als uw
mindere in rijkdom en nakomelingen ziet,"
_
"Waarschijnlijk zal mijn Heer mij iets beters geven dan uw tuin en
bliksemstralen uit de hemel doen nederdalen op de uwe, waardoor deze
grond kaal wordt."
_
"Of het water er van in de grond doen zinken, waardoor gij niet in staat
zult zijn, het te bereiken."
_
En zijn fruit werd vernietigd en hij begon zijn handen te wringen wegens
hetgeen hij aan de tuin had besteed, terwijl het latwerk eveneens was
neergestort en hij zeide: "Had ik maar niemand met mijn Heer vereenzelvigd."
_
En hij had geen leger om hem tegen Allah te helpen, noch kon hij zich
verdedigen.
_
De bescherming komt alleen van Allah, de Ware. Hij is de Beste in het
belonen en de Beste in het verrekenen.
_
Geef hun de gelijkenis van het leven dezer wereld: het is als Wij water
uit de hemel nederzenden, waardoor de planten der aarde volop groeien en
daarna verdrogen zij en breken in stukken die de wind verspreidt. Allah
heeft macht over alle dingen.
_
Rijkdom en kinderen zijn een sieraad van het leven dezer wereld, maar
blijvende goede werken, zijn beter bij uw Heer tot beloning en hoop.
_
En (gedenk) de dag waarop Wij de bergen zullen verzetten en gij de aarde
zult zien oprijzen en Wij hen (de mensen) zullen verzamelen en niemand
hunner zullen Wij achterlaten.
_
En zij zullen in rijen tot uw Heer worden gebracht. (Hij zal zeggen) Nu
zijt gij tot Ons gekomen zoals Wij u in den beginne hebben geschapen.
Doch gij dacht dat Wij nimmer een Uur voor u zouden vaststellen.
_
En het Boek zal worden voorgelegd; dan zult gij de schuldigen zien
vrezen wegens hetgeen daarin staat en zij zullen zeggen: "Wee ons! Wat
voor een boek is dit! Het slaat klein noch groot over, doch het somt
alles op." En zij zullen al hetgeen zij deden voor zich zien en uw Heer
zal niemand onrecht aandoen.
_
(Gedenk de tijd) toen Wij tot de engelen zeiden: "Buigt voor Adam", zij
bogen, doch Iblies niet. Hij was één der djinn, derhalve was hij
ongehoorzaam aan het gebod van zijn Heer. Zult gij hem en zijn
nageslacht tot vrienden nemen, terwijl zij uw vijanden zijn? Slecht is
het loon der onrechtvaardigen.
_
Ik riep hen niet om te getuigen van de schepping der hemelen en der
aarde, noch van hun eigen schepping noch neem Ik degenen die misleiden
ooit tot helpers.
_
(Gedenk) de dag waarop Hij zal zeggen: "Roept degenen waarvan gij
beweerdet dat zij Mijn deelgenoten waren." Dan zullen zij hen (de
afgoden) aanroepen, doch dezen zullen hun niet antwoorden; en Wij zullen
een scheiding tussen hen maken.
_
En de schuldigen zullen het Vuur zien en weten dat zij daarin zullen
vallen; zij zullen daar niet aan ontkomen!
_
Voorwaar, Wij hebben in deze Koran voor de mensen allerlei gelijkenissen
vermeld, doch de mens is in vele dingen zeer twistziek.
_
En niets belet de mensen te geloven wanneer de leiding tot hen komt en
hun Heer vergiffenis te vragen, dan (dat zij vragen) dat de weg der
voorvaderen over hen kome of dat de straf voor hun ogen kome.
_
Wij zenden de boodschappers slechts als dragers van de blijde tijding en
als waarschuwers. De ongelovigen twisten met leugens om daardoor de
Waarheid te niet te doen. En zij houden Mijn tekenen en al hetgeen
waarmee zij zijn bedreigd, voor scherts.
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij die herinnerd wordt aan de tekenen
van zijn Heer, doch zich er van afwendt en vergeet, hetgeen zijn handen
hebben verricht? Voorwaars Wij hebben sluiers over hun hart gelegd zodat
zij niet begrijpen en doofheid in hun oren. Indien gij hen derhalve tot
de leiding roept, willen zij de rechte weg niet volgen.
_
Doch uw Heer is Vergevensgezind, Barmhartig. Indien Hij hen ter
verantwoording zou roepen voor hetgeen zij hebben verdiend, dan zou Hij
ongetwijfeld hun straf hebben verhaast. Neen, voor hen is een
vastgestelde tijd waaraan zij niet kunnen ontkomen.
_
En deze steden! Wij vernietigden ze toen zij ongerechtigheden bedreven.
En Wij stelden een bepaalde tijd vast voor hun verdelging.
_
En (gedenk de tijd) toen Mozes zeide tot zijn dienaar: "Ik zal het niet
opgeven voordat ik de samenvloeiing van twee zeeën heb bereikt, al moet
ik eeuwenlang voortgaan;"
_
En toen zij de plek bereikten waar de beide (zeeën) samenkwamen,
vergaten zij hun vis en deze zwom snel weg in de zee.
_
En toen zij verder gingen, zeide hij tot zijn dienaar: "Breng ons het
ochtendmaal. Waarlijk, vermoeidheid heeft ons bevangen, vanwege onze reis."
_
Hij antwoordde: "Zie, toen wij ons op de rots begaven vergat ik de vis -
en slechts Satan deed mij vergeten er over te spreken - en de vis vond
op bewonderenswaardige wijze zijn weg naar de zee."
_
Hij zeide: "Dat is waarnaar wij hebben gezocht." Derhalve keerden beiden
op hun schreden terug.
_
Daar vonden zij een Onzer dienaren, aan wie Wij Onze barmhartigheid
hadden bewezen en wie Wij van Onze kennis hadden geschonken.
_
Mozes zeide tot hem: "Mag ik u volgen dat gij mij onderwijst in de
leiding, die u is gegeven?"
_
Hij antwoordde: "Gij kunt geen geduld hebben met mij."
_
"Want hoe kunt gij geduldig zijn over dingen die uw begrip te boven gaan?"
_
Hij zeide: "Indien het Gode behaagt, zult gij mij geduldig vinden en ik
zal aan uw bevel niet ongehoorzaam zijn."
_
Hij zeide: "Welaan dan, indien gij mij wenst te volgen stel mij nergens
vragen over eer ik zelf daaromtrent tot u spreek."
_
Aldus vertrokken beiden totdat zij in een boot stapten en hij maakte er
een gat in. Waarop Mozes uitriep: "Hebt gij er een gat in gemaakt
teneinde de opvarenden er van te doen verdrinken? Voorwaar, gij hebt
iets gruwelijks bedreven."
_
Hij antwoordde: "Had ik u niet gezegd dat gij stellig geen geduld met
mij zoudt kunnen tonen?"
_
Mozes zeide: "Maak mij geen verwijt omdat ik het vergeten ben en maak
het mij niet moeilijk."
_
Zij reisden dus verder tot dat zij een knaap ontmoetten en hij deze
doodsloeg. Mozes zeide: "Hebt gij een onschuldige gedood die niemand had
vermoord? Voorwaar, gij hebt een afkeurenswaardige daad begaan."
_
Hij antwoordde: "Zei ik u niet dat gij nimmer in staat zoudt zijn mij
met geduld te vergezellen?"
_
Mozes zeide: "Indien ik u wederom iets vraag houd mij dan niet in uw
gezelschap, dan hebt gij zeker een verontschuldiging van mijn kant."
_
Aldus vervolgden zij hun weg totdat zij bij de inwoners ener stad kwamen
aan wie zij om eten vroegen, doch dezen weigerden hun gastvrijheid te
betonen. Nu vonden zij daar een muur, die op het punt stond in te
storten en hij herstelde deze. Mozes zeide: "Indien gij wildet, hadt gij
er loon voor kunnen vragen."
_
Hij zeide: "Dit is de scheiding tussen u en mij. Ik zal u thans de
verklaring geven van datgene waarvoor gij geen geduld kondet tonen."
_
"Wat de boot betreft, deze behoorde aan arme lieden die op de rivier
werkten, en ik verkoos haar onbruikbaar te maken want achter hen was een
koning die alle (goede) schepen met geweld in beslag wilde nemen."
_
"En wat de jongeling betreft, zijn ouders waren gelovigen en wij
vreesden dat hij schande over hen zou brengen door zijn opstandigheid en
ongeloof."
_
"Derhalve wensten wij dat hun Heer hun in zijn plaats een ander kind zou
schenken dat reiner en zachtmoediger zou zijn (dan hij)."
_
"En wat de muur betreft, deze behoorde aan twee weesjongens in de stad
en daaronder lag hun schat (begraven), hun vader was een rechtvaardig
man derhalve behaagde het uw Heer dat zij volwassen zouden worden en dan
hun schat zouden opgraven als een genade van uw Heer, en dit alles deed
ik niet uit mezelf. Dit is de verklaring van datgene waarvoor gij geen
geduld kondet tonen."
_
Men vraagt u betreffende Zol-Qarnain. Zeg: "Ik zal u zijn verhaal
vertellen."
_
Wij vestigden zijn macht op aarde en schonken hem de middelen (en het
vermogen) alles te volbrengen.
_
En hij volgde een weg,
_
totdat hij het verste punt in de richting van de ondergaande zon
bereikte, en deze in een bron van modderig water zag ondergaan, waarbij
hij een (ongelovig) volk aantrof. Wij zeiden: "O, Zol-Qarnain, bestraf
hen of behandel hen met vriendelijkheid."
_
Hij zeide: "Wat betreft degene die kwaad doet, hem zullen wij straffen;
daarna zal hij worden teruggebracht tot zijn Heer die hem straffen zal
met een gestrengere straf."
_
"Doch wat hem betreft die gelooft en oprecht handelt, hij zal een goede
beloning ontvangen, en Wij zullen hem op Ons bevel alle gemakken
verschaffen."
_
Vervolgens ging hij een andere weg.
_
Totdat hij het land van de rijzende zon bereikte, en ontdekte dat zij
over een volk opging voor hetwelk Wij geen beschutting er tegen hadden
verschaft.
_
Zo was het, en Wij hadden volledig kennis van wat hij bezat.
_
Vervolgens ging hij weer een andere weg.
_
Totdat hij tussen twee bergen kwam, waar hij een volk aantrof dat amper
een woord verstond.
_
Zij zeiden: "O Zol-Qarnain, Gog en Magog stichten onheil op aarde, mogen
wij u dan schatting betalen mits gij een afscheiding tussen hen en ons
opricht?"
_
Hij antwoordde: "De macht waarmee mijn Heer mij heeft bekleed is beter,
doch gij kunt mij met lichamelijke kracht helpen. Ik zal tussen u en hen
een sterke afscheiding oprichten."
_
"Brengt mij blokken ijzer." (Zij deden dit) totdat hij de ruimte tussen
de beide rotsen had opgevuld; toen zeide hij: "Blaast." totdat (het
ijzer) wit gloeiend werd, nu zeide hij: "Brengt mij gesmolten koper,
opdat ik het er overheen giete."
_
Derhalve waren zij (Gog en Magog) niet (meer) in staat er overheen te
klimmen, noch waren zij bij machte er doorheen te graven.
_
Hij zeide: "Dit is een genade van mijn Heer. Maar wanneer de belofte van
mijn Heer vervuld zal worden, zal Hij dit uiteen doen vallen. En de
belofte van mijn Heer is werkelijkheid,
_
En op die Dag zullen Wij sommigen hunner tegen anderen laten opstaan en
de bazuin zal worden geblazen. Dan zullen Wij hen allen tezamen verzamelen.
_
En Wij zullen op die dag de hel aan de ongelovigen tonen.
_
Wier ogen gesluierd waren voor de herinnering aan Mij, en die zelfs niet
konden horen.
_
Denken de ongelovigen dat zij Mijn dienaren tot beschermers kunnen nemen
buiten Mij? Voorwaar Wij hebben de hel bereid tot een onthaal voor de
ongelovigen.
_
Zeg: "Zullen wij u verhalen omtrent degenen die het grootste verlies in
hun werken zullen lijden?"
_
Diegenen, wier streven gericht is op het leven dezer wereld en denken
dat zij een bijzonder goed werk verrichten,
_
Dezen zijn het die de tekenen van hun Heer en de ontmoeting met Hem
verwerpen. Derhalve zijn hun werken verloren gegaan en op de Dag der
Verrijzenis zullen Wij geen weegschaal voor hen oprichten.
_
De hel is hun beloning wegens hun ongeloof en de spot die zij met Mijn
Tekenen en Mijn boodschappers bedreven.
_
Voorwaar, de gelovigen die goede werken doen, zullen de tuinen van het
Paradijs tot onthaal hebben.
_
Daarin zullen zij vertoeven en zij zullen niet wensen daaruit weg te gaan.
_
Zeg: "Al ware de oceaan inkt voor de Woorden van mijn Heer, zo zou de
oceaan zijn uitgeput eer de Woorden van mijn Heer ten einde komen -
zelfs al zouden Wij er evenveel ter aanvulling toevoegen."
_
Zeg: "Ik ben slechts een mens gelijk gij, doch mij wordt geopenbaard dat
uw God slechts één God is. Laat daarom degene, die op de ontmoeting met
zijn Heer hoopt, goede daden verrichten en bij de aanbidding van zijn
Heer niemand anders met Hem vereenzelvigen."
_
Kaaf, Haa, Jaa, 'Ain, Saad.
_
Dit is een vermelding van de barmhartigheid van uw Heer, betoond aan
Zijn dienaar, Zacharia.
_
Toen hij zijn Heer in het verborgene aanriep,
_
Zeide hij: "Mijn Heer, het gebeente in mij is zwak geworden en mijn
hoofd glanst met grijze haren, niettemin ben ik niet wanhopig, mijn
Heer, bij mijn aanroep tot U."
_
"Maar ik vrees mijn bloedverwanten na mij; mijn vrouw is onvruchtbaar,
geef mij een opvolger van U."
_
"Opdat hij mij en het Huis van Jacob tot erfgenaam moge zijn. En maak
hem, mijn Heer, U welgevallig."
_
(God antwoordde) "O Zacharia, Wij brengen u blijde tijding omtrent een
zoon wiens naam Jahja (Johannes) zal zijn. Wij hebben voordien niemand
aan hem gelijk gemaakt."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, hoe kan mij een zoon geworden, terwijl mijn vrouw
onvruchtbaar is en ik de uiterste grens des ouderdoms heb bereikt?"
_
Hij zeide: "Het zij zo, Uw Heer zegt: 'Het is gemakkelijk voor Mij, Ik
heb u voordien geschapen toen gij niets waart.'"
_
Hij zeide: "Mijn Heer, geef mij een teken." (God) zei: "Uw teken is dat
gij voor drie opeenvolgende dagen en nachten tot niemand zult spreken."
_
Aldus kwam hij uit de kamer tot zijn volk en beduidde hen God in de
morgen en in de avond te verheerlijken.
_
"O Jahja (Johannes), houd u krachtig aan het Boek." Wij schonken hem
wijsheid, terwijl hij nog een kind was,
_
En zachtmoedigheid van Ons en reinheid. En hij was vroom,
_
Vriendelijk en goed voor zijn ouders. En hij was trots noch opstandig.
_
Vrede was met hem op de dag zijner geboorte, en op zijn sterfdag, en zal
eveneens met hem zijn op de dag waarop hij weer tot leven zal worden gewekt.
_
En vermeld Maria in het Boek. Toen zij zich van haar volk terugtrok in
een op het Oosten uitziende plaats,
_
En zich aan hlm blikken onttrok, zonden Wij Onze Geest tot haar en hij
verscheen aan haar in de gestalte van een volmaakte man.
_
Zij zeide: "Ik neem mijn toevlucht tot de Barmhartige tegen u, laat mij
met rust, indien gij (God) vreest."
_
Hij antwoordde: "Ik ben slechts een boodschapper van uw Heer opdat ik u
een reine zoon moge schenken."
_
Zij zeide: "Hoe kan ik een zoon ontvangen terwijl geen man mij heeft
aangeraakt en ik evenmin onkuisheid heb bedreven?"
_
Hij zeide: "Het is zo naar uw Heer zegt, 'het is gemakkelijk voor Mij,'"
opdat Wij hem tot een teken voor de mensen maken, een genade Onzerzijds;
het is een besloten zaak."
_
En zij ontving hem en trok zich met hem terug in een ver afgelegen oord.
_
En de smarten der bevalling dreven haar naar de voet van een palmboom.
Zij zeide: "O, liever zou ik vóór dit geschiedde gestorven en in de
vergetelheid geraakt zijn."
_
Dan riep (Gods boodschapper) haar van beneden toe, zeggende: "Treur
niet. Uw Heer heeft een beekje aan uw voet doen ontstaan;"
_
"En schud de stam van de palmboom naar u toe, deze zal verse, rijpe
dadels op u doen neervallen;"
_
"Eet en drink en koel uw oog. En indien gij iemand ziet, beduid hem dan:
'Ik heb de Barmhartige gelofte gedaan te vasten; derhalve zal ik heden
met niemand spreken.'"
_
Alsdan bracht zij het kind tot haar volk. Dit zeide: "O Maria, gij hebt
iets vreemds gedaan."
_
"O Zuster van Aäron, uw vader was geen verdorven man noch was uw moeder
een onkuise vrouw."
_
Dan wees zij naar het kind. Zij zeiden: "Hoe kunnen wij tot een
wiegekind spreken?"
_
Hij (Jezus) zeide: "Ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij het Boek
gegeven en mij tot een profeet gemaakt;"
_
"Hij heeft mij gezegend waar ik mij ook moge bevinden; en heeft mij het
gebed en het geven van aalmoezen zolang ik leef opgelegd."
_
"En dat ik gehoorzaam zou zijn jegens mijn moeder. Hij heeft mij noch
een onderdrukker, noch een slecht mens gemaakt."
_
"Vrede was met mij op de dag mijner geboorte en zal met mij zijn op de
dag van mijn dood en evenzo op de dag dat ik ten leven zal worden opgewekt."
_
Aldus was Jezus, de zoon van Maria. En (dit is) het ware woord waaraan
zij twijfelen.
_
Het past niet bij Allah Zich een zoon te verwekken, Heilig is Hij.
Wanneer Hij een beslissing neemt, zegt Hij daartoe slechts: "Wees", en
het wordt.
_
"Voorwaar, Allah is mijn Heer en uw Heer. Aanbidt Hem derhalve, dit is
de rechte weg."
_
Doch (sommige) partijen verschillen (hierover) onderling van mening;
maar wee de ongelovigen bij hun aanwezigheid op de grote Dag.
_
Hoe helder zal hun horen en hun zien zijn op die Dag wanneer zij tot Ons
zullen komen. Waarlijk, de onrechtvaardigen zijn in duidelijke dwaling.
_
En waarschuw hen voor de Dag der Smart wanneer het oordeel zal worden
geveld. Thans zijn zij achteloos en geloven niet.
_
Wij zijn het, Die de aarde en alles wat zich daarop bevindt zullen erven
en tot Ons zullen zij worden teruggebracht.
_
En vermeld Abraham in het Boek. Hij was een waarheidslievend profeet.
_
Toen hij tot zijn vader zeide: "O mijn vader, waarom aanbidt gij hetgeen
hoort noch ziet, noch u op enigerlei wijze kan baten?"
_
"O mijn vader, er is inderdaad kennis tot mij gekomen die niet tot u is
gekomen, volg mij daarom, ik zal u naar een pad leiden dat effen en
recht is."
_
"O mijn vader, dien Satan niet want Satan is weerspannig tegen de
Barmhartige;"
_
"O mijn vader, ik vrees dat de straf van de Barmhartige u zal treffen en
dat gij dan een gezel van Satan zult worden,"
_
Antwoordde hij: "Verzaakt gij mijn goden, o Abraham? Indien gij niet
ophoudt, zal ik u zeker uitbannen. Laat mij een tijd met rust."
_
Abraham zeide: "Vrede zij met u. Ik zal mijn Heer om vergiffenis voor u
smeken. Hij is mij inderdaad genadig."
_
"En ik zal mij verre houden van u en van hetgeen gij nevens Allah
aanroept, en ik zal tot mijn Heer bidden; waarschijnlijk zal ik in mijn
gebed tot mijn Heer niet worden teleurgesteld."
_
Toen hij zich van hen en van hetgeen zij nevens Allah aanbaden, had
losgemaakt, schonken Wij hem Isaäc en Jacob en maakten elk hunner profeet.
_
En Wij schonken hun Onze barmhartigheid en een verheven en goede naam.
_
En vermeld Mozes in het Boek. Voorwaar hij was een uitverkorene,
boodschapper en profeet.
_
Wij riepen hem van de rechter zijde van de Berg (Sinaï), en deden hem
tot Ons naderen om met hem te spreken.
_
En Wij schonken hem, door Onze barmhartigheid zijn broeder Aäron als
profeet en helper.
_
En gedenk Ismaël in het Boek. Hij was getrouw aan zijn belofte En hij
was (eveneens) een boodschapper - profeet.
_
Hij placht zijn volk gebeden en aalmoezen aan te bevelen en zijn Heer
had welbehagen in hem.
_
En vermeld Idries in het Boek Hij was een waarheidslievend profeet.
_
En Wij verhieven hem tot een hoge plaats.
_
Dezen zijn het over wie Allah Zijn zegeningen heeft uitgestort; namelijk
de profeten van het nageslacht van Adam en van degenen die Wij met Noach
droegen (in de ark) en van het nageslacht van Abraham en Israël; en zij
behoren tot degenen die Wij leidden en uitverkoren. Toen de tekenen van
de Weldadige hun werden voorgelezen vielen zij buigend en wenend neder.
_
Hen volgden de bozen op, die het gebed verwaarloosden, en hun
hartstochten gehoor gaven. Weldra zullen zij hun ondergang tegemoet gaan.
_
Maar zij die berouw hebben en geloven en goede werken verrichten, zullen
het paradijs binnengaan en zij zullen geenszins schade lijden.
_
Tuinen der eeuwigheid, dat is een belofte van het Onzienlijke, welke de
Barmhartige aan Zijn dienaren heeft gedaan. Voorwaar, Zijn belofte zal
zeker worden vervuld.
_
Zij zullen daarin geen ijdel gesprek horen: slechts "vrede", en 's
morgens en 's avonds zullen zij hun levensonderhoud ontvangen.
_
Aldus is het paradijs dat Wij als erfenis geven aan Onze dienaren, die
rechtvaardig zijn.
_
"Wij (engelen) dalen slechts neder op bevel van uw Heer. Aan Hem behoort
al hetgeen vóór ons is en al hetgeen achter ons is en al hetgeen er
tussen ligt; en uw Heer vergeet nimmer."
_
Hij is de Heer der hemelen en der aarde en al hetgeen hier tussen is.
Dien Hem derhalve en wees volhardend in Zijn aanbidding. Kent gij Zijn
gelijke?
_
En de mens zegt: "Zal ik wanneer ik dood ben, dan tot leven worden terug
gebracht?"
_
Herinnert de mens zich dan niet dat Wij hem voorheen hebben geschapen
toen hij nog niets was?
_
En bij uw Heer, Wij zullen hen en de duivelen zeker verzamelen: dan
zullen Wij hen op de knieën rondom de hel plaatsen.
_
Dan zullen Wij zeker uit elke groep diegenen onder hen uitkiezen die het
opstandigst waren tegen de Weldadige.
_
En voorzeker, Wij weten het best wie onder hen het meest verdienen
daarin te branden.
_
Er is niemand onder u of hij zal er toe komen - dit is een door uw Heer
vastgesteld besluit.
_
Dan zullen Wij de rechtvaardigen redden en de bozen op hun knieën daarin
achterlaten.
_
En wanneer Onze duidelijke tekenen aan hen worden voorgehouden zeggen de
ongelovigen tot de gelovigen: "Welke van de twee partijen neemt de beste
plaats in en welke is beter als kring?"
_
Hoevele geslachten hebben Wij niet vóór hen verdelgd, die een groter
bezit hadden en een beter uiterlijk!
_
Zeg: "De Weldadige geeft degenen die dwalen uitstel totdat zij zullen
zien hetgeen waarmee zij worden bedreigd, - zij het de kastijding of het
Uur - daarna zullen zij weten wie de slechtste plaats inneemt en wie
zwakkere strijdkrachten heeft.
_
En Allah vermeerdert leiding voor degenen die leiding volgen. De
blijvende goede werken geven een betere beloning en (vormen) de beste
toevlucht bij uw Heer.
_
Hebt gij hem dan gezien die Onze tekenen verwerpt en zegt: "Mij zullen
zeker rijkdommen en kinderen worden geschonken?"
_
Heeft hij toegang tot het Onzienlijke gehad of heeft hij een belofte uit
de hand van de Weldadige ontvangen?
_
Neen, hetgeen hij zegt tekenen Wij aan en Wij zullen de straf voor hem
vermeerderen.
_
En Wij zullen al hetgeen waarover hij spreekt erven en hij zal alleen
tot Ons komen.
_
Zij hebben andere goden naast Allah genomen, opdat dezen een bron van
macht voor hen mogen zijn.
_
Stellig niet! Integendeel zij (de afgoden) zullen hun aanbidding
ontkennen en hun tegenstanders blijken te zijn.
_
Ziet gij niet dat Wij duivelen over de ongelovigen hebben losgelaten om
hen aan te sporen?
_
Wees daarom niet gehaast tegenover hen, Wij zullen voor hen de juiste
(vergelding) voorbereiden.
_
Ten dage waarop Wij de godvrezenden in groepen zullen verzamelen tot de
Barmhartige.
_
Zullen Wij de schuldigen als een dorstige kudde naar de hel drijven.
_
Zij zullen geen voorspraak hebben behalve degenen die van de Weldadige
een belofte hebben ontvangen.
_
En zij zeggen: "De Barmhartige heeft zich een zoon genomen."
_
Gij hebt voorzeker een lastering uitgesproken.
_
De hemelen dreigen vaneen te scheuren, en de aarde te splijten en de
bergen in stukken te vallen.
_
Daar zij aan de Barmhartige een zoon hebben toegekend.
_
Terwijl de Barmhartige te verheven is om een zoon te hebben.
_
Er is niemand in de hemelen en op de aarde die niet als een dienaar tot
de Barmhartige zal komen.
_
Voorwaar, Hij kent hen en heeft hen allen precies geteld.
_
En op de Dag der Opstanding zal elk hunner alleen tot Hem komen.
_
Degenen die geloven en goede daden doen - aan hen zal de Barmhartige
liefde betonen.
_
Aldus hebben Wij hem (de Koran) gemakkelijk voor uw tong gemaakt, opdat
gij er mede goede tijdingen aan de godvruchtigen moogt geven en een
twistziek volk er door moogt waarschuwen.
_
En hoevele geslachten hebben Wij vóór hen niet vernietigd? Kunt gij een
enkeling hunner zien of een voetstap van hen horen?
_
Taa Haa.
_
Wij hebben u de Koran niet geopenbaard opdat gij (er door) ongelukkig
zoudt worden.
_
Doch als een vermaning voor hem die (God) vreest.
_
Een openbaring van Hem, Die de aarde en de verheven hemelen heeft geschapen.
_
De Barmhartige, Die Zich nederzette op de Troon.
_
Hem behoort al hetgeen in de hemelen en op aarde is, eveneens hetgeen er
tussen ligt en hetgeen zich onder de grond bevindt.
_
Of gij het woord luide verkondigt (of fluistert), Hij kent het geheime
en verborgene.
_
Allah, - er is geen God dan Hij. Hij heeft de schoonste eigenschappen.
_
Hebt gij de geschiedenis van Mozes gehoord?
_
Toen hij een vuur zag, zeide hij tot de zijnen: "Blijft hier, ik bespeur
een vuur; misschien zal ik u daarvan een vuurbrand kunnen brengen of
door het vuur de weg vinden."
_
En toen hij het (vuur) naderde werd hij aangeroepen: "O Mozes".
_
"Voorwaar, Ik ben uw Heer, ontdoe u van uw schoeisel; want gij zijt in
de heilige vallei van Towa."
_
"Ik heb u uitverkoren; luister dus naar hetgeen wordt geopenbaard."
_
"Voorwaar, Ik ben Allah; er is geen God behalve Ik, aanbid Mij derhalve
en verricht het gebed tot Mijn gedachtenis."
_
"Zie, het Uur komt. Ik zal het onthullen opdat elke ziel de beloning zal
ontvangen waarnaar zij streeft."
_
"Laat degene die er niet in gelooft en zijn eigen neigingen volgt, u er
niet van afwenden; anders zoudt gij verloren gaan."
_
"En wat hebt gij in uw rechter hand, O Mozes?"
_
Hij antwoordde: "Dit is mijn staf waarop ik leun, en waarmee ik bladeren
afsla voor mijn kudde; ik gebruik hem ook voor andere doeleinden."
_
Hij zeide: "Werp hem neer o Mozes."
_
Dus wierp hij hem neer, en zie, het was een kronkelende slang.
_
God zeide: "Raap hem op en vrees niet. Wij zullen hem in zijn vroegere
staat herstellen."
_
"En leg uw hand onder uw arm, zij zal wit worden zonder ziekte. Nog een
teken (is dit)!"
_
"Opdat Wij u Onze grotere tekenen mogen tonen."
_
"Ga naar Pharao; hij heeft inderdaad de perken overschreden."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, verruim mijn borst,"
_
"En maak mij mijn taak lichter,"
_
"En ontdoe de knoop in mijn tong,"
_
"Opdat zij (de mensen) mijn woorden mogen verstaan,"
_
"Geef mij een helper uit mijn familie,"
_
"Aäron, mijn broeder;"
_
"Vergroot mijn kracht door hem,"
_
"En laat hem mijn arbeid delen,"
_
"Opdat wij U veel mogen verheerlijken,"
_
"En U zeer indachtig mogen zijn."
_
"Voorzeker Gij doorziet ons."
_
God zeide: "Uw verzoek is ingewilligd, o Mozes."
_
"En bij een andere gelegenheid bewezen Wij u ook een gunst."
_
"Toen Wij uw moeder openbaarden:"
_
"'Plaats hem in het kistje en werp dit in de rivier, dan zal de rivier
het op de oever werpen, zodat een vijand van Mij en van hem, hem zal
opnemen'. En Ik omhulde u met Mijn liefde; opdat gij zoudt worden
grootgebracht voor Mijn oog."
_
"Toen uw zuster voorbijkwam en zeide: 'Zal ik u iemand noemen die hem
zal verzorgen?' Aldus schonken Wij u terug aan uw moeder opdat haar oog
zou worden verfrist en zij niet zou treuren. En gij dooddet een man,
doch Wij verlosten u van smart. En Wij beproefden u op verschillende
manieren. En gij vertoefdet jaren te midden van het volk van Midian. Dan
zijt gij, o Mozes, herwaarts gekomen zoals besloten was."
_
"En Ik heb u uitverkoren voor Mijzelf."
_
"Gaat, gij en uw broeder, met Mijn tekenen, en verwaarloost niet Mijner
indachtig te zijn."
_
"Gaat gij beiden tot Pharao, want hij is alle perken te buiten gegaan."
_
Doch spreekt tot hem op welwillende wijze, opdat hij er lering uit moge
trekken, of vrezen."
_
Zij antwoordden: "Onze Heer, wij vrezen dat hij tegenover ons
gewelddadig zal zijn of opstandig zal worden."
_
Hij (Allah) zei: "Vreest niet, want Ik ben met u. Ik hoor en Ik zie."
_
"Gaat dus naar hem toe en zegt: 'Wij zijn de boodschappers van uw Heer;
laat derhalve de kinderen van Israël met ons weggaan, en doe hun geen
leed aan. Wij hebben u, voorwaar, een teken gebracht van uw Heer; vrede
rust op hem die de leiding volgt;'"
_
"'Het is ons geopenbaard dat kastijding zal komen over hem, die loochent
en zich afwendt.'"
_
Pharao zeide: "Wie is uw Heer, o Mozes?"
_
Hij antwoordde: "Onze Heer is Hij, Die aan alles een eigen vorm gaf en
het daarna leidde."
_
Hij (Pharao) zeide: "Hoe staat het met vroegere geslachten?"
_
"De kennis daarvan is bij mijn Heer in een Boek. Mijn Heer dwaalt, noch
vergeet," zeide Mozes.
_
Hij is het Die u de aarde heeft gegeven tot een wieg en wegen voor u
heeft doen ontstaan en Die regen doet nederdalen uit de hemel, waardoor
Hij allerlei planten voortbrengt.
_
(Zeggende): "eet hiervan en weidt uw vee." Voorwaar, hierin liggen
tekenen voor degenen die verstand bezitten.
_
Uit de aarde hebben Wij u geschapen en daarin zullen Wij u doen
terugkeren en daaruit zullen Wij u weer opwekken."
_
En Wij toonden (Pharao) Onze tekenen, doch hij loochende deze en
weigerde deze (te geloven).
_
Hij zeide: "Zijt gij tot mij gekomen, o Mozes, om ons door uw toverkunst
uit ons land te verdrijven?"
_
"Voorzeker, wij zullen gelijkwaardige toverkunst tegenover (de uwe)
stellen; maak derhalve een afspraak met ons die wij noch gij zullen
verzuimen na te komen op een plaats (voor beiden) gelijk."
_
Hij zeide: "Uw afspraak zal plaats vinden op de dag van het feest en
laat het volk bijeenkomen in de voormiddag."
_
Daarop trok Pharao zich terug en stelde zijn plan vast en kwam
vervolgens (op de bijeenkomst).
_
Mozes zeide tot hen: "Wee u; verzint geen leugen over Allah, anders zal
Hij u door een kastijding verdelgen. Hij die een leugen verzint, slaagt
nimmer."
_
Vervolgens redetwistten zij (de tegenstanders) onder elkander over hun
aangelegenheden en pleegden geheim overleg.
_
Zij zeiden: "Deze twee zijn zeker tovenaars die u met behulp van hun
toverkunst uit uw land wensen te verdrijven en uw schone kultuur te
vernietigen."
_
"Beraamt derhalve uw plan en treedt dan eensgezind naar voren. En
voorwaar hij die op deze dag zegeviert, zal zeker slagen."
_
Zij zeiden: "O Mozes, werpt gij, of zullen wij de eersten zijn om te
werpen?"
_
Hij zeide: "Neen, werpt gij." Dan ziet, het scheen hem wegens hun
toverkunst toe, dat hun koorden en staven zich voortbewogen.
_
En Mozes sloeg de angst om het hart.
_
Wij zeiden: "Vrees niet, want gij zijt de overwinnaar."
_
"Werp hetgeen in uw rechter hand is; het zal wat zij hebben
voortgebracht verslinden, want hetgeen zij hebben gemaakt is slechts
toverkunst. En een tovenaar slaagt nooit waar hij ook moge komen."
_
En de tovenaars werden plat ter aarde geworpen, zich nederbuigend. Zij
zeiden: "Wij geloven in de Heer van Aäron en Mozes."
_
Pharao zeide tot hen: "Gelooft gij in Hem eer ik u daartoe verlof geef?
Hij moet uw meester zijn die u in de toverkunst heeft onderwezen. Daarom
zal ik uw handen en voeten aan de tegenovergestelde kant afhakken en ik
zal u voorzeker aan de stammen van palmbomen kruisigen; en gij zult met
zekerheid weten wie van ons gestrenger en langduriger is in het straffen."
_
Zij zeiden: "In geen geval zullen wij u verkiezen boven de duidelijke
tekenen die tot ons zijn gekomen, en boven Hem Die ons geschapen heeft.
Doet derhalve wat gij wilt; gij kunt alleen over het leven dezer wereld
beslissen."
_
"Voorzeker, wij hebben geloofd in onze Heer opdat Hij ons onze zonden en
de tovenarij die gij ons hebt gedwongen te bedrijven, moge vergeven.
Allah is de Beste, de Bestendigste."
_
Voorwaar hij die tot zijn Heer komt als schuldige, hem wacht de (straf
der) hel: hij zal daarin sterven noch leven.
_
Doch die als gelovigen tot Hem komen en goede werken hebben verricht,
zullen de hoogste graden der gelukzaligheid ontvangen.
_
Tuinen der eeuwigheid waar doorheen rivieren stromen en waarin zij voor
eeuwig zullen vertoeven. En dat is de beloning dergenen die zich louteren.
_
Wij openbaarden Mozes: "Voer Mijn dienaren weg in de nacht en baan voor
hen een droge weg door de zee. Gij behoeft niet te vrezen, dat gij zult
worden ingehaald, noch zult gij angstig zijn."
_
Alsdan achtervolgde hen Pharao met zijn leger en toen overspoelde de zee
hen allen.
_
En Pharao voerde zijn volk op een dwaalspoor, hij leidde hen niet op de
rechte weg.
_
"O kinderen van Israël, Wij bevrijdden u van uw vijand en Wij gingen met
u een verbond aan, aan de rechter zijde van de Berg (Sinaï) en zonden
manna en kwartels op u neder."
_
"Eet van de goede dingen die Wij u hebben verschaft en overtreedt niet
hier in, anders zal Mijn toorn op u nederdalen en degene op wie Mijn
toorn nederdaalt gaat ten onder."
_
"Maar voorzeker, Ik ben Vergevensgezind jegens hem die berouw heeft en
gelooft en het goede doet en het richtsnoer volgt."
_
"En wat heeft u van uw volk haastig doen weggaan, o Mozes?"
_
Hij zeide: "Zij volgen in mijn spoor, en ik heb mij tot U gehaast, Mijn
Heer, opdat Gij welbehagen in mij moogt hebben."
_
(Allah) zeide: "Wij hebben uw volk in uw afwezigheid beproefd en Saamiri
heeft hen misleid."
_
Mozes keerde daarop verontwaardigd en bedroefd tot zijn volk terug. Hij
zeide: "O mijn volk, heeft uw Heer u dan geen schone belofte gedaan?
Kwam de vastgestelde tijd u dan te lang voor, of verlangdet gij dat de
toorn van uw Heer op u zou nederdalen dat gij uw belofte aan mij hebt
gebroken?"
_
Zij antwoordden: "Wij hebben niet uit eigen beweging onze belofte aan u
gebroken, doch wij waren belast met een lading sieraden van het volk,
derhalve wierpen wij deze weg, en dat heeft Saamiri voorgesteld."
_
Dan maakte deze voor het volk een kalf - een beeld, dat een loeiend
geluid voortbracht. En men zeide: "Dit is uw God en de God van Mozes,"
doch hij is hem vergeten.
_
Konden zij dan niet zien dat het (kalf) hun geen antwoord gaf en geen
macht had om hun kwaad of goed te doen?
_
En inderdaad had Aäron reeds tot hen gezegd: "O mijn volk, voorzeker gij
zijt daarmee op de proef gesteld. Voorwaar uw Heer is de Barmhartige;
volgt mij derhalve en gehoorzaamt mijn bevel."
_
Zij antwoordden: "Wij zullen in geen geval ophouden het (kalf) te
aanbidden voordat Mozes tot ons is teruggekeerd."
_
Hij (Mozes) zeide: "O Aäron, wat belette u, toen gij hen zaagt dwalen,"
_
Mij te volgen? Hebt gij dan mijn gebod veronachtzaamd?"
_
Hij antwoordde: "O zoon van mijn moeder, grijp mij niet bij mijn baard
noch bij mijn hoofd." Ik was beducht dat gij zoudt zeggen: 'Gij hebt een
scheuring teweeg gebracht onder de kinderen van Israël en hebt niet op
mijn woord gewacht.'"
_
Hij (Mozes) zeide: "En wat hebt gij te zeggen, o Saamiri?"
_
Hij zeide: "Ik zag wat zij niet konden zien. Ik volgde de voetstappen
van de boodschapper naar mijn beste vermogen, doch dat heb ik thans
opgegeven. Aldus heeft. mijn ziel het voor mij vergemakkelijkt."
_
Mozes zeide: "Ga dan heen, gedurende heel uw leven zult gij zeggen:
'Raak mij niet aan,' en bovendien is er voor u een straf (bereid)
waaraan gij niet zult ontkomen. Aanschouw thans uw god waarvan gij een
toegewijd aanbidder zijt geworden. Wij zullen hem verbranden en daarna
in zee strooien."
_
Uw God is slechts Allah, naast Wie er geen God is. Hij omvat alle dingen
in Zijn kennis.
_
Zo vermeldden Wij u (Mohammed) de tijdingen van het voorafgaande, waarin
Wij u een vermaning Onzerzijds hebben gegeven.
_
Wie zich er van zal afwenden zal op de Dag der Opstanding de last
hiervan dragen.
_
Daaronder zullen zij blijven en deze last zal voor hen op de Dag der
Herrijzenis ondraaglijk worden.
_
De Dag waarop de bazuin zal worden geblazen zullen Wij de zondigen
bijeenverzamelen en hun ogen zullen zonder licht zijn.
_
Zij zullen met elkander op zachte toon spreken en zeggen: "Gij zijt
slechts tien (dagen) gebleven."
_
Wij weten wat zij zullen zeggen wanneer de beste hunner beweert: "Gij
zijt slechts één dag gebleven."
_
Zij (de ongelovigen) vragen u betreffende de bergen. Zeg: "Mijn Heer zal
ze verpulveren."
_
"En Hij zal haar (de aarde) als een lege vlakte laten."
_
"Waarop gij generlei inzinking of verhoging zult zien."
_
Op die Dag zullen zij de oproeper volgen, die recht op zijn doel afgaat;
alle stemmen zullen voor de Barmhartige worden verzacht en gij zult een
gedempt geluid gefluistere horen.
_
Op die Dag zal voorspraak niet van nut zijn behalve van hem aan wie de
Barrnhartige verlof geeft en wiens woord Hem welgevallig is.
_
Hij weet al hetgeen vóór hen en al hetgeen achter hen is, maar zij
kunnen het met hun kennis niet omvatten.
_
Alle gezichten zullen zich verootmoedigen in tegenwoordigheid van de
Levende, de Uitzichzelf - Bestaande. Voorzeker, hij die ongerechtigheid
begaat zal verloren gaan.
_
Maar hij die goede werken verricht en gelovig is, behoeft geen
ongerechtigheid of verlies te vrezen.
_
Aldus hebben Wij het (Boek) als een duidelijke Koran nedergezonden en
Wij hebben daarin duidelijk waarschuwingen herhaaldelijk uiteengezet,
opdat men (God) moge vrezen en opdat het hen tot nadenken moge brengen.
_
Verheven zij Allah, de Ware Koning. En haast u niet met de Koran eer de
openbaring er van aan u voltooid is en zeg: "O mijn Heer, doe mij
toenemen in kennis."
_
En waarlijk wij gaven voorheen Adam een bevel, doch hij vergat het en
Wij vonden in hem geen voornemen daartoe.
_
En toen Wij tot de engelen zeiden: "Bewijst Adam eer," bewezen zij allen
eer, doch niet Iblies. Hij weigerde.
_
Daarom zeiden Wij: "O Adam, deze is voor u en uw vrouw een vijand; laat
hij u derhalve niet uit de tuin verdrijven, anders zult gij ongelukkig
worden."
_
"(Daarin is voorraad voor u) opdat gij er niet zult hongeren noch naakt
zult zijn."
_
"En dat gij er geen dorst zult lijden noch zult blootgesteld zijn aan de
hitte van de zon."
_
Doch Satan fluisterde hem kwaad in, hij zeide: "O Adam, zal ik u voeren
tot de Boom der Eeuwigheid, en een koninkrijk dat nimmer zal vergaan?"
_
Zo aten beiden er van, waardoor hun schaamte hun duidelijk werd en zij
zich begonnen te bekleden met bladeren uit de tuin. En Adam was
ongehoorzaam aan het gebod van zijn Heer, derhalve leed hij.
_
Alsdan verkoos zijn Heer hem, vergaf hem en leidde hem.
_
Hij (God) zeide: "Gaat allen tezamen hier vandaan, want gij zult
elkander tot vijanden zijn. En indien er leiding van Mij tot u komt dan
zal een ieder die Mijn leiding volgt, noch dwalen noch ongelukkig zijn."
_
Doch degene die zich van Mijn gedachtenis zal afwenden, zal in benarde
omstandigheden leven en op de Dag der Opstanding zullen Wij hem blind
doen opstaan."
_
Hij zal zeggen: "Mijn Heer waarom hebt Gij mij blind doen opstaan,
terwijl ik kon zien?"
_
God zal zeggen: "Aldus kwamen Onze tekenen tot u en gij hebt er geen
acht op geslagen en insgelijks zal op deze Dag op u geen acht worden
geslagen."
_
Op deze wijze vergelden Wij hem die buitensporig is en niet gelooft in
de tekenen van zijn Heer; en de straf van het Hiernamaals is zeker
gestrenger en langer van duur.
_
Is het hun (bewoners van Mekka) dan niet duidelijk hoevele geslachten
Wij vóór hen hebben verdelgd, in wier woonplaatsen zij wandelen?
Voorwaar, daarin liggen tekenen voor degenen die met rede zijn begaafd.
_
En ware het niet om een woord dat reeds van uw Heer was uitgegaan over
een vastgestelde termijn, dan zou de straf al gekomen zijn.
_
Verdraag (Mohammed) lijdzaam hetgeen zij zeggen en verheerlijk uw Heer
met de lof die Hem toekomt voor het opgaan der zon en voor haar
ondergang en verheerlijk Hem in de uren van de nacht en op de gedeelten
van de dag, opdat gij gelukkig moogt zijn.
_
En wend uw ogen niet naar hetgeen Wij hebben toebedeeld van de
heerlijkheid dezer wereld aan verschillenden hunner, om hen daardoor te
beproeven. De voorziening van uw Heer is beter en van langer duur.
_
En spoor uw volk aan tot gebed en wees daarin volhardend. Wij vragen
geen levensonderhoud van u, Wij onderhouden u. En het einde is voor de
godvruchtigen.
_
En zij (de ongelovigen) zeggen: "Waarom brengt hij ons geen teken van
zijn Heer?" Is er dan geen duidelijk teken tot hen gekomen in hetgeen in
de vroegere geschriften staat?
_
En indien Wij hen voor zijn (van de profeet) komst met een straf hadden
verdelgd, zouden zij ongetwijfeld hebben gezegd: "Onze Heer, waarom hebt
Gij ons geen boodschapper gezonden, dan hadden wij Uw geboden kunnen
volgen eer wij vernederd en onteerd werden?"
_
Zeg: "Een ieder wacht; wacht gij derhalve ook en weldra zult gij te
weten komen wie de mensen van het rechte pad zijn en wie de rechte weg
volgen."
_
Voor de mensen is de afrekening dichterbij gekomen en toch wenden zij
zich in achteloosheid af.
_
Er komt geen nieuwe Vermaning tot hen van hun Heer of zij luisteren er
naar terwijl zij er mee spelen.
_
En hun hart is achteloos. En de onrechtvaardigen plegen overleg in het
geheim zeggende: "Is deze (Mohammed) niet slechts een mens als gij? Wilt
gij dan de tovenarij met open ogen tegemoet gaan?"
_
Zeg: "Mijn Heer, weet wat in de hemel en op aarde wordt gezegd; Hij is
de Alhorende, de Alwetende."
_
"Neen," zeggen zij, "verwarde dromen; neen, hij heeft het verzonnen;
neen, hij is een dichter. Laat hem ons een teken brengen zoals de
vroegere (profeten) dit hebben gebracht."
_
Vóór hen (bewoners van Mekka) heeft nooit een stad geloofd die Wij
vernietigden; zullen deze dan wel geloven?
_
En vóór u zonden Wij slechts mannen aan wie Wij een openbaring hadden
gezonden - Vraagt degenen, die de Vermaning bezitten, indien gij het
niet weet. -
_
En Wij maakten hun lichaam niet zodanig dat zij geen voedsel behoefden
te gebruiken, evenmin dat zij voor eeuwen konden blijven leven.
_
Aldus vervulden Wij aan hen Onze belofte, en Wij redden hen en degenen
die Wij wilden; doch Wij verdelgden de buitensporigen.
_
Wij hebben u een Boek (de Koran) nedergezonden waardoor gij tot aanzien
kunt komen, wilt gij dan met begrijpen?
_
Hoe menige stad vol van ongerechtigheid hebben Wij vernietigd en na haar
hebben Wij een ander volk verwekt!
_
En toen zij Onze straf bemerkten, ziet, toen sloegen zij er voor op de
vlucht.
_
"Vlucht niet en keert terug tot de genoegens die u waren veroorloofd en
tot uw woningen opdat gij ondervraagd zult worden."
_
Zij antwoordden: "Wee ons, voorzeker, wij waren onrechtvaardig."
_
En hun geroep hield niet op totdat Wij hen nedermaaiden en uitblusten.
_
Wij schiepen de hemel en de aarde en al hetgeen er tussen is, niet tot
vermaak.
_
Indien Wij een spel hadden willen doen, dan zouden Wij met Onszelf
hebben gespeeld, maar dit doen Wij niet.
_
Neen, Wij stellen de waarheid tegenover de valsheid zodat de eerste de
laatste het hoofd breekt en ziet, zij vergaat. En wee u, wegens hetgeen
gij beweert.
_
Hem behoort wat in de hemelen en op aarde is, en degenen die zich in
Zijn tegenwoordigheid bevinden, zijn niet te trots om Hem te aanbidden,
noch worden zij dit moede;
_
Zij verheerlijken Hem dag en nacht, en zij verslappen hierin nimmer.
_
Hebben zij (de afgodendienaars) goden genomen van de aarde die de doden
kunnen opwekken?
_
Indien er naast Allah andere Goden waren in (de hemel en op aarde)
zouden dezen voorzeker tot chaos zijn vervallen. Verheven is Allah, de
Heer van de Troon, boven hetgeen zij zeggen.
_
Hij kan niet worden ondertraagd betreffende hetgeen Hij doet, doch zij
zullen worden ondervraagd.
_
Hebben zij Goden buiten Hem genomen? Zeg: "Komt met uw bewijzen." Hier
is de verkondiging dergenen die vóór mij waren. Doch de meesten hunner
kennen de waarheid niet en zij zijn er afkerig van.
_
En Wij zonden geen boodschapper vóór u zonder hem te openbaren:
"Voorzeker er is geen God buiten Mij, aanbidt derhalve Mij alleen."
_
En zij zeggen: "De Barmhartige heeft Zich een zoon genomen." Heilig is
Hij. Neen, zij zijn slechts geëerde dienaren.
_
Zij spreken niet eer Hij het beveelt, en zij handelen volgens Zijn gebod.
_
Hij weet wat vóór hen is, en wat achter hen is, zij zijn voor niemand
voorspraak behalve voor degene die Hem behaagt en zij sidderen uit
eerbied voor Hem.
_
En wie hunner zou zeggen: "Ik ben een God naast Hem," die zouden Wij met
de hel vergelden. Aldus vergelden Wij de onrechtvaardigen.
_
Hebben de ongelovigen niet ingezien dat de hemel en de aarde gesloten
waren en dat Wij ze dan hebben geopend? En al hetgeen leeft, hebben Wij
uit water gemaakt. Willen zij dan toch niet geloven?
_
En Wij hebben op aarde onwrikbare bergen geplaatst, opdat zij niet met
hen (de mensen) zouden beven; en Wij hebben er wijde wegen gemaakt,
opdat zij de juiste richting zouden volgen.
_
En Wij hebben de hemel gemaakt tot een welbeschermd dak; niettemin
wenden zij zich af van deze tekenen.
_
En Hij is het, Die de nacht en de dag schiep. Ook de zon en de maan, elk
hunner beweegt zich langs een (vaste) baan.
_
Wij hebben aan niemand vóór u een eeuwig leven geschonken. Indien gij
sterft, zouden zij hier dan voor eeuwig kunnen blijven?
_
Iedere ziel zal de dood ondergaan en Wij beproeven u met kwaad en goed
en tot Ons zult gij terugkeren.
_
Wanneer de ongelovigen u zien, spotten zij slechts met u, zij zeggen:
"Is dit degene die kwaad spreekt van uw Goden?" terwijl zij het zijn die
de verkondiging van de Barmhartige verwerpen.
_
De mens is met een haastige natuur geschapen. Ik zal u Mijn tekenen
tonen, doch vraagt Mij niet ze te verhaasten.
_
En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte worden vervuld, indien gij
waarachtig zijt?"
_
O, wisten de ongelovigen maar de tijd wanneer zij niet bij machte zullen
zijn het Vuur van hun gezicht of van hun rug te weren en niet zullen
worden geholpen!
_
Neen, onverwachts zal het hen achterhalen en het zal hen verbijsteren;
en zij zullen niet bij machte zijn het te voorkomen, noch zal hun
uitstel worden gegeven.
_
Voorzeker werden de boodschappers vóór u ook bespot, maar degenen die
hen bespotten, werden door het bespotte getroffen.
_
Zeg: "Wie beschermt u dag en nacht behalve de Barmhartige?" Neen, zij
wenden zich af van de gedachtenis aan hun Heer.
_
Hebben zij goden die hen kunnen beschermen tegen Ons? Zij kunnen
zichzelf niet helpen, noch worden zij door Ons bijgestaan.
_
Neen, Wij hebben deze (mensen) en hun vaderen een voorziening gegeven
totdat het leven hun verlengd werd. Zien zij met dat Wij het land (der
ongelovigen) bezoeken, het van de buitenzijde af besnoeiend? Zullen zij
dan de overhand hebben?
_
Zeg: "Ik waarschuw u slechts door Openbaring." Doch de doven horen de
roep niet wanneer zij worden gewaarschuwd.
_
En indien een ademtocht der kastijding van uw Heer hen raakt, zullen zij
ongetwijfeld zeggen: "Wee ons, wij waren inderdaad onrechtvaardigen."
_
En Wij zullen weegschalen der gerechtigheid instellen op de Dag der
Opstanding, zodat geen enkele ziel in enig opzicht onrecht zal worden
aangedaan. En al was het slechts het gewicht van een mosterdzaadje, Wij
zullen het naar voren brengen en Wij zijn voldoende als Rekenaar.
_
En Wij schonken Mozes en Aäron het Onderscheid, tot een licht en een
gedachtenis voor de godvrezenden.
_
Die hun Heer in het verborgene vrezen en het Uur duchten.
_
En dit (de Koran) is een gezegende verkondiging die Wij hebben
nedergezonden: zult gij deze dan ontkennen?
_
En voorheen schonken Wij aan Abraham zijn rechtschapenheid en Wij kenden
hem goed.
_
Toen hij tot zijn vader en tot zijn volk zeide: "Wat zijn deze beelden
waaraan gij zo gehecht zijt?"
_
Antwoordden zij: "Wij vonden dat onze vaderen deze aanbaden."
_
Hij zeide: "Voorwaar, gij met uw vaderen verkeert in duidelijke dwaling."
_
Zij zeiden: "Hebt gij ons de waarheid gebracht, of speelt gij slechts
met ons?"
_
Hij antwoordde: "Neen, uw Heer is de Heer van de hemelen en van de
aarde, Die deze schiep en ik leg getuigenis er van af."
_
En, bij Allah, ik zal tegen uw afgoden een plan beramen nadat gij hun uw
rug hebt toegewend."
_
Alsdan brak hij ze in stukken, behalve de grootste daarvan, opdat zij
zich tot hem zouden wenden.
_
(Toen zij dit zagen) zeiden zij: "Wie heeft dit onze Goden aangedaan?
Voorwaar, hij moet een boosdoener zijn."
_
Enigen hunner zeiden: "Wij hoorden een jonge man over hen spreken; hij
heet Abraham."
_
Zij zeiden: "Brengt hem dan voor de ogen des volks, opdat zij kunnen
getuigen."
_
Zij vroegen: "Hebt gij dit onze Goden aangedaan, o Abraham?"
_
Hij antwoordde: "Iemand heeft het gedaan; dit is de grootste van hen.
Vraagt hen of zij kunnen spreken."
_
Toen kwamen zij tot inkeer en zeiden (bij zichzelf) "Gij zijt zelf de
boosdoeners."
_
En zij lieten (beschaamd) het hoofd hangen, "Gij weet wel dat deze niet
kunnen spreken."
_
Hij zeide: "Aanbidt gij dan in plaats van Allah datgene wat u geenszins
kan baten noch schaden?"
_
"Schande over u en over hetgeen gij buiten Allah aanbidt. Hebt gij dan
geen verstand?"
_
Zij zeiden: "Verbrandt hem en helpt uw goden indien gij iets wilt doen."
_
Wij zeiden: "O vuur, wees koel en onschadelijk voor Abraham."
_
En zij wensten hem kwaad te doen doch Wij deden hen de grootste
verliezers zijn.
_
En Wij redden hem en Lot en voerden hen naar het land dat Wij zegenden
voor alle volkeren.
_
En Wij schonken hem Izaäk en Jacob als kleinzoon en Wij maakten hen
allen rechtvaardig.
_
En Wij maakten hen tot leiders die de mensen leidden op Ons bevel en Wij
zonden een Openbaring tot hen, die aanspoorde, goede werken te doen, het
gebed te onderhouden en aalmoezen te geven. En zij aanbaden Ons alleen.
_
En aan Lot schonken Wij wijsheid en kennis. En Wij bevrijdden hem uit de
stad die gruwelijk handelde. Zij waren inderdaad een boos en opstandig volk.
_
En Wij namen hem in Onze barmhartigheid op, want hij was een der
rechtvaardigen.
_
En toen Noach voordien riep, verhoorden Wij zijn gebed en redden hem en
zijn gezin uit de grote ramp.
_
En Wij stonden hem bij tegen degenen die Onze tekenen verloochenden. Zij
waren voorzeker een slecht volk; derhalve verdronken Wij hen allen.
_
En toen David en Salomo rechtspraken betreffende het veld waar de geiten
van zekere mensen bij nacht graasden, waren Wij Getuige van hun oordeel.
_
Wij schonken Salomo begrip van de zaak en aan elk hunner schonken Wij
wijsheid en kennis. En Wij noopten de bergen en de vogels om samen met
David Gods heerlijkheid te loven. En Wij waren het, Die dat deden.
_
En Wij leerden hem de kunst, maliënkolders voor u te maken, opdat deze u
zouden beschermen tegen aanvallen. Zult gij dan niet erkentelijk zijn?
_
En Wij maakten de geweldige wind aan Salomo onderdanig. Deze blies om
zijnentwille in de richting van het land dat Wij hadden gezegend. En Wij
bezitten kennis van alle dingen.
_
En Wij maakten onder de duivels, die voor hem doken en daarnaast andere
arbeid verrichtten en Wij waren het die over hen waakten.
_
En (gedenk) Job toen hij tot zijn Heer riep, zeggende: "Kwelling heeft
mij terneer geworpen en Gij zijt de Genadigste der genadigen."
_
Wij verhoorden daarom zijn gebed en bevrijdden hem van moeilijkheden en
gaven hem de zijnen en het gelijke er van daarnevens, als een bewijs
Onzer barmhartigheid en als een herinnering voor de vromen.
_
En Ismaël en Idries en Zol-Kifl; allen behoorden tot de standvastigen.
_
En Wij namen hen op in Onze genade want zij behoorden tot de rechtvaardigen.
_
En Zonnoen (Jonas) toen hij in toorn heenging en dacht dat Wij geen
macht over hem hadden en in de duisternis uitriep, zeggende: "Er is geen
God dan Gij. Heilig zijt Gij. Ik behoorde inderdaad tot de
onrechtvaardigen."
_
Wij verhoorden toen zijn gebed en namen zijn droefenis van hem weg. En
aldus verlossen Wij de gelovigen.
_
En Zacharia, toen hij tot zijn Heer riep, zeggende: "Mijn Heer, laat mij
niet alleen en Gij zijt de Beste der erfgenamen."
_
Toen verhoorden Wij zijn gebed en beloofden hem Johannes en Wij maakten
zijn vrouw geschikt (een kind te krijgen). Zij plachten met elkander te
wedijveren in goede werken en zij riepen Ons in hoop en vrees aan en
waren nederig voor Ons.
_
En (gedenk) haar, die haar kuisheid bewaarde; Wij bliezen haar Onze
geest in en Wij maakten haar en haar zoon tot een teken voor alle volkeren.
_
Voorwaar, dit is uw gemeenschap: één gemeenschap; en Ik ben uw Heer,
aanbidt Mij derhalve.
_
Doch zij (hun volgelingen) hebben hun eenheid verbroken; toch zullen zij
allen tot Ons terugkeren.
_
Wie ook goede werken verricht en een gelovige is, voor diens ijver zal
geen ondankbaarheid zijn. Wij zullen dit voorzeker in zijn voordeel
boekstaven.
_
En voor een stad die Wij verdelgd hebben, is het een onherroepelijk
gebod, dat het (volk) niet zal terugkeren.
_
Zelfs wanneer Gog en Magog zullen worden losgelaten en zij elke hoogte
zullen overschrijden.
_
En als de ware Belofte nadert, dan ziet, de ogen der ongelovigen zullen
verstard zijn. (Zij zullen zeggen): "O! wee ons, wij waren hier
inderdaad onachtzaam over, neen, wij waren onrechtvaardigen."
_
Voorwaar, gij met hetgeen gij buiten Allah aanbidt, zult de brandstof
der hel zijn. Daartoe zult gij komen.
_
Indien dezen werkelijk Goden waren geweest zouden zij niet daarin zijn
gegaan; nu zullen allen er in verblijven.
_
Daarin zullen zij weeklagen en niets horen.
_
Voorzeker degenen, aan wie door Ons tevoren de belofte van een goede
beloning is gedaan, dezen zullen er ver van verwijderd worden.
_
Geen gerucht daarvan (van de hel) zullen zij horen, en zij zullen voor
eeuwig vertoeven in hetgeen hun zielen begeren.
_
De grote ontzetting zal hen niet beangstigen en de engelen zullen hen
tegemoet komen, zeggende: "Dit is de Dag die u was beloofd."
_
De Dag, waarop Wij de hemelen zullen oprollen zoals een schrijver zijn
geschriften oprolt. Gelijk Wij de schepping eerst begonnen, aldus zullen
Wij haar terugbrengen - een Belofte van Ons; voorwaar Wij zullen deze
nakomen.
_
En voordien hebben Wij na de Vermaning in de geschriften geschreven dat
Mijn rechtvaardige dienaren de aarde zullen erven.
_
Voorzeker, hierin ligt een boodschap voor mensen die God dienen.
_
En Wij hebben u (Mohammed) slechts als genade voor de werelden gezonden.
_
Zeg: "Voorzeker, mij is geopenbaard dat uw God slechts een enig God is,
zult gij u dan aan Hem onderwerpen?"
_
Maar indien zij zich afwenden, zeg dan: "Ik heb u allen gelijkelijk
ingelicht en ik weet niet of hetgeen waar gij mee bedreigd wordt, nabij
of ver is."
_
"Voorwaar, Hij weet wat openlijk besproken wordt en Hij weet hetgeen gij
verbergt."
_
"En ik weet niet of het voor u een beproeving is of een voordeel voor
een bepaalde tijd."
_
Zeg: "Mijn Heer, oordeel in waarheid." En "Onze Heer is de Barmhartige
Wiens hulp moet worden ingeroepen tegen hetgeen gij zegt."
_
O volk, vrees uw Heer, want de schok van het Uur is een verschrikkelijk
iets.
_
De Dag waarop elke zogende vrouw haar zuigeling zal vergeten en elke
zwangere vrouw zich zal ontdoen van haar dracht; en gij zult mensen
bedwelmd zien, terwijl zij niet dronken zijn, doch de kastijding van uw
Heer is gestreng.
_
En onder de mensen zijn er sommigen, die over Allah redetwisten zonder
kennis en elke opstandige Satan volgen.
_
Voor ieder die hem tot vriend neemt is verordend, dat hij hem zal
verleiden en naar de straf van het Vuur voeren.
_
O mensen, indien gij in twijfel verkeert over de Opstanding, bedenkt,
dat Wij u hebben geschapen uit stof, daarna uit een levenskiem, dan van
een klonter bloed, daarna uit een klomp vlees, volkomen en onvolkomen in
maaksel, opdat Wij het u duidelijk maken. En Wij laten wat Ons behaagt
gedurende een vastgestelde tijd in de baarmoeder blijven, dan brengen
Wij u als zuigelingen voort, dan (doen Wij u opgroeien) zodat gij
volwassen wordt. En daar zijn er onder u die door de dood worden
achterhaald en anderen die zulk een hoge ouderdom bereiken, dat zij, na
geweten te hebben, niets meer weten. En gij ziet de aarde levenloos,
doch wanneer Wij er regen op doen nederdalen, beweegt zij zich, zwelt op
en brengt iedere mooie soort planten voort.
_
Dit is zo omdat Allah de Waarheid is en omdat Hij het is Die de doden
tot leven wekt en omdat Hij over alle dingen macht heeft.
_
Voorzeker het Uur nadert, daaraan is geen twijfel; Allah zal al degenen
die in de graven zijn, opwekken.
_
En onder de mensen zijn er die over Allah redetwisten zonder kennis,
richtsnoer of verlichtend Boek.
_
Zich hooghartig afkerend ten einde anderen af te leiden van Allah's weg.
Voor hem is er schande in deze wereld en op de Dag der Verrijzenis
zullen Wij hem de straf van het branden doen ondergaan.
_
"Dit is wegens hetgeen uw handen hebben vooruit gezonden; want Allah is
niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren."
_
En onder de mensen zijn er die Allah weifelend aanbidden. Indien het hun
wel gaat, zijn zij daarmede tevreden, maar indien zo iemand een
beproeving ten deel valt, keert hij terug tot zijn vroegere wandel. Hij
verliest deze wereld zowel als het Hiernamaals. Dat is een duidelijk
verlies.
_
Hij roept naast Allah datgene aan, wat hem schaden noch baten kan. Dat
is een vergaande dwaling.
_
Hij roept degene aan, die eerder schaadt dan baat. Voorwaar slecht is de
beschermer en waarlijk slecht de metgezel.
_
Voorwaar, Allah zal hen die geloven en goede werken verrichten, tuinen
doen binnengaan waardoor rivieren stromen; Allah doet wat Hem behaagt.
_
Laat hij die denkt dat Allah hem (de profeet) in deze wereld of in het
Hiernamaals niet zal helpen, op de een of andere wijze ten hemel gaan en
(Gods hulp) tegenhouden; laat hem dan zien of zijn plan datgene
verwijderen kan, wat zijn toorn opwekt.
_
En aldus hebben Wij hem duidelijke tekenen gezonden, en Allah zal
voorzeker leiden wie Hij wil.
_
Voorzeker de gelovigen, de Joden, de Sabianen, de Christenen, de Magiërs
en de afgodendienaren, Allah zal tussen hen richten op de Dag der
Opstanding, want Allah is Getuige over alle dingen.
_
Hebt gij dan niet gezien dat alles zich voor Allah nederwerpt, wat in de
hemelen en op aarde is, de zon, de maan, de sterren, de bergen, de
bomen, het vee en een groot deel der mensen; maar toch valt nog velen de
kastijding ten deel. En die Allah vernedert, kan niemand verheffen.
Voorwaar, Allah doet wat Hij wil.
_
Hier zijn twee tegenstanders die redetwisten over hun Heer. Voor de
ongelovigen zullen gewaden van Vuur worden gesneden en over hun hoofd
zal kokend water worden uitgegoten.
_
Waardoor hun ingewanden alsmede hun huiden zullen worden verteerd.
_
En hen zullen ijzeren roeden wachten.
_
Telkens wanneer zij er uit (uit de hel) wensen te gaan, zullen zij er in
terug worden gedreven; men zal zeggen: "Proeft gij de straf van het
branden?"
_
Doch Allah zal degenen die geloven en goede werken verrichten tuinen
doen binnentreden waardoor rivieren stromen. Zij zullen daarin worden
getooid met armbanden van goud en parels, en hun gewaden zullen van
zijde zijn.
_
En zij zullen naar het reine woord en het pad van de Geprezene worden
geleid.
_
Voorzeker degenen die niet geloven en mensen afhouden van de weg van
Allah en van de Heilige Moskee (te Mekka) - die Wij gelijk voor alle
mensen hebben aangewezen, hetzij degene die er in (de stad) vertoeft of
(de vreemdeling) die van buiten komt - en hij die in de Moskee
onrechtvaardig naar goddeloosheid streeft - hem zullen Wij een pijnlijke
straf doen ondergaan.
_
En toen Wij Abraham de plaats voor het Huis (de Kaaba) aanwezen
zeggende: "Vereenzelvig niets met Mij, en houd Mijn Huis rein voor
degenen die de rondgang verrichten en degenen die opstaan (voor gebed)
en neerbuigen en zich ter aarde werpen.
_
En verkondig de bedevaart aan de mensen. Zij zullen te voet of op magere
kamelen van verre tot u komen.
_
Opdat zij van hun voordeel getuigenis afleggen en de naam van Allah
uitspreken gedurende de vastgestelde dagen over het vee waarvan Hij hen
heeft voorzien. Eet dan daarvan en spijzigt de behoeftigen in nood.
_
Laat hen dan hun vuilheid verwijderen en hun geloften vervullen en een
omgang maken om het oude Huis (Kaaba)."
_
Zo zij het. Wie dus de heilige geboden van Allah eert, het zal voor hem
goed zijn in de ogen van zijn Heer. En wettig voor u is alle vee behalve
hetgeen u anderszins is verkondigd. Vermijdt derhalve de onreinheid der
afgodsbeelden en vermijdt het valse woord.
_
Oprecht zijnde voor Allah, niets met Hem vereenzelvigende. En wie iets
met Allah vereenzelvigt, het is alsof hij van een hoogte valt en de
vogels hem wegrukken of de wind hem wegblaast naar een afgelegen plaats.
_
Zo zij het. En wie de heilige tekenen van Allah vereert, voorwaar, dat
is de oprechtheid des harten.
_
Daar is in de offeranden een profijt voor u voor een vastgestelde tijd,
daarna is hun plaats bij het oude Huis.
_
En voor elk volk hebben Wij handelingen van offer en wijdingen
vastgesteld, opdat zij de naam van Allah mogen uitspreken over het vee
dat Hij hun heeft gegeven. Uw God is dus Eén God, weest daarom
onderdanig aan Hem. En geef blijde tijding aan de ootmoedigen.
_
Wier harten vervuld zijn van vrees wanneer Allah's naam wordt genoemd,
en die geduldig dragen al hetgeen hun overkomt, die het gebed
onderhouden, en geven van hetgeen Wij hun hebben toebedeeld.
_
En onder de heilige tekenen van Allah hebben Wij voor u de offerkamelen
aangewezen. In hen is er veel voordeel voor u. Spreekt daarom de naam
van Allah over hen uit terwijl zij in rijen staan opgesteld. En wanneer
ze op hun zij neervallen, eet er van en voedt de rijken en de armen.
Aldus hebben Wij hen aan u dienstbaar gemaakt, opdat gij dankbaar moogt
zijn.
_
Hun vlees noch hun bloed bereikt Allah, doch uw godsvrucht bereikt Hem.
Aldus heeft Hij hen aan u dienstbaar gemaakt, opdat gij Allah moogt
verheerlijken wegens hetgeen waartoe Hij u heeft geleid. En geef blijde
tijding aan de goeden.
_
Voorwaar, Allah verdedigt de gelovigen. Voorzeker, Allah heeft niemand
lief die oneerlijk, ondankbaar is.
_
Toestemming om te vechten is gegeven aan degenen tegen wie gevochten
wordt, omdat hun onrecht is aangedaan, voorzeker Allah heeft de macht
hen bij te staan.
_
Degenen die ten onrechte uit hun huizen werden verdreven alleen omdat
zij zeiden: "Onze Heer is Allah." - En indien Allah sommige mensen niet
met behulp van anderen tegenhield, zouden ongetwijfeld kloosters,
kerken, synagogen en moskeeën, waarin dikwijls de naam van Allah wordt
herdacht, afgebroken zijn. Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen
die Hem helpt - Allah is inderdaad Sterk, Almachtig.
_
Degenen die, indien Wij hen op aarde vestigen, het gebed verrichten en
de Zakaat betalen en het goede bevelen en het kwade verbieden. En het
eindbesluit in alles berust bij Allah.
_
Indien zij u (Mohammed) verloochenen, vóór hen heeft het volk van Noach
en Aad en Samoed ook verloochend;
_
En het volk van Abraham en het volk van Lot;
_
En de inwoners van Midian eveneens. En Mozes werd ook verloochend. Maar
Ik schonk de ongelovigen uitstel, daarna greep Ik hen, en hoe (groot)
was toen Mijn afkeer!
_
Hoe menige stad hebben Wij verdelgd, terwijl deze vol ongerechtigheid
was, zodat de daken er van zijn ingestort en hoe menige bron en
opgetrokken paleis werd verlaten.
_
Hebben zij dan niet in het land gereisd zodat zij hart moesten hebben
waarmee zij konden begrijpen en oren om er mee te horen? Voorzeker, het
zijn niet de ogen die blind zijn doch het hart in (hun) borst is blind.
_
En zij dringen bij u aan de straf te verhaasten, doch Allah zal nimmer
Zijn Belofte breken. Voorwaar bij uw Heer is één dag gelijk duizend
jaren van uw berekening.
_
Hoe vele steden heb Ik uitstel verleend, hoewel zij vol ongerechtigheden
waren. Daarna greep Ik hen en tot Mij is de terugkeer.
_
Zeg: "O mensdom, ik ben slechts een duidelijke waarschuwer voor u."
_
Degenen, die geloven en goede werken verrichten, voor hen is er
vergiffenis en een eerzaam levensonderhoud.
_
Doch degenen die trachten Onze woorden krachteloos te maken, zullen de
bewoners van het Vuur zijn.
_
Nimmer zonden Wij een boodschapper of een profeet vóór u of, wanneer hij
(zijn boodschap) verkondigde, kwam de duivel er tussen. Doch Allah doet
hetgeen Satan inblaast te niet. Dan bevestigt Allah Zijn woorden en
Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Zodat Hij hetgeen Satan inblaast tot een beproeving moge maken voor
degenen in wier hart een ziekte is en wier hart verhard is - voorzeker,
de onrechtvaardigen zijn in groot verzet -
_
En opdat degenen aan wie kennis is gegeven mogen weten dat het (de
verkondiging) de waarheid is van uw Heer, opdat zij er in mogen geloven
en hun hart nederig voor Hem moge worden. Waarlijk Allah leidt degenen
die geloven naar het rechte pad.
_
En de ongelovigen zullen er over in twijfel blijven tot onverwachts het
Uur hen achterhaalt, of de straf van een rampzalige Dag over hen komt.
_
Op die Dag zal het koninkrijk van Allah zijn. Hij zal onder hen richten.
Zij die geloven en goede werken verrichten, zullen in tuinen van
zaligheid vertoeven.
_
Doch die niet geloven en Onze tekenen verloochenen zullen een
schandelijke straf ondergaan.
_
Degenen die hun huizen verlaten terwille van Allah, en dan sneuvelen of
sterven, voorwaar voor hen zal Allah een goede voorziening verschaffen.
En voorzeker Allah is de Beste der Voorzieners.
_
Gewis zal Hij hen een plaats doen binnengaan waarmee zij zeer tevreden
zullen zijn. Allah is inderdaad Alwetend, Verdraagzaam.
_
Zo zal het zijn. En wie vergeldt in de mate waarin hem onrecht is
aangedaan en men doet hem dan opnieuw onrecht, hem zal Allah voorzeker
bijstaan. Waarlijk, Allah is Begenadigend, Vergevensgezind.
_
Dat is omdat Allah de nacht doet overgaan in de dag en de dag doet
overgaan in de nacht, en omdat Allah Alhorend, Alziende is.
_
Dat is omdat Allah de Waarheid is en hetgeen zij aanroepen nevens Hem
vals is. Voorzeker Allah is de Hoge, de Grote.
_
Hebt gij niet gezien, dat Allah water uit de hemel nederzendt en de
aarde daardoor groen wordt? Allah is inderdaad Aldoordringend, Alwetend.
_
Aan Hem behoort al hetgeen in de hemelen en op aarde is. En Allah is
inderdaad Zichzelf-genoeg, Geprezen.
_
Hebt gij niet gezien, dat Allah al hetgeen op aarde is in uw dienst
heeft gesteld, en dat de schepen op Zijn bevel de zeeën doorkruisen? En
Hij weerhoudt de hemel ervan op aarde te vallen behalve met Zijn
toestemming. Waarlijk, Allah is Liefderijk en Genadevol voor de mensen.
_
Hij is het, Die u leven schonk. Hij zal u doen sterven, daarna zal Hij u
wederom tot leven opwekken. Waarlijk de mens is uiterst ondankbaar.
_
Voor elk volk hebben Wij wijdingen vastgesteld die zij moeten volgen;
laat hen daarom niet met u er over redetwisten; doch nodigt hen tot uw
Heer, waarlijk gij volgt de juiste leiding.
_
Doch indien zij met u redetwisten, zeg dan: "Allah weet het beste wat
gij doet."
_
"Allah zal onder u richten op de Dag der Opstanding over datgene
waarover gij van mening verschildet."
_
Weet gij niet dat Allah al hetgeen in de hemelen en op aarde is, kent?
Voorwaar dat is vastgesteld in een Boek, dat is gemakkelijk voor Allah.
_
En zij aanbidden naast Allah, waartoe Hij geen machtiging heeft
nedergezonden, en waaromtrent zij geen kennis bezitten. En voor degenen
die kwaad bedrijven is er geen helper.
_
En wanneer Onze duidelijke tekenen aan hen worden voorgedragen zult gij
afkeuring bespeuren op het gezicht der ongelovigen. Bijna zouden zij
degenen, die Onze tekenen aan hen verhalen, aanvallen. Zeg: "Zal ik u
over iets ergers dan dat inlichten? Het Vuur, Allah heeft het beloofd
aan de ongelovigen. En dat is een slechte bestemming."
_
O mensen, een gelijkenis wordt gegeven, luistert er naar. Voorzeker,
degenen die grij in plaats van Allah aanbidt kunnen zelfs geen vlieg
scheppen, al zouden zij daar allen toe samenwerken. En indien een vlieg
iets van hen zou wegnemen, zouden zij dat niet kunnen terugnemen. Zwak
is zowel de zoeker als de gezochte.
_
Zij achten Allah niet met de achting die Hem verschuldigd is. Voorzeker,
Allah is Sterk, Almachtig.
_
Allah kiest boodschappers uit het midden der engelen, eveneens uit het
midden der mensen. Voorzeker, Allah is Alhorend, Alziende.
_
Hij weet hetgeen vóór hen en hetgeen achter hen is en naar Allah worden
alle zaken teruggebracht.
_
O, gij die gelooft, buigt u neder en werpt u ter aarde, en aanbidt uw
Heer, en doet goed, opdat gij moogt slagen.
_
En strijdt voor de zaak van Allah zoals er voor behoort te worden
gestreden. Hij heeft u verkozen en heeft u in de godsdienst geen lasten
opgelegd - dit is het geloof van uw vader Abraham. Hij heeft u Moslims
genoemd voorheen en in dit Boek, opdat Onze boodschapper getuige over u
zij, en dat gij getuige moogt zijn over de mensheid. Onderhoudt het
gebed, betaalt de Zakaat en houdt u aan Allah vast. Hij is uw
Beschermer. Een uitmuntend Meester en een uitnemend Helper.
_
Inderdaad voorspoedig zijn de gelovigen.
_
Die ootmoedig zijn in hun gebeden.
_
En die al hetgeen ijdel is, schuwen.
_
En die aktief zijn in het betalen van Zakaat.
_
En die hun vleselijke lusten beheersen.
_
Behalve met hun vrouwen of hetgeen hun rechterhand bezit, want dan treft
hen geen verwijt.
_
Doch degenen die deze perken te buiten gaan, zullen overtreders zijn.
_
Zij die zorgzaam zijn voor het hun toevertrouwde en voor hun overeenkomsten.
_
En die hun gebeden in acht nemen.
_
Dezen zijn de erfgenamen,
_
Die het paradijs zullen erven. Zij zullen daarin vertoeven.
_
Voorwaar, Wij scheppen de mens uit een uittreksel van klei;
_
Dan plaatsen Wij hem als een kleine levenskiem in een veilige plaats.
_
Vervolgens vormen Wij de levenskiem tot een klonter bloed; daarna vormen
Wij het geronnen bloed tot een (vormeloze) klomp; dan vormen Wij
beenderen uit deze (vormeloze) klomp; daarna bekleden Wij deze beenderen
met vlees; vervolgens ontwikkelen Wij het tot een nieuwe schepping.
Gezegend zij Allah, de Beste Schepper.
_
Voorzeker daarna sterft gij.
_
En op de Dag der Verrijzenis zult gij worden opgewekt.
_
En boven u hebben Wij zeven wegen gemaakt, en nimmer veronachtzamen Wij
de schepping.
_
Wij zenden water uit de hemel neer in bepaalde hoeveelheid en Wij doen
deze in de aarde blijven en voorzeker zijn Wij ook in staat die weer weg
te nemen.
_
En Wij brengen daarmede tuinen van dadelpalmen en wijnstokken voor u
voort, waarvan gij overvloedig fruit hebt; en gij eet daarvan.
_
En Wij brengen een boom voort die groeit uit de berg Sinaï: deze brengt
olie en een saus voort voor hen die het willen nuttigen.
_
En in het vee is eveneens een les voor u. Wij geven u te drinken van de
melk die in hun buik is en gij trekt er talrijke voordelen van en
eveneens eet gij er van.
_
Daarop zowel als op schepen wordt gij gedragen.
_
En Wij zonden Noach tot zijn volk, en hij zeide: "O mijn volk, dien
Allah. Gij hebt geen andere God buiten Hem. Wilt gij dan niet vrezen?"
_
En de hoofden van zijn volk, die ongelovig waren, zeiden: "Hij is
slechts een mens zoals gij, hij zou zich boven u willen verheffen. En
indien het Allah had behaagd, had Hij voorzeker engelen nedergezonden.
Wij hebben nooit van zulk (een boodschapper) onder onze voorvaderen gehoord.
_
Hij is slechts een bezetene; wacht daarom een korte wijle, (ongetwijfeld
zal hem iets overkomen)."
_
Noach zeide: "O mijn Heer, help mij, want zij hebben mij verloochend."
_
Toen openbaarden Wij hem: "Bouw de Ark onder Onze ogen en in
overeenstemming met Onze openbaring. En wanneer Ons bevel komt en de
oppervlakte der aarde overstroomt, neem dan aan boord twee (exemplaren)
van wat nodig is en uw gezin, behalve degenen tegen wie het woord reeds
is uitgevaardigd. En spreek Mij niet over de onrechtvaardigen, want zij
zullen worden verdronken.
_
"En wanneer gij de Ark zult hebben betrokken - gij en degenen die met u
zijn zeg dan: "Alle lof behoort aan Allah, Die ons van een boosaardig
volk heeft gered."
_
En zeg: "Mijn Heer, verleen mij een gezegende landing, want Gij zijt de
Beste Landingshulp."
_
Voorwaar, hierin zijn tekenen, en waarlijk Wij stellen (de mensen) op de
proef.
_
Toen verwekten Wij een ander geslacht na hen.
_
En Wij zonden onder hen een boodschapper uit hun midden, die zeide:
"Dient Allah, gij hebt geen andere God dan Hem. Wilt gij dan niet vrezen?"
_
En de hoofden van zijn volk, die ongelovig waren en die de ontmoeting in
het Hiernamaals loochenden en wie Wij in dit leven overvloed (van het
goede der aarde) hadden gegeven, zeiden: "Dit is slechts een mens, zoals
gij. Hij eet van hetgeengij eet en drinkt van hetgeen gij drinkt.
_
En indien gij een man gelijk aan uzelf gehoorzaamt dan zijt gij zeker
verloren.
_
Belooft hij u dat wanneer gij dood zijt en stof en beenderen zijt
geworden, gij weder zult worden opgewekt?
_
Verre, verre is hetgeen u wordt beloofd!
_
Er is geen ander leven buiten ons tegenwoordige leven; wij leven en
sterven en zullen niet worden opgewekt.
_
Hij is niet anders dan een mens die een leugen heeft verzonnen over
Allah; wij zullen in hem stellig niet geloven."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, help mij, want zij hebben mij verloochend."
_
(God) zeide: "Binnen korte tijd zullen zij zeker spijt krijgen."
_
Terecht greep hen daarom de rukwind en Wij maakten hen als wrakhout.
Vervloekt zij het onrechtvaardige volk.
_
Toen verwekten Wij na hen andere geslachten.
_
Geen volk kan zijn vastgestelde tijd overschrijden, evenmin kunnen zij
die uitstellen.
_
Dan zonden Wij Onze boodschappers de een na de ander. Telkens wanneer
een Boodschapper tot een volk kwam, verloochenden zij hem. Dus deden Wij
hen elkander opvolgen en maakten hen tot legenden. Vervloekt zij het
volk dat niet wil geloven.
_
Dan zonden Wij Mozes en zijn broeder Aäron met Onze tekenen en een
duidelijk gezag
_
Tot Pharao en zijn opperhoofden; zij toonden hoogmoed en waren een
aanmatigend volk.
_
En zij zeiden: "Moeten wij geloven in twee mannen aan ons gelijk terwigl
hun volk onze slaaf is?"
_
Derhalve verloochenden zij hen en zij behoorden tot degenen die
vernietigd werden.
_
En wij schonken Mozes het Boek opdat zij (de kinderen Israëls) leiding
mochten volge.
_
En Wij bestemden de zoon van Maria en zijn moeder tot een teken en
schonken hun toevlucht op een hoog plateau met groene weiden en bronnen.
_
O gij boodschappers, eet van hetgeen rein is en verricht goede werken.
Voorwaar Ik weet goed wat gij doet.
_
En weet dat uw gemeenschap één gemeenschap is en dat Ik uw Heer ben.
Neemt Mij derhalve tot uw Beschermer.
_
Maar zij hebben hun godsdienst onder elkander verdeeld, elke partij
verheugt zich over hetgeen zij bezit.
_
Laat hen daarom voor een tijd aan hun onwetendheid over.
_
Denken zij dat vanwege de rijkdom en de zonen waarmee Wij hen helpen,
_
Wij Ons haasten hun goed te doen? Neen, zij begrijpen het niet.
_
Voorwaar, degenen die sidderen van ontzag voor hun Heer,
_
En degenen die geloven in de tekenen van hun Heer,
_
En degenen die hun Heer geen deelgenoten toeschrijven,
_
En degenen die weggeven hetgeen zij (kunnen) geven terwijl hun hart is
vervuld van vrees. omdat zij tot hun Heer zullen terugkeren,
_
Dezen zijn het die zich haasten en wedijveren in het doen van goede werken.
_
Wij belasten geen ziel boven haar vermogen. Bij Ons is een boek, dat de
waarheid spreekt en hun zal geen onrecht worden aangedaan.
_
Maar hun hart is onverschillig jegens dit Boek, en buitendien hebben zij
bezigheden waarmee zij voortgaan;
_
Totdat, wanneer Wij degenen hunner die in weelde leven met straf
grijpen, ziet, dan jammeren zij allen om hulp.
_
Klaag niet op deze Dag, want gij zult door Ons niet worden geholpen.
_
Mijn woorden werden u verkondigd, doch gij placht u af te keren.
_
Hovaardig, in dwaasheid er over pratende.
_
Hebben zij dan niet over het Woord nagedacht, of is er iets tot hen
gekomen dat niet tot hun voorvaderen kwam?
_
Of hebben zij hun boodschapper niet erkend dat zij hem niet aanvaarden?
_
Of zeggen zij: "Hij is krankzinng?" Neen, hij heeft hun de Waarheid
gebracht maar de meesten hunner houden niet van de Waarheid.
_
En indien de Waarheid hun wensen had gevolgd, voorwaar dan zouden de
hemelen en de aarde en al hetgeen daarin is, in wanorde zijn geraakt.
Neen, Wij hebben hun een vermaning gezonden doch zij wenden zich ervan af.
_
Of vraagt gij van hen enige beloning? Doch de beloning van uw Heer is
beter en Hij is de beste Voorziener.
_
En gij roept hen, voorzeker, tot het rechte pad;
_
Maar degenen, die in het Hiernamaals niet geloven dwalen inderdaad van
dit pad af.
_
En indien Wij ons over hen ontfermden en hun kwaal verlichtten, zouden
zij toch blindelings in hun overtreding volharden.
_
Wij troffen hen door een straf, doch zij werden niet nederig voor hun
Heer noch werden zij ootmoedig.
_
Maar, wanneer Wij voor hen de poort der gestrenge straf openen, dan
zullen zij tot wanhoop vervallen.
_
(Allah) is het, Die oren, en ogen en hart voor u heeft geschapen, doch
gij betoont weinig dank.
_
En Hij is het, Die u heeft vermenigvuldigd op aarde en tot Hem zult gij
worden verzameld.
_
En Hij is het, Die leven schenkt en de dood veroorzaakt en in Zijn
handen is de wisseling van nacht en dag. Wilt gij dan niet begrijpen?
_
Doch zij zeggen hetzelfde als de voormalige volkeren zeiden.
_
Zij zeggen: "Zullen wij, wanneer wij dood zijn en tot beenderen en stof
geworden, dan inderdaad weer worden opgewekt?
_
"Dit werd ons en onze voorvaderen ook beloofd maar het zijn slechts
fabelen der ouden."
_
Zeg: "Wie behoort de aarde toe en al hetgeen daarop is, als gij het weet?"
_
Zij zullen zeggen: "Aan Allah." Zeg: "Wilt gij er dan geen lering uit
trekken?"
_
Zeg: "Wie is de Heer der zeven hemelen en de Heer van de Grote Troon?"
_
Zij zullen zeggen: "Allah." Zeg: "Wilt gij Hem dan niet tot uw
Beschermer nemen?"
_
Zeg: "Wie is het in Wiens hand de heerschappij over alle dingen is - en
Die beschermt doch tegen Wie er geen bescherming is, - als gij het weet?"
_
Zij zullen antwoorden: "Dit behoort aan Allah." Zeg: "Waarom wordt gij
dan misleid?"
_
Wij hebben hun de Waarheid gebracht en zij zijn zeker leugenaars.
_
Allah heeft zich geen zoon genomen, noch is er enige God naast Hem,
anders zou elke God hetgeen Hij schiep, voor zich houden, en sommigen
hunner zouden zeker anderen hebben overwonnen. Verheven is Allah boven
al hetgeen zij beweren.
_
Kenner van het ongeziene en het geziene. Hij is verheven boven hetgeen
zij met Hem vereenzelvigen.
_
Zeg: "Mijn Heer, indien Gij mij datgene zoudt laten zien waarmee zij
bedreigd worden.
_
Mijn Heer, plaats mij dan niet te midden van het onrechtvaardige volk."
_
En voorzeker, Wij hebben de macht u datgene te laten zien waarmee Wij
hen bedreigen.
_
Verdrijf het kwade met het beste. Wij zijn op de hoogte van hetgeen zij
zeggen,
_
En zeg: "Mijn Heer, bij U zoek ik mijn toevlucht tegen de inblazingen
der duivelen.
_
En bij U mijn Heer zoek ik mijn toevlucht, opdat zij niet bij mij komen."
_
Wanneer de dood tot een hunner komt, zegt deze smekend: "Mijn Heer, zend
mij terug.
_
Opdat ik recht doe in hetgeen ik heb achtergelaten." (Dan wordt er
gezegd): "In geen geval; het is slechts een woord dat hij uit." En
achter hen is een hindernis tot de Dag waarop zij gewekt zullen worden.
_
En wanneer de bazuin wordt geblazen zal er die Dag geen verwantschap
tussen hen bestaan, noch zal de een naar de ander vragen.
_
Dan zullen zij slagen, wier schalen zwaar zijn.
_
Doch zij, wier werken licht zijn - dit zijn degenen die hun ziel
benadeelden - zullen in de hel vertoeven.
_
Het Vuur zal hun gezicht branden en zij zullen er in verschrompelen.
_
(Er zal gezegd worden): Werden Mijn woorden U niet verkondigd? Maar gij
placht ze te verloochenen.
_
Zij zullen antwoorden: "O, onze Heer onze tegenspoed heeft ons
overweldigd en wij waren een dwalend volk.
_
Onze Heer, neem ons daaruit; indien wij in het (kwade) terugvallen dan
zijn wij stellig onrechtvaardig.
_
Hij zal zeggen: "Blijft daarin vernederd en spreekt niet tot Mij.
_
Waarlijk, er was een gedeelte van Mijn dienaren dat placht te zeggen:
"O, onze Heer, wij hebben geloofd, vergeef ons daarom en wees Barmhartig
jegens ons. En Gij zijt de Beste der barmhartigen."
_
Maar gij maaktet hen ten spot totdat dezen u Mijn gedachtenis deden
vergeten omdat gij hen placht uit te lachen.
_
Inderdaad heb Ik hen heden beloond wegens hun geduld. Voorzeker, zij
zijn de overwinnaars."
_
Hij (God) zal vragen: "Hoeveel jaren zijt gij op de aarde gebleven?"
_
Zij zullen antwoorden: "Wij bleven een dag of een deel van een dag.
Vraag dus degenen die rekening houden."
_
Hij (Allah) zal zeggen: "Gij bleeft een korte tijd, hadt gij het maar
geweten."
_
Dacht gij, dat Wij u tevergeefs schiepen en dat gij niet tot Ons zult
worden teruggebracht?
_
Verheven is Allah, de ware Koning. Er is geen God behalve Hij, de Heer
van de aanzienlijke Troon.
_
En diegene die naast Allah een andere god aanroept heeft daar geen
bewijs voor: en de vergelding ervan berust bij zijn Heer. Voorzeker de
ongelovigen slagen nooit!
_
En zeg: "O mijn Heer, vergeef en wees Barmhartig, want Gij zijt de
Barmhartigste der barmhartigen."
_
Dit is een hoofdstuk, dat Wij hebben geopenbaard en verplichtend gesteld
en Wij hebben er duidelijke tekenen in nedergezonden opdat gij er lering
uit moogt trekken.
_
Geselt iedere echtbreekster en echtbreker met honderd slagen. En laat
medelijden met hen u van de gehoorzaamheid aan Allah niet afhouden
indien gij in Allah en de Laatste Dag gelooft. En laat een groep
gelovigen getuige zijn van hun bestraffing.
_
De echtbreker zal alleen een echtbreekster of een afgodendienares huwen,
en met de echtbreekster zal alleen een echtbreker of een afgodendienaar
huwen. En dit is de gelovigen verboden.
_
En zij, die kuise vrouwen beschuldigen en geen vier getuigen brengen -
geselt hen met tachtig slagen en aanvaardt hun getuigenis nooit meer,
want dezen zijn overtreders.
_
Met uitzondering van hen die daarna berouw tonen en zich verbeteren;
waarlijk, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
En betreffende degenen die hun vrouwen beschuldigen en die buiten zich
geen getuigen hebben, - laat ieder hunner vier maal in de naam van Allah
zweren dat hij voorzeker de waarheid spreekt.
_
En de vijfde maal zal hij zeggen: dat Allah's vloek op hem ruste als hij
tot de leugenaars behoort.
_
Maar het zal de straf van haar afwenden indien zij viermaal in de naam
van Allah getuigt en zegt, dat hij tot de leugenaars behoort.
_
En de vijfde maal zal zij zeggen: dat de toorn van Allah over haar zij
als hij (haar man) de waarheid spreekt.
_
En ware het niet door Allah's genade en Zijn barmhartigheid voor u (dan
waart gij verloren gegaan). Voorzeker Allah is Berouwaanvaardend, Alwijs.
_
Waarlijk, zij die de lastering voortbrachten waren een grote groep uit
uw midden; beschouwt dit niet als een kwaad voor u - integendeel het is
goed voor u. Elk hunner zal de straf voor de zonde die hij heeft begaan,
ontvangen en hij, die onder hen het voornaamste deel ervan op zich nam
zal een grotere straf ontvangen.
_
Waarom dachten de gelovige mannen en vrouwen, toen zij dit hoorden geen
goed over hun eigen mensen en zeiden: "Dit is een openlijke lastering?"
_
Waarom brachten zij geen vier getuigen (om dit te bewijzen)? Daar zij
geen getuigen hebben medegebracht zijn zij in de ogen van Allah leugenaars.
_
En ware het niet door Allah's genade en Zijn barmhartigheid jegens u in
deze wereld en in het Hiernamaals, zo zou u wegens hetgeen gij hebt
begaan, een grote straf hebben getroffen.
_
Toen gij het van elkander hoordet en gij zeidet, waarvan gij geen kennis
bezat, dacht gij dat het onbeduidend was, terwijl het in de ogen van
Allah belangrijk was.
_
Waarom hebt gij niet gezegd toen gij het hoordet: "Het betaamt ons niet
om erover te spreken. Heilig zijt Gij, dit is een grote lastering!"
_
Allah waarschuwt u om nooit tot iets dergelijks terug te vallen indien
gij gelovigen zijt.
_
En Allah legt u de geboden uit; Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Zij die graag willen dat onbetamelijkheid zich onder de gelovigen moge
verspreiden, zullen in deze wereld en in het Hiernamaals een pijnlijke
straf ondergaan. Allah weet, en gij weet niet.
_
En ware het niet door Allah's genade en Zijn barmhartigheid voor u en
dat Allah Liefderijk en Genadevol is, (dan zoudt gij verloren zijn gegaan).
_
O gij die gelooft, volgt de voetstappen van Satan niet. Wie de
voetstappen van Satan volgt die zal hij zeker onzedelijkheid en boosheid
beyelen. En ware het niet door Allah's genade en Zijn barmhartigheid
voor u geweest, dan zou niemand uwer ooit rein zijn geworden, maar Allah
reinigt wie Hij wil. Allah is Alhorend, Alwetend.
_
En laat hen, die rijkdommen en overvloed onder u bezitten niet ophouden
te geven aan verwanten en behoeftigen en hun die hun huizen terwille van
Allah hebben verlaten. Laten zij vergeven en over het hoofd zien. Wenst
gij niet dat Allah u zou vergeven? Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Zij die kuise, gelovige vrouwen, die geen kwaad kennen, belasteren, zijn
in deze wereld en in het Hiernamaals vervloekt. Voor hen is er een grote
kastijding.
_
Op de Dag waarop hun tong, hun handen en hun voeten tegen hen zullen
getuigen over hetgeen zij hebben bedreven.
_
Op die Dag zal Allah hun de hun toekomende vergelding ten volle geven,
en zij zullen weten dat alleen Allah de duidelijke Waarheid is.
_
Slechte vrouwen zijn voor de slechte mannen, en de slechte mannen zijn
voor de slechte vrouwen. En goede vrouwen zijn voor de goede mannen en
de goede mannen zijn voor de goede vrouwen, dezen hebben niets
uitstaande met hetgeen anderen zeggen. Er is voor hen vergiffenis en een
eerbare voorziening.
_
O gij die gelooft, gaat geen andere huizen dan de uwe binnen zonder de
bewoners er van te waarschuwen en te begroeten. Dat is beter voor u,
opdat gij er lering uit zult trekken.
_
En indien gij niemand daarin vindt, gaat ze niet binnen voordat gij
toestemming krijgt. En als er tot u wordt gezegd: "Gaat terug," gaat dan
terug want dit is voegzamer voor u. Allah is op de hoogte van hetgeen
gij doet.
_
Het is voor u geen zonde indien gij onbewoonde huizen, waarin uw
goederen staan, binnengaat. Allah weet wat gij openlijk doet en wat gij
verbergt.
_
Zeg tot de gelovige mannen dat zij hun ogen neergeslagen houden en dat
zij hun passies beheersen. Dat is reiner voor hen. Voorzeker, Allah is
wel op de hoogte van hetgeen zij doen.
_
En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij ook haar ogen neergeslagen houden
en hun passies beheersen, en dat zij haar schoonheid niet tonen dan
hetgeen ervan zichtbaar moet zijn, en dat zij haar hoofddoeken over haar
boezem laten hangen, en dat zij haar schoonheid niet tonen behalve aan
haar echtgenoot of haar vader of de vader van haar echtgenoot, of haar
zonen of de zonen van haar echtgenoot, of haar broeders, of de zonen van
haar broeders, of de zonen van haar zusters of haar vrouwen, of haar
slaven, of zulke mannelijke bedienden die geen geslachtsdrang hebben, of
de jonge kinderen die van de naaktheid van een vrouw niets afweten. En
laat haar niet met haar voeten slaan, opdat hetgeen zij van haar
schoonheid bedekken openbaar moge worden. En wendt u allen tezamen tot
Allah, o gelovigen, opdat gij moogt slagen.
_
En huwt uw weduwen en de deugdzamen onder uw mannelijke of vrouwelijke
slaven. Indien zij arm zijn, zal Allah hen uit Zijn overvloed verrijken,
want Allah is milddadig, Alwetend.
_
En laat degenen, die geen mogelijkheid tot trouwen vinden, zich kuis
houden totdat Allah hen uit Zijn overvloed verrijkt. En de slaven die
een acte van vrijmaking wensen, voorziet hen daarvan indien gij enig
goed in hen ziet; en geeft hun van de rijkdommen van Allah, die Hij u
heeft geschonken. En dwingt uw slavinnen, terwijl zij kuis wensen te
zijn, niet tot ontucht om de goederen van het tegenwoordige leven te
zoeken. Maar indien iemand haar dwingt, dan zal Allah na die dwang (voor
haar) Vergevensgezind, Barmhartig zijn.
_
En Wij hebben duidelijke tekenen tot u nedergezonden, en de voorbeelden
van hen die vóór u zijn geweest en een raadgeving voor de godvrezenden.
_
Allah is het Licht van de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn
Licht is als een nis waarin een lamp staat. De lamp is door een glas
omsloten; het glas is als een schitterende ster. Het wordt, aangestoken
met olie van een gezegende boom, een olijfboom, die van het Oosten noch
van het Westen is, welks olie bijna zou lichten, zelfs al raakte vuur
haar niet. Licht op Licht. Allah leidt tot Zijn Licht wie Hij wil. -
Allah geeft gelijkenissen voor de mensen; Allah heeft kennis van alle
dingen.
_
In huizen waaromtrent Allah heeft verordent dat zij zullen verrijzen,
waarin Zijn naam zal worden herdacht, daarin verheerlijken Hem 's
morgens en 's avonds,
_
Mensen die noch door handel noch door zaken achteloos worden om Allah te
gedenken, het gebed te houden en de Zakaat te betalen, zij vrezen de Dag
waarop harten en ogen zich zullen afwenden.
_
Opdat Allah hen voor de beste hunner daden moge belonen en hun ruim moge
bedelen uit Zijn overvloed. Allah geeft zonder maat aan wie Hij wil.
_
Maar de daden der ongelovigen zijn als een luchtspiegeling op een
vlakte. De dorstige denkt dat het water is, wanneer hij er bij komt
ontdekt hij echter dat het niets is. Maar hij vindt Allah in zijn
nabijheid, Die hem zijn rekening ten volle vereffent; en Allah is snel
in het afrekenen.
_
Of als duisternis in een diepe zee, bedekt door golf boven golf
waarboven wolken zijn: duisternis boven duisternis. Wanneer men zijn
hand uitstrekt kan men haar bijna niet zien; en hij, wie Allah geen
licht geeft, voor hem is er geen licht.
_
Ziet gij niet, dat alles in de hemelen en op aarde, ook de vogels met
hun uitgespreide vleugels Allah verheerlijken? Een ieder kent zijn eigen
bidden en lofzang. En Allah weet goed wat zij doen.
_
Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde en tot Allah
is de terugkeer.
_
Hebt gij niet gezien dat Allah de wolken voortdrijft, ze dan verzamelt
en daarna ophoopt zodat gij regen uit hun midden ziet voortkomen? En Hij
zendt van de hemel neder (wolken als) bergen waarin zich hagel bevindt
en Hij treft daarmee wie Hij wil en wendt het af van wie Hij wil. De
glans van de bliksem neemt het gezicht bijna weg.
_
Allah wisselt dag en nacht af. Daarin is zeker een les voor degenen die
ogen hebben.
_
En Allah heeft elk dier uit water geschapen. Sommigen hiervan gaan op
hun buik, anderen op twee poten en nog anderen op vier poten. Allah
schept wat Hij wil. Voorzeker Allah heeft macht over alle dingen.
_
Wij hebben duidelijke tekenen nedergezonden. En Allah leidt naar het
rechte pad wie Hij wil.
_
En zii zeggen: "Wij geloven in Allah en in de boodschapper en wij
gehoorzamen." Maar daarna wenden sommigen hunner zich af. En dezen zijn
geen gelovigen.
_
En wanneer zij tot Allah en Zijn boodschapper worden geroepen opdat hij
over hen moge recht spreken, ziet! een deel hunner wendt zich af.
_
Maar indien het recht aan hun zijde was, dan zouden zij ijlings naar hem
toe komen.
_
Is er een ziekte in hun hart? Of twijfelen zij, of vrezen zij dat Allah
en Zijn boodschapper onrechtvaardig jegens hen zullen zijn? Neen, zij
zijn zelf de onrechtvaardigen.
_
Wanneer de gelovigen tot Allah en Zijn boodschapper worden geroepen
opdat Hij over hen moge recht spreken, zeggen zij slechts: "Wij horen en
wij gehoorzamen." Dezen zijn het die zullen slagen.
_
En wie Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt en Allah vreest en
godvruchtig is jegens Hem, dezulken zullen slagen.
_
En zij zweren hun plechtigste eden bij Allah; dat zij indien gij hen
beveelt, zeker zullen oprukken. Zeg: "Zweert niet: (maar) werkelijke
gehoorzaamheid (is nodig)." Voorzeker Allah is goed op de hoogte van
hetgeen gij doet.
_
Zeg: "Gehoorzaamt Allah en gehoorzaamt de boodschapper. Maar indien gij
u afwendt is hij slechts verantwoordelijk voor datgene waarmee hij is
belast, en gij zijt slechts verantwoordelijk voor datgene waarmee gij
zijt belast. En indien gij hem gehoorzaamt, zult gij geleid worden. En
de plicht van de boodschapper is slechts de duidelijke verkondiging.
_
Allah heeft aan degenen onder u die geloven en goede werken verrichten
beloofd, dat Hij hen voorzeker tot stedehouders op aarde zal stellen,
zoals Hij degenen die vóór hen waren tot stedehouders maakte en dat Hij
de godsdienst, die Hij voor hen heeft gekozen, zeker zal bevestigen, en
dat Hij hun na hun vrees, vrede en veiligheid zal geven; Mij zullen zij
aanbidden en niets met Mij vereenzelvigen. Maar wie daarna het geloof
verwerpen, zullen overtreders zijn.
_
En houdt het gebed en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt de boodschapper,
opdat gij barmhartigheid moogt ontvangen.
_
Denkt niet, dat degenen die niet geloven, op aarde kunnen ontsnappen,
hun tehuis is de hel, en deze is inderdaad een slechte toevlucht.
_
O gij die gelooft, laten uw slaven en degenen uwer die de
geslachtsrijpheid nog niet hebben bereikt driemaal uw toestemming vragen
(bij u te mogen komen), vóór het morgengebed, wanneer gij wegens de
middaghitte u van uw klederen ontdoet, en na het avondgebed. Drie
privé-tijden voor u. Op andere tijden is het noch voor u, noch voor hen
hinderlijk, want sommigen uwer moeten met anderen omgaan; aldus maakt
Allah u de geboden duidelijk; Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En wanneer de kinderen onder u geslachtsrijpheid bereiken, moeten ook
zij verlof vragen evenals ouderen dan zij om toestemming vragen. Zo
maakt Allah u Zijn geboden duidelijk; Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Bejaarde vrouwen die geen hoop op het huwelijk koesteren - op haar rust
geen schuld als zij zonder haar schoonheid te tonen, zich van
kledingstukken ontdoen. Maar als zij zich inhouden is dit beter voor
haar. Allah is Alhorend, Alwetend.
_
Het doet de blinden, de lammen, de zieken of uzelven geen kwaad, dat gij
in uw eigen huizen eet of in de huizen van uw broeders, of in de huizen
van uw zusters, of in de huizen van uw vaders broeders, of in de huizen
van uw vaders zusters, of in de huizen van uw moeders broeders, of in de
huizen van uw moeders zusters, of in dat huis waarvan gij de sleutel in
uw bezit hebt, of in het huis van een uwer vrienden. Het doet u geen
kwaad of gij tezamen of afzonderlijk eet. Wanneer gij de huizen betreedt
groet dan elkander met een groet van uw Heer, die vol van zegen en
reinheid is. Zo maakt Allah u de geboden duidelijk, opdat gij het moogt
begrijpen.
_
Zij alleen zijn gelovigen die in Allah en Zijn boodschapper geloven, en
die, wanneer zij wegens iets dat voor allen belangrijk is, bij hem (de
profeet) zijn, zich niet verwijderen voordat zij hem om toestemming
hebben gevraagd. Zij die u om verlof vragen zijn degenen die werkelijk
in Allah en Zijn boodschapper geloven. Wanneer zij daarom uw toestemming
vragen terwille van hun zaken, geef dan toestemming aan wie hunner gij
wilt en vraag voor hen vergiffenis van Allah, voorzeker, Allah is
Vergevensgezind, Barmhartig.
_
Behandelt de uitnodiging van de boodschapper onder u niet zoals gij de
uitnodiging van elkander behandelt. Allah kent degenen uwer die
wegsluipen en zich verbergen. Laat daarom degenen die tegen Zijn gebod
ingaan, zich in acht nemen opdat hen geen rampspoed overkome of een
pijnlijke straf hen achterhale.
_
Luistert! aan Allah behoort wat in de hemelen en op aarde is. Hij kent
uw toestand goed. En de Dag waarop zij tot Hem zullen worden
teruggebracht, zal Hij hen onderrichten over hetgeen zij deden. Waarlijk
Allah heeft kennis van alle dingen.
_
Gezegend is Hij, die de Forqaan (het onderscheid) aan Zijn dienaar heeft
neder gezonden, opdat hij een waarschuwer moge zijn voor alle volkeren.
_
Aan Wie het Koninkrijk der hemelen en der aarde toebehoort, Hij heeft
zich geen zoon genomen noch heeft Hij een mededinger in Zijn Koninkrijk,
Hij heeft alles geschapen, en het de juiste maat gegeven.
_
Toch hebben zij (de mensen) naast Hem goden genomen die niets kunnen
scheppen, doch zelf geschapen zijn, en die geen macht hebben om zichzelf
goed of kwaad te doen, noch macht hebben over dood, leven of opstanding.
_
De ongelovigen zeggen: "Dit is niets dan een leugen, die hij (de
Profeet) verzonnen heeft en andere mensen hebben hem er bij geholpen."
Maar zij uiten daarmee onrechtvaardigheid en leugen.
_
En zij zeggen: "Dit zijn fabelen der ouden; hij heeft ze laten
neerschrijven en zij worden hem 's morgens en 's avonds voorgezegd."
_
Zeg: "Hij, Die de geheimen der hemelen en der aarde kent, heeft het
nedergezonden. Waarlijk, Hij is Vergevensgezind, Genadevol."
_
En zij zeggen: "Wat voor boodschapper is deze die voedsel gebruikt en op
straat wandelt? Waarom is geen engel tot hem nedergezonden om met hem
een waarschuwer te zijn?
_
Ofwel een schat had tot hem nedergeworpen moeten worden of hij had een
tuin moeten hebben om (de vruchten) er van te eten." En de
onrechtvaardigen zeggen: "Gij volgt slechts een betoverd man!"
_
Zie, wat voor verhalen zij over u doen, zij zijn verdwaald en kunnen de
rechte weg niet vinden.
_
Gezegend is Hij Die, indien Hij het wil u iets beters dan dat alles zal
schenken - tuinen, waar doorheen rivieren stromen, en ook paleizen.
_
Neen, zij verloochenen het Uur en voor degenen die dat Uur verloochenen
hebben Wij een laaiend Vuur bereid.
_
Wanneer de hel hen vanuit de verte zal zien, zullen zij het woeden en
razen horen.
_
En wanneer zij, aan elkander geketend, op een kleine ruimte daarvan
zullen worden geworpen, zullen zij daar om vernietiging roepen.
_
"Roept niet éénmaal om vernietiging doch roept er keer op keer om."
_
Zeg: "Is dit beter of de tuin der eeuwigheid die de rechtvaardigen is
beloofd? Deze zal hun loon en hun toevlucht zijn."
_
Zij zullen er alles in ontvangen waar zij naar verlangen en zij zullen
er blijvend vertoeven. Dit is een belofte van uw Heer waar om gevraagd
mag worden.
_
En de Dag waarop Hij de ongelovigen en degenen die zij naast Allah
aanbidden zal verzamelen, zal Hij vragen: "Waart gij het, die deze mijn
dienaren deedt dwalen, of dwaalden zij zelf van het rechte pad af?"
_
Zij zullen antwoorden: "Ere zij U; Het betaamde ons niet andere
beschermers dan U te nemen, maar Gij hebt hen en hun vaderen doen
genieten totdat zij de aanmaning vergaten en een verloren volk werden."
_
Zo hebben dezen wat gij zegt, verloochend, zodat gij de straf niet kunt
afwenden of hen helpen. En wie onder u onrechtvaardig is, Wij zullen hem
een zware straf doen ondergaan.
_
En Wij zonden nooit boodschappers vóór u, of zij gebruikten voedsel en
liepen op straat. En Wij gebruiken sommigen uwer tot een beproeving voor
anderen. Zult gij geduldig zijn? Want uw Heer is Alziende.
_
Zij die Onze ontmoeting niet verwachten zeggen: "Waarom zijn geen
engelen tot ons nedergezonden? of waarom kunnen wij onze Heer niet
zien?" Voorzeker, zij schatten zich te hoog en zijn de perken ver te
buiten gegaan.
_
De Dag waarop zij de engelen zullen zien, zal er geen goed nieuws zijn
voor de schuldigen; dan zullen zij zeggen: "Ware er slechts een grote
afscheiding (tussen ons)."
_
En Wij zullen ons tot hun werken wenden en zullen deze als stof verstrooien.
_
De bewoners van het paradijs zullen op die Dag er beter aan toe zijn
betreffende het tehuis, en beter betreffende de rustplaats.
_
En de Dag waarop de hemel met de wolken zal worden gespleten en de
engelen worden nedergezonden in grote aantallen;
_
Het ware Koninkrijk zal op die Dag aan de Genadevolle behoren, maar het
zal voor de ongelovigeneen moeilijke Dag zijn.
_
De Dag waarop de onrechtvaardige op zijn handen zal bijten zal hij
zeggen: "O, had ik de weg met de boodschapper maar gevolgd.
_
O. wee! Had ik nooit zo iemand als vriend genomen.
_
Hij deed mij van de herinnering afdwalen nadat zij tot mij was gekomen."
En Satan laat de mens in de steek.
_
En de boodschapper zal zeggen: "O, mijn Heer, mijn volk heeft deze Koran
verzaakt!"
_
Zo maken Wij voor elke profeet een vijand van onder de zondaren; uw Heer
is voldoende als Leider en Helper.
_
En de ongelovigen zeggen: "Waarom werd de Koran niet ineens aan hem
geopenbaard?" Zo is het, opdat Wij daarmee uw hart mogen versterken. En
Wij hebben hem duidelijk en geleidelijk uiteengezet.
_
En zij stellen u geen vraag of Wij geven u de waarheid en een
uitmuntende uitleg.
_
Zij die vernederd naar de hel zullen worden gebracht, verkeren in een
slechte toestand, en zij zijn het meest van het rechte pad afgedwaald.
_
Wij gaven Mozes het Boek (der Wet) en stelden zijn broeder Aäron tot
helper aan.
_
En Wij zeiden: "Gaat samen naar het volk dat Onze Tekenen verloochent."
Daarna vernietigden Wij hen.
_
En het volk van Noach: toen dit de boodschappers verloochende,
verdronken Wij het en Wij maakten het tot een teken voor het mensdom. En
Wij hebben een pijnlijke straf voor de onrechtvaardigen bereid.
_
En herinnert u Aad en Samoed en het volk van de Bron en vele andere
geslachten tussen hen.
_
Wij gaven aan ieder hunner allerlei voorbeelden en Wij vernietigden allen.
_
En zij komen voorzeker de stad voorbij, waarop een boze regen was
gevallen. Zien zij die (plaats) dan niet? Neen, zij verwachten de
Opstanding niet.
_
Wanneer zij u zien maken zij u slechts tot een bespotting. "Is hij het,
die Allah als boodschapper heeft gezonden?
_
Hij had ons inderdaad bijna van onze Goden doen afdwalen, als wij jegens
hen niet standvastig waren gebleven." Maar zij zullen weldra te weten
komen, wanneer zij de straf zullen aanschouwen, wie het meest afgedwaald
is van het rechte pad.
_
Hebt gij hem gezien, die zijn eigen begeerte als zijn God aanneemt? Wilt
gij dan een beschermer over hem zijn?
_
Denkt gij dat de meesten hunner horen of begrijpen? Zij zijn slechts als
vee - neen, zij zijn verder afgedwaald.
_
Hebt gij niet gezien hoe uw Heer de schaduw verlengt? - En indien Hij
het had gewild, kon Hij haar onbeweeglijk hebben gemaakt - Dan hebben
Wij de zon tot een leider er van gemaakt.
_
Daarna trekken Wij haar langzaam tot Ons terug.
_
En Hij is het, Die de nacht tot een bedekking voor u heeft gemaakt en de
slaap voor rust, en de dag voor het opstaan.
_
En Hij is het, Die de winden als blijde aankondiging voor Zijn
barmhartigheid uitzendt en Wij zenden zuiver water uit de wolken neer.
_
Opdat Wij daarmee leven mogen schenken aan een dor land, en het ook als
drank geven aan Onze schepping - aan vee en mensen in grote getale.
_
En Wij herhalen dit voor hen opdat zij er lering uit mogen trekken, maar
de meeste mensen weigeren alles, behalve ondankbaarheid.
_
Als Wij het hadden gewild konden Wij zeker in elke stad een waarschuwer
hebben verwekt.
_
Dus volg de ongelovigen niet, en voer met (de Koran) een grote strijd
tegen hen.
_
En Hij is het die twee wateren heeft doen stromen, het ene zoet en het
andere zout, en tussen hen heeft Hij een afscheiding en een versperring
geplaatst.
_
En Hij is het Die de mens uit water heeft geschapen en heeft hem
verwanten gegeven door afstamming en huwelijk; uw Heer is Almachtig.
_
Toch aanbidden zij naast Allah datgene dat hen helpen noch schaden kan.
De ongelovige is een helper tegen zijn Heer.
_
En Wij hebben u slechts als drager van blijde tijdingen en als
waarschuwer gezonden.
_
Zeg: "Ik vraag van u geen vergoeding er voor, behalve dat hij, die dit
wil, de weg naar zijn Heer moge inslaan.
_
En stel uw vertrouwen in de Levende, Die niet sterft, en verheerlijk Hem
met de lof die Hem toekomt. Hij is goed op de hoogte met de zonden van
Zijn dienaren.
_
Hij, Die de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is, in zes dagen
schiep, zette Zich dan op de Troon. Hij is de Barmhartige. Vraag dus
iemand die meer over Hem weet.
_
En wanneer er tot de ongelovigen wordt gezegd: "Werpt u neder voor de
Barmhartige," zeggen zij: "En wie is de Barmhartige? Zullen wij ons
nederwerpen voor degene die gij ons gelast?" En dit vermeerdert slechts
hun afkeer.
_
Gezegend is Hij, Die de sterren, de stralende zon en de glanzende maan
aan de hemel heeft geplaatst.
_
En Hij is het Die de nacht en de dag heeft ingesteld die elkander
opvolgen; dit is voor hen die er lering uit willen trekken, of hun
dankbaarheid betonen.
_
En de dienaren van de Barmhartige zijn zij, die zachtmoedig op aarde
wandelen en als de onwetenden hen aanspreken, zeggen zij: "Vrede".
_
En zij, die de nacht doorbrengen zich voor hun Heer ter aarde werpende
en voor Hem staande.
_
Terwijl zij zeggen:"Onze Heer, wend de straf der hel van ons af want de
straf daarvan is een voortdurende kwelling."
_
Zij is inderdaad slecht als rustplaats en als tehuis.
_
En zij, die, als zij iets besteden, noch spilzuchtig noch vrekkig zijn,
maar evenwichtig blijven tussen beide in.
_
En zij die geen andere goden naast Allah aanroepen noch iemand doden,
wat Allah heeft verboden, tenzij met recht, noch overspel plegen; en hij
die dat doet zal een straf ondergaan.
_
De straf zal hem verdubbeld worden op de Dag der Opstanding, en hij zal
daar vernederd in vertoeven.
_
Met uitzondering van hen die berouw hebben en geloven en goede daden
doen, voor dezulken zal Allah de slechte daden in goede daden
veranderen, want Allah is Vergevensgezind, Barmhartig!
_
En hij die berouw heeft, en het goede doet, wendt zich voorzeker
berouwvol tot Allah.
_
En zij, die niet leugenachtig getuigen en als zi; iets ijdels
voorbijgaan, er edelmoedig aan voorbijgaan.
_
En zij, die, wanneer zij door tekenen van hun Heer gewaarschuwd worden,
daarbij niet doof en blind nedervallen.
_
En zij die zeggen: "Onze Heer, maak onze echtgenoten en kinderen tot
troost der ogen, en maak ons tot voorbeeld voor de godvruchtigen."
_
Dit zijn diegenen die beloond zullen worden met de hoogste plaats (in
het paradijs) - omdat zij standvastig waren - waar zij zullen worden
ontvangen met begroeting en vrede.
_
Daarin zullen zij verblijven; uitstekend is dit als verblijf en als
rustplaats.
_
Zeg: "Mijn Heer zou niets om U geven als gij niet bidt. Gij hebt de
waarheid verloochend en weldra zal de straf (u) worden opgelegd."
_
Taa Sien Miem.
_
Dit zijn de verzen van het duidelijke Boek.
_
Wellicht zult gij ten dode toe treuren omdat zij niet geloven.
_
Als Wij het willen, kunnen Wij hun een teken van de hemel nederzenden,
zodat hun hoofd er zich voor zal nederbuigen.
_
Maar er komt van de Barmhartige geen nieuwe vermaning tot hen of zij
wenden zich er van af.
_
Voorzeker zij hebben dit verloochend, maar weldra zullen de tijdingen
hun bereiken van hetgeen zij bespotten.
_
Zien zij niet op aarde - hoeveel voortreffelijke soorten Wij daarop
hebben doen groeien?
_
Daarin is inderdaad een teken; maar de meesten onder hen willen niet
geloven.
_
En voorzeker uw Heer is de Machtige, de Genadige.
_
Toen uw Heer tot Mozes riep: "Ga naar het onrechtvaardige volk,
_
Het volk van Pharao. Zullen zij (Mij) niet vrezen?"
_
Zeide hij: "Mijn Heer, ik vrees, dat zij mij zullen verloochenen;
_
En mijn boezem vernauwt zich en mijn tong is niet welsprekend; zend
daarom (bericht) aan Aäron (om mij te helpen).
_
Bovendien hebben zij een aanklacht van misdaad tegen mij, dus vrees ik
dat zij mij zullen doden."
_
Hij (God) zeide: "In geen geval, gaat dan met Onze tekenen; Wij zijn met
u en zullen horen.
_
"Gaat dus naar Pharao en zegt: 'Wij zijn de boodschappers van de Heer
der Werelden.
_
Laat de kinderen Israëls met ons meegaan'."
_
Hij (Pharao) zeide: "Voedden wij u niet onder ons op toen gij een kind
waart? En gij bleeft onder ons vele jaren van uw leven.
_
En gij weet wat gij deedt, terwijl gij ondankbaar waart."
_
Hij (Mozes) zeide: "Ik deed dit, toen ik nog tot de dwalenden behoorde."
_
"Daarom vluchtte ik van u omdat ik u vreesde; maar mijn Heer heeft mij
wijsheid geschonken en mij tot een boodschapper gemaakt.
_
Is dit de gunst die gij mij in herinnering brengt, dat gij de kinderen
van Israël tot slaven hebt gemaakt?"
_
Pharao zeide: "En wie is de Heer der Werelden?"
_
Mozes antwoordde: "De Heer der hemelen en der aarde en van alles wat er
tussen is, als gij het wilt geloven."
_
Pharao zeide tot degenen die om hem heen waren: "Hoort gij het niet?"
_
Mozes zeide: "Uw Heer, en de Heer uwer voorvaderen."
_
Pharao zeide: "Waarlijk, de boodschapper die tot u is gezonden, is
krankzinnig."
_
Mozes zeide: "Hij is de Heer van het Oosten en van het Westen en van
alles wat daar tussen is, indien gij wilt begrijpen."
_
Pharao zeide tot hem: "Indien gij een andere God aanneemt dan mij zal ik
u zeker in de gevangenis werpen."
_
Mozes antwoordde: "Ofschoon ik u een duidelijk teken breng?"
_
Pharao zeide: "Breng het dan als gij tot de waarachtigen behoort."
_
Daarop wierp Mozes zijn staf neder, en ziet! deze werd een zichtbare slang.
_
En hij strekte zijn hand uit, en ziet! zij was wit voor de toeschouwers.
_
Pharao zeide tot de vooraanstaanden om zich heen: "Dit is inderdaad een
bedreven tovenaar.
_
Hij wenst u uit uw land te verdrijven door zijn tovenarij. Wat raadt gij
mij dan aan?"
_
Zij zeiden: "Geef hem en zijn broeder uitstel en zend aankondigers naar
de steden.
_
Die u iedere bedreven tovenaar zullen brengen."
_
Dus werden de tovenaars verzameld op de bepaalde tijd op een
vastgestelde dag.
_
En er werd tot het volk gezegd: "Wilt gij u ook verzamelen,
_
Opdat wij de tovenaars mogen volgen als zij overwinnaars zijn?"
_
En toen de tovenaars kwamen, vroegen zij aan Pharao, "Zal er een
beloning voor ons zijn als wij de overwinnaars worden?"
_
Hij antwoordde: "Ja zeker, bovendien zult gij tot de gunstelingen behoren."
_
Mozes zeide tot hen: "Werpt neder hetgeen gij te werpen hebt."
_
Toen gooiden zij hun touwen en hun roeden, en zeiden: "Bij de macht van
Pharao, wij zullen de overhand krijgen."
_
Daarna wierp Mozes zijn staf neder en ziet! deze slokte alles wat zij
hadden gemaakt op.
_
Daarop wierpen de tovenaars zich op de grond neder.
_
En riepen uit: "Wij geloven in de Heer der Werelden,
_
De Heer van Mozes en Aäron."
_
Pharao zeide tot hen: "Gelooft gij in hem voordat ik u toestemming geef?
Hij is zeker uw leider die u tovenarij heeft onderwezen. Maar gij zult
het weldra te weten komen. Ik zal zeker uw handen en uw voeten van links
en rechts afhakken, en u allen doen kruisigen."
_
Zij antwoordden: "Dat geeft niet; wij zullen voorzeker tot onze Heer
terugkeren.
_
Wij hopen dat onze Heer ons onze zonden zal vergeven, want wij zijn de
eersten der gelovigen."
_
En Wij openbaarden aan Mozes, zeggende: "Neemt Mijn dienaren mede in de
nacht, want gij zult worden achtervolgd."
_
En Pharao zond herauten naar de steden, zeggende,
_
"Dit is slechts een kleine groep,
_
Toch hebben zij ons vertoornd;
_
En wij zijn een ten volle bewapende menigte."
_
Daarom verbanden Wij hen uit hun tuinen en bronnen,
_
En schatten en voortreffelijke woning.
_
Zo geschiedde het; en Wij gaven die als een erfenis aan de kinderen van
Israël."
_
En zij (Egyptenaren) vervolgden hen bij zonsopgang;
_
En toen de twee scharen elkander zagen, zeiden de metgezellen van Mozes:
"Wij worden zeker ingehaald."
_
"In geen geval!" zeide hij. "Mijn Heer is met mij. Hij zal mij leiden."
_
Toen openbaarden Wij aan Mozes: "Tref de zee met uw staf." Waarop zij
vaneen week en elk gedeelte was als een grote berg.
_
En Wij lieten de anderen naderbij komen.
_
En Wij redden Mozes en allen die met hem waren.
_
Daarna verdronken Wij de anderen.
_
Hierin is zeker een teken maar de meesten onder hen willen niet geloven.
_
Voorwaar, uw Heer is de Almachtige, de Genadevolle.
_
En verkondig aan het volk het verhaal van Abraham.
_
Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: "Wat aanbidt gij?"
_
Zeiden zij: "Wij aanbidden (onze) goden en wij zullen hun toegewijd
blijven."
_
Hij zeide: "Horen zij u als gij hen aanroept?
_
Baten of schaden zij u?"
_
Zij antwoordden: "Maar wij vonden dat onze vaderen hetzelfde deden."
_
Hij zeide: "Ziet gij dan, wat gij aanbidt,
_
Gij en uw voorvaderen?
_
Zij zijn vijanden van mij behalve de Heer der Werelden,
_
Die mij heeft geschapen en Hij is het, Die mij leidt;
_
En Die mij voedsel en drank geeft.
_
En Die mij geneest wanneer ik ziek ben;
_
En Die mij zal doen sterven en daarna weer tot het leven terugroepen.
_
En Die, hoop ik, mij mijn tekortkomingen zal vergeven op de Dag des
Oordeels."
_
"Mijn Heer schenk mij wijsheid en voeg mij bij de rechtvaardigen;
_
En geef mij een goede naam onder de komende geslachten.
_
:En maak mij een der erfgenamen van de Tuin der Zaligheid.
_
En vergeef mijn vader, want hij behoorde tot de dwalenden.
_
En verneder mij niet op de Dag waarop de mensen zullen worden opgewekt,
_
De Dag waarop rijkdom noch kinderen zullen baten.
_
Maar slechts hij, die met een toegewijd hart tot Allah komt, (zal baat
vinden)."
_
En het paradijs zal nabij worden gebracht voor de rechtvaardigen.
_
En de hel zal worden onthuld voor de dwalenden.
_
En er zal tot hen worden gezegd: "Waar zijn zij die gij aanbadt,
_
Naast Allah? Kunnen zij u helpen of zichzelf helpen?"
_
Dan zullen zij hals over kop in (de hel) worden geworpen, zij en de
dwalenden.
_
En de scharen van Iblies, allen tezamen.
_
Terwijl zij daarin onder elkander twisten, zullen zij (tegen de afgoden)
zeggen:
_
"Bij Allah, wij waren klaarblijkelijk in dwaling,
_
Toen wij u gelijk stelden aan de Heer der Werelden.
_
En slechts de schuldigen deden ons dwalen.
_
En wij hebben nu geen bemiddelaar,
_
Noch een boezemvriend.
_
Indien er voor ons een terugkeer (naar de aarde) was, zouden wij tot de
gelovigen behoren."
_
Hierin is waarlijk een teken, maar de meesten onder hen willen het niet
geloven.
_
En voorwaar, uw Heer is de Machtige, de Genadevolle.
_
Het volk van Noach verloochende de boodschappers.
_
Toen hun broeder, Noach, tot hen zeide: "Wilt gij niet (God) vrezen?"
_
"Waarlijk, ik ben voor u een getrouwe boodschapper,
_
Vreest daarom Allah, en gehoorzaamt mij,
_
En ik vraag u er geen beloning voor: Mijn loon is bij de Heer der Werelden.
_
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij."
_
Zij antwoordden: "Zullen wij u geloven terwijl slechts de
onaanzienlijken u volgen?"
_
Hij (Noach) zeide: "En wat weet ik er van wat zij deden?"
_
Hun rekening is alleen bij mijn Heer, als gij het slechts wist!
_
"En ik ga de gelovigen niet verdrijven.
_
Ik ben niets dan een duidelijke waarschuwer."
_
Zij zeiden: "Als gij niet ophoudt, o Noach, zult gij voorzeker worden
gestenigd."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, mijn volk heeft mij verloochend.
_
Oordeel daarom beslissend tussen hen en mij; en red mij en de gelovigen
die met mij zijn."
_
Daarom redden Wij hem en degenen die met hem in de geladen ark waren.
_
Daarna verdronken Wij degenen die achterbleven.
_
Hierin is voorwaar een teken, maar de meesten hunner willen niet geloven.
_
Waarlijk uw Heer is de Machtige, de Genadevolle.
_
De Aad verloochenden de boodschappers,
_
Toen hun broeder Hoed tot hen zeide: "Zult gij niet godvruchtig worden?"
_
"Waarlijk, ik ben tot u een getrouwe boodschapper.
_
Daarom vreest Allah en gehoorzaamt mij.
_
En ik vraag u er geen beloning voor; mijn loon is slechts bij de Heer
der Werelden."
_
"Bouwt gij monumenten op elke hoge plaats om u te vermaken?
_
En bouwt gij kastelen, alsof gij voor eeuwig zult leven?
_
En als gij iemand aangrijpt, grijpt gij hem aan als geweldenaars.
_
Vreest Allah en gehoorzaamt mij.
_
Ja, vreest Hem, Die alles wat gij weet aan u geschonken heeft.
_
Hij heeft u overvloedig vee en kinderen geschonken,
_
En tuinen en bronnen.
_
Ik vrees voor u inderdaad de straf van een grote Dag."
_
Zij antwoordden: "Het is ons hetzelfde of gij predikt of niet.
_
Dit is niets dan een verzinsel der ouden.
_
En wij zullen niet worden gestraft."
_
Daarom verloochenden zij hem en Wij vernietigden hen. Daarin is waarlijk
een teken, maar de meesten hunner willen niet geloven.
_
En voorwaar uw Heer is de Machtige, de Genadevolle.
_
Het geslacht van Samoed verloochende de boodschappers eveneens.
_
Toen hun broeder, Salih, tot hen zeide, "Wilt gij niet godvruchtig worden?
_
Waarlijk ik ben voor u een getrouwe boodschapper.
_
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
_
En ik vraag u er geen beloning voor. Mijn beloning is slechts bij de
Heer der Werelden.
_
Zult gij met rust worden gelaten tussen de dingen die hier zijn,
_
Tussen tuinen en bronnen,
_
En korenvelden en dadelpalmen vol vruchten.
_
En de huizen, welke gij met grote handigheid uit de bergen maakt?
_
Daarom vreest Allah en gehoorzaamt mij.
_
En gehoorzaamt niet aan het bevel der buitensporigen.
_
Die onheil op aarde stichten, en zich niet beteren,"
_
Zeiden zij: "Gij zijt betoverd.
_
Gij zijt slechts een mens zoals wij, toon ons dan een teken, als gij tot
de waarachtigen behoort."
_
Hij (Salih) zeide: "Hier is een kamelin, zij heeft haar beurt om te
drinken en gij hebt uw beurt om te drenken op een vastgestelde tijd.
_
En doe haar geen kwaad anders zal de straf van een grote Dag u achterhalen."
_
Doch zij verlamden haar en daarna hadden zij er spijt van.
_
Maar de straf achterhaalde hen. Voorwaar daarin is een teken maar de
meesten hunner willen niet geloven.
_
Uw Heer is de Machtige, de Genadevolle.
_
Ook het volk van Lot verloochende de boodschappers,
_
Toen hun broeder Lot tot hen zeide: "Wilt gij niet rechtvaardig worden?
_
Waarlijk, ik ben u een getrouwe boodschapper,
_
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
_
En ik vraag u er geen beloning voor. Mijn beloning is slechts bij de
Heer der Werelden."
_
"Nadert gij van alle schepselen de mannen?
_
En verlaat gij uw vrouwen, die uw Heer voor u heeft geschapen? Neen, gij
zijt een volk dat de perken te buiten gaat."
_
Zij zeiden: "Als gij niet ophoudt, o Lot, zult gij zeker worden verbannen."
_
Hij zeide: "Waarlijk, ik veracht uw handelwijze."
_
"Mijn Heer, red mij en mijn familie van hetgeen zij doen."
_
Daarom redden Wij hem en zijn hele gezin.
_
Behalve een oude vrouw die achterbleef.
_
Daarna vernietigden Wij de anderen.
_
En Wij deden een regen op hen regenen, en vreselijk was de regen voor
hen, die waren gewaarschuwd.
_
Daarin is waarlijk een teken maar de meesten hunner willen niet geloven.
_
En voorwaar, uw Heer is de Machtige, de Genadevolle.
_
Het volk van het woud verloochende ook de boodschappers.
_
Toen Shoaib tot hen zeide: "Wilt gij niet godvruchtig worden?
_
Waarlijk, ik ben voor u een getrouwe boodschapper,
_
Daarom vreest Allah en gehoorzaamt mij.
_
En ik vraag u er geen beloning voor. Mijn beloning is slechts bij de
Heer der Werelden.
_
Geeft de volle maat en behoort niet tot hen die minder geven (bedriegers).
_
En weegt met de zuivere weegschaal.
_
En doet de mensen in hetgeen hun toekomt niet te kort, noch handelt
verderfelijk door onheil te stichten op aarde.
_
En vreest Hem, Die u en de vroegere geslachten schiep."
_
Zij zeiden: "Gij zijt slechts betoverd.
_
En gij zijt niets meer dan een man zoals wij en wij denken dat gij tot
de leugenaars behoort.
_
Doe dan stukken van de hemel op ons vallen als gij waarachtig zijt."
_
Hij zeide: "Mijn Heer weet het beste wat gij doet."
_
En zij verloochenden hem. Daarna achterhaalde hen de straf van de dag
der overschaduwing. Dat was waarlijk de straf van een grote dag.
_
Voorwaar, daarin is een teken maar de meesten hunner willen niet geloven.
_
Waarlijk uw Heer is de Almachtige, de Genadevolle.
_
Voorwaar dit Boek is een openbaring van de Heer der Werelden.
_
De Heilige Geest (Gabriël) heeft het nedergebracht.
_
In uw hart, opdat gij de waarschuwer moogt zijn.
_
In duidelijke Arabische taal.
_
En het is zeker in de geschriften der vroegere volkeren (vermeld).
_
Is het geen teken voor hen dat de geleerden onder de kinderen van Israël
het weten?
_
Indien Wij het aan een vreemdeling hadden geopenbaard
_
En hij had het hun voorgelezen, dan zouden zij er nooit in hebben geloofd.
_
Zo hebben Wij het (ongeloof) in de harten der zondaren doen binnendringen.
_
Zij zullen er niet in geloven voordat zij de smartelijke straf zien;
_
Maar deze zal plotseling over hen komen terwijl zij het niet bemerken;
_
En zij zullen zeggen: "Wordt ons geen uitstel gegeven?"
_
Vragen zij dan Onze straf te verhaasten?"
_
Zeg: "Als Wij hun toest,aan jaren te genieten,
_
En hun dan datgene zou overkomen, waaabmede zij werden bedreigd.
_
Zou al hetgeen hun werd geschonken hun toch niet baten.
_
En Wij vernietigden nooit een stad, zonder dat er voor haar een
Waarschuwer was geweest,
_
Om te vermanen. Wij waren nooit onrechtvaardig.
_
De duivelen hebben (de Koran) niet nedergebracht,
_
Noch is het passend voor hen, noch zijn zij in staat, dat te doen.
_
Voorzeker het horen (hiervan) is hun ontnomen.
_
Roep daarom naast Allah geen andere god aan, anders zult gij gestraft
worden.
_
En waarschuw uw naaste familieleden.
_
En wend u met zachtmoedigheid tot de gelovigen die u volgen."
_
Indien zij u dan niet gehoorzamen, zeg: "Ik heb niets uitstaande met
hetgeen gij doet."
_
En stel uw vertrouwen in de Almachtige, de Genadevolle.
_
Die u ziet wanneer gij opstaat.
_
En uw bewegingen onder hen die zich nederwerpen (in aanbidding).
_
Want Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
Zal ik u mededelen op wie de duivelen nederdalen?
_
Zij dalen op elke verstokte leugenaar en zondaar neder.
_
En zij verlenen gehoor aan (geruchten) en velen hunner zijn zelf leugenaars,
_
En de dichters! de dwalenden volgen hen.
_
Hebt gij niet gezien hoe zij in elk dal radeloos rondlopen?
_
En wat zij zeggen doen zij niet.
_
Behalve zij die geloven en goede werken doen, en Allah vaak gedenken, en
zich verdedigen nadat hun onrecht is aangedaan, maar de onrechtvaardigen
zullen weldra weten welke wending hun zaken zullen nemen.
_
Taa Sien. Dit zijn de verzen van de Koran, het duidelijke Boek.
_
Een richtsnoer en goed nieuws voor de gelovigen.
_
Die het gebed houden en de Zakaat betalen, en een vast geloof hebben in
het Hiernamaals.
_
Voorzeker, die niet in het Hiernamaals geloven, hun daden hebben Wij
voor hen schoonschijnend gemaakt, daarom lopen zij blindelings rond.
_
Zij zullen zeker een zware straf krijgen en zij zullen in het
Hiernamaals de grootste verliezers zijn.
_
Voorwaar, aan u wordt de Koran overgedragen door de Alwijze, de Alwetende.
_
Gedenk toen Mozes tot zijn familieleden zeide: "Ik zie een vuur. Ik zal
u daarvan enig bericht brengen of ik breng wat vuur mee opdat gij u
moogt verwarmen."
_
En toen hij er bij kwam, riep een stem hem toe: "Gezegend is hij, die in
het vuur is en gezegend is hij die er dichtbij is, glorie zij Allah, de
Heer der Werelden!
_
O Mozes, Ik ben Allah, de Machtige, de Alwijze.
_
Werp uw staf neder." Maar toen hij de staf zich als een slang zag
bewegen, wendde hij zich af en wilde zich niet omkeren. (En Allah zeide)
"O Mozes, vrees niet, voorwqwaar bij Mij vrezen de boodschappers niet."
_
Noch degene die kwaad doet en daarna het kwade door goed vereffent; want
waarlijk, Ik ben dan Vergevensgezind, Genadevol.
_
En stop uw hand in uw boezem, zij zal zonder enige schade wit te
voorschijn komen. Dit behoort tot de negen tekenen voor Pharao en zijn
volk; want zij zijn een opstandig volk."
_
Maar toen Onze verlichtende tekenen tot hen kwamen, zeiden zij: "Dit is
openbare tovenarij."
_
En zij verwierpen deze onrechtvaardig en aanmatigend terwijl hun zielen
er van overtuigd waren. Ziet, hoe kwaad het einde was van de onruststokers.
_
En Wij gaven kennis aan David en Salomo, en zij zeiden: "Alle eer
behoort aan Allah, Die ons boven vele van Zijn gelovige dienaren heeft
verheven."
_
En Salomo volgde David op en hij zeide: "O gij mensen, ons is de taal
der vogelen onderwezen, en ons werd alles geschonken. Dit is inderdaad
Gods openbare gunst."
_
Er waren legers voor Salomo verzameld van djinn, mensen en vogelen en
zij werden in slagorde opgesteld.
_
Toen zij tot het dal van de mieren kwamen, zei een mier: "O gij mieren,
gaat uw woningen binnen opdat Salomo en zijn scharen u niet verpletteren
zonder dit te bemerken."
_
Daarop glimlachte hij, zich verbazend over haar woorden en hij zeide:
"Mijn Heer, doe mij dankbaar zijn voor Uw gunst, die Gij mij en mijn
ouders hebt bewezen en laat mij het goede doen dat U behaagt en laat mij
door Uw barmhartigheid tot Uw rechtvaardige dienaren behoren."
_
En hij overzag de vogelen, en zeide: "Hoe kan het zijn dat ik de hop
niet zie? Is hij onder de afwezigen?
_
Ik zal hem zeker streng straffen of ik zal hem doden, als hij mij geen
duidelijke uitleg geeft."
_
En hij duurde niet lang, totdat deze kwam en zeide: "Ik heb datgene
gezien wat gij niet weet; en ik heb over Saba betrouwbare inlichtingen
meegebracht.
_
Ik vond een vrouw, die daar regeerde en haar is alles gegeven en zij
heeft een machtige troon.
_
Ik vond, dat zij en haar volk de zon aanbaden in plaats van Allah en
Satan heeft hun werken voor schoonschijnend gemaakt en heeft hun de weg
versperd, zodat zij geen rechte leiding volgen;
_
Zij aanbidden Allah niet, Die hetgeen in de hemelen en op aarde
verborgen is aan het licht brengt en Die weet wat gij verbergt en wat
gij toont."
_
Allah! Er is geen God naast Hem, de Heer van de Grote Troon.
_
Salomo zeide: "Wij zullen zien of gij de waarheid hebt gesproken of dat
gij tot de leugenaars behoort.
_
Ga met deze mijn brief en leg hem voor hen neder, trek u dan van hen
terug, en zie welk antwoord zij terugzenden.''
_
Zij (de Koningin) zeide: "Gij, leiders, er is aan mij een nobele brief
afgeleverd.
_
Hij is van Salomo en luidt: "In naam van Allah, de Barmhartige, de
Genadevolle.
_
Weest niet laatdunkend tegenover mij maar komt tot mij in onderworpenheid."
_
Zij zeide: "Gij leiders, geeft mij raad in de zaak die voor mij ligt, ik
beslis niets totdat gij er mee instemt."
_
Zij antwoordden: "Wij hebben de macht en wij bezitten een grote
dapperheid in de oorlog, maar de zaak is in uw handen; overdenk daarom
wat gij zult bevelen."
_
Zij zeide: "Voorzeker, koningen verwoesten een stad als zij er (met
geweld) binnen trekken en maken de hoogsten van het volk tot de
laagsten. Zo handelen dezen (zeker ook met ons).
_
Maar ik ga hun geschenken sturen en afwachten waarmede de afgevaardigden
terugkeren."
_
Toen de gezant (der koningin) tot Salomo kwam, zeide deze: "Schenkt gij
mij rijkdommen? Maar datgene wat Allah mij geschonken heeft is beter dan
wat Hij u heeft gegeven. Neen, gij verheft u op uw gaven.
_
Gaat tot hen terug, want wij zullen zeker tot hen komen met scharen
waartegen zij geen macht zullen hebben, wij zullen hen met ontering
daaruit (de stad) verdrijven en zij zullen vernederd worden."
_
Hij (Salomo) zeide: "O edelen, welke onder u zal mij een passende troon
voor haar brengen voordat zij onderdanig tot mij komt?"
_
Een dappere van de djinn zeide: "Ik zal deze tot u brengen voordat gij
van uw kamp opstaat en zeker heb ik daar macht over en ik ben betrouwbaar."
_
Iemand, die kennis van het geschrift had zeide: "Ik zal hem tot u
brengen vóór uw bode terugkeert," en toen Salomo de troon naast zich zag
geplaatst, zeide hij: "Dit is bij de gratie van mijn Heer, opdat Hij mij
moge beproeven of ik dankbaar of ondankbaar ben. En wie dankbaar is, is
dankbaar voor het welzijn van zijn eigen ziel, maar wie ondankbaar is,
waarlijk mijn Heer is Zichzelf-genoeg, Geëerd."
_
En hij (Salomo) zeide: "Zorgt dat haar eigen troon haar tegenstaat. Wij
zullen zien of zij de rechte weg volgt of dat zij behoort tot degenen
die van de rechte weg worden afgeleid."
_
En toen zij kwam, werd haar gevraagd: "Is uw troon als deze?" Zij
antwoordde: "Hij is als het ware dezelfde." En ons is voordien kennis
gegeven en wij zijn reeds onderdanig geworden."
_
Hij (Salomo) weerhield haar van het aanbidden van hetgeen zij in plaats
van Allah aanbad; want zij behoorde tot een ongelovig volk.
_
Er werd tot haar gezegd "Ga het paleis binnen." En toen zij het zag,
dacht zij dat het een massa water was, en zij raakte in verwarring. Hij
zeide: "Het is een paleis dat geplaveid is met glas." Zij zeide: "Mijn
Heer, ik heb mijn ziel inderdaad onrecht aangedaan; en ik onderwerp mij
met Salomo aan Allah, de Heer der Werelden."
_
En Wij zonden zeker tot de Samoed hun broeder Salih, die zeide: "Aanbidt
Allah." Maar ziet, zij werden in twee partijen gesplitst die met
elkander twistten.
_
Hij zeide: "O mijn volk, waarom wenst gij het kwade te verhaasten boven
het goede? Waarom vraagt gij geen vergiffenis aan Allah, opdat u
barmhartigheid betoond moge worden?"
_
Zij antwoordden: "Wij voorzien kwaad wegens u en degenen die met u
zijn." Hij zeide: "Uw kwade verwachting is bij Allah. Neen, gij zijt een
volk dat beproefd wordt."
_
En er waren negen personen in de stad die onrust in het land stichtten
en zich niet wilden verbeteren,
_
Zij zeiden: "Zweert tot elkander bij Allah, dat wij zeker Salih en zijn
familie in de nacht zullen aanvallen en daarna zullen wij tot zijn
bloedverwanten zeggen: "Wij waren geen getuigen van de vernietiging van
zijn familie en wij spreken zeker de waarheid."
_
En zij smeedden een plan, en Wij maakten ook een plan (tegen hen) maar
zij bemerkten het niet.
_
Ziet dan hoe het einde van hun plan was; Wij vernietigden hen en hun
volk, allen tezamen.
_
En dit zijn hun ingestorte huizen omdat zij onrechtvaardig waren. Daarin
is voorwaar een teken voor een volk, dat begrijpt.
_
En Wij redden hen die geloofden en godvrezend waren.
_
En Lot, toen hij tot zijn volk zeide: "Begaat gij onzedelijkheid tegen
beter weten in?
_
Nadert gij wellustig de mannen in plaats van de vrouwen? Neen, gij zijt
een onwetend volk."
_
Maar het antwoord van zijn volk was niets anders dan dat zij zeiden:
"Verdrijft Lot's familie uit uw stad want zij zijn mensen, die zich rein
willen houden."
_
Daarom redden Wij hem en zijn familie behalve zijn vrouw; Wij deden haar
tot de achterblijvenden behoren.
_
En Wij deden een regen over hen komen, en vreselijk was de regen voor de
gewaarschuwden.
_
Zeg: "Alle lof behoort aan Allah en vrede zij met Zijn uitverkoren
dienaren. Is Allah beter of wat zij met Hem vereenzelvigen?
_
Hij Die de hemelen en de aarde schiep en water uit de hemelen nederzendt
waarmee Hij prachtige tuinen doet groeien? Gij zoudt hun bomen niet
kunnen doen groeien. Is er een God naast Allah? Neen, zij zijn een volk
dat het spoor bijster is.
_
Hij Die de aarde tot een rustplaats maakte, er rivieren in plaatste en
er hechte bergen op zette en een dam tussen de beide zeeën? Is er een
God naast Allah? Neen, de meesten hunner (willen) het niet weten.
_
Hij Die de wanhopige verhoort als deze Hem aanroept, en het kwade
wegneemt en u opvolgers op aarde maakt? Is er een God naast Allah? Hoe
weinig lering trekt gij er uit!
_
Hij, Die u leidt in het duister van het land en van de zee, en Die u
winden zendt als boodschappers van blijde tijdingen (regen) door Zijn
barmhartigheid? Is er een God naast Allah? Verheven is Allah boven
hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
_
Hij Die de schepping voortbrengt en dat dan herhaalt, en u (voedsel)
voorziet uit de hemel en de aarde? Is er een God naast Allah?" Zeg:
"Geeft uw bewijs hiervoor als gij waarachtig zijt."
_
Zeg: "Niemand in de hemelen en op aarde kent het onzienlijke, behalve
Allah; en zij weten niet wanneer zij zullen worden opgewekt.
_
Neen, hun kennis heeft geheel gefaald betreffende het Hiernamaals, neen,
zij twijfelen er aan, neen, zij zijn er blind voor."
_
En de ongelovigen zeggen: "Zullen wij wanneer wij en onze vaderen tot
stof zijn geworden inderdaad worden opgewekt?
_
Er was ons voorheen reeds mede gedreigd, - ons en onze voorvaderen; dit
zijn niets dan fabelen der ouden!"
_
Zeg tot hen: "Reist op aarde en ziet hoe het einde der zondaren was."
_
En treur niet om hen, noch wees bezorgd voor hun samenzwering.
_
En zij zullen zeggen: "Wanneer zal deze bedreiging worden vervuld als
gij de waarheid spreekt?"
_
Zeg: "Het kan zijn, dat een gedeelte van de straf die gij wildet
verhaasten, reeds dicht bij u is gekomen."
_
En waarlijk, uw Heer is goedertieren voor de mensen maar de meesten
hunner zijn ondankbaar.
_
En zeker uw Heer weet alles wat hun hart verbergt en wat het openbaart.
_
En er is niets in de hemelen of op aarde verborgen, of het staat in een
duidelijk boek opgeschreven.
_
Waarlijk deze Koran legt aan de kinderen van Israël veel uit van hetgeen
waaromtrent zij verschillen.
_
En voorwaar, het is richtsnoer en barmhartigheid voor de gelovigen.
_
En voorwaar uw Heer zal over hen beslissen door Zijn gebod en Hij is de
Almachtige, de Alwetende.
_
Stel dan uw vertrouwen in Allah; voorzeker gij bezit de duidelijke Waarheid.
_
Waarlijk, gij kunt de doden, noch de doven de oproep doen horen als Zij
zich verwijderen.
_
Noch kunt gij de blindeen van hun dwaling afleiden. Gij kunt alleen hen
doen horen die in Onze tekenen willen geloven en zich onderwerpen.
_
En wanneer het Woord voor hun bewaarheid wordt, zullen Wij een dier uit
de aarde te voorschijn brengen dat hen zal verwonden, omdat de mensen
niet in Onze tekenen geloven.
_
En op de Dag waarop Wij van elk volk degenen zullen verzamelen die Onze
tekenen loochenden, zullen zij in groepen worden bijeengehouden,
_
Wanneer zij komen, zal Hij zeggen: "Hebt gij Onze tekenen geloochend
voordat gij deze trachttet te begrijpen of wat deedt gij?"
_
En het oordeel zal op hen vallen wegens hun ongerechtigheid en zij
zullen niet kunnen spreken.
_
Hebben zij niet gezien dat Wij de nacht hebben ingesteld opdat zij er in
mogen rusten, en de dag om licht te geven. Daarin zijn voorwaar tekenen
voor een volk dat gelooft.
_
En de Dag, waarop de bazuin zal worden geblazen, zullen zij (allen) die
in de hemelen en ook zij die op aarde zijn, schrikken, behalve degenen
die Allah wil (sparen). En allen zullen nederig tot Hem komen.
_
En gij ziet de bergen en gij denkt ze onbewegelijk terwijl zij als de
wolken voorbijgaan. Dit is Allah's werk Die alles volmaakt heeft
geschapen. Voorwaar, Hij is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
Wie een goede daad doet, zal een betere beloning hebben dan deze en zij
zullen op die Dag veilig zijn voor schrik.
_
Maar zij die een slechte daad begaan, zullen op hun aangezicht in het
Vuur worden nedergeworpen. "Gij wordt slechts beloond voor hetgeen gij
hebt gedaan."
_
Zeg: "Het is mij geboden alleen de Heer dezer stad die Hij heilig heeft
verklaard te aanbidden, en aan Hem behoren alle dingen, en het is mij
geboden tot de Moslims te behoren
_
En de Koran te verkondigen.'' Wie daarom leiding volgt, volgt haar ten
eigen bate. En zeg tegen hem die dwaalt: "Ik ben slechts een waarschuwer."
_
En zeg: "Alle eer behoort aan Allah, Hij zal u Zijn tekenen tonen en gij
zult ze kennen." En uw Heer is niet onachtzaam omtrent hetgeen gij doet.
_
Taa Sien Miem.
_
Dit zijn de verzen van het duidelijke Boek.
_
Wij dragen u het verhaal van Mozes en Pharao voor, in waarheid, ten bate
van een volk dat wil geloven.
_
Waarlijk, Pharao handelde aanmatigend in het land en deed het volk er
van in partijen scheiden; van een groep die hij als zwak beschouwde
doodde hij de zonen en spaarde de vrouwen. Zeker, hij behoorde tot de
onheilstichters.
_
En Wij wensten hun die op aarde als zwak beschouwd werden een gunst te
bewijzen door hen tot erfgenamen en leiders te maken.
_
En hen te vestigen op aarde; om Pharao en Hamaan en hun scharen datgene
te tonen waarvoor zij vreesden.
_
En Wij openbaarden aan de moeder van Mozes: "Zoog hem; en indien gij
voor hem vreest, werp hem dan in de rivier en vrees noch treur; want Wij
zullen hem aan u teruggeven en zullen hem tot een boodschapper maken."
_
En Pharao's familie nam hem op zodat hij voor hen een vijand en een
smart zou worden; want Pharao en Hamaan en hun scharen waren boosdoeners.
_
En Pharao's vrouw zeide: "(Dit kind is) een troost voor de ogen voor u
en voor mij. Dood hem niet. Hij kan nuttig voor ons zijn of wij kunnen
hem als zoon opnemen." Maar zij doorzagen het niet.
_
En het hart der moeder van Mozes werd vrij (van angst). Zij had het
bijna onthuld als Wij haar hart niet gesterkt hadden om tot de gelovigen
te behoren.
_
En zij zeide tot zijn zuster: "Ga hem achterna." Zij sloeg hem van verre
gade en de anderen bemerkten het niet.
_
En Wij hadden hem de minnen voordien verboden. Daarom zeide zij (zijn
zuster): "Zal ik u een familie noemen die hem voor u zal grootbrengen en
die voor hem welwillend zal zijn?"
_
Zo gaven Wij hem aan zijn moeder terug opdat haar oog getroost mocht
worden en opdat zij niet behoefde te treuren en opdat zij mocht weten
dat de belofte van Allah waar is. Maar de meeste mensen kennen (de
Waarheid) niet.
_
En toen hij volwassen werd en zijn volle kracht had bereikt, gaven wij
hem wijsheid en kennis; zo belonen Wij hen die goed doen.
_
En hij ging de stad binnen op een tijdstip waarop de bewoners achteloos
waren, en hij vond er twee vechtende mannen, de ene van zijn eigen volk
en de andere van zijn vijanden. En hij die van zijn volk was zocht hulp
tegen hem die tot zijn vijanden behoorde. Daarom stompte Mozes hem zodat
deze stierf. Hij zeide: "Dit is Satan's werk, en deze is inderdaad een
vijand en openbare verleider."
_
Hij zeide: "Mijn Heer, ik heb mijn eigen ziel onrecht gedaan, bescherm
mij." Daarom vergaf Hij hem; want Hij is de Vergevensgezinde, de
Genadevolle.
_
Hij zeide: "Mijn Heer, door de gunsten die Gij mij hebt bewezen zal ik
nooit de schuldigen ondersteunen."
_
En in de morgen was hij in de stad, vrezend, op zijn hoede; en ziet!
hij, die de vorige dag zign hulp had gezocht riep wederom tot hem om
hulp. Mozes zeide tot hem: "Gij zijt voorzeker stellig een dwalende."
_
En toen hij hem wilde grijpen die een vijand van beiden was, zeide deze:
"O Mozes, wilt gij mij ook doden, zoals gij gisteren een man gedood
hebt? Gij wenst slechts een geweldenaar te worden in het land en wilt
geen vredestichter zijn."
_
En er kwam een man aangehold van het andere einde der stad, zeggende: "O
Mozes, waarlijk, de leiders beraadslagen om u te doden. Ga daarom weg,
ik ben u welgezind."
_
Daarop ging hij heen, vrezende en op zijn hoede. Hij bad: "Mijn Heer,
verlos mij van het kwaadaardige volk."
_
En toen hij zijn gezicht naar Midian keerde, zeide hij: "Ik hoop dat
mijn Heer mij naar de rechte weg zal leiden."
_
En toen hij bij de bron van Midian aankwam, vond hij daar een groep
mannen die hun vee drenkten. En hij vond naast hen twee vrouwen die
(haar kudden) terughielden. Mozes zeide tot haar: "Wat scheelt u?" Zij
antwoordden: "Wij kunnen niet drenken, totdat de herders hun kudden
terugnemen want onze vader is een zeer oude man."
_
Daarop drenkte hij voor haar. Daarna ging hij opzij in de schaduw, en
zeide: "Mijn Heer, ik heb behoefte aan wat Gij mij voor goeds moogt
nederzenden."
_
En een der twee vrouwen kwam verlegen naar hem toelopen. Zij zeide:
"Mijn vader roept u opdat hij u moge belonen omdat gij voor ons gedrenkt
hebt." Dan, toen hij tot hem kwam en hem het verhaal vertelde, zeide
hij: "Vrees niet, gij zijt een onrechtvaardig volk ontvlucht."
_
Een der twee vrouwen zeide: "O, mijn vader neem hem in dienst, want de
beste man die gij kunt huren is hij, die sterk, vertrouwenswaardig is."
_
En hij zeide: "Ik zou u een dezer twee dochters van mij uithuwen, mits
gij acht jaren voor mij werkt. En als gij er tien voltooit dan zou dit
uit uw vrije wil geschieden. En ik zal u geen moeilijkheden opleggen;
gij zult vinden, als Allah het wil, dat ik tot de rechtvaardigen behoor."
_
Mozes antwoordde: "Dat is een overeenkomst tussen u en mij. Welke van de
twee termijnen ik ook vervul, er zal mij geen onrecht worden aangedaan;
en Allah is Getuige van hetgeen wij zeggen."
_
Toen Mozes de termijn had voltooid, en met zijn familie op reis ging,
bemerkte hij een vuur in de richting van de berg Sinaï. Hij zeide tot
zijn familie: "Wacht hier, ik zie een vuur, misschien kan ik u nieuws of
wat vuur daarvan brengen opdat gij u moogt verwarmen."
_
En toen hij er bij kwam werd hij door een stem van de rechterzijde van
het dal geroepen, op de heilige plaats van uit de boom: "O Mozes,
voorwaar, Ik ben Allah, de Heer der Werelden.
_
Werp uw staf neder." En toen hij hem zag bewegen als een slang, vluchtte
hij en keerde niet om. "O Mozes, kom en vrees niet, want gij behoort tot
hen die veilig zijn."
_
"Steek uw hand in uw boezem; zij zal zonder ziekte wit te voorschijn
komen - en wees niet bang voor gevaar - dit zijn twee tekenen van uw
Heer aan Pharao en zijn leiders. Waarlijk, zij zijn een opstandig volk."
_
Hij (Mozes) zeide: "Mijn Heer, ik doodde een man onder hen, en ik vrees
dat zij mij nu zullen doden.
_
Maar mijn broeder Aäron is beter bespraakt dan ik, zend hem daarom met
mij als helper, opdat hij moge getuigen van mijn waarheid, want ik vrees
dat zij mij zullen verloochenen."
_
God zeide: "Wij zullen uw arm door uw broeder versterken en Wij zullen u
beiden macht geven zodat zij u niet zullen kunnen bereiken. Door Onze
tekenen zult gij beiden en zij die u volgen overwinnaars worden."
_
En toen Mozes met Onze duidelijke tekenen tot hen kwam, zeiden zij: "Dit
is niets dan verzonnen tovenarij, en wij hoorden nooit van iets
dergelijks onder onze voorvaderen."
_
Mozes zeide: "Mijn Heer weet het beste wie de leiding van Hem heeft
gebracht en voor wie de gelukkige beloning van het tehuis zal zijn.
Waarlijk, de onrechtvaardigen zullen nooit slagen."
_
En Pharao zeide: "O leiders, ik erken geen God voor u naast mij; stook
voor mij een vuur O Hamaan, om stenen van klei te bakken en bouw een
toren, opdat ik moge opklimmen naar de God van Mozes want waarlijk ik
beschouw hem als een leugenaar."
_
En hij en zijn legers handelden ten onrechte aanmatigend in het land. En
zij dachten, dat zij nooit naar Ons zouden worden teruggebracht.
_
Daarom grepen Wij hem en zijn scharen en wierpen hen midden in de zee.
Zie dan hoe slecht het einde der boosdoeners was.
_
En Wij gaven hun leiders die tot het Vuur uitnodigen; en op de Dag der
Opstanding zullen zij niet worden geholpen.
_
En Wij deden hen in deze wereld door een vloek achtervolgen, en op de
Dag der Opstanding zullen zij de verachten zijn.
_
En Wij gaven het Boek aan Mozes nadat Wij de vroegere geslachten hadden
vernietigd als een duidelijk bewijs voor de mensen en als een leiding en
een genade, opdat zij er lering uit mochten trekken.
_
En gij (Mohammed) waart niet aan de westelijke kant (van de berg) toen
Wij Mozes de geboden mededeelden, noch waart gij onder de aanwezigen.
_
Maar Wij brachten vele geslachten na Mozes voort en het leven werd voor
hen verlengd. En gij waart geen bewoner onder het volk van Midian, die
Onze tekenen aan hen voordroeg, maar Wij waren het, Die boodschappers
stuurden.
_
En gij waart niet aan de bergkant toen Wij (naar Mozes) riepen. Maar uit
barmhartigheid van uw Heer zijt gij gezonden, opdat gij een volk naar
hetwelk geen waarschuwer kwam vóór u moogt waarschuwen opdat zij er
lering uit mogen trekken.
_
En indien een ramp over hen zou komen wegens hetgeen zij verdienen,
mogen zij niet meer zeggen: "Onze Heer, waarom zondt Gij ons geen
boodschapper, opdat wij Uwe tekenen hadden kunnen volgen en onder de
gelovigen konden zijn?"
_
Maar toen de Waarheid van Ons tot hen kwam, zeiden zij: "Waarom is hem
niet hetzelfde gegeven als aan Mozes werd gegeven?" Verwierpen zij
datgene niet, wat Mozes voorheen was gegeven? Zij zeiden: "Twee
tovenaars die elkander ondersteunen." En dezen zeggen: "Wij geloven in
beiden niet."
_
Zeg: "Brengt dan een Boek van Allah dat een betere leiding geeft dan
dit, ik zal dat volgen, indien gij waarachtig zijt."
_
Maar als zij u niet antwoorden, weet dan dat zij slechts hun eigen
begeerten volgen. En wie dwaalt meer dan hij die zijn eigen neigingen
volgt zonder de leiding van Allah? Voorwaar, Allah leidt de
onrechtvaardige mensen niet.
_
En Wij hebben inderdaad het Woord voortdurend aan hen nedergezonden
opdat zij er lering uit mogen trekken.
_
Zij aan wie Wij het Boek voordien gaven, geloven er in.
_
En als het aan hen is voorgedragen, zeggen zij: "Wij geloven er in.
Voorwaar, het is de Waarheid van onze Heer. Inderdaad, wij hadden ons
zelf reeds onderworpen."
_
Hun beloning zal hun tweemaal worden gegeven want zij zijn standvastig
geweest en omdat zij het kwade met het goede weren, en mededelen van
hetgeen waarmee Wij hen hebben voorzien.
_
Wanneer zij ijdele gesprekken horen, wenden zij zich er van af en
zeggen: "Aan ons onze werken en aan u uw werken. Vrede zij met u. Wij
zoeken de onwetenden niet."
_
Waarlijk, gij zult hen die gij wilt niet kunnen leiden, maar Allah leidt
wie Hij wil; en Hij kent hen het beste die geleid willen worden.
_
En zij (de bewoners van Mekka) zeggen: "Als wij de leiding met u zouden
volgen, zouden wij van ons land worden weggevoerd." Hebben Wij voor hen
geen veilig heiligdom opgericht waarheen allerlei vruchten worden
gebracht als een voorziening van Ons? Maar de meesten onder hen
begrijpen het niet."
_
En hoeveel steden hebben Wij niet vernietigd die trots waren op hun
middelen van bestaan! En ginds waren hun woonplaatsen die tot op enkele
na niet meer bewoond zijn geworden. En Wij zijn het Die de erfgenamen
werden.
_
En uw Heer is niet zo, dat Hij steden vernietigt, voordat Hij in de
hoofdstad een boodschapper heeft verwekt die hun Ons woord verkondigt;
noch verwoesten Wij steden tenzij de bewoners er van onrechtvaardig zijn.
_
En wat u gegeven is dient slechts als middel van bestaan voor het
tegenwoordige leven en ter versiering er van; en hetgeen bij Allah is,
is beter en van langere duur. Wilt gij dit niet begrijpen?
_
Staat hij aan wie Wij een goede belofte hebben gedaan, die hij (vervuld)
zal zien, gelijk met degenen, die Wij van de goederen dezer wereld
hebben gegeven en zal hij dan op de Dag der Opstanding naar de hel
worden gebracht?
_
En op die Dag zal God hen roepen en zeggen: "Waar zijn Mijn deelgenoten
die gij u beweerdet te zijn?"
_
Zij, tegen wie het Woord van kracht zal worden, zullen zeggen: "Onze
Heer, dit zijn degenen die wij deden dwalen. Wij deden hen dwalen zoals
wij dwaalden. Wij betuigen onze onschuld aan U. Wij waren het niet die
zij aanbaden."
_
En er zal worden gezegd: "Roept uw afgoden aan." En zij zullen hen
aanroepen maar deze zullen hen niet horen. Terwijl zij de straf zullen
zien. Hadden zij slechts de leiding gevolgd!
_
En op die Dag zal Hij tot hen roepen en zeggen: "Welk antwoord gaaft gij
(aan Onze) boodschappers?"
_
Dan zullen alle uitvluchten op die Dag voor hen duister worden en zij
zullen elkander niet kunnen vragen.
_
Maar hij, die berouw heeft, gelooft en goed doet, zal waarschijnlijk tot
de geslaagden behoren.
_
Uw Heer schept en kiest wat Hij wil, zij (de afgoden) hebben geen keuze.
Glorie zij Allah en verheven is Hij boven alles wat zij met Hem
vereenzelvigen.
_
En uw Heer weet wat hun harten verbergen en wat zij openbaren.
_
En Hij is Allah; er is geen God naast Hem. Aan Hem behoort alle roem in
deze wereld en in het Hiernamaals. Van Hem is het gebod en tot Hem zult
gij worden teruggebracht.
_
Zeg: "Vertelt mij, als Allah de nacht over u doet voortduren tot de Dag
der Opstanding, welke God is er naast Allah die u een licht kan brengen?
Wilt gij dan niet luisteren?"
_
Zeg: "Vertelt mij, als Allah de dag voor u doet voortduren tot de Dag
der Opstanding welke God is er dan naast Allah die u een nacht kan
brengen waarin gij kunt rusten? Wilt gij dat niet inzien?"
_
Het is door Zijn barmhartigheid dat Hij nacht en dag voor u heeft
ingesteld opdat gij er in moogt rusten en naar Zijn overvloed moogt
uitzien, en opdat gij dankbaar moogt zijn.
_
Gedenkt de dag waarop Hij hen zal oproepen en zeggen: "Waar zijn Mijn
mededingers, die gij u placht te verbeelden?"
_
En Wij zullen uit elk volk een getuige nemen en Wij zullen zeggen:
"Brengt uw bewijs." Dan zullen zij weten dat de Waarheid aan Allah
behoort. En hetgeen zij plachten te verzinnen zal mislukken.
_
Korach behoorde voorwaar tot het volk van Mozes, maar hij gedroeg zich
aanmatigend tegenover hen. En Wij hadden hem zoveel schatten gegeven dat
zijn sleutels zeker een last waren geweest voor een groep sterke mannen.
Toen zijn volk tot hem zeide: "Poch niet, want Allah houdt niet van
degenen die pochen.
_
Maar zoek door hetgeen Allah u heeft gegeven het tehuis van het
Hiernamaals; en vergeet uw deel aan de wereld niet, en doe goed (aan
anderen) zoals Allah u goed gedaan heeft; en schep geen wanorde op
aarde, want Allah heeft hen, die onheil stichten, niet lief."
_
Hij antuoordde: "Mij werd het alleen door mijn kennis gegeven." Wist hij
niet dat Allah vóór hem vele geslachten had vernietigd die machtiger
waren dan hij en groter in aantal? En de schuldigen worden niet gevraagd
omtrent hun zonden.
_
Hij bleef verschijnen voor zijn volk met pracht en praal. Zij, die het
leven dezer wereld wensten, zeiden: "O, ware ons hetzelfde gegeven als
Korach. Waarlijk, hij is bezitter van een groot fortuin."
_
Maar zij, aan wie kennis was gegeven, zeiden: "Wee u, de beloning van
Allah is beter voor degenen die geloven en goede werken doen; en het zal
niemand worden geschonken behalve hun die geduldig zijn."
_
Dan deden Wij hem en zijn huis in de aarde verzinken; en hij had geen
partij om hem tegen Allah te helpen noch kon hij zich verdedigen.
_
En zij, die zijn plaats de vorige dag hadden begeerd, begonnen (de
volgende dag) te zeggen: "O wee, Allah vergroot en verkleint de
voorziening voor wie Hij wil van Zijn dienaren. Indien Allah ons niet
genadig was geweest zou Hij ons ook in de aarde hebben doen verzinken.
Wee, de ondankbaren slagen nooit."
_
Daar is het tehuis van het Hiernamaals! Wij geven het degenen die op
aarde geen zelfverheffing wensen, noch wanorde stichten, en het einde is
voor de godvruchtigen.
_
Zij die goed doen worden er beter voor beloond, maar zij die kwaad doen,
worden slechts vergolden naar datgene wat zij deden.
_
Voorwaar, Hij, Die de verkondiging van de Koran u oplegde, zal u tot de
plaats van terugkeer brengen. Zeg: "Mijn Heer weet het beste wie de ware
leiding heeft gebracht en wie op een openlijk dwaalspoor is."
_
En gij hadt niet verwacht dat het Boek (de Koran) aan u zou worden
geopenbaard; maar het is een barmhartigheid van uw Heer; wees daarom
nooit een ondersteuner der ongelovigen.
_
En laten zij u niet afwenden van de woorden van Allah nadat zij tot u
zijn nedergezonden; en roep anderen tot uw Heer, en behoor niet tot de
afgodendienaren.
_
En roep naast Allah geen andere God aan. Er is geen God naast Hem. Alles
is vergankelijk behalve Zijn Aangezieht. Aan Hem is de heerschappij en
tot Hem zult glg worden teruggebracht.
_
Alif Laam Miem.
_
Denken de mensen dat zij (met rust) zullen worden gelaten, alleen omdat
zij zeggen: "Wij geloven" zonder dat zij zullen worden beproefd?
_
Wij beproefden degenen die vóór hen waren. Daarom zal Allah ook hen die
waarachtig zijn, onderscheiden en de leugenaars kenbaar maken.
_
Of denken zij, die slechte daden doen, dat zij Ons zullen ontsnappen?
Hun oordeel is verkeerd.
_
Wie de ontmoeting met Allah verwacht (wete dat) Allah's vastgestelde
tijd gewis komt. En Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
En wie streeft, streeft slechts voor zichzelf; want Allah is
Onafhankelijk van alle werelden.
_
Waarlijk Wij zullen de fouten dergenen die geloven en goede daden
verrichten bedekken en hun de beste beloning geven voor wat zij deden.
_
En Wij hebben de mens geboden zijn ouders goed te doen; en indien zij
trachten u er toe te brengen dat gij iets met Mij vereenzelvigt waarvan
gij geen kennis hebt, gehoorzaam hen dan niet. Tot Mij is uw terugkeer,
en Ik zal u vertellen wat gij deedt.
_
En zij die geloven en goede werken doen, hen zullen Wij zeker onder de
rechtevaardigen toelaten.
_
Onder de mensen zijn er die zeggen: "Wij geloven in Allah", maar als zij
vervolgd worden om Allah's zaak, zien zij de vervolging van de mens als
een straf van Allah. Maar als hulp van uw Heer komt, zeggen zij:
"Voorzeker, wij waren met U." Weet Allah niet het best wat in het
innerlijk aller schepselen is?
_
Allah zal de gelovigen zeker onderscheiden en Hij zal de huichelaars
gewis kenbaar maken.
_
En de ongelovigen zeggen tot de gelovigen: "Volgt onze weg, wij zullen
uw zonden dragen." Doch zij kunnen niets van hun zonden dragen. Zij zijn
zeker leugenaars.
_
Voorzeker zij zullen hun eigen last dragen en andere last buiten hun
eigen last. En waarlijk zij zullen op de Dag der Opstanding worden
ondervraagd over hetgeen zij plachten te verzinnen.
_
Voorwaar, Wij zonden Noach tot zijn volk, en hij verbleef onder hen
duizend jaar op vijftig jaar na. En de zondvloed achterhaalde hen
terwijl zij onrechtvaardig waren.
_
Maar Wij redden hem en de deelgenoten der ark, en Wij maakten dit tot
een teken voor alle volkeren.
_
En Wij zonden Abraham, en hij zeide tot zijn volk: "Aanbid Allah en
vrees Hem. Dat zal voor u het beste zijn indien gij het begrijpt."
_
"Gij aanbidt naast Allah slechts afgoden en gij verzint leugens. Zij die
gij naast Allah aanbidt hebben geen macht over uw onderhoud. Zoekt
daarom levensonderhoud van Allah en aanbidt Hem en weest Hem dankbaar
want tot Hem zult gij worden teruggebracht."
_
En als gij verloochent, andere geslachten vóór u verloochenden ook. En
op de boodschapper rust slechts de duidelijke overbrenging (van de
boodschap).
_
Zien zij niet hoe Allah de schepping verwekt, en daarna herhaalt? Dat is
zeker gemakkelijk voor Allah.
_
Zeg: "Trek op aarde rond en zie hoe Allah de schepping begint en daarna
de latere schepping verwekt." Waarlijk, Allah heeft macht over alle dingen.
_
Hij straft wie Hij wil en Hij toont barmhartigheid aan wie Hem behaagt
en tot Hem zult gij worden teruggebracht.
_
Nimmer kunt gij de plannen van Allah in de hemel of op aarde verijdelen;
noch hebt gij een enkele vriend of helper naast Allah."
_
Zij, die in de tekenen van Allah en de ontmoeting met Hem niet geloven,
wanhopen aan Zijn barmhartigheid; dezen zullen een smartelijke straf
ontvangen.
_
Het antwoord van zijn volk was slechts: "Doodt of verbrandt hem." Maar
Allah redde hem van het vuur. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk
dat wil geloven.
_
Hij (Abraham) zeide: "Gij hebt naast Allah slechts afgoden voor u
gekozen terwille van vriendschap onder elkander in het tegenwoordige
leven. Doch op de Dag der Opstanding zult gij elkander verwerpen, en
elkander vervloeken. En uw tehuis zal het Vuur zijn; en gij zult geen
helper hebben."
_
En Lot geloofde in hem. Abraham zeide: "Ik vlucht naar mijn Heer; want
Hij is de Almachtige, de Alwijze."
_
En Wij gaven hem Izaak en Jacob, en Wij plaatsten het profetenambt en
het Boek onder zijn nageslacht, en Wij gaven hem zijn beloning in dit
leven en in het Hiernamaals zal hij zeker tot de rechtvaardigen behoren.
_
En toen Lot tot zijn volk zeide: "Gij verricht een gruweldaad die
niemand onder het mensdom ooit vóór u heeft begaan.
_
Nadert gij mannen met wellust en rooft gij op de weg, en begaat gij
zelfs gruweldaden in uw bijeenkomsten?" Maar het antwoord van zijn volk
was niet anders dan dat zij zeiden: "Breng de straf van Allah over ons
als gij de waarheid spreekt."
_
Hij (Lot) zeide: "Help mij mijn Heer, tegen het volk dat onheil sticht."
_
En toen onze boodschappers Abraham het nieuws brachten, zeiden zij: "Wij
willen het volk dezer stad vernietigen; want haar inwoners zijn
onrechtvaardigen."
_
Hij zeide: "Maar Lot is daar." Zij zeiden: "Wij weten wel wie daar
woont. Wij zullen hem en zijn familie sparen, behalve zijn vrouw, die
achter zal blijven."
_
En toen Onze boodschappers tot Lot kwamen was hij verdrietig wegens hen
en voelde zich daardoor in moeilijkheid. En zij zeiden: "Vrees niet,
noch treur. Voorzeker, wij zullen u en uw familie redden, behalve uw
vrouw die tot de achterblijvenden behoort.
_
Wij zullen gewis een straf van de hemel op de bewoners dezer stad
nederzenden, wegens hun overtredingen."
_
En Wij lieten hier een duidelijk teken achter voor een volk, dat begrijpt.
_
En tot Midian, (zonden Wij) hun broeder Shoaib, die zeide: "O mijn volk,
dien Allah en vrees de laatste dag en wandel niet op aarde onheil
stichtende."
_
Maar zij verloochenden hem. Daarom overviel hen een hevige aardbeving en
zij lagen in hun huizen plat tegen de grond.
_
En (Wij vernietigden) ook de Aad en de Samoed; en dit kunt gij aan hun
woonplaatsen duidelijk zien. Satan deed hun daden hun goed voorkomen, en
weerhield hen van het pad ofschoon zij het duidelijk konden zien.
_
Wij vernietigden eveneens Korach en Pharao en Hamaan. Mozes kwam tot hen
met duidelijke tekenen, maar zij handelden hoogmoedig op aarde; toch
konden zij Ons niet ontsnappen.
_
Zo grepen Wij iedereen om zijn zonden en onder hen waren er, die een
rukwind achterhaalde, en onder hen waren er die de aardbeving overviel,
en onder hen waren er die Wij in de aarde deden verzinken, en onder hen
waren er die Wij deden verdrinken. Allah was het niet, die hen onrecht
aandeed, maar zij handelden onrechtvaardig jegens zichzelf.
_
De gelijkenis van hen, die helpers verkiezen naast Allah, is als de
gelijkenis van de spin die zich een huis maakt: en het zwakste der
huizen is zeker het huis van de spin, als zij het slechts wisten!
_
Voorwaar, Allah weet wat zij naast Hem aanroepen: en Hij is de
Almachtige, de Alwijze.
_
En dit zijn gelijkenissen die Wij voor de mensen geven, maar alleen zij
die kennis bezitten begrijpen ze.
_
Allah schiep de hemelen en de aarde in waarheid Daarin is zeker een
teken voor hen die willen geloven.
_
Verkondig hetgeen u in het Boek is geopenbaard, en onderhoud uw gebed.
Voorwaar, het gebed weerhoudt van ondeugd en kwaad. En Allah gedachtig
te zijn is inderdaad het hoogste. Allah weet wat gij doet.
_
En twist met de mensen van het Boek slechts op de goede wijze; doch zeg
tegen de onrechtvaardigen: "Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en
hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén; en aan Hem
onderwerpen wij ons."
_
En aldus hebben Wij u het Boek nedergezonden en zij wie Wij het Boek
hebben gegeven geloven daarin; en ook onder de (Mekkanen) zijn er die er
in geloven. En het zijn alleen de ondankbaren die Onze tekenen verwerpen.
_
En voordien placht gij geen boek te lezen, noch met uw rechter hand te
schrijven anders zouden de leugenaars aan de (echtheid) ervan hebben
kunnen twijfelen.
_
Neen, het zijn duidelijke tekonen in het hart van hen aan wie kennis is
gegeven. En alleen de onrechtvaardigen verwerpen Onze tekenen.
_
Toch zeggen zij: "Waarom zijn hem geen tekenen van zijn Heer
nedergezonden?" Zeg: "De tekenen zijn bij Allah alleen, en ik ben
slechts een duidelijke waarschuwer."
_
Is het niet genoeg voor hen dat Wij u het Boek hebben geopenbaard dat
aan hen wordt voorgelezen? Voorwaar, hierin is barmhartigheid en aanzien
voor een volk dat gelooft.
_
Zeg, "Allah is voldoende als Getuige tussen u en mij. Hij weet alles wat
in de hemelen en op aarde is. Zij die in de leugen geloven en Allah
verwerpen zijn de verliezers."
_
Zij vragen u de straf te verhaasten; en indien er geen termijn was
genoemd zou de straf reeds over hen zijn gekomen; toch zal deze hen
zeker onverwachts overvallen terwijl zij het niet voorzien.
_
Zij vragen u de straf te verhaasten; maar waarlijk de hel zal de
ongelovigen omringen.
_
Op de Dag waarop de straf hen zal overweldigen van boven en van onder
hun voeten, zal Hij zeggen: "Ondergaat wat gij hebt bedreven."
_
O Mijn gelovige dienaren Mijn aarde is uitgestrekt, aanbidt derhalve Mij
alleen.
_
Elk mens moet de dood ondergaan, daarna zult gij tot Ons worden
teruggebracht.
_
Zij, die geloven en goede werken doen, hen zullen Wij zeker huisvesten
in verheven woningen van het paradijs waarin rivieren stromen. Zij
zullen er in vertoeven. Hoe voortreffelijk is de beloning dergenen die
goed doen.
_
Die standvastig zijn, en hun vertrauwen in hun Heer stellen.
_
En hoeveel dieren zijn er die hun eigen onderhoud niet meedragen! Allah
zorgt voor hen en voor u, en Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
En als gij hen vraagt: "Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen, en
de zon en de maan in dienst gesteld?" zullen zij gewis zeggen, "Allah".
Hoe worden zij dan (van het goede pad) afgewend?
_
Allah vergroot en bekrimpt het levensonderhoud voor wie Hij wil van Zijn
dienaren. Voorzeker, Allah heeft kennis van alle dingen.
_
En als gij hun vraagt: "Wie zendt water uit de hemel neder en geeft er
leven door aan de aarde na haar dood?", zullen zij gewis zeggen:
"Allah". Zeg: "Alle roem behoort aan Allah." Maar de meesten hunner
begrijpen het niet.
_
Het tegenwoordige leven is niets dan een leeg vermaak en een spel, maar
het tehuis van het Hiernamaals, dat is het werkelijke Leven, als zij dit
slechts konden begrijpen!
_
En wanneer zij aan boord van een schip gaan, roepen zij Allah aan,
oprecht zijnde in gehoorzaamheid aan Hem. Maar wanneer Hij hen veilig
aan wal brengt, zie, zij schrijven deelgenoten aan Hem toe.
_
Zodat zij datgene, wat Wij hun hebben geschonken verloochenen en zich
vermaken. Maar zij zullen het weldra te weten komen.
_
Hebben zij niet gezien, dat Wij een veilig Heiligdom (Makka) hebben
gemaakt, terwijl overal om hen heen mensen worden weggerukt? Geloven zij
dan aan een leugen en ontkennen zij de gunsten van Allah?
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen verzint over Allah,
of de Waarheid verloochent wanneer zij tot hem komt? Is er geen woning
in de hel voor de ongelovigen?
_
En zij, die naar Ons streven, - Wij zullen hen zeker op Onze wegen
leiden. Voorwaar, Allah is met hen die goed doen.
_
Alif Laam Miem.
_
De Romeinen zijn verslagen
_
In het nabijzijnde land, maar zij zullen na hun nederlaag zeker overwinnen,
_
Binnen een negental jaren - van Allah is het gebod daarvóór en daarna -
en op die Dag zullen de gelovigen zich verheugen
_
In de hulp van Allah, Hij helpt wie Hij wil; en Hij is de Almachtige, de
Genadige.
_
(Dit is) Allah's Belofte; Allah breekt zijn Belofte niet, maar de meeste
mensen beseffen dit niet;
_
Zij kennen slechts de schijn van het wereldse leven, en zij zijn
zorgeloos over het Hiernamaals.
_
Hebben zij over zichzelf niet nagedacht? Allah heeft de hemelen en de
aarde en alles wat daartussen is niet geschapen, dan in waarheid en voor
een vastgestelde tijd. Toch geloven velen onder de mensen niet in de
ontmoeting met hun Heer.
_
Hebben zij niet op aarde gereisd, zodat zij mochten zien hoe het einde
was van degenen die vóór hen waren? Zij waren sterker in macht dan
dezen, zij maakten het land vruchtbaar en bebouwden het, meer dan dezen
het deden. En hun boodschappers kwamen tot hen met duidelijke tekenen.
En Allah was het niet Die hun onrecht aandeed, maar zij waren het die
hun eigen ziel onrecht aandeden.
_
Dan was het einde bitter voor hen die kwaad deden, omdat zij de tekenen
van Allah loochenden, en er over spotten.
_
Allah brengt de schepping teweeg; dan herhaalt Hij haar; daarna zult gij
tot Hem worden teruggebracht.
_
En de Dag, waarop het Uur zal komen, zullen de schuldigen wanhopig worden.
_
Geen hunner afgoden zal voor hen een bemiddelaar zijn; en zij zullen hun
afgoderij verwerpen.
_
Op de Dag, waarop het Uur zal komen, zullen zij worden gescheiden.
_
Dan zullen zij die geloven en goede werken verrichtten in een tuin
gelukkig worden.
_
Maar zij die niet geloofden en Onze tekenen en de ontmoeting in het
Hiernamaals verwierpen, zullen voor straf te staan komen.
_
Glorie zij Allah, wanneer gij de avond ingaat en wanneer gij de ochtend
ingaat -
_
En aan Hem behoort alle roem in de hemelen en op aarde - bij nacht en
des daags.
_
Hij brengt de levenden uit de doden voort en Hij brengt de doden uit de
levenden voort; en Hij geeft de aarde leven na haar dood, en evenzo zult
gij worden voortgebracht.
_
En tot Zijn tekenen behoort, dat Hij u uit stof schiep; en ziet! gij
zijt mensen die zich kunnen verspreiden.
_
En dit is onder Zijn tekenen, dat Hij uit uw midden echtgenoten voor u
schiep, opdat gij er rust in moogt vinden, en Hij heeft liefde en
tederheid onder u geplaatst. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk,
dat nadenkt.
_
En tot Zijn tekenen behoort ook de schepping der hemelen en der aarde,
en de verscheidenheid van uw talen en (huids) - kleuren. En dit zijn
voorzeker tekenen voor degenen, die willen begrijpen.
_
En tot Zijn tekenen behoort uw slapen 's nachts en uw zoeken naar Zijn
overvloed overdag. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk, dat luistert.
_
En tot Zijn tekenen behoort eveneens dat Hij u de bliksem toont als
vrees en hoop. En dat Hij water uit de hemel nederzendt waarmede hij de
aarde doet herleven na haar dood. Hierin zijn zeker tekenen voor een
volk, dat wil begrijpen.
_
En dit is onder Zijn tekenen, dat de hemelen en de aarde in stand
blijven door Zijn gebod. Dan, wanneer Hij u eenmaal van de aarde zal
roepen, ziet! zult gij gaan.
_
En aan Hem behoort een ieder, die in de hemelen en op aarde is; allen
zijn Hem gehoorzaam.
_
En Hij is het, Die de schepping voortbrengt en haar daarna herhaalt, dit
is gemakkelijk voor Hem. En voor Hem zijn de verhevenste attributen in
de hemelen en op aarde, en Hij is de Almachtige, de Alwijze.
_
Hij geeft een gelijkenis uit uzelf. Hebt gij onder uw ondergeschikten
deelgenoten in hetgeen waarvan Wij u hebben voorzien, zodat gij
dienaangaande gelijken wordt en vreest gij hen, zoals gij elkander
vreest? - Zo leggen Wij de tekenen uit aan een volk dat begrijpt.
_
Neen, de onrechtvaardigen volgen hun eigen neigingen zonder enige
kennis. En wie kan hen leiden, die Allah liet dwalen? Voor hen zullen er
geen helpers zijn.
_
Daarom, richt uw aangezicht oprecht tot de (ware) godsdienst,
overeenkomstig de natuur naar welke Allah de mensen heeft geschapen. -
De schepping van Allah kent geen verandering. - Dat is het ware geloof.
Maar de meeste mensen weten het niet. -
_
U tot Hem bekerende, vreest Hem en leeft het gebed na, en behoort niet
tot de afgodendienaren.
_
Noch tot degenen die hun godsdienst verdelen en secten vormen, terwijl
elke partij zich verheugt in wat zij heeft.
_
En als een ramp over de mensen komt roepen zij hun Heer aan, zich tot
Hem bekerende; en als Hij hen van Zijn barmhartigheid heeft doen smaken,
ziet! dan schrijft een gedeelte hunner aan hun Heer medegoden toe.
_
Zodat zij ondankbaar worden voor hetgeen Wij hun hebben geschonken.
Vermaakt u dan voor een wijle, maar gij zult het weldra te weten komen.
_
Hebben Wij enig gezag tot hen nedergezonden, dat spreekt over hetgeen
zij met Hem vereenzelvigen?
_
En wanneer Wij de mensen barmhartigheid doen smaken, verheugen zij zich
daarin; maar als een kwaad hen overkomt door hun eigen werken, ziet! dan
wanhopen zij.
_
Hebben zij niet ingezien, dat Allah de voorziening vergroot en bekrimpt
voor wie Hij wil? Daarin zijn waarlijk tekenen voor een volk dat wil
geloven.
_
Geeft, de verwanten, de behoeftigen, de reiziger wat hun toekomt. Dat is
het beste voor degenen die het Aangezicht van Allah zoeken, dezen zijn
het die zullen slagen.
_
Wat gij ook uitleent met rente opdat het moge toenemen door hetgeen
andere (mensen) bezitten; het neemt niet toe bij Allah; maar wat gij in
Zakaat geeft, Allah's welbehagen zoekend, dezen zullen hun bezit
vermeerderd zien.
_
Hij is Allah, Die u schept en dan voor u zorgt en daarna doet Hij u
sterven en dan zal Hij u doen herleven. Is er een onder uw afgoden, die
iets dergelijks kan doen? Heilig is Hij en verheven boven hetgeen zij
(met Hem) vereenzelvigen.
_
Verderf is gekomen over land en zee door hetgeen de handen der mensen
hebden gewrocht, zodat Hij hen een gedeelte van hun daden zou doen
smaken, opdat zij zich bekeren.
_
Zeg: "Reist op aarde en ziet hoe het einde was van degenen die voordien
waren. De meesten hunner waren afgodendienaren."
_
Richt uw aaneezicht tot de juiste godsdienst, voordat de Dag komt, die
door niemand afgewend kan worden buiten Allah. Op die Dag zal het
mensdom worden gescheiden.
_
Hij die verwerpt, zijn ongeloof zal tegen hem zijn, en zij die goede
daden verrichten, bereiden dit voor hun eigen ziel.
_
Opdat Hij hen, die geloven en goede werken doen, moge belonen uit Zijn
overvloed. Voorzeker, Hij heeft de ongelovigen niet lief.
_
En één onder Zijn tekenen is dat Hij de winden met blijde vooruitzichten
zendt, opdat Hij u Zijn genade moge doen smaken, en opdat de schepen op
Zijn gebod mogen varen, opdat gij moogt zoeken naar Zijn overvloed en
opdat gij dankbaar zult zijn.
_
Waarlijk, Wij zonden boodschappers vóór u naar hun volkeren. Zij
brachten hun duidelijke bewijzen. Dan straften Wij degenen die
zondigden. En het was Onze plicht de gelovigen te helpen.
_
Hij is Allah, Die de winden zendt welke de wolken doen oprijzen. Dan
verspreidt Hij ze in de lucht zoals Hij wil, dan hoopt Hij ze laag boven
laag op en gij ziet regen uit hun midden stromen. En wanneer Hij deze
doet vallen op wie van Zijn dienaren Hij wil, ziet! verheugen zij zich.
_
Ofschoon zij voordien, voordat hij (de regen) over hen was
nedergezonden, vertwijfelden.
_
Beschouw daarom de kentekenen van Allah's barmhartigheid: hoe Hij de
aarde doet herleven na haar dood. Voorwaar, Dezelfde zal de doden
opwekken; Hij heeft macht over alle dingen.
_
En indien Wij een (droge) wind hadden gezonden en zij de aarde zagen
geel worden, zouden zij daarna zeker ondankbaarheid hebben betoond.
_
En gij kunt de doden niet doen horen, noch kunt gij de doven de roep
doen horen wanneer zij u hun rug toekeren,
_
Noch kunt gij de blinden uit hun dwaling leiden. Gij kunt slechts
diegene doen horen die in Onze tekenen zouden willen geloven, zodat zij
zich onderwerpen.
_
Het is Allah, Die u in een staat van zwakheid schept, dan na de zwakte
kracht geeft en na de kracht (weer) zwakte en ouderdom. Hij schept wat
Hij wil. Hij is de Alwetende, de Almachtige.
_
De Dag waarop het Uur zal komen zullen de schuldigen zweren, dat zij
slechts een uur hebben geleefd - zo werden zij bedrogen.
_
Maar zij wie wijsheid en geloof was gegeven, zullen zeggen: "Volgens het
Boek van Allah zijt gij inderdaad tot de Dag der Opstanding gebleven. En
dit is de Dag der Opstanding, maar gij wist het niet."
_
Daarom zullen de uitvluchten op die Dag de onrechtvaardigen niet baten;
noch zal hun verontschuldiging worden aangenomen.
_
Waarlijk, Wij hebben in deze Koran allerlei gelijkenissen voor de mensen
gegeven; voorzeker, als gij hun een teken brengt, zullen de ongelovigen
zeggen: "Gij zijt slechts leugenaars."
_
Zo verzegelt Allah het hart van hen, die niet willen weten.
_
Wees geduldig voorzeker, de Belofte van Allah is waar; en laat hen die
geen zekerheid hebben u niet doen wankelen.
_
Alif Laam Miem.
_
Dit zijn verzen van het Boek vol van Wijsheid.
_
Een leiding en een genade voor de goeden.
_
Zij, die het Gebed naleven en de Zakaat betalen, en die in het
Hiernamaals vast geloven,
_
Zij zijn het, die de leiding van hun Heer volgen, en zij zullen slagen.
_
En onder de mensen is iemand die door ijdele praatjes zonder kennis
(anderen) van Allah's pad wil doen afdwalen en er mee de spot drijft;
voor zulken zal er een vernederende straf zijn.
_
En wanneer Onze woorden aan hem worden voorgedragen, wendt hij zich
verachtelijk af alsof hij ze niet hoorde en zijn oren verstopt waren.
Kondig hem daarom een pijnlijke straf aan.
_
Voorzeker, die geloven en goede werken doen, zullen gezegende tuinen hebben,
_
Waarin zij zullen vertoeven, zo is Allah's Belofte; Hij is de
Almachtige, de Alwijze.
_
Hij heeft de hemelen geschapen zonder enige voor u zichtbare pilaren en
Hij heeft op aarde hechte bergen gemaakt opdat zij niet beven met u, en
Hij heeft er allerlei dieren over verspreid. Wij hebben water uit de
wolken nedergezonden en hebben allerlei edele soorten daarin (de aarde)
doen groeien.
_
Dit is de Schepping van Allah. Toont mij nu wat degenen hebben geschapen
die naast Hem (worden gesteld). Neen, de onrechtvaardigen verkeren
klaarblijkelijk in dwaling.
_
En Wij schonken wijsheid aan Loqmaan, zeggende: "Wees Allah dankbaar,
want hij die dankbaar is, is dankbaar voor zichzelf, en die ondankbaar
is: Allah is Zichzelf-genoeg, Geprezen.
_
Toen Loqmaan tot zijn zoon, terwijl hij hem raad gaf, zeide: "O mijn
lieve zoon, ken geen medegoden aan Allah toe; afgoderij is inderdaad een
grote ongerechtigheid."
_
Wij hebhen de mens op het hart gedrukt betreffende zijn ouders, zijn
moeder droeg hem in zwakte op zwakte, en zijn zogen nam twee jaren in
beslag. Zeg Mij en uw ouders dank, tot Mij is de terugkeer.
_
Maar indien (uw ouders) trachten u iets met Mij te doen vereenzelvigen,
waarvan gij geen kennis hebt, gehoorzaam hen niet. Doch leef met hen
samen in de wereld op een behoorlijke wijze en volg de weg van hem die
zich tot Mij richt. Dan zult gij tot Mij terugkeren en Ik zal u
inlichten over hetgeen gij deedt. -
_
"O mijn lieve zoon! Al zou het het gewicht van een mosterdzaadje zijn,
en al zou het zich in een rots bevinden of in de hemelen of op aarde,
Allah zal het zeker openbaar maken. Voorwaar, Allah is Aldoordringend,
Alkennend.
_
O mijn lieve zoon, verricht het gebed en beveel het goede aan en verbied
het kwade en verdraag geduldig wat u ook overkome. Dit is een ernstige zaak.
_
En keer uw gelaat niet (in verachting) van de mensen af noch wandel in
hoogmoed op aarde; want Allah heeft de hoogmoedige noch de pocher lief.
_
En loop met gewone stap en verzacht uw stem; want de meest onaangename
stem is het gebalk van een ezel."
_
Hebt gij niet gezien, dat Allah alles wat in de hemelen en op aarde is
in uw dienst heeft gesteld en Zijn gunsten rijkelijk aan u heeft
geschonken, zowel uiterlijk als innerlijk? En onder de mensen zijn er,
die over Allah twisten, zonder kennis of enige leiding of een
verlichtend Boek.
_
En als er tot hen wordt gezegd: "Volgt hetgeen Allah heeft geopenbaard,"
zeggen zij: "Neen, wij zullen datgene volgen wat wij onze vaderen zagen
volgen." Zelfs al zou Satan hen tot de straf van het branden hebben
uitgenodigd?
_
Maar hij, die zich aan Allah onderwerpt en het goede doet, heeft
inderdaad een sterk houvast gegrepen. Bij Allah rust het einde aller dingen.
_
En zij die niet geloven, laat hun ongeloof u niet verdrieten. Tot Ons
zullen zij wederkeren en Wij zullen hen inlichten over wat zij deden;
Allah weet heel goed wat in hun innerlijk is.
_
Wij zullen hen voor een poosje zich laten vermaken; daarna zullen Wij
hen tot een strenge straf voortdrijven.
_
En als gij hun vraagt: "Wie schiep de hemelen en de aarde?" zullen zij
gewis antwoorden: "Allah". Zeg: "Alle roem behoort aan Allah." Maar de
meesten hunner weten het niet.
_
Aan Allah behoort al hetgeen in de hemelen en op aarde is, voorzeker
Allah is Zichzelf-genoeg, Geprezen.
_
En als alle bomen op aarde pennen waren en de oceaan, met nog zeven
oceanen aangevuld (inkt was), de woorden van Allah zouden niet kunnen
worden uitgeput. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs.
_
O mensen uw Schepping en uw Opstanding zijn slechts als die van een
enkele ziel. Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziende.
_
Hebt gij niet gezien, dat Allah de nacht in de dag doet overgaan en de
dag in de nacht en dat hij de zon en de maan in dienst heeft gesteld?
Elk loopt voor een vastgestelde tijd; Allah is goed op de hoogte van
hetgeen gij doet.
_
Dit is omdat Allah de Waarheid en wat zij naast Hem aanroepen vals is,
en omdat Allah de Verhevene, de Grote is.
_
Hebt gij niet gezien, dat de schepen op zee varen door de gunst van
Allah, opdat Hij u Zijn tekenen moge tonen? Voorzeker daarin zijn
tekenen voor een ieder, die geduldig en dankbaar is.
_
En wanneer de golven hen als schaduwen omhullen, roepen zij Allah
oprecht zijnde in gehoorzaamheid aan; maar wanneer Hij hen veilig aan
land brengt, volgen slechts enigen hunner de rechte weg. En niemand
verloochent Onze tekenen behalve de trouweloze, de ondankbare.
_
O mensen, vreest uw Heer, en ducht de Dag waarop geen vader zijn zoon
iets zal baten, noch de zoon zijn vader van enig nut zal kunnen zijn.
Allah's belofte is zeker waar. Laat daarom het wereldse leven u niet
misleiden, noch laat de Verleider u omtrent Allah bedriegen.
_
Voorwaar, Allah alleen bezit de kennis van het Uur. Hij zendt de regen
neder en Hij weet wat zich in de baarmoeder bevindt. Geen ziel weet wat
zij morgen zal doen, en geen ziel weet in welk land zij zal sterven.
Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend.
_
Alif Laam Miem.
_
De openbaring van het Boek is zonder twijfel van de Heer der Werelden.
_
Zeggen zij: "Hij heeft het verzonnen?" Neen, het is de Waarheid van uw
Heer, opdat gij een volk moogt waarschuwen onder hetwelk vóór u geen
waarschuwer is geweest, opdat zij geleid mogen worden.
_
Allah is het, Die de hemelen en de aarde en hetgeen er tussen is in zes
dagen schiep; daarna zette Hij Zich op de Troon. Gij hebt geen helper of
bemiddelaar buiten Hem. Wilt gij dan geen lering (hieruit) trekken?
_
Hij ordent het bestel van de hemel tot de aarde, daarna zal deze tot Hem
opstijgen in een dag, waarvan de duur naar uw berekening duizend jaar is.
_
Alzo is de Kenner van het onzichtbare en het zichtbare, de Almachtige,
de Genadevolle,
_
Die de schepping van alles voltooide. En Hij begon de schepping van de
mens uit klei.
_
Daarna maakte Hij zijn nageslacht uit een uittreksel van een nietige
vloeistof.
_
Dan vormde Hij hem en ademde hem van Zijn geest in. En Hij gaf u oren,
ogen en hart. Maar gij betoont weinig dankbaarheid.
_
En zij zeggen: "Zullen wij, wanneer wij in de aarde verloren zijn,
opnieuw worden geschapen?" Neen, zij geloven niet in de ontmoeting met
hun Heer.
_
Zeg: "De doodsengel, aan wie gij toevertrouwd zijt, zal uw ziel nemen;
dan zult gij tot uw Heer worden teruggebracht."
_
O, kondet gij het slechts zien wanneer de schuldigen hun hoofd zullen
buigen voor hun Heer, zeggende: "Onze Heer, wij hebben gezien en wij
hebben gehoord, zend ons nu terug opdat wij goede werken mogen
verrichten; voorzeker wij zijn thans overtuigd."
_
Indien Wij het wilden, zouden Wij aan elke ziel haar leiding kunnen
geven, maar Mijn woord werd bewaarheid: "Ik zal de hel met djinn en
mensen allen tezamen vullen."
_
Ondergaat daarom (de straf) omdat gij de ontmoeting van deze Dag vergat.
Voorzeker nu hebben Wij u vergeten. Ondergaat de duurzame straf voor
hetgeen gij deedt.
_
Slechts zij geloven in Onze tekenen, die, wanneer zij er aan herinnerd
worden, zich met het gelaat ter aarde werpen en hun Heer verheerlijken
met de lof die Hem toekomt, en die niet hoogmoedig zijn.
_
Zij verwijderen zich van hun bed, hun Heer in vrees en hoop aanroepende
en zij doen wel met hetgeen Wij hun hebben geschonken.
_
Maar niemand weet welke verkwikking der ogen voor hen verborgen is
gehouden als beloning voor wat zij hebben gedaan.
_
Zou dan de gelovige gelijk zijn aan hem die ongehoorzaam is? Zij zijn
(stellig) niet gelijk.
_
Zij, dje geloven en goede werken doen, zullen Tuinen hebben tot
verblijf, als onthaal voor hetgeen zij deden.
_
Maar het tehuis v an de ongehoorzamen zal het Vuur zijn. Telkens wanneer
zij er uit willen komen, zullen zij er weer in worden teruggedreven en
hun zal worden gezegd: "Ondergaat de straf van het Vuur die gij loochendet."
_
Wij zullen hen inderdaad de lichtere straf doen ondergaan vóór de
grotere straf opdat zij zich mogen bekeren.
_
En wie is onrechtvaardiger dan hij die door het teken van zijn Heer
wordt vermaand en zich er toch van afwendt? Wij zullen de schuldigen
beslist straffen.
_
Voorzeker, Wij gaven Mozes het Boek - twijfel dus niet aan de ontmoeting
met Hem - en Wij maakten dit tot een richtsnoer voor de kinderen van Israël.
_
En Wij stelden leiders uit hun midden aan, die het volk door Ons gebod
leidden, zolang zij standvastig waren en in Onze woorden een hecht
geloof hadden.
_
Voorwaar, uw Heer zal op de Dag der Opstanding onder hen richten over
hetgeen waaromtrent zij onderling verschillen.
_
Komen zij niet tot inzicht (door het feit) dat Wij zovele geslachten
vóór hen hebben vernietigd in wier woonplaatsen zij nu rondlopen? Daarin
zijn zeker tekenen. Willen zij dan niet luisteren?
_
Hebben zij niet gezien dat Wij het water naar het droge land voeren en
daardoor oogsten voortbrengen waarvan zij en hun vee eten? Willen zij
dan niet inzien?
_
En zij (de ongelovigen) zeggen: "Wanneer zal deze beslissing plaats
vinden als gij de waarheid spreekt?"
_
Zeg: "Op de Dag der Beslissing zal het geloof der ongelovigen hen niet
baten, noch zal hun uitstel worden verleend."
_
Wend u daarom van hen af, en wacht; voorzeker zij wachten ook.
_
O Profeet, zoek bescherming bij Allah en gehoorzaam de ongelovigen en de
huichelaars niet. Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Volg hetgeen u is geopenbaard van uw Heer. Voorwaar, Allah is goed op de
hoogte van alles wat gij doet.
_
En stel uw vertrouwen in Allah, want Allah is als beschermer voldoende.
_
Allah heeft voor geen man twee harten in zijn binnenste gemaakt, noch
heeft Hij uw vrouwen van wie gij wegblijft door haar moeder te noemen,
tot uw moeders gemaakt, noch heeft Hij uw aangenomen zonen tot uw
(werkelijke) zonen gemaakt. Dat is slechts een woord dat men uit, maar
Allah spreekt de waarheid, en Hij wijst de weg.
_
Noemt hen bij hun vaders naam dat is billijker in de ogen van Allah.
Maar als gij hun vader niet kent, dan zijn zij uw broeders in het geloof
en uw vrienden, en er is geen zonde voor u in datgene waarin gij u
vergist, maar wel in hetgeen uw hart zich heeft voorgenomen. Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
De Profeet is dichter bij de gelovigen dan zij zelven, en zijn vrouwen
zijn hun moeders. En bloedverwanten zijn nader bij elkander volgens het
Boek van Allah, dan de gelovigen en de Mohadjirien tenzij gij uw
vrienden een gunst bewijst. Dit is in het Boek neergeschreven.
_
En toen Wij met de profeten een verbond sloten: met u, met Noach,
Abraham, Mozes, en Jezus de zoon van Maria, sloten wij een hecht verbond.
_
Opdat Hij de waarachtigen over hun waarachtigheid moge ondervragen. En
voor de ongelovigen heeft Hij een pijnlijke straf bereid.
_
O, gij die gelooft, herinnert u Allah's gunst, aan u bewezen, toen er
legers tegen u opkwamen en Wij tegen hen een wind zonden en legers die
gij niet zaagt. En Allah ziet wat gij doet.
_
Toen zij over u kwamen van boven en van beneden, en toen uw ogen
staarden en het hart in de keel klopte, en gij over Allah allerlei
gedachten koesterdet.
_
Toen werden de gelovigen beproefd en zij werden hevig geschokt.
_
En toen de huichelaars en zij in wier hart een ziekte is, zeiden: "Wat
Allah en Zijn boodschapper ons beloofden was slechts bedrog."
_
En toen een gedeelte van hen zei: "O volk van Jasrab (Madinah), gij kunt
hier geen stand houden, keert daarom terug." En een gedeelte vroeg zelfs
om toestemming van de Profeet, zeggende: "Onze huizen staan aan de
vijand bloot." Deze waren echter niet blootgesteld, zij wensten slechts
te vluchten.
_
Als men uit de omgeving bij hen zou binnendringen en hun zou worden
gevraagd, onlusten te veroorzaken, zouden zij dat terstond hebben gedaan
en zij zoudlen slechts weinig hebben getalmd.
_
Waarlijk, zij hadden reeds vroeger een verbond gesloten dat zij hun rug
niet zouden tonen. En er zal (hun) gevraagd worden over Allah's verbond.
_
Zeg: "Vlucht zal u stellig geen voordeel brengen als gij voor de dood of
voor het gevecht vlucht; slechts korte tijd zult gij genieten."
_
Zeg: "Wie is het, die u tegen Allah kan beschermen indien Hij u met
kwaad wil treffen of barmhartigheid betonen? En zij zullen voor zich
buiten Allah vriend noch helper vinden."
_
Allah kent degenen onder u die de mensen tegenhouden, en hen, die tegen
hun broeders zeggen: "Komt naar ons toe," en die zich weinig met de
oorlog bemoeien.
_
Zij zijn terughoudend in hun hulp voor u. Maar als het gevaar komt, ziet
gij hen naar u kijken met rollende ogen als van iemand die bezwijmt bij
de doodsstrijd. En als de vrees is weggevaagd, treffen zij u met hun
scherpe tong door hun zucht naar rijkdommen. Zulken hebben niet oprecht
geloofd; daarom heeft Allah hun werken vruchteloos gemaakt. Dit is
gemakkelijk voor Allah.
_
Zij denken, dat de bondgenoten niet zijn vertrokken; en als de
bondgenoten zouden wederkomen, zouden zij gaarne onder de zwervende
Arabieren in de woestijn willen zijn, nieuws over u vragende. En als zij
onder u waren, zouden zij weinig vechten.
_
Voorwaar, gij hebt in de Profeet van Allah een prachtig voorbeeld voor
ieder die Allah en de laatste Dag vreest, en die Allah vaak herdenkt.
_
En toen de gelovigen de scharen zagen, zeiden zij: "Dit is wat Allah en
Zijn boodschapper ons beloofden; en Allah en Zijn boodschapper spraken
de waarheid." En dit vermeerderde slechts hun geloof en deed hun
onderwerping toenemen.
_
Er zijn mensen onder de gelovigen die trouw gebleven zijn aan het
verbond dat zij met Allah hebben gesloten. Er zijn enigen onder hen die
hun eed hebben gehouden, en anderen die nog wachten en geenszins
veranderd zijn;
_
Zodat Allah de waarachtigen voor hun oprechtheid moge belonen en de
huichelaars straffen zoals Hij wil, of Zich tot hen in barmhartigheid
wenden. Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Allah weerhield de ongelovigen in hun woede; zij verwierven geen
voordeel. En Allah was toereikend (als Beschermer) voor de gelovigen in
de slag. Allah is Sterk, Almachtig.
_
En Hij deed de mensen van het Boek die hen (de vijand) hielpen uit hun
vestingen komen en vervulde hun hart met ontzetting. Gij dooddet
sommigen en gij naamt anderen gevangen.
_
En Hij deed u hun land, huizen en hun rijkdommen erven en ook een land
waarop gij nog nooit een voet had gezet. Allah heeft macht over alle dingen.
_
O profeet! Zeg aan uw vrouwen, "Als gij het leven dezer wereld en zijn
luister wenst, komt dan, ik zal u een geschenk geven en u op een
grootmoedige manier vrij laten.
_
Maar indien gij Allah en Zijn boodschapper en het tehuis van het
Hiernamaals wenst, dan heeft Allah waarlijk voor degenen onder u die
goed doen, een grote beloning."
_
O vrouwen van de profeet! Als iemand onder u schuldig is aan een
openbaar onbetamelijk gedrag zal haar straf worden verdubbeld. En dit is
gemakkelijk voor Allah.
_
Maar wie van u aan Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt en goede
werken doet, haar zullen Wij dubbel belonen en Wij hebben voor haar een
waardige voorziening bereid.
_
O vrouwen van de profeet, gij zijt niet zoals een andere vrouw. Indien
gij godvruchtig zijt, spreekt dan niet op een verleidelijke manier,
anders zal hij in wiens hart ziekte is, verwachtingen koesteren; maar
spreekt een oprechte taal.
_
Blijft in uw huizen en stelt uw schoonheid niet ten toon als in de
vroegere dagen der onwetendheid; leeft het gebed na, en betaalt de
Zakaat en gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. O huisgenoten, Allah
wenst alleen onreinheid van u te verwijderen, en u schoon en zuiver te
maken.
_
En herinnert u de woorden van Allah en de wijsheid die in uw huizen
wordt verkondigd; want Allah is Aldoordringend, Alkennend.
_
Voorwaar, de Moslims en de Moslima's en de gelovige mannen en vrouwen,
de gehoorzame mannen en vrouwen, de waarachtige mannen en vrouwen, de
standvastige mannen en vrouwen, de mannen en de vrouwen die nederig
zijn, de mannen en de vrouwen die aalmoezen geven, de mannen en de
vrouwen die vasten, de mannen en de vrouwen die hun kuisheid bewaren, de
mannen en de vrouwen die Allah vaak gedenken - voor zulken heeft Allah
vergiffenis en een grote beloning bereid.
_
En het betaamt de gelovige man of vrouw niet, wanneer Allah en Zijn
boodschapper over een zaak hebben beslist, dat er voor hen een keuze zou
zijn in die zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt, is
zeker klaarblijkelijk afgedwaald.
_
En herinnert u, toen gij tot hem, wie Allah gunsten had bewezen en wie
gij ook gunsten had bewezen, zeidet: "Behoud uw vrouw voor u en vrees
Allah." Gij verborgt in uw hart wat Allah aan het licht zou brengen, en
gij vreesdet de mensen terwijl Allah er meer recht op heeft dat gij Hem
zoudt vrezen. Toen Zaid van haar scheidde, verenigden Wij haar met u in
de echt, opdat er voor de gelovigen geen bezwaar mocht zijn ten opzichte
van de vrouwen van hun aangenomen zonen, als zij van haar zijn
gescheiden. Allah's gebod moet worden nageleefd.
_
Er moet voor de profeet geen bezwaar zijn betreffende hetgeen Allah voor
hem geordend heeft. Dit is ook de handelwijze van Allah met hen die
vóórdien zijn heengegaan - en het gebod van Allah is een vastgestelde
verordening.
_
Degenen, die Allah's boodschappen brengen, vrezen Hem en buiten Allah
niemand. Allah is Toereikend om te verrekenen.
_
Mohammed is niet de vader van één uwer mannen, maar de boodschapper van
Allah en het zegel der profeten; Allah heeft kennis van alle dingen.
_
O, gij die gelooft! Gedenkt Allah veelvuldig.
_
En prijst Zijn Heiligheid 's morgens en 's avonds.
_
Hij is het Die u zegent en ook Zijn engelen doen dit, opdat Hij u van de
duisternissen tot het licht moge leiden. En Hij is voor de gelovigen
Genadig.
_
De Dag waarop zij Hem zullen ontmoeten zal hun groet "Vrede" zijn. En
Hij heeft hun een eervolle beloning bereid.
_
O, profeet. Wij hebben u als getuige, drager van blijde tijdingen en
waarschuwer gezonden.
_
En als een roeper tot Allah door Zijn gebod, en als een stralende zon.
_
Verkondig derhalve aan de gelovigen het blijde nieuws dat zij van Allah
grote genade zullen ontvangen.
_
En gehoorzaam de ongelovigen en de huichelaars niet en sla geen acht op
hun grievende taal, stel uw vertrouwen in Allah, want Allah is
Toereikend als Beschermer.
_
O, gij die gelooft! Als gij een gelovige vrouw huwt en daarna van haar
scheidt voordat gij haar hebt aangeraakt dan behoeft zij om uwentwille
geen wachtperiode te berekenen. Schenkt haar daarom een gave en laat
haar op een grootmoedige wijze vrij.
_
O profeet, Wij hebben voor u uw vrouwen wettig gemaakt, aan wie gij haar
huwelijksgiften hebt gegeven, en degenen die uw rechterhand bezit van
haar, die Allah u als een oorlogsbuit heeft gegeven en de dochters van
uw ooms en tantes van vaderszijde en de dochters van uw ooms en tantes
van moederszijde die met u emigreerden, en elke gelovige vrouw indien
zij zich aan de profeet toevertrouwt als de profeet haar wenst te huwen;
dit is slechts voor u en niet voor de gelovigen. Wij hebben reeds
kenbaar gemaakt wat Wij omtrent hun (gelovige) vrouwen en degenen die
hun rechterhand bezit, hebben verordend, opdat er geen blaam u aankleve.
Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Gij moogt verlaten wie gij wilt en tot u nemen wie gij wilt, er rust
geen blaam op u wanneer gij haar terugneemt van wie gij u afzijdig hebt
gehouden. Dit is het meest passend om hen verust te stellen, zodat zij
niet treuren en allen tevreden mogen zijn met hetgeen gij haar geeft. En
Allah weet wat in uw hart is; Allah is Alwetend, Verdraagzaam.
_
Het is u hierna niet toegestaan vrouwen te huwen noch haar voor andere
vrouwen te ruilen, zelfs al behaagt u haar schoonheid, met uitzondering
van haar die uw rechterhand mocht bezitten. En Allah houdt de wacht over
alle dingen.
_
O, gij die gelooft! Gaat de huizen van de profeet niet binnen tenzij gij
uitgenodigd wordt tot een maaltijd, doch niet wachtend tot deze gereed
is. Wanneer gij zijt uitgenodigd, komt dan binnen; en wanneer gij
gegeten hebt vertrekt dan en blijft niet praten. Dat is lastig voor de
profeet; hij is verlegen voor u, maar Allah aarzelt niet om de waarheid
(te zeggen). En als gij haar (zijn vrouwen) om iets vraagt, vraagt het
dan van achter het gordijn. Dat is reiner voor uw hart en haar hart. En
het past u niet de boodschapper van Allah lastig te vallen, noch dat gij
ooit zijn vrouwen na hem zoudt huwen. Dat zou in de ogen van Allah
inderdaad een grote (belediging) zijn.
_
Of gij iets openbaar maakt of verbergt, waarlijk Allah heeft kennis van
alle dingen.
_
Er rust op haar (uw vrouwen) geen schuld als zij zich tonen aan haar
vaders of haar zonen of haar broeders of de zonen van haar broeders, of
de zonen van haar zusters en hun vrouwen of hun ondergeschikten. Maar
vreest Allah. Voorwaar, Allah is Getuige van alle dingen.
_
Allah en Zijn engelen zenden zegeningen over de profeet. O, gij die
gelooft, zendt zegeningen over hem en wenst hem vrede met alle eerbied toe.
_
Betreffende hen, die Allah en Zijn boodschapper lastig vallen, Allah
heeft hen in deze wereld en in het Hiernamaals vervloekt en heeft een
vernederende straf voor hen bereid.
_
En zij, die gelovige mannen en vrouwen lastig vallen zonder dat dezen er
schuld aan hebben, dragen voorzeker de schuld van laster en een
openlijke zonde.
_
O profeet! Zeg aan uw vrouwen en uw dochters en de vrouwen der gelovigen
dat zij een gedeelte van haar omslagdoeken over haar (hoofd) laten
hangen. Dit is beter, opdat zij mogen worden onderscheiden en niet
lastig worden gevallen. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Indien de huichelaars en degenen in wier hart een ziekte is en degenen
die opschudding in de stad veroorzaken, niet ophouden, zullen Wij u
zeker tegen hen in beweging brengen; dan zullen zij slechts voor een
korte tijd in uw nabijheid mogen vertoeven.
_
Vervloekt zijn zij; waar zij zich ook bevinden zullen zij worden
gegrepen en gedood.
_
Voorwaar, zo was Allah's handelwijze met degenen die voordien zijn
heengegaan en in Allah's handelwijze zult gij geen verandering vinden.
_
De mensen vragen u over het Uur. Zeg: "De kennis er van is slechts bij
Allah," gij weet het niet; het kan zijn dat het Uur nabij is.
_
Allah heeft de ongelovigen zeker vervloekt en heeft een laaiend Vuur
voor hen bereid.
_
Daarin zullen zij voor lange tijd vertoeven en zullen vriend noch helper
vinden.
_
De Dag waarop hun gezicht zich in het Vuur zal wentelen zullen zij
zeggen: "O, hadden wij slechts Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamd!"
_
En zij zullen zeggen: "Onze Heer, wij gehoorzaamden onze leiders en onze
grote mannen maar zij deden ons van de rechte weg afdwalen.
_
Onze Heer, geef hun een dubbele straf en vloek hen met een zware vloek."
_
O, gij die gelooft! weest niet zoals degenen die Mozes ergerden! Allah
echter zuiverde hem van hetgeen zij zeiden. En hij was in aanzien bij Allah.
_
O, gij die gelooft! Vreest Allah en spreekt de waarheid.
_
Hij zal uw werken goed voor u maken en u uw zonden vergeven. En wie
Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt, heeft zeker een grote
overwinning behaald.
_
Voorwaar, Wij boden de hemelen, de aarde en de bergen aan, hun (iets)
toe te vertrouwen, maar zij weigerden dit te dragen en vreesden er voor,
maar de mens nam het op zich. Inderdaad, hij is zeer onrechtvaardig
(jegens zichzelf), onwetend.
_
Het gevolg er van is dat Allah huichelachtige mannen en vrouwen, en
afgodendienaren en afgodendienaressen zal straffen. En Allah wendt zich
in barmhartigheid tot gelovige mannen en vrouwen, en Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Alle roem komt Allah toe aan Wie alles behoort wat in de hemelen en op
aarde is en Hem komt alle Lof toe in het Hiernamaals; Hij is de Alwijze,
de Alkennende.
_
Hij weet alles wat de aarde binnengaat en wat er uit voortkomt en wat
van de hemel nederdaalt en wat er naar opstijgt; Hij is de Barmhartige,
de Vergevensgezinde.
_
De ongelovigen zeggen: "Het Uur zal niet over ons komen." Zeg: "Ja, bij
mijn Heer, de Kenner van het onzichtbare, het zal beslist over u komen!"
Voor Hem is niets in de hemelen of op de aarde verborgen, zelfs niet het
gewicht van een atoom, noch bestaat er iets, groter of minder dan dit of
het staat in een duidelijk Boek.
_
Opdat Hij degenen. die geloven en goede werken doen, moge belonen.
Zulken zijn het die vergiffenis en een eervol onderhoud zullen ontvangen.
_
Maar zij die Onze woorden trachten te verijdelen, zullen een pijnlijke
straf ontvangen.
_
En zij, wie kennis is gegeven, zien, dat alles wat u van uw Heer is
geopenbaard, de Waarheid is en leidt op het pad van de Almachtige, de
Geprezene.
_
En de ongelovigen zeggen: "Zullen wij u een man aanwijzen die u meedeelt
dat wanneer gij door bederf uiteen valt, gij dan opnieuw zult worden
geschapen?"
_
"Heeft hij een leugen uitgedacht over Allah, of is hij een waanzinnige?"
Neen, zij die niet in het Hiernamaals geloven zullen onder de straf
lijden, en zij zijn ver afgedwaald.
_
Hebben zij dan niet gezien naar hetgeen vóór hen en achter hen, van de
hemel en van de aarde is? Indien het Ons behaagde konden Wij de aarde
met hen doen inzinken, of een deel van de hemel op hen doen nedervallen.
Hierin is waarlijk een teken voor elke dienaar, die zich tot God wendt.
_
En voorwaar, Wij schonken David overvloed van Ons Zelf en zeiden: "O gij
bergen, alsmede gij vogelen, verheerlijkt Allah met hem!" En Wij maakten
het ijzer week voor hem,
_
Zeggende: "Maak u maliënkolders van volle lengte en meet de schalmen af
en verricht goede werken: want Ik zie alles wat gij doet."
_
En aan Salomo onderwierpen Wij de wind; de ochtendreis en de avondreis
daarvan was een maand, en Wij deden een stroom van gesmolten koper voor
hem vloeien. Er waren enige onder de djinn die door het gebod van zijn
Heer onder hem werkten, en Wij zeiden: indien iemand van hen zich van
Ons gebod zou afkeren, zouden Wij hem de straf van het brandend Vuur
doen ondergaan.
_
Zij maakten voor hem wat hij wenste, paleizen en standbeelden, en
waterreservoirs en grote pannen: "Betoon, O Huis van David,
dankbaarheid," doch slechts weinigen van Mijn dienaren zijn dankbaar.
_
En toen Wij zijn (Salomo's) dood hadden veroorzaakt, deed niets hen
(djinn) zijn dood beseffen, dan een worm der aarde die zijn staf (macht)
opvrat en toen die nederviel, bemerkten de dijnn duidelijk, dat, indien
zij het onzichtbare gekend hadden, zij niet zolang in een toestand van
vernederende kwelling zouden zijn gebleven.
_
En voorzeker, er was voor Saba een teken in hun woonplaatsen, twee
tuinen aan de rechter- en aan de linkerhand; er werd gezegd: "Eet van de
spijzen van uw Heer en weest Hem dankbaar. Een schone stad en een
vergevende Heer!"
_
Maar zij wendden zich af; daarom zonden Wij een sterke overstroming over
hen en Wij veranderden hun tuinen in twee tuinen met bitter fruit en
tamarisken en weinig lotusbloemen.
_
Daarmee vergolden Wij hen wegens hun ondankbaarheid, en Wij straften
niemand behalve de ondankbaren.
_
En Wij plaatsten tussen hen en de steden die Wij hadden gezegend,
bloeiende steden die aanzienlijk waren, en Wij maakten het reizen tussen
die steden gemakkelijk; "Reist er dagen en nachten veilig doorheen."
_
Maar zij zeiden: "Onze Heer, maak langere afstanden tussen onze reizen."
En zij deden zich daarmee onrecht aan, daarom maakten Wij hen tot sagen
en legenden, terwijl Wij hen volledig hadden verpletterd. Daarin zijn
zeker tekenen voor een ieder die geduldig en dankbaar is.
_
En Iblies bewees inderdaad de waarheid van zijn mening over hen en zij
volgden hem, behalve een deel der ware gelovigen.
_
En hij had over hen geen macht, maar Wij wilden degenen, die in het
Hiernamaals geloofden van hen onderscheiden die er aan twijfelden. En uw
Heer houdt de wacht over alle dingen.
_
Zeg: "Roept degenen aan, waarvan gij beweert dat zij Goden zijn buiten
Allah. Zij hebben zelfs geen macht over het gewicht van een atoom in de
hemelen of op aarde noch hebben zij enig aandeel aan beiden, noch heeft
Hij een enkele helper onder hen.
_
Geen voorspraak geldt bij Hem, behalve voor degenen aan wie Hij het
toestaat, tot zij, wanneer de vrees van hun hart wordt weggenomen,
zeggen: "Wat zeide uw Heer?" Zij zullen antwoorden: "De Waarheid." En
Hij is de Hoogverhevene, de Grote.
_
Zeg: "Wie geeft u uw levensonderhoud van de hemelen en de aarde?" Zeg:
"Allah." Zijn wij of gij op het rechte pad of in klaarblijkelijke dwaling?"
_
Zeg: "Gij zult niet worden ondervraagd omtrent wat wij misdeden, noch
zullen wij worden ondervraagd omtrent hetgeen gij doet."
_
Zeg: "Onze Heer zal ons allen tezamen brengen; dan zal Hij onder ons
richten met rechtvaardigheid. Hij is de Rechter, de Alwetende."
_
Zeg: "Toont mij hen, die gij met Hem vereenzelvigt! Geenszins! Hij is
Allah, de Almachtige, de Alwijze."
_
En Wij hebben u slechts gezonden als een brenger van blijde tijdingen en
een waarschuwer voor het gehele mensdom; maar de meeste mensen begrijpen
het niet.
_
En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte worden vervuld als gij de
waarheid spreekt?"
_
Antwoord: "Er is voor u een vastgestelde tijd, gij kunt geen uur eerder
gaan of langer blijven."
_
En de ongelovigen zeggen: "Wij zullen stellig aan deze verkondiging niet
geloven, noch in hetgeen er aan voorafging." En kondet gij slechts zien
wanneer de onrechtvaardigen voor hun Heer zullen worden gebracht,
terwijl zij de schuld op elkander zullen werpen. De zwakken zullen tot
de hoogmoedigen zeggen: "Waart gij niet geweest dan zouden wij zeker tot
de gelovigen behoren."
_
De hoogmoedigen zullen tot de zwakkelingen zeggen: "Waren wij het die u
van de leiding afwendden, nadat zij tot u was gekomen? Neen, gij draagt
zelf de schuld hiervan."
_
En de zwakkelingen zullen tot de hoogmoedigen zeggen: "Maar het kwam
door uw listige plannen, bij dag en nacht beraamd, waarbij gij ons
geboodt niet in Allah te geloven en gelijken aan Hem op werpen." En zij
zullen berouw tonen wanneer zij de straf zullen zien. En Wij zullen
zware kettingen leggen om de halzen der ongelovigen. Zij zullen slechts
worden gestraft voor hetgeen zij deden.
_
En Wij zonden geen waarschuwer tot een stad of de rijken er van zeiden:
"Waarlijk, wij willen niet geloven in hetgeen waarmee gij zijt gezonden."
_
En zij zeiden: "Wij hebben meer rijkdommen en kinderen en wij zullen
niet worden gestraft."
_
Zeg: "Waarlijk, mijn Heer vergroot en bekrimpt het levensonderhoud voor
wie Hij wil, maar de meeste mensen begrijpen het niet."
_
Noch uw rijkdommen noch uw kinderen kunnen u tot Onze nabijheid brengen,
maar zij die geloven en goede werken doen, zullen een veelvuldige
beloning ontvangen, voor hetgeen zij deden en zullen veilig zijn in
verheven woningen.
_
En zij, die Onze woorden trachten krachteloos te maken zullen de straf
ondergaan.
_
Waarlijk, mijn Heer vergroot en bekrimpt het levensonderhoud voor wie
Hij wil van Zijn dienaren. En wat gij ook (weldadig) besteedt, Hij zal
het teruggeven en Hij is de beste Voorziener.
_
En de Dag waarop Hij hen allen tezamen zal verzamelen, zal Hij tot de
engelen zeggen: "Plachten dezen u te aanbidden?"
_
Zij zullen antwoorden: "Glorie zij U! Gij zijt onze Vriend, niet zij.
Neen, zij aanbaden de djinn; in hen geloofden de meesten hunner."
_
(God zal zeggen) "Heden hebt gij geen macht om elkander goed of kwaad te
doen." En Wij zullen tot de onrechtvaardigen zeggen: "Ondergaat de straf
van het Vuur die gij placht te verloochenen."
_
En wanneer Onze duidelijke woorden aan hen zijn verkondigd, zeggen zij:
"Dit is slechts een man, die u van hetgeen uw vaderen aanbaden, wenst af
te leiden." En zij zeggen: "Dit is slechts een verzonnen leugen." En de
ongelovigen zeggen van de Waarheid als deze tot hen komt, "Dit is niets
dan zuiver tovenarij."
_
En Wij gaven hun geen boek dat zij bestudeerden, noch zonden Wij hun een
waarschuwer vóór u.
_
Zij, die vóór hen waren verloochenden ook - en zij hebben zelfs geen
tiende bereikt van hetgeen Wij hun gaven - zij verloochenden Mijn
Boodschappers en hoe (streng) was dan Mijn afkeuring.
_
Zeg: "Ik raad u aan slechts één ding te doen; dat gij paarsgewijze en
alleen voor Allah staat en dan nadenkt. En (gij zult weten) dat er geen
krankzinnigheid in uw metgezel is; hij is voor u slechts een waarschuwer
vóór een strenge straf (komt)."
_
Zeg: "Welk loon ik ook van u vraag, dat is voor u. Mijn loon is bij
Allah; en Hij is Getuige van alle dingen."
_
Zeg: "Waarlijk, mijn Heer verspreidt de Waarheid. Hij is de Kenner van
al het onzichtbare.
_
Zeg: "De Waarheid is gekomen en de leugen zal niet meer beginnen, noch
wederkeren."
_
Zeg: "Als ik dwaal, dwaal ik slechts door mijzelf; en indien ik goed
geleid ben, is het door hetgeen mijn Heer mij heeft geopenbaard.
Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Nabijzijnde.
_
Kondet gij (hen) maar zien, wanneer zij schrikken! Dan zal er geen
ontvluchten zijn als zij van nabij worden gegrepen!"
_
Dan zullen zij zeggen: "Wij geloven er in!" Maar hoe zal het bereiken er
van voor hen mogelijk zijn van zó ver,
_
Terwijl zij voorheen hebben verworpen? En zij uiten gissingen omtrent
het onzichtbare van een verre plaats.
_
En er is een hinderpaal (afscheiding) gemaakt tussen hen en hetgeen zij
verlangen zoals met hun gelijken vóór hen was gedaan. Zij verkeerden
inderdaad in een verontrustende twijfel.
_
Alle lof komt Allah toe, de Schepper der hemelen en der aarde, Die de
engelen tot boodschappers maakt met twee, drie en vier vleugelen. En Hij
voegt aan de schepping toe wat Hij wil; want Allah heeft macht over alle
dingen.
_
Wat Allah de mens aan barmhartigheid schenkt, is door niemand tegen te
houden; en wat Hij terug houdt, kan buiten Hem, niemand schenken; Hij is
de Almachtige, de Alwijze.
_
O mensen, herinnert u de gunst van Allah jegens u. Is er een andere
Schepper buiten Allah die u levensonderhoud geeft van de hemelen en de
aarde? Er is geen God naast Hem. Waarheen wordt gij dan afgewend?
_
En indien zij u verloochenen (bedenk dan) dat de boodschappers vóór u
ook werden verloochend; maar tot Allah worden alle dingen teruggebracht.
_
O mensen, de belofte van Allah is voorzeker waarachtig. Laat het
tegenwoordige leven u daarom niet misleiden, noch laat de
aarts-bedrieger u van Allah afleiden.
_
Voorwaar, Satan is een vijand van u, behandelt hem daarom als vijand.
Hij roept zijn volgelingen slechts opdat zij bewoners van het brandende
Vuur mogen worden.
_
Er is een strenge straf voor hen die niet geloven. Maar er is
vergiffenis en een grote beloning voor de gelovigen die goede werken doen.
_
Hij wiens boze daden schoonschijnend zijn gemaakt, zodat hij deze als
goed beschouwt (kan de leiding vinden). Zeker, Allah laat dwalen wie Hij
wil en leidt wie Hij wil. Laat uw ziel dus niet wegkwijnen uit verdriet
over hen. Voorzeker, Allah weet wat zij doen.
_
En het is Allah Die de winden zendt zodat zij wolken doen opstijgen, dan
drijven Wij deze (de wolken) naar een verdord land en geven leven aan de
aarde na haar dood. Zo is de Opstanding.
_
Wie eer wenst (wete), dat alle eer aan Allah behoort. Tot Hem stijgt het
reine woord en de goede daad verheft het (tot Hem). En zij, die slechte
plannen maken, hun wacht een strenge straf en hun plan zal te niet
worden gedaan.
_
Allah schiep u uit stof, dan uit een levenskiem, daarna maakte Hij u tot
paren. En geen vrouw wordt zwanger of brengt voort, zonder dat Hij het
weet. En niemands leven wordt verkort of verlengd zonder dat het in het
Boek is vermeld. Voorzeker, dit is gemakkelijk voor Allah.
_
De twee wateren zijn niet gelijk; het ene zoet, smakelijk en goed om te
drinken, en het andere zout en bitter. En uit elk eet gij vlees en vindt
gij sieraden die gij draagt. En gij ziet er schepen die de golven door
klieven opdat gij van Zijn overvloed moogt zoeken, en opdat gij dankbaar
zult zijn.
_
Hij dompelt de nacht in de dag en de dag in de nacht. En Hij heeft de
zon en de maan in dienst gesteld; elk volgt haar baan, voor een
vastgestelde termijn. Alzo is Allah, uw Heer, van Hem is het Koninkrijk
en zij, die gij buiten Hem aanroept, bezitten niets.
_
Als gij hen aanroept, zullen zij uw roep niet horen en indien zij uw
roep horen, zullen zij u niet kunnen antwoorden. En op de Dag der
Opstanding zullen zij uw afgoderij verwerpen. Niemand kan u (omtrent de
waarheid) inlichten zoals de Alkennende.
_
O, gij mensen, gij zijt afhankelijk van Allah, maar Allah is de
Onafhankelijke, de Geprezene.
_
Als Hij het wilde, zou Hij u kunnen wegnemen en een nieuwe schepping
voortbrengen.
_
Dat is voor Allah niet moeilijk.
_
Geen lastdragende kan de last van een ander dragen en indien een
zwaarbelaste (een ander) roept tot (verlichting van) zijn last, zal er
niets van kunnen worden overgenomen, zelfs al is hij een bloedverwant;
gij kunt slechts hen waarschuwen, die hun Heer in het verborgene vrezen
en het gebed onderhouden. En wie zich reinigt, reinigt zich alleen in
zijn eigen belang en tot Allah is de terugkeer.
_
De blinde is niet gelijk aan de ziende;
_
Noch is de duisternis gelijk aan het licht;
_
Noch zijn de schaduw en de hitte gelijk;
_
Noch zijn de levenden gelijk aan de doden. Voorzeker, Allah doet hen
horen die Hij wil, maar gij kunt degenen die in hun graven zijn, niet
doen horen.
_
Gij (profeet) zijt slechts een waarschuwer.
_
Voorwaar, Wij hebben u met de Waarheid gezonden als drager van blijde
tijdingen en als waarschuwer; en er is geen volk waaronder zich geen
boodschapper heeft bevonden.
_
Indien dezen u verloochenen, verloochenden ook zij, die voor hen waren.
Hun boodschappers kwamen tot hen met duidelijke bewijzen en met de
Geschriften en met een verlichtend Boek.
_
Dan greep Ik de ongelovigen aan en hoe (vreselijk) was Mijn afkeuring!
_
Hebt gij niet gezien, dat Wij water van de hemel nederzenden en dat Wij
daardoor vruchten voortbrengen van verschillende kleuren (en soorten);
en in de bergen zijn streken van wit en rood, van donker of ravenzwart
en van nog verschillende tinten.
_
Ook mensen, beesten, vee zijn van verschillende kleur. Alleen Zijn
dienaren die kennis bezitten, vrezen Allah. Voorwaar, Allah is
Almachtig, Vergevensgezind.
_
Waarlijk, zij die het Boek (de Koran) van Allah voordragen en het gebed
naleven en heimelijk of openlijk geven van hetgeen Wij hun hebben
geschonken, mogen hopen op een winst die nooit zal vergaan;
_
Opdat Hij hun de volle beloning moge geven, er uit Zijn overvloed aan
toevoegende. Hij is zeker Vergevensgezind, Waarderend.
_
En hetgeen Wij u hebben geopenbaard van het Boek is de Waarheid,
vervullend hetgeen voordien (geopenbaard) was. Voorzeker, Allah kent en
doorziet Zijn dienaren.
_
Dan gaven Wij het Boek als erfdeel aan diegenen Onzer dienaren die Wij
uitkozen. En onder hen zijn er die zich zelven te kort doen, anderen die
de middenweg bewandelen en nog anderen die in goedheid en deugd
uitmunten naar Allah's gebod. Dat is de grote genade.
_
In tuinen der eeuwigheid zullen zij binnengaan, zij zullen er in worden
getooid met gouden armbanden en met paarlen; en hun kleding zal van
zijde zijn.
_
En zij zullen zeggen: "Alle lof zij Allah, Die droefheid van ons heeft
weggenomen. Onze Heer is voorzeker Vergevensgezind; Waarderend."
_
"Hij, Die ons door Zijn genade deze verbligfplaats heeft toegewezen,
waarin ons geen last, noch vermoeienis raakt."
_
Maar voor de ongelovigen is het Vuur der hel. Voor hen zal de dood niet
worden verordend opdat zij mochten sterven, noch zal de straf er van
voor hen worden verlicht. Alzo straffen Wij iedere ondankbare.
_
En zij zullen er in schreeuwen, zeggende: "Onze Heer, haal ons er uit,
wij zullen goede werken doen, anders dan wij vroeger deden." (Men zal
hun antwoorden): "Gaven Wij u niet een leven, lang genoeg dat wie wilde
nadenken, daarin kon nadenken, bovendien kwam een waarschuwer tot u.
Ondergaat daarom de straf, want voor de boosdoeners is er geen helper.
_
Voorwaar, Allah kent de geheimen der hemelen en der aarde. Waarlijk, Hij
weet wat in de harten leeft.
_
Hij is het, Die u tot stedehouders op aarde heeft gemaakt. Hij die niet
gelooft, zijn ongeloof zal tegen hem zijn en het ongeloof der
ongelovigen doet hen slechts in weerzinwekkendheid toenemen in de ogen
van hun Heer, en het ongeloof der ongelovigen doet hen slechts toenemen
in verlies.
_
Zeg: "Licht (mij) in over de goden, die gij naast Allah aanroept- Toont
mij aan hetgeen zij van de aarde hebben geschapen. Of hebben zij een
aandeel aan de hemelen?" Hebben Wij hun een Boek gegeven waaruit zij een
bewijs hebben? Neen, de boosdoeners beloven elkander slechts bedrog."
_
Voorzeker, Allah houdt de hemelen en de aarde in stand opdat zij niet
vergaan. En indien zij uit elkaar zouden vallen, zou niemand buiten Hem
ze bij elkander kunnen houden. Voorwaar, Hij is Verdraagzaam,
Vergevensgezind.
_
Zij zweren bij Allah hun plechtigste eden, dat indien een waarschuwer
tot hen zou komen, zij de leiding beter zouden volgen dan andere
volkeren. Maar toen een waarschuwer tot hen kwam, deed het hen slechts
in afkeer toenemen,
_
Evenals in aanmatiging op aarde en in het smeden van boze plannen. Maar
het slechte komplot is een val voor hen alleen die het maken. Verwachten
zij slechts de handelwijze waarmee de vroegere (volkeren) werden
behandeld? Gij zult in de handelwijze van Allah nooit een verandering
aantreffen, noch zult gij de handelwijze van Allah ooit gewijzigd vinden.
_
Hebben zij niet op aarde gereisd en gezien hoe het einde was van degenen
die vóór hen leefden? En dezen waren sterker in macht dan zij. Er is
niets in de hemelen en op aarde dat Allah kan overweldigen, Hij is de
Alwetende, de Almachtige.
_
En indien Allah de mensen zou straffen voor hetgeen zij doen, zou Hij
geen schepsel op de oppervlakte ervan achterlaten; maar Hij schenkt hun
uitstel tot een vastgestelde tijd; en wanneer die vastgestelde tijd
komt: voorwaar Allah kent Zijn dienaren goed.
_
Jaa Sien.
_
Bij de Koran, die vol van Wijsheid is,
_
Gij zijt inderdaad één der boodschappers
_
Op het rechte pad.
_
Dit is een openbaring van de Almachtige, de Genadevolle.
_
Opdat gij een volk moogt waarschuwen welks vaderen niet zijn
gewaarschuwd en dat achteloos leeft.
_
Het Woord heeft zich reeds bewaarheid ten opzichte van de meesten
hunner, want zij geloven niet.
_
Wij hebben om hun hals ijzeren banden gelegd die tot aan hun kin reiken,
zodat hun hoofd omhoog geheven blijft,
_
En Wij hebben een hinderpaal vóór hen en een hinderpaal achter hen
geplaatst en Wij hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien.
_
En het is hun hetzelfde of gij hen waarschuwt of niet; zij willen niet
geloven.
_
Gij kunt slechts hem waarschuwen die de vermaning zou willen volgen en
de Barmhartige in het verborgene vrezen. Geef hem daarom blijde
tijdingen van vergiffenis en een ruime beloning.
_
Voorzeker, Wij zijn het Die de doden doen herleven, en wat zij doen,
optekenen evenals de sporen die zij nalaten en Wij hebben alle dingen in
een duidelijk boek geschreven.
_
Geef hun de gelijkenis van de bewoners ener stad , to en de
boodschappers tot haar kwamen.
_
Wij zonden tot hen twee boodschappers maar zij verloochenden dezen
waarop wij hen met een derde versterkten en zij zeiden: "Waarlijk, wij
zijn tot u gezonden."
_
Zij (de bewoners) antwoordden: "Gij zijt slechts mensen zoals wij en de
Barmhartige heeft u niets geopenbaard; gij liegt slechts."
_
Zij zeiden: "Onze Heer weet dat wij inderdaad tot u zijn gezonden.
_
Op ons rust slechts de duidelijke verkondiging (der boodschap)."
_
Het volk zeide: "Waarlijk, wij beschouwen u als een slecht voorteken;
als gij niet ophoudt, zullen wij u gewis stenigen en een pijnlijke straf
zal zeker onzerzijds over u komen."
_
Zij antwoordden: "Uw onheil is bij u. Zegt gij dit omdat gij vermaand
zijt? Neen, gij zijt een volk dat alle perken te buiten gaat."
_
En er kwam een man aanhollen van het verste gedeelte der stad; hij
zeide: "O mijn volk, volg de boodschappers;
_
Volg hen, die van u geen beloning vragen en die goed geleid zijn.
_
En welke reden heb ik, dat ik Hem, Die mij schiep en tot Wie gij zult
worden teruggebracht, niet zou aanbidden?
_
Zal ik anderen tot goden nemen naast Hem? Indien de Barmhartige kwaad
met mij zou voorhebben, zou hun bemiddeling mij niets baten noch kunnen
zij mij redden.
_
Dan zou ik inderdaad in openlijke dwaling verkeren.
_
Ik geloof in uw Heer, luistert daarom naar mij."
_
Er werd gezegd: "Ga het paradijs binnen." Hij riep uit: "O, als mijn
volk slechts wist,
_
Hoe mijn Heer mij vergiffenis heeft geschonken en mij tot een der
geëerden heeft gemaakt!"
_
En Wij zonden na hem geen schare (van engelen) uit de hemel neder (tot
zijn volk) noch zenden Wij die ooit (op die wijze) neder.
_
Het was slechts een enkele kreet en ziet; zij waren als uitgeblust.
_
Wee, over de mensen: er komt geen boodschapper tot hen of zij bespotten hem.
_
Hebben zij niet gezien, hoeveel geslachten Wij vóór hen hebben
vernietigd, die niet tot hen terugkeren?
_
Maar gewis, allen zullen tezamen voor Ons worden gebracht.
_
En de dorre aarde is voor hen een teken; Wij doen deze herleven en
brengen graan uit haar voort, waarvan zij eten.
_
En Wij hebben er tuinen van dadelpalmen en druiven aangelegd en Wji
deden er bronnen ontspringen,
_
Opdat zij van de vruchten daarvan mogen eten, en genieten van hetgeen
hun handen toebereiden. Willen zij dan niet dankbaar zijn?
_
Glorie zij Hem, Die alles in paren schiep van hetgeen op aarde groeit en
van hen zelf en van hetgeen zijn nog niet kennen.
_
En voor hen is de nacht een teken. Wij nemen de dag weg en ziet! zij
zijn in duisternis.
_
En de zon beweegt zich naar haar bestemming. Dat is het gebod van de
Almachtige, de Alwetende.
_
En voor de maan hebben Wij fasen bepaald tot zij als een oude tak van
een palmboom wordt.
_
De zon mag de maan niet achterhalen noch kan de nacht de dag
voorbijstreven. Zij zweven elk in hun eigen baan.
_
En het is voor hen een teken, dat Wij hun nakomelingen in het geladen
schip dragen.
_
En Wij zullen voor hen nog iets dergelijks scheppen, waarop zij zullen
varen.
_
En indien Wij willen, zullen Wij hen doen verdrinken, er zal dan voor
hen geen helper zijn noch kunnen zij gered worden,
_
Dan door Onze barmhartigheid en als tijdelijk genot (voor hen op aarde).
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Behoedt u tegen hetgeen vóór u is
en hetgeen achter u is, opdat u barmhartigheid moge worden betoond."
_
Maar er komt geen teken tot hen van de tekenen van hun Heer, of zij
wenden er zich van af.
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Besteedt van hetgeen Allah u heeft
geschonken," zeggen de ongelovigen tot de gelovigen, "Moeten wij hem
voeden? Indien het Allah behaagde zou Hij hem hebben kunnen voeden. Gij
verkeert slechts in een klaarblijkelijke dwaling."
_
En zij zeggen: "Wanneer zal deze Belofte worden vervuld, als gij de
waarheid spreekt?"
_
Zij wachten slechts op een plotselinge straf die hen zal overkomen
terwijl zij nog aan het redetwisten zijn.
_
En zij zullen geen testament meer kunnen maken noch zullen zij tot hun
families terugkeren.
_
En de bazuin zal worden geblazen, en ziet! zij zullen zich vanuit hun
graven naar hun Heer haasten.
_
Zij zullen zeggen: "O wee ons, wie heeft ons van onze slaapplaatgen
gewekt? Dit is hetgeen de Barmhartige heeft beloofd, en de boodschappers
spraken de waarheid."
_
Het zal slechts een kreet zijn en ziet! zij zullen allen voor Ons worden
gebracht.
_
En op die Dag zal geen ziel onrecht worden aangedaan, noch zult gij
worden beloond, behalve overeenkomstig uw daden.
_
Voorwaar, op die Dag zullen de bewoners van de Hemel in (een groot) werk
hun geluk vinden.
_
Zij en hun echtgenoten zullen zich in de schaduw op tronen nedervlijen.
_
Zij zullen daar vruchten hebben en alles waar zij om vragen ontvangen.
_
Het woord van de Genadevolle Heer zal (klinken) "Vrede (vrede)."
_
(En Hij zal zeggen): "Houdt u op deze dag terzijde, o gij schuldigen."
_
"Gelastte Ik u niet, o gij kinderen van Adam, dat gij Satan niet zoudt
dienen, daar hij een openlijke vijand van u is,
_
Maar dat gij Mij zoudt dienen?" Dat was het rechte pad.
_
Toch deed hij een groot gedeelte uwer dwalen. Hadt gij dan geen verstand?
_
"Dit is de hel waarmede gij werdt bedreigd."
_
Gaat daar thans binnen, omdat gij haar placht te loochenen.
_
Op die Dag zullen Wij hun mond verzegelen, maar hun handen zullen tot
ons spreken en hun voeten zullen getuigenis afleggen van alles wat zij
hebben bedreven.
_
En als Wij het hadden gewild, konden Wij het licht in hun ogen hebben
gedoofd; dan zouden zij zich naar het pad hebben willen haasten. Maar
hoe konden zij zien?
_
En indien Wij wilden, zouden Wij hen op hun plaatsen hebben doen
verstijven zodat zij noch vóór- noch achteruit konden.
_
En wie Wij een lang leven schenken, doen Wij achteruitgaan in kracht.
Willen zij dan niet begrijpen?
_
En Wij hebben hem (de profeet) het dichten niet geleerd, noch is het
voor hem passend, dit is slechts een vermaning en een duidelijke
verkondiging;
_
Opdat de levenden mogen worden gewaarschuwd en opdat het oordeel tegen
de ongelovigen gerechtvaardigd moge zijn.
_
Hebben zij niet gezien, dat onder de dingen die Onze handen gemaakt
hebben, Wij vee hebben geschapen, waar zij meesters over zijn?
_
En Wij hebben het aan hen dienstbaar gemaakt, zodat sommige rijdieren
zijn, en sommige tot voedsel strekken.
_
En zij hebben er voordelen van en dranken. Willen zij dan niet dankbaar
zijn?
_
En zij hebben andere goden naast Allah genomen, hopende dat zij mogen
worden geholpen.
_
Dezen kunnen hen niet helpen maar zij zullen als een schare tegen hen
worden gebracht.
_
Laat daarom hun spraak u niet verdrieten. Voorwaar, Wij weten wat zij
verbergen en wat zij tonen.
_
Heeft de mens niet begrepen dat Wij hem hebben geschapen uit een
levenskiem? Doch ziet, hij is klaarblijkelijk een redetwister!
_
En hij zet Ons verhalen voor en vergeet zijn eigen ontstaan. Hij zegt:
"Wie kan de beenderen doen herleven als zij vergaan zijn?"
_
Zeg: "Hij, Die hen voor de eerste keer schiep zal hen doen herleven; Hij
heeft kennis van de gehele schepping.
_
Hij is het, Die uit een groene boom voor u vuur voortbrengt, en ziet,
gij steekt er (uw brandstof) van aan."
_
"Is Hij, Die de hemelen en de aarde schiep, niet in staat hun gelijken
te scheppen?" Ja, inderdaad Hij is de Schepper, de Alwetende.
_
Voorwaar, wanneer Hij Zich iets voorneemt is Zijn gebod slechts: "Wees",
en het wordt.
_
Glorie zij daarom Hem, in wiens hand de oppermacht over alle dingen is!
En tot Hem zult gij worden teruggebracht.
_
Bij hen, die zich in rijen scharen.
_
En bij hen die berispen.
_
En bij de verkondigers der Vermaning.
_
Voorwaar, (voorwaar), uw God is één (enig God),
_
Heer der hemelen en der aarde en van alles wat er tussen is, de Heer van
het Oosten.
_
Wij hebben de laagste hemel met sterren versierd.
_
Als bescherming tegen iedere opstandige Satan.
_
Zij kunnen van de verheven bijeenkomst niets horen en zij worden van
elke kant verdreven.
_
Als verworpenen en er is voor hen een voortdurende straf;
_
Maar hij die steelsgewijze opvangt, hem achtervolgt een heldere vlam.
_
Vraag hun (de ongelovigen) of zij moeilijker zijn te scheppen, dan
andere (dingen) die Wij hebben geschapen. Voorzeker, Wij hebben hen uit
vaste klei geschapen.
_
Neen, gij verwondert u en zij spotten.
_
En wanneer zij vermaand worden, trekken zij er geen lering uit.
_
En wanneer zij een teken zien, bespotten zij het.
_
En zij zeggen: "Dit is niets dan een klaarblijkelijke tovenarij."
_
"Zullen wij wanneer wij dood zijn en stof en beenderen zijn geworden,
worden opgewekt?
_
En onze voorvaderen ook?"
_
Zeg: "Ja, terwijl gij vernederd zult zijn."
_
Er zal slechts één roep zijn en ziet, zij zullen beginnen te zien.
_
Dan zullen zij zeggen: "Wee ons! Dit is de Dag der vergelding."
_
(Allah zal zeggen:) "Dit is de Dag der Beslissing die gij placht te
verloochenen.
_
Verzamelt de onrechtvaardigen, hun metgezellen en hetgeen zij aanbaden
_
Naast Allah. Leidt hen dan naar het pad van het Vuur;
_
Doch houdt hen staande want zij moeten worden ondervraagd."
_
"Wat scheelt u dat gij elkander niet helpt?"
_
Neen, op die Dag zullen zij onderworpen zijn.
_
Sommigen hunner zullen zich tot anderen wenden, elkander wederkerig
ondervragend.
_
Zij zullen zeggen: "Voorwaar, gij placht ons op de goede weg tegen te
houden."
_
Zij zullen antwoorden: "Neen, gij waart zelf geen gelovigen."
_
En wij hadden geen macht over u, maar gij waart een overtredend volk.
_
Nu is het woord van onze Heer omtrent ons werkelijkheid geworden. Wij
zullen gewis (de straf) smaken."
_
En wij deden u dwalen omdat wij zelf in dwaling waren."
_
Waarlijk, op die Dag zullen zij allen deelgenoten zijn in de straf.
_
Zo behandelen Wij de schuldigen;
_
Voorzeker toen er tot hen werd gezegd: "Er is geen God naast Allah",
waren zij vanmatigend.
_
En zeiden: "Zullen wij onze Goden voor die waanzinnige dichter opgeven?"
_
Neen, hij is met de Waarheid gekomen en heeft die van de (vroegere)
boodschappers bevestigd.
_
Gij zult de pijnlijke straf gewis ondergaan.
_
En gij zult slechts worden vergolden voor hetgeen gij deedt.
_
Maar de uitverkoren dienaren van Allah.
_
Zullen een bekende voorziening ontvangen;
_
Zij zullen vruchten ontvangen, en worden geëerd,
_
In tuinen van gunsten,
_
Op rustbanken. tegenover elkander.
_
En een beker zal hun worden rondgereikt uit een stromende bron.
_
Helder, smakelijk voor de drinkenden,
_
Waardoor geen dronkenschap zal ontstaans noch zullen zij er door worden
uitgeput.
_
En naast hen zullen vrouwen zijn van bescheiden blik met mooie ogen.
_
Rein, alsof zij zorgvuldig bewaarde eieren waren.
_
En enigen hunner zullen zich tot anderen wenden, elkander ondervragend.
_
Een hunner zal zeggen: "Ik had een metgezel,
_
Die placht te zeggen: "Bevestigt gij inderdaad,
_
Dat wanneer wij dood zijn en tot stof en beenderen geworden, ons
inderdaad wordt vergolden?"
_
Hij zal vragen: "Wilt gij opzien?"
_
Dan zal hij kijken en hem in het midden van het Vuur zien.
_
Hij zal zeggen: "Bij Allah, gij deedt mij ook bijna te niet gaan."
_
"En ware het niet door de gunst van mijn Heer, ik zou ook tot hen
behoren die daar aanwezig zijn.
_
Zullen wij niet sterven,
_
Na onze eerste dood, noch worden gestraft?
_
Voorwaar, dit is de opperste zegepraal."
_
Laat daarom de werkers voor zo iets werken.
_
Is dit een beter onthaal of de boom van Zaqqoem?
_
Voorzeker, wij hebben deze tot een beproeving voor de onrechtvaardigen
gemaakt.
_
Het is een boom die uit de bodem der hel ontspringt.
_
De trossen er van zijn als de koppen van duivels.
_
En zij zullen er zeker van eten en er hun buik mee vullen.
_
Dan zullen zij bovendien een drank van kokend water ontvangen.
_
Daarna zal hun terugkeer zeker naar het Vuur zijn.
_
Zij vonden inderdaad hun voorvaderen in dwaling.
_
En zij haastten zich in hun voetstappen voort.
_
En voorzeker dwaalden vóór hen velen der ouden.
_
En Wij hadden waarschuwers tot hen gezonden.
_
Ziet dan hoe het einde was van hen die waren gewaarschuwd.
_
Met uitzondering der uitverkoren dienaren van Allah.
_
Noach riep Ons aan, en hoe uitmuntend zijn Wij in het verhoren.
_
Wij redden hem en zijn familie uit de grote nood;
_
En Wji maakten zijn nakomelingen tot de overlevenden.
_
En Wij lieten voor hem onder de komende geslachten (de groet):
_
"Vrede zij Noach onder de volkeren."
_
Zo belonen Wij inderdaad hen die goed doen.
_
Hij was voorzeker één Onzer gelovige dienaren.
_
Dan deden Wij de anderen verdrinken.
_
En voorwaar, tot zijn partij behoorde Abraham;
_
Toen hij tot zijn Heer kwam met een deemoedig hart;
_
En hij tot zijn vader en tot zijn volk zeide: "Wat aanbidt gij?
_
Kiest gij valse goden naast Allah?
_
Hoe denkt gij over de Heer der Werelden?"
_
En hij (Abraham) redetwistte over de sterren,
_
En zei: "Ik ben er ziek van."
_
En zij wendden zich van hem af en gingen weg.
_
En hij ging heimelijk tot hun goden en zeide: "Waarom eet gij niet,
_
Wat scheelt u, dat gij niet spreekt?"
_
Dan begon hij hen met de rechter hand te slaan.
_
En zij (de afgodendienaren) haastten zich naar hem toe.
_
Hij zeide: "Aanbidt gij hetgeen gij zelf hebt uitgebeeld,
_
Terwijl Allah u en uw handwerk heeft geschapen?"
_
Zij zeiden: "Laat ons een omheining bouwen en hem in het vuur werpen."
_
En zij hadden een komplot tegen hem gesmeed, maar Wij vernederden hen.
_
Hij zeide: "Ik ga naar mijn Heer, Die zal mij leiden.
_
Mijn Heer, schenk mij een nakomeling die goed zal zijn."
_
Dan gaven Wij hem de blijde tijding van een verdraagzame zoon.
_
En toen deze de knapenleeftijd bereikte, zeide hij: "O mijn lieve zoon,
ik heb in een droom gezien, dat ik u heb te offeren. Zie, wat zegt gij
daarvan?" Deze antwoordde: "O mijn vader doe zoals u bevolen is, gij
zult mij, indien Allah het wil, zeker geduldig vinden."
_
En toen zij zich beiden aan (Gods bevel) hadden onderworpen, en hij hem
plat op zijn voorhoofd had gelegd,
_
Riepen Wij hem toe: "O Abraham,
_
Gij hebt de droom reeds vervuld. Zo belonen Wij inderdaad degenen, die
goed doen."
_
Dit was voorzeker een grote beproenng.
_
En Wij verlosten hem door een groot offer.
_
En Wij lieten voor hem onder de komende geslachten (de groet):
_
"Vrede zij Abraham."
_
Zo belonen Wij hen die goed doen.
_
Voorwaar, hij was één Onzer gelovige dienaren.
_
Wij gaven hem het blijde nieuws van Izaäk, een profeet onder de
rechtvaardigen.
_
En Wij zegenden hem en Izaäk. En er zijn er onder hun nageslacht die
goed doen en anderen die zichzelf openlijk onrecht aandoen.
_
Wij bewezen inderdaad gunsten aan Mozes en Aäron.
_
En Wij redden hen beiden en hun volk uit een grote nood;
_
En Wij hielpen hen (tegen de Egyptenaren) en zij waren het die de
overwinning verkregen.
_
En Wij gaven hun het duidelijke boek.
_
En leidden hen op het rechte pad.
_
Wij lieten voor hen, onder de komende geslachten (de groet):
_
"Vrede zij Mozes en Aäron."
_
Voorzeker zo belonen Wij degenen die goed doen.
_
Voorwaar zij behoorden tot Onze gelovige dienaren.
_
En Elias was óók een der boodschappers
_
Toen hij tot zijn volk zeide, "Wilt gij niet godvruchtig zijn?
_
Wilt gij Baäl aanroepen en de beste Schepper verzaken,
_
Allah, uw Heer en de Heer uwer voorvaderen?"
_
Maar zij verloochenden hem en zij zullen zeker worden overgeleverd.
_
Met uitzondering der uitverkoren dienaren van Allah.
_
En Wij lieten voor hem onder de komende geslachten (de groet):
_
"Vrede zij Elias."
_
Voorzeker zo belonen Wij degenen, die goed doen.
_
Voorwaar, hij was één Onzer gelovige dienaren.
_
En Lot was voorzeker óók een der boodschappers.
_
Toen Wij hem en zijn familieleden redden,
_
Met uitzoudering van zijn vrouw die tot de achterblijvenden beboorde.
_
En Wij vernietigden de anderen.
_
En gij gaat hen (de plaats waar dezen woonden) zeker 's morgens voorbij
_
En 's avonds. Wilt gij dan niet begrijpen?
_
En Jonas was voorzeker ook een der boodchappers.
_
Toen hij in het geladen schip vluchtte,
_
En hij lootte en werd (overboord) geworpen.
_
Een grote vis slokte hem op terwijl hij zelfverwijt had.
_
Indien hij niet behoorde tot hen die Ons verheerlijken,
_
Dan zou hij in diens buik zijn gebleven tot de Dag der Opstanding.
_
Wij wierpen hem op een kaal strand terwijl hij ziek was.
_
En Wij lieten een pompoen voor hem opgroeien.
_
En Wij zonden hem als boodschapper tot honderdduizend of meer mensen.
_
En zij geloofden, daarom gaven Wij hun voor een korte tijd de
voorziening (van dit leven).
_
Vraag hun nu of hun Heer dochters heeft terwijl zij zonen hebben?
_
Hebben Wij de engelen als vrouwelijke wezens geschapen, terwijl zij
getuigen waren?
_
Welnu, door hun verzinsel zeggen zij:
_
"Allah heeft verwekt." Maar zij zijn stellig leugenaars.
_
"Heeft Hij dochters gekozen boven zonen?
_
Wat scheelt u? Hoe oordeelt gij?
_
Wilt gij dan niet nadenken?
_
Of hebt gij een duidelijk bewijs?
_
Toont dan uw Boek, indien gij waarachtig zijt."
_
En zij beweren een bloedverwantschap tussen Hem en de djinn, terwijl de
djinn zeer goed weten, dat zij voor Hem zullen worden gebracht.
_
Verheven is Allah boven hetgeen zij zeggen.
_
Met uitzondering van de uitverkoren dienaren van Allah.
_
Voorwaar, gij en wat gij aanbidt,
_
Gij kunt niemand verleiden tegen Hem.
_
Behalve hem die het Vuur zal binnengaan.
_
En er is niet één onzer of hij heeft een vaste plaats.
_
Waarlijk wij zijn degenen die in rijen gerangschikt zijn.
_
En voorzeker wij verheerlijken (God).
_
En zij plachten te zeggen:
_
"Als wij een vermaning hadden gehad van de ouden.
_
Zouden wij zeker Allah's uitverkoren dienaren zijn geworden."
_
Toch verwerpen zij deze, maar zij zullen het weldra te weten komen.
_
En waarlijk, Ons woord aangaande Onze dienaren, de boodschappers, is
reeds uitgesproken.
_
Voorzeker, zij zijn het die geholpen zullen worden.
_
En Onze schare is gewis overwinnaar.
_
Wend u daarom voor een wijle van hen af.
_
En sla hen gade; want zij zullen het weldra inzien
_
Willen zij dan Onze straf verhaasten?
_
Maar wanneer deze op hun land nederdaalt zal de dag slecht zijn voor
degenen, die werden gewaarschuwd.
_
Wend u daarom voor een wijle van hen af.
_
En let op, zij zullen het weldra inzien.
_
Verheven is uw Heer, de Heer van Roem en Macht, boven hetgeen zij zeggen!
_
En vrede zij de boodschappers!
_
En alle roem behoort aan Allah, de Heer der Werelden.
_
Saad. Bij de Koran vol van aanzien.
_
Maar de ongelovigen zijn in valse trots en strijd.
_
Hoevele geslachten hebben Wij vernietigd vóór hen! Zij schreeuwden het
uit, toen er voor ontkomen geen tijd meer was.
_
En dezen verwonderen zich, omdat een waarschuwer uit hun midden tot hen
is gekomen; en de ongelovigen zeggen. "Dit is een tovenaar en een leugenaar.
_
Heeft hij van vele Goden één God gemaakt? Dit is voorzeker iets
eigenaardigs."
_
En de leiders onder hen zeggen: "Gaat voort en houdt u aan uw Goden. Dit
is voorzeker gewenst.
_
Wij hebben hieromtrent in de laatste godsdienst niets gehoord. Dit is
niets anders dan een verzinsel.
_
Aan hem is onder ons de vermaning gezonden?" Neen, zij twijfelen aan
Mijn vermaning, zij hebben Mijn straf nog niet ondergaan.
_
Bezitten zij de schatten der barmhartigheid van uw Heer, de Machtige, de
Milddadige?
_
Of is het koninkrijk der hemelen en der aarde en alles wat er tussen is
van hen? Laat hen dan hun middelen vermeerderen.
_
Zij zijn een leger van bondgenoten dat zal worden verslagen.
_
Vóór hen loochende het volk van Noach, en Aad en Pharao - de heer der
scharen -
_
En de Samoed, en het volk van Lot, e: en de woudbewoners; dezen waren
bond genoten.
_
Allen verloochenden de boodschappers, daarom werd Mijn straf verwerkelijkt.
_
En dezen wachten slechts op een enkele roep waarvoor geen uitstel zal zijn.
_
Zij zeggen: "Onze Heer, geef ons spoedig ons deel vóór de Dag der
Afrekening."
_
Verdraag hetgeen zij zeggen en gedenk onze dienaar David, heer van
macht; voorzeker hij was altijd tot God geneigd.
_
Wij onderwierpen de bergen om met hem (God) te verheerlijken bij avond
en ochtend.
_
En de vogelen die tezamen verzameld waren, waren hem allen gehoorzaam.
_
En Wij versterkten zijn koninkrijk en gaven hem wijsheid en een
beslissend oordeel.
_
En heeft het verhaal van de tegenstanders u bereikt? Hoe zij over de
muur van zijn kamer klommen;
_
Hoe zij bij David binnenkwamen en hij hen vreesde. Zij zeiden: "Vrees
niet, wij zijn twee procesvoerders, waarvan de ene de ander onrecht
heeft aangedaan; spreek daarom recht tussen ons in waarheid en handel
niet onrechtvaardig en leid ons naar het rechte pad."
_
"Deze is mijn broeder; hij heeft negen en negentig ooien, en ik heb maar
één ooi. Toch zegt hij: 'Geef haar aan mij' en hij was mij in het
dispuut de baas."
_
David zeide: "Voorzeker, hij heeft u onrecht aangedaan door uw ooi te
eisen naast zijn eigen ooien. En voorzeker, vele der mededingers doen
elkaar onrecht aan, met uitzondering van hen, die geloven en goede
werken doen: en zij zijn slechts weinigen." En David bemerkte, dat Wij
hem hadden beproefd, daarom vroeg hij om vergiffenis van zijn Heer en
zich tot Hem wendend, viel hij in gebed neder.
_
Daarom gaven Wij hem bescherming en inderdaad had hij een dichte
toenadering en een voortreffelijk toevlucht tot Ons.
_
(Wij zeiden): "O David, Wij hebben u als stedehouder op aarde
aangewezen, spreek daarom recht over de mensen naar waarheid en volg
(hun) begeerten niet, anders zullen zij u van de weg van Allah
afleiden." Degenen, die van de weg van Allah afdwalen zullen gewis een
strenge straf ontvangen, omdat zij de Dag des Oordeels vergeten.
_
En Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is niet
tevergeefs geschapen - Dat is het vermoeden der ongelovigen. En wee de
ongelovigen vanwege het Vuur.
_
Zullen Wij degenen, die geloven en goede werken doen op dezelfde wijze
behandelen als de onheilstichters op aarde of moeten Wij de
godvruchtigen en de bozen gelijk stellen?
_
Het Boek dat Wij aan u hebben geopenbaard is vol van zegeningen, laat
hen dus over zijn verzen nadenken en laat de verstandigen er lering uit
trekken.
_
En aan David schonken Wij Salomo; een voortreffelijke dienaar, die
altijd (tot Ons) geneigd was.
_
Herinnert u, toen er renpaarden van het edelste ras en vlug ter been op
een avond voor hem werden gebracht,
_
Dat hij zeide: "Ik houd van goede dingen vanwege de gedachtenis aan mijn
Heer." Toen zij (de zon) door een sluier verborgen waren, zei hij:
_
"Brengt ze naar mij terug." Toen begon hij ze over hun benen en nek te
strijken.
_
Voorzeker Wij beproefden Salomo en op zijn troon zetten Wij een zielloos
lichaam. En hij (Salomo) wendde zich tot (God).
_
En zeide: "O mijn Heer, vergeef mij, en schenk mij een koninkrijk
hetwelk na mij voor niemand anders is; zeker, Gij zijt de Milddadige."
_
Wij onderwierpen de wind aan hem, die op zijn gebod zachtjes waaide
waarheen hij wilde,
_
En deskundigen en allerlei bouwers en duikers,
_
Alsook anderen, die met ketenen geboeid waren.
_
Wij zeiden: "Dit is Onze gave. Wees vrijgevig of spaarzaam, er zal
daarover geen oordeel zjin."
_
En hij had inderdaad een dichte toenadering tot Ons en een
voortreffelijke toevlucht.
_
Herinnert u Onze dienaar Job, toen hij tot zijn Heer riep: "Satan heeft
mij met kommer en smart geslagen."
_
Wij zeiden: "Spoor uw rijdier met uw voet aan, hier is koel water om u
er mee te wassen en ook om te drinken."
_
Wij schonken hem zijn familie en evenveel bovendien, als een
barmhartigheid van Ons en als les voor mensen van begrip.
_
(En Wij zeiden:) "Neem een handvol gedroogde stengels in uw hand en sla
er mee, en breek uw eed niet." Wij vonden hem standvastig. Hij was een
voortreffelijke dienaar en altijd tot Ons geneigd.
_
En gedenk Onze dienaren Abraham, Izaak en Jacob, de bezitters van macht
en inzicht.
_
Wij verkozen hen in het bijzonder - ter vormaning betreffende het
laatste tehuis.
_
En waarlijk, zij zijn in Onze ogen de uitverkorenen en de goeden.
_
En gedenk Ismaël, Eliza en Zolkifl; zij behoren allen tot de besten.
_
Dit is een aanmaning. En voor de godvruchtigen zal zeker een
voortreffelijke toevlucht zijn.
_
Tuinen der eeuwigheid met de poorten wijd voor hen open;
_
Op tronen rustend zullen zij daarin om overvloedig vruchten en drank roepen.
_
En bij hen zullen vrouwen zijn, die haar blikken weerhouden, metgezellen
van gelijke leeftijd.
_
Dit is hetgeen u beloofd is voor de Dag des Oordeels.
_
Voorwaar dit is Onze voorziening die nooit uitgeput zal zijn.
_
Dit is (voor de gelovigen). Maar voor de opstandigen zal er een slechte
plaats van terugkeer zijn.
_
De hel! daarin zullen zij branden, het is een slechte rustplaats,
_
Deze! Laat hen daarom een kokende en een ijskoude drank proeven.
_
En meer dergelijke van verschillende soorten.
_
Hier is een groep van uw volgelingen die er samen met u ingestort zal
worden. (Zij zullen zeggen:) "Geen welkom voor hen, zij moeten in het
Vuur branden."
_
Zij zullen antwoorden: "Wee, gij zijt het, voor wie geen welkom is. Gij
hebt dit voor ons bereid. En het is een slechte plaats!"
_
Zij zullen zeggen: "Onze Heer, wie dit voor ons bereid heeft, voeg hem
een dubbele straf in het Vuur toe."
_
En zij zullen zeggen: "Hoe komt het dat wij de mensen die wij onder de
bozen rekenden, niet meer zien?"
_
"Hebben wij hen ten onrechte bespot of zien onze ogen hen niet?"
_
Voorzeker, het onderlinge redetwisten van de mensen in het Vuur is de
waarheid.
_
Zeg: "Ik ben slechts een waarschuwer; en er is geen God naast Allah, de
Ene, de Onweerstaanbare;
_
De Heer van de hemelen en de aarde, en alles wat er tussen is, de
Machtige, de Vergevensgezinde.
_
Zeg: "Het is een belangrijke mededeling,
_
Doch gij wendt u er van af.
_
Ik heb geen kennis van de verheven vergadering toen zij onderling
redetwistten,
_
Slechts dit is aan mij geopenbaard dat ik een duidelijke waarschuwer ben."
_
Toen uw Heer tot de engelen zeide: "Ik ga de mens uit klei scheppen,
_
En wanneer Ik hem heb gevormd en hem van Mijn geest heb ingeademd, werpt
u dan in gehoorzaamheid voor hem neder.
_
Derhalve vielen alle engelen neder,
_
Doch Iblies niet, hij toonde hoogmoed en behoorde tot de ongelovigen.
_
God zeide: "O Iblies, wat heeft u verhinderd te buigen voor hem, die Ik
met Mijn Hand heb geschapen? Zijt gij te trots of behoort gij tot de
(hoog) verhevenen?"
_
Hij zeide: "Ik ben beter dan hij, Gij hebt mij uit vuur en hem uit klei
geschapen."
_
God zeide: "Ga dan hier vandaan, voorzeker gij zijt de verworpene.
_
En Mijn vloek zal op u rusten tot de Dag des Oordeels."
_
Hij zeide: "O mijn Heer, vergun mij dan uitstel tot de Dag waarop zij
zullen worden opgewekt."
_
God zeide: "U wordt uitstel verleend,
_
Tot de Dag van de bepaalde tijd."
_
Hij zeide: "Bij Uw eer, ik zal hen allen zeker doen dwalen,
_
Behalve Uw oprechte dienaren."
_
God zeide: "Dit is de waarheid en Ik zeg de waarheid,
_
Dat Ik de hel zeker met u en allen die u volgen, zal vullen."
_
Zeg: "Ik vraag u er geen loon voor, noch breng ik u in moeilijkheden.
_
Dit is slechts een vermaning voor de werelden.
_
En na een wijle zult gij de tijding er van te weten komen."
_
De openbaring van dit Boek is van Allah, de Almachtige, de Alwijze.
_
Voorwaar, Wij hebben u het Boek met waarheid geopenbaard; aanbid daarom
Allah, oprecht zijnde jegens Hem in onderwerping.
_
Ziet, aan Allah alleen komt oprechte gehoorzaamheid toe. En degenen, die
naast Hem anderen als beschermers nemen, zeggende: "Wij aanbidden dezen
slechts opdat zij ons in Allah's nabijheid brengen." Voorzeker, Allah
zal onder hen uitspraak doen betreffende datgene waarin zij verschillen.
Voorwaar, Allah leidt een ondankbare leugenaar niet.
_
Had Allah een zoon begeerd dan zou Hij uit wat Hij geschapen heeft
kunnen nemen, wie Hij wilde. Heilig is Hij. Hij is Allah, de Ene, de
Opperste.
_
Hij schiep de hemelen en de aarde in waarheid. Hij doet de nacht over de
dag komen, en de dag over de nacht; en Hij heeft de zon en de maan in
dienst gesteld; elk loopt een vaste baan. Voorzeker, Hij is de
Almachtige, de Vergevensgezinde.
_
Hij schiep u uit één ziel, dan maakte Hij daaruit echtgenoten; en Hij
zond voor u acht stuks vee in paren neder. Hij vormde u in de baarmoeder
van uw moeder, schepping naast schepping, in drievoudige duisternis. Zo
is Allah uw Heer, van Hem is het koninkrijk. Er is geen God naast Hem.
Waardoor wordt gij dan afgeleid?
_
Indien gij ondankbaar zijt; Allan is zeker onafhankelijk van u. Maar Hij
houdt niet van ondankbaarheid onder Zijn dienaren. En als gij dankbaar
zijt, zal Hij in u behagen hebben - En geen lastdragende kan de last van
een ander dragen - Dan is uw terugkeer tot uw Heer: en Hij zal u
mededelen wat gij deedt. Zeker, Hij weet goed wat in uw innerlijk is.
_
Wanneer een mens wordt benadeeld, roept hij zijn Heer aan, zich tot Hem
wendend. Dan, wanneer Hij hem een gunst bewijst van Zichzelf, vergeet de
mens waarvoor hij eerst (God) aanriep en stelt medegoden naast Allah, om
de mensen van Zijn weg af te leiden. Zeg: "Geniet door uw ongeloof voor
een wijle, gij behoort zeker tot de bewoners van het Vuur."
_
Is hij, die God vereert in de uren der nacht, nederknielende en staande,
die voor het Hiernamaals vreest en hoopt op de barmhartigheid van zijn
Heer. Zeg: "Zijn zij die weten gelijk aan hen die niet weten?" Maar
alleen de verstandigen trekken er lering uit.
_
Zeg: "O, Mijn gelovige dienaren, vreest uw Heer." Voor hen, die in dit
leven goed doen, is het goede. En Allah's aarde is ruim. Voorwaar, aan
de standvastigen zal hun beloning zonder berekening worden uitbetaald.
_
Zeg: "Het is mij bevolen Allah te aanbidden oprecht zijnde in
onderwerping aan Hem.
_
En mij is bevolen de eerste der Moslims te zijn."
_
Zeg: "Indien ik mijn Heer niet gehoorzaam, vrees ik de straf van de
grote Dag."
_
Zeg: "Allah is het Die ik aanbid, oprecht zijnde in gehoorzaamheid tot Hem."
_
Zeg: "Aanbidt wie gij wilt buiten Hem. Op de Dag der Opstanding zullen
zij de verliezers zijn, die zichzelf en hun familie hebben benadeeld."
Ziet toe, dit is het duidelijke verlies.
_
Zij zullen lagen van Vuur over en onder zich hebben. Hiertegen
waarschuwt Allah Zijn dienaren: "O Mijn dienaren, vreest Mij derhalve."
_
En zij die vermijden valse goden te aanbidden, en zich tot Allah wenden
- voor hen zijn er blijde tijdingen. Daarom geef blijde tijding aan Mijn
dienaren,
_
Die naar het Woord luisteren en dit het best naleven. Zij zijn het die
Allah geleid heeft, en zij zijn de verstandigen.
_
Kunt gij hem, tegen wie de uitspraak van straf is bevestigd, en die in
het Vuur is redden?
_
Maar voor hen die hun Heer vrezen zijn woningen boven elkaar gebouwd,
waaronder rivieren stromen. Dit is Allah's belofte en Allah breekt Zijn
belofte niet.
_
Hebt gij niet gezien, dat Allah water van de hemel nederzendt en het in
de aarde doet binnendringen tot (het vormen van) bronnen? Ook worden er
oogsten voortgebracht, die in hun kleuren variëren. Daarna drogen deze
uit en gij ziet ze geel worden; dan doet Hij ze in stukken breken.
Voorwaar daarin is een les voor de mensen van begrip.
_
Hij wiens hart Allah voor de Islam heeft verruimd, is in het licht van
zijn Heer. Wee dan degenen, wier hart verhard is bij de gedachtenis aan
Allah! Waarlijk, zij verkeren klaarblijkelijk in dwaling.
_
Allah heeft de beste verkondiging geopenbaard, een Boek (de Koran),
overeenkomstig met zichzelf, vaak herhalend (vermaningen) waarbij de
huid van hen die hun Heer vrezen ineenkrimpt, daarna ontspant zich hun
huid en hun hart wordt zacht bij de gedachte aan Allah. Dit is de
leiding van Allah, Hij leidt daarmee wie Hij wil. En wie Allah laat
dwalen, zal geen leider hebben.
_
Is (deze beter) die voor zijn persoon bescherming zoekt op de Dag der
Opstanding voor de vreselijke straf? - terwijl tot de onrechtvaardigen
zal worden gezegd: "Ondergaat (nu) wat gij verdiendet."
_
Ook degenen die vóór hen waren, verloochenden, daarom kwam de straf over
hen zonder dat zij bemerkten van waar.
_
En Allah vernederde hen in het leven dezer wereld; doch de straf van het
Hiernamaals zal zeker groter zijn. Als zij slechts wisten!
_
En voorzeker, Wij hebben allerlei gelijkenissen voor de mensen in deze
Koran vermeld, opdat zij er lering uit trekken.
_
Dit is een duidelijke verkondiging zonder afwijking opdat men
godvruchtig moge worden.
_
Allah geeft een gelijkenis; een man die aan meer aanspraak-hebbenden
toebehoort, die het met elkander oneens zijn, en een man die geheel aan
één man toebehoort. Zijn zij beiden in dezelfde toestand? Alle roem
behoort aan Allah. Maar de meesten onder hen begrijpen dit niet.
_
Waarlijk gij zult sterven en zij zullen ook sterven.
_
Dan zult gij op de Dag der Opstanding met elkander redetwisten in het
bijzijn van uw Heer.
_
Wie is onrechtvaardiger dan hij, die een leugen over Allah verzint of de
Waarheid verloochent wanneer zij tot hem komt? Is er voor de ongelovigen
geen plaats in de hel?
_
En hij die de Waarheid brengt of deze bevestigt - dezen zijn de
godvruchtigen.
_
Zij zullen van hun Heer ontvangen wat zij begeren; dat is de beloning
dergenen die goed doen.
_
Allah zal het slechtste wat zij deden van hen verwijderen en hun het
loon geven beter dan hetgeen zij verdienden.
_
Is Allah niet toereikend voor Zijn dienaar? En zij trachten u te doen
vrezen voor hen (de afgoden) die buiten Allah zijn. Voor hem die Allah
laat dwalen is er geen leider.
_
En wie Allah leidt zal niemand kunnen doen afdwalen. Is Allah niet
Machtig, de Heer der Vergelding?
_
Indien gij hun vraagt: "Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?",
zullen zij voorzeker antwoorden: "Allah". Zeg: "Vertelt mij (dan) wat
gij naast Allah aanroept, kunnen zij, indien Allah mij zou willen
benadelen, Zijn schade verwijderen? Of als Hij mij barmhartigheid wil
tonen, kunnen zij Zijn barmhartigheid dan tegenhouden?" Zeg: "Allah is
mij voldoende. In Hem zullen de vertrouwenden hun vertrouwen stellen."
_
Zeg: "O, mijn volk, handel op uw plaats, ik ben ook werkzaam, maar
weldra zult gij weten
_
Tot wie de vernederende kastijding komt en op wie de blijvende straf
nederdaalt."
_
Voorwaar, Wij hebben u ten bate der mensen het Boek met Waarheid
nedergezonden. Hij die deze leiding volgt, volgt haar ten bate van zijn
eigen ziel en wie dwaalt, dwaalt ten nadele van haar. En gij zijt geen
voogd over hen.
_
Allah neemt de zielen van de mensen op wanneer zij sterven en ook van
hen die niet sterven tijdens hun slaap. Dan houdt Hij die, die Hij ten
dode heeft opgeschreven en zendt de overigen tot een bepaalde tijd (in
het lichaam) terug. Hierin zijn stellig tekenen voor een volk dat nadenkt.
_
Hebben zij bemiddelaars naast Allah genomen? Vraag: "Zelfs indien zij
(de afgoden) nergens macht over hebben en zonder verstand zijn?"
_
Zeg: "Van Allah is iedere voorspraak. Hem behoort het koninkrijk der
hemelen en der aarde en naar Hem zult gij worden teruggebracht."
_
En wanneer Allah wordt genoemd als de Enige, dan krimpt het hart
dergenen die in het Hiernamaals niet geloven samen, maar wanneer degenen
naast Hem genoemd worden, ziet, zij verheugen zich.
_
Zeg: "O, Allah! Schepper der hemelen en der aarde! Kenner van het
onzichtbare en het zichtbare! Slechts Gij oordeelt onder Uw dienaren
over datgene waarin zij verschillen."
_
En indien de onrechtvaardigen bezaten al hetgeen op de aarde is en nog
eens zoveel daarbij, zullen zij dit op de Dag der Opstanding als
losprijs voor de vreselijke straf willen aanbieden. En wat zij nooit
dachten zal hun door Allah onthuld worden.
_
De straf voor het kwaad dat zij bedreven zal hun duidelijk worden en wat
zij plachten te bespotten zal hen omringen.
_
Wanneer nu de mens tegenspoed treft, roept hij Ons aan. Als Wij hem dan
Onze gunst bewijzen zegt hij: "Dit is mij alleen wegens mijn verdiensten
geschonken." Neen, het is slechts een beproeving; maar de meesten onder
hen beseffen het niet.
_
Ook hun voorgangers zeiden hetzelfde, toch baatte hen hetgeen zij deden
niet;
_
En het kwaad dat zij deden trof hen en wat de onrechtvaardigen onder
dezen doen, zal hen ook treffen en zij kunnen Ons niet ontsnappen.
_
Weten zij niet dat Allah de voorziening vermeerdert of vermindert voor
wie Hij wil; voorwaar, daarin zijn tekenen voor een volk dat wil geloven.
_
Zeg: "O mijn dienaren die tegen u zelf buitensporig zijt geweest,
wanhoopt niet aan de barmhartigheid van Allah, voorzeker Allah vergeeft
alle zonden, waarlijk, Hij is de Vergevensgezinde, de Genadevolle.
_
"Wendt u tot uw Heer en onderwerpt u aan Hem voordat de straf over u
komt, want dan zult gij niet meer worden geholpen.
_
"En volgt het beste dat u geopenbaard is door uw Heer voordat de straf
onverwachts over u komt terwijl gij het (naderen er van) niet bemerkt;
_
Opdat geen ziel moge zeggen: "O wat een spijt heb ik over hetgeen waarin
ik te kort schoot tegenover Allah! En inderdaad behoorde ik tot de
spotters."
_
Of opdat zij niet moge zeggen: "Had Allah mij geleid dan zou ik zeker
tot de godvruchtigen hebben behoord."
_
Of opdat zij de straf ziende, niet moge zeggen: "Ik wilde dat er voor
mij een terugkeer was, dan zou ik tot de goeden behoren."
_
(God zal antwoorden): "Neen, Mijn tekenen kwamen tot u, doch gij
verloochendet deze, gij waart hoogmoedig en behoordet tot de ongelovigen.''
_
En op de Dag der Opstanding zult gij de gezichten van hen die over Allah
leugens uitten zwart zien. Is er in de hel geen tehuis voor de hoogmoedigen?
_
Allah zal de godvruchtigen vanwege hun geloof redden. Geen kwaad zal
over hen komen noch zullen zij treuren.
_
Allah is de Schepper van alles en de Voogd over alle dingen.
_
Aan Hem behoren de schatten der hemelen en der aarde; en zij die de
tekenen van Allah verwerpen zijn de verliezers.
_
Zeg: "O, gij onwetenden, beveelt gij mij iets buiten Allah te aanbidden?"
_
En voorwaar, aan u zoals aan hen die vóór u waren, is geopenbaard: "Als
gij deelgenoten aan God toeschrijft, zal uw werk stellig vruchteloos
blijken en gij zult zeker tot de verliezers behoren."
_
Neen, dient Allah alleen en behoort tot de dankbaren.
_
Zij waarderen Allah niet volgens Zijn Waardigheid. De gehele aarde zal
in Zijn greep zijn op de Dag der Opstanding, en de hemelen zullen worden
opgerold in Zijn hand. Glorie zij Hem en verheven is Hij boven hetgeen
zij met Hem vereenzelvigen.
_
En de bazuin zal worden geblazen en allen die in de hemelen en op aarde
zijn, zullen bezwijmen, behalve degenen die Allah wil. Dan zal er
nogmaals worden geblazen en ziet! Zij zullen staande herrijzen en wachten.
_
En de aarde zal door het licht van haar Heer schitteren, en het Boek zal
nedergelegd worden en de profeten en de getuigen zullen worden gebracht
en er zal tussen hen met rechtvaardigheid geoordeeld worden en hun zal
geen onrecht worden aangedaan.
_
Elke ziel zal volledig worden beloond voor hetgeen zij deed. En Hij weet
het beste wat zij volbrachten.
_
En de ongelovigen zullen naar de hel worden gedreven, wanneer zij deze
bereiken, zullen de poorten worden geopend en haar wachters zullen tot
hen zeggen: "Kwamen er geen boodschappers van uit uw midden tot u, de
tekenen van uw Heer verkondigende en u waarschuwende voor de komst van
deze Dag?" Zij zullen antwoorden: "Ja zeker!" Maar nu is de uitspraak
van de straf tegen de ongelovigen van kracht geworden.
_
Er zal worden gezegd: "Gaat de poorten der hel binnen om er in te
vertoeven, slecht is de verblijfplaats voor de hoogmoedigen."
_
En degenen die hun Heer vreesden zullen in groepen naar de Hemel worden
geleid; wanneer zij die bereiken zullen de poorten worden geopend en
zijn bewakers zullen tot hen zeggen: "Vrede zij u! Weest gelukkig en
gaat binnen om er voor (altijd) te verblijven."
_
Zij zullen zeggen: "Alle lof behoort aan Allah, Die Zijn belofte aan ons
heeft vervuld en ons het land als erfenis heeft gegeven om daarin te
vertoeven, waar wij ook willen." Hoe voortreffelijk is het loon der
(rechtvaardige) werkers.
_
En gij zult de engelen om de Troon zien dringen, hun Heer lovende met de
roem, die Hem toekomt. En er zal tussen hen met Waarheid worden
geoordeeld. En er zal worden gezegd: "Alle lof behoort aan Allah, de
Heer der Werelden."
_
Haa Miem.
_
De openbaring van dit Boek is van Allah, de Almachtige, de Alwetende.
_
De Vergever der zonden, de Aanvaarder van berouw, de Gestrenge in het
straffen, de Heer van genade. Er is geen God buiten Hem. Tot Hem is de
terugkeer.
_
Niemand betwist de woorden van Allah behalve de ongelovigen. Laat hun
bedrijvigheid in het land u niet bedriegen.
_
Het volk van Noach voor hen en andere groepen na hen verloochenden ook
en elk volk besloot zijn boodschapper te vangen en twistte door leugen
om de Waarheid er mee te niet te doen. Dan greep Ik hen en hoe
verschrikkelijk was Mijn straf!
_
Zo werd het woord van uw Heer bewaarheid ten opzichte van de
ongelovigen: dat zij de bewoners van het Vuur zouden zijn.
_
Zij, die de Troon dragen en zij die er omheen staan verheerlijken hun
Heer met de lof die Hem toekomt en zij geloven in Hem en vragen
vergiffenis voor de gelovigen, zeggende: "Onze Heer, Gij omvat alle
dingen in Uw barmhartigheid en kennis. Vergeef daarom hen die berouw
tonen en Uw weg volgen; en behoed hen voor de straf der hel,
_
Onze Heer, en doe hen de tuinen der Eeuwigheid ingaan, die Gij hun hebt
beloofd, alsook de deugdzamen onder hun ouders, hun echtgenoten en hun
kinderen. Zeker, Gij zijt de Almachtige, de Alwijze.
_
"En behoed hen voor het kwade; en een ieder die Gij op die Dag voor het
kwade behoedt, hem betoont Gij zeker barmhartigheid. En dat is de
grootste zegepraal."
_
De ongelovigen zullen worden toegesproken: "Het misnoegen van Allah was
groter dan uw eigen misnoegen toen gij tot het geloof werd geroepen doch
gij dit verwierpt."
_
Zij zullen zeggen: "Onze Heer, Gij deedt ons tweemaal sterven en Gij
hebt ons tweemaal in het leven teruggeroepen en wij bekennen onze
zonden. Is er nu een uitweg?"
_
Dit kwam omdat gij niet geloofdet toen Allah de Ene werd genoemd, maar
toen Hem medegoden werden toegeschreven, geloofdet gij. Nu behoort het
oordeel aan Allah, de Allerhoogste, de Allergrootste.
_
Hij is het Die u Zijn tekenen toont en voorziening voor u van de hemel
nederzendt; maar niemand trekt er lering uit behalve hij die zich (tot
God) wendt.
_
Roept alleen Allah aan, oprecht zijnde in gehoorzaamheid tot Hem, hoewel
de ongelovigen er tegen zijn.
_
Verheven boven alle graden is de Heer van de Troon. Hij zendt het woord
door Zijn gebod aan wie Hij wil van Zijn dienaren, opdat hij moge
waarschuwen voor de Dag der Ontmoeting.
_
De Dag waarop zij naar voren zullen komen - zal niets van hen voor Allah
verborgen zijn. "Van Wie is het Koninkrijk op deze Dag?" "Van Allah, de
Ene, de Onweerstaanbare."
_
"Op deze Dag zal elke ziel worden beloond voor hetgeen zij heeft
verdiend. Geen onrecht zal geschieden op deze Dag. Voorzeker, Allah is
snel in het beoordelen."
_
Waarschuw hen voor de naderende Dag, wanneer het hart in de keel klopt
terwijl zij vol verdriet zullen zijn. De onrechtvaardigen zullen geen
boezemvrienden hebben, noch enige bemiddelaar naar wie zal worden
geluisterd.
_
Hij kent de oneerlijkheid der ogen en datgene wat de harten verbergen.
_
En Allah richt naar waarheid, maar degenen die zij aanroepen naast Hem
kunnen in het geheel niet richten. Voorzeker, Allah is de Alhorende, de
Alziende.
_
Hebben zij niet over de aarde gereisd en gezien wat het einde was van
hen die vóór hen waren? Zij waren machtiger dan dezen in kracht en in
hun sporen op aarde. Toch greep Allah hen voor hun zonden en zij hadden
niemand om hen tegen Allah te beschermen.
_
Dat kwam omdat hun boodschappers tot hen kwamen met duidelijke tekenen,
doch zij verwierpen ze; daarom greep Allah hen. Voorzeker, Hij is
Machtig, Streng in het straffen.
_
En Wij zonden Mozes met Onze tekenen en een duidelijk gezag,
_
Tot Pharao en Hamaan en Korach, maar zij zeiden: "Hij is een tovenaar en
de grootste leugenaar."
_
En toen hij (Mozes) met Waarheid van Ons tot hen kwam, zeiden zij:
"Doodt de zonen der gelovigen met hem en ontziet hun vrouwen." Maar het
plan der ongelovigen is ijdel.
_
En Pharao zeide: "Laat mij Mozes doodslaan en laat hem dan zijn Heer
aanroepen. Ik vrees dat hij uw godsdienst zal veranderen of in het land
onrust zal stoken."
_
En Mozes zeide: "Ik zoek toevlucht bij mijn Heer en uw Heer, tegen elke
laatdunkende die aan de Dag des Oordeels niet gelooft."
_
En een gelovig man uit het volk van Pharao die zijn geloof verborg,
zeide: "Wilt gij een man doden omdat hij zegt: 'Mijn Heer is Allah';
terwijl hij tot u gekomen is met duidelijke tekenen van uw Heer? Is hij
een leugenaar, dan rust zijn leugen op hem; maar als hij oprecht is, dan
zal iets van datgene, waarmee hij u bedreigt, u overkomen. Voorzeker,
Allah leidt hem die buitensporig en een grote leugenaar is, niet.
_
O mijn volk heden hebt gij de oppermacht en gij zijt de hoogsten in het
land. Maar wie zal ons beschermen tegen de straf van Allah als zij over
ons komt?" Pharao zeide: "Ik wijs u alleen dat aan wat ik zelf zie en ik
leid u slechts naar het pad der rechtschapenheid."
_
En de gelovige zeide: "O mijn volk, ik vrees voor u een gebeurtenis
zoals op de Dag der bondgenoten,
_
Zoals hoe geval was bij het volk van Noach, en Aad en Samoed en degenen
die na hen waren. Allah wil Zijn dienaren geen onrecht aandoen.
_
En o mijn volk, ik vrees voor u de Dag van het geweeklaag.
_
Een Dag waarop gij u zult afwenden om te vluchten. Dan zult gij geen
beschermer hebben tegen Allah. En hij die Allah laat dwalen zal geen
leider hebben.
_
En voordien kwam Jozef tot u met duidelijke tekenen, maar gij bleeft
twijfeles aan hetgeen hij u bracht doch toen hij stierf zeidet gjj:
"Allah zal na hem geen boodschapper meer zenden." Alzo laat Allah de
buitensporigen en de twijfelaars dwalen.
_
Degenen die twisten over de tekenen van Allah zonder dat enig gezag
(daarover) tot hen kwam; dit is afkeurenswaardig in de ogen van Allah en
de gelovigen. Alzo verzegelt Allah het hart van iedere hoogmoedige en
onderdrukker.
_
En Pharao zeide: "O Hamaan, bouw mij een toren opdat ik de toegangswegen
moge naderen,
_
De toegangswegen der hemelen, opdat ik de God van Mozes moge bereiken
ofschoon ik zeker weet dat hij een leugenaar is." Zo werd voor Pharao
zijn slechte daad schoonschijnend gemaakt, hij werd van het rechte pad
afgeleid en Pharao's plan eindigde slechts in ondergang.
_
En de gelovige zeide: "O, mijn volk, volg mij, ik zal u op het pad van
leiding voeren.
_
O mijn volk, dit leven dezer wereld is slechts een voorbijgaand
genoegen; en het Hiernamaals is het blijvende tehuis.
_
Wie kwaad doet zal naar evenredigheid hiervan worden vergolden; maar wie
goed doet, man of vrouw, en gelovig is zal het paradijs binnengaan;
daarin zullen zij van alles worden voorzien, zonder berekening.
_
En O mijn volk, hoe komt het toch dat ik u tot redding roep en gij mij
tot het Vuur wilt leiden?
_
Gij nodigt mij uit, Allah te verwerpen en iets met Hem te vereenzelvigen
waarvan ik geen kennis heb. En ik roep u tot de Almachtige, de
Vergevensgezinde."
_
"Zeker, datgene waartoe gij mij uitnodigt heeft geen macht in deze
wereld of in het Hiernamaals; voorwaar, onze terugkeer is tot Allah, en
de overtreders zullen de bewoners van het Vuur zijn.
_
Weldra zult gij u herinneren wat ik u zeg. En ik vertrouw mijn zaak aan
Allah toe. Voorwaar, Allah ziet Zijn dienaren door en door."
_
Daarom beschermde Allah hem voor het kwade hunner plannen, en een zware
straf kwam over het volk van Pharao;
_
Aan het Vuur zullen zij morgen en avond worden blootgesteld. En de Dag
waarop het Uur zal komen, zal er worden gezegd: "Doet Pharao's volk de
strengste straf ondergaan."
_
En wanneer zij met elkander in het Vuur zullen twisten, zullen de
zwakken tot de trotsen zeggen: "Voorzeker, wij waren uw volgelingen;
wilt gij dan nu een gedeelte van het Vuur van ons wegnemen?"
_
Zij die trots waren zullen zeggen: "Wij zijn er allen in. Allah heeft nu
over Zijn dienaren recht gesproken."
_
En degenen die in het Vuur zijn zullen tot de bewaarders der hel zeggen:
"Bidt uw Heer, een dag van onze straf te verlichten."
_
Zij zullen antwoorden: "Kwamen uw boodschappers niet tot u met
duidelijke bewijzen?" Zij zullen zeggen: "Ja zeker." De bewaarders
zullen antwoorden: "Bidt dan." Maar het bidden der ongelovigen is nutteloos.
_
Voorwaar, Wij helpen Onze boodschappers en de gelovigen in het leven
dezer wereld en op de Dag waarop de getuigen zullen opstaan.
_
De Dag, waarop de verontschuldiging van de onrechtvaardigen niets zal
baten en voor hen zal de vloek en het kwade tehuis zijn.
_
En Wij gaven Mozes de leiding, en deden de kinderen van Israël het Boek
erven.
_
Als richtsnoer en aanmaning voor mensen van begrip.
_
Heb geduld, voorzeker, Allah's belofte is waar. En vraag bescherming
tegen uw zonde en eert uw Heer 's morgens en 's avonds met de lof die
Hem toekomt.
_
Zij die over de tekenen van Allah twisten zonder dat hun het gezag
daartoe verleend is, hebben in hun innerlijk niets dan trots, die zij
niet kunnen verwerkelijken. Zoekt daarom uw toevlucht bij Allah.
Waarlijk, Hij is de Alhorende, de Alziende.
_
Voorzeker, de schepping der hemelen en der aarde is groter dan de
schepping der mensen maar de meeste mensen beseffen het niet.
_
De blinden en de zienden zijn niet gelijk; noch zijn zij, die geloven en
goede werken doen gelijk aan hen die kwaad doen. Gering is de lering die
gij hieruit trekt.
_
Het Uur zal zeker komen, daaraan is geen twifel; toch geloven de meeste
men sen het niet.
_
En uw Heer zegt: "Aanbidt Mij; Ik zal uw gebed verhoren. Maar zij die te
hoogmoedig zijn om Mij te aanbidden, zullen veracht de hel binnengaan."
_
Allah is Degene Die de nacht voor u aanwees opdat gij er in moogt rusten
en de dag om u licht te geven. Voorwaar, Allah is vol genade voor de
mensen, toch zijn de meeste mensen ondankbaar.
_
Zo is Allah uw Heer, de Schepper aller dingen. Er is geen God naast Hem.
Waarheen wordt gij dan afgewend?
_
Zo worden degenen, die de tekenen van Allah verloochenen, afgeleid.
_
Allah is het, Die de aarde voor u als een rustplaats heeft gemaakt en de
hemelen als gewelf, Die u gevormd heeft en u een schone vorm heeft
gegeven en u van goede dingen heeft voorzien. Dit is Allah uw Heer.
Gezegend is Allah, de Heer der Werelden.
_
Hij is de Levende, er is geen God naast Hem. Aanbidt daarom Hem alleen,
oprecht zijnde in gehoorzaamheid tot Hem. Alle lof behoort aan Allah, de
Heer der Werelden.
_
Zeg: "Het is mij verboden diegenen te aanbidden die gij naast Allah
aanroept daar er duidelijke bewjizen van mijn Heer tot mij zijn gekomen;
en het is mij geboden mij te onderwerpen aan de Heer der Werelden."
_
Hij is het Die u uit stof schiep, dan uit een levenskiem en uit een
klonter bloed, vervolgens brengt Hij u voort als een kind, dan bereikt
gij de volwassenheid, daarna wordt gij oud. Sommigen sterven eerder, en
anderen onder u zullen een vastgestelde tijd bereiken; opdat gij tot
inzicht komt.
_
Hij is het Die leven geeft en doet sterven. En wanneer Hij iets besluit,
zegt Hij slechts: "Wees", en het wordt.
_
Hebt gij degenen niet gezien, die over de tekenen van Allah redetwisten?
Hoe worden zij afgewend!
_
Degenen die het Boek en hetgeen waarmee Wij Onze boodschappers zonden,
verloochenden, zullen weldra (de waarheid) te weten komen,
_
Wanneer zij met boeien en kettingen om hun hals zullen worden gesleept
_
In kokend water; dan zullen zij in het vuur worden geworpen.
_
Dan zal er tot hen worden gezegd: "Waar zijn (de afgoden), die gij met
Allah hadt vereenzelvigd?"
_
"Naast Allah?" Zij zullen zeggen: "Zij zijn verloren gegaan. Neen, wij
plachten voorheen niets te aanbidden." Zo laat Allah de ongelovigen dwalen.
_
Er zal tot hen worden gezegd: "Dit is omdat gij op aarde ten onrechte
placht te jubelen en omdat gij hoovaardig waart."
_
"Gaat de poorten der hel binnen daarin vertoevende. Kwaad is nu het
tehuis voor de laatdunkenden."
_
Heb daarom geduld, Allah's belofte is zeker waar. Of Wij u de straf
waarmede Wij hen bedreigen gedeeltelijk tonen of u (vóór dien) doen
sterven, zij zullen toch tot Ons worden teruggebracht.
_
En Wij zonden boodschappers vóór u, sommigen van hen hebben Wij vermeld
en anderen hebben Wij niet genoemd en geen boodschapper kan een teken
brengen zonder Allah's gebod. En wanneer Allah's gebod komt, wordt er in
waarheid geoordeeld en dan gaan de leugenaars verloren.
_
Het is Allah, Die u vee heeft gegeven, opdat gij op sommige dieren moogt
rijden en andere als voedsel gebruiken.
_
En gij hebt andere voordelen van hen - zodat gij door hen elke behoefte
die in uw innerlijk is, tevreden moogt stellen. En door hen (te land) en
op schepen (ter zee) wordt gij gedragen.
_
En Hij toont u Zijn tekenen; welke van de tekenen van Allah wilt gij dan
ontkennen?
_
Hebben zij niet op aarde gereisd en gezien wat het einde was van degenen
die voor hen waren? Zij waren groter in aantal dan dezen en machtiger in
kracht, en in de sporen die zij op aarde achterlieten. Maar alles wat
zij verwierven baatte hen niet.
_
En toen hun boodschappers met duidelijke tekenen tot hen kwamen, namen
zij genoegen met de kennis die zij bezaten. en de straf waarover zij
spotten, verstrikte hen.
_
En toen zij Onze straf zagen zeiden zij: "Wij geloven in Allah als de
Enige en wij verwerpen alles wat wij vroeger met Hem plachten te
vereenzelvigen."
_
Maar nadat zij Onze straf hadden gezien kon hun geloof hun niet meer
baten. Dit is Allah's wet die haar loop neemt ten opzichte van Zijn
dienaren en zo gingen de ongelovigen verloren.
_
Haa Miem.
_
Een openbaring van de Barmhartige, de Genadevolle.
_
Een Boek waarvan de verzen zijn verklaard als duidelijke verkondiging
voor mensen die kennis bezitten.
_
Als drager van goede tijding en als waarschuwer. Maar de meesten hunner
wenden zich af, zodat zij niet luisteren.
_
Zij zeggen: "Onze harten zijn gesluierd voor datgene waartoe gij ons
roept en er is doofheid in onze oren en tussen u en ons is een scherm.
Daarom ga door met uw werk, wij werken ook."
_
Zeg: "Ik ben slechts een mens zoals gij. Het is mij geopenbaard dat uw
God slechts één God is; weest derhalve oprecht jegens Hem en vraagt
vergiffenis van Hem." En wee de afgodendienaren.
_
Die geen Zakaat geven en aan het Hiernamaals niet geloven.
_
Wat hen betreft, die geloven en goede werken doen, zij zullen zeker een
loon ontvangen dat nooit zal ophouden.
_
Zeg: "Verwerpt gij werkelijk Hem Die de aarde in twee dagen schiep? En
richt gij gelijken aan Hem op, hoewel Hij de Heer der Werelden is?
_
Hij heeft de bergen daarop gesteld en heeft deze gezegend en er op (de
aarde) de voedingsmiddelen bepaald, in vier dagen, gelijkelijk voor de
zoekenden.
_
Dan wendde Hij Zich tot de hemel terwijl deze een soort damp was en
zeide hiertegen en tot de aarde: "Komt beiden, willens of onwillens."
_
Zij zeiden: "Wij komen gewillig." Zo voltooide Hij hen als de zeven
hemelen in twee dagen, en Hij wees elke hemel zijn werk aan. En Wij
versierden de laagste hemel met lichten ter bescherming. Dat is de
verordening van de Almachtige, de Alwetende.
_
Maar indien zij zich afwenden, zeg dan: "Ik waarschuw u voor een
bliksemstraal, zoals de bliksem die Aad en Samoed achterhaalde. "
_
Toen hun boodschappers van vóór hen en achter hen tot hen kwamen,
zeggende: "Aanbidt niets dan Allah", zeiden zij: "Als onze Heer het had
gewild, zou Hij beslist engelen hebben nedergezonden. Derhalve verwerpen
wij datgene waarmede gij gezonden zijt."
_
Maar de Aad handelden ten onrechte laatdunkend op aarde en zeiden: "Wie
is machtiger dan wij?" Wisten zij niet dat Allah, Die hen schiep
machtiger was dan zij? Doch zij plachten Onze tekenen te verwerpen.
_
Daarom zonden Wij tegen hen een razende wind gedurende verscheidene
noodlottige dagen, opdat Wij hen in dit leven de straf der vernedering
mochten doen ondergaan. De straf van het Hiernamaals zal zeker nog
vernederender zijn en zij zullen niet worden geholpen.
_
En wat de Samoed betreft, Wij gaven leiding, maar zij verkozen blindheid
boven het rechte pad, daarom trof hen de bliksem van de straf der
vernedering, voor hetgeen Zij hadden verdiend.
_
En Wij redden de gelovigen, die godvruchtig waren;
_
Op de dag waarop Allah's vijanden, in groepen verdeeld naar het Vuur
zullen worden gebracht,
_
Tot zij het bereiken, zullen hun oren, ogen en huiden tegen hen
getuigenis afleggen over wat zij plachten te doen.
_
En zij zullen tot hun huiden zeggen: "Waarom getuigt gij tegen ons?"
Deze zullen antwoorden: "Allah Die alles heeft doen spreken - deed ook
ons spreken. En Hij is het Die u de eerste keer schiep en gij zijt tot
Hem teruggebracht.
_
Gij waart niet in staat u te verschuilen, opdat uw oren, uw ogen en uw
huiden geen getuigenis tegen u zouden afleggen, maar gij dacht, dat
Allah onbekend was met het geen gij deedt.
_
En deze gedachte van u, die gij over uw Heer koesterdet, heeft u tot
verderf gebracht, daarom behoort gii tot de verliezers.
_
Indien zij nu volharden, is het Vuur hun tehuis; en als zij om
verontschuldiging vragen, behoren zij niet tot hen aan wie deze wordt
verleend.
_
Wij stelden gezellen (duivelen) voor hen aan, die hetgeen vóór hen en
achter hen was schoonschijnend maakten, en het woord werd tegen hen van
kracht, met de volkeren van djinn en mensen die vóór hen leefden. Zeker,
zij waren verliezers.
_
En de ongelovigen zeggen: "Luistert niet naar deze Koran, maar maakt
leven daarbij opdat gij de overhand moogt krijgen."
_
Maar Wij zullen zeker de ongelovigen een strenge straf doen toekomen en
Wij zullen hun slechtste daden vergelden.
_
Dat is het loon van Allah's vijanden: het Vuur. Daar zullen zij een
langdurig tehuis hebben; een vergelding, omdat zij Onze tekenen niet
erkenden.
_
En de ongelovigen zullen zeggen: "Onze Heer, toon ons degenen der djinn
en der mensen die ons deden dwalen, opdat wij hen onder onze voeten
mogen plaatsen zodat zij tot de vernederden behoren."
_
Voorzeker zij, die zeggen: "Onze Heer is Allah," en daarin standvastig
blijven, op hen zullen de engelen nederdalen: "Vreest niet, noch treurt;
maar verheugt u over het paradijs dat u wordt beloofd.
_
"Wij zijn uw vrienden in dit leven en in het Hiernamaals. Daarin zult
gij alles krijgen wat uw ziel zal wensen, en daarna zult gij alles
hebben waarom gij vraagt."
_
Als onthaal van de Vergevensgezinde, de Genadevolle.
_
En wie spreekt beter woord dan hij die mensen tot Allah uitnodigt en
goede werken doet en zegt: "Waarlijk, ik behoor tot de Moslims."
_
Het goede en kwade zijn niet gelijk. Daarom weerstaat (het kwade) door
hetgeen best is. Dan ziet, degene met wie gij vijandschap hebt, hij zal
als uw boezemvriend worden.
_
Maar het is niemand gegeven behalve de geduldigen noch is het iemand
gegeven behalve zij die een grote gave hebben.
_
En als een ophitsing van Satan u treft, zoek dan toevlucht tot Allah.
Waarlijk, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
_
En onder Zijn tekenen zijn de dag en de nacht, de zon en de maan;
derhalve werpt u niet neder voor de zon of de maan maar werpt u neder
voor Allah Die hen schiep, indien gij Hem wilt aanbidden.
_
Maar al tonen zij (de ongelovigen) hoogmoed, degenen die bij uw Heer
zijn, verheerlijken Hem dag en nacht, en zij vervelen zich nooit.
_
Dit behoort tot Zijn tekenen, dat gij de aarde droog en verschroeid
ziet, maar wanneer Wij er water op nederzenden, beweegt zij zich en zet
uit. Zeker Hij, Die haar leven geeft, zal ook de doden opwekken.
Voorwaar, Hij heeft macht over alle dingen.
_
Voorzeker, zij die Onze tekenen verdraaien zijn niet voor Ons verborgen.
Is dan hij die in het Vuur geworpen wordt beter dan degene die veilig
blijft op de Dag der Opstanding? Doet wat gij wilt. Voorwaar, Hij ziet
alles wat gij doet.
_
Voorzeker, zij die niet in de Vermaning geloven als deze tot hen komt
(zijn de verliezers); waarlijk het is een machtig Boek.
_
Geen valsheid kan het beroeren, van voren noch van achteren. Het is een
Openbaring van de Alwijze, de Geprezene.
_
Er is niets tot u gezegd behalve het geen aan de boodschappers vóór u
was gezegd. Uw Heer is de Heer der vergevensgezindheid en der pijnlijke
straf.
_
Indien Wij deze Koran in een vreemde taal hadden gegeven, zouden zij
zeker hebben gezegd: "Waarom zijn zijn verzen niet duidelijk gemaakt? Is
Arabisch en niet-Arabisch gelijk?" Zeg: "Het is een leiding en een
genezing voor de gelovigen." Maar de ongelovigen hebben doofheid in hun
oren en het is duister voor hen. Zij worden aangeroepen vanaf een verre
plaats.
_
En Wij gaven Mozes het Boek, maar men verschilde er over van mening; en
indien het woord van uw Heer er niet aan was voorafgegaan zou er zeker
over hen geoordeeld zijn, want waarlijk zij verkeerden er in een
verontrustende twijfel over.
_
Wie goed doet, doet dit voor zijn eigen ziel; en wie kwaad bedrijft, het
is er tegen. En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn
dienaren.
_
Naar Hem alleen wordt de kennis van het Uur verwezen. En geen vruchten
komen voort uit hun bloemscheden noch wordt een enkele vrouw zwanger
noch wordt zij verlost, dan met Zijn kennis. En de Dag waarop Hij tot
hen zal roepen: "Waar zijn Mijn medegoden?" zullen zij antwoorden: "Wij
verklaren U, dat niemand van ons getuige is."
_
En de afgoden welke zij voorheen plachten aan te roepen, gaan voor hen
verloren en zij zullen weten dat zij gee toevluchtsoord hebben.
_
De mens wordt niet moe het goede te vragen; maar als het kwade hem treft
vertwijfelt hij en wordt wanhopig.
_
En als Wij hem barmhartigheid tonen nadat enige kommer over hem is
gekomen, zal hij zeker zeggen: "Dit komt mij toe en ik denk niet dat het
Uur zal plaatsvinden. Maar indien ik tot mijn Heer word teruggebracht
zal ik zeker bij Hem het allerbeste vinden." Doch Wij zullen stellig de
ongelovigen alles vertellen wat zij deden en Wij zullen hen zeker een
zware straf doen ondergaan.
_
Wanneer Wij gunsten aan de mens verlenen wendt hij zich af en gaat
terzijde, maar wanneer het kwade hem raakt, ziet! dan offert hij lange,
lange gebeden.
_
Zeg: "Bedenkt u: Als dit (de Koran) van Allah is en gij verwerpt het -
wie begaat grotere dwaling dan hij die zich hevig daartegen verzet?"
_
Weldra zullen Wij hun Onze tekenen in henzelf en over afgelegen streken
tonen, tot het hun duidelijk wordt dat dit de Waarheid is. Is het niet
genoeg dat uw Heer Getuige over alle dingen is?
_
Ziet toe! Zij zijn in twijfel over de ontmoeting met hun Heer. Voorwaar,
Hij omvat alle dingen.
_
Haa Miem.
_
Ain Sien Qaaf.
_
Zo heeft Allah, de Machtige, de Wijze aan u en aan degenen die vóór u
waren, geopenbaard.
_
Aan Hem behoort hetgeen in de hemelen en op aarde is en Hij is de
Hoogste, de Grootste.
_
Het is nabij dat de hemelen zullen worden uiteengescheurd boven hen,
maar de engelen verheerlijken hun Heer met de lof die Hem toekomt en
vragen vergiffenis voor hen die op aarde zijn. Ziet toe! Allah is de
Vergevensgezinde, de Genadevolle.
_
En degenen, die naast Hem beschermers tot zich nemen, over hen waakt
Allah: maar gij (profeet) zijt geen voogd over hen.
_
Zo hebben Wij u de Koran in het Arabisch geopenbaard, opdat gij de
Moeder der steden (Makka) en al het omringende moogt waarschuwen; dus
waarschuwt (hen) voor de Dag der Verzameling waaromtrent geen twijfel
is. Een deel zal in het paradijs zijn, en een ander deel in het laaiend
Vuur.
_
Indien Allah wilde kon Hij hen tot een enkel volk hebben gemaakt, maar
Hij laat in Zijn barmhartigheid toe wie Hij wil. Doch de
onrechtvaardigen zullen geen beschermer of helper hebben.
_
Hebben zij naast Hem besehermers tot zich genomen terwijl Allah de
Besehermer is? Hij maakt de doden levend en heeft macht over alle dingen,
_
En waarover gij ook moogt verschillen, de beslissing ervan rust bij
Allah. Zeg: "Zo is Allah, mijn Heer. In Hem stel ik mijn vertrouwen, en
tot Hem wend ik mij."
_
Hij is de Schepper der hemelen en der aarde. Hij heeft u tot paren
gemaakt, evenals het vee, te uwen behoeve. Daardoor vermenigvuldigt Hij
u. Er is niets aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende.
_
Aan Hem behoren de schatten van de hemelen en de aarde. Hij vergroot en
bekrimpt de voorziening voor wie Hij wil. Hij heeft voorzeker kennis van
alle dingen.
_
Hij schreef u dezelfde godsdienst voor, die Hij aan Noach oplegden en
die Wij bovendien aan u openbaren en die Wij Abraham, Mozes en Jezus
oplegden: "Bevestigt deze godsdienst en weest er niet in verdeeld." Voor
de afgodendienarenis dat moeilijk waartoe gij hen roept. Allah kiest
voor Zich wie Hij wil en leidt hem die zich (in berouw) tot Hem wendt.
_
En zij waren slechts verdeeld, nadat de kennis tot hen was gekomen, door
zelfzuchtige afgunst onder elkander. En ware het niet dat een Woord
reeds van uw Heer was uitgegaan voor een vastgestelde tijd, dan zou de
zaak voorzeker tussen hen geoordeeld zijn. En waarlijk, zij die het Boek
erfden, na hen, zijn er in een verontrustende twijfel over.
_
Nodig hen daarom hiertoe uit. En wees standvastig zoals u is geboden en
volg hun slechte begeerten niet, maar zeg: "Ik geloof in elk Boek dat
Allah heeft neder gezonden en het is mij geboden rechtvaardig tegenover
u te handelen. Allah is onze Heer en uw Heer. Aan ons onze werken en aan
u uw werken. Laat er geen twist tussen u en ons bestaan. Allah zal ons
tezamen brengen en tot Hem is de terugkeer.
_
En zij die over Allah twisten nadat zij Hem aanvaard hebben, hun twist
is waardeloos in de ogen van hun Heer; er is toorn over hen en er zal
een strenge straf voor hen zijn.
_
Allah is het Die dit Boek (de Koran) met de Weegschaal in waarheid heeft
nedergezonden. Wat weet gij waarschijnlijk is het Uur nabij.
_
De ongelovigen vragen het te verhaasten maar de gelovigen vrezen er voor
en weten dat het de Waarheid is. Ziet toe! Zij die over het Uur
redetwisten zijn ver afgedwaald.
_
Allah is Zorgzaam tegenover Zijn dienaren. Hij zorgt voor wie Hij wil.
Hij is de Sterke, de Machtige.
_
Wie de oogst van het Hiernamaals wenst, diens oogst doen Wij toenemen,
doch wie naar de oogst der wereld verlangt ook hem geven Wij daarvan,
maar hij zal in het Hiernamaals geen deel hebben.
_
Hebben zij (afgodendienaren) dan medegoden, die hun een godsdienst
hebben voorgeschreven welke Allah verboden heeft? Ware Ons gebod voor
het laatste gericht niet uitgevaardigd,dan zou de zaak onder hen
geoordeeld zijn geweest. Want de onrechtvaardigen zullen zeker een
pijnlijke straf ontvangen.
_
Gij zult de onrechtvaardigen in vrees zien voor hetgeen zij hebben
verdiend op de Dag des Oordeels en het zal hen zeker treffen. Maar
degenen, die geloven en goede werken doen, zullen in de tuinen van het
paradijs zijn. Zij zullen bij hun Heer alles vinden wat zij wensen. Dat
is de grote genade.
_
Dit is het waarvan Allah aan Zijn dienaren die geloven en goede werken
doen, de blijde tijdingen geeft. Zeg: "Ik vraag u geen loon voor (mijn
prediking), behalve liefde van verwanten." En hij die het goede verricht
zullen Wij in goedheid doen toenemen. Voorzeker, Allah is
Vergevensgezind, Waarderend.
_
Zeggen zij: "Hij heeft een leugen over Allah verzonnen?" Als Allah het
wilde kon Hij uw hart verzegelen. Maar Allah zal de leugen uitvagen en
de Waarheid door Zijn woord bevestigen. Voorzeker, Hij weet wat in de
harten is.
_
Hij Die berouw aanvaardt van Zijn dienaren en (hun) zonden vergeeft. Hij
weet wat gij doet.
_
En Hij verhoort de gelovigen die goede werken doen en geeft nog meer uit
Zijn overvloed maar de ongelovigen zullen een strenge straf ontvangen.
_
Indien Allah de voorziening voor Zijn dienaren zou hebben vergroot,
zouden zij op aarde verderf hebben veroorzaakt: Hij zendt echter met
mate neder zoals Hij dat wil. Hij kent en ziet Zijn dienaren inderdaad goed.
_
Hij is het, Die regen nederzendt en Zijn barmhartigheid uitspreidt nadat
men daaraan gewanhoopt heeft. Hij is de Beschermer, de Geprezene.
_
En onder Zijn tekenen is de Schepping der hemelen en der aarde, en der
levende wezens die Hij daarin heeft verspreid. En Hij heeft macht hen te
verzamelen wanneer Hij wil.
_
Welke ramp u ook overkomt, het is door hetgeen uw handen hebben
gewrocht. Doch Hij vergeeft vele dingen.
_
En gij kunt op aarde niet ontkomen noch hebt gij een enkele vriend of
helper buiten Allah.
_
En onder Zijn tekenen zijn de schepen als bergen op zee.
_
Als Hij wil kan Hij de wind stillen zodat zij bewegingloos staan op de
oppervlakte daarvan! Daarin zijn voorzeker tekenen voor elke geduldige,
dankbare (mens).
_
Of Hij kan ze vernietigen: wegens hetgeen zij (de mensen) verdienen -
maar Hij vergeeft veel. -
_
Opdat zij die over de tekenen van Allah redetwisten, mogen inzien dat
zij geen toevlucht hebben.
_
Wat u is gegeven is slechts een voorziening voor dit leven, en hetgeen
bij Allah is, is beter en van langere duur voor de gelovigen die in hun
Heer vertrouwen stellen.
_
Voor degenen die de zwaarste zonden en gruweldaden vermijden en die
wanneer zij vertoornd zijn, vergeven;
_
En voor degenen die naar hun Heer luisteren en hun gebeden houden en
wier manier van handelen een zaak van wederzijds overleg is en voor
degenen die geven van hetgeen waarmee Wij hen hebben voorzien;
_
En voor degenen die, als een aanval hen treft, zich verdedigen.
_
Doch de vergelding van het kwade is het daaraan gelijke; maar wie
vergeeft en verbetering voor ogen houdt, zijn loon rust bij Allah.
Voorzeker, Hij houdt niet van de onrechtvaardigen.
_
Maar er is geen verwijt tegen hen die zich verdedigen nadat hun onrecht
is aangedaan.
_
Het verwijt is slechts tegen hen, die de mensen onrecht aandoen en ten
onrechte in het land opstand veroorzaken. Dezen zullen een pijnlijke
straf ontvangen.
_
En hij die geduldig is en vergeeft, - dat is voorzeker een (teken) van
een sterk karakter.
_
Hij die Allah laat dwalen, zal buiten Hem geen beschermer hebben. En gij
zult de onrechtvaardigen zien die, wanneer zij de straf zullen
aanschouwen, zeggen: "Is er geen weg tot terugkeer?"
_
En gij zult hen aan het Vuur zien blootgesteld, door schande vernederd,
terwijl zij er met neergeslagen ogen naar kijken. De gelovigen zullen
zeggen: "De verliezers zijn inderdaad zij die zichzelf en hun familie op
de Dag der Opstanding hebben verloren." Ziet toe! de onrechtvaardigen
zullen een blijvende straf ontvangen.
_
Zij hebben buiten Allah geen vrienden die hen kunnen helpen. En er is
voor hen die Allah laat dwalen geen uitweg.
_
Luistert naar uw Heer voordat Allah's Dag komt die niemand zal kunnen
tegenhouden. Op die Dag zal er voor u geen toevlucht zijn, noch enige
kans op ontkenning.
_
Maar indien zij zich afwenden hebben Wij u niet als wachter over hen
gezonden. Het is alleen uw plicht de boodschap over te brengen. En
waarlijk, wanneer Wij de mens Onze barmhartigheid betuigen, verheugt hij
zich er in. Maar indien hun een kwaad overkomt door hetgeen hun handen
hebben bedreven, dan voorzeker, is de mens ondankbaar.
_
Aan Allah behoort het koninkrijk der hemelen en der aarde. Hij schept
wat Hij wil. Hij schenkt vrouwelijke en mannelijke kinderen aan wie Hij wil.
_
Of Hij mengt ze, mannelijk en vrouwelijk en Hij maakt onvruchtbaar wie
Hij wil. Voorwaar, Hij is Alwetend, Almachtig.
_
Het is voor een mens niet mogelijk dat Allah tot hem zou spreken anders
dan door ingeving of van achter een sluier of door een boodschapper te
zenden om door Zijn gebod te openbaren wat Hij wil. Voorwaar, Hij is de
Verhevene, de Alwijze.
_
En zo hebben Wij u een woord door ons gebod geopenbaard. Gij wist niet
wat het Boek noch wat het geloof was. Maar Wij maakten het tot een licht
waarbij Wij leiding verlenen aan diegenen Onzer dienaren die Wij willen.
Voorzeker, gij leidt de mens zeker naar het rechte pad,
_
Het pad van Allah, aan Wie hetgeen in de hemelen en op aarde is,
toebehoort. Ziet toe, tot Allah is de terugkeer van alle dingen.
_
Haa Miem.
_
Bij het duidelijke Boek;
_
Voorzeker, Wij hebben het tot een duidelijke verkondiging gemaakt, opdat
gij het moogt begrijpen.
_
En voorwaar, dit is in het Boek der Boeken bij Ons, verheven, vol van
wijsheid.
_
Zullen Wij u dit dan niet in herinnering brengen, omdat gij een
buitensporig volk zijt?
_
Hoevele profeten hebben Wij tot de vroegere geslachten gezonden!
_
En er kwam tot hen nooit een profeet of zij bespotten hem.
_
Daarom vernietigden Wij de sterksten onder hen ofschoon het voorbeeld
van de vroegere volkeren reeds voorafgegaan was.
_
En indien gij hun vraagt: "Wie schiep de hemelen en de aarde?" zullen
zij zeker zeggen: "De Machtige, de Alwetende."
_
Die de aarde voor u als wieg heeft gemaakt en uw wegen daarop (aangaf),
opdat gij de goede weg moogt volgen.
_
En Die water in juiste maat van de hemel nederzendt, waardoor Wij een
dood land doen herleven. Zo zult ook gij worden opgewekt.
_
En Die alles in paren schiep en u schepen heeft gegeven en dieren waarop
gij rijdt,
_
Opdat gij stevig op hun rug moogt zitten en dan, wanneer gij er stevig
op zit, de gunst van uw Heer moogt gedenken en zeggen: "Glorie zij Hem,
Die dit in onze dienst heeft gesteld want wij konden die zelf niet
onderwerpen.
_
En voorzeker wij moeten tot onze Heer wederkeren."
_
En sommigen maken van Zijn dienaren gelijken aan Allah. Waarlijk de mens
is klaarblijkelijk ondankbaar.
_
Heeft Hij uit de wezens die Hij schiep dochters genomen en u met zonen
geëerd?
_
Doch wanneer aan een hunner nieuws wordt gegeven van hetgeen hij over de
Barmhartige vertelt, is hij toornig en wordt zijn gelaat donker.
_
(Schrijft gij iemand aan God toe) die omhangen met sieraden wordt
grootgebracht en die zich bij een twist moeilijk kan uiten?
_
En zij maakten de engelen, die dienaren zijn van de Barmhartige, tot
vrouwelijke wezens. Waren zij dan van hun schepping getuige? Hun
getuigenis zal worden opgetekend en zij zullen tot rekenschap worden
geroepen.
_
Zij zeggen: "Indien de Barmhartige had gewild zouden wij hen niet hebben
aanbeden." Zij hebben daar in het geheel geen kennis van, zij vermoeden
slechts.
_
Hebben Wij hun ooit te voren een Boek gegeven waar zij zich aan vasthouden?
_
Neen, zij zeggen: "Wij zagen onze vaderen een godsdienst volgen en wij
richten ons naar hun voetstappen."
_
En evenzo zonden Wij geen waarschuwer naar een stad vóór u of de rijken
hiervan zeiden: "Wij zagen onze vaderen een godsdienst volgen, en wij
treden in hun voetstappen."
_
Zij (de boodschappers) zeiden: "Hoewel wij u een betere leiding brengen
dan hetgeen gij uw vaderen hebt zien volgen?" Zij zeiden: "Waarlijk, wij
verwerpen datgene waarmede gij gezonden zijt."
_
Daarom straften Wij hen; ziet dan hoe het einde der loochenaars was,
_
En (gedenkt) hoe Abraham tot zijn vader en zijn volk zeide: "Ik heb
voorzeker iets uitstaande met hetgeen gij aanbidt,
_
Doch Hij, Die mij schiep zal mij zeker leiden."
_
En Hij maakte dit een blijvende leer voor zijn nakomelingen, opdat zij
zich mochten bekeren.
_
Waarlijk, Ik liet dezen en hun vaderen in welvaart leven totdat de
Waarheid en een welsprekende boodschapper, die alles verduidelijkte, tot
hen kwam.
_
Maar nu de Waarheid tot hen is gekomen, zeggen zij: "Dit is tovenarij en
wij zullen er niet in geloven."
_
En men zegt: "Waarom is deze Koran niet aan een groot man uit de twee
steden geopenbaard?"
_
Delen deze de barmhartigheid van uw Heer uit? Wij zijn het, Die in het
tegenwoordige leven middelen van bestaan onder hen uitdelen en Wij
verheffen sommigen hunner boven anderen in graden, opdat sommigen hunner
anderen te werk mogen stellen. En de barmhartigheid van uw Heer is beter
dan hetgeen zij vergaren.
_
Ware er niet (het gevaar) dat alle mensen één groep zouden vormen, Wij
zouden voor degenen die de Barmhartige verwerpen, daken voor hun huizen
en trappen waarop zij naar boven konden lopen van zilver hebben gemaakt,
_
En deuren voor hun huizen; en rustbanken, waarop zij konden rusten,
_
En versieringen. Maar dat alles is niets dan een voorziening voor het
tegenwoordige leven, doch het Hiernamaals bij uw Heer is voor de
godvruchtigen.
_
En wie zich van de aanbidding van de Barmhartige afkeert, achter hem
zetten Wij een satan, die zijn metgezel wordt.
_
En voorwaar, deze leidt hem van de rechte weg af, en toch denkt hij dat
hij juist geleid wordt.
_
Wanneer zo iemand bij Ons komt, zegt hij tegen zijn metgezel: "O, ware
er tussen u en mij een afstand van het Oosten naar het Westen geweest.
Wat is dit een boze metgezel!"
_
Indien gij onrechtvaardig handeldet, zal het u heden niet baten dat gij
samen dezelfde straf ondergaat.
_
Kunt gij dan de doven doen horen en de blinden en degenen die
klaarblijkelijk dwalen, leiden?
_
En indien Wij u wegnemen (uit hun midden) zullen Wij hen gewis bestraffen.
_
En indien Wij u datgene tonen waarmede Wij hen bedreigen dan voorzeker
hebben Wij macht over hen.
_
Houd u daarom vast aan hetgeen u is geopenbaard; gij zijt voorzeker op
het rechte pad.
_
Waarlijk, het is een eer voor u en voor uw volk en gij zult weldra
(daarover) worden ondervraagd.
_
En vraagt aan Onze boodschappers die Wij vóór u zonden: "Stelden wij
naast de Barmhartige andere goden om te worden aanbeden?"
_
Wij zonden Mozes met Onze tekenen naar Pharao en zijn leiders, en hij
zeide: "Ik ben waarlijk een boodschapper van de Heer der Werelden."
_
Maar toen hij met Onze tekenen tot hen kwam, ziet, bespotten zij hem.
_
En Wij toonden hun geen teken of het ene was groter dan het andere en
Wij deden hen een straf ondergaan opdat zij zich mochten bekeren.
_
En zij zeiden (tot Mozes): "O, gij tovenaar, bid voor ons tot uw Heer
overeenkomstig het verdrag dat Hij met u heeft gesloten, wij zullen
zeker de leiding volgen.
_
Maar toen Wij de straf van hen wegnamen, ziet, zij braken hun woord.
_
En Pharao riep tot zijn volk: "O, mijn volk! Behoort het koninkrijk van
Egypte niet aan mij toe? En stromen deze rivieren niet op mijn bevel?
Kunt, gij dat niet inzien?
_
Of ben ik niet beter dan deze onaanzienlijke man die zich nauwelijks kan
uitdrukken?
_
Waarom zijn hem dan geen armbanden van goud geschonken of komen engelen
niet in processie met hem?"
_
Zo maakte hij zijn volk tot dwazen en zij gehoorzaamden hem. Zij waren
inderdaad een overtredend volk.
_
Toen zij Ons vertoornden, straften Wij hen en verdronken hen allen.
_
Wij deden hen vergaan en maakten dit tot een voorbeeld voor de komende
(geslachten).
_
En wanneer de zoon van Maria als voorbeeld wordt genoemd, ziet, uw volk
rijst op en keerde zich of in ofschuw.
_
En zij roepen: "Zijn onze goden beter of is hij beter?" Zij zeggen dit
tot u alleen om te twisten. Waarlijk zij zijn een twistziek volk.
_
Hij (Jezus) is niets dan een dienaar wie Wij Onze gunst schonken en Wij
stelden hem tot voorbeeld voor de kinderen van Israël.
_
En indien Wij het wilden, konden Wij engelen uit uw midden tot opvolgers
op aarde maken.
_
Maar dit is een teken van het Uur. Twijfelt er daarom niet aan, maar
volgt Mij. Dit is het rechte pad.
_
En laat Satan u niet verleiden. Voorzeker, hij is voor u een openlijke
vijand.
_
Toen Jezus met duidelijke bewijzen kwam, zeide hij: "Waarlijk ik ben met
wijsheid tot u gekomen opdat ik u iets van hetgeen waarover gij
onderling verschilt duidelijk moge maken. Vreest daarom Allah en
gehoorzaamt mij.
_
Voorwaar, Allah is mijn Heer en uw Heer. Dient Hem daarom. Dit is het
rechte pad."
_
Maar vele groepen uit hun midden werden onenig. Wee de onrechtvaardigen
wegens de straf van een smartelijke Dag!
_
Zij wachten slechts tot het Uur plotseling over hen komt, terwijl zij
het niet voorzien.
_
Vrienden zullen op die Dag elkanders vijanden zijn. Doch de godvruchtigen:
_
"O Mijn dienaren, geen vrees zal op deze Dag over u komen noch zult gij
treuren.
_
Die in Onze tekenen geloofdet en onderdanig waart,
_
Gaat het paradijs binnen, gji en uw echtgenoten, gelukkig zijnde.
_
Er zullen gouden schalen en bekers worden rondgereikt en er zal daarin
alles zijn wat de zielen zich wensen en waar de ogen van genieten. En
gij zult daarin vertoeven.
_
Dit is de Tuin, die u is gegeven (als beloning) voor hetgeen gij deedt.
_
Er is daarin een overvloed van fruit voor u waarvan gij kunt eten."
_
De schuldigen zullen gewis de kastijding der hel blijven ondergaan.
_
En deze zal voor hen niet verlicht worden en zij zullen daarin vertwijfelen.
_
Wij deden hun geen onrecht, doch zij waren tet die zichzelf onrecht
plachten te doen.
_
En zij zullen schreeuwen: "O, Malik, laat uw Heer een einde aan ons
maken." Deze zal antwoorden: "Gij moet blijven."
_
Wij brachten u zeker de Waarheid maar de meesten uwer waren er afkerig van.
_
Hebben zij een richting bepaald? Dan doen Wij dat ook.
_
Denken zij dat Wij hun heimelijk overleg en hun beraadslaging niet
horen? Ja zeker! Onze boodschappers bij hen schrijven alles op.
_
Indien de Barmhartige een zoon had, dan zou ik de eerste der aanbidders
zijn.
_
Verheven is de Heer der hemelen en der aarde, de Heer van de Troon,
boven al hetgeen zij vertellen.
_
Laat hen praten en zich vermaken totdat de Dag komt die hun is beloofd.
_
En Hij is God in de hemel en op aarde en Hij is de Alwijze, de Alwetende,
_
En zalig is Hij, Wie het Koninkrijk der hemelen en der aarde en alles,
wat er tussen is, toebehoort, en bij Hem is de kennis van het Uur, en
tot Hem zult gij worden teruggebracht.
_
En degenen die zij naast Allah aanroepen bezitten geen macht tot
bemiddeling, behalve hij, die de Waarheid getuigt; en dat weten zij.
_
En indien gji hun vraagt: "Wie schiep hen?", zullen zij zeker zeggen:
"Allah". Waarheen worden zij dan afgewend?
_
En zijn (des Profeten) gezegde: "O, mijn Heer, dit is een volk dat niet
gelooft."
_
Wend u dan van hen af en zeg: "Vrede": en weldra zullen zij (hun
dwaijling) te weten komen.
_
Haa Miem.
_
Bij het duidelijke Boek.
_
Waarlijk, Wij openbaarden het in een gezegende nacht en Wij zijn de
Waarschuwer.
_
Waarin al het wijze tot in bijzonderheden is uitgelegd.
_
Door Ons gebod. - Voorzeker, Wij zenden (de profeten)
_
Als een barmhartigheid van uw Heer; waarlijk, Hij is de Alhorende, de
Alwetende.
_
Van de Heer der hemelen en der aarde en alles wat er tussen is, indien
gij er vertrouwen in stelt.
_
Er is geen God naast Hem. Hij doet leven en sterven, uw Heer en de Heer
uwer voorvaderen.
_
Doch zij vermaken zich door te twijfelen.
_
Maar wacht op de Dag waarop de hemel een zichtbare damp zal voortbrengen,
_
Die het volk zal omhullen. Dit zal een pijnlijke straf zijn.
_
"Onze Heer, neem de marteling van ons weg; waarlijk wij zijn gelovigen,"
(zullen zij zeggen).
_
Hoe kan er lering voor hen zijn, terwijl er tot hen een boodschapper is
gekomen, die alles duidelijk maakt.
_
En zij hebben zich van hem afgewend zeggende: "Hij is (door mensen)
onderwezen, een bezetene."
_
Wij zullen de straf voor een wijle wegnemen, maar zij zullen stellig
terugvallen.
_
De de dag, waarop Wij hen met een machtige greep aanvallen, zullen Wij
hen zeker straffen.
_
Wij hebben het volk van Pharao reeds vóór hen beproefd en er kwam een
eerwaardige boodschapper tot hen zeggende:
_
"Geeft mij de dienaren van Allah, voorwaar, ik ben voor u een
betrouwbare Boodschapper.
_
En verheft u niet tegen Allah. Zeker, ik kom tot u met duidelijk gezag.
_
En ik zoek toevlucht tot mijn en uw Heer, vrezende dat gij mij zult
stenigen.
_
En laat mij alleen, indien gij mij niet gelooft."
_
Toen bad hij tot zijn Heer: "Dit is inderdaad een zondig volk."
_
God zeide: "Trek met Mijn dienaren 's nachts weg want gij zult gewis
worden achtervolgd.
_
En doorwaad de zee terwijl deze rustig is. Voorzeker, zij zijn een
schare die zal verdrinken."
_
Hoevele tuinen en bronnen lieten zij achter!
_
En de korenvelden en de schone plaatsen!
_
En de aangename dingen, waarvan zij genoten!
_
Zo was het, maar Wij deden ze een ander volk erven.
_
De hemel en de aarde weenden niet om hen noch werd hun uitstel gegeven.
_
En zo redden Wij de kinderen van Israël van een vernederende kwelling.
_
Door Pharao: want hij was trots en één der buitensporigen.
_
En Wij verkozen hen doelbewust boven andere volkeren.
_
En Wij gaven hun tekenen, waar een duidelijke beproeving in lag.
_
Deze mensen (de ongelovigen) zeggen:
_
"Het is slechts onze enige dood want wij zullen niet worden opgewekt.
_
Breng onze voorvaderen dan terug indien gij de waarheid spreekt."
_
Zijn zij beter of het volk van Tobba of zij die vóór hen zijn geweest?
Wij vernietigden hen omdat zij schuldig waren.
_
En Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is niet als
spel geschapen.
_
Wij schiepen ze slechts in waarheid, maar de meesten hunner begrijpeen
het niet.
_
Voorwaar, de Dag der beslissing is voor hen allen de vastgestelde tijd.
_
De Dag waarop een vriend de vriend niets zal baten noch zullen zij
worden geholpen.
_
Met uitzondering van hen, die Allah genadig zal zijn. Voorwaar, Hij is
de Almachtige, de Genadevolle.
_
De boom van Zaqqoem,
_
Zal het voedsel voor de zondaar zijn,
_
Als gesmolten koper zal het in de buik koken,
_
Gelijk het koken van ziedend water.
_
"Grijpt hem en sleurt hem in het midden van het laaiend Vuur;
_
Giet daarna als marteling kokend water op zijn hoofd."
_
Proef dit! Voorzeker gij waart eens de machtige, de eerwaardige.
_
Dit is inderdaad datgene waaraan gij twijfeldet.
_
Voorwaar, de rechtvaardigen zullen in een woning van vrede en veiligheid
zijn,
_
Tussen tuinen en bronnen,
_
Gekleed in fijne zijde en zwaar goudlaken naar elkander toegekeerd.
_
Zo zal het zijn. En Wij zullen hen met schone meisjes die grote, mooie
ogen hebben, verenigen.
_
Zij zullen daar naar alle fruitsoorten vragen (en deze ontvangen) in
vrede en veiligheid.
_
Zij zullen daarin geen andere dood smaken na de eerste dood. En Hij
heeft hen voor de straf van het laaiend Vuur behoed.
_
Als een genade van uw Heer. Dit is de grootste zegepraal.
_
Wij hebben hem (de Koran) gemakkelijk voor uw tong gemaakt, opdat men er
lering uit moge trekken.
_
Wacht daarom, zij wachten ook.
_
Haa Miem.
_
De openbaring van dit Boek is van Allah, de Almachtige, de Alwijze.
_
Voorwaar, in de hemelen en op aarde zijn tekenen voor de gelovigen.
_
En in de schepping van uzelf en alle medeschepselen, die Hij verspreidt
(over de aarde), zijn tekenen voor een volk dat zekerheid van geloof wil
hebben.
_
En in de wisseling van nacht en dag en de voorziening die Allah uit de
hemel nederzendt waardoor Hij de aarde doet herleven na haar dood en in
de verandering van de winden, zijn eveneens tekenen voor een volk, dat
zijn verstand gebruikt.
_
Dit zijn de tekenen van Allah, die wij naar waarheid aan u voordragen.
In welk woord buiten Allah en Zijn tekenen zullen zij dan geloven?
_
Wee elke zondige leugenaar,
_
Die de woorden van Allah, die hem worden voorgedragen, hoort en
niettemin minachtend ze trotseert alsof hij ze niet hoorde. - Geef hem
tijding van een pijnlijke straf. -
_
En die, wanneer hij van Onze tekenen kennis krijgt er mee spot. Voor
dezulken is er een vernederende straf.
_
Zij hebben de hel in het vooruitzicht; hetgeen zij verwierven zal hen
niet baten noch de afgoden die zij buiten Allah tot beschermers namen,
terwijl zij een grote straf zullen ontvangen.
_
Dit is de leiding. En voor degenen die de tekenen van hun Heer
verwerpen, is de kwelling van een pijnlijke straf gereed.
_
Allah is Hij, Die de zee in uw dienst heeft gesteld, zodat schepen er op
varen door Zijn gebod opdat gij naar Zijn overvloed zult zoeken en dat
gij dankbaar moogt zjin.
_
En Hij heeft alles van Hem afkomstig in de hemelen en op aarde aan u
onderworpen. Daarin zijn zeker tekenen voor een volk, dat nadenkt.
_
Zeg tegen de gelovigen, dat zij diegenen, die de dagen van Allah niet
vrezen, moeten vergeven, zodat Hij Zelf het volk moge vergelden voor
hetgeen zij verrichten.
_
Wie goed doet, doet dat ten voordele van zijn eigen ziel: en wie kwaad
doet, doet dat tegen zijn eigen ziel. Ten slotte zult gij tot uw Heer
worden teruggebracht.
_
Wij gaven het Boek en de heerschappij en het profetenambt aan de
kinderen van Israël en Wij hadden hen van goede dingen voorzien: Wij
begunstigden hen boven de andere volkeren.
_
En Wij gaven hun duidelijke uitleg over de godsdienst. En zij werden
onenig slechts nadat kennis tot hen was gekomen door onderlinge afgunst.
Voorwaar, uw Heer zal op de Dag der Opstanding over hen uitspraak doen
omtrent datgene waarover zij het met elkaar oneens waren.
_
Dan hebben Wij u (o Mohammed) een duidelijke weg gewezen; volg die
daarom, maar volg de begeerten der onwetenden niet.
_
Voorwaar, zij zullen u niets tegen Allah baten. En voorzeker, de
onrechtvaardigen zijn vrienden onder elkander, maar Allah is de Vriend
der godvruchtigen.
_
Dit zijn de duidelijke bewijzen voor de mensen en een richtsnoer en
barmhartigheid aan een volk dat zekerheid van geloof heeft.
_
Verbeelden diegenen die slechte daden doen, dat Wij hen zullen
behandelen zoals hen, die geloven en goede werken verrichten, zodat hun
leven en hun dood gelijk zullen zijn? Verkeerd is hun oordeel.
_
Allah heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen, zo dat elke
ziel voor hetgeen zij verdient vergolden moge worden en hun zal geen
onrecht worden aangedaan.
_
Hebt gij hem gezien, die zijn eigen begeerte tot zijn God maakt, en die
Allah liet dwalen, ondanks zijn kennis, en wiens oren en wiens hart Hij
heeft verzegeld en op wiens ogen Hij een sluier heeft gelegd? Wie zal
hem buiten Allah kunnen leiden? Wilt gij dan geen lering hieruit trekken?
_
En zij zeggen: "Er is niets dan dit tegenwoordige leven, wij leven en
sterven; alleen de tijd vernietigt ons." Maar zij hebben daaromtrent
geen kennis, zij vermoeden slechts.
_
En wanneer Onze duidelijke woorden aan hen worden voorgedragen, is hun
enige tegenwerping: "Brengt onze vaderen terug, als gij de waarheid
spreekt."
_
Zeg: "Het is Allah, Die u leven geeft en u daarna doet sterven, daarna
zal Hij u tezamen verzamelen op de Dag der Opstanding waarover geen
twijfel is. Maar de meeste mensen begrijpen het niet.
_
Aan Allah behoort de heerschappij der hemelen en der aarde; de Dag
waarop het Uur aanbreekt, zullen zij die leugens volgen, vergaan.
_
En gij zult ieder volk zien knielen. Elk volk zal tot zijn boek worden
geroepen en er zal tot hen worden gezegd: "Heden zult gij voor hetgeen
gij deedt worden beloond.
_
"Dit is Ons Boek: het spreekt tot u; met waarheid. Wij hebben
opgetekend, wat gij deedt."
_
Maar wat hen betreft, die geloofden en goede daden verrichtten, hun Heer
zal hen in Zijn barmhartigheid toelaten. Dat is de openlijke zegepraal.
_
Maar tot de ongelovigen (zal gezegd worden): "Werden Mijn woorden niet
aan u voorgedragen? Doch gij waart hoogmoedig en werdt een schuldig volk."
_
En toen er werd gezegd: "De belofte van Allah is zeker waar en aan het
Uur is geen twijfel," zeidet gij: "Wij weten niet wat het Uur is: wij
vermoeden het slechts en zijn er niet zeker van."
_
En het boze hunner daden zal hun duidelijk worden en hetgeen zij
plachten te bespotten zal hen omringen.
_
En er zal worden gezegd: "Deze Dag zullen Wij u vergeten zoals gij de
ontmoeting met deze Dag vergeten hebt. Uw toevlucht is (slechts) het
Vuur en gij hebt daar geen helpers."
_
"Dit is omdat gij de tekenen van Allah bespottet, daardoor heeft het
leven der wereld u misleid." Daarom zullen zij op die Dag niet uit het
Vuur worden genomen, noch zal hun verontschuldiging worden toegestaan.
_
Alle lof komt Allah toe, de Heer der hemelen en der aarde; de Heer der
Werelden.
_
Hem behoort de Grootheid in de hemelen en op aarde: en Hij is de
Machtige, de Alwijze.
_
Haa Miem.
_
De openbaring van dit Boek is van Allah, de Machtige, de Alwijze.
_
Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat er tussen is niet anders
dan in waarheid geschapen en voor een vastgestelde tijd; maar de
ongelovigen wenden zich af van hetgeen, waardoor zij zijn gewaarschuwd.
_
Zeg: "Weet gij wat gij naast Allah aanroept? Toont mij, welk deel zij
van de aarde hebben geschapen. Of hebben zij aandeel aan de hemelen?
Brengt mij een boek, dat vóór dit is geopenbaard of een spoor van
kennis, indien gij de waarheid spreekt."
_
Wie is verder afgedwaald dan hij die buiten Allah (afgoden) aanroept,
die tot de Dag der Opstanding hem nooit zullen kunnen antwoorden en die
niet wet,en dat men hen aanroept?
_
En wanneer de mensen worden verzameld zullen dezen (de afgoden) hun
vijanden worden en hun aanbidding ontkennen.
_
En wanneer Onze duidelijke woorden aan hen worden medegedeeld, zeggen
degenen, die de Waarheid, toen zij tot hen kwam, verwierpen: "Dit is
klaarblijkelijk tovenarij."
_
Zeggen zij: "Hij heeft dit verzonnen," Zeg: "Als ik het heb verzonnen,
kunt gij mij tegen Allah niets baten. Hij weet het beste, wat gij
daaromtrent zegt. Hij is voldoende als Getuige tussen u en mij. Hij is
de Vergevensgezinde, de Genadevolle."
_
Zeg: "Ik ben geen nieuwe boodschapper, noch weet ik wat met u of mij zal
geschieden. Ik volg alleen hetgeen mij is geopenbaard; en ik ben slechts
een duidelijke waarschuwer."
_
"Ziet, indien hij van Allah is en gij hem verwerpt, hoewel een getuige
vanuit de kinderen Israëls (Mozes) heeft getuigd van een aan hem gelijke
en hij geloofde (in hem) maar gij zijt hoovaardig? Voorwaar Allah leidt
het onrechtvaardige volk niet.
_
En de ongelovigen zeggen over de gelovigen: "Indien dit goed was, zouden
zij ons daarin niet voorgegaan zijn. " En omdat zij de rechte weg niet
hebben gevolgd, zeggen zij: "Dit is een oude leugen."
_
En voordien was het Boek van Mozes een leiding en een barmhartigheid: en
dit Boek (de Koran) is bevestigend in duidelijke taal, om de
onrechtvaardigen te waarschuwen en als verblijdend nieuws voor de goeden.
_
Voorwaar, zij, die zeggen: "Onze Heer is Allah", en dan standvastig
blijven - over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.
_
Dezen zijn de bewoners van het paradijs: zij zullen daarin vertoeven als
beloning voor hetgeen zij plachten te doen.
_
En Wij hebben de mens vriendelijkheid jegens zijn ouders geboden. Zijn
moeder draagt hem met ongemak en baart hem met smart. En zijn dragen en
spenen nemen dertig maanden in beslag totdat, wanneer hij zijn volle
kracht bereikt heeft en veertig jaren wordt, hij zegt: "Mijn Heer, stel
mij in staat, dat ik dankbaar moge zijn voor de gunsten die Gij mij en
mijn ouders hebt bewezen en dat ik het goede moge doen, dat U behaagt.
En laat mijn nakomelingen rechtvaardig zijn. Ik wend mij tot U: en
waarlijk, ik behoor tot de Moslims.
_
Van dezulken aanvaarden Wij de goede werken die zij verrichten en Wij
zien hun slechte daden over het hoofd. Zij behoren tot de bewoners van
het paradijs, volgens de ware belofte die hun was toegezegd.
_
- Maar degene, die tot zijn ouders zegt: "Foei gij beiden! Dreigt gij
mij dat ik opgewekt zal worden, terwijl geslachten reeds vóór mij zijn
vergaan" En beiden roepen tot Allah om hulp: "Wee u! Geloof: want de
belofte van Allah is waar." Maar hij (de zoon) zegt: "Dit zijn slechts
fabelen der ouden."
_
Dezulken zijn het tegen wie het woord van kracht is geworden, tezamen
met de volkeren van de djinn en de mensen die vóór hen zijn heengegaan,
dat zij zeker de verliezers zullen zijn.
_
En voor allen zijn er graden overeenkomstig hetgeen zij doen, opdat
Allah hun daden volledig moge belonen en hun zal geen onrecht worden
aangedaan.
_
De Dag, waarop de ongelovigen aan het Vuur zullen worden blootgesteld,
zal er tot hen worden gezegd: "Gij buittet uw goede dingen in het leven
der wereld uit en gij hebt het genoten. Deze Dag zult gij met de straf
der vernedering worden vergolden omdat gij ten onrechte op aarde
hoogmoedig en opstandig waart."
_
En gedenk de broeder van Aad, toen hij zijn volk in de zandheuvels
waarschuwde - en er zijn waarschuwers vóór en na hem geweest - "Dient
Allah alleen, want ik vrees de straf van een grote Dag voor u."
_
Toen zeiden zij: "Zijt gij tot ons gekomen om ons van onze goden
afvallig te maken? Breng hetgeen waarmee gij ons bedreigt dan over ons,
als gij waarachtig zijt."
_
Hij zeide: "De kennis daarvan is slechts bij Allah, ik breng waarmede ik
ben gezonden aan u over, maar ik zie dat gij een onwetend volk zijt."
_
Toen zij een wolk naar hun valleien zagen komen, zeiden zij: "Dit is een
wolk, die ons regen zal geven." Neen, dat is hetgeen gij zocht te
verhaasten, een wind, die een smartelijke straf bevat.
_
Deze zal alles door het gebod van zijn Heer vernietigen. En het kwam met
hen zó ver dat slechts hun lege woningen waren te zien. Zo straffen Wij
het schuldige volk.
_
En Wij hadden hen stevig gevestigd in hetgeen waarin Wij u niet hebben
gevestigd en Wij hadden hun oren, ogen en een hart gegeven. Maar hun
oren, noch hun ogen noch hun hart baatten hen iets, daar zij de tekenen
van Allah verwierpen en hetgeen waarover zij plachten te spotten, (de
straf) omringde hen.
_
En waarlijk, Wij hebben om hen heen de steden vernietigd, en Wij hebben
de tekenen uitgelegd opdat zij zich mochten bekeren.
_
Waarom hielpen degenen, die zij buiten Allah tot goden hadden
aaagenomen, om in Zijn nabijheid, te komen, hen dan niet? Neen, zij
faalden hier geheel in. -Dat was hun leugen - en wat zij plachten te
verzinnen (faalde eveneens).
_
En toen Wij een aantal van de djinn naar u deden komen, die de Koran
wensten te horen en, toen zij bij u kwamen, zeiden zij: "Weest stil" en
toen het (de prediking) beëindigd was, gingen zij naar hun volk terug en
waarschuwden dit.
_
Zij zeiden: "O, ons volk, wij hebben een Boek horen voorlezen, dat na
Mozes nedergezonden is, en dat het voorafgaande vervult, het leidt tot
de Waarheid en tot de rechte weg."
_
"O, ons volk, geef gehoor aan Allah's verkondiger en geloof in hem. Hij
(God) zal u uw zonden vergeven en u voor een pjinlijke straf behoeden.
_
En wie aan Allah's verkondiger geen gehoor geeft kan op aarde niet
ontvluchten, noch kan hij een enkele beschermer naast Hem hebben. Zulken
verkeren in openlijke dwaling."
_
Hebben zij niet ingezien dat Allah, Die de hemelen en de aarde schiep en
niet moe werd door hen te scheppen, macht heeft de doden te doen
herleven? Ja, inderdaad, Hij heeft macht over alle dingen.
_
En de Dag, waarop de ongelovigen aan het Vuur zullen worden blootgesteld
zal er worden gezegd: "Is dit niet de waarheid?" Zij zullen antwoorden:
"Ja zeker, bij onze Heer." Hij zal zeggen: "Ondergaat dan de straf omdat
gij (ons woord) verwierpt."
_
Wees daarom geduldig (o profeet) zoals de boodschappers, die mannen van
karaktervastheid waren, en wees omtrent hen niet haastig. De Dag, waarop
zij zullen zien waarmede zij worden bedreigd, zal het hun toeschijnen
alsof zij slechts een uur van een dag hadden geleefd (in deze wereld).
De verkondiging is aan u en niemand wordt vernietigd dan het
overtredende volk.
_
Zij, die (de Waarheid) verwerpen en mensen van Allah's weg afleiden, hun
werk zal Hij vruchteloos maken.
_
Maar zij, die geloven en goede werken doen en in hetgeen aan Mohammed is
ge openbaard, geloven - dit is de Waarheid van hun Heer - hun fouten zal
Hij van hen wegnemen en hun toestand verbeteren.
_
Dat is omdat de ongelovigen de leugen volgen, terwijl de gelovigen de
Waarheid van hun Heer volgen. Zo deelt Allah aan de mensen hun toestand
mede.
_
Wanneer gij de ongelovigen (in oorlog) ontmoet, treft dan hun nek en
wanneer gij overwinnaar zijt, bindt hen dan vast. En wanneer de oorlog
opgehouden is, laat hen dan vrij uit gunst of voor een losprijs. Zo zij
het. En indien Allah wilde, had Hij hen Zelf kunnen bestraffen. Doch Hij
wilde sommigen uwer door anderen op de proef stellen. En degenen die
terwille van Allah worden gedood, hun werken zal Hij zeker niet
vruchteloos maken.
_
Hij zal hen leiden en hun toestand verbeteren.
_
En hen in het paradijs, dat Hij hun heeft bekend gemaakt, toelaten.
_
O gij, die gelooft, indien gij de zaak van Allah steunt zal Hij u helpen
en standvastig doen blijven.
_
Maar de ongelovigen wacht vernietiging en Hij zal hun werken vruchteloos
maken.
_
Dat is omdat zij, hetgeen Allah heeft geopenbaard, haten, daarom maakte
Hij hun werken vruchteloos.
_
Hebben zij op aarde niet gereisd en gezien wat het einde was van
degenen, die vóór hen waren? Allah vernietigde hen geheel en hetzelfde
zal voor de ongelovigen gelden.
_
Dat is, omdat Allah de Beschermer is van de gelovigen en voor de
ongelovigen is er geen Beschermer.
_
Voorwaar, Allah zal hen die geloven en goede werken doen in het paradijs
toelaten, waardoorheen rivieren vloeien: terwijl de ongelovigen zich
vermaken en eten zoals het vee; het Vuur zal hun tehuis zijn.
_
En hoevele steden die sterker waren dan de stad die u heeft uitgedreven,
hebben Wij vernietigd, en zij hadden geen helper!
_
Zijn zij die op een duidelijk bewijs van hun Heer steunen als zij voor
wie hun slechte daden schoonschijnend zijn gemaakt en die hun eigen
begeerten volgen?
_
Het beeld van het paradijs dat aan de godvruchtigen is beloofd: er zijn
daarin stromen water dat niet bederft; en stromen melk waarvan de smaak
niet verandert en stromen wijn, smakelijk voor degenen die drinken en
rivieren van zuivere honing. En zij zullen er allerlei vruchten in
hebben en vergiffenis van hun Heer. Kunnen zij gelijk zijn aan degenen
die in het Vuur vertoeven en die kokend water te drinken krijgen zodat
het hun ingewanden verscheurt?
_
En sommigen onder hen luisteren naar u doch wanneer zij van u weggaan,
zeggen zij tot hen aan wie kennis is gegeven: "Wat zeide hij zo juist?"
Allah heeft hun hart verzegeld, zij volgen hun eigen neigingen.
_
Maar van hen die de leiding volgen vermeerdert Hij de leiding en schenkt
hun rechtvaardigheid.
_
Zij (de ongelovigen) wachten op niets dan het Uur dat onverwachts over
hen kan komen. De tekenen er van zijn reeds gekomen, maar hoe zal voor
hen de herinnering zijn wanneer het (Uur) werkelijk tot hen komt?
_
Weet, dat er buiten Allah geen God bestaat en vraag bescherming voor uw
tekortkoming en voor die van gelovige mannen en vrouwen. Allah kent de
plaats uwer handelingen en uw rustplaats.
_
En de gelovigen zeggen: "Waarom is er geen Soerah geopenbaard?" Maar
wanneer een beslissende Soerah wordt geopenbaard en daarin over vechten
wordt gesproken, zult gij hen in wier hart een ziekte is naar u zien
kijken als iemand die bezwijmt in de dood. Maar voor hen ware het beter,
_
Gehoorzaamheid (te betonen) en goede woorden (te spreken). En wanneer de
zaak is beslecht, is het voor hen beter indien zij Allah trouw blijven.
_
Zult gij dan niet door u af te wenden verderf in het land brengen en uw
familiebanden verbreken?
_
Dezen zijn het, die Allah heeft vervloekt, zodat Hij hen doof heeft
gemaakt en hun ogen verblind.
_
Willen zij dan niet over de Koran nadenken, of zijn er sloten op hun hart?
_
Waarlijk, voor hen die hun rug omkeren nadat de leiding hun duidelijk is
geworden, heeft Satan het gemakkelijk gemaakt en hun verlangens opgewekt.
_
Dat is doordat zij tot degenen die haten wat Allah heeft geopenbaard,
zeggen: "Wij willen u in sommige zaken gehoorzamen." Maar Allah kent hun
geheimen.
_
En hoe (zal het zjin) wanneer de engelen bij de dood hun ziel zullen
nemen, hun aangezicht en hun rug treffend?
_
Omdat zij datgene volgen wat Allah vertoornt en haten wat Hem behaagt,
daarom heeft Hij hun werken vruchteloos gemaakt.
_
Denken zij wier hart ziek is, dat Allah hun boosaardigheden niet aan het
licht zou brengen?
_
En indien Wij wilden, konden Wij hen (de huichelaars) aan u tonen, zodat
gij hen aan hun merkteken zoudt kennen. Maar gij zult hen gewis aan hun
woorden herkennen. En Allah heeft kennis van hetgeen gij doet.
_
En Wij zullen u zeker beproeven totdat Wij diegenen onder u
onderscheiden die ijverig streven en standvastig zijn. En Wij zullen uw
feiten aan u openbaar maken.
_
Voorzeker, zij die niet geloven en (anderen) van Allah's pad afleiden en
die de boodschapper tegenwerken, nadat de leiding hun duidelijk is
geworden, zullen Allah stellig niet schaden doch Hij zal hun werken
vruchteloos maken.
_
O. gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en de boodschapper en maakt uw
werken niet nutteloos.
_
Waarlijk, de ongelovigen, die van het pad van Allah afleiden en sterven,
terwiil zij ongelovig zijn, Allah zal hen zeker niet vergeven.
_
Weifelt daarom niet noch roept om vrede, want gij zult de overhand
hebben. Allah is met u en Hij zal uw daden niet teniet doen.
_
Het leven dezer wereld is slechts een spel en een (ijdel) vermaak, en
indien gij gelooft en (God) vreest, zal Hij u belonen en zal u niet om
uw (gehele) bezit vragen.
_
Want indien Hij dit van u zou vragen en er op zou aandringen, zoudt gij
vrekkig worden en Hij zou uw boosaardigheden aan het licht brengen.
_
Ziet, gij zijt het, die geroepen wordt ter wille van Allah (een deel van
uw vermogen) te geven, maar er zijn sommigen onder u die vrekkig zijn.
En wie vrekkig is, is dit slechts tegen zichzelf. Allah is Zichzelf -
genoeg en gij zijt nooddruftig. En indien gij u (van de Waarheid)
afwendt, zal Hij een ander volk in uw plaats brengen en dezen zullen uw
gelijken niet zijn.
_
Voorwaar, Wij hebben u een klaarblijkelijke overwinning verleend.
_
Zodat Allah u tegen uw voorafgaande en toekomstige (aan u
toegeschrevene) zonden moge behoeden en dat Hij Zijn gunst aan u moge
vervolmaken en u op het juiste pad moge leiden,
_
En dat Allah u met een machtige hulp moge ondersteunen.
_
Hij is het, Die rust in het hart der gelovigen heeft nedergezonden,
opdat zij geloof aan hun geloof mogen toevoegen - en aan Allah behoren
de scharen der hemelen en der aarde en Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Zodat Hij de gelovige mannen en vrouwen in tuinen moge toelaten waar
doorheen rivieren vloeien om daarin te vertoeven, en hun feilen van hen
moge wegnemen; dat is in de ogen van Allah de grootste zegepraal.
_
En dat Hij de huichelaars en huichelaarsters en de afgodendienaren en
-dienaressen moge straffen, die boze gedachten jegens Allah koesteren.
Over dezulken zal tegenspoed en de toorn van Allah komen. Hij heeft hen
vervloekt en de hel voor hen gereed gemaakt. En dit is een slechte be
stemming.
_
Aan Allah behoren de scharen der hemelen en der aarde; Allah is de
Almachtige, de Alwijze.
_
Wij hebben u als getuige en drager van blijde. tijdingen en als
waarschuwer gezonden.
_
Opdat gji in Allah en Zijn boodschapper zoudt geloven, hem steunen en
eren en Hem 's morgens en 's avonds zoudt verheerlijken.
_
Voorwaar, zij die u trouw zweren, zweren trouw aan Allah; Allah's hand
rust op hun handen. Doch wie zijn eed schendt, doet dit tot zijn eigen
nadeel en wie zijn belofte aan Allah vervult, Hij zal hem een grote
beloning geven.
_
Degenen onder de bewoners der woestijn die achterbleven, zullen tot u
zeggen: "Onze bezittingen en onze gezinnen hielden ons bezig (zodat wij
u niet konden helpen); vraag daarom voor ons vergiffenis." Zij zeggen
met hun tong hetgeen niet in hun hart is. Zeg: "Wie kan u iets baten
tegen Allah indien Hij voor u voordeel of nadeel beoogt?" Neen, Allah is
goed onderricht van hetgeen gij doet.
_
Neen, gij dacht dat de boodschapper en de gelovigen nooit tot hun
gezinnen zouden terugkeren en dat was voor uw hart schoonschjinend
gemaakt doch gij hadt een slechte gedachte gekoesterd, daarom werdt gij
een volk dat ten gronde gaat."
_
En voor degenen, die niet in Allah en Zijn boodschapper geloven hebben
Wij voorzeker een laaiend Vuur bereid.
_
Van Allah is het koninkrijk der hemelen en der aarde. Hij vergeeft en
straft wie Hij wil. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Zij, die werden achtergelaten zullen zeggen, wanneer gij zoudt uitgaan
op een expeditie waarbij gij gemakkelijk buit kunt maken: "Sta ons toe u
te volgen." Zij wensen de uitspraak van Allah te veranderen. Zeg: "Gij
zult ons zeker niet volgen. Allah heeft het voorheen zo bepaald." Dan
zullen zij zeggen: "Neen, doch gij benijdt ons." Neen, zij begrijpen
slechts weinig.
_
Zeg tot de Arabieren der woestijn die werden achtergelaten: "Gij zult
tegen een volk van geduchte krijgslieden worden opgeroepen om te vechten
totdat zij zich overgeven. Dan, als gij gehoorzaamt, zal Allah u een
goede beloning geven, maar indien gij u omkeert zoals gij voorheen
deedt, zal Hij u door een pijnlijke straf kastijden."
_
Er rust geen schuld op de blinde, noch op de lamme, noch op de zieke. En
wie Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt, hem zal Hij in tuinen
toelaten waar doorheen rivieren stromen: maar wie zich omkeert, hem zal
Hij door een smartelijke straf straffen.
_
Voorzeker, Allah had aan de gelovigen welgevallen, toen zij u onder de
boom trouw zwoeren en Hij wist wat in hun hart was en Hij zond op hen
kalmte neder en Hij beloonde hen met een spoedige overwinning.
_
En een grote buit die zij konden bemachtigen. En Allah is Almachtig, Alwijs;
_
Allah heeft u een grote buit beloofd die gij moogt nemen en Hij heeft u
deze voorlopig gegeven en heeft de handen der vijanden van u weerhouden
opdat het een teken moge zijn voor de gelovigen en dat Hij u op het
rechte pad moge leiden.
_
En een andere overwinning, die gij nog niet hebt kunnen behalen, maar
Allah heeft deze in zijn hand; Allah heeft macht over alle dingen.
_
Indien de ongelovigen u bestrijden zullen zij u zeker de rug toekeren;
daarbij zullen zij beschermer noch helper vinden.
_
Zo is de handelwijze van Allah zoals die ook vroeger is geweest want gij
zult in Allah's handelwijze geen verandering vinden.
_
En Hij is het, Die in het dal van Makka hun handen van u en uw handen
van hen afhield, nadat Hij u de overwinning over hen had gegeven. En
Allah ziet hetgeen gij doet.
_
Zij zijn het die niet geloofden en u van de Heilige Moskee afhielden en
de offeranden verhinderden hun bestemming te bereiken. En ware het niet
om de gelovige mannen en vrouwen die gij niet kent en die gij hadt
kunnen vertrappen zodat wegens hen een blaam aan u kon hebben gekleefd
zonder dat gij het wist, (zou Hij u hebben toegestaan te vechten, maar
Hij deed dat niet) opdat Hij in Zijn barmhartigheid zou opnemen wie Hij
wil. Als zij gescheiden waren zouden Wij de ongelovigen onder hen
voorzeker met een smartelijke straf hebben gestraft.
_
Toen de ongelovigen verwaandheid in hun hart verborgen- de verwaandheid
der onwetendheid - zond Allah Zijn kalmte over Zijn boodschapper en over
de gelovigen neder en deed hen het woord der rechtvaardigheid nakomen.
En zij hadden er recht op en waren het waardig. Allah heeft kennis van
alle dingen.
_
Voorwaar, Allah vervulde het visioen van Zijn boodschapper naar
waarheid. Voorzeker gij zult de Heilige Moskee (te Makka) in vrede
binnengaan met haar geknipt of geschoren zonder vrees. Dus Hij wist wat
u onbekend was en Hij heeft u hiervoor een nabijzijnde overwinning
toegezegd.
_
Hij is het, Die Zijn boodschapper met leiding en de godsdienst der
Waarheid heeft gezonden, opdat Hij hem moge doen zegevieren over alle
(andere) godsdiensten. En Allah is als Getuige voldoende.
_
Mohammed is de boodschapper van Allah. En zij, die met hem zijn, zijn
hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander. Gij ziet hen
zich buigen en nederwerpen (in gebed), Allah's genade en Zijn welbehagen
zoekende - Op hun aangezicht zijn de sporen van het zich ter aarde
werpen. Dit is hun beschrijving in de Torah. En hun beschrijving in het
Evangelie is als het zaad van koren, dat zijn scheut uitspruit, en dien
versterkt, waardoor zij dik wordt en op eigen stengel komt te staan, tot
vreugde der zaaiers en woede der ongelovigen. Allah heeft aan de
gelovigen die goede werken doen, vergiffenis en een grote beloning beloofd.
_
O, gij die gelooft, weest niet voorbarig bij Allah en Zijn boodschapper,
maar vreest Allah. Voorwaar Hij is Alhorend, Alwetend.
_
O gij gelovigen, verheft uw stem niet boven de stem van de profeet en
spreekt niet hardop tot hem, zoals gij hardop tot elkander spreekt,
opdat uw werken niet vruchteloos mogen worden zonder dat gij het bemerkt.
_
Waarlijk, zij die hun stem verzachten in het bijzijn van de boodschapper
van Allah, zijn degenen wier hart Allah tot rechtvaardigheid heeft
gezuiverd. Voor hen is er vergiffenis en een grote beloning.
_
Zij, die van buiten de huizen uit naar u schreeuwen - de meesten hunner
hebben geen verstand.
_
Als zij geduld tonen totdat gij tot hen komt, zou het beter voor hen
zijn. Maar Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
O gij gelovigen, indien een slecht persoon u nieuws brengt, onderzoekt
het nauwkeurig opdat gij sommige mensen niet in onwetendheid schaadt en
naderhand spijt krijgt van hetgeen gij hebt gedaan.
_
En weet, dat de boodsehapper van Allah onder u is; als hij in
verschillende opzichten aan uw wensen gehoor zou geven zoudt gij zeker
in moeilijkheden zijn geraakt, maar Allah heeft in uw hart het geloof
dierbaar en schoon gemaakt, en ongeloof, buitensporigheid en
ongehoorzaamheid afkeurenswaardig. Zo zijn zij, die het rechte pad volgen,
_
Door de genade en gunst van Allah. Allah is Alwetend, Alwijs.
_
Indien twee partijen van gelovigen beginnen te vechten treft dan een
schikking onder hen, maar indien één hunner tegen de andere in
overtreding is, bestrijdt dan de overtredende partij totdat zij tot de
verordening van Allah terugkeert. En indien zij terugkomt, sluit dan een
rechtvaardige vrede en behandelt hen billijk. Voorwaar, Allah heeft de
rechtvaardigen lief.
_
De gelovigen zijn voorzeker broeders. Bewaart daarom vrede onder uw
broeders en weest godvruchtig opdat u barmhartigheid moge worden betoond.
_
O, gij die gelooft! Laat een volk het andere volk dat waarschijnlijk
beter is dan zij, niet bespotten, noch vrouwen andere vrouwen, die
misschien beter zijn dan zij. En belastert elkander niet, noch noemt
elkaar bij scheldnamen. Kwaad is (het geven van) een slechte naam na de
aanvaarding van het geloof, en zij die geen berouw tonen zijn de
onrechtvaardigen.
_
O, gij die gelooft! Vermijdt in het algemeen verdenking want achterdoeht
is een zonde. En spionneert niet, noch belastert elkander. Lust iemand
onder u het vlees van zijn dode broeder? Gij verafschuwt het zekerlijk.
Vreest Allah voorzeker, Allah is Berouwaanvaardend, Genadevol.
_
O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot
volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen. Voorzeker,
de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah. Voorwaar, Allah
is Alwetend, Alkennend.
_
De bewoners der woestijn zeggen: "Wij geloven." Zeg: "Gij gelooft nog
niet, maar zegt liever: Wij hebben ons onderworpen want het geloof is uw
hart nog niet binnengedrongen. Maar indien gij Allah en Zijn
boodschapper gehoorzaamt, zal Hij u van uw goede daden niets afnemen. "
Voorzeker, Allah is de Vergevensgezinde, de Genadevolle.
_
De ware gelovigen zijn slechts degenen, die in Allah en Zijn
boodschapper geloven en daarna niet twijfelen, doch met hun bezittingen
en persoon voor de zaak van Allah strijden. Zij zijn de waarachtigen.
_
Zeg: "Wilt gij Allah uw geloof doen weten, terwijl Hij weet wat in de
hemelen en op aarde is; waarlijk Allah heeft kennis van alle dingen."
_
Zij achten het een gunst voor u dat zij de Islam hebben omhelsd. Zeg:
"Acht het aannemen van de Islam geen gunst voor mij. Neen, Allah heeft u
een gunst bewezen doordat Hij u tot het geloof heeft geleid als gij
waarachtig zijt."
_
Voorwaar, Allah kent de geheimen der hemelen en der aarde. Waarlijk
Allah ziet al hetgeen gij doet.
_
Qaaf. Bij de glorierijke Koran.
_
Maar zij verwonderen zich dat er uit e hun midden een waarschuwer tot
hen kwam. En de ongelovigen zeggen: "Dit is een zonderling iets!
_
Zullen wij in het leven worden geroepen wanneer wij dood gaan en stof
zijn geworden? Zulk een terugkeer is onmogelijk."
_
Wij weten wat de aarde van hen verteert en bij Ons is een Boek dat alles
bewaart.
_
Neen, zij hebben de Waarheid verloochend toen deze tot hen kwam,
derhalve zijn zij in een verwarde toestand geraakt.
_
Zien zij niet naar de hemel boven hen hoe Wij deze hebben opgericht en
versierd en dat dezelve geen gebreken heeft?
_
En de aarde - Wij hebben haar uitgespreid en stevige bergen er op
gevestigd en Wij hebben er elk prachtig gewas op doen groeien.
_
Als inzicht en les voor iedere dienaar die zich er toe wendt.
_
En Wij zenden water vol zegeningen uit de hemel neder en Wij brengen
daarmee tuinen en graan voort waarvan kan worden geoogst
_
En hoge palmbomen met bloeikolve over elkander gegroeid
_
Als voorziening voor Onze dienaren en Wij verkwikken daarmee een dood
land. - Zo zal ook de Opstanding zijn.
_
Vóór hen verloochende ook het volk van Noach, de mensen van de Bron en
het volk van Samoed,
_
Het volk van Aad, en Pharao en de broeders van Lot eveneens,
_
En de Bosbewoners, en het volk van Tobba, elk hunner verloochende de
boodschapper. Daarom ging de bedreiging in vervulling.
_
Zijn Wij dan uitgeput door de eerste schepping? Neen, zij zijn in
twijfel omtrent de nieuwe schepping.
_
En voorzeker, Wij hebben de mens geschapen en Wij weten alles wat zijn
Ik hem toefluistert. En Wij zijn nader tot hem dan zijn halsader.
_
Wanneer de twee (engelen) die te boek stellen, schrijven, zit de een aan
de rechter-, de andere aan de linkerzijde.
_
Hij uit geen woord of er is een bewaker bij hem, die altijd klaar staat.
_
En de bezwijming des doods komt waarlijk. "Dit is hetgeen gij wildet
ontvrluchten."
_
En er zal op de bazuin worden geblazen. "Dit is de Dag der Bedreiging."
_
En iedere ziel zal tezamen komen met een geleider en een getuige.
_
Er zal worden gezegd: "Gij waart hieromtrent achteloos. Nu hebben Wij uw
sluier van u weggenomen en uw oog ziet deze Dag scherp."
_
En zijn metgezel zal zeggen: "Dit is hetgeen bij mij gereed is."
_
"Werpt, werpt in de hel elke ondankbare vijand.
_
"Die het goede belette, de overtreder, de twijfelaar,
_
"Die een andere God naast Allah oprichtte, doet hem de strenge marteling
ondergaan."
_
Zijn metgezel zal zeggen: "O, onze Heer, ik maakte hem niet opstandig
maar hij was te ver afgedwaald."
_
God zal antwoorden: "Redetwist niet in Mijn tegenwoordigheid, terwijl Ik
u de waarschuwing vooraf heb gezonden.
_
Het vonnis door Mij geveld kan niet worden veranderd en Ik ben in het
geheel niet onrechtvaardig jegens Mijn dienaren."
_
Op die Dag zullen Wij tot de hel zeggen: "Zijt gij gevuld?" En zij zal
antwoorden: "Is er nog iets?"
_
En de Hemel zal dicht bij de rechtvaardigen worden gebracht en niet ver
verwijderd.
_
Dit is hetgeen was beloofd voor een ieder die zich bekeerde en die
waakzaam was,
_
Die de Barmhartige in het verborgene vreesde en met een berouwvol hart
tot Hem kwam.
_
Gaat hier in vrede binnen. Dit is de Dag der Eeuwigheid.
_
Voor hen zal daarin zijn wat zij wensen en bij Ons is nog meer.
_
Maar hoevele geslachten hebben Wij (niet) vóór hen vernietigd, die
machtiger in gezag waren dan dezen! Zij trokken door het land, maar was
er een toevluchtsoord voor hen?
_
Daarin is voorwaar een vermaning voor hem die een hart heeft of die
luistert en oplettend is.
_
En voorwaar, Wij schiepen de hemelen en de aarde en alles wat er tussen
is in zes dagen en geen vermoeidheid raakte Ons.
_
Heb dus geduld met wat zij zeggen en verheerlijk uw Heer met de lof die
Hem toekomt, vóór zonsop- en ondergang.
_
En verheerlijk Hem 's nachts en na de gebeden.
_
En luister! De Dag, waarop de omroeper vanuit een dichtbijzijnde plaats
zal roepen,
_
De Dag, waarop zij de kreet in werkelijkheid zullen horen, dat zal de
Tijd zijn van het voor den dag komen.
_
Voorwaar, Wij zijn het die leven geven en de dood veroorzaken, en tot
Ons is de terugkeer.
_
De Dag, waarop de aarde onder hen vaneen zal splijten, is het verzamelen
gemakkelijk voor Ons.
_
Wij weten het beste wat zij zeggen en gij zijt er niet om hen te
dwingen. Vermaan dus met de Koran hem die Mijn bedreiging vreest.
_
(Wij roepen als getuigen) degenen die wijd en zijd verspreiden,
_
En degenen die de last dragen,
_
En degenen die rustig voortgaan,
_
En degenen die de zaak uitdelen.
_
Voorzeker, hetgeen u is beloofd, is waar,
_
En voorwaar, het gericht zal zeker plaats hebben.
_
Bij de hemelen vol van paden,
_
Waarlijk gij hebt uiteenlopende meningen,
_
Daarvan wordt afgewend wie zich (van het ware geloof) afwendt.
_
Vervloekt zijn zij die vermoedens uiten.
_
Die onachtzaam zijn in onwetendheid.
_
Zij vragen: "Wanneer zal de Tijd des Gerichts zijn?"
_
Het zal op de Dag zijn, wanneer zij in het Vuur zullen worden beproefd.
_
"Ondergaat uw beproeving. Dit is hetgeen gij verhaasttet."
_
Maar de rechtvaardigen zullen te midden van tuinen en bronnen verkeren,
_
Nemend hetgeen hun Heer zal geven omdat zij voorheen goed plachten te doen.
_
Gedurende de nacht sliepen zij weinig.
_
Tijdens de morgenstond zochten zij vergiffenis.
_
En van hun rijkdommen was een deel voor de bedelaars en ook voor degenen
die niet konden bedelen.
_
En er zijn tekenen op aarde voor hen die zekerheid van geloof willen hebben,
_
En ook in uzelf, wilt gij dat niet inzien?
_
En in de hemel is uw onderhoud en hetgeen u is beloofd.
_
Bij de Heer van de hemel en de aarde - dit is inderdaad de waarheid
zoals gij spreekt.
_
Heeft het verhaal van Abrahams geeerde gasten u bereikt?
_
Toen zij bij hem binnentraden en zeiden: "Vrede", antwoordde hij:
"Vrede". Hij zeide (bij zichzelven): "Vreemde mensen."
_
Maar hij ging rustig naar zijn gezin en bracht een (toebereid) vet kalf.
_
En plaatste het voor hen. Hij zeide: "Wilt gij niet eten?"
_
Daarop begon hij hen te vrezen. Zij zeiden: "Vrees niet" en zij gaven
hem blijde tijding over een wijze zoon.
_
Toen kwam zijn vrouw, in verbijstering en sloeg de hand voor het gezicht
en zeide: "Een verwelkte, bejaarde vrouw!"
_
"Uw Heer heeft het zo gezegd," zeiden zij. "Voorzeker, Hij is de
Alwijze, de Alwetende."
_
Abraham zeide: "Wat is uw taak, o boodsehappers?"
_
Zij antwoordden: "Wij zijn naar een schuldig volk gezonden
_
Om brokken klei op hen neder te zenden
_
Door uw Heer gemerkt (ter verdelging) voor de buitensporigen."
_
De gelovigen die daarin waren lieten Wij (veilig) weggaan.
_
Maar Wij vonden er slechts één huis der Moslims.
_
En Wij lieten daarin een teken achter voor hen, die de pijnlijke straf
vrezen.
_
En in Mozes (is eveneens een teken), toen Wij hem tot Pharao zonden met
openlijk gezag.
_
Maar deze wendde zich af om zijn macht en zeide: "Een tovenaar of een
waanzinnige."
_
Daarom grepen Wij hem en zijn scharen en wierpen hen in de zee, waardoor
hij zelfverwijt kreeg.
_
En er was een teken in de Aad, toen Wij een orkaan tegen hen zonden.
_
Deze liet van hetgeen hij teisterde niets over of hij maakte het als as,
_
En er was een teken in de Samoed toen er tot hen werd gezegd: "Vermaakt
u voor een wijle."
_
Maar zij overtraden het gebod van hun Heer. Daarom achterhaalde hen de
bliksem terwijl zij er naar keken,
_
En zij konden niet opstaan noch konden zij zich hiertegen beschermen.
_
En in het volk van Noach (is ook een teken), voorwaar zij waren een
ongehoorzaam volk.
_
Voorzeker Wij bouwden de hemel door Onze macht en waarlijk Wij zin het,
Die hem hebben uitgebreid.
_
En Wij hebben de aarde uitgespreid en hoe uitmuntend hebben Wij dit gedaan.
_
En Wij hebben alles in paren geschapen opdat gij er lering uit moogt
trekken.
_
Haast u daarom tot Allah. Waarlijk ik ben voor u een duidelijke
waarschuwer van Hem.
_
En werpt geen andere God op naast Allah, waarlijk ik ben voor u een
duidelijke waarschuwer van Hem.
_
En er kwam tot degenen, die vóór hen waren, geen boodschapper of zij
zeiden: "Dit is een tovenaar of een bezetene!"
_
Hebben zij elkander er toe aangespoord? Neen, zij zijn een opstandig volk.
_
Wend u daarom van hen af en u zal niets worden verweten.
_
Maar ga door met het vermanen want de vermaning helpt degenen die willen
geloven.
_
En ik heb de djinn en de mensen slechts tot Mijn aanbidding geschapen.
_
Ik wens van hen geen onderhoud noch wens Ik dat zij Mij zullen voeden.
_
Voorzeker, Allah is de grootste Voorziener, de Almachtige, de Alsterke.
_
Voorzeker het lot der onrechtvaardigen is gelijk aan dat van hun
gezellen. Laat hen derhalve niet wensen dit te verhaasten.
_
Wee over de ongelovigen vanwege de Dag waarmede zij worden bedreigd!
_
Bij de Berg
_
En bij het geschreven Boek,
_
Op uitgebreide perkament.
_
En bij het veelbezochte huis
_
En bij het hoogverheven dak
_
En bij de boordevolle oceaan,
_
Voorzeker, de straf van uw Heer zal worden voltrokken.
_
Er is niemand die haar kan afwenden.
_
De Dag waarop de hemel in beweging zal komen.
_
En de bergen zullen vergaan.
_
Dan wee op die Dag de loochenaars,
_
Die zich in ijdel gesprek vermaken.
_
De Dag waarop zij in het Vuur der hel zullen worden geslingerd:
_
(Men zal zeggen:) "Dit is het Vuur dat gij placht te loochenen."
_
Is dit dan toverkunst of ziet gij niet?
_
Brandt daarin; en het zal voor u hetzelfde zijn, of gij geduld of
ongeduld toont. U is slechts vergolden voor hetgeen gij placht te doen.
_
Voorwaar, de godvruchtigen zullen in tuinen en gelukzaligheid zijn,
_
Genietende van de gaven, die hun Heer hun heeft geschonken en hun Heer
heeft hen voor de marteling van het Vuur behoed.
_
Eet en drinkt met genoegen wegens hetgeen gij placht te doen.
_
(U) op tronen nedervlijend die in rijen zijn gerangschikt. En Wij zullen
hen met schone meisjes verenigen die grote, mooie ogen hebben.
_
En met de gelovigen zullen Wij hun nageslacht, dat hun in het geloof
volgt, verenigen. En Wij zullen zeker niets aan hun werken afdoen. Elk
mens is onderpand voor zijn daden.
_
En Wij zullen hun een overvloed van fruit en vlees schenken, volgens hun
wensen.
_
Daar zullen zij elkander een beker van hand tot hand reiken waarin
ijdelheid noch zonde zal zijn.
_
En er zullen knapen rondgaan alsof zij welbewaakte paarlen zijn.
_
En zij zullen zich vragend tot elkander wenden.
_
Zij zullen zeggen: "Voorheen vreesden wij ter wille van onze families.
_
Maar Allah is ons genadig geweest en heeft ons voor de marteling van de
brandende wind behoed.
_
Wij plachten voorheen Hem te aanbidden. Voorzeker, Hij is de Goede, de
Genadevolle.
_
Waarschuw daarom (o, profeet). Bij de gratie van uw Heer zijt gij noch
een waarzegger noch een bezetene.
_
Zeggen zij: "Hij is een dichter en wij wachten of te zijner tijd een
ramp over hem komt?"
_
Zeg: "Wacht! Ik wacht ook met u."
_
Is het hun verstand, dat hun dit oplegt of zijn zij een opstandig volk?
_
Of zeggen zij: "Hij heeft het verzonnen"? - Neen, zij willen niet geloven -
_
Laat hen dan een woord hieraan gelijk naar voren brengen, als zij
waarachtig zijn.
_
Zijn zij door niets geschapen of zijn zij (hun eigen) schepper?
_
Schiepen zij de hemelen en de aarde? Neen, zij willen geen zekerheid hebben.
_
Bezitten zij de schatten van uw Heer of zijn zij de bewaarders hiervan?
_
Hebben zij een ladder naar de hemel waardoor zij kunnen luisteren? Laat
hun luisteraar dan openlijk gezag tonen.
_
Heeft Hij (Allah) dochters terwijl gij zonen hebt?
_
Vraagt gij loon van hen, zodat zij onder schulden gebukt gaan?
_
Bezitten zij het onzichtbare, zodat zij het kunnen neerschrijven?
_
Willen zij een plan smeden (tegen u)? Maar de ongelovigen zullen door
hun eigen plan worden gevangen.
_
Hebben zij een andere God buiten Allah? Allah is verheven boven hetgeen
zij met Hem vereenzelvigen.
_
En indien zij een stuk van de hemel zien vallen, zullen zij zeggen
"Opgehoopte wolken."
_
Laat hen daarom, totdat zij hun Dag ontmoeten waarop zij in onmacht
zullen neervallen.
_
De Dag, waarop hun samenzwering hen niets zal baten noch zullen zij
worden geholpen.
_
En voorwaar, voor de onrechtvaardigen is hiervoor een straf. Maar de
meesten hunner beseffen het niet.
_
Wacht daarom geduldig op het oordeel van uw Heer. want gij zijt onder
Onze ogen en verheerlijk uw Heer wanneer gij opstaat met de lof die Hem
toekomt,
_
En verheerlijk Hem 's nachts en na het verbleken der sterren.
_
Bij de ster wanneer zij valt,
_
Uw metgezel is noch afgedwaald noch afgeweken,
_
Noch spreekt hij naar eigen begeerte.
_
Het is slechts de Openbaring die wordt nedergezonden.
_
Hij, die grote macht heeft, onderwees hem,
_
Die kracht bezit. Zo is hij volmaakt geworden
_
En hij staat aan de hoogste horizon.
_
Hij naderde en kwam steeds nader.
_
En werd als de spanning van twee bogen, Ja, nog dichter bij,
_
En Hij (Allah) openbaarde aan Zijn dienaar hetgeen Hij wilde openbaren.
_
Het hart loog niet over wat het zag.
_
Wilt gij dan met hem redetwisten over hetgeen hij heeft gezien?
_
En voorzeker, hij zag hem ook bij een andere nederdaling.
_
Bij de Lotusboom waar niemand voorbij mag gaan,
_
Waarnaast de Tuin van Verblijf is.
_
Toen het goddelijke Licht de Lotusboom overstraalde
_
Wendde zijn oog zich niet af, noch ging het de grens te buiten.
_
Voorwaar, hij zag de grote tekenen van zijn Heer.
_
Ziet, de Laat en de Ozza,
_
En een ander, de derde, Manaat?
_
"Zijn voor u de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke?"
_
Dat is dan een onrechtvaardige verdeling;
_
Dit zijn slechts namen die gij uitgedacht hebt - gij en uw vaderen -
waarvoor Allah geen gezag heeft nedergezonden. Zij volgen slechts hun
vermoedens en begeerten. En voorzeker de leiding van hun Heer is nu tot
hen gekomen.
_
Krijgt de mens alles waarnaar hij verlangt?
_
Neen, aan Allah behoren het Hiernamaals en deze wereld.
_
En hoevele engelen zijn er niet in de hemelen wier voorspraak van geen
nut zal zijn, behalve nadat Allah verlof heeft gegeven aan wie Hij wil
en wie Hem behaagt.
_
Zij, die niet in het Hiernamaals geloven geven de engelen vrouwelijke namen,
_
Maar zij hebben daar geen kennis van. Zij volgen alleen een vermoeden en
het vermoeden kan tegen de waarheid niets baten.
_
Wend u daarom van hem af die zich van de gedachtenis aan Ons afwendt, en
die niets wenst dan het leven dezer wereld.
_
Zo ver reikt hun kennis. Voorwaar, uw Heer kent het beste degene die van
Zijn pad afdwaalt en Hij kent het beste degene die Zijn leiding volgt.
_
En aan Allah behoort hetgeen in de hemelen en hetgeen op aarde is, opdat
Hij degenen die slecht deden moge vergelden voor hetgeen zij hebben
gewrocht en opdat Hji degenen die goed doen, met het beste moge belonen.
_
Zij, die behalve kleine feilen, de ergste zonden en slechtheden
vermijden - voorwaar, uw Heer is de Heer der Alomvattende Vergiffenis.
Hij kende u toen H. u uit aarde deed ontstaan en toen gij een embryo
waart in de baarmoeder uwer moeder. Prijst daarom uzelf niet om
reinheid. Hij kent de godvruchtigen het beste.
_
Ziet gij hem die zich afwendt (van het rechte pad)
_
En die weinig geeft en vrekkig is?
_
Bezit hij de kennis van het onzichtbare, zodat hij kan zien?
_
Is hem niet verteld over hetgeen in de geschriften van Mozes staat,
_
En van Abraham, die de geboden hield?
_
Dat geen drager van last de last van een ander zal dragen;
_
En dat de mens niet meer kan krijgen dan hetgeen waarnaar hij streeft.
_
En dat zijn streven spoedig zal worden opgemerkt;
_
Dan zal hij er volledig voor worden beloond.
_
En dat alles uiteindelijk tot uw Heer komt,
_
En dat Hij het is, Die doet lachen en wenen
_
En dat Hij het is, Die de dood veroorzaakt en het leven geeft.
_
En dat Hij de twee echtgenoten schept, de vrouwelijke en de mannelijke
_
Uit een levenskiem wanneer deze uitgegoten wordt:
_
En dat de volgende opwekking (tot leven) op Hem rust:
_
En dat Hij het is Die voldoening en rijkdom geeft
_
En dat Hij de Heer van Sirius is.
_
En dat Hij de oude (stam van Aad) vernietigde
_
En Samoed, en Hij spaarde (hen) niet,
_
Evenals het volk van Noach vóórdien; waarlijk zij waren uiterst
onrechtvaardig en opstandig
_
En Hij bracht de verwoeste steden ten val,
_
Zodat hetgeen bedekken kon, hen bedekte.
_
Over welke gaven van uw Heer wilt gij dan redetwisten?
_
Deze waarschuwer is gelijk aan de vroegere waarschuwers.
_
Het Uur nadert,
_
Niemand behalve Allah kan het ontsluieren.
_
Verwondert gij u dan over deze aankondiging?
_
En lacht gij in plaats van te wenen,
_
Terwijl gij achteloos zijt?
_
Werpt u voor Allah neder en aanbidt (Hem).
_
Het Uur is nabij, en de Maan is opengespleten.
_
Maar als zij (de ongelovigen) een teken zien wenden zij zich er van af
en zeggen: "Een voortdurende toverkunst."
_
Zij verloochenen en volgen hun eigen begeerten. Maar elke verordening
(Gods) zal plaats hebben.
_
En er zijn reeds tijdingen tot hen gekomen waarin een waarschuwing ligt.
_
Volmaakte wijsheid; maar de waarschuwingen helpen hen niet.
_
Wend u daarom van hen af. De Dag waarop de aankondiger hen zal roepen
tot iets onaangenaams,
_
Dan zullen zij met nedergeslagen ogen uit hun graven komen als
verstrooide sprinkhanen,
_
Zich naar de omroeper haastend. De ongelovigen zullen zeggen "Dit is een
moeilijke dag."
_
Vóór hen verloochende het volk van Noach, zij verloochenden Onze dienaar
en zeiden: "Een waanzinnige." En hij werd verdreven.
_
Daarom bad hij tot zijn Heer: "Ik ben gewis verslagen, sta mij bij."
_
Toen openden Wij de poorten van de hemel voor het stromende water.
_
En Wij spleten de aarde door bronnen, waar door de wateren elkander
ontmoetten volgens een vastgesteld plan.
_
En Wij droegen hem op iets, bestaande uit planken en spijkers.
_
Het dreef onder Onze ogen voort als een beloning voor hem, die verworpen
was.
_
En Wij maakten dit tot een teken. Is er iemand die er lering uit trekt?
_
Hoe vreselijk was Mijn straf en Mijn waarschuwing!
_
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is
er iemand die er lering uit trekt?
_
Aad verloochende eveneens. Hoe (ernstig) was Mijn straf en Mijn
waarschuwing!
_
Wij zonden een woedende wind tegen hen, op een kwade, onvergetelijke dag.
_
Die mensen wegtrok als waren zij de stammen van ontwortelde palmbomen.
_
Hoe groot was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing!
_
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is
er iemand die er lering uit trekt?
_
Ook (het volk van) Samoed verloochende de waarschuwers.
_
En zij zeiden: "Moeten wij een man uit ons midden volgen? Dan zouden wij
inderdaad verdwaald en krankzinnig zijn.
_
Is de vermaning hem alleen gegeven? Neen, hij is een grote leugenaar en
misdadiger."
_
Morgen zullen zij weten wie de grote leugenaar en misdadiger is!
_
Wij zullen de kameel zenden om hen op de proef te stellen. Let daarom op
hen en heb geduld.
_
En zeg hun, dat het water tussen hen is verdeeld en dat de tijd van elke
drinkbeurt in acht moet worden genomen.
_
Maar zij riepen hun metgezel, deze nam het (kameel) en verlamde het.
_
Hoe vreselijk was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing!
_
Wij zonden een enkele straf tegen hen en zij werden als droog, vertrapt
stro.
_
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is
er iemand die er lering uit trekt?
_
Het volk van Lot verloochende de waarschuwers ook.
_
En Wij zonden een storm van stenen over hen allen met uitzondering van
de familie van Lot, die Wij bij de dageraad verlosten,
_
Als een gunst van Ons. Zo belonen Wij hen die dank betuigen.
_
En Lot had hen inderdaad voor Onze straf gewaarschuwd doch zij trokken
de waarschuwingen in twijfel.
_
En zij trachtten hem van zijn gasten af te keren. Daarom verblindden Wij
hun ogen en zeiden: "Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing."
_
En de volgende morgen vroeg kwam er een blijvende straf over hen.
_
"Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing."
_
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is
er iemand die er lering uit trekt?
_
Er kwamen ook waarschuwers tot het volk van Pharao.
_
Zij verwierpen al Onze tekenen, daarom grepen Wij hen gelijk het grijpen
van een krachtige en machtige.
_
Zijn uw ongelovigen beter dan dezen? Of zijt gij vrijgesteld in de
geschriften?
_
Zeggen zij: "Wij zijn een overwinnende schare?"
_
De scharen zullen allen op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hun
rug tonen.
_
Neen, het Uur is hun vastgestelde tijd en het Uur zal uiterst rampzalig
en bitter zijn.
_
Voorzeker, de overtreders zullen in dwaling verkeren en zich in een
vlammend Vuur bevinden.
_
De Dag, waarop zij met hun aangezicht in het Vuur zullen worden
gesleurd, zal er tot hen worden gezegd: "Voelt de aanraking der hel."
_
Voorwaar, Wij hebben alles naar maat geschapen.
_
En Ons gebod komt in één oogwenk.
_
En Wij hebben inderdaad uw gelijken vernietigd. Is er iemand die er
lering uit trekt?
_
En al hetgeen zij deden staat in de geschriften.
_
En alles, groot of klein, is nedergeschreven.
_
Voorwaar, de rechtvaardigen zullen te midden van tuinen en rivieren zijn.
_
Op de juiste plaats in de tegenwoordigheid van de Almachtige Koning.
_
De Barmhartige
_
Heeft de Koran onderwezen.
_
Hij heeft de mens geschapen
_
En heeft hem de uiteenzetting (er van) geleerd.
_
De zon en de maan doorlopen hun banen volgens het plan.
_
En planten en bomen aanbidden Hem.
_
Hij heeft de hemel hoog er boven verheven en een evenwicht bepaald
_
Opdat gij het evenwicht niet zoudt verstoren.
_
Houdt de weegschaal naar recht en doet aan de maat niet tekort.
_
En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt:
_
Daarop zijn vruchten en palmbomen met scheden,
_
En gebolsterd graan en geurige bloemen,
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Hij schiep de mens uit droge klei, als aardewerk.
_
En Hij schiep de djinn uit de vlam van Vuur.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
De Heer der twee Oosten en de Heer der twee Westen!
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Hij heeft de twee zeeën gescheiden, die elkander eens zullen ontmoeten.
_
Daartussen is een versperring geplaatst welke zij niet kunnen passeren.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Er komen paarlen en koraal uit beide (zeeën) vandaan.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
En van Hem zijn de bergenhoge schepen op zee.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Al hetgeen is, zal vergaan.
_
En er blijft alleen het Aangezicht van uw Heer, de Bezitter van
Heerlijkheid en Eer.
_
Welke van de gunsten van uw Heer uilt gij dan ontkennen?
_
Van Hem smeken allen, die in de hemelen en op aarde zijn, (gunsten) af.
Elk dag toont Hij een andere Heerlijkheid.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Wij zullen spoedig met u afrekenen, o gij twee volkeren!
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
O, groep van djinn en mensen; als gij de grenzen der hemelen en der
aarde wilt overschrijden, probeert dit dan. Doch gij zult dit zonder
gezag stellig niet kunnen doen.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Er zullen vurige vlammen en gesmolten koper tegen u worden gezonden en
gij zult u niet kunnen verweren.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
En wanneer de hemel uiteengespleten en rosssig wordt als een
roodgeverfde huid.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Op die Dag zullen mens noch djinn worden ondervraagd over hun zonden.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
De schuldigen zullen aan hun kenmerken worden herkend en zij zullen
worden gegrepen bij haren en voeten.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Dit is de hel door de schuldigen verloochend.
_
Zij zullen daar tussen vuur en fel kokend water rondgaan.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Maar er zullen voor hem die het verschijnen voor zijn Heer vreest, twee
tuinen zijn,
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Van verschillende soort.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
In beide zullen twee fonteinen stromen.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Daarin zullen alle vruchten tweesoortig zijn.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Zij zullen zich nedervlijen op divans met tapijten waarvan de voeringen
van dikke zijde zullen zijn. En het fruit der tuinen zal dicht bij de
hand liggen.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Daarin zullen kuise meisjes zijn met zedige blik, door mens noch djinn
ooit aangeraakt.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Als waren zij robijnen en koralen.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
De beloning van goedheid kan niet anders dan goedheid zijn.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
En naast deze twee zijn er nog twee tuinen.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Donkergroen van gebladerte,
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Daarin zullen ook twee bronnen zijn die water in overvloed spuiten.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
In beide zullen er vruchten, dadels en granaatappels zijn.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Daarin zullen goede en schone meisjes zijn.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Schonen in paviljoenen gehuisvest.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Die vóór hen mensen noch djinn hebben aangeraakt.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Rustend op groene kussens en prachtige tapijten.
_
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
_
Gezegend zij de naam van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer.
_
Als de Gebeurtenis plaats vindt
_
Zal er niets dit plaatsvinden kunnen tegenhouden -
_
Enigen zal het vernederen, anderen zal het verheffen.
_
Wanneer de aarde hevig zal worden geschokt,
_
En de bergen verbrijzeld,
_
Zullen deze als stof worden verstrooid,
_
En gij zult in drie soorten worden verdeeld.
_
De mensen aan de rechter kant - hoe (gelukkig zijn) de mensen aan de
rechter kant!
_
En de mensen aan de linker kant - hoe (ongelukkig) zijn de mensen aan de
linker kant!
_
De voorbijstrevenden (in het geloof) zullen de eersten zijn,
_
Dezen zijn de gunstelingen die God dicht zullen naderen.
_
In tuinen van verrukking.
_
Het zijn een groot aantal van de eersten.
_
En weinigen uit later tijd.
_
Op sofa's doorvlochten met goud en edelgesteenten
_
Daarop nederliggende, naar elkander toegewend!
_
Daar zullen jonge mannen onder hen rondgaan die niet zullen verouderen
_
Met bekers, kannen en kopjes gevuld uit een zilveren bron -
_
Zij zullen daarvan geen hoofdpijn krijgen noch zullen zij dronken worden -
_
En met fruit dat zij het liefst hebben -
_
En met vlees van vogelen dat zij begeren.
_
En er zullen schonen zijn met grote, mooie ogen,
_
Als verscholen paarlen.
_
Als beloning voor hetgeen zij plachten te doen.
_
Zij zullen daar geen ijdele gesprekken of zondige taal horen,
_
Doch het woord "vrede, vrede."
_
En zij die rechts zullen staan - hoe (gelukkig) zijn deze die rechts staan!
_
Zij zullen zich bevinden tussen doornloze lotusbomen
_
En trossen bananen,
_
En dekkende schaduwen,
_
En stromende wateren,
_
En overvloedig fruit,
_
Noch afgesneden, noch verboden,
_
En edele vrouwen.
_
Voorwaar, Wij hebben dezen tot een wonderligke schepping gemaakt,
_
Wij maakten haar maagden,
_
Beminnelijk, van gelijke leeftijd.
_
Tot degenen aan de rechter kant.
_
(Behoort) een groot aantal van de eersten (gelovigen).
_
En een groot aantal uit latere tijden.
_
De mensen aan de linker kant - hoe (ongelukkig) zijn degenen die aan de
linker kant staan!
_
Te midden van verschroeiende winden en kokend water.
_
En in de schaduw van zwarte rook,
_
Noch koel, noch verfrissend.
_
Voordien waren zij inderdaad in weelde (op aarde),
_
En volhardden in grote zonde.
_
En zij plachten te zeggen: "Als wij dood zijn en stof en beenderen zijn
geworden, zullen wij inderdaad herrijzen?
_
En ook onze voorvaderen?"
_
Zeg: "Ja, de vroegeren en de lateren
_
Zullen tezamen worden verzameld op de vastgestelde tijd van een bepaalde
Dag."
_
Dan, o gij, die waart verdwaald en hebt verloochend,
_
Gij zult. zeker van de boom van Zaqqoem eten,
_
En zult er uw buik mee vullen,
_
En daama kokend water drinken,
_
(Drinkende,) zoals dorstige kamelen drinken,
_
Dit zal hun onthaal zijn op de Dag des Gerichts.
_
Wij schiepen u, maar waarom wildet gij deWaarheid niet erkennen?
_
Zeg mij wat gij verwekt,
_
Schept gij het of zijn Wij de Schepper er van?
_
Wij hebben de dood onder u verordend en Wij kunnen niet worden tegengehouden
_
Om anderen als gij in uw plaats te stellen en u in een toestand te
brengen die gij niet kent.
_
En zeker kent gij de eerste schepping. Waarom trekt gij er dan geen
lering uit?
_
Hebt gij gezien wat gij zaait?
_
Doen Wij het groeien of doet gij dat?
_
Als Wij het willen, kunnen Wij dat alles tot stof maken, dan blijft gij
jammeren.
_
(Zeggende): "Wij zijn beladen met borgstelling,
_
Meer nog, wij zijn van alles beroofd."
_
Ziet, het water dat gij drinkt,
_
Zijt gij het die het uit de wolken nederzendt, of zijn Wij de Zender?
_
Indien Wij het willen, kunnen Wij het bitter maken. Waarom zijt gij dan
niet dankbaar?
_
En zeg mij; het vuur dat gij aansteekt,
_
Zijt gij het die de boom er voor doet groeien of zijn Wij het?
_
Wij hebben het tot een aanmaning en een weldaad gemaakt voor de
reizigers in de wildernissen.
_
Daarom verheerlijk de naam van uw Heer, de Verhevene.
_
En Ik roep het verschieten der sterren tot getuige
_
En inderdaad is dat een grote eed, indien gij het beseft -;
_
Voorzeker, dit is (de) verheven Koran,
_
Een beschermd Boek,
_
Dat niemand zal aanraken behalve zij die zich louteren.
_
Een Openbaring van de Heer der Werelden.
_
Veracht gij dan deze aankondiging?
_
En verzekert gij door de ontkenning ervan uw levensonderhoud?
_
Waarom dan, wanneer de ziel van (de stervende) zijn keel bereikt
_
En gij ziet toe - op dat ogenblik
_
Zijn Wij dichter bij hem dan gij, maar gij ziet dit niet,
_
Waarom dan, als gij niet onderdanig zijt,
_
Brengt gij haar niet terug indien gij waarachtig zijt?
_
Als hij nu behoort tot degenen, die dicht bij God zijn,
_
Dan is voor hem geluk en geur en een tuin van verrukking;
_
En indien hij behoort tot degenen aan de rechter kant,
_
Dan luidt het "Vrede zij u" van degenen aan de rechter kant.
_
Maar als hij behoort tot de dwalenden die (de Waarheid) hadden verloochend,
_
Dan is voor hem een onthaal op kokend water
_
En branden in de hel.
_
Voorzeker dit is de werkelijkheid.
_
Verheerlijk daarom de naam van uw Heer, de Verhevene.
_
Wat er ook in de hemelen en op aarde is, verheerlijkt Allah; Hij is de
Almachtige, de Alwijze.
_
Van Hem is het koninkrijk der hemelen en der aarde. Hij doet sterven en
leven en Hij heeft macht over alle dingen.
_
Hij is de Eerste en de Laatste, de Zich Manifesterende en de Verborgene,
en Hij heeft kennis van alle dingen.
_
Hij is het Die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep; daarna zette
Hij zich op de Troon neder. Hij weet wat de aarde ingaat en wat er uit
voortkomt, en wat van de hemelen nederkomt en wat er naar toe opstijgt.
Hij is met u waar gij ook zijn moogt, want Allah ziet alles wat gij doet.
_
Van Hem is het koninkrijk der hemelen en der aarde en naar Allah worden
alle dingen teruggebracht.
_
Hij laat de nacht in de dag overgaan en de dag in de nacht: en Hij is de
Kenner van het innerlijk.
_
Gelooft in Allah en Zijn boodschapper en geeft weg van datgene waarvan
Hij u erfgenamen heeft gemaakt. En zij onder u die geloven en besteden
(als weldaad) zullen een grote beloning ontvangen.
_
Wat scheelt u dat gij niet in Allah gelooft, terwijl de boodschapper u
roept om in uw Heer te geloven en Hij een verbond met u heeft gesloten,
indien gij gelovig zijt?
_
Hij is het Die duidelijke tekenen nederzendt aan Zijn dienaar om u van
de Duisternissen in het Licht te brengen en voorwaar, Allah is
Liefderijk Genadevol.
_
Waarom geeft gij niet terwille van Allah, terwijl aan Allah de erfenis
van de hemelen en de aarde behoort? Degenen onder u die (geld)
besteedden en streden vóór de overwinning zijn niet gelijk maar hoger in
rang dan degenen die nadien (geld) besteedden en streden. En Allah heeft
aan allen het goede beloofd. En Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
Ieder die met Allah een goede lening sluit - Hij zal deze voor hem
vermenigvuldigen en hem zal bovendien een voortreffelijke beloning ten
deel vallen.
_
En de Dag waarop gij de gelovige mannen en vrouwen zult zien, hun licht
vóór hen en aan hun rechter handen uitstralende; verblijdend nieuws is
er voor u op deze Dag! Tuinen waar doorheen rivieren stromen, waarin gij
zult vertoeven. Dat is de opperste zegepraal.
_
Op de Dag, waarop huichelaars en huichelaarsters tot de gelovigen zullen
zeggen: "Laat ons iets van uw licht nemen," zal er gezegd worden: "Gaat
terug en zoekt licht." Dan zal er tussen hen een muur worden opgericht
met een poort er in. Aan de binnenkant zal barmhartigheid zijn en aan de
buitenkant zal straf zijn.
_
(De huichelaars zullen tot de gelovigen) roepen: "Waren wij niet met u?"
Zij zullen antwoorden: "Ja, maar gij hebt uzelf in verzoeking laten
brengen en gewacht en getwijfeld en uw begeerte bedroog u, totdat de
verordening van Allah kwam. En de bedrieger bedroog u ten opzichte van
Allah.
_
Derhalve zal op deze Dag geen losgeld van u worden aangenomen, noch van
degenen die ongelovig waren. Uw tehuis zal het Vuur zijn; dat is uw
vriend en het is een slechte bestemming!"
_
Is voor de gelovigen de tijd nog niet aangebroken dat hun hart nederig
worde om Allah gedachtig te zijn en de Waarheid (op te nemen), die
nedergedaald is? En laten zij niet worden zoals zij die het Boek
vóórdien ontvingen - voor dezen was de termijn (te) lang geworden
waardoor hun hart werd verhard en velen van hen ongehoorzaam werden.
_
Weet, dat Allah de aarde doet herleven na haar dood. Wij hebben de
tekenen duidelijk voor u verklaard, opdat gij begrijpen moogt.
_
De mannen en vrouwen die aalmoezen geven en degenen die met Allah een
goede lening sluiten - deze zal voor hen vermenigvuldigd worden,
bovendien zullen zij een eervolle beloning ontvangen.
_
En zij, die in Allah en Zijn boodschappers geloven, zijn de waarachtigen
en de martelaren in de ogen van hun Heer; zij zullen hun beloning en hun
licht ontvangen. Maar zij die Onze boodschappen verwierpen en
verloochenden, zullen de bewoners der hel zijn.
_
Weet, dat het wereldse leven, alleen spel, vermaak, praalvertoon,
pochelij onder elkander, wedijver in vermeerdering van rijkdom en
kinderen, is als de regen waardoor het plantenleven de kwekers
verblijdt. Dan droogt het op, gij ziet het geel worden en vergaan. En in
het Hiernamaals is er een strenge straf en Allah's vergiffenis en
welbehagen. En het leven dezer wereld is niets anders dan een zaak van
begoocheling.
_
Wedijvert om vergiffenis van uw Heer (te verkrijgen) en voor het
paradijs, waarvan de breedte gelijk is aan de breedte tussen hemel en
aarde, bereid voor degenen, die in Allah en Zijn boodschappers geloven.
Dat is de genade van Allah. Hij schenkt deze aan wie Hij wil en Allah is
de Heer van grote genade.
_
Er gebeurt geen ongeluk op aarde of aan uzelf zonder dat het is
opgetekend in het Boek voordat Wij het openbaren. Voorzeker - dat is
gemakkelijk voor Allah -
_
Opdat gij niet moogt treuren over hetgeen gij verloren hebt noch juichen
over hetgeen Hij u heeft gegeven, want Allah heeft geen pocher of
opschepper lief
_
(Noch degenen,) die vrekkig zijn en de mensen aansporen vrekkig te
worden en wie zich van Hem afwendt; voorzeker Allah is Zichzelf-genoeg,
Geprezen.
_
Voorwaar, Wij zonden Onze boodschappers met duidelijke bewijzen en
openbaarden hun het Boek en de Weegschaal opdat het mensdom rechtvaardig
moge zijn. Wij hebben ijzer nedergezonden, waardoor grote strijd doch
ook grote voordelen voor het mensdom ontstaan, opdat Allah degenen moge
onderscheiden, die in het ongeziene Hem en Zijn boodschappers helpen.
Zeker, Allah is Sterk, Almachtig.
_
En Wij zonden Noach en Abraham, en Wij plaatsten in hun nageslacht het
profetenambt en het Boek. En enigen van hen waren op het rechte pad,
maar de meesten hunner waren overtreders.
_
Dan deden Wij Onze boodschappers in hun voetsporen treden en Wij deden
Jezus, de zoon van Maria, opvolgen en Wij gaven hem het Evangelie. En
Wij legden zachtmoedigheid en barmhartigheid in het hart zijner
volgelingen. Doch het kloosterleven schreven Wij hun niet voor, maar zij
vonden dit zelf uit om Allah's welbehagen te zoeken. Zij namen dit
echter niet in acht zoals het behoorde. Toen gaven Wij de gelovigen
onder hen een beloning, maar velen onder hen waren overtreders.
_
O gij gelovigen, vreest Allah en gelooft in Zijn boodschapper. Hij zal u
een dubbel aandeel van Zijn barmhartigheid geven en u een licht
verschaffen waarin gij wandelen zult en Hij zal u vergeven: - Voorwaar,
Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
Opdat de mensen van het Boek mogen weten, dat zij geen macht hebben over
de genade van Allah - Voorzeker de genade is in Allah's handen, Hij
geeft deze aan wie Hij wil. En Allah is de Heer van grote genade.
_
Allah heeft het woord gehoord van degene die met u aangaande haar man
twistte en tot Allah klaagde. En Allah heeft uw gesprek gehoord.
Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziende.
_
Degenen onder u, die hun vrouwen moeders noemen - dezen zijn hun moeders
niet; hun moeders zijn alleen degenen die hen baarden, - en voorzeker
zij zeggen iets onbetamelijks en een leugen; doch Allah is Verdraagzaam,
Vergevensgezind.
_
Degenen, die hun vrouwen moeders noemen en willen terugnemen wat zij
zeiden, moeten hiervoor een slaaf bevrijden voordat zij elkander
aanraken. Dit is een vermaning voor u. En Allah is goed op de hoogte van
hetgeen gij doet.
_
Maar wie geen slaaf vindt, laat hem twee achtereenvolgende maanden
vasten, voordat zij elkander aanraken. En wie dat niet doen kan, moet
zestig arme mensen voeden. Dit is een bevel, opdat gij moogt geloven aan
Allah en Zijn boodschapper. Dit zijn de verordeningen van Allah; en er
is een pijnlijke straf voor de ongelovigen.
_
Degenen, die tegen Allah en Zijn boodschapper ingaan, zullen zeker
vernederd worden zoals degenen die hen vooraf gingen vernederd werden;
want Wij hebben reeds duidelijke tekenen nedergezonden. En de
ongelovigen zullen een onterende straf ontvangen.
_
De Dag, waarop Allah hen allen tezamen zal opwekken, zal Hij hun over
alles wat zij deden, inlichten. Allah heeft het opgetekend, terwijl zij
het vergeten zijn. En Allah is Getuige van alle dingen.
_
Ziet gij niet, dat Allah alles weet wat in de hemelen en op aarde is? Er
is geen geheim gesprek van drie (personen) zonder dat Hij de vierde is,
noch van vijf, zonder dat Hij de zesde is, noch van minder noch van
meer, zonder dat Hij met hen is, waar zij ook mogen zijn. Dan zal Hij
hun op de Dag der Opstanding mededelen wat zij deden. Voorzeker, Allah
heeft kennis van alle dingen.
_
Hebt gij degenen niet waargenomen, wie de geheime samenzwering was
verboden maar die daarna terugkeerden naar hetgeen hun verboden was en
heimelijk beraadslagen in zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens
de boodschapper? En als zij tot u komen, groeten zij u met een groet,
waar Allah u niet mee begroet; maar onder elkander zeggen zij: "Waarom
straft Allah ons niet voor hetgeen uw (tegen de profeet) zeggen?"
Genoegzaam voor hen is de hel waarin zij zullen branden; en deze is een
slechte bestemming!
_
O. gij die gelooft, als gij tezamen beraadslaagt, spreekt dan niet over
zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper, maar
beraadslaagt over deugd en rechtvaardigheid, en vreest Allah tot Wie gij
zult worden verzameld.
_
Geheime samenzwering gaat alleen uit van Satan, opdat hij verdriet moge
veroorzaken aan de gelovigen maar het kan hun niet schaden dan met
Allah's toelating. Laat dus de gelovigen in Allah hun vertrouwen stellen.
_
O, gij die gelooft, als er u gezegd wordt: "Maakt plaats in
vergaderingen, maakt dan plaats; Allah zal rijkelijk plaats voor u
maken. En als er gezegd wordt "Staat op" staat dan op; Allah zal de
gelovigen onder u en hen die kennis werd gegeven in rang verheffen. En
Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
O, gij die gelooft, indien gij de boodschapper (in het bijzonder)
wiltraadplegen, geeft dan een liefdegift vóór uw raadpleging. Dat is
beter voor u en reiner. Maar als gij niets bezit dan is Allah
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Zijt gij bezorgd inzake het geven van liefdegiften voor uw bijzondere
raadpleging? Indien gij dat niet doet en Allah heeft zich met
barmhartigheid tot u gewend, houdt dan het Gebed en betaalt de Zakaat en
gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. En Allah is goed op de hoogte
van hetgeen gij doet.
_
Hebt gij degenen niet gezien, die zich bevrienden met een volk, waarop
Allah vertoornd was? Zij zijn noch de uwen noch de hunnen, zij zweren
bij de leugen tegen beter weten in.
_
Allah heeft voor hen een zware straf bereid. Slecht is inderdaad hetgeen
zij doen.
_
Zij hebben van hun eden een schild gemaakt en zij leiden anderen van het
pad van Allah af; voor hen zal er een vernederende straf zijn.
_
Noch hun bezittingen, noch hun kinderen zullen hen tegen Allah iets
baten, dit zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin vertoeven.
_
De Dag waarop Allah hen allen zal opwekken, zullen zij tot Hem zweren
zoals zij dit tot u deden en zij zullen denken dat zij iets bereiken.
Ziet toe, zij zijn zeker leugenaars.
_
Satan heeft hen volledig in zijn macht, en heeft hen de gedachtenis aan
Allah doen vergeten. Zij behoren tot Satans partij. Ziet toe, Satans
partij is de verliezer.
_
Waarlijk, degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenwerken zullen
worden vernederd.
_
Allah heeft verordend: "Voorwaar Ik en Mijn boodschappers zullen
zegevieren." Voorzeker Allah is Sterk, Almachtig.
_
Gij zult geen mensen vinden die in Allah en de Laatste Dag geloven,
terwijl zij iemand liefhebben die Allah en Zijn boodschapper tegenwerkt,
zelfs al waren dezen hun vader of hun kinderen, of hun broeders, of hun
verwanten. Dezen zijn degenen, in wier hart Allah geloof heeft ingegrift
en die Hij gesterkt heeft met Zijn Geest. En Hij zal hen toelaten in
tuinen waardoor rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven. Allah
heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem. Zij behoren tot
Allah's partij. Voorwaar, Allah's partij zal zegevieren.
_
Alles wat in de hemelen en op aarde is, verheerlijkt Allah; en Hij is de
Almachtige, de Alwijze.
_
Hij is het Die de ongelovigen onder de mensen van het Boek, uit hun
huizen zette bij de eerste verbanning. Gij dacht niet dat zij zouden
weggaan en zij dachten dat hun vestingen hen zouden beschermen tegen
Allah. Maar Allah kwam tot hen, vanwaar zij Hem niet verwachtten, en
wierp schrik in hun hart, zodat zij hun huizen met hun eigen handen en
met die van de gelovigen vernielden. Trekt er daarom een lering uit, o
gij die ogen hebt.
_
En indien Allah hun geen verbanning voorgeschreven had, zou Hij hen
zeker in deze wereld (nog zwaarder) hebben bestraft. En voor hen is in
het Hiernamaals de straf van het Vuur.
_
Dat is omdat zij Allah en Zijn boodschapper tegenwerkten - en hij die
Allah tegenwerkt - waarlijk, Allah is streng in het straffen.
_
Welke palmbomen gij ook hebt nedergehouwen of op hun wortels hebt laten
staan, het was met Allah's toelating, opdat Hij de overtreders mocht
vernederen.
_
Hetgeen Allah van hen als buit aan, Zijn boodschapper heeft gegeven
daarvoor spoordet gij noch paard noch kamelen aan; maar Allah geeft
macht aan Zijn boodschappers over wie Hij wil. En Allah heeft macht over
alle dingen.
_
Wat Allah aan Zijn boodschapper heeft gegeven als buit van het volk van
de stadsgebieden, is voor Allah en Zijn boodschapper en voor de naaste
familieleden en de wezen en de armen en de reiziger, opdat het niet
alleen in omloop moge zijn tussen de rijken onder u. En wat de
boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt,
onthoudt u daarvan. En vreest Allah, zeker, Allah is streng in het straffen.
_
Een deel behoort aan de arme vluchtelingen die van hun huizen en hun
eigendommen zijn verdreven, terwijl zij de genade van Allah en Zijn
welbehagen zochten en Allah en Zijn boodschapper hielpen; dit zijn de
waarachtigen.
_
En degenen die zich in de stad hebben gehuisvest en(anderen) vóórgingen
in het geloof, hebben diegenen lief, die tot hen de toevlucht nemen, en
gevoelen geen behoefte in hun hart aan hetgeen hun gegeven wordt, zij
geven anderen de voorkeur boven zichzelf, al verkeren zij zelf in
armoede. En wie voor zijn eigen vrekkigheid wordt behoed, hij is
voorzeker geslaagd.
_
En degenen die na hen kwamen, zeggen: "Onze Heer, vergeef ons en onze
broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok in ons
hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! Gij zijt inderdaad
Liefderijk, Genadevol."
_
Hebt gij de huichelaars gezien? Zij zeggen tegen hun ongelovige broeders
onder de mensen van het Boek: "Indien gij verdreven wordt, zullen wij
zeker met u medegaan, en wij zullen nooit iemand ten (nadele van) uw
zaak gehoorzamen en als gij wordt aangevallen zullen wij u beslist
helpen." Maar Allah is getuige dat zij leugenaars zijn.
_
Als zij (de ongelovigen) verbannen zouden worden, zouden (de
huichelaars) nooit met hen medegaan en als zij aangevallen zouden
worden, zouden zij hen nooit helpen. En indien zij hielpen zouden zij
zeker op de vlucht slaan en dan zullen zij niet geholpen worden.
_
Voorzeker zij hebben meer angst in hun hart voor u (Moslims) dan voor
Allah. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.
_
Zij zullen u niet bestrijden zelfs allen tezamen, tenzij in versterkte
steden of achter muren, ofschoon zij onderling grote dapperheid tonen.
Gij denkt dat zij eensgezind zijn maar hun harten zijn verdeeld. Dat is
omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.
_
Evenals voor degenen die kort vóór hen het kwade gevolg hunner daden
ondergingen, is er voor hen een pijnlijke straf.
_
Evenals Satan, wanneer hij tegen de mens zegt: "Verwerp (de waarheid)";
maar wanneer deze haar verwerpt zegt hij: "Ik heb niets met u
uitstaande, voorzeker, ik vrees Allah, de Heer der Werelden."
_
Daarom zal het einde van beiden wezen, dat zij samen in het Vuur zullen
vertoeven; dit is het loon der onrechtvaardigen.
_
O gij die gelooft, vreest Allah; en laat iedere ziel acht geven op
hetgeen zij voor morgen voorbereidt. En vreest Allah, voorzeker Allah is
op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
En weest niet als degenen die Allah vergaten, zodat Hij hun hun eigen
ziel heeft doen vergeten. Zij zijn de overtreders.
_
De bewoners van het Vuur en de bewoners van het paradijs zijn niet
gelijk: de bewoners van het paradijs zullen slagen.
_
Indien Wij deze Koran op een berg hadden doen neerkomen, dan hadt gij de
berg zich zien vernederen en splijten uit vrees voor Allah. Deze
gelijkenissen zetten Wij aan de mensen voor opdat zij er over nadenken.
_
Hij is Allah, naast Wie er geen God is, de Kenner van het onzienlijke en
het zienlijke, Hij is de Barmhartige, de Genadevolle.
_
Hij is Allah, naast Wie er geen God is, de Koning, de Heilige, de
Brenger van Vrede, de Schenker van Veiligheid, de Beschermer, de
Machtige, de Krachtige, Bezitter van Grootheid. Verheven is Allah boven
hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
_
Hij is Allah, de Schepper, de Maker, de Vormer. Hij heeft de schoonste
namen. Alles wat in de hemelen en op aarde is verheerlijkt Hem en Hij is
de Almachtige, de Alwijze.
_
O gij die gelooft, neemt Mijn vijanden en uw vijanden niet tot vrienden!
Biedt gij hun vriendschap aan, hoewel zij de Waarheid die tot u is
gekomen hebben verworpen en de boodschapper en uzelf verdrijven, omdat
gij in Allah uw Heer gelooft? Indien gij optreedt om voor Mijn zaak te
strijden en Mijn welbehagen te zoeken, zoudt gij hun dan in het geheim
vriendschap betuigen? En Ik weet het beste wat gij verbergt en wat gij
openbaar maakt. En wie van u zo handelt, is zeker van de rechte weg
afgedwaald.
_
Als zij de overhand over u krijgen zullen zij als vijanden tegenover u
handelen, en zij zullen hun handen en tong naar u uitsteken om u kwaad
te berokkenen, en zij wensen vurig dat gij ongelovigen zult worden.
_
Noch uw familiebanden noch uw kinderen zullen u op de Dag der Opstanding
iets baten. Hij zal over u beslissen. En Allah ziet alles wat gij doet.
_
Er is een goed voorbeeld voor u in Abraham en degenen die met hem waren
toen zij tegen hun volk zeiden: "Wij hebben niets uitstaande met u en
hetgeen gij buiten Allah aanbidt. Wij verwerpen u en er is tussen u en
ons eeuwige vijandschap en haat ontstaan, tenzij gij in Allah, de Enige
gelooft." - uitgezonderd het woord van Abraham tot zijn vader: "Ik zal
zeker om vergiffenis voor u vragen, ik heb niets van Allah ten uwen
behoeve. - Onze Heer, in U stellen wij ons vertrouwen en tot U wenden
wij ons, en naar U is de terugkeer.
_
Onze Heer, maak ons niet tot een voorwerp van beproeving voor de
ongelovigen en vergeef ons o, Heer, voorzeker Gij, Gij zijt de
Almachtige, de Alwijze."
_
Voorzeker, zij zijn een goed voorbeeld voor een ieder onder u die Allah
en de Laatste Dag vreest. En wie zich (van de Waarheid) afwendt, -
waarlijk, Allah is zich zelf genoeg, Geprezen.
_
Het is mogelijk dat Allah liefde zal kweken tussen u en diegene van hen
met wie gij in vijandschap verkeert; want Allah is Almachtig en Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben
gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en
rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.
_
Maar Allah verbiedt u vriendschap te betonen aan degenen, die tegen u
gevochten hebben om de godsdienst, en die u uit uw huizen hebben
verdreven of geholpen hebben u te verdrijven. En wie hun ook vriendschap
aanbiedt, dezen zijn de boosdoeners.
_
O, gij die gelooft wanneer gelovige vrouwen tot u komen als
vluchtelingen, beproeft haar (geloof); Allah kent hun geloof het beste.
Als gij dan vindt dat zij gelovig zijn, zendt haar niet terug naar de
ongelovigen. Deze vrouwen zijn voor hen niet wettig, noch zijn de
ongelovigen wettig voor deze vrouwen. Maar betaalt (aan de echtgenoten)
wat zij besteed hebben. En het is geen zonde voor u haar te huwen als
gij haar haar huwelijksgift hebt gegeven. En houdt niet vast aan
huwelijksbanden met ongelovige vrouwen; maar vraagt om hetgeen gij
besteed hebt; en laten zij vragen om hetgeen zij besteed hebben. Dat is
het gebod van Allah. Hij spreekt recht over u. En Allah is Alwetend, Alwijs.
_
En als enig bezit door uw vrouwen van u overgaat in de handen der
ongelovigen geeft dan in het omgekeerde geval aan diegenen, wier vrouwen
zijn weggegaan hetzelfde als z. aan hun vrouwen besteed hadden. En
vreest Allah in Wie gij gelooft.
_
O profeet! Wanneer gelovige vrouwen tot u komen, haar eed van trouw aan
u afleggende: dat zij niets met Allah zullen vereenzelvigen, en dat zij
noch zullen stelen, noch overspel plegen, noch hun kinderen doden, noch
laster die zij moedwillig hebben verzonnen, zullen uiten, noch
ongehoorzaam zullen zijn aan u in wat recht is, neem dan haar trouw aan
en vraag vergiffenis voor haar van Allah. Waarlijk, Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
O gij die gelooft, bevriendt u niet met een volk op hetwelk Allah
vertoornd is; zij wanhopen aan het Hiernamaals zoals de ongelovigen
wanhopen aan hen, die in de graven liggen.
_
Wat zich ook in de hemelen en op de aarde bevindt, verheerlijkt Allah;
Hij is de Almachtige, de Alwijze.
_
O gij die gelooft, waarom zegt gij hetgeen gij niet doet?
_
Het is afkeurenswaardig bij Allah dat gij zegt hetgeen gij niet doet.
_
Voorzeker, Allah heeft diegenen lief die terwille van Hem strijden in
geordende gelederen, alsof zij een hechte muur vormen.
_
En toen Mozes tegen zijn volk zeide: "O mijn volk, waarom ergert gij
mij, wetende dat ik Allah's boodschapper voor u ben?" En toen zij
afdwaalden deed Allah hun hart zich afwenden, want Allah leidt het
opstandige volk niet.
_
En toen Jezus, zoon van Maria, zeide: "O kinderen van Israël, Ik ben
Allah's boodschapper voor u, datgene bevestigend wat vóór mij in de
Torah was, en een blijde tijding gevende van een boodschapper die na mij
komen zal, zijn naam zal Ahmad zijn." En als hij tot hen komen zal met
duidelijke bewijzen zullen zij zeggen: "Dit is louter bedrog."
_
Wie is onrechtvaardiger dan hij die leugen over Allah verzint, terwijl
hij opgeroepen wordt tot de Islam? Allah leidt het onrechtvaardige volk
niet.
_
Zij wensen Allah's licht door hun mond te doven, maar Allah zal Zijn
licht vervolmaken, hoewel de ongelovigen er afkerig van zijn.
_
Hij is het Die Zijn boodschapper heeft gezonden met leiding en de
godsdienst der Waarheid, opdat hij deze moge doen zegevieren over alle
andere godsdiensten, al zijn de afgodendienaren er afkerig van.
_
O gij die gelooft, zal ik u inlichten over een handel die u zal redden
van een pijnlijke straf?
_
Dat gij in Allah en Zijn boodschapper gelooft en voor de zaak van Allah
met uw bezit en uw persoon strijdt. Dat is beter voor u als gij het weet.
_
Hij zal u uw zonden vergeven en u in tuinen leiden waar doorheen
rivieren stromen en tot reine woningen toelaten in tuinen der
Eeuwigheid. Dat is de grote zegepraal.
_
En nog meer waarnaar gij verlangt: hulp van Allah en een spoedige
overwinning. En geef blijde tijding aan de gelovigen.
_
O, gij die gelooft, weest Allah's helpers, zoals toen Jezus, zoon van
Maria, tot zijn discipelen zeide: "Wie zijn mijn helpers terwille van
Allah?" De discipelen antwoordden: "Wij zijn Allah's helpers!" Toen
geloofde een gedeelte van de kinderen Israëls, terwijl een ander deel
niet geloofde maar Wij hielpen de gelovigen tegen hun vijand en zij
werden overwinnaars.
_
Alles wat zich in de hemelen en op aarde bevindt verheerlijkt Allah, de
Koning, de Heilige, de Almachtige, de Alwijze.
_
Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die
Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de
wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in openbare dwaling verkeerden.
_
En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de
Almachtige, de Alwijze.
_
Dat is Allah's genade, Hij schenkt haar aan wie Hij wil; en Allah is de
Heer van grote genade.
_
Degenen die belast zijn met de Torah en deze niet naleven, zijn als een
ezel die boeken draagt. Slecht is de staat van het volk dat de tekenen
van Allah verwerpt. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
_
Zeg: "O gij Joden als gij denkt dat gij met uitsluiting van andere
mensen de vrienden van Allah zijt, wenst dan de dood als gij de waarheid
spreekt."
_
Maar zij zullen deze nooit wensen vanwege hetgeen hun handen hebben
uitgevoerd. En Allah kent de onrechtvaardigen goed.
_
Zeg: "De dood waarvoor gij vlucht zal u zeker treffen. Dan zult gij tot
de Kenner van het onzichtbare en zichtbare teruggebracht worden, en Hij
zal u inlichten over hetgeen gij placht te doen."
_
O, gij die gelooft! Wanneer op Vrijdag de oproep tot het gebed is
uitgezonden, haast u dan Allah gedachtig te zijn en verlaat de handel.
Dit is beter voor u indien gij het weet.
_
En als het gebed geëindigd is, verspreidt u dan over het land en zoekt
naar Allah's genade, en gedenkt Allah vaak, opdat gij moogt slagen.
_
Maar indien zji koopwaar of enig vermaak zien, gaan zij er haastig heen
en laten u staan. Zeg: "Hetgeen bij Allah is, is beter dan vermaak en
handel, en Allah is de beste Onderhouder."
_
Wanneer de huichelaars tot u komen, zeggen zij: "Wij getuigen dat gij
inderdaad de boodschapper van Allah zijt." Allah weet dat gij Zijn
boodschapper zijt, en Allah getuigt dat de huichelaars inderdaad
leugenaars zijn.
_
Zij hebben hun eden tot een schild gemaakt; zo leiden zij mensen van
Allah's weg af. Hetgeen zij doen is zeker slecht.
_
Dat is omdat zij het geloof omhelsden en daarna verwierpen. Derhalve is
een zegel op hun hart gedrukt en zij begrijpen niet (meer).
_
En wanneer gij hen ziet, behaagt hun uterlijk u en indien zij spreken
luistert gij naar hen. Zij lijken op aangeklede stukken hout. Zij denken
dat ieder gerucht tegen hen is. Zij zijn (uw) vijanden, neemt u daarom
voor hen in acht. Allah's vloek zij over hen! Hoe ver zijn zij afgewend
(van de Waarheid)!
_
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Komt, de boodschapper van Allah zal
voor u om vergiffenis vragen," dan wenden zij hun hoofd af en gij ziet
hen zich hoogmoedig terugtrekken.
_
Het is hetzelfde of gij wel of niet voor hen om vergiffenis vraagt,
Allah zal hen stellig niet vergeven. Voorzeker, Allah leidt het
opstandige volk niet.
_
Zij zijn het die zeggen, "Besteedt niets voor degenen die met de
boodschapper van Allah zijn zodat deze weglopen"- terwijl aan Allah de
schatten der hemelen en der aarde behoren; doch de huichelaars begrijpen
dit niet.
_
Zij zeggen: "Als wij naar Madinah terugkeren zal de aanzienlijkste er
zeker de minste uitdrijven;" maar eer behoort aan Allah, Zijn
boodschapper en de gelovigen; de huichelaars echter weten het niet.
_
O, gij die gelooft, laat uw rijkdommen en uw kinderen u niet afleiden
van de gedachtenis aan Allah. En wie dat doet behoort tot de verliezers.
_
En besteedt uit datgene waarvan Wij u voorzien hebben voordat de dood
één uwer overvalt en deze zegt: "Mijn Heer! Waarom hebt Gij mij niet
voor een wijle uitstel verleend, opdat ik aalmoezen zou kunnen geven en
tot de rechtvaardigen behoren?"
_
En Allah geeft niemand uitstel wanneer zijn tijd is gekomen; en Allah is
volkomen op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
Wat er ook in de hemelen en op aarde is, verheerlijkt Allah; Hem is het
Koninkrijk en de Lof, want Hij heeft macht over alle dingen.
_
Hij is het Die u geschapen heeft; maar sommigen uwer zijn ongelovig en
sommigen uwer zijn gelovig; en Allah ziet hoe gij handelt.
_
Hij schiep de hemelen en de aarde in waarheid, en Hij heeft u gevormd en
een schone gedaante gegeven, en tot Hem is aller terugkeer.
_
Hij weet wat in de hemelen en op aarde is, Hij weet wat gij verbergt en
wat gij openbaar maakt; en Allah weet alles wat in het innerlijk is.
_
Heeft het verhaal u niet bereikt van degenen die vroeger ongelovig
waren? Zo ondergingen zij het kwade gevolg van hun gedrag, en hen wacht
een pijnlijke straf.
_
Deze (gingen onder) omdat hun boodschappers met duidelijke bewijzen tot
hen kwamen, maar zij zeiden: "Zullen stervelingen ons leiden?" Daarom
verwierpen zij (de Waarheid) en wendden zich af, Allah toonde Zijn
zelfgenoegzaamheid, want AIlah is Zichzelf-genoeg, Geprezen.
_
De ongelovigen denken dat zij niet zullen worden opgewekt. Zeg: "Ja, bij
mijn Heer, gij zult zeker herrijzen; dan zult gij worden onderricht
omtrent hetgeen gij deedt. En dat is gemakkelijk voor Allah."
_
Gelooft daarom in Allah en Zijn boodschapper, en in het Licht dat Wij
nedergezonden hebben. En Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet.
_
Wanneer Hij u voor de Dag der Verzameling zal bijeenroepen, zal dit de
tijd voor onthulling der gebreken zijn. En hij die gelooft in Allah en
recht doet, - hem zal Hij zuiveren van zijn fouten en Hij zal hun tot
tuinen toegang geven waardoor rivieren stromen, om daarin voor eeuwig te
vertoeven. Dat is de grote zegepraal.
_
Maar wie Onze tekenen verwerpen en loochenen, zullen de bewoners van het
Vuur zijn, daarin zullen zij vertoeven, en dat is een slechte bestemming!
_
Er gebeurt geen ongeluk zonder toelating van Allah. En wie in Allah
gelooft, - Hij leidt zijn hart. - En Allah heeft kennis van alle dingen.
_
Gehoorzaamt dus aan Allah en gehoorzaamt de boodschapper. Maar indien
gij u afwendt dan berust op Onze boodschapper alleen, de boodschap
duidelijk over te brengen.
_
Allah! Er is geen God dan Hij; laat de gelovigen daarom in Allah hun
vertrouwen stellen.
_
O, gij gelovigen, er zijn onder uw echtgenoten en kinderen die uw
vijanden zijn, neemt u dus voor hen in acht. En indien gij
verontschuldigt en door de vingers ziet en vergeeft; dan is Allah
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Uw rijkdommen en uw kinderen zijn slechts een beproeving; doch bij Allah
is er een grote beloning.
_
Weest godvruchtig naar vermogen, luistert, gehoorzaamt en geeft weg, dat
is beter voor u. En degenen die voor eigen vrekkigheid zijn behoed
zullen slagen.
_
Indien gij een goede lening met Allah sluit, zal Hij deze voor u
vermenigvuldigen en Hij zal u vergeven; want Allah is Waarderend,
Verdraagzaam.
_
De Kenner van het onzienlijke en het zienlijke, de Almachtige, de Alwijze.
_
O, profeet, indien gij van de vrouwen scheidt, scheidt dan van haar voor
de vastgestelde periode en berekent de periode, en vreest Allah uw Heer.
Verdrijft haar niet uit haar vertrekken, noch behoeven zij uit zichzelf
weg te gaan (vóór de bepaalde termijn) tenzij zij zich openlijk
onbetamelijk gedragen. Dit zijn Allah's vastgestelde grenzen; en wie de
door Allah bepaalde grenzen overschrijdt doet zeker zijn eigen ziel
onrecht aan. Gij weet niet; misschien zal Allah daarna iets beters
teweegbrengen.
_
Als zij dan haar termijn bereikt hebben, neemt haar op een vriendelijke
manier terug, of scheidt van haar op een behoorlijke wijze en roept twee
rechtvaardigen vanuit uw midden tot getuigen en laat dit een ware
getuigenis zijn voor Allah. Dit is een vermaning voor hem die in Allah
en de laatste Dag gelooft. En voor hem die Allah vreest, zal Hij een
uitweg bereiden.
_
En Hij zal hem onderhouden vanwaar gij het niet verwacht. En voor hem,
die zijn vertrouwen in Allah stelt, is Allah toereikend. Voorwaar, Allah
volbrengt Zijn voornemen, Hij heeft voor alles een maatstaf bepaald.
_
En indien gij twijfelt aangaande diegenen uwer vrouwen, die geen
menstruatie meer verwachten, haar (wacht) periode is drie maanden,
hetzelfde geldt ook voor degenen die haar menstruatie nog niet hebben
gehad. En de wachtperiode voor de zwangeren duurt tot zij verlost zijn.
En degenen die Allah vrezen, zal Hij van het nodige voorzien door Zijn
gebod.
_
Dat is het bevel van Allah dat Hij u heeft geopenbaard. En wie Allah
vreest, van hem zal Hij zijn fouten wegnemen en zijn loon zal vergroot
worden.
_
Herbergt haar (van wie gij scheidt) in de huizen waar gij vertoeft,
overeenkomstig uw middelen; en doet haar geen kwaad om het haar moeilijk
te maken. En als zij zwanger zijn, onderhoudt haar tot zij verlost zijn.
En als zij haar kind voor u zogen geeft haar vergoeding en beraadslaagt
tezamen in vriendelijkheid; maar als gij het lastig voor elkander maakt
laat dan een andere vrouw het kind zogen.
_
Laat hij die overvloed heeft geven uit zijn overvloed. En laat hij wiens
middelen beperkt zijn, geven overeenkomstig hetgeen Allah hem heeft
gegeven. Allah belast geen ziel boven hetgeen Hij haar heeft gegeven.
Allah zal weldra verlichting verlenen na ongemak.
_
Hoe vele steden kwamen niet in opstand tegen het gebod van hun Heer en
van Zijn boodschappers! Wij riepen ze dan tot een strenge verantwoording
en kastijdden haar met strenge kastijding.
_
Zo ondervonden zij het kwade gevolg van hun gedrag en het einde
(hiervan) was de ondergang.
_
Allah heeft hun een strenge straf bereid; vreest daarom Allah, o gij
mensen van verstand, die gelooft! Allah heeft inderdaad een vermaning
tot u nedergezonden.
_
Een boodschapper, die aan u de duidelijke woorden van Allah voordraagt,
opdat hij degenen die geloven en goede daden verrichten uit de
duisternis in het licht moge brengen; en wie in Allah gelooft en goed
doet, hem zal Hij in tuinen toelaten waar doorheen rivieren stromen om
daarin voor eeuwig te vertoeven. Allah heeft hem inderdaad een
voortreffelijk onderhoud geschonken.
_
Allah is Hij Die de zeven hemelen schiep, en van de aarde desgelijks.
Het gebod daalt in hun midden neder, opdat gij moogt weten dat Allah
macht heeft over alle dingen, en dat Allah alle dingen in zijn kennis omvat.
_
O profeet, waarom verbiedt gij u hetgeen Allah voor u wettig heeft
gemaakt? Zoekt gij het behagen uwer vrouwen? En Allah is
Vergevensgezind, Genadevol.
_
Allah heeft de annulatie van uw eden voor u verplichtend gesteld en
Allah is uw Beschermer en Hij is Alwetend, Alwijs.
_
Toen de profeet een woord aan een zijner vrouwen toevertrouwde en zij
het daarna ruchtbaar maakte (aan een andere), deelde Allah hem dit mede.
Hij maakte een deel er van bekend en verzweeg een deel ervan. En toen
hij het haar vertelde, zeide zij: "Wie gaf u hiervan kennis? " Hij
zeide: "De Alwetende, de van alles op de hoogte, heeft mij er bericht
van gegeven."
_
Als gij beide (vrouwen) u tot Allah wendt en uw hart is reeds hiertoe
geneigd (dan is het wel) - Maar indien gij samenspant tegen hem (de
profeet), dan is Allah zeker zijn Beschermer, bovendien zijn Gabriël, de
rechtvaardigen onder de gelovigen en de engelen zijn helpers.
_
Indien hij van u scheidt, is het mogelijk dat zijn Heer hem betere
vrouwen dan u zal geven, die Moslim zijn en onderdanig, gelovig,
gehoorzaam, berouwvol, vroom, gewend te vasten, weduwen of maagden.
_
O gij die gelooft, redt u zelf en uw gezinnen van het Vuur, welks
brandstof mensen en stenen zijn, waarover engelen zijn, hard en streng,
die Allah niet ongehoorzaam zijn in hetgeen Hij hun beveelt, en
volvoeren wat hun wordt geboden.
_
O, gij ongelovigen, verontschuldigt u vandaag niet! U zal slechts
vergolden worden voor hetgeen gij placht te doen.
_
O gij gelovigen, wendt u tot Allah in oprecht berouw. Het kan zijn dat
uw Heer uw fouten van u zal verwijderen en u in tuinen toelaten waar
doorheen rivieren stromen, op de Dag waarop Allah de profeet alsmede de
gelovigen niet zal vernederen. Hun licht zal vóór hen en van hun rechter
handen uitgaan. Zij zullen zeggen: "Onze Heer, volmaak ons licht voor
ons en vergeef ons; want Gij hebt macht over alle dingen."
_
O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de huichelaars en wees streng
tegen hen. Hun woning is de hel en dit is een kwade bestemming!
_
Allah vergelijkt de ongelovigen met de vrouw van Noach en met die van
Lot. Zij behoorden aan twee Onzer rechtvaardige dienaren maar zij waren
hun ontrouw. Daarom baatten haar echtgenoten haar niet tegen Allah, en
er werd tot hen gezegd: "Gaat het Vuur in tezamen met degenen die er
binnengaan."
_
En Allah vergelijkt de gelovigen met de vrouw van Pharao toen zij zeide:
"Mijn Heer! bouw voor mij een huis bij U in het Paradijs, verlos mij van
Pharao en zijn daden en verlos mij van het onrechtvaardige volk."
_
En met Maria, de dochter van Imraan, die haar kuisheid bewaarde; Toen
ademden Wij haar Onze geest in - zij geloofde in het Woord van haar Heer
en Zijn Boeken en behoorde tot de gehoorzamen.
_
Gezegend is Hij in Wiens hand het Koninkrijk is en Die macht heeft over
alle dingen.
_
Die de dood en het leven heeft ingesteld, opdat Hij u moge beproeven wie
onder u zich het beste gedraagt; en Hij is de Almachtige, de
Vergevensgezinde.
_
Hij Die de zeven hemelen opeenvolgend heeft geschapen. Gij kunt geen
tekort zien in de schepping van de Barmhartige. Kijk dan nog eens; ziet
gij een enkel gebrek?
_
Kijk dan weer eens en dan nog eens, uw blik zal vermoeid en verzwakt tot
u terugkeren.
_
En voorwaar, Wij hebben de naastbije hemel met lampen versierd, Wij
hebben hem tot een middel gemaakt om de satans te verdrijven en voor hen
hebben Wij de straf van het razende Vuur bereid.
_
En voor degenen die niet in hun Heer geloven is de straf der hel
(bereid), en dit is een slechte bestemming.
_
Wanneer zij er in worden geworpen, zullen zij haar van woede horen zieden.
_
Zij zal bijna barsten van woede. Telkens als een groep er in geworpen
wordt, zullen de bewakers er van (der hel) hun vragen: "Kwam er geen
waarschuwer tot u?"
_
Zij zullen zeggen: "Zeker, de waarschuwer kwam tot ons, maar wij
verwierpen hem, en zeiden: "Allah heeft niets geopenbaard; gij verkeert
slechts in grote dwaling."
_
En zij zullen zeggen: "Indien wij maar geluisterd hadden en ons verstand
hadden gebruikt, zouden wij ons niet onder de bewonerg van het laaiende
Vuur bevinden."
_
Dan zullen zij hun zonden bekennen; maar de bewoners van het Vuur zijn
verre (van genade).
_
Waarlijk, degenen die hun Heer in het verborgene vrezen, zullen
vergiffenis en een grote beloning ontvangen.
_
Hetzij gij uw woorden verbergt of openbaar maakt, Hij weet, wat in (uw)
binnenste is.
_
Zou Hij Die schiep niet alles weten? Hij is Aldoordringend, Alkennend.
_
Hij is het Die de aarde aan u onderworpen heeft; wandelt dus op haar
paden en geniet van haar gaven. En tot Hem zal de Opstanding zijn.
_
Voelt gij u veilig voor Hem Die in de Hemel is, dat Hij u niet zal doen
verzwelgen als de aarde plotseling begint te schudden?
_
Voelt gij u veilig voor Hem Die in de Hemel is, dat Hij niet tegen u een
orkaan zal zenden? Dan zult gij weten, hoe (mijn) waarschuwing was.
_
En voorzeker loochenden zij die vóór u waren ook (de boodschap). Hoe
(ernstig) was dan Mijn afkeuring!
_
Hebben zij de vogelen niet boven hun (hoofden) gezien, die hun vleugels
uitspreiden en in- eenvouwen? Niemand behalve de Barmhartige houdt ze
tegen, waarlijk, Hij ziet alle dingen.
_
Waar is uw leger dat u buiten Allah om zou kunnen helpen? De ongelovigen
zijn omhuld door bedrog.
_
Of wie is er die voor u wil zorgen indien Hij Zijn voorziening
terughoudt? Neen, zij volharden in opstandigheid en afkerigheid.
_
Is hij die gebogen loopt, beter geleid of hij die rechtop het rechte pad
bewandelt?
_
Zeg: "Hij is het, Die u schiep, en u oren, ogen en hart gaf; weinig dank
betuigt gij er voor."
_
Zeg: "Hij is het Die u vermenigvuldigt op aarde en tot Hem zult gij
bijeen verzameld worden."
_
En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte vervuld worden, als gij de
waarheid spreekt?"
_
Zeg: "De kennis daarvan ligt alleen bij Allah en ik ben slechts een
duideliike waarschuwer."
_
Maar als zij de straf van nabij zullen zien, zal het gezicht der
ongelovigen zich verduisteren en er zal gezegd worden: "Dit is wat gij
placht te vragen."
_
Zeg: "Vertel mij, indien Allah mij en degenen die met mij zijn, zou
vernietigen - veeleer zal Hij ons genadig zijn - wie zal de ongelovigen
tegen een pijnlijke straf kunnen beschermen?"
_
Zeg: "Hij is de Barmhartige, in Hem geloven wij en in Hem stellen wij
ons vertrouwen. En gij zult weldra weten wie in klaarblijkelijke dwaling
verkeert."
_
Zeg: "Vertel mij, indien uw water diep in de aarde wegzakt, wie zal u
dan helder stromend water kunnen brengen?"
_
Noen. Bij de pen, en bij hetgeen zij schrijven.
_
Gij zijt, bij de gratie van uw Heer, geen krankzinnige.
_
En voorzeker er is een loon voor u dat niet zal ophouden.
_
En gij staat zeker op hoog zedelijk peil.
_
En gij zult zien en zij (de ongelovigen) zullen ook zien,
_
Wie van u bezeten is.
_
Zeker, uw Heer weet het beste wie van Zijn weg afdwaalt en Hij kent het
beste degenen die de leiding volgen.
_
Dus gehoorzaam de loochenaars niet.
_
Zij zouden willen dat gij meegaande waart, dan zouden zij ook meegaande
kunnen zijn.
_
En geef geen gehoor aan een verachtelijke eedaflegger,
_
Lasteraar, achterklapper.
_
Tegenhouder van het goede, overtreder, zondaar,
_
Laatdunkend, bovendien een berucht misdadiger,
_
Omdat hij rijkdommen en kinderen bezit.
_
Wanneer Onze woorden aan hem worden voorgedragen, zegt hij: "Fabelen der
oudeu."
_
Wij zullen hem op de neus brandmerken.
_
Voorwaar, Wij zullen hen (de ongelovigen) op de proef stellen zoals Wij
de eigenaars van een tuin beproefden toen zij zwoeren dat zij zeker het
fruit daarvan in de vroege morgen zouden plukken.
_
En zij maakten geen voorbehoud.
_
Toen kwam er van uw Heer een bezoeking over hen, terwijl zij sliepen,
_
Waardoor (de tuin) werd als een gemaaid veld.
_
Toen riepen zij tot elkander in de morgen,
_
Zeggende: "Gaat vroeg naar uw veld indien gij het fruit wilt plukken."
_
En zij gingen fluisterend met elkander op weg.
_
"Laat heden geen arme bij u binnen komen."
_
En zij gingen vroeg in de morgen uit, (denkende) dat zij de macht hadden
om het te verhinderen.
_
Maar toen zij de tuin zagen, zeiden zij: "Voorwaar, wij zijn verdwaald!
_
Neen, wij zijn beroofd."
_
De beste onder hen sprak: "Zeide ik niet tot u: 'Waarom looft gij (God)
niet?'"
_
Nu riepen zij uit: "Glorie zij U, onze Heer! Voorzeker wij waren
onrechtvaardig."
_
Toen gingen zij elkaar beschuldigen.
_
En zeiden: "Wee ons, wij waren inderdaad overtreders.
_
Het kan zijn dat onze Heer ons een betere tuin dan deze zal geven, wij
wenden ons tot onze Heer."
_
Zo is de straf (voor dit leven). En voorwaar, de straf van het
Hiernamaals zal nog groter zijn, konden zij dit maar begrijpen!
_
Inderdaad, voor de rechtvaardigen zijn er verrukkelijke tuinen bij hun Heer!
_
Zullen Wij dan degenen die zich onderwerpen even als de schuldigen
behandelen?
_
Wat is er met u? Hoe oordeelt gij?
_
Hebt gij een Boek waarin gij leest?
_
Dat gij alles waarnaar gij verlangt zult verkrijgen?
_
Of hebt gij enige verdragen met Ons gesloten tot de Dag der Opstanding
zodat gij dan alles zult hebben wat gij zult willen?
_
Vraag hun, wie van hen daar borg voor is.
_
Of hebben zij soms deelgenoten? Laten zij dan deze naar voren brengen
als zij de waarheid spreken.
_
Op de Dag, waarop men beangstigd wordt, zullen zij geroepen worden te
prostreren, maar zij zullen dat niet kunnen doen.
_
Hun ogen zullen terneergeslagen zijn en vernedering zal hen overvallen,
want zij werden tot het prostraat Sadjdah geroepen toen hun niets
ontbrak (en zij deden het niet).
_
Laat Mij en degenen die deze aankondiging loochenen, alleen. Wij zullen
hen stap voor stap (de vernietiging) doen naderen, op een wijze die zij
niet kennen.
_
En Ik geef hun uitstel; want Mijn opzet is sterk.
_
Vraagt gij van hen een beloning voor u zelf zodat zij onder schuld
gebukt gaan?
_
Of hebben zij kennis van het onzienlijke, zodat zij het kunnen opschrijven?
_
Wacht geduldig op het gebod van uw Heer en wees niet als de man van de
vis toen hij (Allah) aanriep terwijl hij misnoegd was.
_
Als een gunst van zijn Heer hem niet had bereikt dan zou hji zeker op
een dorre kust geworpen zijn, terwijl hij vernederd werd.
_
Maar zijn Heer verkoos hem en maakte hem tot één der goeden.
_
En de ongelovigen wanneer zij het vermaan horen willen u met hun blikken
gaarne ten val brengen; en zij zeggen: "Hij is zeker krankzinnig."
_
Neen, het (Boek) is niets dan een vermaning voor de werelden.
_
Datgene wat plaats zal hebben
_
Wat is het dat plaats zal hebben?
_
Gij weet niet wat plaats zal hebben.
_
De Samoed alsook de Aad loochenden de ramp.
_
Wat de Samoed betreft, dezen werden door een overweldigende straf
vernietigd.
_
En de Aad werden door een felle, geweldige wind vernietigd.
_
Die Hij zeven nachten en acht dagen achtereenvolgens over hen liet
woeden, zodat gij hadt kunnen zien hoe het volk er door neergeworpen
werd, alsof zij gevallen palmboomstammen waren.
_
Kunt gij enige overblijfselen van hen vinden?
_
Ook Pharao, en degenen die vóór hem waren, en de steden die verwoest
werden begingen grote zonde;
_
En zij gehoorzaamden de boodschapper van hun Heer niet, daarom greep Hij
hen met een vaste greep.
_
Ziet, toen de wateren stegen, droegen Wij u de ark binnen,
_
Opdat Wij dit tot een les voor u mochten maken en opdat degene die deze
(gebeurtenis) kan onthouden zich deze moge herinneren.
_
En wanneer een enkele stoot op de bazuin zal worden geblazen,
_
En de aarde en de bergen van hun plaats zullen worden opgeheven en
terstond zullen worden verbrijzeld,
_
Op die Dag zal de grote gebeurtenis plaats vinden.
_
En de hemelen zullen uiteen splijten, zodat deze op die Dag zwak zullen
zijn.
_
En de engelen zullen op de zijden ervan staan. En op die Dag zullen acht
engelen de troon van uw Heer boven zich houden.
_
Dan zult gij worden bloot gelegd en geen uwer geheimen zal verborgen
blijven.
_
En hij, aan wie zijn boek in de rechter hand wordt gegeven, zal zeggen:
"Komt, leest mijn boek.
_
Voorzeker, ik wist dat ik mijn afrekening tegemoet moest gaan."
_
Deze zal dan een heerlijk leven krijgen
_
In een verheven tuin,
_
Waarvan het fruit gemakkeljik bereikbaar zal zijn.
_
"Eet en drinkt smakelijk als loon voor hetgeen gij in vroeger dagen hebt
gedaan."
_
Maar, hij wiens boek in de linker hand wordt gegeven, zal zeggen: "O was
mijn boek mij maar niet gegeven!
_
En had ik maar niet geweten wat mijn oordeel was!
_
O, had de dood maar aan mij een einde gemaakt!
_
Mijn rijkdom heeft mij niet gebaat,
_
Mijn macht is van mij weg gegaan."
_
Grijpt hem en boeit hem.
_
Werpt hem dan in de hel.
_
Bindt hem vervolgens met een ketting vast waarvan de lengte zeventig
armlengten bedraagt;
_
Want hij geloofde niet in Allah, de Grote.
_
Noch moedigde hij aan, de armen te spijzigen.
_
Daarom heeft hij hier geen vriend;
_
Noch voedsel, behalve spoelsel van wonden,
_
Dat niemand dan de zondaren zal gebruiken.
_
Neen, Ik zweer bij alles wat gij ziet,
_
En bij alles wat gij niet ziet,
_
Dit is voorzeker de boodschap die een eerwaardige boodschapper heeft
gebracht.
_
Het is geen woord van een dichter; nietig is hetgeen gij gelooft.
_
Noch is het de uiting van een waarzegger; gering is de lering, die gij
er uit trekt.
_
Het is een Openbaring van de Heer der werelden.
_
En indien hij enige woorden in Onze naam had uitgedacht,
_
Dan zouden Wij hem zeker bij de rechter hand hebben gegrepen.
_
En daarna zijn levensader hebben afgesneden,
_
En geen uwer zou ons van hem hebben kunnen tegenhouden.
_
Voorwaar, het is een vermaning voor de godvrezenden.
_
En voorzeker, Wij weten dat er onder u loochenaars zijn.
_
Waarlijk, de ongelovigen zullen er wroeging over hebben.
_
En voorwaar, het is de ware zekerheid.
_
Verheerlijk daarom de naam van uw Heer, de Luisterrijke.
_
Men vraagt naar de straf, die straks zal vallen
_
Over de ongelovigen, die niemand kan weerhouden,
_
Van Allah, de Heer der wegen die omhoog leiden.
_
De engelen en de geest gaan tot Hem op, in een Dag waarvan de maat
vijftig duizend jaren is.
_
Heb daarom gepast geduld.
_
Zij (de ongelovigen) zien (de straf) ver weg.
_
Maar Wij zien die nabij.
_
De Dag waarop de hemelen als gesmolten koper zullen worden
_
En de bergen als zachte, gekleurde wol,
_
En een vriend zal een vriend niet vragen,
_
Hoewel zij elkander kunnen zien. Op die Dag zal de schuldige zich gaarne
van de straf willen vrijkopen door zijn kinderen,
_
En zijn vrouw en zijn broeder,
_
En zijn familieleden die hem een toevlucht waren,
_
En allen die op aarde zijn, om zich te redden.
_
Stellig niet! Waarlijk het is een laaiend Vuur.
_
Het zal zijn huid afschroeien.
_
Het zal hem opeisen, die zich afwendt en wegloopt
_
En rijkdommen verzamelt, en deze (gierig) terughoudt.
_
Voorwaar, de mens is geschapen met een ongeduldige aard.
_
Als hem kwaad overkomt, is hij vol weeklagen,
_
Maar als hem goed wedervaart, is hij inhalig,
_
Behalve degenen die bidden
_
En in hun gebeden volharden
_
En degenen in wier rijkdommen een vastgesteld deel is
_
Voor de bedelaar en voor hem die niet bedelen kan
_
En degenen die de Dag des Oordeels aannemen.
_
En degenen die de straf van hun Heer vrezen
_
Voorwaar, er is geen beveiliging voor de straf van hun Heer -
_
En degenen die onthouding betrachten.
_
- Uitgezonderd met hun vrouwen en degenen die zij bezitten, waarvoor hen
geen blaam treft.
_
Maar degenen die buiten deze (voorschriften) handelen zijn overtreders -
_
En degenen die het hun toevertrouwde bewaren en hun verdragen nakomen,
_
En degenen die oprecht zijn in hun getuigenissen,
_
En degenen die hun gebeden naleven,
_
Zij zijn het die in de tuinen zullen worden geëerd.
_
Maar wat scheelt de ongelovigen die zich naar u toe spoeden
_
Van rechts en links in groepen?
_
Verwacht elk hunner de tuin van verrukking binnen te gaan?
_
Stellig niet! Wij zijn het Die hen hebben geschapen uit hetgeen zij weten.
_
Maar neen! Ik zweer als Heer van het Oosten en het westen dat Wij macht
hebben,
_
In hun plaats betere (volkeren) dan zij voort te brengen en Wij kunnen
(daarin) niet worden verhinderd.
_
Laten zij zich aan ijdele gesprekken overgeven en zich vermaken tot zij
de Dag tegemoet gaan welke hun beloofd is,
_
De Dag waarop zij zich uit hun graven zullen haasten alsof zij zich naar
een bepaald doel spoeden,
_
Met hun ogen nedergeslagen; schande zal hen bedekken. Zo is de Dag die
hun beloofd is.
_
Wij zonden Noach tot zijn volk, "Waarschuw uw volk voordat een
smartelijke straf over hen komt."
_
Noach zeide: "O mijn volk! Waarlijk ik ben een duidelijke waarschuwer
voor u.
_
Aanbidt daarom Allah, vreest Hem en gehoorzaamt mij.
_
Hij zal u uw zonden vergeven en u uitstel verlenen tot een bepaalde
termijn; voorwaar, de termijn van Allah kan, wanneer hij komt, niet
worden uitgesteld, als gij dit slechts wist!"
_
Hij zeide: "Mijn Heer, ik heb mijn volk dag en nacht geroepen,
_
Maar mijn roepen heeft slechts hun afkeer vermeerderd.
_
En telkens wanneer ik hen riep, opdat Gij hen zoudt vergeven stopten zij
hun vingers in de oren, bedekten zich met hun kleren, volhardden (in hun
ongeloof) en gedroegen zich laatdunkend.
_
Toen riep ik hen luide,
_
En verkondigde hun in het openbaar; ook sprak ik tot hen in het verborgene.
_
En ik zeide: "Zoekt vergiffenis van uw Heer, want Hij is de
Vergevensgezinde.
_
Hij zal regen voor u nederzenden in overvloed.
_
En Hij zal uw rijkdommen en kinderen vermeerderen, en Hij zal u tuinen
en rivieren schenken.
_
Wat scheelt u, dat gij geen Wijsheid van Allah verwacht?
_
En Hij heeft u door verschillende stadia heen geschapen."
_
"Hebt gij niet gezien, hoe Allah de zeven opeenvolgende hemelen schiep?
_
En hoe Hij de maan daarin als licht heeft geplaatst en de zon als een
stralende lamp!
_
En Allah heeft u voortgebracht vanuit de aarde.
_
Vervolgens zal Hij u daarheen doen terugkeren, en u daaruit opnieuw doen
verrijzen.
_
En Allah heeft de aarde voor u uitgespreid
_
Zodat gij de brede wegen er van doorkruist."
_
Noach zeide: "Mijn Heer, zij gehoorzamen mij niet, en volgen iemand
wiens bezit en kinderen slechts tot zijn ondergang hebben bijgedragen.
_
En zij hebben een vreselijk plan gesmeed.
_
En zeggen tegen elkander: 'Verlaat uw goden nooit. Verlaat noch Wodd,
noch Sowa, noch Jaghoes en Jaoeq en Nasr.'
_
En zij hebben velen doen dwalen, en Gij doet de onrechtvaardigen slechts
in dwaling toenemen."
_
Daarom werden zij vanwege hun zonden verdronken en in het Vuur gedreven.
Zij konden daar voor zich geen helpers vinden tegen Allah.
_
En Noach had gezegd: "Mijn Heer, laat in het land geen huis der
ongelovigen achterblijven;
_
Want als Gij hen achterlaat zullen zij Uw dienaren op een dwaalspoor
leiden en zij zullen niets dan een onzedelijk en ondankbaar nageslacht
voortbrengen.
_
Mijn Heer, vergeef mij, en mijn ouders, en hem die gelovend mijn huis
binnentreedt, ook de gelovige mannen en vrouwen; en doe de
onrechtvaardigen slechts in verderf toenemen."
_
Zeg: "Het is aan mij geopenbaard dat een groep der djinn heeft
geluisterd (naar de Koran), en zij zeiden: 'Waarlijk, wij hebben een
wonderbaarlijke verkondiging gehoord!
_
Die tot rechtschapenheid leidt; daarom hebben wij er in geloofd, en wij
zullen stellig niemand met onze Heer vereenzelvigen.
_
En de Majesteit van onze Heer is hoog verheven. Hij heeft noch
echtgenote noch zoon.
_
En voorzeker, de dwaas onder ons placht over Allah leugen te spreken.
_
Doch wij hadden gemeend dat mensen en djinn nooit een leugen over Allah
zouden uiten.
_
Voorzeker, waren er enige mensen die toevlucht bij sommige djinn
zochten, waardoor zij hun zonden vermeerderden.
_
En zij meenden inderdaad, zoals gij meendet, dat Allah nooit een
boodschapper zou zenden.
_
En wij trachtten de hemel te bespieden en wij vonden deze vol sterke
wachters en vlammen.
_
En voorzeker, wij plachten op enige plaatsen te zitten om de gesprekken
te beluisteren. Maar wie nu luistert, vindt een vlam die op hem wacht.
_
Wij weten daardoor niet of voor degenen die op aarde zijn, een ramp
wordt bedoeld of dat hun Heer hen op het goede pad wil leiden.
_
Er zijn onder ons die rechtvaardig zijn en er zijn onder ons die anders
zijn en wij volgen verschillende wegen.
_
En wij beseffen dat wij Allah's (plan) op aarde onmogelijk kunnen
verijdelen, noch kunnen wij Hem door de vlucht ontlopen.
_
En toen wij de leiding hoorden, geloofden wij er in. En hij, die gelooft
in zijn Heer, heeft geen vrees voor verlies of onrecht.
_
En er zijn onder ons Moslims en er zijn onder ons die van de rechte weg
zijn afgeweken. En zij die zich onderwerpen - hebben de rechte weg gezocht.
_
En zij die van de rechte weg afwijken, zullen brandstof der hel zijn.'"
_
Indien zij zich aan het rechte pad houden zullen Wij hun water in
overvloed te drinken geven,
_
Om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de gedachte aan
zijn Heer afwendt, Hij zal hem een toenemende straf toedienen.
_
En zeg: "Alle bedehuizen behoren aan Allah; roept daarom niemand naast
Allah aan."
_
En toen de dienaar van Allah opstond om Hem te aanbidden, vielen zij hem
bijna aan.
_
Zeg: "Ik bid alleen tot mijn Heer en ik vereenzelvig niemand met Hem."
_
Zeg: "Ik heb (uit mijzelf) geen macht u goed of kwaad te doen."
_
Zeg: "Voorzeker, niemand kan mij tegen Allah beschermen, noch kan ik een
andere schuilplaats vinden buiten Hem -
_
(Mij is) slechts de verkondiging van Allah's boodschap opgedragen." En
voor degenen die Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzamen is het Vuur
der hel, waarin zij lange tijd zullen vertoeven,
_
Tot zij de straf zien waarmee zij worden bedreigd, maar dan zullen zij
ook weten wie zwakkere helpers en kleiner aantal heeft.
_
Zeg hun: "Ik weet niet of hetgeen waarmede gij bedreigd wordt nabij is
of wel dat mijn Heer het zal uitstellen voor een lange tijd."
_
Hij is de Kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand overvloedig
kennis van Zijn geheimen.
_
Behalve hem die Hij als boodschapper kiest. Dan doet Hij een wacht vóór
hem en achter hem gaan,
_
Opdat Hij moge weten dat zij (Zijn boodschappers) de boodschappen van
hun Heer hebben overgebracht. En Hij omvat alles wat met hen is - en Hij
heeft alles berekend.
_
O, gij die u omwikkelt!
_
Sta op in de nacht voor korte tijd.
_
De helft er van of minder dan dat.
_
Of maak het iets langer - en zeg de Koran duidelijk en aandachtig op.
_
Waarlijk, Wij dragen u een gewichtig Woord op.
_
Voorwaar, des nachts opstaan is de zekerste weg en geeft het Woord
krachtige uitwerking.
_
Gij hebt inderdaad gedurende de dag langdurige bezigheden.
_
Daarom gedenk de naam van uw Heer, en geef u met volle toewijding aan
Hem over.
_
Hij is de Heer van het Oosten en het Westen, er is geen andere God naast
Hem; neem Hem daarom tot uw Beschermer.
_
En verdraag met geduld alles wat zij (de ongelovigen) zeggen; en verlaat
hen op gepaste wijze.
_
En laat Mij alleen met degenen die loochenen, de bezitters van rijkdom
en geef hun een wijle uitstel.
_
Voorzeker, bij Ons zijn zware boeien en een laaiend Vuur,
_
En voedsel dat verstikt, en pijnlijke straf.
_
Er zal een Dag komen waarop de aarde en de bergen zullen beven, en de
bergen in een hoop mul zand zullen veranderen.
_
Waarlijk, Wij hebben tot u een boodschapper gezonden, die een getuige
tegen u is, geljik Wij een boodschapper tot Pharao zonden.
_
Maar Pharao gehoorzaamde de boodschapper niet, daarom grepen Wij hem met
een verschrikkelijke greep aan.
_
Hoe zult gij u, indien gij het ware geloof verwerpt, beveiligen voor de
Dag, waarop de kinderen grijze haren zullen krijgen (van schrik).
_
En waarbij de hemel uiteen zi splijten, en Zijn belofte zal worden vervuld.
_
Dit is zeker een vermaning. Dus moge hij die wil, de weg tot zijn Heer
inslaan.
_
Waarlijk uw Heer weet dat gij bijna twee-derde van de nacht staat (te
bidden), somsdehelft of ook wel een derde er van, en eveneens doet dit
een deel van degenen die met u zijn. En Allah bepaalt de maat van dag en
nacht. Hij weet, dat gij het niet kunt volhouden, en daarom heeft Hij
Zich in barmhartigheid tot u gewend. Zegt dan zoveel van de Koran op als
u gemakkelijk valt. Hij weet dat er enigen onder u ziek kunnen zijn, en
anderen op reis door het land trekken, zoekende naar Allah's genade, en
weer anderen strijdend voor Allah's zaak. Zegt er dus zoveel van (de
Koran) op, als u gemakkelijk valt en onderhoudt het gebed, en betaalt de
Zakaat, en sluit met Allah een goede lening. En wat goeds gij voor u
uitzendt, gij zult betere en grotere beloning bij Allah vinden. En zoekt
vergiffenis van Allah, voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
_
O gij die u omhult!
_
Sta op en waarschuw,
_
En verkondig de Grootheid van uw Heer,
_
En reinig uw hart.
_
En vlied de onreinheid.
_
Bewijs geen gunsten om u daardoor te verrijken.
_
En wees geduldig ter wille van uw Heer.
_
Want als de bazuin wordt geblazen,
_
Die Dag zal een moeilijke dag zijn.
_
Niet gemakkelijk voor de ongelovigen.
_
Laat Mij alleen met hem die Ik schiep.
_
Ik heb hem overvloedig bezit gegeven.
_
En zonen die bij hem zijn.
_
En ik verschafte hem elk gemak.
_
Toch verlangt hij dat Ik hem nog meer zal geven.
_
Stellig niet; want hij was vijandig tegenover Onze boodschappen.
_
Hem zal Ik een zware straf opleggen.
_
Ziet! Hij dacht na en hij besloot!
_
Vervloekt zij hij, hoe besloot hij!
_
Nogmaals, vervloekt zij hij! Hoe be sloot hij!
_
Toen keek hij (om zich heen),
_
Daarna fronste hij zijn voorhoofd en keek nors.
_
Dan keerde hij zich om en toonde zich hovaardig.
_
Hij zeide: "Dit is niets dan een nagebootste tovenarij.
_
Dit is slechts het woord van een mens."
_
Weldra zal Ik hem in het Vuur werpen.
_
En wat weet gij wat het Vuur der hel is?
_
Het ontziet niets, noch laat het iets (onverteerd) achter,
_
Het verschroeit het gezicht.
_
Daarover waken er negentien (engelen).
_
En Wij hebben niets dan engelen tot wachters van het Vuur gemaakt. En
Wij hebben hun getal niet vastgesteld, dan tot beproeving der
ongelovigen, opdat wie het Boek is gegeven zekerheid mogen verkrijgen en
dat de gelovigen in geloof mogen toenemen en opdat de mensen van het
Boek en de gelovigen niet zullen twijfelen. En dat degenen in wier hart
een ziekte is en degenen die ongelovig zijn, mogen zeggen: "Wat bedoelt
Allah met deze gelijkenis?" Zo laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt
wie Hij wil. Niemand kent de legerscharen van uw Heer dan Hij. Dit is
niets dan een vermaning voor de mensheid.
_
Neen, bij de maan,
_
En de nacht als zij heengaat
_
En de dageraad wanneer zij gloort,
_
Waarlijk, het is een der grootste tijdingen,
_
Een waarschuwing voor de mensen.
_
Aan degene onder u, die vooruit wenst te gaan of degene die wil
achterblijven,
_
Elke ziel is als een pand voor hetgeen zij doet.
_
Doch degenen aan de rechter hand
_
In tuinen (wonende) vragen zij:
_
Aan de schuldigen
_
"Wat heeft u in de hel gebracht?"
_
Zij zullen antwoorden: "Wij behoorden niet tot hen die plachten te bidden.
_
Noch voedden wij de armen.
_
En wij plachten ijdele gesprekken te voeren met hen die ijdele
gesprekken voerden.
_
En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen.
_
Totdat de dood ons overviel."
_
De tussenkomst van bemiddelaars zal hen daarom niets baten.
_
Wat scheelt hun dat zij zich van de vermaning afwenden
_
Als bange ezels,
_
Vluchtende voor een leeuw?
_
Neen, ieder van hen wenst dat hem opengeslagen bladzijden zullen worden
getoond.
_
Voorwaar, zij vrezen het Hiernamaals niet!
_
Neen, waarlijk, dit is een vermaning.
_
Die wil, trekke er lering uit.
_
Doch zij zullen er geen lering uit trekken tenzij Allah het wil. Hij is
Waardig, dat men Hem vreest, en Hij is de Heer der vergiffenis.
_
Neen! Ik roep de Dag der Opstanding tot getuige.
_
Neen! Ik roep de zichzelf beschuldigende ziel tot getuige.
_
Denkt de mens dat Wij zijn beenderen niet kunnen verzamelen?
_
Zeker; Wij hebben de macht hem te herstellen tot in zijn vingertoppen.
_
Maar de mens wenst in 't vervolg slecht te handelen.
_
Hij vraagt: "Wanneer is de Dag der Opstanding?"
_
Maar als het oog verblind wordt,
_
En de maan verduisterd zal zijn,
_
En de zon en de maan zullen samen gebracht worden,
_
Op die Dag zal de mens zeggen: "Waarheen te vluchten?"
_
Neen! Geen schuilplaats!
_
Slechts bij uw Heer zal dan uw toevlucht zijn.
_
De mens zal op die Dag worden onderricht over hetgeen hij vooruitzond of
achterliet.
_
Neen, de mens is een bewijs tegen zichzelf.
_
Zelfs al biedt hij (zijn) verontschuldigingen aan.
_
Beweeg uw tong er niet mede om deze (woorden) haastig (opte nemen!)
_
Het verzamelen en het verkondigen er van rust op Ons.
_
Wanneer Wij dus (de Openbaring) verkondigd hebben volg dan de verkondiging.
_
Daarna rust de verklaring er van op Ons.
_
Neen, maar gij (mensen) hebt dit leven lief.
_
En gij geeft het Hiernamaals prijs.
_
Op die Dag zullen sommige gezichten verlicht zijn,
_
Opziende naar hun Heer;
_
En andere gezichten zullen op die Dag somber zijn.
_
Wetende dat een vreselijke ramp hen spoedig zal overkomen.
_
Ja! Als de ziel van de stervende tot de keel zal opstijgen,
_
En er zal worden gezegd: "Wie is de geneesheer?"
_
Dan weet hij dat hij scheiden moet.
_
En wrijft (in doodsangst) het ene been tegen het andere.
_
Dan wordt (hij) tot uw Heer gedreven,
_
Want hij (mens) nam de Waarheid niet aan, noch bad hij.
_
Doch hij verloochende (de profeet) en wendde zich af.
_
Dan ging hij trots naar zijn familie terug.
_
"Wee u! Wee dus over u."
_
"Wee u nogmaals en nog eens wee!"
_
Denkt de mens dat hij zonder doel zal worden gelaten?
_
Was hij niet een kleine levenskiem die werd uitgestort?
_
Dan werd hij een klonter bloed daarna schiep en vervolmaakte Hij hem.
_
Daarvan (de kiem) maakt Hij een paar, man en vrouw.
_
Is Hij dan niet bij machte de doden te doen herleven?
_
Voorzeker, er is voor de mens een tijdperk geweest toen hij geen
vermeldenswaardig ding was.
_
Wij hebben de mens uit een gemengde levenskiem geschapen en hebben hem
horende en ziende gemaakt om hem op de proef te stellen.
_
Wij hebben hem de weg getoond, hij moge dankbaar of wel ondankbaar zijn.
_
Voorwaar, Wij hebben voor de ongelovigen ketenen, ijzeren halsbanden en
een laaiend Vuur bereid.
_
Maar de deugdzamen drinken uit een beker (een drank) gemengd met Kamfer.
_
De dienaren van Allah drinken uit een bron, welke zij in overvloed doen
stromen.
_
Zij vervullen de gelofte, en vrezen een Dag waarvan het kwaad
verstrekkend is.
_
En zij geven voedsel, uit liefde voor Hem, aan de armen, de wees en de
gevangenen.
_
(Zeggende): "Wij voeden u slechts ter wille van Allah. Wij verlangen
geen beloning noch dank van u.
_
Wij vrezen van onze Heer een moeilijke en drukkende Dag."
_
Daarom zal Allah hen voor het kwade van die Dag beschermen en zal hun
blijdschap en geluk schenken.
_
En Hij zal hen voor hun standvastigheid belonen met een tuin en kleren
van zijde.
_
Zich daarin nedervlijende op sofa's zullen zij het noch te koud noch te
warm hebben.
_
En de schaduw der bomen zal dicht over hen zijn en de trossen fruit
zullen gemakkelijk bereikbaar worden gemaakt.
_
En zilveren vaten zullen aan hen worden rondgereikt, en bekers
_
Kristalhelder, uit zilver, in de juiste maat vervaardigd.
_
En daarin zal hun een drank worden gegeven, vermengd met Gember.
_
Van een bron genaamd: Salsabiel.
_
En jonge mensen, die niet verouderen, zullen om hen rondgaan (om hen te
bedienen). Wanneer gij hen ziet, denkt gij dat zij verstrooide paarlen zijn.
_
En waarheen gij ook kijkt, zult gij een zaligheid voelen en een groot
koninkrijk aanschouwen.
_
Zij zullen klederen van fijne groene zijde en zwaar brocaat dragen en
zilveren armbanden. En hun Heer zal hun een zuivere drank geven.
_
(Hij zal zeggen): "Dit is uw loon, omdat uw streven waardevol was."
_
Voorwaar, Wij hebben de Koran aan u bij gedeelten geopenbaard.
_
Wees daarom geduldig volgens het gebod van uw Heer en gehoorzaam niemand
die onder hen zondig of ongelovig is.
_
En gedenk de naam van uw Heer 's morgens en 's avonds.
_
En aanbid Hem gedurende (een deel) van de nacht en prijs Zijn eer
gedurende een groot deel ervan.
_
Waarlijk, de ongelovigen houden van de voorbijgaande wereld en denken
niet aan de zware Dag (des Oordeels).
_
Wij zijn het Die hen geschapen hebben en hun lichaamsbouw hebben
gesterkt. En indien Wij willen, kunnen Wij hen door gelijksoortige
schepselen vervangen.
_
Voorwaar, dit is een vermaning. Wie het daarom wenst, kieze een weg die
tot zijn Heer leidt.
_
En gij zult niets anders willen dan hetgeen Allah wil. Voorwaar, Allah
is Alwetend, Alwijs.
_
Hij laat tot Zijn barmhartigheid ingaan wie Hij wil, en voor de
onrechtvaardigen heeft Hij een pijnlijke straf bereid.
_
Bij de met goedheid gezondenen.
_
En bij hen die verbrijzelen.
_
En bij hen, die heinde en ver verspreiden.
_
En bij hen die goed onderscheiden.
_
En bij hen die de vermaning toedienen,
_
Om tot verontschuldiging te brengen en te waarschuwen.
_
Voorwaar, hetgeen u is beloofd moet gebeuren.
_
Dus, als de sterren verduisterd zullen zijn.
_
En als de hemelen geopend zullen worden.
_
En als de bergen verstrooid zullen zijn.
_
En als de gezanten verzameld zullen worden.
_
Tot welke Dag is dit einde uitgesteld?
_
Tot de Dag der beslissing.
_
En wat weet gij ervan wat de Dag der beslissing is?
_
Wee op die Dag, degenen die loochenen.
_
Hebben Wij de vroegere (ongelovigen) niet vernietigd?
_
Wij zullen daarom die van latere tijden hen doen volgen.
_
Zo behandelen Wij de schuldigen.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen!
_
Schiepen Wij u niet uit een kleine levenskiem
_
Die Wij op een veilige plaats bewaarden.
_
Voor een bepaalde tijd?
_
Zo hebben Wij bepaald. Hoe voortreffelijk zijn Wij in het bepalen!
_
Wee op die Dag degenen die loochenen!
_
Hebben Wij de aarde niet gemaakt om
_
De levenden en de doden te kunnen bevatten?
_
En hebben Wij er geen hoge bergen op geplaatst en u zoet (zuiver)
watergegeven om te drinken.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen.
_
Men zal zeggen: "Gaat naar (de straf) welke gij loochendet.
_
Begeeft u tot een schaduw van drie takken,
_
Die geen koelte geeft, noch beschermt tegen de vlam."
_
Ziet! Het (Vuur der hel) gooit vonken op als kastelen.
_
Alsof zij kamelen van een gele kleur waren.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen!
_
Dit is een Dag waarop zij (de schuldigen) niet mogen spreken,
_
Noch zal hun worden toegestaan verontschuldigingen aan te bieden.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen.
_
Dit is de Dag der beslissing; Wij hebben u en degenen die vroeger
leefden bijeengebracht.
_
Indien gij nu enig plan hebt gebruikt het dan tegen Mij.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen!
_
De godvruchtigen zullen te midden van schaduwen en bronnen wonen,
_
En fruit ontvangen, zoals zij zich mogen wensen.
_
(Men zal zeggen): "Eet en drinkt met smaak als beloning voor hetgeen gij
placht te doen."
_
Voorwaar, zo belonen Wij degenen die goed doen.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen.
_
"Eet en vermaakt u een poosje (in dit leven). Voorzeker, gij zijt de
schuldigen."
_
Wee op die Dag degenen die loochenen.
_
En als er tot hen wordt gezegd: "Buigt u neder!" dan buigen zij zich niet.
_
Wee op die Dag degenen die loochenen.
_
In welk woord buiten dit zullen zij dan geloven?
_
Waarover vragen zij?
_
Over de grote aankondiging,
_
Waaromtrent zij (van mening) verschillen?
_
Waarlijk, zij zullen het spoedig te weten komen.
_
Nogmaals zij zullen het weldra te weten komen.
_
Hebben Wij de aarde niet als een bed gespreid?
_
En de bergen als palen opgezet?
_
En hebben Wij u niet in paren geschapen?
_
En hebben Wij uw slaap niet tot rusten bestemd?
_
En hebben Wij de nacht niet als een mantel gemaakt.
_
En hebben Wij de dag niet voor (het zoeken) naar levensonderhoud gemaakt?
_
En hebben Wij niet zeven sterke (hemelen) boven u gebouwd;
_
En daarin een stralende lamp geplaatst?
_
En zenden Wij niet vanuit de wolken regen neder die voortstroomt.
_
Opdat Wij daardoor graan en plantengroei voortbrengen.
_
En weelderige tuinen?
_
Voorzeker, de Dag der beslissing is bepaald;
_
De Dag waarop de bazuin wordt geblazen; dan zult gij in scharen komen.
_
En de hemel wordt geopend en zal vele poorten hebben.
_
En de bergen verdwijnen en worden tot een luchtspiegeling.
_
Voorzeker de hel ligt in een hinderlaag.
_
Een tehuis voor de opstandigen.
_
Die daarin lange tijd zullen vertoeven.
_
Zij zullen daar geen koelte hebben en geen dronk smaken,
_
Behalve kokend water en een stinkende vloeistof die verschrikkelijk koud is.
_
Een passende vergelding (voor hun daden).
_
Zij verwachtten geen rekening.
_
En verwierpen Onze tekenen geheel.
_
En Wij hebben alles in een boek neergeschreven.
_
Smaakt dus de straf! Wij zullen u slechts hierin doen toenemen.
_
Voorwaar, er is triomf voor de rechtvaardigen,
_
Beschutte tuinen en wijnbergen.
_
En jeugdige gezellen, gelijk in leeftijd.
_
En een gevulde beker.
_
Zij horen daar geen ijdele gesprekken noch leugens!
_
Een beloning van uw Heer, een toereikende gave,
_
Van de Heer der hemelen en der aarde en van alles wat daar tussen is, de
Barmhartige. Niemand zal Hem kunnen aanspreken.
_
De Dag waarop de Geest en de (andere) engelen in gelederen opgesteld
staan, zullen zij niet spreken, met uitzondering van hem aan wie de
Barmhartige het toestaat en die alleen zal spreken wat recht is.
_
Die Dag is de werkelijkheid. Daarom, laat hij die het wil een toevlucht
bij zijn Heer zoeken.
_
Voorwaar, Wij hebben u voor een straf die nabij is gewaarschuwd; de Dag
waarop de mens zal zien wat hij heeft uitgevoerd en (waarop) de
ongelovige zal zeggen: "O, ware ik maar stof geweest!"
_
Bij hen die zich volledig inspannen,
_
En bij hen die hun werk met vreugde verrichten,
_
En bij hen die snelle vorderingen maken.
_
En bij hen die de eersten willen zijn
_
En bij hen die de zaak regelen.
_
De Dag waarop de bevende (aarde) zal beven,
_
Hierop zal volgen, wat volgen moet.
_
Op die Dag zullen de harten kloppen.
_
En de ogen zullen nedergeslagen zijn.
_
Zij (de ongelovigen) zeggen: "Zullen wij werkelijk tot onze vroegere
toestand worden teruggebracht,
_
Zelfs al zijn wij vergane beenderen geworden?"
_
Zij zeggen: "Dan zou deze opstanding een ondergang zijn."
_
Daar is slechts één dreigende roep.
_
En ziet, zij zijn opgewekt.
_
Heeft het verhaal van Mozes u niet bereikt?
_
Toen zijn Heer hem in het heilige dal van Towa toeriep, (zeggende):
_
"Ga naar Pharao; want hij is opstandig.
_
En zeg tot hem: Zoudt gij u willen reinigen?
_
En ik zal u tot uw Heer leiden opdat gij Hem moogt vrezen."
_
Toen toonde hij hem (Pharao) het grote teken,
_
Maar deze verwierp het en gehoorzaamde niet;
_
Maar wendde zich daarna haastig af.
_
En hij (Pharao) verzamelde de zijnen en riep uit:
_
(Zeggende), "Ik ben uw Heer de Allerhoogste."
_
Daarop greep Allah hem aan met een voorbeeldige straf voor de toekomst
en voor die tijd.
_
Waarlijk daarin is een les voor hem die vreest.
_
Zijt gij moeilijker te scheppen dan de hemel die Hij heeft gebouwd?
_
Hij verhief hem hoog en maakte hem volmaakt.
_
En Hij maakte de nacht donker en bracht het daglicht voort;
_
En ook de aarde spreidde hij uit.
_
Daaruit bracht Hij water en weide voort.
_
En Hij maakte de bergen onwrikbaar.
_
Een voorziening voor u en voor uw vee.
_
Maar als de grote ramp zal komen,
_
De Dag waarop de mens zich zal herinneren hetgeen hij heeft gedaan,
_
En de hel zal zichtbaar gemaakt worden voor hem die ziet.
_
Dan zal (voor hem) die opstandig is geweest,
_
En die het leven dezer wereld verkoos,
_
Brandend Vuur zijn tehuis zijn.
_
Doch voor hem die vreesde voor zijn Heer te staan, en die zijn ziel van
begeerten onthield,
_
Zal het paradijs zeker zijn verblijf zijn.
_
Zij vragen u omtrent het Uur: "Wanneer zal het komen?"
_
Maar datgene waarmede gij u bezighoudt
_
De uitkomst daarvan is bij uw Heer.
_
Gij zijt slechts een waarschuwer voor hem die vreest.
_
Op de dag waarop zij dit zullen zien, (zal het zijn) alsof zij slechts
een avond of een morgen (op de aarde) hadden vertoefd.
_
Hij (de profeet) fronste (zijn voorhoofd) en wendde zich af.
_
Omdat er een blinde man tot hem kwam.
_
(Mens) wat weet gij? Misschien wilde hij zich laten louteren.
_
Of hij kon om raad komen, en die raad zou hem van nut kunnen zijn.
_
Maar aan hem, die onverschillig is
_
Schenkt gij uw aandacht,
_
Hoewel gij er niet voor aansprakelijk zijt als hij zich niet loutert.
_
Maar hij die zich tot u haast,
_
En Allah vreest,
_
Voor hem zijt gij onverschillig.
_
Neen! Voorwaar, het is een vermaning.
_
Dus, wie het wil, laat hem er lering uit trekken.
_
(Dit is) in verheven geschriften,
_
Hoogstaand en rein,
_
In de handen van schrijvers,
_
Edel, deugdzaam.
_
Wee de mens! Hoe ondankbaar is hij!
_
Waaruit heeft Hij hem geschapen?
_
Uit een kleine levenskiem schept Hij hem en stelt zijn verhoudingen vast.
_
Dan effent Hij de weg voor hem,
_
Dan doet Hij hem sterven en geeft hem aan het graf over,
_
Dan, wanneer Hij wil, zal Hij hem weer opwekken.
_
Neen, hij heeft hetgeen Hij hem gebood, niet volbracht.
_
Laat nu de mens naar zijn voedsel zien;
_
Hoe Wij water doen neerstromen,
_
Dan de aarde splijten,
_
En graan daaruit doen groeien.
_
Ook druiven en groenten,
_
En de olijfboom en de dadelpalm.
_
En tuinen, dicht beplant.
_
En vruchten en weiden,
_
Voorziening voor u en uw vee!
_
Maar als de oorverdovende roep komt,
_
De Dag waarop een man van zijn broeder vlucht,
_
En van zijn moeder en zijn vader,
_
En van zijn vrouw en zijn kinderen,
_
Op die Dag zal een ieder een aangeiegenheid hebben die hem bezig zal houden.
_
Op die Dag zullen sommige gezichten stralend zijn,
_
Lachend, vrolijk!
_
En op andere gezichten zal op die Dag stof liggen.
_
Duisternis zal hen bedekken.
_
Dat zijn de ongelovigen, de slechten.
_
Wanneer de zon wordt omhuld,
_
En wanneer de sterren dof worden,
_
En wanneer de bergen verdwijnen,
_
En wanneer de drachtige kamelen worden verlaten,
_
En wanneer de dieren worden bijeengegaard,
_
En wanneer de zeëen worden geledigd,
_
En wanneer de mensen worden verenigd,
_
En wanneer er over het gedode kind (verantwoording) zal worden gevraagd
_
Voor welke misdaad het gedood werd,
_
En wanneer geschriften worden verspreid,
_
En wanneer de Hemel wordt opengelegd,
_
En wanneer de hel wordt ontstoken,
_
En wanneer het paradijs nabij wordt gebracht,
_
Dan zal ieder ziel weten wat zij heeft voorbereid.
_
En Ik roep tot getuige datgene wat terugkeert,
_
Zijn loop volgt en ondergaat,
_
En de nacht wanneer deze heengaat.
_
En de dageraad als deze aanbreekt.
_
Dat is voorzeker de boodschap van een edele boodschapper,
_
Vol van macht, bevestigd door de Heer van de Troon,
_
Die gehoorzaamd moet worden en vertrouwenswaardig is.
_
En uw metgezel is niet krankzinnig.
_
En hij zag hem (Gabriël) aan de heldere horizon.
_
En hij is geen vrek wat het onzienlijke aangaat.
_
En dit is niet het woord van Satan de vervloekte.
_
Waarheen richt gij u dan?
_
Dit is niets dan een vermaning voor de werelden.
_
Voor hem onder u die oprecht wil wandelen.
_
En gij zult niets willen behalve wat Allah wil, de Heer der Werelden.
_
Wanneer de hemel wordt gespleten,
_
En wanneer de sterren verstrooid worden,
_
En wanneer de zeëen worden geledigd,
_
En wanneer de graven worden geopend,
_
Zal iedere ziel weten wat zij heeft vooruitgezonden en wat zij
achterwege heeft gelaten.
_
O mens, wat heeft u bedrogen omtrent uw Heer, de Genadige,
_
Die u schiep, daarna voltooide en u de juiste verhoudingen gaf?
_
Hij heeft u gevormd in een vorm, die Hem behaagde.
_
Neen, gij loochent het Oordeel.
_
Maar voorzeker er zijn bewakers over u.
_
Eerwaarde schrijvers,
_
Die weten wat gij doet.
_
Voorwaar, de deugdzamen zijn omringd door zegeningen
_
En de slechten zijn omringd door de hel,
_
Daarin zullen zij verbranden op de Dag des Oordeels;
_
En zij zullen er niet aan kunnen ontsnappen.
_
En wat weet gij er van wat de Dag des Oordeels is?
_
Nogmaals, wat weet gij er van wat de Dag des Oordeels is?
_
De Dag waarop een ziel iets vermag voor een andere ziel! Op die Dag
berust het gebod alleen bij Allah.
_
Wee hen die anderen tekort doen.
_
Wanneer zij voor zichzelf wegen, nemen zij volle maat;
_
Indien zij voor anderen uitmeten of afwegen, geven zij minder (dan behoort).
_
Weten zulke mensen niet dat zij zullen herrijzen
_
Op een grote Dag,
_
De Dag, waarop de mensheid voor de Heer der Werelden zal staan?
_
Neen! Het gedenkschrift over de bozen is in Sidjdjien.
_
En wat weet gij er van wat Sidjdjien is?
_
Het is een geschreven boek.
_
Wee, op die Dag de loochenaars,
_
Die de Dag des Oordeels loochenen.
_
En niemand behalve de zondige overtreder loochent die (Dag),
_
Die zegt, als Onze woorden aan hem worden voorgedragen: "Fabelen der ouden."
_
Neen, maar hetgeen zij plachten te verdienen heeft zich als roest aan
hun hart gehecht.
_
Neen, zij zullen die Dag zeker van hun Heer worden uitgesloten.
_
Voorwaar, dan zullen zij in de hel branden,
_
En er zal tot hen worden gezegd: "Dit is hetgeen gij placht te loochenen!"
_
Neen, het gedenkschrift der deugdzamen is voorzeker in "Illijjien."
_
En wat weet gij er van wat"Illijjien" is?
_
Een geschreven boek.
_
De nabij (God) zijnden zullen het zien.
_
Voorwaar, de deugdzamen onder zegeningen,
_
Op hoge sofa's zullen zij elkander aanschouwen,
_
Gij zult in hun gezicht de glans der gelukzaligheid herkennen.
_
Hun wordt zuivere verzegelde wijn te drinken gegeven.
_
Welks zegel muskus is. En laat degenen die wedijveren, hiervoor wedijveren.
_
En hij zal vermengd worden met water van Tasniem;
_
Een bron waaruit de nabij (God) zijnden drinken.
_
Waarlijk, de schuldigen plachten de gelovigen uit te lachen,
_
En wanneer zij hen voorbijgingen, knipoogden zij tegen elkander.
_
En wanneer zij tot de hunnen terugkeerden, keerden zij opgetogen terug;
_
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij: "Dit zijn inderdaad de dwalenden."
_
Maar zij waren niet als bewakers over hen gezonden.
_
Daarom zullen op deze Dag de gelovigen over de ongelovigen lachen,
_
Op hoge sofa's zittende zullen zij aanschouwen;
_
Voorzeker wordt de ongelovigen vergolden voor hetgeen zij plachten te doen!
_
Wanneer de hemel vaneen splijt.
_
En zijn Heer gehoorzaamt zoals het hem betaamt.
_
En wanneer de aarde wordt uitgespreid.
_
En alles zal uitwerpen wat in haar is, en leeg wordt.
_
En gehoorzaamt aan haar Heer, zoals het haar betaamt.
_
(Zal worden gezegd) "O mens, gij moet ijverig naar uw Heer streven, dan
zult gij Hem ontmoeten."
_
Wat hem betreft, wie het boek in zijn rechter hand wordt gegeven,
_
Hij zal waarlijk een gemakkelijke rekening krijgen,
_
En zal tot de zijnen in vreugde terugkeren.
_
Maar hij, wie het boek achter zijn rug wordt gegeven,
_
Hij zal vernietiging wensen
_
En een laaiend Vuur ingaan.
_
Voorzeker, hij was bij de zijnen gelukkig,
_
En dacht inderdaad dat hij nooit zou terugkeren.
_
Ja! Voorzeker, zijn Heer kent hem goed.
_
Ja, Ik roep de avondschemering tot getuige.
_
En de nacht en wat deze omsluiert,
_
En de maan als zij vol wordt,
_
Dat gij zeker van de ene toestand naar de andere overgaat.
_
Maar, wat scheelt hen, dat zij niet geloven?
_
En wanneer de Koran aan hun wordt voorgedragen, werpen zij zich niet ter
aarde neer,
_
Integendeel, de ongelovigen loochenen (deze).
_
Doch Allah weet het beste wat zij denken.
_
Kondig hun hiervoor dus een pijnlijke straf aan.
_
Maar voor de gelovigen die goede werken doen, is een oneindige beloning.
_
Bij de hemel met zijn constellaties.
_
En bij de beloofde Dag.
_
En bij de getuige en hetgeen waarover hij getuigenis aflegt.
_
Vervloekt zijn degenen die groeven maakten -
_
Daarin vuur stookten -
_
Ziet! Zij zaten er bij,
_
En waren getuigen van wat zij de gelovigen aandeden.
_
En zij wreekten zich slechts op hen omdat zij in Allah geloofden, de
Almachtige, de Geprezene.
_
Aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort; en Allah is
Getuige van alle dingen.
_
En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw
hebben, voor hen is de straf der hel, en hen wacht de straf van het branden.
_
Voorzeker, de gelovigen die goede werken doen, zullen tuinen hebben
waardoor rivieren stromen. Dat is de grote zegepraal.
_
Waarlijk, de greep van uw Heer is hard.
_
Hij is het Die schept en weder voortbrengt;
_
En Hij is de Vergevende, de Liefderijke;
_
De Heer van de Troon, de Roemrijke;
_
Uitvoerder van wat Hij wil.
_
Heeft het verhaal van de heerscharen u dan niet bereikt,
_
Van Pharao en de Samoed?
_
Ja, maar de ongelovigen loochenen het.
_
En Allah omsingelt hen van achteraf.
_
Voorwaar, het is een glorierijke Koran,
_
Op een beschermde tafel.
_
Bij de hemel en bij de morgenster.
_
En wat weet gij (er van) wat de morgenster is?
_
Het is een ster van doordringende helderheid.
_
Er is geen ziel waarover geen wachter is.
_
Laat de mens derhalve overwegen waaruit hij geschapen werd.
_
Hij werd uit een stromende vloeistof geschapen,
_
Welke voortkomt van tussen de ruggegraat en de ribben.
_
Voorzeker, Hij kan hem (tot het leven) terugroepen.
_
Op de Dag waarop de geheimen zullen worden geopenbaard.
_
Dan zal hij geen kracht en geen helper hebben.
_
Bij de wolk die regen geeft.
_
En de aarde, die door planten splijt.
_
Dit is zeker een beslissend woord,
_
Het is geen scherts.
_
Voorwaar zij smeden een plan.
_
En ook Ik smeed een (machtiger) plan.
_
Geef derhalve de ongelovigen voor een wijle uitstel,
_
Verheerlijk de Naam van uw Heer, de Allerhoogste.
_
Die schept en vervolmaakt,
_
En Die bepaalt en leidt,
_
En Die het gewas voortbrengt,
_
En het dan doet verdorren.
_
Wij zullen u weldra onderwijzen zodat gij het niet vergeet -
_
Behalve wat Allah wil - Voorwaar, Hij kent het openlijke en het verborgene.
_
En Wij zullen uw weg effenen tot gemak.
_
Maak (anderen) daarom indachtig, voorzeker dit is nuttig.
_
Hij die vreest zal er lering uit trekken;
_
Maar de rampzalige zal zich ervan afwenden,
_
Die het grote Vuur zal binnengaan,
_
Waarin hij noch sterven noch leven zal.
_
Voorzeker, geslaagd is hij die zich loutert.
_
En die de naam van zijn Heer gedenkt en bidt.
_
Maar gij verkiest het leven dezer wereld,
_
Ofschoon het Hiernamaals beter en van langere duur is.
_
Voorzeker, dit is in vroegere geschriften vermeld,
_
De geschriften van Abraham en Mozes.
_
Heeft het nieuws van de overweldigende (gebeurtenis) u bereikt?
_
Op die Dag zullen sommige aangezichten terneergeslagen zijn,
_
Zwoegend, zich afmattende,
_
Zij zullen in een vreselijk Vuur branden,
_
Hun zal uit een kokende bron te drinken worden gegeven,
_
Zij zullen geen voedsel krijgen, behalve van doornen,
_
Dat noch voedzaam zal zijn noch tegen de honger zal baten.
_
Op die Dag zullen andere aangezichten verblijd zijn.
_
Weltevreden met hun streven.
_
In een verheven tuin
_
Waarin zij geen ijdele (taal) zullen horen,
_
Waarin een stromende bron is,
_
Waarin hoge rustbanken opgericht zijn,
_
En drinkschalen gereed gezet,
_
En kussens gerangschikt,
_
En tapijten uitgespreid.
_
Zien zij niet naar de wolken, hoe zij gevormd worden?
_
En naar de hemel, hoe deze hoog verheven werd?
_
En naar de bergen, hoe zij opgericht werden?
_
En naar de aarde, hoe zij uitgespreid werd?
_
Vermaant hen daarom want gij zijt slechts een vermaner;
_
Gij zijt geen waker over hen.
_
Maar hij die zich afwendt en niet gelooft,
_
Allah zal hem straffen met de strengste straf.
_
Voorwaar, hun terugkeer is tot Ons.
_
Dan zullen Wij rekenschap van hen vragen.
_
Bij de dageraad,
_
En de tien nachten,
_
En het even en het oneven
_
En de nacht als deze vervaagt;
_
Daarin is zeker genoeg bewijs voor een man van begrip.
_
Weet gij niet hoe uw Heer met de Aad handelde?
_
Het volk van Iram dat verheven gebouwen bezat,
_
Wier gelijken nog in geen enkele stad zijn voortgebracht,
_
En met de Samoed die de rotsen in het dal uithieuwen?
_
En met Pharao, de heer der grote scharen?
_
Die zich in de steden aan overtreding overgaven.
_
En veel verderf daarin aanrichtten.
_
Daarom, deed uw Heer een roede der kastijding over hen nederdalen.
_
Voorwaar, uw Heer is waakzaam.
_
Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem beproeft door hem te roemen
en door hem gunsten te bewijzen, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geëerd."
_
Maar wanneer Hij hem beproeft door hem in zijn levensonderhoud te
beperken, zegt hij: "Mijn Heer heeft mij onteerd."
_
Neen, maar gij ontziet de wees niet.
_
Noch spoort elkander aan, de armen te voeden,
_
En gij verslindt het erfdeel in zijn geheel
_
En gij houdt te veel van weelde.
_
Neen, wanneer de aarde aan stukken wordt geschud,
_
En uw Heer komt en de engelen in rijen gerangschikt zijn,
_
Op die Dag zal de hel (hem) worden getoond; op die Dag zal de mens de
vermaning willen volgen, maar hoe zal de vermaning hem kunnen baten?
_
Hij zal zeggen: "o had ik (vroeger), voor dit leven iets verricht."
_
Niemand straft zoals Hij op die Dag zal straffen.
_
Noch boeit iemand zoals Hij zal boeien.
_
Maar gij, o ziel in vrede!
_
Keer tot uw Heer terug, verblijd in Allah's welbehagen.
_
Ga daarom in onder Mijn dienaren,
_
En ga Mijn paradijs binnen.
_
Ik zweer bij deze stad (Makka),
_
En gij zijt vogelvrij in deze stad.
_
En bij de vader en wat hij verwekte.
_
Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen om moeilijkheden (te overwinnen).
_
Denkt hij dat niemand macht over hem heeft?
_
Hij zegt: "Ik heb veel rijkdommen verkwist."
_
Denkt hij dat niemand hem ziet?
_
Hebben Wij hem niet twee ogen gegeven?
_
En een tong en twee lippen?
_
Hebben Wij hem dan niet de twee hoofdwegen getoond?
_
Maar hij besteeg de heuvel niet.
_
En wat weet gij (er van) wat de heuvel is?
_
Een slaaf te bevrijden
_
Of, op de dag van honger iemand te voeden
_
Of een wees die u verwant is.
_
Of een arme die in het stof rolt.
_
Bovendien behoort hij (die dit doet) tot hen, die geloven en elkander
aansporen tot geduld en die elkander aansporen tot barmhartigheid.
_
Dezen zullen aan de rechter hand zijn.
_
Maar zij, die niet in Onze tekenen geloven zullen aan de linker hand zijn.
_
Een gesloten Vuur zal hen omringen.
_
Bij de zon en haar licht,
_
En bij de maan als zij deze volgt,
_
En bij de dag wanneer hij dezs onthult
_
En bij de nacht, wanneer hij haar bedekt,
_
En bij de hemel en de schepping er van.
_
En bij de aarde en haar uitgestrektheid,
_
En bij de ziel en haar volmaaktheid,
_
Hij openbaarde haar wat slecht en wat goed (voor haar) is,
_
Voorwaar, geslaagd is hij die haar loutert
_
En voorzeker hij gaat te gronde die haar te gronde richt.
_
De Samoed verloochenden de boodschap in hun opstandigheid.
_
Toen de ongelukkigste onder hen opstond,
_
Zeide de boodschapper van Allah: "Laat de kamelin van Allah vrij in haar
drinken."
_
Maar zij verloochenden hem en verlamden haar, daarom vernietigde hun
Heer hen volkomen om hun zonden en maakte het land met de grond gelijk.
_
En Hij vreest de gevolgen hiervan niet.
_
Bij de nacht als hij bedekt.
_
En bij de dag wanneer hij schittert,
_
En bij de schepping van man en vrouw.
_
Voorzeker, uw streven is verschillend.
_
Wat hem betreft die geeft en God vreest,
_
En het goede aanvaardt,
_
Wij zullen zijn weg effenen tot welslagen.
_
Maar hij, die vrekkig en onverschillig is,
_
En het beste verwerpt,
_
Wij zullen hem naar moeilijkheden leiden.
_
Wanneer hij te gronde gaat zullen zijn rijkdommen hem niet baten.
_
Voorwaar, het is aan Ons om te leiden.
_
En aan Ons is het Hiernamaals en ook deze wereld.
_
Daarom waarschuw Ik u voor het laaiend Vuur;
_
Niemand zal er binnengaan dan de rampzaligste,
_
Die loochent en zich afwendt.
_
Maar de rechtvaardige zal ver daarvan verwijderd worden.
_
Die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren.
_
En niemand heeft Hem een gunst bewezen waarvoor hij moet worden beloond.
_
Maar hij die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Verhevene,
_
Weldra zal hij tevreden zijn.
_
Bij de glorie van de dag.
_
En bij de nacht als het donker is.
_
Uw Heer heeft u niet verlaten, noch is Hij mishaagd over u.
_
Voorwaar, het komende uur zal beter zijn voor u dan het vorige.
_
En voorwaar uw Heer zal u geven, en gij zult tevreden zijn.
_
Vond Hij u niet als wees, en beschermde u?
_
En vond Hij u niet zoekende en leidde Hij u?
_
En vond Hij u niet in armoede en verrijkte u?
_
Daarom verdruk de wees niet,
_
En snauw de bedelaar niet af.
_
Maar maak de gunst van uw Heer bekend.
_
Hebben Wij uw borst niet voor u verruimd?
_
En uw last niet van u weggenomen?
_
Die uw rug bezwaarde?
_
En uw roem niet verheven?
_
Voorwaar, zo komt gemak naast ongemak.
_
Voorwaar, gemak komt naast ongemak.
_
Wanneer gij verlicht zijt, streef dan verder.
_
En wend u tot uw Heer.
_
Bij de vijg en de olijf,
_
Bij de berg Sinaï,
_
En bij deze stad van Vrede (Makka),
_
Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen,
_
Daarna laten Wij hem vervallen tot het allerlaagste,
_
Behalve degenen die geloven en goede werken doen; hunner is een
oneindige beloning.
_
Wat is de oorzaak die u het Gericht doet loochenen?
_
Is Allah niet de Rechter aller rechters ?
_
Verkondig de naam van uw Heer, de Schepper.
_
Die de mens uit geronnen bloed schiep.
_
Verkondig, want uw Heer is de meest Eerbiedwaardige
_
Die (de mens) door middel van de pen onderwees.
_
Hij leerde aan de mens datgene wat deze niet kende,
_
In het geheel niet. Voorwaar, de mens wordt opstandig,
_
Omdat hij zich onafhankelijk denkt.
_
Voorwaar uw terugkeer is tot uw Heer.
_
Hebt gij degelle gezien die verbiedt
_
Wanneer onze dienaar bidt?
_
Zeg mij, als hij de leiding volgt,
_
Of tot rechtvaardigheid maant.
_
Zeg mij, indien hij (de Waarheid) verloochent en zich afwendt.
_
Weet hij niet dat Allah alles ziet?
_
Neen, wanneer hij niet ophoudt, zullen Wij hem zeker bij de haren van
zijn voorhoofd grijpen
_
Van dat leugenachtige en schuldige voorhoofd.
_
Laat hij dan zijn raadgevers bij elkaar roepen.
_
Wij zullen ook Onze wachters bijeen brengen.
_
Neen, gehoorzaam hem niet, maar werp u neder en zoek Zijn nabijheid.
_
Waarlijk, Wij hebben u (de Koran) nedergezonden, in de waardevolle nacht.
_
Wat weet gij (er van) wat de waardevolle nacht is?
_
De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.
_
Daarin dalen engelen en de Geest door Gods gebod neder (zeggende)
_
"In alles Vrede," tot het rijzen van de dageraad.
_
De ongelovigen onder de mensen van het Boek en onder de afgodendienaren
konden niet worden bevrijd, vóórdat een duidelijk bewijs tot hen gekomen
was,
_
Een boodschapper van Allah, die aan hen de zuivere bladzijden voordroeg.
_
Waarin alle geschriften verzameld zijn.
_
En de mensen van het Boek werden eerst onenig, nadat het duidelijke
teken tot hen gekomen was.
_
En daarin werd hun slechts geboden Allah te aanbidden, oprecht zijnde in
gehoorzaamheid jegens Hem, oprecht het gebed te onderhouden en de Zakaat
te betalen. Dat is de ware godsdienst.
_
Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de
afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin
zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen.
_
Doch zij die geloven en goede werken doen, zij zijn de beste der schepselen.
_
Hun beloning is bij hun Heer; tuinen der eeuwigheid waardoor rivieren
stromen en waarin zij voor altijd zullen vertoeven. Allah zal welbehagen
in hen hebben en zij zullen welbehagen in Hem hebben. Dit is voor hem,
die zijn Heer vreest.
_
Wanneer de aarde hevig zal worden geschud,
_
En zij haar binnenste naar buiten zal keren,
_
En de mens zal zeggen: "Wat is er met haar gebeurd?"
_
Op die Dag zal de aarde haar geschiedenis mededelen,
_
Omdat uw Heer het haar heeft geopenbaard.
_
Op die Dag zullen de mensen in verschillende groepen te voorschijn komen
opdat hun hun werken getoond zullen worden.
_
Wie ter grootte van een atoom goed deed, zal dit aanschouwen.
_
En wie ter grootte van een atoom kwaad deed, zal ook dat aanschouwen.
_
Bij de rossen die snel en snuivend ademen,
_
Die vonken uit de hoeven slaan,
_
En bij de dageraad plotseling een aan val doen.
_
Daarbij stof opwerpen
_
En zo door het midden der vijandelijke menigte zich een weg banen.
_
Voorwaar, de mens is ondankbaar jegens zijn Heer;
_
En waarlijk, hij is daar zelf getuige van.
_
En voorzeker, hij heeft een hevige begeerte naar rijkdommen.
_
Weet zo iemand dan niet, dat hetgeen in de graven is weder zal worden
opgewekt?
_
En dat het innerlijk zal worden bekend gemaakt?
_
Dat hun Heer hen op die Dag volkomen kent?
_
De ramp.
_
Wat is de ramp?
_
En wat weet gij (er van) wat de ramp is?
_
Een Dag waarop de mensen als motten verstrooid zullen zijn.
_
En de bergen als gekaarde wol
_
Dan zal hij, wiens schalen zwaar zijn,
_
Een aangenaam leven genieten.
_
Doch hij, wiens schalen licht zijn,
_
Zijn toevlucht zal Hawi'jah zijn.
_
En gij weet niet, wat dit is.
_
Het is een laaiend Vuur.
_
Jacht naar vermeerdering van rijkdom (en kinderen) maakt u onachtzaam,
_
Totdat gij in uw graven nederdaalt.
_
Neen - gij zult weldra te weten komen,
_
Nogmaals neen! Gij zult weldra te weten komen.
_
Waarlijk, indien gij de zekerheid van kennis bezit -
_
Zult gij zeker de hel zien.
_
Ja, dan zult gij haar met zekerheid van blik zien.
_
Op die Dag zult gij worden ondervraagd over de gaven.
_
Bij de tijd.
_
Voorzeker, de mens is te midden van verlies.
_
Behalve degenen die geloven en goede werken doen, en elkander tot
waarheid, en geduld aansporen.
_
Wee iedere leugenaar en lasteraar!
_
Die rijkdommen verzamelt en deze telt,
_
Denkende dat zijn schatten hem voor eeuwig zullen behouden.
_
Neen, hij zal zeker in het Verterende Vuur worden geworpen.
_
En wat weet gij er van wat het verterende Vuur betekent?
_
Het is het Vuur dat Allah heeft aan gewakkerd.
_
Dat boven de harten zal opstijgen.
_
Voorwaar het zal hen omsluiten
_
In uitgestrekte rijen van zuilen.
_
Hebt gij niet vernomen, hoe uw Heer de bezitters der olifanten behandelde?
_
Heeft Hij hun plannen niet teniet gedaan?
_
Zond Hij geen zwermen vogels op hen neer?
_
En wierpen deze geen klompen klei?
_
Dat hen maakte als fijn gekauwd (door het vee) stro?
_
Ter bescherming van de Qoraishieten,
_
Ter bescherming op hun zomer- en winterreis.
_
Laten zij derhalve de Heer van dit Huis aanbidden.
_
Die hen van voedsel tegen honger heeft voorzien en van vrees bevrijd.
_
Hebt gij hem gezien die deze godsdienst loochent?
_
Het is degene die de wees verstoot,
_
Hij wekt anderen niet op de armen te voeden.
_
En wee degenen die bidden,
_
En de gebeden achteloos opzeggen.
_
En zij, die er mee te koop lopen.
_
En zich er van weerhouden de behoeftige vriendelijkheid te betonen.
_
Voorwaar, Wij hebben u in overvloed het goede gegeven.
_
Bid daarom tot uw Heer en offer.
_
Voorzeker, uw vijand zal uitsterven.
_
Zeg: "O gij ongelovigen,
_
Ik bid niet aan, wat gij aanbidt,
_
Noch gij bidt aan, wat ik aanbid.
_
Noch wil ik aanbidden, wat gij aanbidt,
_
Nogmaals gij wilt niet aanbidden wat ik aanbid.
_
Derhalve voor u uw godsdienst en voor mij mijn godsdienst."
_
Als de hulp van Allah en overwinning komt,
_
En gij de mensen groepsgewijze ziet binnentreden tot Allah's godsdienst,
_
Roem dan uw Heer met de lof, die Hem toekomt en vraag vergiffenis van
Hem; voorzeker Hij is Berouwaanvaardend.
_
De macht van Aboe Lahab en hijzelf zullen vergaan.
_
Zijn rijkdommen en daden zullen hem niet baten.
_
Weldra zal hij in een laaiend Vuur branden.
_
Ook zijn vrouw, de draagster van brandstof,
_
Om haar hals zal een koord van palmvezels hangen.
_
Zeg: "Allah is de Enige.
_
Allah is zichzelf-genoeg, Eeuwig.
_
Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.
_
En niemand is Hem in enig opzicht gelijk."
_
Zeg: "Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad.
_
Tegen het kwade van wat Hij heeft geschapen
_
En tegen het kwade van de duisternis wanneer deze zich verspreidt
_
En tegen het kwade van degenen die vaste banden door boze inblazingen
willen ontbinden
_
En van het kwade van de benijder wanneer deze benijdt."
_
Zeg: "Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer der mensen,
_
De Koning der mensen,
_
De God der mensen.
_
Opdat Hij mij bevrijde van het kwade der inblazingen van de duivel.
_
Die in het hart der mensen fluistert
_
Vanuit het midden der djinn en mensen."